Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Budfor 400 / 12 microgram per inhalatie, inhalatiepoeder.

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 107295
Registratiehouder: AstraZeneca


Budfor 400 / 12 
 
 
 
 
 
  SPC 
 
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 
Budfor 400 / 12 microgram per inhalatie, inhalatiepoeder 
budesonide / formoterolfumaraatdihydraat 
 
1. 

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
 
Budfor 400 / 12 microgram per inhalatie, inhalatiepoeder. 
 
 
2. 
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
Iedere vrijgegeven dosis bevat: 400 microgram budesonide per inhalatie en 12 microgram 
formoterolfumaraatdihydraat per inhalatie.  
 
Iedere geïnhaleerde dosis (dit is de dosis die het mondstuk verlaat) bevat 320 microgram 
budesonide per inhalatie en 9 microgram formoterolfumaraatdihydraat per inhalatie. 
 
Hulpstof: 491 microgram lactosemonohydraat per dosis. 
 
Voor een vol edige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
 
3. FARMACEUTISCHE 
VORM 
 
Inhalatiepoeder.  
Wit poeder. 
 
 
4. KLINISCHE 
GEGEVENS 
 
4.1 Therapeutische 
indicaties 
 
Astma 
Budfor is geïndiceerd voor de onderhoudsbehandeling van astma, wanneer het gebruik van 
een combinatie van een inhalatiecorticosteroïd met een langwerkende bèta2 
adrenoceptoragonist geschikt wordt geacht: 
-  patiënten wiens astma niet adequaat onder controle is met een inhalatiecorticosteroïd en 
‘zonodig’ een kortwerkende bèta2 adrenoceptoragonist. 
of 
-  patiënten wiens klachten al adequaat onder controle zijn met een inhalatiecorticosteroïd 
en een langwerkende bèta2 adrenoceptoragonist. 
 
Symptomatische behandeling van patiënten met ernstig COPD (FEV1 < 50% voorspeld 
normaal) en een anamnese van herhaalde exacerbaties, die ondanks reguliere therapie met 
langwerkende luchtwegverwijders significante symptomen hebben. 
 
4.2  Dosering en wijze van toediening 
 
Toedieningsweg: voor inhalatie.  
 
Astma 
 
SPC 10-AUG-2010/LBRO 
 
 
 

Budfor is niet bedoeld als initiële behandeling van astma. De dosering van Budfor is 
individueel en moet aan de ernst van het ziektebeeld worden aangepast. Hiermee moet niet 
alleen rekening worden gehouden als de behandeling met dit combinatieproduct wordt 
gestart, maar ook wanneer de onderhoudsdosering wordt aangepast. Indien een individuele 
patiënt een combinatiedosering nodig heeft die anders is dan beschikbaar in de combinatie-
inhalator, dan dient een juiste dosering van inhalatiecorticosteroïden en/of bèta2 
adrenoceptoragonisten via afzonderlijke inhalatoren te worden voorgeschreven. 
 
Aanbevolen doseringen: 
Volwassenen (18 jaar en ouder):
 Tweemaal daags 1 inhalatie. Sommige patiënten kunnen 
tot een maximum van tweemaal daags 2 inhalaties nodig hebben. 
Jongvolwassenen (12-17 jaar): Tweemaal daags 1 inhalatie. 
 
Patiënten dienen regelmatig door de arts te worden gecontroleerd, zodat de dosering Budfor 
optimaal blijft. De dosering dient tot een zo laag mogelijke dosering, waarbij een effectieve 
controle van de symptomen wordt behouden, te worden getitreerd. Indien het ziektebeeld 
gedurende ruime tijd met de laagst aanbevolen dosering stabiel blijft, kan een overstap naar 
alleen inhalatiecorticosteroïden overwogen worden. 
 
Wanneer de klachten doorgaans onder controle zijn met een tweemaal daagse dosering en 
de behandelend arts van mening is dat een langwerkende luchtwegverwijder voor deze 
controle nodig is, kan bij titratie tot de laagst mogelijke effectieve dosering een éénmaal 
daagse dosering van Budfor mogelijk zijn. 
 
Toename van het ‘zonodig’ gebruik van aparte snelwerkende luchtwegverwijders wijst op 
een verslechtering van de aandoening en rechtvaardigt een herbeoordeling van de 
astmabehandeling. 
Kinderen (6 jaar en ouder): 
Er is een lagere sterkte beschikbaar voor kinderen van 6-11 jaar. 
 
Kinderen jonger dan 6 jaar: Aangezien alleen beperkte gegevens beschikbaar zijn, wordt 
Budfor niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 6 jaar.  
 
Budfor 400/12 dient alleen als onderhouds behandeling te worden gebruikt. Lagere 
doseringen zijn beschikbaar voor de Budfor onderhouds- én ‘zonodig’ behandeling. 
 
COPD 
Aanbevolen doseringen: 
Volwassenen: 
Tweemaal daags 1 inhalatie.  
 
Algemene informatie 
Speciale patiëntengroepen: 
Er zijn geen speciale doseringseisen voor ouderen. Er zijn geen gegevens beschikbaar over 
het gebruik van Budfor bij patiënten met nier- of leverfunctiestoornissen. Bij patiënten met 
een ernstige levercirrose kunnen toegenomen plasmaspiegels van budesonide en formoterol 
verwacht worden, aangezien deze stoffen voornamelijk via metabole omzetting in de lever 
worden geëlimineerd. 
 
Instructies voor een correct gebruik van Budfor: 
De inhalator wordt door inademing geactiveerd. Dit betekent dat wanneer de patiënt door het 
mondstuk inademt, het bestanddeel de ingeademde lucht naar de luchtwegen zal volgen. 
 
Let op: Het is belangrijk de patiënt te instrueren: 
•  voor het gebruik de instructies in de bijsluiter aandachtig te lezen. 
•  krachtig en diep in te ademen door het mondstuk om er zeker van te zijn dat een 
optimale dosering de longen bereikt. 
•  nooit door het mondstuk uit te ademen. 
•  na gebruik de beschermkap van de Budfor inhalator meteen weer vast te draaien. 

•  na gebruik van de onderhoudsdosering de mond met water te spoelen om de kans op 
mondschimmel te verkleinen.  
 
Bij gebruik van Budfor inhalator proeft en voelt de patiënt vrijwel niets vanwege de kleine 
hoeveelheid vrijgegeven geneesmiddel. 
 
4.3 Contra-indicaties 
 
Overgevoeligheid (allergie) voor budesonide, formoterol of lactose (dat kleine hoeveelheden 
melkeiwitten bevat). 
 
4.4  Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
 
Het wordt aanbevolen de dosering niet abrupt te staken, maar geleidelijk af te bouwen 
wanneer de behandeling wordt gestopt. 
 
Als patiënten de behandeling niet als effectief ervaren of als zij de hoogst aanbevolen 
dosering Budfor overschrijden, dan dienen zij contact op te nemen met hun arts (zie rubriek 
4.2). Verhoogd gebruik van snelwerkende luchtwegverwijders duiden op een verslechtering 
of een onderliggende aandoening en is reden voor een herbeoordeling van de 
astmabehandeling. Acute en progressieve verslechtering van de astma- of COPD-klachten 
kan levensbedreigend zijn. De patiënt moet dan onmiddellijk door een arts worden 
onderzocht. In deze situatie moet worden overwogen of het noodzakelijk is de dosering 
inhalatiecorticosteroïden te verhogen, een kuur met orale corticosteroïden toe te voegen of in 
geval van een infectie, een antibioticum toe te voegen. 
 
Patiënten worden aangeraden altijd een inhalator voor ’zonodig’ gebruik beschikbaar te 
hebben. 
 
Patiënten dienen eraan herinnerd te worden om dagelijks hun Budfor onderhoudsdosering 
zoals voorgeschreven te gebruiken, óók als zij geen klachten hebben.  
 
Het afbouwen van Budfor kan overwogen worden indien de astmaklachten onder controle 
zijn. Regelmatige controle van de patiënt tijdens de afbouwende fase is noodzakelijk. De 
laagst effectieve dosering van Budfor dient gebruikt te worden (zie rubriek 4.2). 
 
Patiënten mogen niet starten met Budfor gedurende een exacerbatie of tijdens verergering 
van de klachten of acute verslechtering van astma. 
Ondanks behandeling met Budfor zouden ernstige astma-gerelateerde klachten en 
exacerbaties kunnen optreden. Indien astma niet onder controle is, of verergerd na het 
starten van de behandeling met Budfor, dient de patiënt gevraagd te worden om de 
behandeling voort te zetten maar wel contact op te nemen met de behandelend arts. 
 
Evenals bij andere inhalatietherapieën, kan paradoxaal bronchospasme optreden, met een 
onmiddellijke toename van “piepen” of kortademigheid na inhalatie. Wanneer de patiënt 
paradoxaal bronchospasme ervaart, dient Budfor direct te worden gestaakt, de patiënt te 
worden geëvalueerd en, indien noodzakelijk, een alternatieve therapie te worden gestart. 
Paradoxaal bronchospasme reageert op een snelwerkende luchtwegverwijder per inhalatie 
en dient direct behandeld te worden.  
 
Zoals bij ieder inhalatiecorticosteroïd kunnen systemische effecten voorkomen, met name bij 
hoge doseringen gedurende langere tijd. Echter, dit soort effecten is bij 
inhalatiecorticosteroïden veel minder waarschijnlijk dan bij orale corticosteroïden. Mogelijke 
systemische bijwerkingen zijn onder meer: ziekte van Cushing, Cushingoïde kenmerken, 
bijnierschorssuppressie, remming van de groei bij kinderen en jongvolwassenen, afname van 
de botdichtheid, cataract en glaucoom. 
 

Het wordt aangeraden de lengte van kinderen die langdurig behandeld worden met 
inhalatiecorticosteroïden regelmatig te meten. Indien de groei vertraagd is, dient de therapie 
opnieuw te worden beoordeeld met als doel de dosis van het inhalatiecorticosteroïd te 
verlagen naar de laagste dosering waarbij effectieve controle van astma wordt behouden, 
indien mogelijk. De voordelen van de corticosteroïdtherapie moeten zorgvuldig worden 
afgewogen tegen het mogelijke risico op groeiremming. Bovendien dient overwogen te 
worden de patiënt een verwijzing naar de kinderlongarts te geven. 
 
Er zijn beperkte gegevens van lange termijn studies die aangeven dat de meeste kinderen 
en jongvolwassenen die behandeld worden met budesonide per inhalatie hun streeflengte 
uiteindelijk bereiken. Een kleine, maar voorbijgaande vermindering in groei (ongeveer 1 cm) 
is echter in het begin waargenomen. Dit vindt in het algemeen in het eerste jaar van de 
behandeling plaats. 
 
In het bijzonder bij patiënten met hoge doses gedurende lange periodes die daarnaast risico 
factoren hebben op osteoporose dienen de mogelijke effecten op de botdichtheid in 
overweging genomen te worden. Lange termijnstudies met budesonide per inhalatie bij 
kinderen met een gemiddelde dosis van 400 microgram (vrijgegeven dosis) of volwassenen 
met een dagelijkse dosis van 800 microgram (vrijgegeven dosis) toonden geen significant 
effect aan op de minerale botdichtheid. Er is geen informatie beschikbaar met betrekking tot 
het effect van Budfor bij hogere doses. 
 
Indien een verstoring van de bijnierfunctie aannemelijk is als gevolg van een eerdere 
systemische corticosteroïdtherapie, moet de nodige voorzichtigheid in acht worden genomen 
als patiënten op Budfor worden overgezet. 
 
Normaliter vermindert een inhalatietherapie met budesonide de behoefte aan orale 
steroïden, maar patiënten die overgezet zijn van orale corticosteroïden op 
inhalatiecorticosteroïden kunnen enige tijd het risico lopen op een verminderde bijnierfunctie.  
Herstel kan een aanzienlijke tijd vergen na beëindiging van de orale corticosteroïdtherapie 
en patiënten die afhankelijk zijn van orale steroïden en overgezet zijn op budesonide per 
inhalatie kunnen enige tijd het risico blijven lopen op een verminderde bijnierfunctie. In deze 
gevallen dient de functie van de hypothalamus-hypofyse-bijnier (HPA)-as regelmatig 
gecontroleerd te worden.  
 
Langdurige behandeling met hoge doses inhalatiecorticosteroïden, met name hoger dan de 
aanbevolen doses, kan klinisch significante bijnierschorssuppressie tot gevolg hebben. 
Daarom dienen aanvullende systemische corticosteroïdsuppletie gedurende periodes van 
stress of een electieve operatie in overweging te worden genomen.Snelle verlaging van de 
dosering van steroïden kan leiden tot een acute bijniercrisis. Symptomen en tekenen die 
kunnen wijzen op acute bijniercrisis kunnen onduidelijk zijn, maar omvatten anorexia, 
buikpijn, gewichtsverlies, vermoeidheid, hoofdpijn, misselijkheid, braken, verlaagd 
bewustzijnsniveau, toevallen, hypotensie en hypoglykemie.  
 
Behandeling met aanvullende systemische steroïden of budesonide per inhalatie moet niet 
abrupt worden gestaakt.  
 
Tijdens de overzetting van orale therapie naar Budfor kan een algemeen lagere systemische 
steroïde activiteit worden ervaren en kan het optreden van allergische symptomen of 
symptomen van artritis, zoals rinitis, eczeem en spier- of gewrichtspijn, tot gevolg hebben. 
Specifieke behandeling dient gestart te worden voor deze aandoeningen. Een algemeen 
onvoldoende glucosteroïd effect moet worden vermoed wanneer, in zeldzame gevallen, 
symptomen als moeheid, hoofdpijn, misselijkheid en braken voorkomen. In deze gevallen is 
een tijdelijke verhoging van de dosis van orale glucocorticosteroïden soms nodig.  
Om de kans op mondschimmel te verminderen, moet de patiënt geïnstrueerd worden om na 
iedere inhalatie van de onderhoudsdosering de mond met water te spoelen.  
 

Gelijktijdige behandeling met itraconazol, ritonavir of andere sterke remmers van CYP3A4 
moet worden vermeden (zie rubriek 4.5). Als dit toch noodzakelijk is, moet de tijd tussen het 
innemen van de medicijnen die een interactie met elkaar hebben zo lang mogelijk zijn.  
 
Budfor moet met de nodige voorzichtigheid worden toegepast bij patiënten met 
thyreotoxicose, feochromocytoom, diabetes mel itus, onbehandelde hypokaliëmie, hypertrofe 
obstructieve cardiomyopathie, idiopatische subvalvulaire aorta stenose, ernstige hypertensie, 
aneurysma, of andere ernstige cardiovasculaire aandoeningen, zoals ischemische 
hartziekten, tachy-aritmieën en ernstig hartfalen. 
 
Voorzichtigheid dient in acht te worden genomen bij de behandeling van patiënten met een 
verlengd QTc-interval. Formoterol zelf kan mogelijk een verlenging van het QTc-interval 
induceren. 
 
Bij patiënten met actieve of latente longtuberculose, schimmelinfecties of virale infecties van 
de luchtwegen, dient de behoefte aan en de dosering van inhalatiecorticosteroïden opnieuw 
te worden beoordeeld. 
 
Hoge doses bèta2 adrenoceptoragonisten kunnen potentieel ernstig hypokaliëmie tot gevolg 
hebben. Gelijktijdig gebruik van bèta2 adrenoceptoragonisten met geneesmiddelen die 
hypokaliëmie kunnen veroorzaken of een hypokaliëmisch effect kunnen potentiëren, 
bijvoorbeeld xanthine derivaten, steroïden en diuretica, kunnen bijdragen tot een mogelijk 
hypokaliëmisch effect van de bèta2 adrenoceptoragonist. Met name is voorzichtigheid 
aanbevolen bij instabiel astma met wisselend gebruik van snelwerkende luchtwegverwijders, 
bij ernstig acuut astma omdat het bijbehorende risico verhoogd kan zijn door hypoxie en bij 
andere aandoeningen waarbij de waarschijnlijkheid op hypokaliëmie verhoogd is. Het wordt 
geadviseerd de serumkaliumspiegel gedurende deze situaties te controleren. 
 
Zoals bij alle bèta2 adrenoceptoragonisten moet overwogen worden om bij diabetespatiënten 
aanvullende bloedglucose bepalingen te doen. 
 
Budfor bevat lactosemonohydraat (< 1 mg/inhalatie). Normaal gesproken veroorzaakt deze 
hoeveelheid geen problemen bij patiënten met een lactose-intolerantie. De hulpstof lactose 
bevat kleine hoeveelheden melkeiwitten welke een allergische reactie zouden kunnen 
veroorzaken. 
 
4.5  Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Farmacokinetische interacties 
Het metabolisme van budesonide wordt beïnvloed door remmers of inductoren van CYP 
P450 3A4 (bijvoorbeeld itraconazol, ritonavir). De gelijktijdige toediening van sterke CYP 
P450 3A4-remmers kan de plasmaspiegel van budesonide verhogen. Gelijktijdig gebruik van 
budesonide met sterke CYP P450-remmers dient, indien mogelijk, vermeden te worden 
tenzij de voordelen van budesonide opwegen tegen de risico’s van systemische 
bijwerkingen. Gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A4- remmers en Budfor onderhouds- én 
‘zonodig’ behandeling wordt niet aanbevolen. 
 
Farmacodynamische interacties  
Bèta-blokkers kunnen de effecten van formoterol verzwakken of remmen. Budfor moet om 
deze reden niet gelijktijdig gegeven worden met bèta-blokkers (inclusief oogdruppels) tenzij 
het medisch noodzakelijk is. 
 
Bij gelijktijdige behandeling met kinidine, disopyramide, procainamide, fenothiazides, 
antihistaminica (terfenadine), MAO-remmers en tricyclische antidepressiva kan het QTc-
interval verlengen en het risico op ventriculaire aritmieën toenemen. 
 

L-Dopa, L-thyroxine, oxytocine en alcohol kunnen de cardiale tolerantie ten opzichte van 
bèta2-sympaticomimetica verslechteren. 
 
Bij gelijktijdige behandeling met MAO-remmers, inclusief stoffen die dezelfde eigenschappen 
hebben, zoals furazolidon en procarbazine, kan een hypertensieve reactie bespoedigd 
worden. 
 
Er bestaat een toegenomen risico op aritmieën bij patiënten die gelijktijdig anesthesie 
ontvangen met gehalogeneerde koolwaterstoffen. 
 
Gelijktijdig gebruik van andere bèta-agonisten kan een potentieel additioneel effect hebben. 
 
Hypokaliëmie kan de neiging tot aritmieën, bij patiënten die behandeld worden met 
digitalisglycosiden, verhogen. 
 
Voor budesonide en formoterol zijn geen interacties bekend met andere medicijnen die bij de 
behandeling van astma worden gebruikt. 
 
4.6  Zwangerschap en borstvoeding 
 
Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over het gebruik van Budfor of over de 
gelijktijdige behandeling met formoterol en budesonide tijdens de zwangerschap. 
Gegevens van een embryo-foetaal ontwikkelingsonderzoek in ratten gaf geen aanduiding 
van enig additioneel effect van de combinatie. 
 
Er zijn geen adequate gegevens bekend over het gebruik van formoterol bij zwangere 
vrouwen. In dierexperimenteel onderzoek heeft formoterol in zeer hoge systemische 
concentraties bijwerkingen veroorzaakt in reproductiestudies (zie rubriek 5.3). 
 
Gegevens over het gebruik van geïnhaleerd budesonide tijdens ongeveer 2000 
zwangerschappen wijzen niet op een verhoogd teratogeen risico. Glucocorticosteroïden 
hebben in dierexperimenteel onderzoek aanleiding gegeven tot misvormingen (zie ook 
rubriek 5.3). Gezien de aanbevolen dosering is het niet waarschijnlijk dat dit relevant is voor 
de mens. 
 
Dierstudies suggereren een mogelijk verband tussen overmatig prenatale glucocorticoïden 
en een verhoogd risico op intra-uteriene groeivertraging, cardiovasculaire ziekten bij 
volwassenen en permanente veranderingen in de dichtheid van de glucocorticoïden-
receptoren, neurotransmitterturnover en gedrag bij blootstellingen beneden de teratogene 
dosering. 
 
Alleen wanneer de voordelen opwegen tegen de mogelijke risico’s mag Budfor gebruikt 
worden tijdens zwangerschap. De laagst mogelijke effectieve dosering van budesonide, 
nodig om een adequate astma controle te waarborgen,  moet worden gebruikt. 
 
Budesonide wordt uitgescheiden in de moedermelk. Bij therapeutische doseringen worden 
echter geen effecten op de zuigeling verwacht. Het is niet bekend of formoterol in de 
moedermelk overgaat. Bij ratten zijn kleine hoeveelheden formoterol teruggevonden in de 
moedermelk. Toediening van Budfor aan vrouwen die borstvoeding geven moet alleen 
worden overwogen indien het verwacht voordeel voor de moeder groter is dan enig mogelijk 
risico voor het kind. 
 
4.7  Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen 
 
Budfor heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid of het vermogen om 
machines te bedienen. 
 

4.8 Bijwerkingen 
 
Aangezien Budfor zowel budesonide als formoterol bevat, kunnen dezelfde bijwerkingen 
optreden zoals deze bij de afzonderlijke middelen zijn waargenomen. Er is geen toegenomen 
incidentie van bijwerkingen gerapporteerd als gevolg van gecombineerd gebruik van de twee 
bestanddelen. De meeste gangbare stofgerelateerde bijwerkingen zijn farmacologisch 
voorspelbare bijwerkingen van een therapie met een bèta2 adrenoceptoragonist, zoals 
tremor and palpitaties. Deze zijn mild van aard en verdwijnen binnen een aantal dagen na 
aanvang van de behandeling. In een 3- jaar durend klinisch onderzoek met budesonide bij 
COPD, kwamen blauwe plekken en pneumonie met een frequentie van respectievelijk 10% 
en 6%  voor, vergeleken met 4% en 3% in de placebogroep (p<0,001 en p<0,01, 
respectievelijk). 
 
Bijwerkingen die worden geassocieerd met budesonide of formoterol worden hieronder 
weergegeven. Het voorkomen van bijwerkingen is gedefinieerd als: zeer vaak (≥ 1/10), vaak 
(≥ 1/100, <1/10), soms (≥ 1/1000, < 1/100), zelden (≥1/10.000, < 1/1000) en zeer zelden 
(<1/10.000). 
 
Tabel 1 
 
Infecties en parasitaire aandoeningen  Vaak 
Candida-infecties in de mond- en/of 
keelholte 
Immuunsysteemaandoeningen Zelden Onmiddel ijke en vertraagde 
overgevoeligheidsreacties, zoals 
exantheem, urticaria, pruritus, 
dermatitis, angio-oedeem en 
anafylactische reacties 
Endocriene aandoeningen 
Zeer zelden 
Ziekte van Cushing, bijniersuppressie, 
groeiachterstand, verlaagde 
botdichtheid. 
Voedings- en 
Zelden Hypokaliëmie 
stofwisselingsstoornissen 
Zeer zelden 
Hyperglykemie 
 
Psychische stoornissen 
Soms 
Agitatie, rusteloosheid, nervositeit, 
slaapstoornissen 
Zeer zelden 
Depressie, gedragsstoornissen (met 
name bij kinderen) 
Zenuwstelselaandoeningen 
Vaak Hoofdpijn, 
tremor 
Soms Duizeligheid 
Zeer zelden 
Smaakstoornissen 
Oogaandoeningen 
Zeer zelden 
Cataract en glaucoom 
Hartaandoeningen 
Vaak Palpitaties 
Soms Tachycardie 
Zelden Hartritmestoornissen, 
zoals 
atriumfibrillatie, supraventriculaire 
tachycardie, extrasystoles 
Zeer zelden 
Angina pectoris, prolongatie van QTc-
interval 
Bloedvataandoeningen Zeer 
zelden 
Bloeddrukwisselingen 
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en 
Vaak 
Milde irritatie in de keel, hoesten, 
mediastinumaandoeningen 
heesheid 
Zelden Bronchospasme 
Maagdarmstelselaandoeningen 
Soms Misselijkheid 
Huid- en onderhuidaandoeningen 
Soms 
Blauwe plekken 
Skeletspierstelsel- en 
Soms Spierkrampen 
bindweefselaandoeningen 

 
Candida-infecties in de mond en/of keelholte zijn een gevolg van de depositie van het 
geneesmiddel. Het adviseren van de patiënt om de mond te spoelen met water na elke 
inhalatie zal het risico verminderen. Candida-infecties in de mond en/of keelholte reageren 
gewoonlijk op lokale antischimmel behandeling, zonder dat de inhalatiecorticosteroïden 
gestopt hoeven te worden. 
 
Evenals bij andere inhalatietherapieën kan zeer zelden, bij minder dan 1 op de 10.000 
mensen, paradoxaal bronchospasme optreden, met een onmiddellijke toename van “piepen” 
of kortademigheid na inhalatie. Paradoxaal bronchospasme reageert op een snelwerkende 
luchtwegverwijder per inhalatie en dient direct behandeld te worden. Budfor dient direct te 
worden gestaakt, de patiënt te worden geëvalueerd en, indien noodzakelijk, een alternatieve 
therapie te worden gestart. 
 
Systemische effecten bij inhalatiecorticosteroïden kunnen voorkomen, met name bij hoge 
doseringen gedurende langere tijd. Echter, dit soort effecten is bij inhalatiecorticosteroïden 
veel minder waarschijnlijk dan bij orale corticosteroïden. Mogelijke systemische bijwerkingen 
zijn onder meer: ziekte van Cushing, Cushingoïde kenmerken, bijnierschorssuppressie, 
remming van de groei bij kinderen en jongvolwassenen, afname van de botdichtheid, 
cataract en glaucoom. Verhoogde gevoeligheid voor infecties en een verminderd 
aanpassingsvermogen in stressvolle situaties kunnen ook voorkomen. Effecten zijn 
vermoedelijk afhankelijk van de dosis, blootstellingtijd, gelijktijdige en eerdere 
steroïdenblootstelling en individuele gevoeligheid. 
 
Behandeling met bèta2 adrenoceptoragonisten kan leiden tot een tot een verhoging van de 
insuline bloedspiegel, vrije vetzuren, glycerol en ketonlichamen. 
 
4.9 Overdosering 
 
Een overdosering van formoterol zal waarschijnlijk leiden tot effecten die typerend zijn voor 
bèta2 adrenoceptoragonisten: tremor, hoofdpijn en palpitaties. In enkele gevallen zijn 
tachycardie, hyperglykemie, hypokaliëmie, verlengd QTc-interval, aritmie, misselijkheid en 
braken gemeld. Ondersteunende en symptomatische behandelingen zijn hierbij 
aangewezen. Bij patiënten met een acute bronchiale obstructie was het niet nodig extra 
veiligheidsmaatregelen te nemen, nadat zij 90 microgram formoterol gedurende 3 uur kregen 
toegediend. 
 
Er wordt niet verwacht dat acute overdosering met budesonide, zelfs in excessieve 
doseringen, een klinisch probleem zal geven. Wanneer budesonide chronisch in excessieve 
doseringen wordt gebruikt, kunnen systemische glucocorticosteroïd effecten, zoals een 
verhoogde cortisolspiegel en bijnierschorssuppressie, optreden. 
 
Indien Budfor therapie dient te worden stopgezet als gevolg van een overdosering van de 
formoterol component van het geneesmiddel, dient een geschikte 
inhalatiecorticosteroïdtherapie overwogen te worden. 
 
 
5. FARMACOLOGISCHE 
EIGENSCHAPPEN 
 
5.1 Farmacodynamische 
eigenschappen 
 
Farmacotherapeutische categorie: adrenergica en andere geneesmiddelen tegen 
luchtwegaandoeningen, ATC-code: R03AK07. 
 
Werkingsmechanisme en farmacodynamische effecten 

Budfor bevat budesonide en formoterol. Beide stoffen hebben verschillende 
werkingsmechanismen en vullen elkaar aan bij de vermindering van astma-exacerbaties. De 
werkingsmechanismen van beide bestanddelen worden hieronder besproken: 
 
Budesonide 
Budesonide is een glucocorticosteroïd en oefent na inhalatie van de aanbevolen dosering 
een dosisafhankelijk ontstekingsremmend effect in de longen uit waardoor symptomen en 
astma-exacerbaties verminderen. Geïnhaleerd budesonide geeft, in vergelijking met 
systemisch toegediende corticosteroïden, minder ernstige bijwerkingen. Het exacte 
mechanisme waarop dit ontstekingsremmend effect van glucocorticosteroïden gebaseerd is, 
is echter onbekend. 
 
Formoterol 
Formoterol is een selectieve bèta2 adrenoceptoragonist die na inhalatie een snelle en 
langwerkende ontspanning van het gladde spierweefsel van de bronchiën geeft bij patiënten 
met reversibele luchtwegobstructie. Het bronchusverwijdende effect is dosis-afhankelijk en 
zet binnen 1-3 minuten na inhalatie in. Het effect houdt minimaal 12 uur na een enkelvoudige 
dosis aan. 
 
Budesonide/formoterol 
Astma 
Klinische effectiviteit van Budfor onderhoudsbehandeling 
Klinisch onderzoek bij volwassenen heeft aangetoond dat de toevoeging van formoterol aan 
budesonide de symptomen van astma en de longfunctie verbeterde en het aantal 
exacerbaties verminderde. In twee 12 weken durende studies bij patiënten met astma was 
het effect van Budfor op de longfunctie gelijk aan dat van budesonide en formoterol in aparte 
inhalatoren, en overtrof het effect van budesonide alleen. Alle behandelgroepen gebruikten 
een kortwerkende beta2 adrenoceptoragonist als ‘zonodig’ behandeling. Het anti-astmatische 
effect verminderde niet in de tijd. 
 
In een 12 weken durend pediatrisch onderzoek werden 85 kinderen met astma in de leeftijd 
van 6 tot 11 jaar behandeld met Budfor (tweemaal daags 2 inhalaties van 400 microgram / 
12 microgram per inhalatie) als onderhoudsbehandeling en een kortwerkende beta2 
adrenoceptoragonist ‘zonodig’. De longfunctie verbeterde en de behandeling werd goed 
verdragen in vergelijking met de corresponderende dosering budesonide. 
 
COPD 
In twee 12 maanden durende studies werd bij patiënten met ernstig COPD het effect van op 
de longfunctie en het aantal exacerbaties (gedefinieerd als kuren met orale steroïden en/of 
een kuur met antibiotica en/of ziekenhuisopnames) geëvalueerd. Bij inclusie in de studies 
was de mediane FEV1 36% van de voorspeld normaal. Het gemiddelde aantal exacerbaties 
per jaar (zoals boven gedefinieerd) werd significant verminderd in vergelijking met de 
behandeling met formoterol alleen of placebo (gemiddeld 1,4 in vergelijking tot 1,8-1,9 in de 
placebo/formoterol groep). Het gemiddelde aantal dagen op orale corticosteroïden/patiënt 
gedurende 12 maanden werd enigszins verminderd in de budesonide/formoterol groep (7-8 
dagen/patiënt/jaar in vergelijking met respectievelijk 11-12 en 9-12 in de placebo en 
formoterol groepen). Wat betreft wijzigingen in longfunctieparameters, zoals FEV1, was 
budesonide/formoterol niet beter dan een behandeling met formoterol alleen. 
 
5.2 Farmacokinetische 
eigenschappen 
 
Absorptie 
 
De vaste dosis combinatie van budesonide en formoterol, en voor de overeenkomstige 
monoproducten is aangetoond dat deze bio-equivalent zijn met betrekking tot systemische 
blootstelling aan budesonide, respectievelijk formoterol. Desondanks was een kleine 

toename van de cortisolsuppressie te zien na toediening van de vaste dosis combinatie in 
vergelijking tot de monoproducten. Dit verschil heeft geen invloed op de klinische veiligheid. 
 
Er is geen bewijs voor farmacokinetische interacties tussen budesonide en formoterol. 
 
Farmacokinetische parameters voor de beide middelen waren vergelijkbaar na de toediening 
van budesonide en formoterol als monoproducten of via toediening als de vaste dosis 
combinatie. Na toediening van de vaste combinatie was de AUC van budesonide licht 
verhoogd, de absorptiesnelheid versneld en de maximale plasmaconcentratie gestegen. 
Voor formoterol werd er geen verschil gezien in de maximale plasmaconcentratie na 
toediening van de vaste combinatie. Geïnhaleerd budesonide wordt snel geabsorbeerd en 
de maximale plasmaconcentratie wordt binnen 30 minuten na inhalatie bereikt. De 
gemiddelde longdepositie van budesonide na inhalatie varieerde van 32% tot 44% van de 
geïnhaleerde dosis in klinische studies. De systemische biologische beschikbaarheid is 
ongeveer 49% van de geïnhaleerde dosis. De longdeposistie valt bij kinderen van 6 tot 16 
jaar binnen hetzelfde bereik als bij volwassenen. De resulterende plasmaconcentraties 
werden niet bepaald. 
 
Geïnhaleerd formoterol wordt snel geabsorbeerd en de maximale plasmaconcentratie wordt 
binnen 10 minuten na inhalatie bereikt. De gemiddelde longdepositie van formoterol na 
inhalatie varieerde van 28% tot 49% van de geïnhaleerde dosis in klinische studies. De 
systemische biologische beschikbaarheid is ongeveer 61% van de geïnhaleerde dosis. 
 
Distributie en metabolisme 
 
De plasma-eiwitbinding is ongeveer 50% voor formoterol en 90% voor budesonide. Het 
distributievolume is ongeveer 4 liter/kg voor formoterol en 3 liter/kg voor budesonide. 
Formoterol wordt geïnactiveerd door middel van conjugatiereacties (er worden actieve O-
gedemethyleerde en gedeformyleerde metabolieten gevormd, maar zij worden hoofdzakelijk 
gezien als geïnactiveerde conjugaten). Budesonide wordt tijdens de eerste passage door de 
lever voor ongeveer 90% gemetaboliseerd in metabolieten met een lage glucocorticosteroïde 
werking. De glucocorticosteroïde werking van de belangrijkste metabolieten, 6ß-
hydroxybudesonide en 16 α-hydroxy-prednisolon, is minder dan 1% in vergelijking met 
budesonide. Er zijn geen aanwijzingen voor enige metabole interacties of enige 
verdringingsreacties tussen formoterol en budesonide. 
 
Eliminatie 
 
Het grootste deel van een dosis formoterol wordt getransformeerd door metabolisme in de 
lever, gevolgd door renale eliminatie. Na inhalatie wordt 8% tot 13% van de afgegeven dosis 
formoterol onveranderd via de urine uitgescheiden. Formoterol heeft een hoge systemische 
klaring (ongeveer 1,4 liter/min) en de terminale eliminatiehalfwaardetijd is gemiddeld 17 uur. 
 
Het metabolisme van budesonide verloopt voornamelijk via het enzym CYP3A4. De 
metabolieten van budesonide worden onveranderd of in geconjugeerde vorm via de urine 
geëlimineerd. Alleen verwaarloosbare hoeveelheden onveranderd budesonide zijn in de 
urine teruggevonden. Budesonide heeft een hoge systemische klaring (ongeveer 1,2 
liter/min) en de eliminatiehalfwaardetijd na intraveneuze toediening is gemiddeld 4 uur. 
 
De farmacokinetiek van budesonide of formotorol is bij kinderen en patiënten met 
nierinsufficiëntie niet bekend. De blootstelling aan budesonide en formoterol kan verhoogd 
zijn bij patiënten met leverziekten. 
 
5.3  Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek 
 

De toxische effecten die in dierexperimenteel onderzoek met budesonide en formoterol 
werden waargenomen, zowel gegeven als combinatie of als individuele stof, waren het 
directe gevolg van hun versterkte farmacologische activiteit. 
 
In dierreproductieonderzoeken is voor corticosteroïden, zoals budesonide, aangetoond dat 
deze misvormingen (zoals gespleten verhemelte, skeletmisvormingen) veroorzaken. Echter 
deze dierexperimentele resultaten lijken in de aanbevolen dosering niet relevant te zijn voor 
de mens.  
In dierreproductieonderzoeken met formoterol is bij hoge systemische blootstelling een 
verlaagde vruchtbaarheid bij mannelijke ratten aangetoond, naast zowel 
innestelingstoornissen, verminderde vroege postnatale overleving en een verlaagd 
geboortegewicht. Dit met aanzienlijk hogere doseringen dan bij klinisch gebruik. Echter deze 
dierexperimentele resultaten lijken niet relevant te zijn voor de mens. 
 
 
6. FARMACEUTISCHE 
GEGEVENS 
 
6.1  Lijst van hulpstoffen 
 
Lactosemonohydraat (bevat melkeiwitten). 
 
6.2  Gevallen van onverenigbaarheid 
 
Niet van toepassing. 
 
6.3 Houdbaarheid 
 
2 jaar. 
 
6.4 
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
Bewaren beneden 30°C. Houd de inhalator goed gesloten, ter bescherming tegen vocht. 
 
6.5  Aard en inhoud van de verpakking 
 
Budfor is een door inhalatie geactiveerde, multi-dose droog-poederinhalator. De inhalator is 
wit met een gele draaigreep. De inhalator is gemaakt van verschillende plastic materialen 
(PP, PC, HDPE, LPDE, LLDPE, PBT). Een verpakking bevat 1, 2, 3, 10 of 18 inhalator(en) 
en bevatten 60 doses. Niet alle verpakkingsvormen zullen op de markt gebracht worden. 
 
6.6  Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen <en andere instructies> 
 
Geen bijzondere vereisten. 
 
 
7. 
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
AstraZeneca BV 
Louis Pasteurlaan 5 
2719 EE Zoetermeer 
Nederland 
Tel. 079 363 2222 
 
8. 
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
RVG 107295 
 
 

9. 
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN 
DE VERGUNNING
 
 
18 augustus 2010 
 
 
10.  DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 
 
 
 





« Vorige

[Budfor 200 / 6 microgram per inhalatie, inhalatiepoeder]

Volgende »

[Budfor 400 / 12 microgram per inhalatie, inhalatiepoeder.]