Quinapril 5 PCH, filmomhulde tabletten 5 mg
Registratienummer: RVG 29477
QUINAPRIL 5 - 10 - 20 - 40 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I: ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 17 augustus 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 1
LEES DEZE BIJSLUITER ZORGVULDIG DOOR VOORDAT U START MET HET GEBRUIK VAN DIT
GENEESMIDDEL.
• Bewaar deze bijsluiter, het kan nodig zijn om deze nogmaals door te lezen.
• Heeft u nog vragen, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
• Dit geneesmiddel is aan u persoonlijk voorgeschreven, geef dit geneesmiddel niet door aan
anderen. Dit geneesmiddel kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als de verschijnselen dezelfde zijn als
waarvoor u het geneesmiddel heeft gekregen.
Inhoud van deze bijsluiter
1. Wat is
Quinapril PCH en waarvoor wordt het gebruikt?
2. Wat u moet weten voordat u Quinapril PCH inneemt
3. Hoe wordt Quinapril PCH ingenomen?
4. Mogelijke bijwerkingen
5. Hoe bewaart u Quinapril PCH?
Quinapril 5 PCH, filmomhulde tabletten 5 mg
Quinapril 10 PCH, filmomhulde tabletten 10 mg
Quinapril 20 PCH, filmomhulde tabletten 20 mg
Quinapril 40 PCH, filmomhulde tabletten 40 mg
• Het werkzame bestanddeel is
quinaprilhydrochloride, overeen komend met 5, 10, 20 of 40 mg quinapril per filmomhulde tablet.
• Andere bestanddelen (hulpstoffen) zijn
magnesiumcarbonaat (E504), calciummonowaterstoffosfaat (E341), gelatine (E441), crospovidon,
magnesiumstearaat (E470b),
hypromellose (E464), titaandioxide (E171),
macrogol, geel ijzeroxide
(E172).
Registratiehouder
Pharmachemie B.V.
Swensweg 5
2031 GA Haarlem
rvg 29477_8_9_80 SPC 0810.4V.AK ren
QUINAPRIL 5 - 10 - 20 - 40 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I: ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 17 augustus 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 2
In het register ingeschreven onder
RVG 29477, filmomhulde tabletten 5 mg.
RVG 29478, filmomhulde tabletten 10 mg.
RVG 29479, filmomhulde tabletten 20 mg.
RVG 29480, filmomhulde tabletten 40 mg.
1. WAT IS QUINAPRIL PCH EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT? Farmaceutische vorm en inhoud
De tabletten zijn verpakt in een stripverpakking à 28, 30, 50, 56, 100, 300 stuks en in
eenheidsafleververpakkingen à 50 stuks.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Geneesmiddelengroep
Quinapril PCH behoort tot de groep van geneesmiddelen die angiotensine converting enzyme remmers
(ACE-remmers) wordt genoemd, een groep van bloeddrukverlagende middelen.
Gebruiken
- bij verhoogde bloeddruk
- bij verminderde hartwerking, hartzwakte.
2. WAT U MOET WETEN VOORDAT U QUINAPRIL PCH INNEEMT Gebruik Quinapril PCH niet
- wanneer u overgevoelig bent voor quinapril, voor andere bestanddelen van de tabletten of voor een
ander medicijn uit de groep van de ACE remmers
- indien u in het verleden overgevoeligheidsreacties zoals huidreacties en plotselinge vochtophoping
in de huid en slijmvliezen (bijv. keel of tong), ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en huiduitslag
(zogenaamd angioneurotisch oedeem) heeft gehad na het gebruik van een ACE-remmer
- wanneer u last krijgt van zogenaamd angioneurotisch oedeem, zonder aanwijsbare oorzaak of
indien dit in uw familie heerst
- tijdens het tweede of derde trimester van uw zwangerschap.
Wees extra voorzichtig met Quinapril PCH
-
u kunt nl. last krijgen van een te sterke bloeddrukdaling. Dit is zeldzaam maar kan optreden, b.v. na
de eerste dosis, indien u te weinig lichaamsvocht heeft (b.v. als gevolg van braken, een zoutarm
dieet, nierspoelen, diarree of therapie met plasmiddelen) of indien bij u sprake is van een bepaalde
vorm van hoge bloeddruk (zogenaamde ernstige renine-afhankelijke hypertensie). Een te sterke
bloeddrukdaling kan ook optreden indien u last heeft van hartfalen. De kans hierop is groter indien u
een ernstige mate van hartfalen heeft, waardoor u hoge doseringen lisdiuretica (een bepaalde
groep plasmiddelen) gebruikt, te weinig
natrium in uw bloed heeft (hyponatriëmie) of een
rvg 29477_8_9_80 SPC 0810.4V.AK ren
QUINAPRIL 5 - 10 - 20 - 40 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I: ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 17 augustus 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 3
verminderde nierwerking heeft. Indien u een grotere kans heeft dat een te sterke bloeddrukdaling bij
u op kan treden dient u nauwkeurig gecontroleerd te worden bij aanvang van de behandeling en
indien de dosering veranderd wordt. Indien u een ischemische hartziekte heeft (een bepaald soort
hartziekte) of aandoeningen aan de bloedvaten in de hersenen (cerebrovasculaire aandoeningen),
geldt dit ook voor u. De behandeling dient dan extra voorzichtig te gebeuren daar een erg grote
bloeddrukdaling zou kunnen leiden tot een hartaanval of een hersenbloeding
-
indien bij u een te lage bloeddruk optreedt. U dient dan in een liggende positie te worden geplaatst
en dient indien nodig een infuus met fysiologisch zout toegediend te krijgen. Dit betekent niet dat
met de behandeling gestopt moet worden. Na herstel van bloedvolume en bloeddruk kan de
therapie wellicht worden hervat, evt. met een lagere dosis
-
indien u last heeft van hartfalen en een normale of lage bloeddruk heeft. Extra verlaging van de
bloeddruk kan optreden. Als dit blijvend is kan verlaging van de dosis of stopzetting van de
behandeling noodzakelijk zijn
-
indien u last heeft van een vernauwing van de grote lichaamsslagader (aortastenose), een
vernauwing in het hart (mitraalklepstenose) of een verdikte hartspierwand (hypertrofische
cardiomyopathie). U dient Quinapril PCH dan met voorzichtigheid te gebruiken
-
indien u last heeft van hartfalen. Sterke bloeddrukverlaging door het gebruik van Quinapril PCH kan
leiden tot een verminderde werking van uw nieren en zelfs leiden tot acuut nierfalen (wat over het
algemeen tijdelijk is)
-
indien u een vernauwing van één of beide nierslagaders (nierarteriestenose) heeft; Quinapril PCH
kan een verhoging geven van enkele stoffen in het bloed (het zogenaamde ureum- en
creatininegehalte kan dan stijgen), in het bijzonder indien u last heeft van een verminderde werking
van uw nieren
-
indien u last heeft van een verhoogde bloeddruk ten gevolge van vernauwing van de nierslagader
(renovasculaire hypertensie); u heeft meer kans op ernstige bloeddrukdaling en een verminderde
werking van uw nieren. Daarom dient in dit geval de behandeling onder strikt medisch toezicht
plaats te vinden met lage doses en voorzichtige dosisverhogingen. Tevens dient eventuele
behandeling met plasmiddelen (diuretica) stopgezet te worden. Verder dient de werking van de
nieren gedurende de eerste weken van de behandeling in de gaten gehouden te worden
-
omdat Quinapril PCH bij sommige patiënten met een hoge bloeddruk, die geen nieraandoeningen
(renovasculaire aandoeningen) hebben, een verhoging kan geven van enkele stoffen in het bloed
(het zogenaamde ureum- en creatininegehalte kan dan stijgen). Deze toenames zijn over het
algemeen klein en tijdelijk, in het bijzonder indien Quinapril PCH gelijktijdig met een plasmiddel
(diureticum) gegeven wordt. Indien dit zich voordoet dient de behandeling te worden gestopt. De
behandeling kan later evt. hervat worden met een verlaagde dosering. De kans op het optreden van
deze bijwerkingen is groter indien patiënten een bestaande nieraandoening hebben
-
indien u last krijgt van overgevoeligheidsreacties zoals huidreacties en plotselinge vochtophoping in
de huid en slijmvliezen (bijv. in gezicht, armen en/of benen, lippen, tong, keel, strottenhoofd),
ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en huiduitslag (zogenaamd angioneurotisch oedeem). U dient
het gebruik van Quinapril PCH onmiddellijk te staken, er dienen geschikte maatregelen genomen te
worden en u dient nauwlettend te worden geobserveerd totdat de symptomen volledig zijn
verdwenen. Bij zwelling in de tong, de keel of het strottenhoofd kunnen de luchtwegen geblokkeerd
rvg 29477_8_9_80 SPC 0810.4V.AK ren
QUINAPRIL 5 - 10 - 20 - 40 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I: ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 17 augustus 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 4
raken, in het bijzonder indien u een operatie aan de luchtwegen heeft gehad. In deze gevallen dient
onmiddellijk eerste-hulp behandeling plaats te vinden
-
indien u van het negroïde ras bent. Quinapril PCH kan nl. bij negroïde patiënten sneller leiden tot
ernstige overgevoeligheidsreacties (angioneurotisch oedeem, zie vorig punt) dan bij niet-negroïde
patiënten
-
wanneer u eerder last heeft gehad van angioneurotisch oedeem, zonder dat dit te maken had met
het gebruik van een zogenaamde ACE-remmer; u heeft een verhoogde kans op angioneurotisch
oedeem
-
indien uw bloed kunstmatig gespoeld wordt (dialyse) met high-fluxmembranen (b.v. AN 69). In dit
geval kunnen ernstige overgevoeligheidsreacties (anafylactische reacties) optreden. Daarom dient
in overweging te worden genomen om een ander type dialysemembraan of een andere groep van
bloeddrukverlagende middelen te gebruiken
-
tijdens LDL-aferese (bepaalde behandeling voor de verwijdering van cholesterol uit het bloed) met
dextransulfaat. Er kunnen nl. levensbedreigende overgevoeligheidsreacties optreden. Deze kunnen
voorkomen worden door de behandeling met Quinapril PCH tijdelijk te onderbreken voor iedere
aferese-sessie
-
indien deze behandeling gelijktijdig wordt toegediend met een allergieverminderende kuur
(desensibilisatiekuur) voor insectengif (bijv. bijen- en wespensteken). Er kunnen nl.
levensbedreigende overgevoeligheidsreacties optreden. Deze kunnen voorkomen worden door de
behandeling met Quinapril PCH tijdelijk te onderbreken
-
omdat deze behandeling in verband is gebracht met leverafwijkingen die soms de dood tot gevolg
hebben gehad. Indien geelzucht of sterke verhogingen van bepaalde leverspecifieke stoffen in het
bloed worden aangetroffen dient het gebruik van Quinapril PCH gestopt te worden en juiste
vervolgbehandeling gestart te worden
-
omdat bloedafwijkingen op kunnen treden. Bloedafwijkingen die kunnen optreden als gevolg van
het gebruik van Quinapril PCH zijn dalingen in aantallen bloedplaatjes gepaard gaande met blauwe
plekken en bloedingsneiging (trombocytopenie), veranderingen in het aantal rode bloedlichaampjes
die gepaard kunnen gaan met bloedarmoede (anemie), dalingen in de hoeveelheid van bepaalde
witte bloedlichaampjes met plotselinge hoge koorts, heftige keelpijn en zweertjes in de mond
(agranulocytose) en een tekort aan witte bloedlichaampjes gepaard gaande met verhoogde
gevoeligheid voor infecties (neutropenie). Indien neutropenie optreedt of wordt vermoed dient de
behandeling gestaakt te worden
-
indien u last heeft van bindweefselaandoeningen, geneesmiddelen gebruikt die het afweersysteem
onderdrukken (immunosuppressiva), of behandeld wordt met
allopurinol (middel tegen jicht) of
procaïnamide (middel tegen hartritmestoornissen). U dient Quinapril PCH met extreme
voorzichtigheid te gebruiken, in het bijzonder indien u een verminderde nierwerking heeft. In
sommige gevallen ontwikkelden zich nl. ernstige infecties die in enkele gevallen niet te behandelen
waren met antibiotica. Patiënten wordt geadviseerd om periodiek het aantal witte bloedlichaampjes
te laten controleren en ieder symptoom dat duidt op een infectie te melden
-
omdat tijdens de behandeling met Quinapril PCH een droge
hoest kan optreden, die verdwijnt na
stopzetting van de behandeling
-
indien u een grote operatie moet ondergaan en/of onder narcose moet worden gebracht. In deze
gevallen kan een te lage bloeddruk ontstaan. Voorafgaand aan chirurgische ingrepen dient u
rvg 29477_8_9_80 SPC 0810.4V.AK ren
QUINAPRIL 5 - 10 - 20 - 40 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I: ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 17 augustus 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 5
daarom de anesthesist (verantwoordelijk voor de toediening van de narcose) te vertellen dat u
Quinapril PCH gebruikt
-
indien uw nieren minder goed werken, u suikerziekte (diabetes mellitus) heeft, gelijktijdig
kaliumsparende plasmiddelen, kaliumsupplementen, kaliumbevattende vervangingsmiddelen voor
zout of andere middelen die de hoeveelheid
kalium in uw bloed kunnen verhogen gebruikt. In deze
gevallen kan Quinapril PCH de hoeveelheid kalium in uw bloed verhogen. Indien u één of meerdere
van de hierboven genoemde middelen gelijktijdig met Quinapril PCH moet gebruiken wordt daarom
aanbevolen om de hoeveelheid kalium in uw bloed regelmatig te laten controleren
-
indien u suikerziekte heeft en behandeld wordt met zogenaamde orale (via de mond) anti-diabetica
of
insuline (bepaalde middelen tegen suikerziekte). Quinapril PCH kan nl. de controle van uw
bloedsuikerspiegel beïnvloeden. Daarom dient u de dosering van
insuline en/of orale (via de mond)
antidiabetica te controleren en zonodig aan te passen tijdens de eerste maand van de behandeling
met Quinapril PCH
-
en het gelijktijdig gebruik van
lithium (middel tegen depressie). Gelijktijdig gebruik wordt over het
algemeen niet aanbevolen
-
wanneer u zwanger bent; de behandeling met Quinapril PCH dient zo snel mogelijk te worden
beëindigd
-
bij het geven van borstvoeding; het gebruik van Quinapril PCH wordt afgeraden.
Raadpleeg uw arts als één van de bovenstaande waarschuwingen op u van toepassing is, of dat in het
verleden is geweest.
Zwangerschap
Tijdens de zwangerschap dit geneesmiddel niet gebruiken. Zodra u een zwangerschap vermoedt of een
kinderwens heeft, dient u uw arts te raadplegen.
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.
Borstvoeding
Quinapril kan terecht komen in de moedermelk. Tijdens de periode van borstvoeding mag u dit
geneesmiddel niet gebruiken.
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Het gebruik van Quinapril PCH kan soms duizeligheid en moeheid tot gevolg hebben (zie “Mogelijke
bijwerkingen”). Als u last heeft van deze bijwerkingen, bestuur dan geen voertuigen en/of bedien geen
machines die oplettendheid vereisen.
Gebruik van Quinapril PCH in combinatie met andere geneesmiddelen
Let op: de volgende opmerkingen kunnen ook van toepassing zijn op het gebruik van geneesmiddelen
enige tijd geleden of in de nabije toekomst.
De in deze rubriek genoemde geneesmiddelen kunnen bij u bekend zijn onder een andere naam, vaak
de merknaam. In deze rubriek wordt alleen de naam van de werkzame stof of van de groep van
rvg 29477_8_9_80 SPC 0810.4V.AK ren
QUINAPRIL 5 - 10 - 20 - 40 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I: ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 17 augustus 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 6
werkzame stoffen van het geneesmiddel genoemd en niet de merknaam! Kijk daarom altijd goed op de
verpakking of in de bijsluiter wat de werkzame stof is van de geneesmiddelen die u gebruikt.
Een wisselwerking wil zeggen dat (genees)middelen bij gelijktijdig gebruik elkaars werking en/of
bijwerking beïnvloeden. Een wisselwerking kan optreden bij gelijktijdig gebruik van deze tabletten met:
- diuretica (plasmiddelen); plasmiddelen geven een bloeddrukverlaging die opgeteld kan worden bij de
bloeddrukverlaging als gevolg van Quinapril PCH. Voorafgaand gebruik van plasmiddelen kan leiden
tot een te lage bloeddruk wanneer gestart wordt met de behandeling met Quinapril PCH. Het effect
van plasmiddelen kan verminderd worden door het gebruik van deze plasmiddelen te staken voordat
begonnen wordt met de behandeling met Quinapril PCH
- kaliumsupplementen, kaliumsparende plasmiddelen (b.v.
spironolacton,
triamtereen of
amiloride) en
kaliumbevattende vervangingsmiddelen voor zout; indien één van deze middelen gelijktijdig met
Quinapril PCH wordt gebruikt kan het kaliumgehalte van het bloed aanmerkelijk hoger worden, in het
bijzonder bij patiënten met een verminderde nierwerking
- lithium (een middel tegen manie of een depressie); de hoeveelheid lithium in uw lichaam kan
verhoogd worden. Uw arts kan daarom tijdens de behandeling met Quinapril PCH de hoeveelheid
lithium in uw bloed controleren. Gelijktijdig gebruik met zogenaamde thiazidediuretica (plasmiddelen)
kan deze verhoging extra doen toenemen
- groep van pijnstillende middelen met ook een ontstekingsremmende en koortswerende werking
(NSAIDs, zoals bijvoorbeeld
indometacine,
ibuprofen,
diclofenac en
naproxen); de werking van
Quinapril PCH kan verminderen
-
andere bloeddrukverlagende middelen (
nitroglycerine en andere nitraten, of andere middelen die
bloeddrukverlagend werken door bloedvaten te verwijden (vasodilatoren)), tricyclische
antidepressiva (bepaalde middelen tegen neerslachtigheid), antipsychotica (middelen tegen ernstige
geestesziekten) en anesthetica (narcosemiddelen); gelijktijdig gebruik van Quinapril PCH met één
van deze middelen kan leiden tot verdere bloeddrukdaling
-
sympathicomimetica (middelen met een stimulerende werking op een bepaald deel van het
zenuwstelsel en die de werking van
adrenaline nabootsen); deze middelen kunnen de
bloeddrukverlagende effecten van Quinapril PCH verminderen. Als u deze middelen gelijktijdig
gebruikt dient uw arts u nauwgezet te controleren
-
antidiabetica (bepaalde middelen tegen suikerziekte); gelijktijdig gebruik van antidiabetica (insulines,
orale (via de mond) antidiabetica) en Quinapril PCH kan het bloedsuikerverlagende effect van deze
middelen versterken met kans op het ontstaan van een te lage bloedsuikerspiegel. Dit komt
waarschijnlijk vaker voor tijdens de eerste weken van gelijktijdig gebruik alsmede bij patiënten met
een verminderde nierwerking
-
nitraten (groep van bloeddrukverlagende middelen),
acetylsalicylzuur (
aspirine; in lage doseringen
tegen bepaalde hartklachten), thrombolytica (middelen die bloedstolsels kunnen oplossen) en
bètablokkers (bepaalde middelen toegepast bij hoge bloeddruk, bepaalde hartklachten en verhoogde
oogdruk); Quinapril PCH kan gelijktijdig met deze middelen gebruikt worden.
Informeer uw arts of apotheker wanneer u deze of andere (genees)middelen gebruikt of kort geleden
heeft gebruikt. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder recept kunt verkrijgen.
rvg 29477_8_9_80 SPC 0810.4V.AK ren
QUINAPRIL 5 - 10 - 20 - 40 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I: ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 17 augustus 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 7
3. HOE WORDT QUINAPRIL PCH INGENOMEN? Dosering en wijze van gebruik
Verhoogde bloeddruk
De gebruikelijke begindosis van Quinapril PCH is 10 mg éénmaal daags. Als dit niet voldoende is om
uw bloeddruk te verlagen, kan uw arts de dosering verhogen tot 20-40 mg per dag, éénmaal daags of
verdeeld over twee toedieningen. Patiënten zijn behandeld met doseringen tot aan 80 mg per dag.
Gelijktijdig gebruik van plasmiddelen
Als u al behandeld wordt met plasmiddelen, is de begindosering 5 mg per dag. De dosis kan vervolgens
door uw arts verhoogd worden totdat het optimale effect wordt bereikt.
Verminderde nierwerking
Als u een lichte tot matig verminderde nierwerking heeft, zal uw arts de begindosering van Quinapril
PCH verlagen. Als u een ernstig verminderde nierfunctie heeft of als u gedialyseerd wordt, mag u
Quinapril PCH niet gebruiken (zie ook rubriek ‘Gebruik Quinapril PCH niet’).
Oudere patiënten (> 65 jaar)
Omdat de nierfunctie achteruit lijkt te gaan bij het ouder worden, zal uw arts u een begindosering geven
van 5 mg éénmaal daags. Vervolgens zal hij de optimale dosering voor u bepalen.
Kinderen
De werking en veiligheid van Quinapril PCH is bij kinderen niet vastgesteld (zie ook rubriek ‘Gebruik
Quinapril PCH niet’).
Verminderde hartwerking
Afhankelijk of u een in milde of in ernstigere mate verminderde hartwerking heeft, zal uw arts u een
begindosering van 5 mg of 2.5 mg Quinapril PCH per dag geven. Uw arts zal u nauwkeurig controleren
tijdens het instellen van de behandeling met Quinapril PCH (zie ook rubriek ‘Wees extra voorzichtig met
Quinapril PCH’). De dosis kan door uw arts verhoogd worden naar 40 mg per dag. Afhankelijk van de
ernst van de verminderde hartwerking wordt deze dosis verdeeld over een of twee giften. Eventueel
krijgt u gelijktijdig met Quinapril PCH ook nog een plasmiddel of een middel om uw hart rustiger te
maken. De meeste patiënten blijven goed onder controle met 10 of 20 mg per dag, gegeven in één of
twee giften met gelijktijdig andere medicijnen.
Als u merkt dat Quinapril PCH te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
Wat u moet doen wanneer u te veel van Quinapril PCH heeft ingenomen
Wanneer u teveel van Quinapril PCH heeft ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of
apotheker. Wanneer u teveel Quinapril PCH heeft ingenomen kunt u last krijgen van een te lage
bloeddruk.
rvg 29477_8_9_80 SPC 0810.4V.AK ren
QUINAPRIL 5 - 10 - 20 - 40 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I: ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 17 augustus 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 8
Wat u moet doen wanneer u bent vergeten Quinapril PCH in te nemen
Wanneer u een dosis gemist hebt, neem dan zo snel mogelijk deze dosis alsnog in. Als het echter bijna
tijd is voor de volgende dosis, sla dan de gemiste dosis over en ga verder met uw normale
doseringsschema. Neem nooit een dubbele dosis van Quinapril PCH om zo de vergeten dosis in te
halen.
Raadpleeg bij twijfel uw arts of apotheker.
Effecten die u kunt verwachten wanneer de behandeling met Quinapril PCH wordt gestopt
Wanneer u zonder advies van uw arts plotseling stopt met het gebruik van Quinapril PCH kunnen de
verschijnselen van voor de behandeling met Quinapril PCH weer optreden.
Raadpleeg bij twijfel altijd uw arts.
4. MOGELIJKE BIJWERKINGEN Zoals alle geneesmiddelen kan Quinapril PCH bijwerkingen veroorzaken.
Bijwerkingen hoeven niet bij iedereen op te treden.
De volgende bijwerkingen kunnen onder meer voorkomen:
Zeer vaak: meer dan 10%
Vaak: 10% of minder, maar meer dan 1%
Soms: 1% of minder, maar meer dan 0,1%
Zelden: 0,1% of minder, maar meer dan 0,01%
Zeer zelden, inclusief incidentele meldingen: 0,01% en minder
Afweersysteem
Blarenkoorts (pemphigus), koorts.
Zeer zelden, inclusief incidentele meldingen
Overgevoeligheidsreactie met dikke mond, lippen en keel en kortademigheid. Soms moet uw arts de
behandeling met Quinapril PCH stoppen.
Bloed
Bloedarmoede, vochtophoping.
Zenuwstelsel
Hoofdpijn, duizeligheid, slapeloosheid, slaperigheid, zenuwachtigheid, depressie.
Hart
Verlaagde bloeddruk, hartkramp, versnelde hartslag, hartkloppingen, flauwvallen.
Zeer zelden, inclusief incidentele meldingen
Duizeligheid, met name bij het gaan staan vanuit zittende of liggende houding.
Bloedvaten
Verwijding van bloedvaten.
Ademhalingsstelsel
Hoesten, ontsteking van het neusslijmvlies, luchtweginfecties, droge mond, ontsteking van slijmvlies van
luchtwegen (bronchitis), kortademigheid.
rvg 29477_8_9_80 SPC 0810.4V.AK ren
QUINAPRIL 5 - 10 - 20 - 40 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I: ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 17 augustus 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 9
Zeer zelden, inclusief incidentele meldingen
Ontsteking van een deel van de long zonder de schadelijke effecten zoals bij een longontsteking
(pneumonitis).
Maag- en darmstelsel
Misselijkheid, braken, gestoorde spijsvertering, diarree, verstopping, ontsteking van de maagwand,
ontsteking van de alvleesklier, opgeblazenheid.
Lever of gal
Geelzucht, verminderde leverwerking.
Huid
Jeuk, uitslag, haaruitval, huiduitslag met afstoting van cellen, zonder aanleiding prikkeling van de
zintuigen, toenemende transpiratie.
Spieren en botten
Spierzwakte, spierpijn, gewrichtspijn.
Nieren en urinewegen
Urineweginfecties, pijnlijke en moeilijke urinelozing, drang om te urineren, verhoogde hoeveelheid
kalium in uw bloed.
Geslachtsorganen
Impotentie.
Algemene aandoeningen en stoornissen op de plaats van toediening
Vermoeidheid.
In geval er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld of die u als ernstig ervaart,
informeer dan uw arts of apotheker.
5. HOE BEWAART U QUINAPRIL PCH?
Bewaren beneden 25°C.
Quinapril PCH buiten het bereik en zicht van kinderen houden.
Uiterste gebruiksdatum
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de datum op de verpakking achter "EXP". De eerste 2 cijfers
geven de maand aan, de laatste cijfers het jaar.
Deze bijsluiter is voor het laatst herzien/goedgekeurd in september 2010
0810.4v.AK
rvg 29477_8_9_80 SPC 0810.4V.AK ren