Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Dapson MAE 100 mg, tabletten

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 52476
Registratiehouder: MAE Holding


SmPC : PRODUKTINFORMATIE Dapson MAE 100 mg, tabletten

8 pagina's RVG 52476



Dapson MAE 100 mg, tabletten

MAE Holding bv
Heereweg 217
2161 BE Lisse
Nederland

Samenstelling

Per tablet: 100 mg dapson.

Eigenschappen
Dapson werkt bacteriostatisch op Mycobacterium leprae (de bacil
van Hansen). De bacteriostatische werking berust op remming van
de activiteit van het enzym dihydropteroaat synthetase door
competitie met para-aminobenzoëzuur. Hierdoor wordt het
foliumzuurmetabolisme geremd.
Dapson wordt toegepast bij de behandeling van multibacillaire
lepravormen, zoals lepromateuze (LL), "borderline" lepromateuze
(BL), "mid-borderline" (BB) lepra en van erythema nodosum
leprosum (ENL). Het wordt tevens toegepast bij alle vormen van
paucibacillaire lepra.

Het resistentie-percentage bedraagt momenteel, afhankelijk van
het endemische gebied, 1-7%.
Na staken van de therapie kan een recidief optreden, met name
bij de lepromateuze vorm. Hervatten van de therapie heeft meest-
al effect omdat er doorgaans geen sprake is van resistentie,
maar van persistentie (bacteriën zonder celdeling en met een
zeer laag metabolisme).

Farmacokinetiek
ABSORPTIE
Dapson wordt na orale toediening snel en bijna volledig geabsor-
beerd. Piekplasmaconcentraties worden bereikt in 4 tot 8 uur.
Dagelijkse toediening van 200 mg gedurende minstens 8 dagen is
noodzakelijk om een plateau plasmaspiegel te bereiken van 0,1
tot 7 µg/ml (gemiddelde waarde 2,3 µg/ml).

VERDELING
Eiwitbinding treedt op voor 70% tot 90%. De voornaamste metabo-
liet, monoacetyl dapson (MADDS), is voor 99% eiwitgebonden.
De enterohepatische circulatie is verantwoordelijk voor de
aanzienlijke weefselspiegel 3 weken na het staken van de thera-

52476 SmPC 20091102.docx
1
SO



SmPC : PRODUKTINFORMATIE Dapson MAE 100 mg, tabletten

8 pagina's RVG 52476



pie. Dapson wordt uitgescheiden met de moedermelk.

METABOLISME
Dapson wordt in de lever geacetyleerd, waarbij de acetylerings-
graad genetisch is bepaald. De plasmahalfwaardetijd varieert van
10 tot 50 uur (gemiddeld 28 uur). Herhaalde bepaling van de
dapsonspiegel toont aan dat per individu de klaring constant is.
Het dagelijks toedienen van 50 tot 100 mg dapson bij lepra-
patiënten leidt tot bloedspiegels boven de voor groeiremming
minimaal noodzakelijke waarde, zelfs bij patiënten met een korte
halfwaardetijd.

ELIMINATIE
70-90% van de dosis dapson wordt in de urine uitgescheiden,
voornamelijk in de vorm van conjugaten en niet nader
geïdentificeerde metabolieten. Slechts 10-20% van de dosis wordt
onveranderd in de urine uitgescheiden. De uitscheiding is
langzaam en constante bloedspiegels kunnen worden bereikt met de
aangegeven dosering.

Indicaties
- lepra, in gecombineerde therapeutische schema's met rifampi-
cine en clofazimine
- dermatitis herpetiformis.

Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor dapson, ernstige anemie, ernstige glucose-
6-phosphaat dehydrogenase (G6PD)-deficiëntie, acute porfyrie.

Bijwerkingen
Gastro-intestinale reacties: misselijkheid, braken, buikpijn,
anorexie.

Dermatologische reacties: lupus erythematodes (geïnduceerd door
het geneesmiddel), fotosensibiliteit.

Allergische reacties: dapson-allergie kan voorkomen. Deze begint
gewoonlijk 3-6 weken na de start van de therapie met verschijn-
selen als pruritus, koorts en dermatitis; als dapson-toediening
niet direct gestopt wordt dan kunnen reacties als exfoliatieve
dermatitis, hepatitis, albuminurie en psychose ontstaan, soms
met fatale afloop. De noodzakelijke tegenmaatregelen dienen te
worden getroffen. De incidentie van dit syndroom kan 1 per

52476 SmPC 20091102.docx
2
SO



SmPC : PRODUKTINFORMATIE Dapson MAE 100 mg, tabletten

8 pagina's RVG 52476



enkele honderden patiënten bedragen. Indien desensibilisatie
mogelijk is dient dit te geschieden, bijvoorbeeld bij patiënten
met dermatitis herpetiformis, bij leprapatiënten dient vervan-
ging van dapson door andere middelen te worden overwogen.

Renale reacties: proteïnurie, nefrotisch syndroom, renale papil-
laire necrose.

Bloedafwijkingen: hemolyse (bij G6PD-deficiëntie kan een hemoly-
tische crisis optreden), methemoglobinemie (zelden klinisch
relevant bij de lagere doseringen), leukopenie, agranulocytose,
ernstige hypo-albuminemie.
Bij een hoge dosering (200-300 mg per dag) treden hemolyse,
methemoglobinemie en leukopenie vaak en binnen enkele weken op.

Neurotoxische reacties: bij een hoge dosering bestaat de kans op
een motorische neuropathie die niet altijd reversibel is. Dapson
MAE 100 mg toediening dient te worden gestaakt bij het ontstaan
van spierzwakheid. Dit laatste zal moeilijk te herkennen zijn
bij leprapatiënten.
Verder: hoofdpijn, slapeloosheid, psychotische reacties,
vertigo, paresthesie.

Overige reacties: wazig zien, tinnitus, koorts, infertiliteit
bij mannen, tachycardie, infectieus mononucleosis-achtig syn-
droom.

Waarschuwingen en voorzorgen
Dapson MAE 100 mg dient met voorzichtigheid te worden toegepast
bij patiënten met licht tot matig ernstige G6PD-deficiëntie (de
ernstige vorm is een contra-indicatie, zie betreffende rubriek),
bij patiënten met hart- en longziekten en bij patiënten met
lever- of nierfunctiestoornissen.
Vanwege de toename van secundaire en primaire resistentie tegen
dapson wordt monotherapie ontraden.

Aanbevolen wordt periodiek bloedbeeldcontrole uit te voeren: de
eerste maand wekelijks, dan gedurende 6 maanden maandelijks en
daarna 2 maal per jaar. Wanneer een significante reductie van
leukocyten, trombocyten of haematopoiesis optreedt, dient de
toediening van Dapson MAE 100 mg gestaakt te worden en de
patiënt intensief gevolgd te worden.
Toxische hepatitis en geelzucht zijn gerapporteerd in het begin

52476 SmPC 20091102.docx
3
SO



SmPC : PRODUKTINFORMATIE Dapson MAE 100 mg, tabletten

8 pagina's RVG 52476



van de therapie. Hyperbilirubinemie kan vaker optreden bij
patiënten met G6PD-deficiëntie. Aanbevolen wordt om, indien
mogelijk, de leverfunctie te controleren. Wanneer deze abnormaal
is, dient met toediening van Dapson MAE 100 mg gewacht te worden
totdat de oorzaak van de abnormaliteit is vastgesteld.

Patiënten met G6PD-deficiëntie, met methemoglobine reductase
deficiëntie of met hemoglobine M. zijn hemolysegevoelige risico-
groepen. Deze reactie is vaak aan de dosis gerelateerd. Dapson
MAE 100 mg dient met voorzichtigheid aan deze patiënten te
worden toegediend.
Dit geldt tevens voor patiënten die andere middelen gebruiken
waardoor hemolyse kan ontstaan en voor patiënten die lijden aan
een infectie of een diabetische ketose waardoor hemolyse kan
ontstaan.

Leprareacties zijn plotselinge veranderingen in de klinische ac-
tiviteit die optreden bij de behandeling van lepra; ze worden in
twee groepen ingedeeld:


Type 1 (reversibele reactie; achteruitgang) kan optreden bij
"borderline" of tuberculeuze lepra-patiënten, vaak spoedig
nadat met de chemotherapie is begonnen; aangenomen wordt dat
dit voortkomt uit een reductie in de hoeveelheid antigenen. De
patiënt heeft een verhoogd vertraagde hypersensibiliteit
respons op een overgebleven infectie die leidt tot zwelling
(reversibel) van bestaande huid- en zenuwlaesies. Wanneer dit
ernstig is, of wanneer een neuritis aanwezig is, dan moeten
grote doses steroïden toegediend worden en dient de patiënt in
het ziekenhuis opgenomen te worden. In het algemeen dient de
anti-lepra behandeling voortgezet te worden om de reactie te
onderdrukken, waarbij gebruik kan worden gemaakt van anal-
getica, steroïden of door middel van chirurgische decompressie
van de gezwollen zenuwstammen.

Type 2 (erythema nodosum leprosum, ENL, lepromateuze lepra-
reactie) treedt meestal op bij lepromateuze patiënten en bij
kleine aantallen "borderline" patiënten. Ongeveer 50% van de
behandelde patiënten vertoont deze reactie in het eerste jaar.
De voornaamste klinische verschijnselen zijn koorts en erythe-
mateuze, pijnlijke huidknobbeltjes, soms gepaard gaande met
malaise, neuritis, orchitis, proteïnurie, zwelling van ge-
wrichten, iritis, epistaxis of depressie. Huidaandoeningen

52476 SmPC 20091102.docx
4
SO



SmPC : PRODUKTINFORMATIE Dapson MAE 100 mg, tabletten

8 pagina's RVG 52476



kunnen pustuleus of ulcereus worden. Histologisch gezien is er
een vasculitis met een intens polymorphonucleair infiltraat.
Aangenomen wordt dat opgeslagen, circulerende immuun complexen
de oorzaak zijn van de reactie.
Wanneer de reacties ernstig zijn, dient de patiënt in het
ziekenhuis opgenomen te worden. In het algemeen wordt de
leprabehandeling voortgezet. Om de reacties te onderdrukken
worden analgetica, steroïden en andere middelen (b.v.
clofazimine) toegepast.

Gebruik in de zwangerschap en tijdens de lactatie

Over het gebruik van deze stof in de zwangerschap bestaan onvol-
doende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er
zijn tot dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dier-
proeven.
Vanwege exacerbatie van lepra tijdens de zwangerschap wordt door
de WHO aanbevolen de therapie ook tijdens de zwangerschap niet
te onderbreken. Bij zwangerschap alleen gebruiken na overleg met
de arts.
Dapson gaat in klinisch relevante hoeveelheden over in de
moedermelk. Bij de zuigeling kunnen hierdoor hemolytische
reacties optreden. Gedurende het gebruik van dapson dient geen
borstvoeding te worden gegeven.

Invloed op de rijvaardigheid en de bekwaamheid om machines te
gebruiken

Gedurende het gebruik van Dapson MAE 100 mg kunnen het
reactievermogen en het gezichtsvermogen verminderd zijn. Hiermee
dient rekening te worden gehouden bij deelname aan het verkeer,
het bedienen van machines en dergelijke.

Interacties
Rifampicine verlaagt zeven- tot tienmaal de dapson spiegels door
versnelling van de plasma klaring. Deze interactie heeft op het
uiteindelijke therapeutische effect waarschijnlijk geen invloed.
Foliumzuur-antagonisten, zoals pyrimethamine en sulfonamiden,
kunnen de kans op het optreden van hematolgische bijwerkingen
vergroten. Wekelijks gecombineerd gebruik heeft agranulocytose
veroorzaakt gedurende de tweede en derde maand van de
behandeling.
Para-aminobenzoëzuur kan het effect van dapson tegenwerken door
te interfereren met het primaire werkingsmechanisme.
Geactiveerde kool kan de absorptie en de enterohepatische

52476 SmPC 20091102.docx
5
SO



SmPC : PRODUKTINFORMATIE Dapson MAE 100 mg, tabletten

8 pagina's RVG 52476



kringloop van dapson verminderen.
Probenecide verlaagt de excretie van dapson via de urine, ter-
wijl de plasmaconcentraties worden verhoogd.

Dosering en wijze van gebruik

BIJ LEPRA
In de aangewezen gecombineerde therapeutische schema's met
rifampicine en clofazimine volgens de WHO-aanbeveling.

Volwassenen:

dapson
: 100 mg éénmaal per dag (= 24 uur);
rifampicine : 600 mg éénmaal per maand;
clofazimine : 300 mg éénmaal per maand (tegelijk met de
maandelijkse dosis rifampicine) plus 50 mg éénmaal
per dag (= 24 uur).

Deze gecombineerde therapie met drie geneesmiddelen moet min-
stens 2 jaar lang worden voortgezet, doch - indien enigszins
mogelijk - zo lang tot de testresultaten met de uitstrijkjes uit
de huid negatief zijn.
Indien erythema nodosum leprosum optreedt, wordt de therapie met
dapson en rifampicine onveranderd voortgezet, terwijl de dosis
van clofazimine verhoogd wordt tot maximaal 300 mg per dag. Deze
hoge dagelijkse doses mogen niet langer dan 3 maanden gegeven
worden.

Kinderen:
Tabletten Dapson MAE 100 mg zijn niet in alle gevallen
toereikend voor kinderdosering.
De dosering dient door een ervaren kinderarts te worden
vastgesteld aan de hand van het standaard nomogram op geleide
van het gewicht of (beter) het lichaamsoppervlak.
In de literatuur wordt voor kinderen een normdosering
aangehouden van 1,0 tot 1,5 mg dapson per kg lichaamsgewicht.

BIJ DERMATITIS HERPETIFORMIS

Volwassenen:
50 mg (= ½ tablet) 3 tot 4 maal per dag (= 24 uur).

Bij patiënten met hoge acetyleringssnelheid kan een dosisaan-
passing (dus hogere aanvankelijke dosering tot 400 mg per dag)

52476 SmPC 20091102.docx
6
SO



SmPC : PRODUKTINFORMATIE Dapson MAE 100 mg, tabletten

8 pagina's RVG 52476



nodig zijn. Dosering geleidelijk reduceren tot een onderhoudsdo-
sis van 50 mg daags zo snel mogelijk na het optreden van res-
pons. Sterke verlaging van de onderhoudsdosering of het stoppen
ervan is mogelijk bij een strict glutenvrij dieet.
Bij bestaande of door de behandeling ontstane nier- en/of lever-
functiestoornissen, waarbij de klaring van dapson wordt ver-
traagd, lijkt dosering op geleide van bloedspiegelbepalingen
aangewezen. Bij deze patiënten kan frequentere controle van het
bloedbeeld nodig zijn.

Kinderen:
Hetgeen bij LEPRA staat vermeld met betrekking tot de dosering,
geldt ook hier.

Symptomen bij en behandeling van overdosering
De symptomen van accidentele vergiftiging zijn cyanose, misse-
lijkheid en braken, neurologische stoornissen, dyspnoe, geel-
zucht, nierinsufficiëntie, methemoglobinemie, ernstige
hemolytische anemie en coma.
Behandeling bestaat uit maagspoelen onder achterlating van
geactiveerde kool en osmotisch laxans.
De optredende methemoglobinemie wordt behandeld met een langzame
intraveneuze injectie methyleenblauw 1-2 mg/kg lichaamsgewicht
(eventueel herhaald na één uur), gecombineerd met 0,5-2 g
ascorbinezuur oraal of als intraveneuze injectie. Bij patiënten
met ernstige G6PD-deficiëntie geen methyleenblauw toedienen.
De optredende hemolytische anemie wordt behandeld met
wisseltransfusie of het toedienen van rode bloedcellen; de
wisseltransfusie verlaagt tevens de circulerende concentratie.
Hemodialyse kan worden overwogen. Ondersteunende therapie
bestaat uit het toedienen van zuurstof om de optredende hypoxie
te verlichten en toediening van vocht om de nierfunctie te
handhaven en de eliminatie van dapson te bevorderen.

Bewaring en houdbaarheid
Droog, bij kamertemperatuur (15-25 C) in de originele verpakking
bewaren. De uiterste gebruiksdatum staat op de verpakking.

Verpakkingen
Pot met 250 tabletten.

In het register ingeschreven onder RVG 52476.


52476 SmPC 20091102.docx
7
SO



SmPC : PRODUKTINFORMATIE Dapson MAE 100 mg, tabletten

8 pagina's RVG 52476



Laatste gedeeltelijke herziening betreft naam product en naam
registratiehouder: 24 maart 2010

52476 SmPC 20091102.docx
8
SO





« Vorige

[Dantrium 50 mg, capsules]

Volgende »

[Dapson MAE 100 mg, tabletten]

Gevonden op deze pagina: