Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Daktarin gel voor oraal gebruik 20 mg/g, gel

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 34964//07490
Registratiehouder: EU-Pharma


SmPC Daktarin gel voor oraal gebruik
14/07/2009

1/6





1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Daktarin gel voor oraal gebruik 20 mg/g, gel

2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Daktarin bevat 20 mg miconazol per g gel voor oraal gebruik.


Zie voor hulpstoffen rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE
VORM
Witte homogene gel voor oraal gebruik.

4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische

indicaties
Schimmelinfecties van de mond en/of het maag-darmstelsel.
Men dient rekening te houden met de officiële plaatselijke richtlijnen, bijvoorbeeld nationale
aanbevelingen betreffende het juiste gebruik en voorschrijven van anti-microbiële middelen.

4.2
Dosering en wijze van toediening
Zuigelingen en kinderen (4 maanden ­ 2 jaar):
¼ maatlepel (= 1,25 ml) gel, viermaal per dag. Elke dosis moet in kleine porties worden verdeeld
(zie rubriek 4.4). Bij schimmelinfecties van de mond kan de gel met een schone vinger op de
aangetaste gebieden worden aangebracht en dient men de gel zo lang mogelijk in de mond te
houden alvorens die door te slikken.
De ondergrens van deze leeftijd dient met 1-2 maanden verlengd te worden voor preterm
geboren kinderen of kinderen met een langzame ontwikkeling van het zenuwstelsel.

Kinderen vanaf 2 jaar en volwassenen:
½ tot 1 maatlepel (= 2,5 tot 5 ml) gel, viermaal per dag, afhankelijk van de ernst van de infectie.
Bij schimmelinfecties van de mond dient men de gel zo lang mogelijk in de mond te houden
alvorens die door te slikken.

De behandeling voortzetten tot minstens 2 dagen na het verdwijnen van de klachten.

4.3 Contra-indicaties
­ Bekende overgevoeligheid voor miconazol of voor verwante azolderivaten of een van de
andere bestanddelen.
­ Kinderen jonger dan 4 maanden of bij die kinderen bij wie de slikreflex nog niet voldoende
ontwikkeld is.
­ Gelijktijdige toediening van de volgende geneesmiddelen die via het CYP3A4-enzymsysteem
gemetaboliseerd worden (zie rubriek 4.5):
­ Stoffen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen zoals astemizol, bepridil,
cisapride, dofetilide, halofantrine, mizolastine, pimozide, kinidine, sertindol en terfenadine.
­ Ergot
alkaloïden.
­ HMG-CoA-reductaseremmers
zoals simvastatine en lovastatine.
­ Triazolam en oraal midazolam.
­ Patiënten met leverinsufficiëntie.

4.4
Speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Kunstgebit

Patiënten met een kunstgebit moeten het kunstgebit voor de behandeling verwijderen en ook de
prothese met miconazol poetsen. Tevens wordt geadviseerd het kunstgebit gedurende de nacht
niet te dragen.

SmPC Daktarin gel voor oraal gebruik
14/07/2009

2/6



Orale anticoagulantia
Bij gelijktijdig gebruik van Daktarin en orale anticoagulantia zoals warfarine moet het effect op de
bloedstolling zorgvuldig gevolgd en getitreerd worden.

Fenytoïne-bevattende
middelen
Het wordt aanbevolen om de miconazol- en fenytoïnespiegels te volgen bij gelijktijdig gebruik.

Orale hypoglykemica
Bij patiënten die gelijktijdig bepaalde orale hypoglykemica gebruiken zoals
sulfonylureumderivaten, kan een versterkt therapeutisch effect optreden leidend tot
hypoglykemie. Gepaste maatregelen moeten dan overwogen worden (zie rubriek 4.5).


Kruisovergevoeligheid
Kruisovergevoeligheid en kruissensibilisatie met verwante antimycotica (econazol, ketoconazol)
zijn mogelijk (zie ook rubriek 4.3).


Levertoxiciteit
Daktarin dient niet te worden voorgeschreven aan patiënten die levertoxiciteit op andere
geneesmiddelen vertoonden. Als er bij patiënten symptomen als anorexie, misselijkheid, braken,
moeheid of donker gekleurde urine optreden, dan dienen de leverenzymen direct bepaald te
worden en moet therapie, indien afwijkende waarden worden gevonden, worden gestaakt (zie
rubriek 4.3).


Acute porfyrie
Bij patiënten met een acute porfyrie is het veilig gebruik van miconazol niet vastgesteld.

Verslikking bij zuigelingen en jonge kinderen
Vooral bij zuigelingen en jonge kinderen dient erop te worden gelet dat het kind zich niet verslikt
en dat de gel de keel niet afsluit. Daarom mag de voorgeschreven hoeveelheid gel niet in één
keer in de mond worden aangebracht, maar kan deze het beste in gedeelten in de mond worden
verspreid. De gel dient ook niet achter in de keel te worden aangebracht. Voor de zuigelingen en
kinderen van 4 maanden ­ 2 jaar oud de dosis in kleine porties verdelen en met een schone
vinger aanbrengen in de mond. De ondergrens van deze leeftijd dient met 1-2 maanden verlengd
te worden voor preterm geboren kinderen of kinderen met een langzame ontwikkeling van het
zenuwstelsel.


Ethanol

Dit geneesmiddel bevat kleine hoeveelheden ethanol (alcohol), minder dan 100 mg per volle
maatlepel (5 ml).

4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Bij gelijktijdig gebruik met andere geneesmiddelen dient de productinformatie daarvan
geraadpleegd te worden met betrekking tot het metabolisme.

Oraal toegediend miconazol is gecontra-indiceerd bij gelijktijdige toediening van de volgende
geneesmiddelen die via het CYP3A4-enzymsysteem gemetaboliseerd worden (zie rubriek 4.3):
­ Stoffen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen zoals astemizol, bepridil,
cisapride, dofetilide, halofantrine, mizolastine, pimozide, kinidine, sertindol en terfenadine.
­ Ergot-alkaloïden.
­ HMG-CoA-reductaseremmers
zoals simvastatine en lovastatine.
­ Triazolam en oraal midazolam.

Miconazol remt het metabolisme van geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door
CYP3A4- en CYP2C9-enzymsystemen. Dit kan leiden tot een verhoging en/of verlenging van de
werking en bijwerkingen van deze geneesmiddelen, zoals bijvoorbeeld de volgende
geneesmiddelen die via het CYP2C9-enzymsysteem gemetaboliseerd worden (zie rubriek 4.4):
­ Orale anticoagulantia zoals warfarine.
­ Orale hypoglykemia zoals sulfonylureumderivaten.
­ Fenytoïne.

SmPC Daktarin gel voor oraal gebruik
14/07/2009

3/6



En zoals bijvoorbeeld de volgende geneesmiddelen die via het CYP3A4-enzymsysteem
gemetaboliseerd worden:
­ Hiv-protease-remmers zoals saquinavir.
­ Bepaalde cytostatica zoals vinca-alkaloïden, busulfan en docetaxel.
­ Bepaalde calcium-kanaal-blokkers zoals dihydropyridines en waarschijnlijk verapamil.
­ Bepaalde immunosuppressiva: ciclosporine, tacrolimus, sirolimus (rapamycin).
­ Overigen zoals: carbamazepine, buspiron, alfentanil, sildenafil, alprazolam, brotizolam,
midazolam intraveneus, rifabutine, methylprednisolon, trimetrexaat, ebastine, cilostasol,
disopyramide en reboxetine.

Er zijn aanwijzingen in vitro en in vivo dat gelijktijdige toediening van miconazol en amfotericine-B
leidt tot een verminderde antifungale werkzaamheid van beide producten.

4.6
Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Over de orale toediening van Daktarin tijdens de zwangerschap bij de mens bestaan
onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot nu toe geen
aanwijzingen voor schadelijkheid.
Er zijn geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dierproeven.
Miconazol wordt bij orale toediening slechts in beperkte mate systemisch geabsorbeerd. Daktarin
orale gel dient tijdens de zwangerschap uitsluitend gebruikt te worden indien strikt noodzakelijk.

Borstvoeding
Er zijn geen gegevens over de uitscheiding van miconazol in de moedermelk. Hoewel de
systemische absorptie beperkt is, dient er bij het voorschrijven van Daktarin orale gel tijdens het
geven van borstvoeding een afweging te worden gemaakt van de mogelijke gevaren tegen de
verwachte therapeutische voordelen.

4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen gegevens bekend over het effect van dit product op de rijvaardigheid. Een effect is
echter niet waarschijnlijk.

4.8 Bijwerkingen
In klinisch onderzoek met miconazol orale gel voor de behandeling van orofaryngeale candidose
bij immunogecompromiteerde kinderen had 5-6% van de patiënten bijwerkingen. Misselijkheid,
braken en het oprispen van voedsel werden het meest waargenomen en zeldzamer diarree.
Gebaseerd op post-marketing ervaring zijn de volgende bijwerkingen gemeld.

De bijwerkingen worden als volgt uitgedrukt: zeer vaak ( 1/10); vaak ( 1/100 tot < 1/10); soms
( 1/1000 tot < 1/100); zelden ( 1/10.000 tot < 1/1000); zeer zelden (< 1/10.000).

Immuunsysteemaandoeningen:
Zeer zelden: allergische reacties met inbegrip van angioneurotisch syndroom en anafylactische
reacties.

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen:
Zeer zelden: verstikking (zie rubriek 4.3).

Maagdarmstelselaandoeningen:
Zeer zelden: misselijkheid, braken en diarree.

Lever- en galaandoeningen:
Zeer zelden: hepatitis.

Huid- en onderhuidaandoeningen:
Zeer zelden: Stevens-Johnson syndroom en syndroom van Lyell (toxische epidermale
necrolyse), urticaria en rash.


SmPC Daktarin gel voor oraal gebruik
14/07/2009

4/6


4.9 Overdosering
In geval van overdosering kunnen braken en diarree voorkomen. Er bestaat geen specifiek
antidotum. De behandeling is symptomatisch en ondersteunend.
Bij het accidenteel inslikken van grote hoeveelheden Daktarin orale gel moet, indien dit nodig
wordt geacht, een geschikte methode voor maagspoeling worden gebruikt (zie rubriek 4.5).

5. FARMACOLOGISCHE

EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische

eigenschappen

ATC-classificatie
A01A B09 antimicrobiële middelen voor mondverzorging en A07A C01 antimicrobiële
darmmiddelen

Werkingsmechanisme
Miconazol remt 14-demethylase, wat leidt tot depletie van ergosterol en een verstoorde
membraansynthese.

PK/PD-relatie
De PK/PD-relatie van miconazol is, net als die van andere triazolen, niet goed bekend. Daar komt
bij dat de farmacokinetiek van antimycotica niet duidelijk is.

Mechanisme(s) van resistentie
Azolresistentie blijkt zich langzaam te ontwikkelen en is vaak het resultaat van diverse
genetische mutaties. De mechanismes van resistentie tegen miconazol die zijn beschreven, zijn
overexpressie van ERG11, dat codeert voor het doelenzym 14-demethylase, puntmutaties in
ERG11 die leiden tot een verminderde affiniteit voor het substraat en/of overexpressie van de
transporter, wat leidt tot een versterkte uitscheiding uit de cel. Binnen Candida spp. is
kruisresistentie waargenomen tussen verschillende azolen, hoewel resistentie tegen het ene azol
niet noodzakerlijkerwijze tot resistentie tegen andere azolen hoeft te leiden.

Grenswaarden
Er zijn geen grenswaarden voor miconazol vastgesteld, noch via EUCAST, noch via CLSI.

Het optreden van verworven resistentie kan voor bepaalde soorten geografisch en in de tijd
variëren. Informatie over resistentie ter plaatse is gewenst, in het bijzonder bij het behandelen
van ernstige infecties. Indien nodig, dient advies van een deskundige te worden ingewonnen als
resistentie ter plaatse zo vaak voorkomt dat de bruikbaarheid van het middel ten minste bij
sommige soorten infecties twijfelachtig is.

Gewoonlijk gevoelige soorten
Candida albicans*
Trichophyton spp.*

Microsporum spp. *
Epidermophyton floccosum
*
Pseudallescheria boydii*
Malassezia furfur*
Soorten waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn
Candida glabrata*$
Candida krusei
+
Candida parapsilosis
Candida tropicalis

Inherent resistente soorten
Rhizopus spp.
Rhizomucor spp.
Mucor spp.
Absidia spp.
Fusarium spp.
Scedosporium proliferans

SmPC Daktarin gel voor oraal gebruik
14/07/2009

5/6


Scopulariopsis spp.

*activiteit is voldoende aangetoond in klinische studies
$van nature intermediair gevoelig
+veel resistentie waargenomen

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Absorptie
Miconazol wordt na toediening als orale gel systemisch geabsorbeerd, echter de orale
biologische beschikbaarheid is laag (25-30%). Toediening van een dosis van 60 mg miconazol
als orale gel leidt tot piekplasmaconcentraties van ongeveer 31 ng/ml, circa 2 uur na toediening.

Distributie
Het geabsorbeerde miconazol bindt zich aan de plasmaproteïnen (ca 90%), voornamelijk
serumalbumine.

Metabolisme en eliminatie
Het geabsorbeerde gedeelte van miconazol wordt grotendeels gemetaboliseerd tot inactieve
metabolieten. Minder dan 1% van een orale dosis wordt onveranderd via de urine uitgescheiden.
De terminale halfwaardetijd van miconazol in het plasma is 20-25 uur bij de meeste patiënten. De
eliminatiehalfwaardetijd is vergelijkbaar bij patiënten met nieraandoeningen maar
plasmaconcentraties kunnen verhoogd zijn door een verlaging van het distributievolume.

5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen
bijzonderheden.

6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1

Lijst van hulpstoffen
Glycerol (E 422), water, gepregelatiniseerd aardappelzetmeel, alcohol, polysorbaat 20 (E 432),
natriumsaccharine (E 954), cacaosmaakstof en sinaasappelsmaakstof.

6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar

6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Geen speciale bewaartemperatuur.

6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Al-tube (met PP-dop) met 15 gram, 20 gram, 30 gram, 40 gram of 80 gram gel voor oraal gebruik
(met PP-maatlepel = 5 ml).

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht

6.6

Instructies voor gebruik en verwerking
Nieuwe tube openmaken

Draai de dop los, keer hem om en prik met de punt een gaatje in het aluminium dat de tube
afsluit.

7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Janssen-Cilag B.V.
Dr. Paul Janssenweg 150
Postbus 90240
5000 LT Tilburg

8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

SmPC Daktarin gel voor oraal gebruik
14/07/2009

6/6


RVG 07490.

9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING


28 april 1978

10.

DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST


laatste volledige herziening van de tekst 16 juli 2009





« Vorige

[Daktarin nagellak 20 mg/ml, nagellak]

Volgende »

[Daktarin gel voor oraal gebruik 20 mg/g, gel]