Bestanden
Home > Bestanden


Minitran 5, pleister met gereguleerde afgifte 18 mg/6,7 cm2

RegistratienummerRVG 15864
Farmaceutische vormPleister voor transdermaal gebruik
ToedieningswegTransdermaal gebruik
ATCC01DA02 - Glyceryl Trinitrate
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum10 februari 1993
RegistratiehouderMeda Pharma B.V.
Krijgsman 20
1186 DM AMSTELVEEN
Werkzame stof(fen)NITROGLYCERINE
Hulpstof(fen)ETHYL OLEATE (RI)
GLYCERYL MONOLAURATE (E 471) (RI)
ISOOCTYL ACRLYLATE/ACRYLAMIDE COPOLYMER (93/7) (RI)
POLYETHYLEEN
Download: Bijsluiter PDF
Zie ook: IB-tekst


PatiŽntenbijsluiter Minitran pleisters met gereguleerde afgifte

Meda Pharma BV
Krijgsman 20
1186 AD Amstelveen

Samenstelling

Een pleister Minitran 5 van 6,7 cm2 bevat 18,0 mg nitroglycerine.
Een pleister Minitran 10 van 13,3 cm2 bevat 36,0 mg nitroglycerine.
Een pleister Minitran 15 van 20,0 cm2 bevat 54,0 mg nitroglycerine.

Werking

Minitran 5, 10 en 15 zijn pleisters met gereguleerde afgifte, ook wel genoemd
transdermale therapeutische toedieningssystemen. Dat wil zeggen dat het in de pleister
aanwezige nitroglycerine zeer gelijkmatig en nauwkeurig wordt afgegeven en aldus door
de huid heen in het bloed komt. Doordat afhankelijk van de pleister gedurende het dragen
een bepaalde hoeveelheid nitroglycerine in het bloed komt, kunnen aanvallen van
hartkramp (angina pectoris) tijdens inspanning en in rust, als er sprake is van een
verminderd zuurstof aanbod van de kransslagaders aan het hart, worden voorkomen.
Om verlies van effectiviteit tegen te gaan, dient men een nitraatvrij interval van 8 uur in
acht te nemen. Dit betekent dat de pleister voor de nacht verwijderd dient te worden of,
indien de pijn 's nachts optreedt, alleen gedurende de nacht gedragen dient te worden.
Continu gebruik wordt ontraden.
Indien de aanvallen van angina pectoris aanhouden, dient u contact op te nemen met de
behandelend arts.
De pleisters hechten goed aan de huid. Douchen, zwemmen en sportbeoefening zijn
mogelijk zonder dat de werkzaamheid van de pleisters verloren gaat. De kleefstoffen van
de pleisters zijn niet irriterend.

Voordat het geneesmiddel gebruikt wordt

Minitran mag niet gebruikt worden indien er sprake is van overgevoeligheid voor
organische nitraatverbindingen (zoals nitroglycerine), ernstige bloedarmoede, plotselinge
bloeddrukdalingen en ziekten die gepaard gaan met een verhoogde druk
binnen de schedel of binnen het oog.
U mag geen sildenafil (Viagra) gebruiken.

Bijwerkingen

Bij de aanvang van de therapie kan hoofdpijn optreden die over het algemeen vermindert
bij voortgezette behandeling. Duizeligheid, hartkloppingen, versnelling van de hartslag,
plotse bloeddrukdaling, flauwtes en roodkleuring van de huid, al dan niet gepaard gaande
met jeuk, kunnen optreden, in zeldzame gevallen ook misselijkheid en braken.





« Vorige
[Minitran 5, pleister met gereguleerde afgifte 18 mg/6,7 cm2]
Volgende »
[Minitran 10, pleister met gereguleerde afgifte 36 mg/13,3 cm2]