Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie/infusie
Registratienummer: RVG 104073
Sandoz B.V.
Page 1/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Ceftriaxon Sandoz 1 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor
injectie/infusie
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor i.m.
injectie, bestaat uit:
1 flacon bevat: ceftriaxon (als dinatrium-3,5-hydraat) 0,25 g
1 ampul bevat: een 1% (20 mg/2 ml) oplossing lidocaïnehydrochloride als oplosmiddel in een
ampul van 5 ml
Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor i.m.
injectie, bestaat uit:
1 flacon bevat: ceftriaxon (als dinatrium-3,5-hydraat) 0,5 g
1 ampul bevat: een 1% (20 mg/2 ml) oplossing lidocaïnehydrochloride als oplosmiddel in een
ampul van 5 ml
Ceftriaxon Sandoz 1 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor i.m.
injectie, bestaat uit:
1 flacon bevat: ceftriaxon (als dinatrium-3,5-hydraat) 1 g
1 ampul bevat: een 1% (35 mg/3,5 ml) oplossing lidocaïnehydrochloride als oplosmiddel in
een ampul van 5 ml
Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor i.v.
injectie/infusie, bestaat uit:
1 flacon bevat: ceftriaxon (als dinatrium-3,5-hydraat) 1 g
1 ampul bevat: 10 ml water voor injectie als oplosmiddel
Hulpstoffen:
1 flacon Ceftriaxon Sandoz 0,25 g bevat 21 mg
natrium 1 flacon Ceftriaxon Sandoz 0,5 g bevat 42 mg natrium
1 flacon Ceftriaxon Sandoz 1 g bevat 83 mg natrium
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
I.m. injectie:
Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie.
Het poeder is wit tot geelachtig.
Oplosmiddel: 20 mg/2 ml lidocaïnehydrochloride per ml water voor injectie
Oplosmiddel: 35 mg/3,5 ml lidocaïnehydrochloride per ml water voor injectie
Oplosmiddel: 40 mg/4 ml lidocaïnehydrochloride per ml water voor injectie
I.v. injectie/infusie:
Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie/infusie.
Het poeder is wit tot geelachtig.
Sandoz B.V.
Page 2/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
Oplosmiddel: 5 ml water voor injectie
Oplosmiddel: 10 ml water voor injectie
Na constitutie: iso-osmetisch, pH ongeveer 6,0-8,0.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Ceftriaxon is geïndiceerd voor gebruik bij ernstige infecties, indien veroorzaakt of
waarschijnlijk veroorzaakt door voor ceftriaxon gevoelige micro-organismen en waarbij
parenterale behandeling noodzakelijk is (zie rubriek 5.1):
• Bacteriële meningitis (zie de aanbeveling voor de behandeling van purpura fulminans in
rubriek 4.2)
• Pneumonie
• Abdominale infecties: met name peritonitis en infecties van de galwegen. Ceftriaxon dient
gebruikt te worden in combinatie met een antibioticum dat tegen anaëroben werkt
• Gecompliceerde infecties van de huid en weke delen
• Infecties aan botten en gewrichten
• Patiënten met late manifestatie van de ziekte van Lyme (fase II en III)
• Gonorroe
• Otitis media bij kinderen en neonaten (nadat andere behandeling gefaald heeft of
wanneer orale behandeling niet mogelijk is) (zie ook rubriek 4.4 voor verduidelijking van
deze beperkingen)
Er dient rekening gehouden te worden met officiële lokale richtlijnen ten aanzien van de
juiste toepassing van antibacteriële middelen.
4.2 Dosering en wijze van toediening Dosering
De dosering en de wijze van toediening dienen te worden bepaald op basis van de ernst en
de plaats van de infectie, de gevoeligheid van het ziekteveroorzakende organisme en de
leeftijd en toestand van de patiënt. De normale duur van de therapie is afhankelijk van de
respons. Zoals in het algemeen bij therapie met antibiotica dient de toediening van ceftriaxon
te worden voortgezet tot ten minste 48 tot 72 uur nadat de patiënt koortsvrij is of nadat is
aangetoond dat bacteriële eradicatie is bereikt.
Volwassenen en jongvolwassenen ouder dan 12 jaar met een lichaamsgewicht >50 kg:
De standaarddosering bedraagt 1-2 g ceftriaxon eenmaal daags (iedere 24 uur). Bij ernstige
infecties en in gevallen waarin de pathogenen slechts matig gevoelig zijn voor ceftriaxon, kan
de dosis worden verhoogd tot 4 g eenmaal daags.
Bij een ongecompliceerde gonorroe bij volwassenen en jongvolwassenen ouder dan 12 jaar
met een lichaamsgewicht ≥50 kg dient een enkele dosis van 250 mg ceftriaxon
intramusculair te worden toegediend.
Meningitis:
De startdosering is 100 mg per kg lichaamsgewicht eenmaal per dag; het maximum van 4
g/dag mag niet overschreden worden. Na bepaling van de gevoeligheid van het
veroorzakende micro-organisme is een verlaging van de dosis mogelijk. Bij pasgeborenen
van 0-14 dagen oud dient de dosis niet hoger te zijn dan 50 mg/kg per 24 uur.
Sandoz B.V.
Page 3/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
In geval van een klinische verdenking van invasieve infectie, zoals bij purpura fulminans,
dient de correcte dosis waar mogelijk via de intraveneuze route te worden gegeven, of
anders intramusculair. De aanbevolen standaarddosering voor volwassenen is in dit geval 1-
2 g/dag. Voor kinderen en neonaten wordt een dosering van 50-100 mg/kg aanbevolen,
waarbij de 1 g niet overschreden mag worden.
Ziekte van Lyme (fase II en III):
Bij volwassenen en adolescenten ouder dan 12 jaar is de dosering 50 mg/kg, met een
maximum van 2 g ceftriaxon eenmaal daags gedurende 14 dagen.
Kinderen: 50-100 mg/kg lichaamsgewicht eenmaal daags, tot een maximale dosering van 2 g
per dag gedurende 14 dagen.
Otitis media bij kinderen en neonaten (nadat andere behandeling gefaald heeft of wanneer
orale behandeling niet mogelijk is) (zie ook rubriek 4.4)
Na falen van behandeling: 50 mg/kg/dag gedurende 3 dagen. Als alternatief voor orale
behandeling: 50 mg/kg als enkelvoudige injectie.
Ouderen:
Indien de nier- en leverfunctie voldoende zijn, hoeft de dosis voor volwassenen niet te
worden aangepast.
Neonaten (0-14 dagen): 20-50 mg/kg lichaamsgewicht, intraveneus toegediend één keer per dag (24-uur interval) . Bij
ernstige infecties mag de dagelijkse dosering nooit de 50 mg/kg lichaamsgewicht
overschrijden
Kinderen van 15 dagen tot 12 jaar met een lichaamsgewicht van minder dan 50 kg:
20-80 mg per kg lichaamsgewicht, intraveneus toegediend één keer per dag (24-uur
interval).
Bij ernstige infecties mag de dagelijkse dosering van 80 mg/kg niet worden overschreden,
behalve bij meningitis (zie rubriek 4.2: Speciale doseringsaanbevelingen).
Voor kinderen met een lichaamsgewicht van 50 kg of meer wordt de standaarddosering voor
volwassenen aanbevolen (zie boven).
Nierfunctiestoornissen:
Bij patiënten met een gestoorde nierfunctie bestaat er geen noodzaak de dosering van
ceftriaxon te veranderen mits de leverfunctie normaal is. Alleen wanneer er sprake is van
extreem nierfalen (creatinineklaring <10 ml/min), dient de dagelijkse dosering beperkt te
worden tot maximaal 2 g. Bij een ernstige nierfunctiestoornis gepaard gaande met
leverinsufficiëntie dient de plasmaconcentratie van ceftriaxon met regelmatige tussenpozen
bepaald te worden en dient de dosering indien nodig aangepast te worden.
Patiënten die hemodialyse of peritoneaaldialyse ondergaan, hoeven geen aanvullende dosis
ceftriaxon na de dialyse. Er wordt wel aangeraden de plasmaspiegels te controleren om na
te gaan of doseringsaanpassing nodig is, omdat de eliminatiesnelheid bij deze patiënten
verlaagd kan zijn.
Leverfunctiestoornissen:
Er bestaat geen noodzaak de dosering te veranderen als de nierfunctie normaal is. Bij een
ernstige nierfunctiestoornis gepaard gaande met leverinsufficiëntie dient de
plasmaconcentratie van ceftriaxon met regelmatige tussenpozen bepaald te worden en dient
de dosering indien nodig aangepast te worden.
Toedieningswijze
Sandoz B.V.
Page 4/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
Ceftriaxon kan als intraveneuze bolusinjectie, als intraveneuze infusie of als intramusculaire
injectie worden toegediend, na reconstitutie van de oplossing volgens de aanwijzingen in
rubriek 6.6.
Oplosmiddelen die
calcium bevatten (zoals Ringer’s oplossing of Hartmann’s oplossing),
mogen niet gebruikt worden om ceftriaxon te reconstitueren of om een gereconstitueerde
flacon verder te verdunnen voor i.v. toediening, omdat zich dan een neerslag kan vormen.
Ceftriaxon-calcium kan ook neerslaan wanneer ceftriaxon in dezelfde infuuslijn gemengd
wordt met calcium bevattende oplossingen. Daarom mogen ceftriaxon en calcium bevattende
oplossingen niet gemengd of gelijktijdig toegediend worden (zie rubriek 4.3, 4.4 en 6.2).
Gebruik geen oplossingen die lidocaïne bevatten om ceftriaxon te reconstitueren of om een
gereconstitueerde flacon verder te verdunnen voor i.v. toediening.
4.3 Contra-indicaties Ceftriaxon Sandoz is gecontra-indiceerd bij
patiënten met een bekende overgevoeligheid voor bèta-lactam antibiotica. Bij
patiënten die overgevoelig zijn voor penicilline moet de mogelijkheid van allergische
kruisreacties in gedachten gehouden worden.
Neonaten met hyperbilirubinemie en prematuren mogen niet behandeld worden met
ceftriaxon. In vitro onderzoek heeft aangetoond dat ceftriaxon bilirubine kan verdrijven
van zijn bindingsplaatsen aan serumalbumine, en bilirubine encefalopathie kan
ontstaan bij deze patiënten.
prematuren tot een gecorrigeerde leeftijd van 41 weken
(zwangerschapsduur+levensduur)
à terme geboren neonaten (tot een leeftijd van 28 dagen)
- met geelzucht, hypoalbuminemie of acidose, omdat dit aandoeningen zijn waarbij de
bilirubinebinding waarschijnlijk verminderd is
- die (naar verwachting) behandeld moeten worden met i.v. calcium of een calcium
bevattende infusie, vanwege het gevaar op neerslaan van ceftriaxon-calcium (zie
rubriek 4.4, 4.8 en 6.2).
Er moet rekening gehouden worden met de contra-indicaties voor lidocaïne voordat
ceftriaxon intramusculair geïnjecteerd wordt met lidocaïne (zie ook rubriek 4.4 en 6.6).
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Net als bij andere cefalosporinen kan anafylactische shock niet uitgesloten worden, zelfs bij
een zorgvuldige anamnese.
Een gram Ceftriaxon Sandoz bevat 3,6 mmol (of 83 mg) natrium. Patiënten met een
natriumbeperkt dieet dienen hier rekening mee te houden.
Altijd als behandeling van otitis media met een parenterale formulering van ceftriaxon is
geïndiceerd, moet met het volgende rekening gehouden worden:
(a) in geval van falen van eerdere 72 uur durende conventionele behandeling, gedefinieerd
door aanhouden, weer optreden of ernstiger worden van de symptomen of het optreden van
otorroe; in deze gevallen dienen de bacteriologische gegevens te worden onderzocht aan de
hand van paracentese of een otorroe-monster.
Of
Sandoz B.V.
Page 5/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
(b) in uitzonderlijke gevallen kan bij kinderen jonger dan 30 maanden behandeling met i.v. of
i.m. ceftriaxon overwogen worden, vooral wanneer orale behandeling niet mogelijk is of wordt
vermoed dat de acute otitis media wordt veroorzaakt door pneumokokken in gebieden met
een wijdverspreide resistentie van pneumokokken tegen behandeling met penicilline.
Clostridium difficile –geassocieerde diarree (CDAD) is gemeld bij het gebruik van bijna alle
antibacteriële middelen, waaronder Ceftriaxon Sandoz, en kan in ernst variëren van lichte
diarree tot fatale colitis. Behandeling met antibacteriële middelen verandert de normale
colonflora en leidt tot overgroei van
C. difficile.
C. difficile produceert A- en B-toxines, die bijdragen aan de ontwikkeling van CDAD.
Stammen van
C. difficile die hypertoxine produceren, veroorzaken een toegenomen
morbiditeit en mortaliteit, aangezien deze infecties ongevoelig kunnen zijn voor
antimicrobiële behandeling en colectomie kunnen vereisen. Bij alle patiënten die diarree
krijgen na gebruik van antibiotica moet rekening worden gehouden met CDAD. Een
zorgvuldige anamnese is noodzakelijk aangezien CDAD meer dan twee maanden na de
toediening van antibacteriële middelen op kan treden.
Als CDAD vermoed of bevestigd wordt, moet een lopende behandeling met antibiotica die
niet gericht is op
C. difficile, mogelijk gestaakt worden. Toepasselijke vocht- en
elektrolytenbehandeling, eiwitsupplementatie, behandeling met antibiotica tegen
C. difficile en chirurgische evaluatie dienen gestart te worden op klinische indicatie.
Superinfecties met ongevoelige micro-organismen kunnen net als met andere antibacteriële
middelen optreden.
Schaduwen, abusievelijk aangezien voor galstenen, zijn op echogrammen van de galblaas
gezien, meestal na doseringen die hoger waren dan de standaard aanbevolen dosering.
Deze schaduwen zijn echter neerslagen van calcium-ceftriaxon die verdwijnen wanneer de
behandeling met Ceftriaxon Sandoz klaar is of gestaakt wordt. Zelden gaan deze
bevindingen gepaard met symptomen. In symptomatische gevallen wordt conservatieve,
niet-chirurgische behandeling aanbevolen.
De arts is vrij om bij symptomatische gevallen te besluiten de behandeling met ceftriaxon te
staken.
Er zijn meldingen van fatale reacties met calcium-ceftriaxon neerslagen in de longen en
nieren van premature en à terme geboren zuigelingen jonger dan 1 maand. Minstens één
van hen had op verschillende tijdstippen en via verschillende infuuslijnen ceftriaxon en
calcium toegediend gekregen. Er zijn in de beschikbare wetenschappelijke gegevens geen
meldingen van bevestigde intravasculaire neerslagen bij patiënten, behalve pasgeborenen,
die met calcium of ceftriaxon bevattende oplossingen of andere calcium bevattende
producten behandeld waren. In vitro onderzoek heeft aangetoond dat pasgeborenen een
verhoogd risico lopen op neerslag van ceftriaxoncalcium vergeleken met andere
leeftijdsgroepen.
Ceftriaxon mag bij geen enkele leeftijdsgroep worden gemengd of toegediend samen met
calcium bevattende i.v.-oplossingen, zelfs niet via verschillende infuuslijnen of op
verschillende infusieplaatsen.
Bij patiënten ouder dan 28 dagen kunnen ceftriaxon en calcium bevattende oplossingen wel
na elkaar toegediend worden als er infuuslijnen op verschillende plaatsen worden gebruikt of
als de infuuslijnen worden vervangen of tussen de infusies zorgvuldig worden doorgespoeld
met een oplossing die fysiologisch zout bevat ter voorkoming van neerslagvorming. Bij
patiënten die continue infusie van calciumhoudende, totale parenterale voeding (TPN-
oplossingen) nodig hebben, kan de medicus overwegen andere antibacteriële middelen te
gebruiken, die niet een dergelijk risico op neerslagvorming met zich meebrengen. Als het
gebruik van ceftriaxon noodzakelijk wordt geacht bij patiënten die continue voeding nodig
Sandoz B.V.
Page 6/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
hebben, kunnen TPN-oplossingen en ceftriaxon tegelijk toegediend worden, maar wel via
verschillende infuuslijnen op verschillende plaatsen. Een andere mogelijkheid is de infusie
van TPN-oplossing te staken zolang de ceftriaxon geïnfundeerd wordt; ook dan moeten de
infuuslijnen tussen de oplossingen doorgespoeld worden (zie rubriek 4.3, 4.8, 5.2 en 6.2).
Er zijn zeldzame meldingen van gevallen van pancreatitis, mogelijk met een oorsprong in
biliaire obstructie, bij patiënten die behandeld werden met ceftriaxon. De meeste patiënten
hadden risicofactoren voor biliaire stase en biliaire sludge, bijv. een voorafgaande grote
operatie, ernstige ziekte en totaal parenterale voeding. Het kan niet uitgesloten worden dat
dit fenomeen geactiveerd of beïnvloed wordt door galneerslag in verband met ceftriaxon.
Bij ernstige nier- en leverinsufficiëntie dient de dosering volgens de gegeven aanbevelingen
verlaagd te worden.
De veiligheid en werkzaamheid van ceftriaxon zijn bij neonaten, zuigelingen en kinderen
vastgesteld voor de doseringen beschreven in Dosering en wijze van toediening (rubriek
4.2). Onderzoek heeft aangetoond dat ceftriaxon, net als sommige andere cefalosporines,
bilirubine kan verdrijven van serumalbumine. Ceftriaxon Sandoz mag niet gebruikt worden bij
neonaten (vooral prematuren), wegens het gevaar op de ontwikkeling van bilirubine-
encefalopathie.
Tijdens langdurige behandeling dient regelmatig een volledig bloedonderzoek gedaan te
worden.
Wanneer lidocaïne gebruikt wordt als oplosmiddel, mogen ceftriaxonoplossingen alleen
gebruikt worden voor intramusculaire injectie.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Een verslechtering van de nierfunctie is tot nu toe niet gezien na gelijktijdige toediening van
grote doses ceftriaxon en sterke diuretica (bijv.
furosemide). Er zijn geen aanwijzingen dat
ceftriaxon de renale toxiciteit van aminoglycosides verhoogt. Er is geen effect vergelijkbaar
met dat van
disulfiram aangetoond na inname van alcohol na toediening van ceftriaxon.
Ceftriaxon bevat geen N-methylthiotetrazol-deel, dat gepaard gaat met de mogelijke
ethanolintolerantie en bloedingsproblemen van bepaalde andere cefalosporines. De
eliminatie van ceftriaxon wordt niet veranderd door probenecide.
In een in vitro onderzoek zijn antagonistische effecten waargenomen bij de combinatie van
chlooramfenicol en ceftriaxon.
Gebruik geen oplosmiddelen die calcium bevatten, zoals Ringer’s of Hartmann’s oplossing,
om ceftriaxonampullen te reconstitueren of om een gereconstitueerde ampul verder te
verdunnen voor i.v. toediening, omdat een neerslag gevormd kan worden. Er kan zich ook
een neerslag van ceftriaxoncalcium vormen als Ceftriaxon Sandoz gemengd wordt met
calcium bevattende oplossingen in dezelfde infuuslijn. Ceftriaxon Sandoz mag niet gelijktijdig
met calcium bevattende i.v.-oplossingen gebruikt worden, waaronder continue calcium
bevattende infusies zoals parenterale voeding via een Y-lijn. Met uitzondering van neonaten
kunnen patiënten echter wel opeenvolgend Ceftriaxon Sandoz en calcium bevattende
oplossingen toegediend krijgen, als de infuuslijnen tussendoor grondig doorgespoeld worden
met een compatibele vloeistof. In vitro onderzoek met volwassen en neonaat plasma uit
navelstrengbloed heeft aangetoond dat neonaten een verhoogd risico hebben op neerslag
van ceftriaxoncalcium.
Gebaseerd op meldingen in de literatuur is ceftriaxon incompatibel met
amsacrine,
vancomycine,
fluconazol en aminoglycosides.
Sandoz B.V.
Page 7/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
In zeldzame gevallen kan de Coombs test vals-positief zijn bij patiënten die met ceftriaxon
behandeld worden. Net als andere antibiotica kan ceftriaxon in testen voor galactosemie een
vals-positieve uitslag geven. Ook niet-enzymatische methoden voor glucosebepaling in de
urine kunnen vals-positieve resultaten geven. Daarom moeten glucosebepalingen in de urine
tijdens een behandeling met Ceftriaxon Sandoz enzymatisch gedaan worden.
Ceftriaxon kan een negatief effect hebben op de werkzaamheid van orale hormonale
anticonceptiva. Het is daarom aan te raden tijdens de behandeling en in de maand daarna
aanvullende (niet-hormonale) contraceptie te gebruiken.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Ceftriaxon passeert de placenta. De veiligheid tijdens zwangerschap bij de mens is niet
aangetoond. Reproductieonderzoek bij dieren heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor
embryotoxiciteit, fetotoxiciteit, teratogeniteit of nadelige gevolgen voor de mannelijke of
vrouwelijke vruchtbaarheid, partus of peri- en postnatale ontwikkeling. Bij primaten is geen
embryotoxiciteit of teratogeniteit gezien. Gezien de beperkte ervaring is voorzichtigheid
geboden bij het voorschijven aan zwangere vrouwen.
Ceftriaxon wordt in lage concentraties uitgescheiden in de moedermelk. Voorzichtigheid is
geboden bij het voorschrijven van Ceftriaxon Sandoz aan vrouwen die borstvoeding geven.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te
bedienen Hoewel er geen meldingen bekend zijn over beïnvloeding van de rijvaardigheid of de
bekwaamheid om machines te gebruiken, dient men wel rekening te houden met het
incidenteel optreden van duizeligheid.
4.8 Bijwerkingen De bijwerkingen zijn meestal licht en kortdurend.
De volgende terminologie is gebruikt om het optreden van bijwerkingen te classificeren:
Zeer vaak (>1/10)
Vaak (>1/100, <1/10)
Soms (>1/1000, <1/100)
Zelden (>1/10.000, <1/1000)
Zeer zelden (<1/10.000)
Onbekend (kan niet geschat worden op grond van de beschikbare gegevens)
Systeem/orgaanklasse Frequentie
Bijwerking
Infecties en parasitaire aandoeningen Zelden
Mycose van de genitale
tractus
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Vaak
Leukocytopenie,
granulocytopenie,
eosinofilie, hemolytische
anemie, trombocytopenie
Zeer
zelden
Stollingsproblemen
Onbekend
Agranulocytose
(<500/mm3)*
Immuunsysteemaandoeningen Zelden
Anafylactische
of
anafylactoïde reacties (bijv.
bronchospasmen) (zie
rubriek 4.4)+, koorts, rillingen
Zenuwstelselaandoeningen Zelden Hoofdpijn,
duizeligheid,
Sandoz B.V.
Page 8/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
vertigo
Maagdarmstelselaandoeningen Vaak
Diarree,
misselijkheid,
braken, stomatitis, glossitis
Zeer
zelden
Pseudomembraneuze
enterocolitis (zie rubriek
4.4), gastro-intestinale
hemorragie
Lever- en galaandoeningen
Zelden
Symptomatische neerslag
van ceftriaxon-calciumzout
in de galblaas/reversibele
cholelithiasis, verhoging van
leverenzymen
Zeer
zelden
Pancreatitis
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak
Exantheem, allergische
dermatitis, pruritus, urticaria
en oedeem
Onbekend
Stevens-Johnson-syndroom,
Lyell-syndroom/toxische
epidermale necrolyse,
erythema multiforme
Nier- en urinewegaandoeningen
Zelden
Hematurie, oligurie,
verhoogd serumcreatinine
Algemene aandoeningen en
Zelden Flebitisº
toedieningsplaatsstoornissen
Onbekend
Pijn op de injectieplaats$
Onderzoeken Zelden
Glucosurie#, vals-positieve
Coombs test en
galactosemietest
Zeer zelden
Verlengde coagulatietijd
* Meestal na 10 dagen behandeling of na een totale dosering van 20 g of meer.
+ In geval van ernstige acute overgevoeligheidsreacties en anafylactische shock moet er direct gestopt worden
met de toediening van ceftriaxon en moeten er noodmaatregelen genomen worden.
º Na intraveneuze toediening. Dit kan worden geminimaliseerd door langzaam te injecteren over een periode van
2-4 minuten.
$ Intramusculaire injectie van ceftriaxon
zonder lidocaïne is pijnlijk.
# Niet-enzymatische methoden voor de glucosebepaling in urine kan vals-positieve positieve resultaten geven.
Daarom moeten glucosebepalingen in de urine tijdens een behandeling met ceftriaxon enzymatisch gedaan
worden.
Ceftriaxon mag niet gemengd of gelijktijdig toegediend worden met calcium bevattende
oplossingen of producten. zelfs niet via verschillende infuuslijnen.
In zeldzame gevallen zijn ernstige en soms fatale bijwerkingen gemeld bij te vroeg geboren
en à terme geboren kinderen (jonger dan 28 dagen) die behandeld waren met intraveneus
ceftriaxon en calcium. Neerslagen van ceftriaxoncalcium zijn post mortem gezien in longen
en nieren.
Het hoge risico op neerslag bij pasgeborenen wordt veroorzaakt door hun kleine
bloedvolume en de langere halfwaardetijd van ceftriaxon vergeleken met volwassenen (zie
rubriek 4.3, 4.4 en 5.2).
Sandoz B.V.
Page 9/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
Er kan superinfectie ontstaan veroorzaakt door micro-organismen die niet gevoelig zijn voor
ceftriaxon (candida, schimmels of andere resistente micro-organismen).
Pseudomembraneuze colitis is een zeldzame bijwerking veroorzaakt door infectie met
Clostridium difficile tijdens behandeling met ceftriaxon. Daarom moet de mogelijkheid van
deze aandoening in gedachten gehouden worden bij patiënten die diarree ontwikkelen na
een behandeling met antibacteriële middelen.
Zeer zeldzame gevallen van neerslag in de nieren zijn gemeld, meestal bij kinderen ouder
dan 3 jaar die behandeld waren met hoge dagelijkse doses (bijv. ≥80 mg/kg/dag) of met
totale doses hoger dan 10 gram en bij wie andere risicofactoren aanwezig waren (bijv.
vochtbeperking, bedlegerigheid, enz.). Het risico op neerslagvorming is hoger bij
geïmmobiliseerde of uitgedroogde patiënten. De neerslag kan symptomatisch of
asymptomatisch zijn, kan leiden tot nierinsufficiëntie en anurie, en is reversibel na staken van
Ceftriaxon Sandoz.
Neerslagen van ceftriaxoncalcium in de galblaas zijn gezien, voornamelijk bij patiënten die
behandeld werden met doses die hoger waren dan de aanbevolen standaarddosering. Bij
kinderen heeft prospectief onderzoek een variabele incidentie van neerslagvorming bij
intraveneuze toediening te zien gegeven, in sommige onderzoeken tot meer dan 30%. De
incidentie lijkt lager te zijn bij langzame infusie (20-30 minuten). Dit effect is meestal
asymptomatisch, maar in zeldzame gevallen is de neerslag gepaard gegaan met klinische
symptomen zoals pijn, misselijkheid en braken. Symptomatische behandeling wordt in deze
gevallen aangeraden. De neerslag is meestal reversibel na staken van ceftriaxon.
4.9 Overdosering Bij overdosering kunnen misselijkheid, braken en diarree optreden. De concentratie
ceftriaxon kan niet verlaagd worden door hemodialyse of peritoneale dialyse. Er is geen
specifiek antidotum. De behandeling is symptomatisch.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Algemene eigenschappen
ATC-classificatie:
J01DD04
Werkingsmechanisme:
Ceftriaxon remt de synthese van de bacteriecelwand, wat resulteert in een bactericide
werking.
Relatie tussen farmacokinetiek en farmacodynamiek:
De mate van bactericide werking hangt af van de tijdsduur dat de serumspiegel hoger is dan
de minimaal remmende concentratie (MIC) van de pathogeen.
Resistentiemechanisme: Ceftriaxon kan effectief zijn tegen organismen die bepaalde soorten bèta-lactamase
produceren, bijvoorbeeld TEM-1. Het wordt echter geïnactiveerd door bèta-lactamases die
efficiënt cefalosporines kunnen hydrolyseren, zoals veel van de extended-spectrum bèta-
lactamases en chromosomale cefalosporinases, zoals enzymen van het AmpC type.
Het mag niet van ceftriaxon worden verwacht dat het effectief is tegen de meeste bacteriën
met penicilline-bindende eiwitten die een verminderde affiniteit hebben voor bèta-lactam
middelen. Resistentie kan tevens worden veroorzaakt door bacteriële impermeabiliteit of
Sandoz B.V.
Page 10/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
door bacteriële effluxpompen. Meerdere van deze vier mechanismen van resistentie kunnen
voorkomen in hetzelfde organisme.
Gevoeligheid De volgende MIC’s zijn vastgesteld voor gevoelige en resistente organismen:
EUCAST breekpunten
Pathogeen Gevoelig
Resistent
Enterobacteriaceae
≤1 mg/l
≥2 mg/l
Staphylococcus spp.
–*
–*
Streptococcus (A, B, C, G)
≤0,5 mg/l
>0,5 mg/l
Streptococcus pneumoniae
≤0,5 mg/l
>2 mg/l
Haemophilus influenzae
≤0,12 mg/l
>0,12 mg/l
Moraxella catarrhalis
≤0,12 mg/l
>0,12 mg/l
Neisseria gonorrhoeae
≤0,12 mg/l
>0,12 mg/l
Neisseria meningitidis
≤0,12 mg/l
>0,12 mg/l
Niet speciespecifieke
≤1 mg/l
≥2 mg/l
breekpunten**
* De gevoeligheid van
Staphylococci voor ceftriaxon is geconcludeerd uit de gevoeligheid voor methicilline.
** Over het algemeen gebaseerd op de serumfarmacokinetiek.
De resistentieprevalentie voor bepaalde soorten kan geografisch en in de tijd verschillen.
Lokale informatie over resistentie is daarom wenselijk, in het bijzonder wanneer ernstige
infecties worden behandeld.
Indien noodzakelijk dient er advies van een expert te worden ingewonnen wanneer de lokale
resistentieprevalentie zodanig is dat het gebruik van ceftriaxon voor tenminste sommige
types infectie twijfelachtig is.
Soorten
Meestal gevoelige soorten
Gram-positieve aëroben
Methicilline-gevoelige
Staphylococcus*
Streptococcus spp.
Streptococcus pneumoniae*
Gram-negatieve aëroben
Borrelia burgdorferi
Citrobacter koseri
Escherichia coli*1
Haemophilus influenzae*
Klebsiella pneumoniae*1
Klebsiella oxytoca*
Moraxella catarrhalis*
Neisseria gonorrhoeae*
Neisseria meningitidis*
Proteus mirabilis*1
Proteus vulgaris+
Providencia Salmonella Shigella Yersinia
Sandoz B.V.
Page 11/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
Anaëroben
Clostridium perfringens
Fusobacterium
Peptostreptococcus
Prevotella
Soorten waarbij verworven resistentie een probleem kan
zijn
Gram-negatieve aëroben Acinetobacter baumanii$+
Citrobacter freundii1
Enterobacter aerogenes Enterobacter cloacae Morganella morganii
Serratia marcescens
Inherent resistente soorten
Gram-positieve aëroben
Enterococcus spp.
Listeria monocytogenes Methicilline-resistente
Staphylococcus
Gram-negatieve aëroben
Pseudomonas aeruginosa
Stenotrophomonas maltophila
Anaëroben
Bacteroides fragilis
Clostridium difficile
Andere
Chlamydia spp.
Chlamydophila spp.
Legionella pneumophila
Mycoplasma spp.
Treponema pallidum
*Klinische effectiviteit is aangetoond bij erkende klinische indicaties met gevoelige geïsoleerde micro-organismen.
$ Soorten met van nature intermediaire gevoeligheid.
1 Sommige stammen produceren induceerbare of stabiel gedereprimeerde chromosomaal gecodeerde
cefalosporinases en ESBL’s (extended spectrum bèta-lactamases) en zijn dus klinisch resistent tegen
cefalosporines.
+ In ten minste één regio is de mate van resistentie >50%.
5.2 Farmacokinetische
gegevens
Absorptie na intramusculaire toediening
De biologische beschikbaarheid van ceftriaxon na intramusculaire toediening bedraagt
100%.
Distributie
Na intraveneuze toediening diffundeert ceftriaxon snel in het weefselvocht, waar – indien het
in de aanbevolen dosering wordt toegepast - bactericide concentraties worden bereikt, die
minstens 24 uur aanhouden.
Sandoz B.V.
Page 12/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
Penetratie in liquor cerebrospinalis:
Bij kinderen en zuigelingen bedraagt de diffusie door de ontstoken meninges gemiddeld 17%
van de plasmaspiegel. Dit is ca. 4 maal hoger dan de diffusie door niet-ontstoken meninges.
In liquor cerebrospinalis zijn ceftriaxonconcentraties >1,4 µg/ml gemeten 24 uur na i.v.
toediening van ceftriaxon in doses van 50-100 mg/kg.
Bij volwassen meningitispatiënten leidt de toediening van 50 mg per kg lichaamsgewicht tot
liquorconcentraties die van 2 tot 24 uur na toediening verscheidene malen hoger zijn dan de
concentraties die minimaal zijn vereist om de groei van de meest voorkomende verwekkers
van meningitis te remmen. Na 24 uur is de liquorconcentratie gedaald tot 1 µg per ml.
Ceftriaxon gaat snel over in de moedermelk, van waaruit het weer verdwijnt met een
halfwaardetijd van 12-17 uur. De concentratie in de moedermelk bedraagt ongeveer 3-4%
van de concentratie in het serum van de moeder (0,5-0,7 µg per ml na een dosis van 1 g).
De overgang van ceftriaxon in de moedermelk is van weinig klinische betekenis, vooral
vanwege de slechte orale absorptie van deze stof.
Ceftriaxon gaat snel over in het navelstrengbloed en in het vruchtwater. De bereikte
concentraties (ca. 20 µg per ml resp. ca. 15 µg per ml na een intraveneuze dosis van 2 g)
zijn waarschijnlijk hoog genoeg voor de behandeling van materno-fetale infecties.
Na i.m. injectie is de diffusie in het middenoor bij kinderen en pasgeborenen voldoende om
concentraties te handhaven die minstens 48 uur lang liggen boven de MIC van pathogenen
die acute otitis media veroorzaken.
Na een eenmalige injectie van 50 mg/kg is de totale concentratie van ceftriaxon in het
middenoor ongeveer 5 mg/ml gedurende 1,5 uur en 33±20 mg/ml na 15 uur; de concentratie
blijft tot 24 uur op hetzelfde niveau (35±12 mg/l) en is na 48 uur nog 19±7 mg/l.
Eiwitbinding
Ceftriaxon wordt in het plasma reversibel gebonden aan plasma-eiwitten, met name
albumine. Het bindingspercentage neemt af bij toenemende concentratie van ceftriaxon, n.l.
van 95% binding bij concentraties lager dan 100 µg/ml tot 85% binding bij 300 µg/ml.
Metabolisme
Ceftriaxon wordt door de intestinale flora omgezet in inactieve metabolieten.
Eliminatie
Ceftriaxon wordt onveranderd uitgescheiden door de nieren (60%) en de lever (40%).
Eén tot drie uur na intraveneuze toediening van 1 g ceftriaxon bedraagt de
ceftriaxonconcentratie in de gal 600-900 µg/ml. In het weefsel van de galblaas is de
concentratie dan 80 µg/ml.
Farmacokinetiek in bijzondere klinische situaties:
De serumhalfwaardetijd bij gezonde volwassenen bedraagt ongeveer 6 tot 9 uur.
In de eerste levensweek wordt 80% van de dosering uitgescheiden met de urine; gedurende
de eerste maand vermindert dit tot niveaus vergelijkbaar met die bij volwassenen. Bij
neonaten jonger dan 8 dagen is de gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd meestal twee tot drie
keer langer dan bij jongvolwassenen.
Bij ouderen boven de 75 jaar is de gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd gewoonlijk twee tot
drie maal langer dan bij jongvolwassenen.
Patiënten met terminaal nierfalen vertonen een significant verhoogde serumhalfwaardetijd
van ongeveer 14 uur. In gevallen van gelijktijdig nier- en leverfalen of insufficiëntie dient de
Sandoz B.V.
Page 13/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
concentratie ceftriaxon regelmatig te worden gecontroleerd en dient de dosis te worden
aangepast indien noodzakelijk.
In vitro studies hebben aangetoond dat ceftriaxon bilirubine kan verdringen van serum
albumine. Voorzichtigheid is daarom geboden wanneer ceftriaxon overwogen wordt voor de
behandeling van pasgeborenen met geelzucht, en zeker prematuren, vanwege het risico op
de ontwikkeling van een bilirubine-encefalopathie (zie rubriek 4.4).
Bij een verminderde nierfunctie neemt secretie in de gal toe; bij een verminderde leverfunctie
neemt excretie via de nieren toe. In beide gevallen wordt de eliminatiehalfwaardetijd slechts
enigszins verlengd. Bij patiënten met zowel een verminderde nierfunctie als een verminderde
leverfunctie kan de halfwaardetijd verlengd zijn.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek Preklinische gegevens uit conventionele studies met betrekking tot acute toxiciteit, toxiciteit
bij herhaalde toediening en genotoxiciteit vertoonden geen andere bijzondere risico’s voor
mensen dan die welke reeds elders in deze SmPC genoemd zijn. Bij rammen is een afname
van de concentratie, het volume en de motiliteit van het sperma gezien bij doseringen lager
of vergelijkbaar met de dosering bij de mens in mg/kg. Bij ratten werd bij een dosering van
ongeveer 20 maal de menselijke dosering geen effect gezien op de fertiliteit of het
reproductieve succes. Bij muizen, ratten en primaten werd bij doseringen van 20, 20 en 3
maal de menselijke dosering geen embryofoetale toxiciteit of teratogeniteit gezien.
Voor intramusculaire toediening
Lidocaïne: zie de productinformatie voor lidocaïne-oplossingen.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen Poeder: Geen
Oplosmiddel i.m.: lidocaïnehydrochloride, water voor injectie,
natriumwaterstofcarbonaat Oplosmiddel i.v.: water voor injectie
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid Oplossingen die ceftriaxon bevatten, mogen niet gemengd worden met of toegevoegd
worden aan andere middelen. In het bijzonder mogen calcium bevattende oplossingen (bijv.
Ringer’s oplossing of Hartmann’s oplossing) niet gebruikt worden om flacons ceftriaxon te
reconstitueren of om een gereconstitueerde flacon verder te verdunnen voor i.v. toediening,
omdat zich een neerslag kan vormen. Ceftriaxon mag niet worden gemengd of gelijktijdig
toegediend worden met calcium bevattende oplossingen (zie rubriek 4.2, 4.3, 4.4 en 4.8).
Gebaseerd op meldingen in de literatuur is ceftriaxon niet verenigbaar met amsacrine,
vancomycine,
fluconazol, aminoglycosiden en
labetalol.
6.3 Houdbaarheid Poeder voor oplossing voor i.m. injectie met het oplosmiddel voor oplossing voor injectie
(lidocaïnehydrochloride): 24 maanden
Poeder voor oplossing voor i.v. injectie/infusie met het oplosmiddel voor oplossing voor
infusie (water voor injectie): 36 maanden
Na reconstitutie: Voor direct gebruik.
Sandoz B.V.
Page 14/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren Voor dit geneesmiddel zijn geen bijzondere bewaarcondities vereist m.b.t. de temperatuur. In
de originele verpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
Gereconstitueerde oplossing:
De chemische en fysische stabiliteit is aangetoond voor 24 uur bij 2-8°C.
Vanuit microbiologisch oogpunt dient het gereconstitueerde product onmiddellijk gebruikt te
worden. Indien het niet onmiddellijk gebruikt wordt, is de gebruiker verantwoordelijk voor de
opslagperiode en opslagcondities vóór gebruik. Dit dient niet langer dan 24 uur te zijn bij 2
tot 8°C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking I.m. injectie
Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Poederflacon: 0,25 g poeder voor oplossing voor injectie: 15 ml injectieflacon van kleurloos,
helder glas, afgesloten met een gehalogeneerde butylrubber stop, beschermd door een
aluminium kapje en plastic flip-off.
Ampul voor oplosmiddel: 5 ml ampul van kleurloos, helder glas met oplossing voor injectie
die 20 mg/2 ml lidocaïnehydrochloride bevat.
Verpakkingsgroottes:
1 injectieflacon + 1 ampul, 10 injectieflacons +10 ampullen
Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Poederflacon: 0,5 g poeder voor oplossing voor injectie: 15 ml injectieflacon van kleurloos,
helder glas, afgesloten met een gehalogeneerde butylrubber stop, beschermd door een
aluminium kapje en plastic flip-off.
Ampul voor oplosmiddel: 5 ml ampul van kleurloos, helder glas met oplossing voor injectie
die 20 mg/2 ml lidocaïnehydrochloride bevat.
Verpakkingsgroottes:
1 injectieflacon + 1 ampul, 10 injectieflacons +10 ampullen
Ceftriaxon Sandoz 1 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Poederflacon: 1,0 g poeder voor oplossing voor injectie: 15 ml injectieflacon van kleurloos,
helder glas, afgesloten met een gehalogeneerde butylrubber stop, beschermd door een
aluminium kapje en plastic flip-off.
Ampul voor oplosmiddel: 5 ml ampul van kleurloos, helder glas met oplossing voor injectie
die 35 mg/3,5 ml lidocaïnehydrochloride bevat.
Verpakkingsgroottes:
1 injectieflacon + 1 ampul, 10 injectieflacons +10 ampullen
I.v. injectie/infusie
Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor
injectie/infusie
Poederflacon: 1,0 g poeder voor oplossing voor injectie/infusie: 15 ml injectieflacon van
kleurloos, helder glas, afgesloten met een gehalogeneerde butylrubber stop, beschermd door
een aluminium kapje en plastic flip-off.
Ampul voor oplosmiddel: 1 ampul van kleurloos LDPE bevat 10 ml water voor injectie.
Sandoz B.V.
Page 15/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
Verpakkingsgroottes:
1 injectieflacon + 1 ampul
Niet alle verpakkingsgrootten hoeven in de handel gebracht te worden.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies Ceftriaxon mag in dezelfde spuit alleen worden gemengd met 1% lidocaïnehydrochloride
oplossing (alleen voor intramusculair gebruik)
Gebruik voor de reconstitutie van Ceftriaxon Sandoz geen calcium bevattende oplossingen
zoals Ringer’s oplossing of Hartmann’s oplossing. Dit kan leiden tot neerslagvorming.
Intramusculaire injectie: Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair dient te worden opgelost in
2 ml van een 1% lidocaïnehydrochloride oplossing. Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair
dient te worden opgelost in 2 ml van een 1% lidocaïnehydrochloride oplossing. Ceftriaxon
Sandoz 1 g intramusculair dient te worden opgelost in 3,5 ml van een 1%
lidocaïnehydrochloride oplossing. De oplossing dient te worden toegediend middels een
diepe intramusculaire injectie. Doseringen groter dan 1 g dienen te worden verdeeld en
geïnjecteerd op meer dan 1 plaats.
Lidocaïne oplossingen mogen niet intraveneus worden toegediend.
Intraveneuze injectie: Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus dient te worden opgelost in 10 ml
water voor injectie.
De injectie dient te worden toegediend gedurende ten minste 2-4
minuten, direct in een ader of via een lijn van een intraveneus infuus.
Intraveneuze infusie: Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus dient te worden opgelost in 20-40 ml
van een van de volgende calciumvrije infuusvloeistoffen:
natriumchloride 0,9%,
natriumchloride 0,45% +
glucose 2,5%, glucose 5% of 10%, dextran 6% in glucose 5%,
hydroxyethyl zetmeel 6-10% infusies. Zie ook de informatie in rubriek 6.2. De infusie dient te
worden toegediend gedurende ten minste 30 minuten.
Als het gereconstitueerd is voor intramusculaire of intraveneuze injectie, geeft het witte tot
geel-oranje kristalachtige poeder een lichtgele tot amberkleurige oplossing.
Gereconstitueerde oplossingen dienen visueel te worden geïnspecteerd. Alleen heldere
oplossingen vrij van zichtbare deeltjes mogen worden gebruikt. Het gereconstitueerde
product is voor eenmalig gebruik en ongebruikte oplossing dient te worden vernietigd.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sandoz B.V.
Veluwezoom 22
Almere
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie:
RVG 104063
Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie:
RVG 104062
Sandoz B.V.
Page 16/16
Ceftriaxon
1311-v1
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
juli 2010
Ceftriaxon Sandoz 1 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie:
RVG 104064
Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor
injectie/infusie: RVG 104073
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
Datum van eerste goedkeuring: 22-10-2010
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST