Campral maagsapresistente tabletten 333 mg
Registratienummer: RVG 34963//18220
CAMPRAL DEEL IB1 (RVG 18220) oktober 2007
blz.1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
CAMPRAL
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
333 mg
acamprosaat per tablet
3. FARMACEUTISCHE
VORM
omhulde, maagsapresistente tablet
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Chronisch alcoholisme, als ondersteuning van de psychosociale
begeleiding ter voorkoming van hernieuwd alcoholgebruik aansluitend aan een
initiële ontwenningskuur.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Volwassenen:
- tot 60 kg: 4 tabletten per dag in 3 doses tijdens de maaltijd
(2 tabletten 's morgens, 1 tablet 's middags en 1 tablet 's avonds)
- vanaf 60 kg: 6 tabletten per dag in 3 doses tijdens de maaltijd
(2 tabletten 's morgens, 's middags en 's avonds)
Speciale
patiëntengroepen:
Nierfunctiestoornissen:
- Milde nierfunctiestoornis (creatinine klaring 50-80 ml/min): geen dosisaanpassing
aanbevolen
- Matige nierfunctiestoornis (creatinine klaring 30-50 ml/min): het is aanbevolen te
starten met een dosis van 3 tabletten per dag verdeeld in 3 doses tijdens de
maaltijd (1 tablet 's ochtends, 1 tablet 's middags en 1 tablet 's avonds)
- Ernstige nierfunctiestoornis (creatinine klaring 30 ml/min): Campral is gecontra-
indiceerd (zie rubriek 4.3).
Algemeen geldt dat de patiënt dient te worden gecontroleerd bij elke aandoening die
mogelijk de nierfunctie kan veranderen.
Kinderen en oudere patiënten:
Campral dient niet voorgeschreven te worden ten behoeve van kinderen en
ouderen.
De aanbevolen behandelingsduur bedraagt 1 jaar. Behandeling met
Campral dient zo spoedig mogelijk na de ontwenningsperiode te worden begonnen
en dient te worden gecontinueerd tijdens een recidief.
CAMPRAL DEEL IB1 (RVG 18220) oktober 2007
blz.2
4.3 Contra-indicaties
- bekende overgevoeligheid voor acamprosaat of één van de andere
bestanddelen van de tablet
- bij ernstige nierfunctiestoornis (creatinine klaring 30 ml/min)
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Campral draagt niet bij aan de behandeling van onthoudingsverschijnselen
tijdens de initiële ontwenningsperiode.
Kinderen, adolescenten jonger dan 18 jaar en ouderen:
Het wordt niet aangeraden Campral voor te schrijven bij kinderen en ouderen
patiënten, aangezien er geen klinische gegevens beschikbaar zijn bij patiënten
jonger dan 18 jaar en ouder dan 65 jaar.
Patiënten met nierfunctiestoornis:
Er is geen dosisaanpassing aanbevolen bij patiënten met een milde
nierfunctiestoornis (creatinine klaring 50-80 ml/min). Bij patiënten met een matige
nierfunctiestoornis (creatinine klaring 30-50 ml/min) is een dosisvermindering
noodzakelijk (zie rubriek 4.7). Campral dient niet gegeven te worden aan patiënten
met een ernstige nierfunctiestoornis (creatinine klaring 30 ml/min) (zie rubriek 4.3).
Patiënten met leverfunctiestoornis:
Ook wordt Campral niet aangeraden bij patiënten met ernstig leverfalen (Childs-Pugh
classificatie C), aangezien klinische gegevens ontbreken.
Suïcide:
In gecontroleerde klinische studies met acamprosaat kwamen bijwerkingen van
suïcidale aard (zelfmoord gedachten, suïcide pogingen, voltooide suïcides) weinig
voor, maar ze kwamen vaker voor bij patiënten die met acamprosaat behandeld
werden dan bij patiënten die met placebo behandeld werden (1,4% vs. 0,5% bij
studies tot 6 maanden; 2,4% vs. 0,8% bij langdurige studies).
Voltooide suïcides kwamen voor bij 3 van de 2272 (0,13%) van de patiënt in de
gepoolde acamprosaat groep (uit alle gecontroleerde studies) en bij 2 van de 1962
patiënten (0,10%) in de gepoolde placebogroep. Bijwerkingen gecodeerd als
`depressie' werden ongeveer even frequent gerapporteerd in de met acamprosaat
behandelde patiëntengroep als in de met placebo behandelde patiënten.
Het verband tussen alcoholafhankelijkheid, depressie en suïcide is welbekend en
complex. Alcoholafhankelijke patiënten, inclusief die patiënten die met acamprosaat
worden behandeld, dienen gecontroleerd te worden op het ontwikkelen van
symptomen van depressieve aard en suïcidale gedachten. Indien deze symptomen
zich voordoen, dienen familieleden en verwanten onmiddellijk medisch advies in te
winnen.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Gelijktijdig gebruik van acamprosaat en alcohol heeft geen effect op de
farmacokinetische eigenschappen van zowel alcohol als acamprosaat.
Hoewel voedsel bij de inname van acamprosaat de biologische beschik-
baarheid in vergelijking met inname in nuchtere toestand vermindert, wordt het
CAMPRAL DEEL IB1 (RVG 18220) oktober 2007
blz.3
middel beter verdragen bij inname tijdens de maaltijd.
Bij gelijktijdige toediening van acamprosaat (2 g/dag) en
naltrexon (50 mg/dag)
nam de AUC van acamprosaat met 25% toe en de Cmax met 33%, terwijl de plasma
spiegels van
naltrexon en metaboliet 6-beta-natrexol onveranderd bleven. En werden
er geen farmacodynamische interacties wat betreft cognitief functioneren
geconstateerd. Dosisaanpassing is niet noodzakelijk.
In vitro enzyminhibitie data geven aan dat acamposaat geen remmend effect
heeft op het in vitro metabolisme van de cytochromen CYP1A2, 2C9, 2C19, 2D6,
2E1 en 3A4. Acamprosaat heeft geen inducerend effect op CYP1A2 en 3A4.
Er is geen aantoonbare farmacokinetische interactie van acamprosaat met diaze-
pam. Acamprosaat heeft geen invloed op de farmacokinetiek van
imipramine. De
farmacokinetiek van acamprosaat wordt niet beïnvloed door
disulfiram. Er is geen
verschil geconstateerd in klinsche of biologische bijwerkingen als Campral tegelijk
wordt voorgeschreven met
oxazepam, tetrabamaat of
meprobamaat.
4.6
Zwangerschap en borstvoeding
Over het gebruik van deze stof in de zwangerschap bij de mens bestaan
onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot
dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dierproeven. Acamprosaat mag
niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap. Uit dierexperimenteel onderzoek is
gebleken dat acamprosaat wordt uitgescheiden in de moedermelk. Gegevens
betreffende de lactatie bij de mens ontbreken. Derhalve dient Campral niet te
worden voorgeschreven aan vrouwen die borstvoeding geven.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te
gebruiken
Er zijn geen gegevens bekend over het effect van dit product op de rijvaardigheid.
Een effect is echter niet waarschijnlijk.
4.8 Bijwerkingen
De volgende definities gelden voor de hieronder gebruikte frequentie terminologie:
zeer vaak ( 1/10); vaak ( 1/100, < 1/10); soms ( 1/1000, < 1/100); zelden (
1/10.000, < 1/1000); zeer zelden (< 1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare
gegevens niet worden bepaald).
Binnen iedere frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt naar de
afnemende ernst.
Maagdarmstelselaandoeningen:
zeer vaak: diarree
vaak: buikpijn, misselijkheid, braken
Huid- en onderhuidaandoeningen:
vaak: jeuk, maculo-papulaire rash
niet bekend: bulleuze huidreacties
CAMPRAL DEEL IB1 (RVG 18220) oktober 2007
blz.4
Immuunsysteemaandoeningen:
niet bekend: overgevoeligheidsreacties waaronder urticaria, angio-oedeem of
anafylactische reacties.
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen:
vaak: frigiditeit of impotentie.
Psychische stoornissen:
vaak: verminderd libido
soms: verhoogd libido
4.9 Overdosering
Bij gevallen van acute overdosering met acamprosaat alleen, werden over het
algemeen geen symptomen gemeld. Diarree was het enige symptoom dat aan
acamprosaat overdosis toegeschreven kon worden.
Hypercalciëmie is nooit beschreven. Mocht acute hypercalciëmie optreden, dan dient
dit adequaat behandeld te worden.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Acamprosaat (
calcium acetylhomotaurinaat) is een psychotropicum met een chemi-
sche structuur, die lijkt op die van aminozuur-neurotransmitters zoals taurine en
gamma-aminoboterzuur (
GABA), maar met een acetylring die de passage door de
bloed-hersenbarrière mogelijk maakt. Acamprosaat kan gezien worden als een
modulator van de NMDA receptor. Bij chronisch alcoholgebruik is het belangrijkste
mechanisme van acamprosaat het antagonen van de hyperexcitatie van het NMDA
(glutamaat)-receptorcomplex via een specifieke bindingsplaats. Acamprosaat herstelt
de balans tussen de inhiberende transmitter GABA en de excitatoire transmitter
glutamaat.
Dierproeven toonden een specifiek effect aan van acamprosaat op
alcoholafhankelijkheid aangezien deze een vermindering van de vrijwillige alcohol-
inname liet zien bij alcohol-afhankelijke ratten.
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Absorptie:
De absorptie van acamprosaat uit het maagdarmkanaal is gering en verloopt
geleidelijk via paracellulaire opname. Tmax varieert van 0.75 tot 2.5 uur. De
acamprosaat spiegels nemen lineair toe met de dosis. De biologische
beschikbaarheid is ongeveer 11%. De biologische beschikbaarheid neemt met
ongeveer 23% af indien toegediend met of onmiddellijk na een maaltijd. Steady-state
concentraties worden bereikt na 5 tot 7 dagen dagelijkse orale toediening en de
steady-state plamsa concentraties liggen tussen de 370-650 ng/ml.
Distributie:
Acamprosaat bindt niet aan plasma eiwitten. Het distributie volume bedraagt
CAMPRAL DEEL IB1 (RVG 18220) oktober 2007
blz.5
ongeveer 70 l.
Metabolisme en eliminatie:
Acamprosaat wordt praktisch geheel onveranderd uitgescheiden via de nieren. De
schatting van de eliminatie halfwaarde tijd wordt bepaald door de langzame
absorptie; na orale absorptie bedraagt de eliminatie halfwaarde tijd ongeveer 33 uur,
en slechts 3 uur na intraveneuze toediening. Vanwege de geleidelijke absorptie kan
acamprosaat verdeeld over de dag worden toegediend. De totale klaring van
acamprosaat is lineair gerelateerd aan renale elimentatie capaciteit (creatinine
klaring).
Bijzondere patiënten groepen:
Patiënten met nierfunctiestoornis:
Bij patiënten met matige (creatinine klaring 20-50 ml/min) en ernstige
nierfunctiestoornis (creatinine klaring <20 ml/min), is de Cmax twee tot vier maal hoger
en de halfwaardetijd is twee tot drievoud langer (zie ook sectie 4.2 en 4.3). Er zijn
geen gegevens bekend over patiënten met milde nierfunctiestoornis.
Patiënten met leverfunctiestoornis:
Klaring van acamprosaat in chronische alcoholisten is vergelijkbaar met gezonde
proefpersonen, hetgeen impliceert dat acamprosaat niet wordt gemetaboliseerd door
de lever. In patiënten met milde tot matige leverfunctiestoornissen (Child-Pugh A en
B) waren de acamprosaat plasma spiegels geobserveerd ten opzichte van gezonde
proefpersonen van dezelfde leeftijd gelijk.
Ouderen:
Eliminatie van acamprosaat bij ouderen is niet onderzocht.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Acamprosaat heeft geen genotoxische, carcinogene of teratogene eigenschappen en
heeft geen ongunstig effect op de voortplanting.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Crospovidon (Kollidon CL), microkristallijne cellulose (Avicel PH 101),
magnesiumsilicaat (Compressil),
natrium carboxymethyl zetmeel (Explotab),
colloïdaal siliciumdioxide, magnesiumstearaat, Eudralgit L30D, talk,
propyleenglycol.
Campral bevat per tablet 33,3 mg calcium
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
CAMPRAL DEEL IB1 (RVG 18220) oktober 2007
blz.6
Drie
jaar.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Verpakking met 7 doordrukstrips (PVC/PVDC
Aluminium) à 12 tabletten.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
MERCK
BV
Tupolevlaan
41-61
1119 NW Schiphol-Rijk
8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG
18220
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENGING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE
VERGUNNING
14-11-1995
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke herziening: 15 juni 2008, betreft rubrieken 4.4, 4.5, 5.1, 5.2 en 5.3.