Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk, aërosol, oplossing 160 microgram per dosis

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 32948
Registratiehouder: Nycomed


Samenvatting van de productkenmerken Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk
Versie april 2009








Pagina 1 van 9

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Alvesco® 160 AeroChamber Plus® met mondstuk, aërosol, oplossing 160 microgram per dosis
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 puf (afgeleverde dosis vanuit het mondstuk) uit Alvesco 160 Inhalator bevat 160 microgram
ciclesonide.

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.3.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Aërosol, oplossing

Helder en kleurloos
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling om persisterend astma bij volwassenen en adolescenten (12 jaar en ouder) te controleren.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Het geneesmiddel is uitsluitend voor gebruik per inhalatie.

Dosisaanbevelingen voor volwassenen en adolescenten:

De aanbevolen dosering Alvesco is 160 microgram éénmaal daags wat leidt tot astmacontrole in de
meerderheid van patiënten. Echter, bij patiënten met ernstig astma heeft een 12 weken durende studie
aangetoond dat een dosering van 640 microgram/dag (gegeven als 320 microgram tweemaal daags)
vermindering van de frequentie van exacerbaties geeft, maar zonder verbetering van de longfunctie
(zie rubriek 5.1). Dosisverlaging tot éénmaal daags 80 microgram kan voor sommige patiënten een
effectieve onderhoudsdosering zijn.

Alvesco dient bij voorkeur 's avonds toegediend te worden, hoewel het 's morgens toedienen van de
dosis Alvesco ook effectief is gebleken. De uiteindelijke beslissing over het 's avonds of 's morgens
toedienen van de dosis wordt overgelaten aan het oordeel van de arts.

De symptomen beginnen te verbeteren binnen 24 uur na aanvang van de behandeling met Alvesco. De
dosering Alvesco dient aangepast te worden aan de individuele patiënt zodra de symptomen onder
controle zijn. Er dient getitreerd te worden tot de minimale dosering die nodig is voor een goede
astmacontrole.

Patiënten met ernstige astma lopen het risico op acute aanvallen en er dient regelmatig beoordeeld te
worden of hun astma onder controle is, inclusief longfunctietests. Toenemend gebruik van
kortwerkende bronchodilatoren ter verlichting van astmasymptomen wijst erop dat de astma steeds
slechter onder controle is. Wanneer patiënten menen dat een verlichtende behandeling met
kortwerkende bronchodilatoren minder effectief wordt, of dat zij meer inhalaties dan gewoonlijk nodig
hebben, moet een arts geraadpleegd worden. In dit geval dienen patiënten opnieuw beoordeeld te
worden en moet de noodzaak voor een intensivering van de anti-inflammatoire behandeling (b.v. een
hogere dosis Alvesco voor een korte periode (zie sectie 5.1) of een kuur met orale corticosteroïden)
04-2009


Samenvatting van de productkenmerken Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk
Versie april 2009








Pagina 2 van 9

overwogen worden. Ernstige exacerbaties van astma dienen op de gebruikelijke manier behandeld te
worden.

Om tegemoet te komen aan specifieke behoeften van de patiënt, zoals problemen met het tegelijkertijd
indrukken van de inhalator en inademen, kan Alvesco gebruikt worden met de voorzetkamer
AeroChamber Plus (raadpleeg voor gedetailleerde instructies de bijsluiter voor de patiënt).

Specifieke patiëntengroepen:
Het is niet nodig de dosis voor oudere patiënten of patiënten met een lever- of nierfunctiestoornis aan
te passen.

Momenteel zijn er onvoldoende gegevens beschikbaar over de behandeling van kinderen jonger dan
12 jaar met ciclesonide.

Instructies voor gebruik en verwerking:
De patiënt moet instructies krijgen over het juiste gebruik van de inhalator.
Als de inhalator nieuw is of gedurende één week of langer niet gebruikt is, moeten drie pufjes in de
lucht gespoten worden. Schudden is niet nodig, aangezien dit een aërosoloplossing is.
Gedurende de inhalatie dient de patiënt bij voorkeur te staan of te zitten en dient de inhalator rechtop
gehouden te worden met de duim op de onderkant, onder het mondstuk.
Informeer de patiënt als volgt: verwijder het beschermkapje van het mondstuk, steek de inhalator in de
voorzetkamer, verwijder het beschermkapje van de voorzetkamer, adem rustig maar volledig uit,
plaats de voorzetkamer in de mond, sluit de lippen rond het mondstuk, druk op de inhalator zodat het
geneesmiddel in de voorzetkamer wordt verstoven en adem langzaam in en uit door de voorzetkamer.
De flow-vu indicator bovenop de voorzetkamer moet naar de patiënt toe bewegen bij het inademen
door de voorzetkamer en terug van hem af bij het uitademen, dit geeft aan dat de patiënt goed ademt
door de voorzetkamer. Vervolgens moet de patiënt de voorzetkamer uit de mond nemen en het
beschermkapje weer terugplaatsen op het mondstuk van de inhalator en van de voorzetkamer.
Het mondstuk van de inhalator dient wekelijks met een droge tissue of doek schoongemaakt te
worden. De inhalator mag niet afgewassen of in water gedompeld worden. De voorzetkamer dient
wekelijks met een sopje schoongemaakt te worden overeenkomstig de instructies.

Raadpleeg voor gedetailleerde instructies de bijsluiter voor de patiënt.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor ciclesonide of één van de hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Zoals bij alle inhalatiecorticosteroïden is voorzichtigheid geboden bij toediening van Alvesco aan
patiënten met actieve of latente longtuberculose, schimmel-, virale of bacteriële infecties en slechts in
die gevallen wanneer de patiënten voldoende behandeld worden.

Zoals bij alle inhalatiecorticosteroïden is Alvesco niet geïndiceerd voor de behandeling van status
astmaticus of andere acute astma-aanvallen waarbij intensieve maatregelen vereist zijn.

Zoals bij alle inhalatiecorticosteroïden is Alvesco niet bedoeld voor het verlichten van acute
astmasymptomen, waarvoor een kortwerkende inhalatie-bronchodilator vereist is. Patiënten dienen
geadviseerd te worden, dergelijke `rescue'-medicatie bij de hand te houden.

Er kunnen zich systemische effecten van inhalatiecorticosteroïden voordoen, met name bij hoge doses
die gedurende langere perioden voorgeschreven worden. Het optreden van deze effecten is veel
04-2009


Samenvatting van de productkenmerken Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk
Versie april 2009








Pagina 3 van 9

minder waarschijnlijk dan bij orale corticosteroïden. Mogelijke systemische effecten omvatten
bijniersuppressie, groeiretardatie bij kinderen en adolescenten, afname van de botmineraaldichtheid,
cataract en glaucoom. Het is derhalve van belang dat de dosis inhalatiecorticosteroïd getitreerd wordt
tot de laagste dosis waarmee de astma effectief onder controle kan worden gehouden.

Het wordt aanbevolen om de lengte van kinderen en adolescenten die langdurig met
inhalatiecorticosteroïden worden behandeld regelmatig te controleren. Indien de groei vertraagd wordt,
moet de therapie heroverwogen worden met als doel het reduceren van de dosis van het
inhalatiecorticosteroïd, indien mogelijk tot de laagste dosis waarmee de astma effectief onder controle
kan worden gehouden. Daarnaast moet een doorverwijzing van de patiënt naar een
kinderlongspecialist overwogen worden.

Er zijn geen gegevens bekend over gebruik bij patiënten met ernstige leverfunctiestoornissen. Men
verwacht een toegenomen blootstelling en daarom dienen deze patiënten gecontroleerd te worden op
mogelijke systemische effecten.

De voordelen van geïnhaleerd ciclesonide moeten de behoefte aan orale steroïden tot een minimum
beperken. Patiënten die overgezet zijn van orale steroïden, blijven echter gedurende een aanzienlijke
tijd na overzetting op geïnhaleerd ciclesonide het risico lopen van een verstoorde bijnierfunctie. De
kans op bijbehorende symptomen kan nog enige tijd aanhouden.

Deze patiënten kunnen advies van een specialist nodig hebben die de mate van onderdrukking van de
bijnierfunctie bepaalt, voordat facultatieve ingrepen worden uitgevoerd. Met de mogelijkheid van een
nog niet volledig herstelde bijnierrespons dient altijd rekening gehouden te worden in een noodsituatie
(medisch of chirurgisch) en in bepaalde situaties die waarschijnlijk stress veroorzaken. In die gevallen
dient een geschikte behandeling met corticosteroïden overwogen te worden.

Voor het overzetten van patiënten die behandeld worden met orale corticosteroïden:

Het overzetten van patiënten behandeld met orale steroïden op geïnhaleerd ciclesonide en hun verdere
behandeling vereist speciale zorg, aangezien herstel van een verstoorde bijnierschorsfunctie,
veroorzaakt door langdurige behandeling met systemische steroïden, een aanzienlijke tijd kan duren.

Patiënten behandeld met systemische steroïden gedurende lange tijd of met een hoge dosering kunnen
lijden aan bijnierschorssuppressie. Bij deze patiënten dient de bijnierschorsfunctie regelmatig
gecontroleerd te worden en hun dosis systemische steroïden dient voorzichtig verlaagd te worden.

Na ongeveer een week wordt begonnen met het geleidelijk staken van de toediening van het
systemisch steroïd door de dosis te verlagen met 1 mg prednisolon per week, of equivalenten daarvan.
Bij onderhoudsdoses van meer dan 10 mg prednisolon per dag is het mogelijk om voorzichtig gebruik
te maken van grotere verlagingen van de dosering met tussenpozen van een week.

Sommige patiënten hebben last van een gevoel van algehele malaise tijdens de fase van het geleidelijk
staken van toediening ondanks behoud of zelfs verbetering van de ademhalingsfunctie. Zij dienen
gestimuleerd te worden om het gebruik van geïnhaleerd ciclesonide voort te zetten en door te gaan met
het geleidelijk staken van de toediening van het systemisch steroïd, tenzij er objectieve tekenen van
bijnierinsufficiëntie optreden.

Patiënten die overgezet zijn van orale steroïden en bij wie de bijnierschorsfunctie nog steeds verstoord
is, dienen een steroïd-waarschuwingskaart bij zich te dragen, waarop aangegeven is dat zij
04-2009


Samenvatting van de productkenmerken Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk
Versie april 2009








Pagina 4 van 9

aanvullende systemische steroïden nodig hebben tijdens periodes van stress, b.v. verergerde astma-
aanvallen, thoraxinfecties, ernstige bijkomende ziekten, operatieve ingrepen, trauma, enz.

Vervanging van behandeling met systemische steroïden door inhalatietherapie brengt soms allergieën
zoals allergische rinitis of eczeem aan het licht, die eerder onder controle gehouden werden door een
systemisch geneesmiddel.

Paradoxaal bronchospasme met een onmiddellijke toename van piepende ademhaling (wheezing) of
andere symptomen van bronchoconstrictie na toediening dienen behandeld te worden met een
kortwerkende inhalatie-bronchodilator, die normaliter voor snelle verlichting zorgt. De toestand van
de patiënt dient beoordeeld te worden en de behandeling met Alvesco dient alleen voortgezet te
worden, als na zorgvuldige afweging het te verwachten voordeel groter is dan het mogelijke risico.
Een verband tussen de ernst van de astma en de algemene gevoeligheid voor acute bronchiale reacties
mag niet uit het oog verloren worden (zie sectie 4.8).

De inhalatietechniek van de patiënt dient regelmatig gecontroleerd te worden, om ervoor te zorgen dat
de activering van de inhalator synchroon verloopt met het inhaleren om een optimale aflevering in de
longen te waarborgen.

De gelijktijdige behandeling met ketoconazol of andere krachtige CYP3A4-inhibitoren moet worden
vermeden tenzij het voordeel opweegt tegen het verhoogde risico van systemische bijwerkingen van
corticosteroïden (zie sectie 4.5).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Uit in-vitro gegevens blijkt dat CYP3A4 het belangrijkste enzym is dat betrokken is bij het
metabolisme van de actieve metaboliet van ciclesonide M1 in de mens.
In een geneesmiddelinteractie studie bij steady-state, met ciclesonide en ketoconazol als krachtige
CYP3A4-inhibitor, was de blootstelling aan het actieve metaboliet M 1 ongeveer 3,5-maal verhoogd,
terwijl de blootstelling aan ciclesonide niet werd beïnvloed. Daarom dient het gelijktijdig toedienen
van krachtige CYP 3A4-inhibitoren (b.v. ketoconazol, itraconazol en ritonavir of nelfinavir) vermeden
te worden tenzij het voordeel opweegt tegen het verhoogde risico van systemische bijwerkingen van
corticosteroïden.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Er zijn geen adequate en goed gecontroleerde studies gedaan bij zwangere vrouwen.
In dierstudies blijken glucocorticosteroïden malformaties te induceren (zie sectie 5.3). Het is niet
waarschijnlijk dat dit relevant is voor de mens, gezien de aanbevolen inhalatie doseringen.

Net als bij andere geïnhaleerde glucocorticosteroïden dient ciclesonide uitsluitend gebruikt te worden
tijdens zwangerschap wanneer het mogelijk voordeel voor de moeder het mogelijke risico voor de
foetus rechtvaardigt. De laagst mogelijke effectieve dosering van ciclesonide om een adequate astma
controle te bereiken dient gebruikt te worden.

Kinderen van moeders die corticosteroïden kregen tijdens de zwangerschap, moeten zorgvuldig
gecontroleerd worden op hypoadrenalisme.

Het is niet bekend of geïnhaleerd ciclesonide uitgescheiden wordt in moedermelk. Het gebruik van
ciclesonide door vrouwen die borstvoeding geven zou slechts overwogen moeten worden, wanneer het
verwachte voordeel voor de moeder groter is dan ieder mogelijk risico voor het kind.
04-2009


Samenvatting van de productkenmerken Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk
Versie april 2009








Pagina 5 van 9

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Geïnhaleerd ciclesonide heeft geen of verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het
vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Ca. 45% van de patiënten ondervond bijwerkingen in klinische studies met Alvesco dat gegeven werd
in een dosisbereik van 40 tot 1280 microgram per dag. In de meerderheid van de gevallen waren deze
mild en behoefde de behandeling met Alvesco niet gestaakt te worden.

Frequentie
Soms
Zeer zelden

(>1/1.000, <1/100)
(<1/10.000, incl. geïsoleerde
Orgaansysteem
gevallen)
Hartaandoeningen
Hartkloppingen**
Maagdarmstelselaandoeningen Misselijkheid,
braken*
Buikpijn*
Onaangename smaak
Dyspepsie*
Algemene aandoeningen en Reacties op de plaats van
toedieningsplaatsstoornissen
toediening
Droogheid op de plaats van
toediening.
Immuunsysteem-
Angio-oedeem
aandoeningen
Overgevoeligheid
Infecties en parasitaire
Orale schimmelinfecties*

aandoeningen
Zenuwstelselaandoeningen Hoofdpijn*

Ademhalingsstelsel-, borstkas- Dysfonie

en mediastinumaandoeningen
Hoesten na inhalatie*
Paradoxale bronchospasme*
Huid- en
Eczeem en huiduitslag

onderhuidaandoeningen
Bloedvataandoeningen
Hypertensie

*
Overeenkomstige of lagere incidentie in vergelijking met placebo.
**
In klinische studies werden hartkloppingen waargenomen in gevallen die vaak verward
werden met aanvullende medicatie met bekende effecten op het hart (zoals theophylline of
salbutamol).

Paradoxaal bronchospasme kan onmiddellijk na toediening optreden en is een aspecifieke acute reactie
op alle geïnhaleerde geneesmiddelen die in verband kan staan met het werkzame bestanddeel, de
hulpstof of evaporatieafkoeling in het geval van dosis-aërosolen. In ernstige gevallen dient overwogen
te worden het gebruik van Alvesco te staken.
Systemische effecten van inhalatiecorticosteroïden kunnen zich voordoen, met name bij hoge doses
die gedurende langere periodes voorgeschreven worden. Mogelijke systemische effecten zijn
syndroom van Cushing, Cushing-achtige kenmerken, bijniersuppressie, groeiretardatie bij kinderen en
adolescenten, afname in botmineraaldichtheid, cataract, glaucoom (zie ook sectie 4.4).
4.9 Overdosering
Acuut:
Inhalatie door gezonde vrijwilligers van één enkele dosis van 2880 microgram ciclesonide werd goed
verdragen.
04-2009


Samenvatting van de productkenmerken Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk
Versie april 2009








Pagina 6 van 9

De mogelijkheid van acute toxische effecten na een overdosis geïnhaleerd ciclesonide is gering. Na
acute overdosering is geen specifieke behandeling noodzakelijk.

Chronisch:
Na langdurige toediening van 1280 microgram ciclesonide werden geen klinische tekenen van
bijniersuppressie waargenomen. Als echter een hogere dan aanbevolen dosering wordt gebruikt
gedurende langere periodes, dan kan een zekere graad van bijniersuppressie niet uitgesloten worden.
Controle van de bijnierfunctie kan nodig zijn.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: overige geneesmiddelen voor obstructieve aandoeningen van de
luchtwegen, inhalatiemiddelen, glucocorticoïden, ATC-code: R03B A08

Ciclesonide toont een geringe bindingsaffiniteit met de glucocorticoïdreceptor. Na orale inhalatie
wordt ciclesonide in de longen enzymatisch omgezet in de voornaamste metaboliet (C21-des-
methylpropionyl-ciclesonide) die een krachtige anti-inflammatoire werking heeft en derhalve wordt
beschouwd als de actieve metaboliet.

In vier klinische studies is aangetoond dat ciclesonide bij hyperreactieve patiënten de luchtweg
hyperresponsiviteit op adenosinemonofosfaat vermindert met een maximaal effect dat wordt
waargenomen bij de dosis van 640 microgram. In een andere studie zwakte voorbehandeling met
ciclesonide gedurende zeven dagen de reacties tijdens de vroege en late fase na expositie aan een
geïnhaleerd allergeen aanzienlijk af. Bovendien werd aangetoond dat de behandeling met geïnhaleerd
ciclesonide de toename van ontstekingscellen (totale eosinofielen) en inflammatoire mediatoren in
opgewekt sputum verminderde.

In een gecontroleerde studie werd de 24-uurs plasmacortisol AUC in 26 volwassen astma patiënten
gedurende 7 dagen behandeling gemeten. Vergeleken met placebo, werd bij de behandeling met 320,
640 en 1280 microgram/dag geen statisch significante verlaging gezien van de 24 uurs
tijdsgemiddelden van plasmacortisol (AUC (0-24) /24 uur) noch was er een dosis afhankelijk effect te
zien.

In een klinische studie waarbij 164 volwassen mannelijke en vrouwelijke astmatische patiënten
betrokken waren, werd ciclesonide gegeven in doses van 320 microgram of 640 microgram/dag
gedurende 12 weken. Na stimulatie met 1 en 250 microgram cosyntropine werden geen significante
veranderingen in plasmacortisolspiegels waargenomen in vergelijking met placebo.

Dubbelblinde placebo-gecontroleerde studies met een duur van 12 weken bij volwassenen en
adolescenten, hebben aangetoond dat behandeling met ciclesonide resulteerde in een verbeterde
longfunctie, bepaald met behulp van FEV1 en expiratoire piekstroom, een verbeterde beheersing van
astmasymptomen en een verminderde behoefte aan geïnhaleerde beta-2 agonist.

In een 12 weken durende studie met 680 ernstige astmapatiënten, die eerder met 500 ­ 1000
microgram fluticason propionaat per dag of equivalent werden behandeld, bleven 87,3 % en 93,3 %
van de patiënten gedurende de behandeling met respectievelijk 160 of 640 microgram ciclesonide
exacerbatie-vrij. Aan het eind van de 12 weken durende studie, toonden de resultaten een statistisch
significant verschil tussen de doses ciclesonide van 160 microgram en 640 microgram per dag wat
betreft het optreden van een exacerbatie, na de eerste dag van de studie: 43 patiënten /339 (= 12,7%) in
de groep met 160 microgram per dag en 23 patiënten /341 (6.7%) in de groep met 640 microgram per
04-2009


Samenvatting van de productkenmerken Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk
Versie april 2009








Pagina 7 van 9

dag (Hazard ratio =0,526; p = 0.0134).
Beide doseringen ciclesonide resulteerden in vergelijkbare FEV1 waarden na 12 weken. Behandeling-
gerelateerde bijwerkingen werden gezien bij 3,8 % en 5 % van de patiënten die met respectievelijk
160 of 640 microgram ciclesonide per dag werden behandeld. Er werd geen studie uitgevoerd om de
dagelijkse dosering van 160 microgram, 320 microgram en 640 microgram te vergelijken bij patiënten
met ernstige astma.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Ciclesonide wordt toegediend in HFA-134a drijfgas en ethanol als een aërosoloplossing die een
lineaire relatie laat zien tussen verschillende doses, inhalatiesterkten en systemische blootstelling.

ABSORPTIE:
Studies met orale en intraveneuze dosering van de radioactief gelabeld ciclesonide hebben een
onvolledige orale absorptie (24,5%) laten zien. De orale biologische beschikbaarheid van zowel
ciclesonide als de actieve metaboliet is zeer gering (< 0,5% voor ciclesonide, < 1% voor de
metaboliet). Gebaseerd op een -scintigrafisch experiment is de longdepositie bij gezonde
proefpersonen 52%. In overeenstemming met dit gegeven is de systemische biologische
beschikbaarheid voor de actieve metaboliet > 50% bij gebruik van het ciclesonide dosis-aërosol.
Aangezien de orale biologische beschikbaarheid voor de actieve metaboliet < 1% is, levert het
ingeslikte deel van het geïnhaleerde ciclesonide geen bijdrage aan systemische absorptie.

DISTRIBUTIE:
Na intraveneuze toediening aan gezonde proefpersonen verliep de initiële distributiefase van
ciclesonide snel en overeenkomstig zijn hoge lipofiliteit. Het distributievolume was gemiddeld
2,9 l/kg. De totale serumklaring van ciclesonide is hoog (gemiddeld 2,0 l/h/kg), wat wijst op een hoge
extractie door de lever. De binding aan menselijke plasma-eiwitten bedroeg gemiddeld 99% voor
ciclesonide en 98-99% voor de actieve metaboliet, wat wijst op een bijna volledige plasma-
eiwitbinding van het circulerende ciclesonide/de circulerende actieve metaboliet.

METABOLISME:
Ciclesonide wordt primair gehydrolyseerd tot zijn biologisch actieve metaboliet door esterase-
enzymen in de longen. Onderzoek van de enzymologie van verder metabolisme door menselijke
levermicrosomen liet zien dat deze stof voornamelijk gemetaboliseerd wordt tot gehydroxyleerde
inactieve metabolieten door CYP3A4 katalyse. Verder werden reversibele lipofiele vetzuur-
esterconjugaten van de actieve metaboliet gedetecteerd in de longen.

EXCRETIE:
Na orale en intraveneuze toediening wordt ciclesonide voornamelijk uitgescheiden via de feces (67%),
wat erop wijst dat excretie via de gal de belangrijkste eliminatieweg is.

Farmacokinetische gegevens bij patiënten:

ASTMATISCHE PATIËNTEN
Ciclesonide vertoont geen farmacokinetische veranderingen bij mild astmatische patiënten in
vergelijking met gezonde proefpersonen.

NIER- OF LEVERINSUFFICIËNTIE, OUDEREN
Volgens de populatiefarmacokinetiek, heeft leeftijd geen impact op de systemische blootstelling aan
de actieve metaboliet.

04-2009


Samenvatting van de productkenmerken Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk
Versie april 2009








Pagina 8 van 9

Een verminderde leverfunctie zou de eliminatie van corticosteroïden kunnen beïnvloeden. In een
studie waarbij patiënten geïncludeerd werden met leverinsufficiëntie die leden aan levercirrose, werd
een hogere systemische blootstelling aan de actieve metaboliet waargenomen.

Vanwege het ontbreken van nierexcretie van de actieve metaboliet zijn geen studies bij patiënten met
nierfunctiestoornissen uitgevoerd.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Preklinische gegevens over ciclesonide duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens
zijn afkomstig van conventionele studies op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij
herhaalde dosering, genotoxiciteit of carcinogeen potentieel.

In studies bij dieren naar reproductieve toxiciteit is aangetoond dat glucocorticosteroïden
misvormingen veroorzaken (gespleten gehemelte, skeletmisvormingen). Deze resultaten bij dieren
lijken echter niet relevant te zijn voor de mens, zolang de aanbevolen doses worden toegediend.

Bij honden werd een aan de behandeling gerelateerd effect op de eierstokken (met name atrofie)
waargenomen, dit in twee studies van 12 maanden bij de hoogste dosis. Dit effect trad op bij een
systemische blootstelling die 5,27 - 8,34 keer hoger lag dan bij een dagelijkse dosis van 160µg. De
relevantie van deze bevinding bij mensen is onbekend.

Uit dierstudies met andere glucocorticosteroïden blijkt dat toediening van farmacologische doseringen
van glucocorticosteroïden gedurende de zwangerschap het risico verhoogt op intra-uterine
groeiachterstand, op volwassen leeftijd cardiovasculaire en/of metabolische aandoeningen en/of
permanente veranderingen in glucocorticosteroïd receptordichtheid, neurotransmitter aanmaak en
gedrag. De relevantie van deze gegevens voor de mens bij het gebruik van geïnhaleerd ciclesonide is
onbekend.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Norfluraan (HFA-134a)
Ethanol, watervrij
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Er zijn geen speciale bewaarcondities voor dit geneesmiddel.

De container bevat een vloeistof onder druk. Niet blootstellen aan temperaturen boven 50°C.
De container mag niet doorboord worden, gebroken of verbrand, zelfs niet wanneer deze schijnbaar
leeg is.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk is een combinatieverpakking bestaande uit:
04-2009


Samenvatting van de productkenmerken Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk
Versie april 2009








Pagina 9 van 9

·
1 handelsverpakking Alvesco 160 Inhalator (60 gedoseerde inhalaties), en
·
1 AeroChamber Plus met Flow-vu indicator voorzetkamer met mondstuk

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Patiënten dienen zorgvuldig geïnformeerd te worden over het correcte gebruik van hun inhalator en de
voorzetkamer (zie bijsluiter voor de patiënt).

Zoals met de met de meeste geïnhaleerde geneesmiddelen uit containers onder druk, kan het
therapeutisch effect van het geneesmiddel afnemen wanneer de container koud is. Echter Alvesco
levert een constante dosering af tussen ­10°C en 40°C.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Nycomed GmbH
Byk-Gulden-Str. 2
D-78467 Konstanz
Duitsland
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk RVG 32948
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING
Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk 01 september 2005
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 4.8: 19 juni 2009.

04-2009






« Vorige

[Alvesco 160 Inhalator, aërosol, oplossing 160 microgram/dosis]

Volgende »

[Alvesco 160 AeroChamber Plus met mondstuk, aërosol, oplossing 160 microgram per dosis]