Citocartin 40/0,005 mg/ml, oplossing voor injectie
Registratienummer: RVG 103658
Articaïnehydrochloride
adrenaline 10(5) µg-ml oplossing voor injectie - Molteni Dental srl
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER
CITOCARTIN 40/0,005 mg/ml, oplossing voor injectie
CITOCARTIN 40/0,01 mg/ml, oplossing voor injectie
articaïnehydrochloride en adrenaline
Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel.
·
Bewaar deze bijsluiter. Het kan nodig zijn om deze nog eens door te lezen.
·
Heeft u nog vragen, raadpleeg dan uw tandarts, arts of apotheker.
·
Dit geneesmiddel is aan u persoonlijk voorgeschreven. Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen. Dit
geneesmiddel kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als de verschijnselen dezelfde zijn als waarvoor u het
geneesmiddel heeft gekregen.
·
Wanneer één van de bijwerkingen ernstig wordt of als er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze
bijsluiter is vermeld, raadpleeg dan uw tandarts of arts.
In deze bijsluiter:
1. Wat is CITOCARTIN en waarvoor wordt het gebruikt
2. Wat u moet weten voordat u CITOCARTIN toegediend krijgt
3. Hoe wordt CITOCARTIN toegediend
4. Mogelijke bijwerkingen
5. Hoe bewaart u CITOCARTIN
6. Aanvullende informatie
1. WAT IS CITOCARTIN EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT
CITOCARTIN wordt gebruikt om een deel van uw mond tijdens tandheelkundige ingrepen gevoelloos te
maken (te verdoven).
CITOCARTIN bevat twee verschillende geneesmiddelen: articaïnehydrochloride en adrenaline.
· Articaïnehydrochloride is een `lokaal anestheticum'. Het maakt het deel van uw mond waar het
geïnjecteerd wordt gevoelloos (verdooft het).
· Adrenaline vermindert de hoeveelheid bloed in het deel van de mond waar het geïnjecteerd wordt. Dit
gebeurt doordat het uw bloedvaten vernauwt. Hierdoor zal het effect van het `lokale anestheticum'
langer duren.
CITOCARTIN 40/0,005 mg/ml is bedoeld voor gebruik bij routinematige tandheelkundige ingrepen.
`
CITOCARTIN 40/0,01 mg/ml is bedoeld voor gebruik bij tandheelkundige ingrepen die langdurige
pijnstilling en een sterke vermindering van de bloeddoorstroming vereisen.
2. WAT U MOET WETEN VOORDAT U CITOCARTIN TOEGEDIEND KRIJGT
U mag CITOCARTIN niet toegediend krijgen:
· als u allergisch (overgevoelig) bent voor articaïnehydrochloride, adrenaline of voor een van de andere
bestanddelen van het geneesmiddel (vermeld in rubriek 6)
· als u allergisch bent voor andere `lokale anesthetica' die anesthetica van het `amidetype' worden
genoemd
· als u allergisch bent voor `sulfiet', omdat dit in zeldzame gevallen ernstige allergische reacties en
ademhalingsproblemen (bronchospasme) kan veroorzaken.
· als u een probleem hebt met de manier waarop de zenuwen in uw hart signalen versturen (ernstige
stoornis bij de impulsvorming van het hart of geleidingsstoornis)
1