Methylfenidaathydrochloride 10 PCH, tabletten 10 mg
Registratienummer: RVG 27252
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 1
Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel.
·
Bewaar deze bijsluiter, het kan nodig zijn om deze nogmaals door te lezen.
·
Heeft u nog vragen, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
·
Dit geneesmiddel is aan u persoonlijk voorgeschreven, geef dit geneesmiddel niet door aan
anderen. Dit geneesmiddel kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als de verschijnselen dezelfde
zijn als waarvoor u het geneesmiddel heeft gekregen.
Inhoud van deze bijsluiter
1. Wat is Methylfenidaathydrochloride 10 PCH en waarvoor wordt het gebruikt?
2. Wat u moet weten voordat u Methylfenidaathydrochloride 10 PCH inneemt
3. Hoe wordt Methylfenidaathydrochloride 10 PCH ingenomen?
4. Mogelijke bijwerkingen
5. Hoe bewaart u Methylfenidaathydrochloride 10 PCH?
Methylfenidaathydrochloride 10 PCH, tabletten 10 mg
· Het werkzame bestanddeel is methylfenidaathydrochloride, 10 mg per tablet.
· Andere bestanddelen (hulpstoffen) zijn calciumwaterstoffosfaat (E 341), lactose,
magnesiumstearaat (E 470B), microkristallijne cellulose (E 460), voorverstijfseld maïs zetmeel.
Registratiehouder
Pharmachemie B.V.
Swensweg 5
Postbus 552
2003 RN Haarlem
In het register ingeschreven onder
RVG 27252, tabletten 10 mg.
1. WAT IS METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH EN WAARVOOR WORDT HET
GEBRUIKT?
Farmaceutische vorm en inhoud
De tabletten zijn verpakt in blisters à 10, 20, 30, 40, 50, 100 stuks.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 2
Methylfenidaat wordt gebruikt voor de behandeling van aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
(ADHD) bij adolescenten en kinderen van 6 jaar en ouder, wanneer andere, niet-medicamenteuze
maatregelen alleen onvoldoende zijn gebleken.
Methylfenidaat moet als onderdeel van een uitgebreid behandelprogramma worden gebruikt, in
combinatie met andere vormen van behandeling. Een uitgebreid behandelprogramma omvat naast
behandeling met geneesmiddelen vaak psychologische, opvoedkundige en sociale maatregelen, en is
gericht op de stabilisatie van kinderen met ADHD met een lange voorgeschiedenis van verschijnselen
als een korte aandachtsboog, snel afgeleid zijn, emotionele labiliteit, impulsiviteit, matige tot ernstige
hyperactiviteit, lichte neurologische verschijnselen en een afwijkend elektro-encefalogram (eeg). Ook
het leervermogen kan aangetast zijn, maar dat is niet altijd het geval. De diagnose mag niet uitsluitend
op basis van de aanwezigheid van een of meer verschijnselen worden gesteld; voor een goede
diagnose zijn medische en speciale psychologische, opvoedkundige en sociale middelen vereist.
Behandeling met methylfenidaat mag alleen worden ingesteld en toegepast onder toezicht van
een specialist op het gebied van gedragstoornissen bij kinderen en/of adolescenten.
Behandeling met methylfenidaat is niet voor alle kinderen met ADHD geschikt. De beslissing om het
geneesmiddel te gebruiken moet worden genomen op basis van een zeer grondige beoordeling van de
ernst en duur van de verschijnselen in relatie tot de leeftijd van het kind. De toepassing van
methylfenidaat moet altijd plaatsvinden overeenkomstig de goedgekeurde indicatie en de richtlijnen
voor voorschrijven / diagnosestelling.
-
2. WAT U MOET WETEN VOORDAT U METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH INNEEMT
Neem methylfenidaat niet in als u of uw kind
-
allergisch (overgevoelig) bent voor methylfenidaat of voor één van de andere bestanddelen van
methylfenidaat;
-
glaucoom (verhoogde druk in het oog) heeft;
-
een feochromocytoom (een tumor van de bijnier) heeft;
-
geneesmiddelen tegen depressie inneemt die monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers)
worden genoemd, of de afgelopen 14 dagen MAO-remmers heeft gebruikt;
-
schildklierproblemen heeft;
-
anorexia nervosa of een anorectische stoornis heeft;
-
lijdt aan depressie, stemmingsstoornissen, manie of gedachten aan zelfdoding heeft;
-
lijdt aan psychotische verschijnselen of schizofrenie of psychopathische/borderline
persoonlijkheidsstoornis;
-
een diagnose of voorgeschiedenis heeft van ernstige episodische (type I) bipolaire (affectieve)
stoornis;
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 3
-
hartproblemen heeft, zoals een voorgeschiedenis van een hartinfarct, onregelmatige hartslag,
pijn en een onaangenaam gevoel op de borst, hartfalen, hartziekte of aanzienlijke problemen met
de structuur of de werking van het hart die bij de geboorte aanwezig waren;
-
een zeer hoge bloeddruk of bloedvatvernauwing heeft, die kan leiden tot pijn in armen en benen;
-
een aandoening van de bloedvaten in de hersenen (cerebrovasculaire aandoening) heeft gehad
als een beroerte, een hersenaneurysma of vaatafwijkingen waaronder een vaatwandontsteking in
de hersenen (cerebrale vasculitis).
Methylfenidaat is niet goedgekeurd voor toepassing bij volwassenen met ADHD.
Methylfenidaat mag niet worden gebruikt bij kinderen jonger dan 6 jaar of bij ouderen, aangezien de
veiligheid en voordelen van toepassing bij deze leeftijdsgroepen niet zijn vastgesteld.
Wees extra voorzichtig met methylfenidaat en vertel het uw arts als u of uw kind
-
is verteld deze tabletten langer dan 12 maanden te gebruiken (zie rubriek 3 hieronder, over
langdurig gebruik);
-
in de puberteit (tienerjaren) komt;
-
op het punt staat te stoppen met het innemen van methylfenidaat omdat uw arts uw kind wil
controleren op depressie;
-
een hartziekte of een ander ernstig hartprobleem heeft;
-
epileptische aanvallen (convulsies, epilepsie) heeft doorgemaakt of eeg's (elektro-
encefalografische hersenscans) afwijkingen hebben vertoond;
-
een hoge bloeddruk heeft;
-
lever- of nierproblemen heeft;
-
psychiatrische aandoeningen heeft;
-
motorische of verbale tics heeft (lastig onder controle te houden, herhaalde trekkende
-
bewegingen met een deel of delen van het lichaam of herhaaldelijk geluiden maken of woorden
zeggen);
-
dingen ziet, hoort of voelt die er niet zijn (hallucinaties);
-
dingen denkt die niet waar zijn (wanen);
-
ongewoon achterdochtig bent/is (paranoia);
-
last heeft van stemmingswisselingen als gejaagde of impulsieve gedachten, gevolgd door
prikkelbaarheid of emotioneel of sociaal teruggetrokken zijn;
-
gedachten aan zelfdoding heeft of suïcidaal gedrag vertoont;
-
zich terneergeslagen of schuldig voelt;
-
zich onrustig, angstig of gespannen voelt;
-
last heeft van voor het eerst optredend agressief of vijandig gedrag, of verergering hiervan.
Vertel vóór de behandeling aan de arts als een van de bovengenoemde omstandigheden of
verschijnselen op u of uw kind van toepassing is.
Controles die uw arts zal uitvoeren voor aanvang van de behandeling met methylfenidaat:
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 4
Om te kunnen bepalen of methylfenidaat het juiste geneesmiddel is voor u of uw kind, zal uw arts het
volgende met u bespreken:
·
eventuele geneesmiddelen die u of uw kind inneemt;
·
eventuele andere medische aandoeningen (zoals hartaandoeningen) die u, uw kind of
familieleden mogelijk hebben;
·
of er sprake is van een familiaire voorgeschiedenis van plotseling, onverklaard overlijden in de
familie;
·
hoe u of uw kind zich voelt, bijv. of u zich emotioneel voelt, vreemde gedachten heeft of als hier in
het verleden sprake van is geweest;
·
eventuele problemen met de geestelijke gezondheid/psychiatrische
problemen/gedragsproblemen die u, uw kind of andere familieleden hebben of in het verleden
hebben gehad. Uw arts zal met name bespreken of u of uw kind een risico van bipolaire
(affectieve) stoornis heeft; dit houdt in dat hij/zij de psychiatrische voorgeschiedenis, waaronder
een familiaire voorgeschiedenis van zelfdoding, bipolaire stoornis en depressie doorneemt;
·
lengte en gewicht, hartslagfrequentie en bloeddruk van u of uw kind meten en de resultaten
noteren op een kaart;
·
of er sprake is van een familiaire voorgeschiedenis van tics.
Het is belangrijk dat u alle informatie verstrekt, zodat uw arts kan bepalen of methylfenidaat het juiste
geneesmiddel is voor u of uw kind. Uw arts kan bepalen of er nog andere medische onderzoeken nodig
zijn voordat u of uw kind dit geneesmiddel inneemt.
Inname van methylfenidaat met voedsel en drank
Inname van methylfenidaat met voedsel kan maagpijn, misselijkheid of braken verminderen."
Inname van methylfenidaat met alcohol
U of uw kind mag geen alcohol drinken zolang dit geneesmiddel wordt ingenomen, omdat alcohol de
bijwerkingen hiervan kan verergeren. Bedenk dat sommige voedingsmiddelen en geneesmiddelen
alcohol bevatten.
Zwangerschap en borstvoeding
Vertel voor inname van methylfenidaat aan uw arts of apotheker dat u of uw kind:
-
seksueel actief is; uw arts zal het gebruik van anticonceptie met u bespreken;
-
zwanger bent of denkt dat u zwanger bent of dat (u denkt dat) uw kind zwanger is; uw arts beslist
of u of uw dochter methylfenidaat moet gebruiken;
-
borstvoeding geeft of van plan bent/is borstvoeding te geven; er is beperkte informatie die erop
duidt dat methylfenidaat wordt uitgescheiden in moedermelk; daarom beslist uw arts of u of uw
dochter borstvoeding mag geven tijdens het gebruik van methylfenidaat.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 5
Bij inname van methylfenidaat kunnen zich duizeligheid, sufheid en problemen met het
gezichtsvermogen voordoen. Als deze bijwerkingen optreden, kan het gevaarlijk zijn riskante activiteiten
te verrichten, zoals besturen van voertuigen, bedienen van machines, fietsen of in bomen klimmen tot u
er zeker van bent dat u of uw kind hier geen last van heeft.
Belangrijke informatie over enkele bestanddelen van methylfenidaat
Deze tabletten bevatten lactose (melksuiker) en zijn daarom niet voor iedereen geschikt.
Gebruik van Methylfenidaathydrochloride 10 PCH in combinatie met andere geneesmiddelen
Vertel het uw arts of apotheker als u andere geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt. Dit
geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder recept kunt krijgen.
Als u of uw kind andere geneesmiddelen inneemt, kan methylfenidaat invloed hebben op hoe goed de
andere geneesmiddelen werken of bijwerkingen veroorzaken. Als u of uw kind een van de volgende
geneesmiddelen inneemt, raadpleeg dan de arts voor u methylfenidaat inneemt:
-
niet-selectieve, irreversibele monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) (voor de behandeling
van depressie);
-
vasopressoren (geneesmiddelen die de bloeddruk kunnen verhogen);
-
geneesmiddelen voor verlaging van de bloeddruk, bijvoorbeeld
clonidine, guanethidine,
verapamil,
propranolol, enz.;
-
sommige middelen tegen
hoest en verkoudheid met bestanddelen die de bloeddruk kunnen
beïnvloeden; het is dus belangrijk dat u dit bespreekt met uw apotheker wanneer u zulke
middelen koopt;
-
geneesmiddelen tegen depressie, waaronder
amitriptyline,
imipramine en
fluoxetine,
paroxetine;
-
geneesmiddelen tegen epilepsie (anti-epileptica) (bijv.
fenobarbital, fenytoïne,
primidon, enz.);
-
geneesmiddelen die het bloed verdunnen om het ontstaan van bloedstolsels te voorkomen
(bloedverdunners, bijv. warfarine);
-
dopaminerge geneesmiddelen, waaronder geneesmiddelen tegen psychosen (antipsychotica).
Als er een operatie gepland staat waarbij een gehalogeneerd anestheticum (een bepaald type
verdovingsmiddel) wordt gebruikt, mag u of uw kind op de dag van de ingreep methylfenidaat niet
innemen, vanwege het risico van een plotselinge stijging van de bloeddruk tijdens de ingreep.
Drugtests
Dit geneesmiddel kan een positieve uitslag geven wanneer op middelengebruik wordt getest.
Bij twijfel over de vraag of u of uw kind een geneesmiddel uit de bovengenoemde lijst inneemt,
raadpleeg dan uw arts of apotheker alvorens methylfenidaat in te nemen.
3. HOE WORDT METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH INGENOMEN?
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 6
Voor aanvang van de behandeling, bij elke dosisaanpassing en vervolgens ten minste elke zes
maanden of bij elk bezoek zal uw arts verschillende onderzoeken uitvoeren om te controleren of
methylfenidaat nog steeds veilig genoeg is en een positief effect heeft. Deze onderzoeken houden
onder meer in:
·
meting van de bloeddruk en hartslagfrequentie en het noteren van deze uitkomsten op een kaart,
steeds wanneer de dosis wordt aangepast en vervolgens ten minste elke zes maanden of bij elk
bezoek;
·
bepaling van lengte, gewicht en eetlust en het noteren van deze uitkomsten op een kaart, steeds
wanneer de dosis wordt aangepast en vervolgens ten minste elke zes maanden of bij elk bezoek;
·
beoordeling van psychiatrische verschijnselen, steeds wanneer de dosis wordt aangepast en
vervolgens ten minste elke zes maanden of bij elk bezoek.
Dosering en wijze van gebruik
Methylfenidaathydrochloride 10 PCH kan worden gebruikt door kinderen vanaf zes jaar en ouder.
Bij aanvang van de behandeling met methylfenidaat is zorgvuldige dosisverhoging (dosistitratie)
noodzakelijk. Dosistitratie moet beginnen met de laagst mogelijke dosis.
Volg bij het innemen van methylfenidaat nauwgezet het advies van uw arts. Raadpleeg bij twijfel uw arts
of apotheker. Het is gebruikelijk dat uw arts de behandeling begint met een lage dosering, bijvoorbeeld
één of twee keer per dag 5 mg (een halve tablet) (bijvoorbeeld bij het ontbijt en de lunch), en deze
zonodig geleidelijk verhoogt. De maximale dagelijkse dosis is 60 mg. Indien de dosering moet worden
verhoogd, moet dit wekelijks met 5-10 mg per dag gebeuren.
Het is belangrijk dat u de tabletten op de door de arts voorgeschreven tijden inneemt.
- De tabletten kunnen met wat water worden doorgeslikt.
- Stop niet plotseling met het geven van de tabletten. Raadpleeg eerst uw arts.
De laatste doses dienen over het algemeen niet binnen 4 uur voor de bedtijd te worden toegediend om
inslaapstoornissen te voorkomen. Als het effect van het middel echter te vroeg in de avond afneemt,
kunnen gedragsstoornissen en/of slapeloosheid optreden. Een lage dosering 's avonds kan dit
probleem verhelpen. Hierbij dienen de voor- en nadelen van een lage avonddosering ten opzichte van
inslaapstoornissen te worden afgewogen.
Als u of uw kind geen verbetering opmerkt met dit geneesmiddel, kan uw arts besluiten dat een
andere behandeling nodig is. Zeg het de arts als er na één maand behandeling met
methylfenidaat geen verbetering is opgetreden in de toestand van uw kind.
Langdurige behandeling
Behandeling met methylfenidaat hoeft niet voor onbepaalde tijd te worden voortgezet. Als
methylfenidaat langer dan een jaar wordt ingenomen, moet uw arts eenmaal per jaar de behandeling
met methylfenidaat voor korte tijd stopzetten, om te kijken of het geneesmiddel nog steeds nodig is. Het
is mogelijk dat u of uw kind nog steeds een gunstig effect waarneemt wanneer methylfenidaat tijdelijk of
blijvend wordt stopgezet. Deze stopzetting kan plaatsvinden tijdens een schoolvakantie.
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 7
Patiënten die langdurig worden behandeld (d.w.z. langer dan 12 maanden) moeten voortdurend
zorgvuldig worden gecontroleerd, met name wat betreft de toestand van hart en bloedvaten, groei,
eetlust, het voor het eerst optreden van psychiatrische verschijnselen of verergering hiervan.
Misbruik
Uw kind moet worden gecontroleerd op het risico van misbruik van methylfenidaat. Langdurig misbruik
van methylfenidaat kan leiden tot een opvallende tolerantie, psychische afhankelijkheid, abnormaal
gedrag en psychotische episoden. Dit geneesmiddel is uitsluitend bestemd voor u of uw kind. Het moet
altijd worden voorgeschreven door een arts en mag dan ook niet aan anderen worden doorgegeven. Dit
geneesmiddel kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als de verschijnselen dezelfde zijn als waarvoor uw
kind het geneesmiddel heeft gekregen.
Wat u moet doen wanneer u te veel van Methylfenidaathydrochloride 10 PCH heeft ingenomen
Raadpleeg onmiddellijk uw arts of ga naar de afdeling spoedeisende hulp van een nabijgelegen
ziekenhuis als u of uw kind te veel tabletten heeft ingenomen en vertel hoeveel tabletten er zijn
ingenomen.
Tekenen van een overdosis zijn onder meer: braken, onrust (agitatie), beven, verergering van
ongecontroleerde bewegingen, spiertrekkingen, epileptische aanvallen (mogelijk gevolgd door coma),
een extreem gelukkig gevoel, (ernstige) verwardheid, hallucinaties (zien, voelen of horen van dingen die
niet echt zijn), zweten, 'flushing' (rood worden), hoofdpijn, hoge koorts, veranderingen in de hartslag
(langzaam, snel of onregelmatig), hoge bloeddruk, verwijde pupillen en droge neus en mond.
Wat u moet doen wanneer u bent vergeten Methylfenidaathydrochloride 10 PCH in te nemen
U of uw kind moet de volgende dosis op het geplande tijdstip innemen. Neem geen dubbele dosis om
een vergeten dosis in te halen.
Als u stopt met het innemen van methylfenidaat
De toediening van de tabletten mag niet abrupt worden stopgezet. U moet nauwlettend het advies van
uw arts opvolgen. Tijdens onthouding van het middel is zorgvuldig toezicht noodzakelijk, omdat dan
depressie aan het licht kan komen, evenals langdurige (chronische) overactiviteit.
Als u nog vragen heeft over het gebruik van dit geneesmiddel, vraag dan uw arts of apotheker.
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 8
4. MOGELIJKE BIJWERKINGEN
Zoals alle geneesmiddelen kan methylfenidaat bijwerkingen veroorzaken, hoewel niet iedereen deze
bijwerkingen krijgt.
De kans dat een bijwerking optreedt is als volgt:
Zeer vaak (bij meer dan 1 op de 10 personen)
Vaak (meer dan 1 op de 100 personen en minder dan 1 op de 10 personen)
Soms (meer dan 1 op de 1.000 personen en minder dan 1 op de 100 personen)
Zelden (meer dan 1 op de 10.000 personen en minder dan 1 op de 1.000 personen)
Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 10.000 personen)
Onbekend (kan niet worden geschat op basis van de beschikbare gegevens).
De meest voorkomende bijwerkingen zijn nervositeit, slapeloosheid en hoofdpijn.
Sommige bijwerkingen zouden ernstig kunnen zijn. Als bij u sprake is van een van de onderstaande
bijwerkingen of als u zich hier zorgen over maakt, zeg dit dan tegen uw arts of apotheker:
·
ernstige veranderingen in stemming of persoonlijkheid
·
manie
·
psychotische stoornissen, inclusief zien, voelen of horen van dingen die er niet zijn (visuele,
tactiele of auditieve hallucinaties) of wanen
·
hartkloppingen, onverklaard flauwvallen, pijn op de borst, kortademigheid (dit kunnen soms
tekenen van hartziekte zijn)
·
verlamming of bewegingsstoornis en verminderd gezichtsvermogen, spraakproblemen (kunnen
verschijnselen zijn van een vaatwandontsteking in de hersenen [cerebrale vasculitis]).
Effecten op groei en rijping
Bij langdurig gebruik kan methylfenidaat bij sommige kinderen een verminderde groei
(gewichtstoename en/of lengtegroei) veroorzaken. Uw arts zal daarom nauwlettend de lengte en het
gewicht van u of uw kind in de gaten houden, en ook hoe goed u of uw kind eet. Als u of uw kind niet
volgens verwachting groeit of aankomt, kan de behandeling met methylfenidaat van u of uw kind voor
korte tijd worden stopgezet.
Andere bijwerkingen zijn onder meer:
Infecties en parasitaire aandoeningen
Vaak: ontsteking van de neus-keelholte (nasofaryngitis)
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zeer zelden: bloedarmoede, verlaagd aantal witte bloedcellen (leukopenie), verlaagd aantal
bloedplaatjes (trombocytopenie), trombocytopenische purpura
Onbekend: vermindering van alle soorten cellen in het bloed (pancytopenie)
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 9
Immuunsysteemaandoeningen
Soms: overgevoeligheidsreacties als angioneurotisch oedeem, anafylactische reacties, zwelling van het
oor, blaarvormende aandoeningen, schilferende aandoeningen, galbulten, jeuk, huiduitslag en andere
huidverschijnselen
Voedings- en stofwisselingsstoornissen*
Vaak: anorexie, verminderde eetlust, matig verminderde gewichtstoename en lengtegroei bij langdurige
toepassing bij kinderen*
Psychische stoornissen*
Zeer vaak: slapeloosheid, nervositeit
Vaak: verminderde eetlust, emotionele labiliteit, agressie*, onrust (agitatie)*, angstgevoelens*,
depressie*, prikkelbaarheid, abnormaal gedrag
Soms: psychotische stoornissen*, zien, voelen en horen van dingen die er niet zijn (auditieve, visuele
en tactiele hallucinaties)*, woede, denken aan en fantaseren over zelfdoding (suïcidale ideatie)*,
veranderde stemming, stemmingswisselingen, rusteloosheid, huilerigheid, tics*, verergering van reeds
bestaande tics of gilles-de-la-tourettesyndroom*, hyperalertheid, slaapstoornis
Zelden: manie*, desoriëntatie, libidostoornis
Zeer zelden: poging tot zelfdoding (inclusief geslaagde zelfdoding)*, voorbijgaande depressieve
stemming*, abnormale gedachten, lusteloosheid (apathie), repetitief gedrag, te sterk focussen
Onbekend: wanen*, gedachtestoornissen*, verwarde staat
Zenuwstelselaandoeningen
Zeer vaak: hoofdpijn
Vaak: duizeligheid, bewegingsstoornis (dyskinesie), psychomotorische hyperactiviteit, slaperigheid
Soms: afgenomen bewustzijn (sedatie), beven (tremor)
Zeer zelden: stuipen (convulsies), onregelmatige onwillekeurige (choreoathetotische) bewegingen,
omkeerbare neurologische uitval (reversible ischaemic neurological deficit, RIND)
maligne neurolepticasyndroom (NMS; meldingen waren slecht gedocumenteerd en in de meeste
gevallen kregen patiënten ook andere geneesmiddelen, zodat de rol van methylfenidaat onduidelijk is).
Onbekend: cerebrovasculaire stoornissen* (waaronder ontsteking van vaatwanden of slagaderwanden
[cerebrale vasculitis of arteriitis], hersenbloedingen, cerebrovasculaire accidenten, afsluiting van de
hersenslagader [cerebrale occlusie]), grand-mal-convulsies*, migraine
Oogaandoeningen
Soms: dubbelzien (diplopie), wazig zien,
Zelden: moeite met scherpstellen, verwijding van de pupil (mydriase), gezichtsstoornis
Hartaandoeningen*
Vaak: hartritmestoornissen, verhoogde hartslag (tachycardie), hartkloppingen
Soms: pijn op de borst
Zelden: angina pectoris
Zeer zelden: hartstilstand, myocardinfarct
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 10
Onbekend: verhoogde hartslag die ontstaat boven de hartkamers (supraventriculaire tachycardie),
verlaagde hartslag, voortijdige (ventriculaire) samentrekkingen van het hart (ventriculaire extrasystolen)
Bloedvataandoeningen*
Vaak: hypertensie
Soms:
Zeer zelden: ontsteking van de slagaderwand in de hersenen en/of afsluiting van de hersenslagader
(cerebrale arteriitis of occlusie), koude handen en voeten, syndroom van Raynaud
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Vaak: hoesten, keelpijn
Soms: kortademigheid (dyspneu)
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak: buikpijn, diarree, misselijkheid, maagproblemen en braken {voor opname in de bijsluiter van
toedieningsvormen met niet-gemodificeerde afgifte : "deze doen zich doorgaans voor in het begin van
de behandeling en kunnen worden verlicht door het middel met wat voedsel in te nemen", droge mond.
Soms: obstipatie (verstopping)
Lever- en galaandoeningen
Soms: verhoging van leverenzymen
Zeer zelden: abnormale werking van de lever, inclusief hepatisch coma
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: haaruitval (alopecia), jeuk (pruritus), huiduitslag, galbulten (urticaria)
Soms: angioneurotisch oedeem, blaarvormende aandoeningen, schilferende aandoeningen
Zelden: overmatig zweten (hyperhidrose), vlekkerige huiduitslag, roodverkleuring (erytheem)
Zeer zelden: erythema multiforme, exfoliatieve dermatitis, erythema fixatum (overgevoeligheidsreactie
van de huid op een gebruikt geneesmiddel)
Spier- en skeletstelsel-, bot- en bindweefselaandoeningen
Vaak: gewrichtspijn (artralgie)
Soms: spierpijn (myalgie), spiertrekkingen
Zeer zelden: spierkrampen
Nier- en urinewegaandoeningen
Soms: bloed in de urine (hematurie)
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Zelden: overmatige ontwikkeling van de borstklieren bij de man (gynaecomastie)
Algemene aandoeningen en reacties op de toedieningsplaats:
Vaak: koorts (pyrexie), groeivertraging bij langdurige toepassing bij kinderen*
rvg 27252 PILjan2010.doc
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
DEEL I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 01 december 2009
Deel IB2 : Bijsluiter
Bladzijde : 11
Soms: pijn op de borst, vermoeidheid
Zeer zelden: plotselinge hartdood*
Onbekend: onaangenaam gevoel op de borst, zeer hoge koorts (hyperpyrexie)
Onderzoeken
Vaak: veranderingen in bloeddruk en hartslagfrequentie (doorgaans een toename)*, gewichtsverlies*
Soms: hartgeruis*, verhoging leverenzymen
Zeer zelden: verhoging van alkalische fosfatase in bloed, verhoogd bloedbilirubine, verminderd aantal
bloedplaatjes, abnormaal aantal witte bloedcellen
Wanneer één van de bijwerkingen ernstig wordt of als er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze
bijsluiter is vermeld, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
5. HOE BEWAART U METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH?
Methylfenidaathydrochloride 10 PCH buiten bereik en zicht van kinderen bewaren.
Bewaar de tabletten niet boven 25°C, in de originele verpakking.
Uiterste gebruiksdatum
Gebruik Methylfenidaathydrochloride 10 PCH niet meer na de datum op de verpakking achter 'exp'. De
eerste twee cijfers geven de maand aan, de laatste cijfers het jaar.
Deze bijsluiter is voor het laatst herzien/goedgekeurd in januari 2010.
1209.5v.MA
rvg 27252 PILjan2010.doc