Calciumchloride oplossing voor injectie 100 mg/ml
Registratienummer: RVG 55465
Patiëntenbijsluiter
Calciumchloride, oplossing voor injectie 100 mg/ml
IMS UK
RVG 55465
Informatie voor de gebruiker
Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit
geneesmiddel.
· Bewaar deze bijsluiter, het kan nodig zijn om deze nogmaals door te lezen.
· Heeft u nog vragen, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
· Dit geneesmiddel is aan u persoonlijk voorgeschreven, geef dit geneesmiddel niet
door aan anderen. Dit geneesmiddel kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als de
verschijnselen dezelfde zijn als waarvoor u het geneesmiddel heeft gekregen
Inhoud van deze bijsluiter
1. Wat is Calciumchloride en waarvoor wordt het gebruikt
2. Wat u moet weten voordat Calciumchloride wordt toegediend
3. Hoe wordt Calciumchloride gebruikt
4. Mogelijke bijwerkingen
5. Hoe bewaart u Calciumchloride
Calciumchloride,
Oplossing voor injectie 100 mg/ml
Werkzaam bestanddeel: Eén ml oplossing voor injectie bevat 100 mg
Calciumchloride.
Andere bestanddelen (hulpstoffen) zijn: Calciumhydroxide (E 526), Waterstofchloride (E 507),
Water
voor
injectie
Registratiehouder van het geneesmiddel: International Medication Systems Ltd.,
208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE, Groot Brittannië.
Calciumchloride, oplossing voor injectie 100 mg/ml is in Nederland in het register
ingeschreven onder RVG nummer 55465.
1. WAT IS CALCIUMCHLORIDE EN WAARVOOR WORDT HET
GEBRUIKT?
Farmaceutische vorm en inhoud Calciumchloride is een oplossing voor injectie en is bestemd voor injectie in een ader
(intraveneus). Het kan ook toegediend worden in het hart (intracardiaal). Het is
verpakt per 10 ml in speciale ampullen die zijn bedoeld voor gebruik met de IMS
Minijet Injector.
Geneesmiddelengroep Calcium, het werkzame bestanddeel van calciumchloride, oplossing voor injectie 100
mg/ml, is een mineraal. Calcium is oa. nodig bij de opbouw van het skelet en is
daarnaast betrokken bij vele processen in het lichaam, zoals bloedstolling,
overdracht van zenuwprikkels, spiercontractie, activering van enzymen, activering
van hormonen en celgroei.
Feb 09
1 / 5
Patiëntenbijsluiter Calciumchloride, oplossing voor injectie 100 mg/ml
IMS UK
RVG 55465
Toepassing van het geneesmiddel
Calciumchloride wordt gebruikt bij:
- de behandeling van acuut gebrek aan calcium in het bloed
- als onderdeel van de behandeling bij reanimatie, vooral na open-hartoperatie,
wanneer de spierkracht van het hart onvoldoende is en de reactie op de
toediening van
adrenaline eveneens onvoldoende is
- de behandeling van ernstige hoge concentraties
kalium in het bloed
2. WAT U MOET WETEN VOORDAT CALCIUMCHLORIDE TOEGEDIEND
WORDT
Calciumchloride mag niet toegediend worden in de volgende gevallen:
· Overgevoeligheid voor calciumchloride of de hulpstoffen
· Indien bij reanimatie hart ritmestoornissen optreden
· Bij tekort aan calcium in het bloed bij nierfunctie stoornissen
· Bij een te veel aan calcium in het bloed, b.v. door bepaalde tumoren, te veel aan
vitamine D of langdurige bedrust
· Bij aandoeningen die leiden tot een verhoogde uitscheiding van calcium in de
urine
· Bij verhoogde vitamine D concentraties in het bloed (b.v. sarcoïdosis)
· Indien u regelmatig last heeft van nierstenen
· Bij een bepaalde erfelijke stofwisselingsziekte (galactosemie)
· Gemengd of gelijktijdig toegediend met
ceftriaxon.
· Bij behandeling van bepaalde hartritmestoornissen (asystolen en
electromechanische dissociatie).
Wees extra voorzichtig met Calciumchloride
- Calciumchloride dient bij geen enkele patiënt met ceftriaxon toegediend te
worden binnen 48 uur van elkaar.
- Calciumchloride injectie is irriterend voor de aderen en dient niet geïnjecteerd
te worden in weefsels omdat dan weefselafsterving (necrose) of vervelling kan
optreden.
- Mag niet in de mond van pasgeborenen toegediend worden omdat de maag-
en darmwand ernstig beschadigd kunnen worden.
- Bij pasgeborenen niet toedienen via de aderen van de schedelhuid.
- Niet inspuiten in weefsels, bijvoorbeeld onder de huid (subcutaan) of via de
spieren (intramusculair) omdat dan necrose of vervelling kan optreden.
- Tijdens een injectie dient het hartritme gecontroleerd te worden d.m.v. een
hartfilmpje (ECG).
- Indien de hartslag duidelijk te traag (bradycardie) is moet de toediening
gestaakt worden.
- Niet gebruiken bij patiënten met een slechte longfunctie waarbij te veel
koolzuur wordt vastgehouden (respiratoire acidose) of bij chronische
longproblemen die kunnen leiden tot hartfalen (cor pulmonale) en
ademhalingsfalen omdat deze kunnen verergeren door calciumchloride.
Raadpleeg uw arts indien één van de bovenstaande waarschuwingen voor u van
toepassing is, of dat in het verleden geweest is.
Zwangerschap
Veilig gebruik tijdens de zwangerschap is niet vastgesteld. Calcium passeert de
placenta. De verwachte voordelen dienen daarom zorgvuldig door uw arts te worden
afgewogen tegen de mogelijke risico's voor moeder en kind.
Feb 09
2 / 5
Patiëntenbijsluiter Calciumchloride, oplossing voor injectie 100 mg/ml
IMS UK
RVG 55465
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt of
gebruikt Borstvoeding Veilig gebruik tijdens borstvoeding is niet vastgesteld. Calcium wordt uitgescheiden
in de moedermelk, maar er zijn geen gegevens beschikbaar over de mogelijke
effecten voor het kind. De verwachte voordelen dienen daarom zorgvuldig door uw
arts te worden afgewogen tegen de mogelijke risico's voor moeder en kind.
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt of
gebruikt Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Aangezien Calciumchloride alleen in het ziekenhuis wordt gebruikt is deze rubriek
niet van toepassing
Gebruik van Calciumchloride in combinatie met andere geneesmiddelen Informeer uw arts of apotheker wanneer u andere geneesmiddelen gebruikt of
kortgeleden hebt gebruikt. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder recept
kunt krijgen.
- Calciumchloride mag niet gelijktijdig met ceftriaxon worden toegediend
- Calciumchloride kan de werkzaamheid van calciumkanaalblokkers doen afnemen
- Calciumchloride mag niet gelijktijdig met
natriumwaterstofcarbonaat worden
toegediend
- Calciumchloride mag niet gelijktijdig met
adrenaline worden toegediend omdat dit
kan leiden tot een onregelmatige hartslag
- Calcium kan de activiteit van calciumantagonisten (middel tegen hoge bloeddruk)
remmen (dit zijn middelen die de instroom van calcium blokkeren)
- Calcium versterkt het effect van
digoxine (middel bij hartfalen of
hartritmestoornissen) waardoor ernstige vergiftiging kan ontstaan
- Gelijktijdig gebruik van bifosfonaten (middel tegen botontkalking) kan de absorptie
van de bifosfonaten verminderen
- Bepaalde plasmiddelen (thiazide diuretica) kunnen het risico op een te hoog
gehalte aan calcium in het bloed (hypercalciëmie) verhogen
3. HOE WORDT CALCIUMCHLORIDE GEBRUIKT?
Dosering De dosering zal door uw behandelend arts worden vastgesteld aan de hand van de
ernst van uw ziekteverschijnselen.
De toediening dient in een ader (intraveneus = i.v.) te gebeuren via langzame injectie
of in het hart (intracardiaal).
De dosering is afhankelijk van uw leeftijd, gewicht en toestand.
In geval dat u bemerkt dat Calciumchloride te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg
dan uw arts of apotheker.
Wijze van gebruik De injectie wordt toegediend in een ader (intraveneus) of in het hart (intracardiaal).
Feb 09
3 / 5
Patiëntenbijsluiter Calciumchloride, oplossing voor injectie 100 mg/ml
IMS UK
RVG 55465
Duur van de behandeling In de meeste gevallen zal de toepassing van Calciumchloride beperkt blijven tot één
injectie of enkele herhaalde injecties gedurende een periode van één of enkele
dagen.
Wat u moet doen als u teveel Calciumchloride heeft toegediend gekregen?
Uw arts kent de symptomen van een overdosering en zal de dosering daarop
aanpassen. De meest kenmerkende effecten die optreden bij een overdosering zijn
anorexia, misselijkheid, overgeven, verstopping, buikpijn, spierzwakte, mentale
stoornissen, veel drinken (polydipsie), veel plassen (polyurie), botpijn,neerslagen van
calciumzouten in de nier (nefrocalcinosis), nierstenen, en in ernstige gevallen
hartritmestoornissen (cardiale aritmieën) en coma.
Hartritmestoornissen en hartstilstand kan voorkomen.
Behandeling
Bij lichte overdosering is staken van de behandeling gewoonlijk voldoende. Bij
ernstige overdosering zullen aanvullende maatregelen door uw arts worden
toegepast.
Wanneer u merkt dat u teveel van Calciumchloride toegediend heeft gekregen, neem
dan onmiddellijk contact op met de verpleegkundige of de arts.
Hartritmestoornissen en hartstilstand kan voorkomen.
4. MOGELIJKE BIJWERKINGEN
Zoals alle geneesmiddelen kan Calciumchloride bijwerkingen veroorzaken.
Indien de injectie op de juiste wijze is toegediend treden bijwerkingen zelden
(>1/10.000, <1/1.000) op.
Bloedvataandoeningen
Irritatie van de vaatwand bij intraveneuze toediening. Deze irritatie kan leiden tot pijn
maar ook tot vaatverwijding en een verminderde bloeddruk. Trombose.
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Verkalking (calcificatie) van weke delen.
Hartaandoeningen
Trage hartslag (bradycardie), hartritmestoornissen (aritmieën), hoge bloeddruk.
Metabolisme en voedingsstoornissen
Te hoge calciumbloedspiegel (hypercalciëmie).
Snelle intraveneuze injectie kan bij de patiënt tintelingen veroorzaken, een calcium
smaak of een gevoel van druk of warmte geven.
In geval er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld of die u
als ernstig ervaart, informeer dan uw arts of apotheker.
5. HOE BEWAART U CALCIUMCHLORIDE
Calciumchloride buiten bereik en zicht van kinderen houden
Feb 09
4 / 5
Patiëntenbijsluiter Calciumchloride, oplossing voor injectie 100 mg/ml
IMS UK
RVG 55465
Calciumchloride dient bewaard te worden bij een temperatuur beneden 25 °C.
Niet in de koelkast of vriezer bewaren.
Uiterste gebruiksdatum : Deze is op de verpakking aangegeven achter de afkorting
Exp. (Expiry)
Deze bijsluiter is voor het laatst herzien/goedgekeurd in maart 2009.
Feb 09
5 / 5