Inspra 50, filmomhulde tabletten 50 mg
Registratienummer: RVG 33489//29964
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER
Inspra 25 mg en 50 mg filmomhulde tabletten
eplerenone
Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het innemen van dit geneesmiddel.
- Bewaar deze bijsluiter. Het kan nodig zijn om deze nog eens door te lezen.
- Heeft u nog vragen, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
- Dit geneesmiddel is aan u persoonlijk voorgeschreven. Geef dit geneesmiddel niet door aan
anderen. Dit geneesmiddel kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als de verschijnselen dezelfde zijn
als waarvoor u het geneesmiddel heeft gekregen.
- Wanneer één van de bijwerkingen ernstig wordt of als er bij u een bijwerking optreedt die niet in
deze bijsluiter is vermeld, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
In deze bijsluiter:
1. Wat is
Inspra en waarvoor wordt het gebruikt
2. Wat u moet weten voordat u
Inspra inneemt
3. Hoe wordt
Inspra ingenomen
4. Mogelijke bijwerkingen
5. Hoe bewaart u
Inspra 6. Aanvullende informatie
1.
Wat is Inspra en waarvoor wordt het gebruikt
Inspra behoort tot de groep geneesmiddelen die bekend staat als selectieve aldosteronantagonisten.
Deze antagonisten remmen de werking van aldosteron, een stof die in het lichaam wordt gemaakt en
die uw bloeddruk en hartfunctie controleert. Een hoog gehalte aan aldosteron kan echter veranderingen
in uw lichaam veroorzaken die kunnen leiden tot hartfalen.
Inspra kan ertoe bijdragen te voorkomen dat hartfalen na een hartaanval erger wordt, in combinatie
met andere geneesmiddelen die worden gebruikt om uw hartfalen te behandelen.
2.
Wat u moet weten voordat u Inspra inneemt
Neem Inspra niet in:
- als u overgevoelig (allergisch) bent voor eplerenone of voor één van de andere bestanddelen van
Inspra
- als u een te hoog kaliumgehalte in uw bloed heeft (hyperkaliëmie)
- als u geneesmiddelen neemt die helpen een overmatige hoeveelheid lichaamsvocht uit te scheiden
(kaliumsparende diuretica) of "zouttabletten" (kaliumsupplementen) inneemt
- als u een matige tot ernstige nierfunctiestoornis heeft
- als u een ernstige leverfunctiestoornis heeft
- als u geneesmiddelen inneemt om schimmelinfecties te behandelen (
ketoconazol of
itraconazol)
- als u antivirusgeneesmiddelen inneemt om HIV te behandelen (nelfinavir of
ritonavir)
- als u antibiotica inneemt om bacteriële infecties te behandelen (
claritromycine of telitromycine)
- als u nefazodon inneemt om een depressie te behandelen
Wees extra voorzichtig met Inspra:
- als u een lever- of nierfunctiestoornis heeft (zie ook "Neem
Inspra niet in");
INSP 024 PIL 28May2009
Pagina 1 van 6