Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie/infusie

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 104073
Registratiehouder: Sandoz


Sandoz B.V. 
 
Page 1/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
1. 
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
 
Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie  
Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie  
Ceftriaxon Sandoz 1 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie  
Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor 
injectie/infusie 
 
 
2. 
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor i.m. 
injectie, bestaat uit: 
1 flacon bevat: ceftriaxon (als dinatrium-3,5-hydraat) 0,25 g  
1 ampul bevat: een 1% (20 mg/2 ml) oplossing lidocaïnehydrochloride als oplosmiddel in een 
ampul van 5 ml 
 
Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor i.m. 
injectie, bestaat uit:  
1 flacon bevat: ceftriaxon (als dinatrium-3,5-hydraat) 0,5 g  
1 ampul bevat: een 1% (20 mg/2 ml) oplossing lidocaïnehydrochloride als oplosmiddel in een 
ampul van 5 ml 
 
Ceftriaxon Sandoz 1 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor i.m. 
injectie, bestaat uit:  
1 flacon bevat: ceftriaxon (als dinatrium-3,5-hydraat) 1 g  
1 ampul bevat: een 1% (35 mg/3,5 ml) oplossing lidocaïnehydrochloride als oplosmiddel in 
een ampul van 5 ml 
 
Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor i.v. 
injectie/infusie, bestaat uit:  
1 flacon bevat: ceftriaxon (als dinatrium-3,5-hydraat) 1 g  
1 ampul bevat: 10 ml water voor injectie als oplosmiddel 
 
Hulpstoffen: 
1 flacon Ceftriaxon Sandoz 0,25 g bevat 21 mg natrium 
1 flacon Ceftriaxon Sandoz 0,5 g bevat 42 mg natrium 
1 flacon Ceftriaxon Sandoz 1 g bevat 83 mg natrium 
 
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
 
3. FARMACEUTISCHE 
VORM 
 
I.m. injectie: 
Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie. 
Het poeder is wit tot geelachtig. 
Oplosmiddel: 20 mg/2 ml lidocaïnehydrochloride per ml water voor injectie 
Oplosmiddel: 35 mg/3,5 ml lidocaïnehydrochloride per ml water voor injectie 
Oplosmiddel: 40 mg/4 ml lidocaïnehydrochloride per ml water voor injectie 
 
I.v. injectie/infusie: 
Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie/infusie. 
Het poeder is wit tot geelachtig. 

Sandoz B.V. 
 
Page 2/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
Oplosmiddel: 5 ml water voor injectie 
Oplosmiddel: 10 ml water voor injectie 
 
Na constitutie: iso-osmetisch, pH ongeveer 6,0-8,0. 
 
 
4. KLINISCHE 
GEGEVENS 
 
4.1 Therapeutische 
indicaties 
Ceftriaxon is geïndiceerd voor gebruik bij ernstige infecties, indien veroorzaakt of 
waarschijnlijk veroorzaakt door voor ceftriaxon gevoelige micro-organismen en waarbij 
parenterale behandeling noodzakelijk is (zie rubriek 5.1):  
•  Bacteriële meningitis (zie de aanbeveling voor de behandeling van purpura fulminans in 
rubriek 4.2) 
• Pneumonie 
•  Abdominale infecties: met name peritonitis en infecties van de galwegen. Ceftriaxon dient 
gebruikt te worden in combinatie met een antibioticum dat tegen anaëroben werkt  
•  Gecompliceerde infecties van de huid en weke delen 
•  Infecties aan botten en gewrichten 
•  Patiënten met late manifestatie van de ziekte van Lyme (fase II en III) 
• Gonorroe 
•  Otitis media bij kinderen en neonaten (nadat andere behandeling gefaald heeft of 
wanneer orale behandeling niet mogelijk is) (zie ook rubriek 4.4 voor verduidelijking van 
deze beperkingen) 
 
Er dient rekening gehouden te worden met officiële lokale richtlijnen ten aanzien van de 
juiste toepassing van antibacteriële middelen. 
 
4.2  Dosering en wijze van toediening 
 
Dosering 
De dosering en de wijze van toediening dienen te worden bepaald op basis van de ernst en 
de plaats van de infectie, de gevoeligheid van het ziekteveroorzakende organisme en de 
leeftijd en toestand van de patiënt. De normale duur van de therapie is afhankelijk van de 
respons. Zoals in het algemeen bij therapie met antibiotica dient de toediening van ceftriaxon 
te worden voortgezet tot ten minste 48 tot 72 uur nadat de patiënt koortsvrij is of nadat is 
aangetoond dat bacteriële eradicatie is bereikt. 
  
Volwassenen en jongvolwassenen ouder dan 12 jaar met een lichaamsgewicht >50 kg: 
De standaarddosering bedraagt 1-2 g ceftriaxon eenmaal daags (iedere 24 uur). Bij ernstige 
infecties en in gevallen waarin de pathogenen slechts matig gevoelig zijn voor ceftriaxon, kan 
de dosis worden verhoogd tot 4 g eenmaal daags. 
 
Bij een ongecompliceerde gonorroe bij volwassenen en jongvolwassenen ouder dan 12 jaar 
met een lichaamsgewicht ≥50 kg dient een enkele dosis van 250 mg ceftriaxon 
intramusculair te worden toegediend. 
 
Meningitis: 
De startdosering is 100 mg per kg lichaamsgewicht eenmaal per dag; het maximum van 4 
g/dag mag niet overschreden worden. Na bepaling van de gevoeligheid van het 
veroorzakende micro-organisme is een verlaging van de dosis mogelijk. Bij pasgeborenen 
van 0-14 dagen oud dient de dosis niet hoger te zijn dan 50 mg/kg per 24 uur. 

Sandoz B.V. 
 
Page 3/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
In geval van een klinische verdenking van invasieve infectie, zoals bij purpura fulminans, 
dient de correcte dosis waar mogelijk via de intraveneuze route te worden gegeven, of 
anders intramusculair. De aanbevolen standaarddosering voor volwassenen is in dit geval 1-
2 g/dag. Voor kinderen en neonaten wordt een dosering van 50-100 mg/kg aanbevolen, 
waarbij de 1 g niet overschreden mag worden. 
 
Ziekte van Lyme (fase II en III):  
Bij volwassenen en adolescenten ouder dan 12 jaar is de dosering 50 mg/kg, met een 
maximum van 2 g ceftriaxon eenmaal daags gedurende 14 dagen. 
Kinderen: 50-100 mg/kg lichaamsgewicht eenmaal daags, tot een maximale dosering van 2 g 
per dag gedurende 14 dagen. 
 
Otitis media bij kinderen en neonaten (nadat andere behandeling gefaald heeft of wanneer 
orale behandeling niet mogelijk is) (zie ook rubriek 4.4) 
Na falen van behandeling: 50 mg/kg/dag gedurende 3 dagen. Als alternatief voor orale 
behandeling: 50 mg/kg als enkelvoudige injectie. 
  
Ouderen: 
Indien de nier- en leverfunctie voldoende zijn, hoeft de dosis voor volwassenen niet te 
worden aangepast. 
 
Neonaten (0-14 dagen):  
20-50 mg/kg lichaamsgewicht, intraveneus toegediend één keer per dag (24-uur interval) . Bij 
ernstige infecties mag de dagelijkse dosering nooit de 50 mg/kg lichaamsgewicht 
overschrijden  
 
Kinderen van 15 dagen tot 12 jaar met een lichaamsgewicht van minder dan 50 kg:  
20-80 mg per kg lichaamsgewicht, intraveneus toegediend één keer per dag (24-uur 
interval). 
Bij ernstige infecties mag de dagelijkse dosering van 80 mg/kg niet worden overschreden, 
behalve bij meningitis (zie rubriek 4.2: Speciale doseringsaanbevelingen). 
 
Voor kinderen met een lichaamsgewicht van 50 kg of meer wordt de standaarddosering voor 
volwassenen aanbevolen (zie boven). 
 
Nierfunctiestoornissen: 
Bij patiënten met een gestoorde nierfunctie bestaat er geen noodzaak de dosering van 
ceftriaxon te veranderen mits de leverfunctie normaal is. Alleen wanneer er sprake is van 
extreem nierfalen (creatinineklaring <10 ml/min), dient de dagelijkse dosering beperkt te 
worden tot maximaal 2 g. Bij een ernstige nierfunctiestoornis gepaard gaande met 
leverinsufficiëntie dient de plasmaconcentratie van ceftriaxon met regelmatige tussenpozen 
bepaald te worden en dient de dosering indien nodig aangepast te worden. 
Patiënten die hemodialyse of peritoneaaldialyse ondergaan, hoeven geen aanvullende dosis 
ceftriaxon na de dialyse. Er wordt wel aangeraden de plasmaspiegels te controleren om na 
te gaan of doseringsaanpassing nodig is, omdat de eliminatiesnelheid bij deze patiënten 
verlaagd kan zijn. 
 
Leverfunctiestoornissen: 
Er bestaat geen noodzaak de dosering te veranderen als de nierfunctie normaal is. Bij een 
ernstige nierfunctiestoornis gepaard gaande met leverinsufficiëntie dient de 
plasmaconcentratie van ceftriaxon met regelmatige tussenpozen bepaald te worden en dient 
de dosering indien nodig aangepast te worden. 
 
Toedieningswijze 

Sandoz B.V. 
 
Page 4/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
Ceftriaxon kan als intraveneuze bolusinjectie, als intraveneuze infusie of als intramusculaire 
injectie worden toegediend, na reconstitutie van de oplossing volgens de aanwijzingen in 
rubriek 6.6.  
 
Oplosmiddelen die calcium bevatten (zoals Ringer’s oplossing of Hartmann’s oplossing), 
mogen niet gebruikt worden om ceftriaxon te reconstitueren of om een gereconstitueerde 
flacon verder te verdunnen voor i.v. toediening, omdat zich dan een neerslag kan vormen. 
Ceftriaxon-calcium kan ook neerslaan wanneer ceftriaxon in dezelfde infuuslijn gemengd 
wordt met calcium bevattende oplossingen. Daarom mogen ceftriaxon en calcium bevattende 
oplossingen niet gemengd of gelijktijdig toegediend worden (zie rubriek 4.3, 4.4 en 6.2). 
Gebruik geen oplossingen die lidocaïne bevatten om ceftriaxon te reconstitueren of om een 
gereconstitueerde flacon verder te verdunnen voor i.v. toediening. 
 
4.3 Contra-indicaties  
 
 
Ceftriaxon Sandoz is gecontra-indiceerd bij 
 
  patiënten met een bekende overgevoeligheid voor bèta-lactam antibiotica. Bij 
patiënten die overgevoelig zijn voor penicilline moet de mogelijkheid van allergische 
kruisreacties in gedachten gehouden worden. 
 
  Neonaten met hyperbilirubinemie en prematuren mogen niet behandeld worden met 
ceftriaxon. In vitro onderzoek heeft aangetoond dat ceftriaxon bilirubine kan verdrijven 
van zijn bindingsplaatsen aan serumalbumine, en bilirubine encefalopathie kan 
ontstaan bij deze patiënten. 
 
  prematuren tot een gecorrigeerde leeftijd van 41 weken 
(zwangerschapsduur+levensduur) 
 
  à terme geboren neonaten (tot een leeftijd van 28 dagen) 
-  met geelzucht, hypoalbuminemie of acidose, omdat dit aandoeningen zijn waarbij de 
bilirubinebinding waarschijnlijk verminderd is 
-  die (naar verwachting) behandeld moeten worden met i.v. calcium of een calcium 
bevattende infusie, vanwege het gevaar op neerslaan van ceftriaxon-calcium (zie 
rubriek 4.4, 4.8 en 6.2). 
 
Er moet rekening gehouden worden met de contra-indicaties voor lidocaïne voordat 
ceftriaxon intramusculair geïnjecteerd wordt met lidocaïne (zie ook rubriek 4.4 en 6.6).  
 
4.4  Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
Net als bij andere cefalosporinen kan anafylactische shock niet uitgesloten worden, zelfs bij 
een zorgvuldige anamnese. 
 
Een gram Ceftriaxon Sandoz bevat 3,6 mmol (of 83 mg) natrium. Patiënten met een 
natriumbeperkt dieet dienen hier rekening mee te houden. 
 
Altijd als behandeling van otitis media met een parenterale formulering van ceftriaxon is 
geïndiceerd, moet met het volgende rekening gehouden worden: 
(a) in geval van falen van eerdere 72 uur durende conventionele behandeling, gedefinieerd 
door aanhouden, weer optreden of ernstiger worden van de symptomen of het optreden van 
otorroe; in deze gevallen dienen de bacteriologische gegevens te worden onderzocht aan de 
hand van paracentese of een otorroe-monster. 
Of 

Sandoz B.V. 
 
Page 5/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
(b) in uitzonderlijke gevallen kan bij kinderen jonger dan 30 maanden behandeling met i.v. of 
i.m. ceftriaxon overwogen worden, vooral wanneer orale behandeling niet mogelijk is of wordt 
vermoed dat de acute otitis media wordt veroorzaakt door pneumokokken in gebieden met 
een wijdverspreide resistentie van pneumokokken tegen behandeling met penicilline. 
 
Clostridium difficile –geassocieerde diarree (CDAD) is gemeld bij het gebruik van bijna alle 
antibacteriële middelen, waaronder Ceftriaxon Sandoz, en kan in ernst variëren van lichte 
diarree tot fatale colitis. Behandeling met antibacteriële middelen verandert de normale 
colonflora en leidt tot overgroei van C. difficile
C. difficile produceert A- en B-toxines, die bijdragen aan de ontwikkeling van CDAD. 
Stammen van C. difficile die hypertoxine produceren, veroorzaken een toegenomen 
morbiditeit en mortaliteit, aangezien deze infecties ongevoelig kunnen zijn voor 
antimicrobiële behandeling en colectomie kunnen vereisen. Bij alle patiënten die diarree 
krijgen na gebruik van antibiotica moet rekening worden gehouden met CDAD. Een 
zorgvuldige anamnese is noodzakelijk aangezien CDAD meer dan twee maanden na de 
toediening van antibacteriële middelen op kan treden. 
 
Als CDAD vermoed of bevestigd wordt, moet een lopende behandeling met antibiotica die 
niet gericht is op C. difficile, mogelijk gestaakt worden. Toepasselijke vocht- en 
elektrolytenbehandeling, eiwitsupplementatie, behandeling met antibiotica tegen C. difficile 
en chirurgische evaluatie dienen gestart te worden op klinische indicatie. 
 
Superinfecties met ongevoelige micro-organismen kunnen net als met andere antibacteriële 
middelen optreden. 
Schaduwen, abusievelijk aangezien voor galstenen, zijn op echogrammen van de galblaas 
gezien, meestal na doseringen die hoger waren dan de standaard aanbevolen dosering. 
Deze schaduwen zijn echter neerslagen van calcium-ceftriaxon die verdwijnen wanneer de 
behandeling met Ceftriaxon Sandoz klaar is of gestaakt wordt. Zelden gaan deze 
bevindingen gepaard met symptomen. In symptomatische gevallen wordt conservatieve, 
niet-chirurgische behandeling aanbevolen. 
De arts is vrij om bij symptomatische gevallen te besluiten de behandeling met ceftriaxon te 
staken. 
 
Er zijn meldingen van fatale reacties met calcium-ceftriaxon neerslagen in de longen en 
nieren van premature en à terme geboren zuigelingen jonger dan 1 maand. Minstens één 
van hen had op verschillende tijdstippen en via verschillende infuuslijnen ceftriaxon en 
calcium toegediend gekregen. Er zijn in de beschikbare wetenschappelijke gegevens geen 
meldingen van bevestigde intravasculaire neerslagen bij patiënten, behalve pasgeborenen, 
die met calcium of ceftriaxon bevattende oplossingen of andere calcium bevattende 
producten behandeld waren. In vitro onderzoek heeft aangetoond dat pasgeborenen een 
verhoogd risico lopen op neerslag van ceftriaxoncalcium vergeleken met andere 
leeftijdsgroepen. 
 
Ceftriaxon mag bij geen enkele leeftijdsgroep worden gemengd of toegediend samen met 
calcium bevattende i.v.-oplossingen, zelfs niet via verschillende infuuslijnen of op 
verschillende infusieplaatsen. 
Bij patiënten ouder dan 28 dagen kunnen ceftriaxon en calcium bevattende oplossingen wel 
na elkaar toegediend worden als er infuuslijnen op verschillende plaatsen worden gebruikt of 
als de infuuslijnen worden vervangen of tussen de infusies zorgvuldig worden doorgespoeld 
met een oplossing die fysiologisch zout bevat ter voorkoming van neerslagvorming. Bij 
patiënten die continue infusie van calciumhoudende, totale parenterale voeding (TPN-
oplossingen) nodig hebben, kan de medicus overwegen andere antibacteriële middelen te 
gebruiken, die niet een dergelijk risico op neerslagvorming met zich meebrengen. Als het 
gebruik van ceftriaxon noodzakelijk wordt geacht bij patiënten die continue voeding nodig 

Sandoz B.V. 
 
Page 6/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
hebben, kunnen TPN-oplossingen en ceftriaxon tegelijk toegediend worden, maar wel via 
verschillende infuuslijnen op verschillende plaatsen. Een andere mogelijkheid is de infusie 
van TPN-oplossing te staken zolang de ceftriaxon geïnfundeerd wordt; ook dan moeten de 
infuuslijnen tussen de oplossingen doorgespoeld worden (zie rubriek 4.3, 4.8, 5.2 en 6.2). 
 
Er zijn zeldzame meldingen van gevallen van pancreatitis, mogelijk met een oorsprong in 
biliaire obstructie, bij patiënten die behandeld werden met ceftriaxon. De meeste patiënten 
hadden risicofactoren voor biliaire stase en biliaire sludge, bijv. een voorafgaande grote 
operatie, ernstige ziekte en totaal parenterale voeding. Het kan niet uitgesloten worden dat 
dit fenomeen geactiveerd of beïnvloed wordt door galneerslag in verband met ceftriaxon.  
 
Bij ernstige nier- en leverinsufficiëntie dient de dosering volgens de gegeven aanbevelingen 
verlaagd te worden. 
 
De veiligheid en werkzaamheid van ceftriaxon zijn bij neonaten, zuigelingen en kinderen 
vastgesteld voor de doseringen beschreven in Dosering en wijze van toediening (rubriek 
4.2). Onderzoek heeft aangetoond dat ceftriaxon, net als sommige andere cefalosporines, 
bilirubine kan verdrijven van serumalbumine. Ceftriaxon Sandoz mag niet gebruikt worden bij 
neonaten (vooral prematuren), wegens het gevaar op de ontwikkeling van bilirubine-
encefalopathie. 
 
Tijdens langdurige behandeling dient regelmatig een volledig bloedonderzoek gedaan te 
worden. 
 
Wanneer lidocaïne gebruikt wordt als oplosmiddel, mogen ceftriaxonoplossingen alleen 
gebruikt worden voor intramusculaire injectie. 
 
4.5  Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Een verslechtering van de nierfunctie is tot nu toe niet gezien na gelijktijdige toediening van 
grote doses ceftriaxon en sterke diuretica (bijv. furosemide). Er zijn geen aanwijzingen dat 
ceftriaxon de renale toxiciteit van aminoglycosides verhoogt. Er is geen effect vergelijkbaar 
met dat van disulfiram aangetoond na inname van alcohol na toediening van ceftriaxon. 
Ceftriaxon bevat geen N-methylthiotetrazol-deel, dat gepaard gaat met de mogelijke 
ethanolintolerantie en bloedingsproblemen van bepaalde andere cefalosporines. De 
eliminatie van ceftriaxon wordt niet veranderd door probenecide. 
In een in vitro onderzoek zijn antagonistische effecten waargenomen bij de combinatie van 
chlooramfenicol en ceftriaxon. 
 
Gebruik geen oplosmiddelen die calcium bevatten, zoals Ringer’s of Hartmann’s oplossing, 
om ceftriaxonampullen te reconstitueren of om een gereconstitueerde ampul verder te 
verdunnen voor i.v. toediening, omdat een neerslag gevormd kan worden. Er kan zich ook 
een neerslag van ceftriaxoncalcium vormen als Ceftriaxon Sandoz gemengd wordt met 
calcium bevattende oplossingen in dezelfde infuuslijn. Ceftriaxon Sandoz mag niet gelijktijdig 
met calcium bevattende i.v.-oplossingen gebruikt worden, waaronder continue calcium 
bevattende infusies zoals parenterale voeding via een Y-lijn. Met uitzondering van neonaten 
kunnen patiënten echter wel opeenvolgend Ceftriaxon Sandoz en calcium bevattende 
oplossingen toegediend krijgen, als de infuuslijnen tussendoor grondig doorgespoeld worden 
met een compatibele vloeistof. In vitro onderzoek met volwassen en neonaat plasma uit 
navelstrengbloed heeft aangetoond dat neonaten een verhoogd risico hebben op neerslag 
van ceftriaxoncalcium. 
 
Gebaseerd op meldingen in de literatuur is ceftriaxon incompatibel met amsacrine
vancomycine, fluconazol en aminoglycosides. 

Sandoz B.V. 
 
Page 7/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
 
In zeldzame gevallen kan de Coombs test vals-positief zijn bij patiënten die met ceftriaxon 
behandeld worden. Net als andere antibiotica kan ceftriaxon in testen voor galactosemie een 
vals-positieve uitslag geven. Ook niet-enzymatische methoden voor glucosebepaling in de 
urine kunnen vals-positieve resultaten geven. Daarom moeten glucosebepalingen in de urine 
tijdens een behandeling met Ceftriaxon Sandoz enzymatisch gedaan worden. 
 
Ceftriaxon kan een negatief effect hebben op de werkzaamheid van orale hormonale 
anticonceptiva. Het is daarom aan te raden tijdens de behandeling en in de maand daarna 
aanvullende (niet-hormonale) contraceptie te gebruiken. 
 
4.6  Zwangerschap en borstvoeding
 
 
Ceftriaxon passeert de placenta. De veiligheid tijdens zwangerschap bij de mens is niet 
aangetoond. Reproductieonderzoek bij dieren heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor 
embryotoxiciteit, fetotoxiciteit, teratogeniteit of nadelige gevolgen voor de mannelijke of 
vrouwelijke vruchtbaarheid, partus of peri- en postnatale ontwikkeling. Bij primaten is geen 
embryotoxiciteit of teratogeniteit gezien. Gezien de beperkte ervaring is voorzichtigheid 
geboden bij het voorschijven aan zwangere vrouwen. 
Ceftriaxon wordt in lage concentraties uitgescheiden in de moedermelk. Voorzichtigheid is 
geboden bij het voorschrijven van Ceftriaxon Sandoz aan vrouwen die borstvoeding geven.  
 
4.7  Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te 
bedienen
 
Hoewel er geen meldingen bekend zijn over beïnvloeding van de rijvaardigheid of de 
bekwaamheid om machines te gebruiken, dient men wel rekening te houden met het 
incidenteel optreden van duizeligheid. 
 
4.8 Bijwerkingen 
De bijwerkingen zijn meestal licht en kortdurend. 
 
De volgende terminologie is gebruikt om het optreden van bijwerkingen te classificeren: 
Zeer vaak (>1/10) 
Vaak (>1/100, <1/10) 
Soms (>1/1000, <1/100) 
Zelden (>1/10.000, <1/1000) 
Zeer zelden (<1/10.000) 
Onbekend (kan niet geschat worden op grond van de beschikbare gegevens) 
 
Systeem/orgaanklasse Frequentie 
Bijwerking 
Infecties en parasitaire aandoeningen  Zelden 
Mycose van de genitale 
tractus 
 
Bloed- en lymfestelselaandoeningen 
Vaak 
Leukocytopenie, 
granulocytopenie, 
eosinofilie, hemolytische 
anemie, trombocytopenie 
 Zeer 
zelden 
Stollingsproblemen 
 Onbekend 
Agranulocytose 
(<500/mm3)*
Immuunsysteemaandoeningen Zelden 
Anafylactische 
of 
anafylactoïde reacties (bijv. 
bronchospasmen) (zie 
rubriek 4.4)+, koorts, rillingen 
Zenuwstelselaandoeningen Zelden  Hoofdpijn, 
duizeligheid, 

Sandoz B.V. 
 
Page 8/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
vertigo 
Maagdarmstelselaandoeningen Vaak 
Diarree, 
misselijkheid, 
braken, stomatitis, glossitis 
 Zeer 
zelden 
Pseudomembraneuze 
enterocolitis (zie rubriek 
4.4), gastro-intestinale 
hemorragie 
Lever- en galaandoeningen 
Zelden 
Symptomatische neerslag 
van ceftriaxon-calciumzout 
in de galblaas/reversibele 
cholelithiasis, verhoging van 
leverenzymen 
 Zeer 
zelden 
Pancreatitis 
Huid- en onderhuidaandoeningen 
Vaak 
Exantheem, allergische 
dermatitis, pruritus, urticaria 
en oedeem 
 Onbekend 
Stevens-Johnson-syndroom, 
Lyell-syndroom/toxische 
epidermale necrolyse, 
erythema multiforme 
Nier- en urinewegaandoeningen 
Zelden 
Hematurie, oligurie, 
verhoogd serumcreatinine 
Algemene aandoeningen en 
Zelden Flebitisº 
toedieningsplaatsstoornissen 
 
Onbekend 
Pijn op de injectieplaats$ 
Onderzoeken Zelden 
Glucosurie#, vals-positieve 
Coombs test en 
galactosemietest 
 
Zeer zelden 
Verlengde coagulatietijd 
 
* Meestal na 10 dagen behandeling of na een totale dosering van 20 g of meer. 
 
+ In geval van ernstige acute overgevoeligheidsreacties en anafylactische shock moet er direct gestopt worden 
met de toediening van ceftriaxon en moeten er noodmaatregelen genomen worden. 
 
º Na intraveneuze toediening. Dit kan worden geminimaliseerd door langzaam te injecteren over een periode van 
2-4 minuten.  
 
$ Intramusculaire injectie van ceftriaxon zonder lidocaïne is pijnlijk. 
 
# Niet-enzymatische methoden voor de glucosebepaling in urine kan vals-positieve positieve resultaten geven. 
Daarom moeten glucosebepalingen in de urine tijdens een behandeling met ceftriaxon enzymatisch gedaan 
worden. 
 
Ceftriaxon mag niet gemengd of gelijktijdig toegediend worden met calcium bevattende 
oplossingen of producten. zelfs niet via verschillende infuuslijnen. 
 
In zeldzame gevallen zijn ernstige en soms fatale bijwerkingen gemeld bij te vroeg geboren 
en à terme geboren kinderen (jonger dan 28 dagen) die behandeld waren met intraveneus 
ceftriaxon en calcium. Neerslagen van ceftriaxoncalcium zijn post mortem gezien in longen 
en nieren. 
 
Het hoge risico op neerslag bij pasgeborenen wordt veroorzaakt door hun kleine 
bloedvolume en de langere halfwaardetijd van ceftriaxon vergeleken met volwassenen (zie 
rubriek 4.3, 4.4 en 5.2). 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 9/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
Er kan superinfectie ontstaan veroorzaakt door micro-organismen die niet gevoelig zijn voor 
ceftriaxon (candida, schimmels of andere resistente micro-organismen). 
Pseudomembraneuze colitis is een zeldzame bijwerking veroorzaakt door infectie met 
Clostridium difficile tijdens behandeling met ceftriaxon. Daarom moet de mogelijkheid van 
deze aandoening in gedachten gehouden worden bij patiënten die diarree ontwikkelen na 
een behandeling met antibacteriële middelen. 
 
Zeer zeldzame gevallen van neerslag in de nieren zijn gemeld, meestal bij kinderen ouder 
dan 3 jaar die behandeld waren met hoge dagelijkse doses (bijv. ≥80 mg/kg/dag) of met 
totale doses hoger dan 10 gram en bij wie andere risicofactoren aanwezig waren (bijv. 
vochtbeperking, bedlegerigheid, enz.). Het risico op neerslagvorming is hoger bij 
geïmmobiliseerde of uitgedroogde patiënten. De neerslag kan symptomatisch of 
asymptomatisch zijn, kan leiden tot nierinsufficiëntie en anurie, en is reversibel na staken van 
Ceftriaxon Sandoz. 
 
Neerslagen van ceftriaxoncalcium in de galblaas zijn gezien, voornamelijk bij patiënten die 
behandeld werden met doses die hoger waren dan de aanbevolen standaarddosering. Bij 
kinderen heeft prospectief onderzoek een variabele incidentie van neerslagvorming bij 
intraveneuze toediening te zien gegeven, in sommige onderzoeken tot meer dan 30%. De 
incidentie lijkt lager te zijn bij langzame infusie (20-30 minuten). Dit effect is meestal 
asymptomatisch, maar in zeldzame gevallen is de neerslag gepaard gegaan met klinische 
symptomen zoals pijn, misselijkheid en braken. Symptomatische behandeling wordt in deze 
gevallen aangeraden. De neerslag is meestal reversibel na staken van ceftriaxon. 
 
4.9 Overdosering 
 
Bij overdosering kunnen misselijkheid, braken en diarree optreden. De concentratie 
ceftriaxon kan niet verlaagd worden door hemodialyse of peritoneale dialyse. Er is geen 
specifiek antidotum. De behandeling is symptomatisch. 
 
5. FARMACOLOGISCHE 
EIGENSCHAPPEN 
 
5.1 Farmacodynamische 
eigenschappen 
 
Algemene eigenschappen 
ATC-classificatie: 
J01DD04 
 
Werkingsmechanisme: 
Ceftriaxon remt de synthese van de bacteriecelwand, wat resulteert in een bactericide 
werking. 
 
Relatie tussen farmacokinetiek en farmacodynamiek: 
De mate van bactericide werking hangt af van de tijdsduur dat de serumspiegel hoger is dan 
de minimaal remmende concentratie (MIC) van de pathogeen. 
 
Resistentiemechanisme: 
Ceftriaxon kan effectief zijn tegen organismen die bepaalde soorten bèta-lactamase 
produceren, bijvoorbeeld TEM-1. Het wordt echter geïnactiveerd door bèta-lactamases die 
efficiënt cefalosporines kunnen hydrolyseren, zoals veel van de extended-spectrum bèta-
lactamases en chromosomale cefalosporinases, zoals enzymen van het AmpC type. 
Het mag niet van ceftriaxon worden verwacht dat het effectief is tegen de meeste bacteriën 
met penicilline-bindende eiwitten die een verminderde affiniteit hebben voor bèta-lactam 
middelen. Resistentie kan tevens worden veroorzaakt door bacteriële impermeabiliteit of 

Sandoz B.V. 
 
Page 10/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
door bacteriële effluxpompen. Meerdere van deze vier mechanismen van resistentie kunnen 
voorkomen in hetzelfde organisme. 
 
Gevoeligheid
 
De volgende MIC’s zijn vastgesteld voor gevoelige en resistente organismen: 
 
EUCAST breekpunten 
 
Pathogeen Gevoelig 
Resistent 
Enterobacteriaceae 
≤1 mg/l 
≥2 mg/l 
Staphylococcus spp. 
–* 
–* 
Streptococcus (A, B, C, G) 
≤0,5 mg/l 
>0,5 mg/l 
Streptococcus pneumoniae 
≤0,5 mg/l 
>2 mg/l 
Haemophilus influenzae 
≤0,12 mg/l 
>0,12 mg/l 
Moraxella catarrhalis 
≤0,12 mg/l 
>0,12 mg/l 
Neisseria gonorrhoeae 
≤0,12 mg/l  
>0,12 mg/l 
Neisseria meningitidis 
≤0,12 mg/l 
>0,12 mg/l   
Niet speciespecifieke 
≤1 mg/l 
 
≥2 mg/l 
breekpunten** 
* De gevoeligheid van Staphylococci voor ceftriaxon is geconcludeerd uit de gevoeligheid voor methicilline. 
** Over het algemeen gebaseerd op de serumfarmacokinetiek. 
 
De resistentieprevalentie voor bepaalde soorten kan geografisch en in de tijd verschillen. 
Lokale informatie over resistentie is daarom wenselijk, in het bijzonder wanneer ernstige 
infecties worden behandeld. 
Indien noodzakelijk dient er advies van een expert te worden ingewonnen wanneer de lokale 
resistentieprevalentie zodanig is dat het gebruik van ceftriaxon voor tenminste sommige 
types infectie twijfelachtig is. 
 
Soorten 
Meestal gevoelige soorten  

Gram-positieve aëroben 
Methicilline-gevoelige Staphylococcus
Streptococcus spp. 
Streptococcus pneumoniae* 
 
Gram-negatieve aëroben 
Borrelia burgdorferi 
Citrobacter koseri 
Escherichia coli*
1 
Haemophilus influenzae

Klebsiella pneumoniae*1 
Klebsiella oxytoca* 
Moraxella catarrhalis* 
Neisseria gonorrhoeae* 
Neisseria meningitidis* 
Proteus mirabilis*
1 
Proteus vulgaris
+ 
Providencia
 
Salmonella 
Shigella 
Yersinia 
 


Sandoz B.V. 
 
Page 11/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
Anaëroben 
Clostridium perfringens 
Fusobacterium 
Peptostreptococcus 
Prevotella 
 
Soorten waarbij verworven resistentie een probleem kan 
zijn
  
Gram-negatieve aëroben
 
Acinetobacter baumanii$+ 
Citrobacter freundii
Enterobacter aerogenes 
Enterobacter cloacae 
Morganella morganii 
Serratia marcescens 
 
Inherent resistente soorten 
Gram-positieve aëroben 
Enterococcus
 spp. 
Listeria monocytogenes 
Methicilline-resistente Staphylococcus  
 
Gram-negatieve aëroben 
Pseudomonas aeruginosa 
Stenotrophomonas maltophila 
 
Anaëroben 
Bacteroides fragilis 
Clostridium difficile 
 
Andere 
Chlamydia spp. 
Chlamydophila spp. 
Legionella pneumophila 
Mycoplasma
 spp. 
Treponema pallidum 
*Klinische effectiviteit is aangetoond bij erkende klinische indicaties met gevoelige geïsoleerde micro-organismen. 
$ Soorten met van nature intermediaire gevoeligheid. 
1 Sommige stammen produceren induceerbare of stabiel gedereprimeerde chromosomaal gecodeerde 
cefalosporinases en ESBL’s (extended spectrum bèta-lactamases) en zijn dus klinisch resistent tegen 
cefalosporines. 
+ In ten minste één regio is de mate van resistentie >50%. 
 
5.2 Farmacokinetische 
gegevens 
 
Absorptie na intramusculaire toediening 
De biologische beschikbaarheid van ceftriaxon na intramusculaire toediening bedraagt 
100%. 
 
Distributie 
Na intraveneuze toediening diffundeert ceftriaxon snel in het weefselvocht, waar – indien het 
in de aanbevolen dosering wordt toegepast - bactericide concentraties worden bereikt, die 
minstens 24 uur aanhouden.  
 

Sandoz B.V. 
 
Page 12/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
Penetratie in liquor cerebrospinalis: 
Bij kinderen en zuigelingen bedraagt de diffusie door de ontstoken meninges gemiddeld 17% 
van de plasmaspiegel. Dit is ca. 4 maal hoger dan de diffusie door niet-ontstoken meninges. 
In liquor cerebrospinalis zijn ceftriaxonconcentraties >1,4 µg/ml gemeten 24 uur na i.v. 
toediening van ceftriaxon in doses van 50-100 mg/kg. 
Bij volwassen meningitispatiënten leidt de toediening van 50 mg per kg lichaamsgewicht tot 
liquorconcentraties die van 2 tot 24 uur na toediening verscheidene malen hoger zijn dan de 
concentraties die minimaal zijn vereist om de groei van de meest voorkomende verwekkers 
van meningitis te remmen. Na 24 uur is de liquorconcentratie gedaald tot 1 µg per ml. 
 
Ceftriaxon gaat snel over in de moedermelk, van waaruit het weer verdwijnt met een 
halfwaardetijd van 12-17 uur. De concentratie in de moedermelk bedraagt ongeveer 3-4% 
van de concentratie in het serum van de moeder (0,5-0,7 µg per ml na een dosis van 1 g). 
 
De overgang van ceftriaxon in de moedermelk is van weinig klinische betekenis, vooral 
vanwege de slechte orale absorptie van deze stof. 
 
Ceftriaxon gaat snel over in het navelstrengbloed en in het vruchtwater. De bereikte 
concentraties (ca. 20 µg per ml resp. ca. 15 µg per ml na een intraveneuze dosis van 2 g) 
zijn waarschijnlijk hoog genoeg voor de behandeling van materno-fetale infecties. 
 
Na i.m. injectie is de diffusie in het middenoor bij kinderen en pasgeborenen voldoende om 
concentraties te handhaven die minstens 48 uur lang liggen boven de MIC van pathogenen 
die acute otitis media veroorzaken.  
Na een eenmalige injectie van 50 mg/kg is de totale concentratie van ceftriaxon in het 
middenoor ongeveer 5 mg/ml gedurende 1,5 uur en 33±20 mg/ml na 15 uur; de concentratie 
blijft tot 24 uur op hetzelfde niveau (35±12 mg/l) en is na 48 uur nog 19±7 mg/l. 
 
Eiwitbinding 
Ceftriaxon wordt in het plasma reversibel gebonden aan plasma-eiwitten, met name 
albumine. Het bindingspercentage neemt af bij toenemende concentratie van ceftriaxon, n.l. 
van 95% binding bij concentraties lager dan 100 µg/ml tot 85% binding bij 300 µg/ml. 
 
Metabolisme 
Ceftriaxon wordt door de intestinale flora omgezet in inactieve metabolieten. 
  
Eliminatie 
Ceftriaxon wordt onveranderd uitgescheiden door de nieren (60%) en de lever (40%). 
Eén tot drie uur na intraveneuze toediening van 1 g ceftriaxon bedraagt de 
ceftriaxonconcentratie in de gal 600-900 µg/ml. In het weefsel van de galblaas is de 
concentratie dan 80 µg/ml. 
 
Farmacokinetiek in bijzondere klinische situaties: 
De serumhalfwaardetijd bij gezonde volwassenen bedraagt ongeveer 6 tot 9 uur.  
In de eerste levensweek wordt 80% van de dosering uitgescheiden met de urine; gedurende 
de eerste maand vermindert dit tot niveaus vergelijkbaar met die bij volwassenen. Bij 
neonaten jonger dan 8 dagen is de gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd meestal twee tot drie 
keer langer dan bij jongvolwassenen. 
 
Bij ouderen boven de 75 jaar is de gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd gewoonlijk twee tot 
drie maal langer dan bij jongvolwassenen. 
 
Patiënten met terminaal nierfalen vertonen een significant verhoogde serumhalfwaardetijd 
van ongeveer 14 uur. In gevallen van gelijktijdig nier- en leverfalen of insufficiëntie dient de 

Sandoz B.V. 
 
Page 13/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
concentratie ceftriaxon regelmatig te worden gecontroleerd en dient de dosis te worden 
aangepast indien noodzakelijk. 
 
In vitro studies hebben aangetoond dat ceftriaxon bilirubine kan verdringen van serum 
albumine. Voorzichtigheid is daarom geboden wanneer ceftriaxon overwogen wordt voor de 
behandeling van pasgeborenen met geelzucht, en zeker prematuren, vanwege het risico op 
de ontwikkeling van een bilirubine-encefalopathie (zie rubriek 4.4). 
  
Bij een verminderde nierfunctie neemt secretie in de gal toe; bij een verminderde leverfunctie 
neemt excretie via de nieren toe. In beide gevallen wordt de eliminatiehalfwaardetijd slechts 
enigszins verlengd. Bij patiënten met zowel een verminderde nierfunctie als een verminderde 
leverfunctie kan de halfwaardetijd verlengd zijn.  
 
5.3  Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek 
Preklinische gegevens uit conventionele studies met betrekking tot acute toxiciteit, toxiciteit 
bij herhaalde toediening en genotoxiciteit vertoonden geen andere bijzondere risico’s voor 
mensen dan die welke reeds elders in deze SmPC genoemd zijn. Bij rammen is een afname 
van de concentratie, het volume en de motiliteit van het sperma gezien bij doseringen lager 
of vergelijkbaar met de dosering bij de mens in mg/kg. Bij ratten werd bij een dosering van 
ongeveer 20 maal de menselijke dosering geen effect gezien op de fertiliteit of het 
reproductieve succes. Bij muizen, ratten en primaten werd bij doseringen van 20, 20 en 3 
maal de menselijke dosering geen embryofoetale toxiciteit of teratogeniteit gezien. 
  
Voor intramusculaire toediening 
Lidocaïne: zie de productinformatie voor lidocaïne-oplossingen. 
 
 
6. FARMACEUTISCHE 
GEGEVENS 
 
6.1  Lijst van hulpstoffen 
Poeder: Geen 
 
Oplosmiddel i.m.: lidocaïnehydrochloride, water voor injectie, natriumwaterstofcarbonaat 
 
Oplosmiddel i.v.: water voor injectie 
 
6.2  Gevallen van onverenigbaarheid 
Oplossingen die ceftriaxon bevatten, mogen niet gemengd worden met of toegevoegd 
worden aan andere middelen. In het bijzonder mogen calcium bevattende oplossingen (bijv. 
Ringer’s oplossing of Hartmann’s oplossing) niet gebruikt worden om flacons ceftriaxon te 
reconstitueren of om een gereconstitueerde flacon verder te verdunnen voor i.v. toediening, 
omdat zich een neerslag kan vormen. Ceftriaxon mag niet worden gemengd of gelijktijdig 
toegediend worden met calcium bevattende oplossingen (zie rubriek 4.2, 4.3, 4.4 en 4.8). 
Gebaseerd op meldingen in de literatuur is ceftriaxon niet verenigbaar met amsacrine, 
vancomycine, fluconazol, aminoglycosiden en labetalol
 
6.3 Houdbaarheid 
Poeder voor oplossing voor i.m. injectie met het oplosmiddel voor oplossing voor injectie 
(lidocaïnehydrochloride): 24 maanden 
 
Poeder voor oplossing voor i.v. injectie/infusie met het oplosmiddel voor oplossing voor 
infusie (water voor injectie): 36 maanden 
 
Na reconstitutie: Voor direct gebruik. 

Sandoz B.V. 
 
Page 14/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
 
6.4  Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
Voor dit geneesmiddel zijn geen bijzondere bewaarcondities vereist m.b.t. de temperatuur. In 
de originele verpakking bewaren ter bescherming tegen licht. 
 
Gereconstitueerde oplossing:  
De chemische en fysische stabiliteit is aangetoond voor 24 uur bij 2-8°C. 
 
Vanuit microbiologisch oogpunt dient het gereconstitueerde product onmiddellijk gebruikt te 
worden. Indien het niet onmiddellijk gebruikt wordt, is de gebruiker verantwoordelijk voor de 
opslagperiode en opslagcondities vóór gebruik. Dit dient niet langer dan 24 uur te zijn bij 2 
tot 8°C. 
 
6.5  Aard en inhoud van de verpakking 
 
I.m. injectie 
Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie  
Poederflacon: 0,25 g poeder voor oplossing voor injectie: 15 ml injectieflacon van kleurloos, 
helder glas, afgesloten met een gehalogeneerde butylrubber stop, beschermd door een 
aluminium kapje en plastic flip-off. 
Ampul voor oplosmiddel: 5 ml ampul van kleurloos, helder glas met oplossing voor injectie 
die 20 mg/2 ml lidocaïnehydrochloride bevat. 
 
Verpakkingsgroottes: 
1 injectieflacon + 1 ampul, 10 injectieflacons +10 ampullen 
 
Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie 
Poederflacon: 0,5 g poeder voor oplossing voor injectie: 15 ml injectieflacon van kleurloos, 
helder glas, afgesloten met een gehalogeneerde butylrubber stop, beschermd door een 
aluminium kapje en plastic flip-off. 
Ampul voor oplosmiddel: 5 ml ampul van kleurloos, helder glas met oplossing voor injectie 
die 20 mg/2 ml lidocaïnehydrochloride bevat. 
 
Verpakkingsgroottes: 
1 injectieflacon + 1 ampul, 10 injectieflacons +10 ampullen 
 
Ceftriaxon Sandoz 1 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie  
Poederflacon: 1,0 g poeder voor oplossing voor injectie: 15 ml injectieflacon van kleurloos, 
helder glas, afgesloten met een gehalogeneerde butylrubber stop, beschermd door een 
aluminium kapje en plastic flip-off. 
Ampul voor oplosmiddel: 5 ml ampul van kleurloos, helder glas met oplossing voor injectie 
die 35 mg/3,5 ml lidocaïnehydrochloride bevat. 
 
Verpakkingsgroottes: 
1 injectieflacon + 1 ampul, 10 injectieflacons +10 ampullen 
 
I.v. injectie/infusie 
 
Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor 
injectie/infusie 
Poederflacon: 1,0 g poeder voor oplossing voor injectie/infusie: 15 ml injectieflacon van 
kleurloos, helder glas, afgesloten met een gehalogeneerde butylrubber stop, beschermd door 
een aluminium kapje en plastic flip-off. 
Ampul voor oplosmiddel: 1 ampul van kleurloos LDPE bevat 10 ml water voor injectie. 

Sandoz B.V. 
 
Page 15/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
 
Verpakkingsgroottes: 
1 injectieflacon + 1 ampul 
 
Niet alle verpakkingsgrootten hoeven in de handel gebracht te worden. 
 
6.6  Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies 
Ceftriaxon mag in dezelfde spuit alleen worden gemengd met 1% lidocaïnehydrochloride 
oplossing (alleen voor intramusculair gebruik) 
 
Gebruik voor de reconstitutie van Ceftriaxon Sandoz geen calcium bevattende oplossingen 
zoals Ringer’s oplossing of Hartmann’s oplossing. Dit kan leiden tot neerslagvorming. 
 
Intramusculaire injectie: Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair dient te worden opgelost in 
2 ml van een 1% lidocaïnehydrochloride oplossing. Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair 
dient te worden opgelost in 2 ml van een 1% lidocaïnehydrochloride oplossing. Ceftriaxon 
Sandoz 1 g intramusculair dient te worden opgelost in 3,5 ml van een 1% 
lidocaïnehydrochloride oplossing. De oplossing dient te worden toegediend middels een 
diepe intramusculaire injectie. Doseringen groter dan 1 g dienen te worden verdeeld en 
geïnjecteerd op meer dan 1 plaats.  
Lidocaïne oplossingen mogen niet intraveneus worden toegediend.  
 
Intraveneuze injectie: Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus dient te worden opgelost in 10 ml 
water voor injectie. De injectie dient te worden toegediend gedurende ten minste 2-4 
minuten, direct in een ader of via een lijn van een intraveneus infuus. 
 
Intraveneuze infusie: Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus dient te worden opgelost in 20-40 ml 
van een van de volgende calciumvrije infuusvloeistoffen: natriumchloride 0,9%, 
natriumchloride 0,45% + glucose 2,5%, glucose 5% of 10%, dextran 6% in glucose 5%, 
hydroxyethyl zetmeel 6-10% infusies. Zie ook de informatie in rubriek 6.2. De infusie dient te 
worden toegediend gedurende ten minste 30 minuten. 
 
Als het gereconstitueerd is voor intramusculaire of intraveneuze injectie, geeft het witte tot 
geel-oranje kristalachtige poeder een lichtgele tot amberkleurige oplossing. 
Gereconstitueerde oplossingen dienen visueel te worden geïnspecteerd. Alleen heldere 
oplossingen vrij van zichtbare deeltjes mogen worden gebruikt. Het gereconstitueerde 
product is voor eenmalig gebruik en ongebruikte oplossing dient te worden vernietigd. 
 
 
7. 
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
Sandoz B.V. 
Veluwezoom 22 
Almere 
Nederland 
 
 
8. 
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
Ceftriaxon Sandoz 0,25 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: 
RVG 104063  
Ceftriaxon Sandoz 0,5 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: 
RVG 104062  

Sandoz B.V. 
 
Page 16/16 
Ceftriaxon 
1311-v1 
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 
juli 2010 
 
 
Ceftriaxon Sandoz 1 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: 
RVG 104064  
Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor 
injectie/infusie: RVG 104073 
 
9.  
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN 
DE VERGUNNING 

 
Datum van eerste goedkeuring: 22-10-2010 
 
 
10.  DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 
 

 





« Vorige

[Ceftriaxon Sandoz 1 g intramusculair, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie]

Volgende »

[Ceftriaxon Sandoz 1 g intraveneus, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie/infusie]