Bestanden
Home > Bestanden


Diclofenacnatrium EC Mylan 50 mg, maagsapresistente tabletten

RegistratienummerRVG 26214=20739
Farmaceutische vormMaagsapresistente tablet
ToedieningswegOraal gebruik
ATCM01AB05 - Diclofenac
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum07 maart 2001
RegistratiehouderMylan B.V.
Dieselweg 25
3752 LB BUNSCHOTEN
Werkzame stof(fen)DICLOFENAC NATRIUM
Hulpstof(fen)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


SAMENVATTING VAN PRODUCTKENMERKEN


1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Diclofenacnatrium Disphar EC 50, maagsapresistente tabletten 50 mg

2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Bovengenoemde tabletten bevatten per maagsapresistente tablet 50 mg diclofenacnatrium.

Hulpstoffen: bevat lactose monohydraat. Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE
VORM

Maagsapresistente tabletten 50 mg.
Bruine, omhulde tabletten met de inscriptie D50.

4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

-
Inflammatoire en degeneratieve vormen van reuma: chronische polyarthritis, artrosen met
inbegrip van spondylartrosen.
-
Periarthritis humeroscapularis.
-
Acute jichtaanval.
-
Pijnlijke postoperatieve en posttraumatische ontsteking en zwelling, b.v. ten gevolge van
tandheelkundige of orthopedische chirurgie.
-
Symptomatische behandeling van primaire dysmenorroe.
-
Met koorts gepaard gaande ziekten, speciaal voor kortstondig gebruik als adjuvans bij de
chemotherapie bij infectieziekten. Koorts is op zichzelf geen indicatie.

4.2 Dosering en wijze van toediening

De dagdosis wordt meestal over 2 ŗ 3 porties verdeeld.
Ter vermijding van nachtelijke pijn en ochtendstijfheid kan een gecombineerde behandeling
plaatsvinden met Diclofenacnatrium Disphar tabletten overdag en een zetpil of een tablet met
gereguleerde afgifte die voor het slapen gaan wordt toegediend (tot een maximum van samen 150
mg per etmaal).
Oudere patiŽnten moeten worden behandeld met de laagst mogelijke dosis die nog effectief is.

Indien gebruik gemaakt wordt van de laagste effectieve dosering, gedurende een zo kort
mogelijke periode die nodig is om de symptomen te bestrijden, kunnen bijwerkingen tot een
minimum beperkt blijven (zie rubriek 4.4).

De tabletten mogen niet worden gedeeld of gekauwd. De tabletten moeten zonder te kauwen met
vloeistof heel doorgeslikt worden, bij voorkeur vůůr de maaltijd.

Diclofenacnatrium Disphar EC tabletten van 50 mg mogen niet door kinderen worden gebruikt.


1

ReumatoÔde arthritis
De aanvangsdosis bedraagt in de regel 150 mg per dag, de onderhoudsdosis 75-100 mg per dag.

Osteoartrose
Afhankelijk van de ernst van de pijn bedraagt de aanvangsdosis 100-150 mg per dag; de
onderhoudsdosis is meestal 75-100 mg per dag.

Periarthritis humeroscapularis
Afhankelijk van de ernst van de pijn bedraagt de aanvangsdosis meestal 150 mg per dag. Daarna
vermindert men de dosis op geleide van de klachten.

Pijnlijke postoperatieve en posttraumatische ontsteking en zwelling
De aanvangsdosis bedraagt als regel 150 mg per dag. Daarna vermindert men de dosis op geleide
van de klachten.

Symptomatische behandeling van primaire dysmenorroe
Bij primaire dysmenorroe dient de dosis individueel te worden vastgesteld. Deze varieert in het
algemeen van 50-150 mg per dag.
De aanvangsdosis bedraagt 50-100 mg. De dosis kan bij latere menstruele cycli zo nodig
verhoogd worden tot maximaal 200 mg per dag.
De behandeling moet worden begonnen zodra zich de eerste symptomen voordoen en moet,
afhankelijk van de intensiteit van de symptomen, enige dagen worden voortgezet.

Met koorts gepaard gaande ziekten, speciaal voor kortstondig gebruik als adjuvans bij de
chemotherapie bij infectieziekten
Er wordt een lage dosis aanbevolen, namelijk 0,5 mg per kg lichaamsgewicht per dag - verdeeld
over 2 ŗ 3 porties.

4.3 Contra-indicaties

-
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor ťťn van de hulpstoffen.
-
Geschiedenis van gastro-intestinale bloedingen of perforatie gerelateerd aan eerdere
behandeling met NSAID's.
-
Actief ulcus pepticum of actieve bloeding, of een geschiedenis van terugkerend ulcus
pepticum of bloeding (twee of meer onderscheiden gevallen van bewezen ulceratie of
bloeding).
-
Zoals ook geldt voor andere prostaglandinesynthetaseremmers, is diclofenacnatrium
gecontraÔndiceerd bij astmatische patiŽnten, bij wie na het gebruik van acetylsalicylzuur of
andere medicamenten met een remmend effect op prostaglandinesynthetase een astma-
aanval, urticaria of acute rhinitis opgetreden zijn.
-
Cerebrovasculaire bloedingen.
-
BloeddyscrasieŽn (in de anamnese).
-
Beenmergdepressie.
-
Ernstige levercirrose.
-
Ernstig hartfalen.
-
Ernstige nierfunctiestoornissen.
-
Zwangerschap in het derde trimester.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik


2

Indien gebruik gemaakt wordt van de laagste effectieve dosering, gedurende een zo kort
mogelijke periode die nodig is om de symptomen te bestrijden, kunnen bijwerkingen tot een
minimum beperkt blijven (zie rubriek 4.2 en gastro-intestinale en cardiovasculaire risico's
hieronder).

Cardiovasculaire en cerebrovasculaire effecten
Voorzichtigheid is geboden bij patiŽnten met een geschiedenis van hypertensie en/of hartfalen,
aangezien vochtretentie en oedeemvorming is gerapporteerd in associatie met een therapie met
NSAIDs.

Gegevens uit klinisch onderzoek en epidemiologische gegevens suggereren dat het gebruik van
diclofenac, in het bijzonder bij hoge doseringen (150 mg per dag) en bij een langdurige
behandeling, geassocieerd kan worden met een klein toegenomen risico op trombose in de
arteriŽn (bijvoorbeeld myocardinfarct of beroerte).

PatiŽnten met hypertensie, die niet onder controle is, congestief hartfalen, vastgestelde
ischemische hartziekte, perifere ziekte van de arteriŽn, en/of cerebrovasculaire ziekte dienen
alleen behandeld te worden met diclofenac na zorgvuldige overweging. Dezelfde overweging
dient gemaakt te worden voordat een langdurige behandeling wordt gestart hij patiŽnten met
risicofactoren. voor cardiovasculaire ziekte (bijvoorbeeld hypertensie, hyperlipidemie, diabetes
mellitus en roken).

Gastro -intestinale effecten
Het gelijktijdig gebruik van Diclofenacnatrium Disphar met NSAIDs met inbegrip van
cyclooxygenase-2-selectieve remmers, dient te worden vermeden.

Indien gebruik gemaakt wordt van de laagste effectieve dosering gedurende een zo kort
mogelijke periode die nodig is om de symptomen te bestrijden, kunnen bijwerkingen tot een
minimum beperkt blijven (zie rubriek 4.2).

Ouderen: Bij ouderen is de frequentie van bijwerkingen door NSAIDs verhoogd, in het bijzonder
gastro-intestinale bloedingen en perforatie, die fataal kunnen zijn.

Gastrointestinale bloedingen, ulceratie en perforatie: Gastrointestinale bloedingen, ulceratie of
perforatie, die fataal kunnen zijn, zijn beschreven voor alle NSAIDs op enig moment tijdens de
behandeling, met of zonder waarschuwingsverschijnselen of een voorgeschiedenis van ernstige
gastrointestinale problemen.

Het risico op gastrointestinale bloedingen, ulceratie of perforatie is hoger met toenemende doses
van een NSAID, bij patiŽnten met een ulcus in de anamnese met name wanneer gecompliceerd
door bloeding of perforatie (zie rubriek 4.3), en bij ouderen. Deze patiŽnten dienen de
behandeling te starten met de laagst mogelijke dosis. Combinatietherapie met beschermende
middelen (b.v. misopristol of protonpompremmers) dient te worden overwogen bij dergelijke
patiŽnten, en ook bij patiŽnten die aspirine in een lage dosis gebruiken of andere geneesmiddelen
die de gastrointestinale risico's zouden kunnen verhogen (zie hieronder en rubriek 4.5).

PatiŽnten met een voorgeschiedenis van gastrointestinale problemen, met name ouderen, dienen
ongewone abdominale symptomen (met name gastrointestinale bloedingen) te melden, in het
bijzonder als deze optreden in de beginfase van de behandeling.


3

Voorzichtigheid is geboden bij patiŽnten die gelijktijdig met geneesmiddelen worden behandeld
die het risico van ulceratie en bloedingen kunnen verhogen, zoals orale corticosteroÔden,
anticoagulantia zoals warfarine, selectieve serotonine heropnameremmers (SSRIs) en
plaatjesaggregatieremmers zoals aspirine (zie rubriek 4.5).

Wanneer gastrointestinale bloedingen of ulceratie optreden bij patiŽnten die Diclofenacnatrium
Disphar gebruiken, moet de behandeling onmiddellijk gestopt worden.
Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven van NSAIDs aan patiŽnten met een
geschiedenis van gastrointestinale ziekten (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn) omdat hun toestand
kan verslechteren (zie rubriek 4.8 ≠ bijwerkingen).

RisicopatiŽnten
Wegens de belangrijke rol van de prostaglandinen bij het handhaven van de nierdoorbloeding,
mag Diclofenacnatrium Disphar slechts met bijzondere voorzichtigheid worden toegepast bij
patiŽnten met een verminderde hart- of nierfunctie, bij ouderen en bij patiŽnten die met diuretica
worden behandeld en in gevallen van extracellulair volumeverlies door welke oorzaak dan ook,
b.v. in de peri- of postoperatieve fase van grote chirurgische ingrepen. In zulke gevallen moet de
nierfunctie van de met diclofenacnatrium behandelde patiŽnten zorgvuldig worden gecontroleerd.
Na staking van de therapie treedt als regel herstel op van de toestand vůůr de behandeling.

Het gebruik van diclofenacnatrium kan tijdelijk de trombocytenaggregatie remmen. PatiŽnten met
hemostatische afwijkingen dienen zorgvuldig te worden gecontroleerd (zie ook onder "Interacties
met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie").

Voorzichtigheid is geboden bij de behandeling van bejaarde patiŽnten. Het wordt vooral
aanbevolen om bij gebrekkige oudere patiŽnten of bij hen die een laag lichaamsgewicht hebben,
de kleinste dosis toe te passen die nog werkzaam is.

Bij patiŽnten met hepatische porfyrie mag diclofenacnatrium slechts met voorzichtigheid worden
toegepast, omdat het een aanval van acute porfyrie kan veroorzaken.
Een strikte nauwkeurigheid bij het stellen van de diagnose en een nauwlettende medische
controle is vereist bij de behandeling van patiŽnten met een sterk verminderde leverfunctie. Bij
deze risicogroep dient de dosering van Diclofenacnatrium Disphar insluipend plaats te vinden.

Zoals ook geldt voor andere prostaglandinesynthetaseremmers kunnen allergische reacties, met
inbegrip van anafylactische/anafylactoÔde reacties optreden ook zonder dat de patiŽnt vroeger met
het geneesmiddel in contact is geweest.

Diclofenacnatrium kan op grond van zijn farmacodynamische eigenschappen de tekenen en
symptomen van een infectie maskeren.

Controles, die noodzakelijk zijn in verband met een langere therapieduur:
Bij langere therapieduur is controle van de leverfunctie als voorzorgsmaatregel aan te bevelen.
Indien er abnormale uitkomsten van de leverfunctietests blijven bestaan of de resultaten slechter
worden of als er andere verschijnselen optreden (b.v. eosinofilie, huiduitslag enz.), dient de
behandeling met diclofenacnatrium te worden gestaakt. Hepatitis kan zonder prodromale
verschijnselen optreden.

Bij langere therapieduur zijn, zoals ook het geval is bij andere prostaglandinesynthetaseremmers,
controles van het bloedbeeld aan te bevelen.


4

Ernstige huidreacties waarvan sommige fataal zijn, met inbegrip van exfoliatieve dermatitis,
Stevens-Johnson syndroom en toxische epidermale necrolyse, zijn zeer zelden gemeld in
samenhang met het gebruik van NSAID's (zie rubriek 4.8). PatiŽnten blijken het grootste risico
op deze reacties te lopen in een vroeg stadium van de behandeling, de reactie begint in de
meerderheid van de gevallen in de eerste maand van de behandeling. Diclofenacnatrium Disphar
dient te worden stopgezet bij het eerste optreden van huiduitslag, slijmvlieslaesies of ieder ander
teken van overgevoeligheid.

Vruchtbaarheid
Het gebruik van diclofenac kan de vruchtbaarheid van vrouwen nadelig beÔnvloeden en wordt
niet aanbevolen bij vrouwen die proberen zwanger te worden. Bij vrouwen die problemen hebben
bij het zwanger worden of die onvruchtbaarheidonderzoeken ondergaan, moet onthouding van
diclofenac overwogen worden.

Wees extra voorzichtig met Diclofenacnatrium tabletten wanneer u overgevoelig bent voor
lactose. Indien uw arts u heeft meegedeeld dat u bepaalde suikers niet verdraagt, neem dan
contact op met uw arts voordat u dit genees middel inneemt.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Lithium of digoxine
Bij gelijktijdige inname kan diclofenac de plasmaspiegels van lithium of digoxine verhogen.

Diuretica
Verschillende prostaglandinesynthetaseremmers kunnen de werking van diuretica remmen.
Een gelijktijdige behandeling met kaliumsparende diuretica kan tot verhoogde kaliumgehaltes in
het serum leiden, wat het noodzakelijk maakt, die gehaltes regelmatig te bepalen.

Anticoagulantia
Er zijn uit (kleinschalige) onderzoekingen met diclofenac geen aanwijzingen verkregen voor een
klinisch relevante interactie met acenocoumarol en fenprocoumon. Het is echter raadzaam om bij
een patiŽnt, die met een coumarinederivaat behandeld wordt, aan het begin van een
gecombineerde therapie met Diclofenacnatrium Disphar ťťn of meer extra controles van de
protrombinetijd of de trombotesttijd te laten verrichten, omdat bloedingen ≠weliswaar zelden-
toch zijn beschreven.
Zoals ook het geval is bij andere prostaglandinesynthetaseremmers, kan diclofenac tijdelijk de
trombocytenaggregatie verminderen.
NSAID's kunnen de effecten van antistollingsmiddelen, zoals warfarine, vergroten (zie rubriek
4.4).

Antidiabetica
Klinische studies hebben aangetoond, dat diclofenacnatrium samen met orale antidiabetica kan
worden toegepast zonder hun effect te beÔnvloeden. Er zijn echter daarnaast toch ook enige zeer
zeldzame berichten, dat er bij gelijktijdige behandeling met diclofenacnatrium hetzij hyper- of
hypoglykemische effecten optraden, die een wijziging van de dosis van de antidiabetica nodig
maakten.

Andere prostaglandinesynthetaseremmers
Een gelijktijdige behandeling met twee of meer prostaglandinesynthetase-remmers verhoogt de
kans op het optreden van bijwerkingen.


5

Methotrexaat
Voorzichtigheid is geboden wanneer diclofenac minder dan 24 uur vůůr of nŠ een behandeling
met methotrexaat wordt toegediend, omdat de bloedspiegel van methotrexaat kan stijgen en de
toxiciteit van deze stof daardoor kan toenemen.

Ciclosporines
Prostaglandinesynthetaseremmers kunnen door hun effecten op renale prostaglandinen een
verhoogde nefrotoxiciteit van ciclosporine veroorzaken.

AntibacteriŽle chinolonen
Er zijn geÔsoleerde meldingen van convulsies welke kunnen zijn veroorzaakt door gelijktijdig
gebruik van chinolonen en NSAID's.

CorticosteroÔden
Verhoogd risico op gastro-intestinale ulceratie of bloeding (zie rubriek 4.4).

Anti-trombotica en selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's)
Verhoogd risico op maagdarmbloeding (zie rubriek 4.4).

4.6 Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap
Remming van prostaglandine synthese kan de zwangerschap en/of de embryonale/foetale
ontwikkeling nadelig beÔnvloeden. Gegevens uit epidemiologisch onderzoek suggereren een
verhoogd risico op miskramen en op cardiale malformaties en gastroschisis na het gebruik van
prostaglandine synthese remmers in de vroege fase van de zwangerschap. Het absolute risico op
cardiovasculaire malformatie werd verhoogd van minder dan 1% tot ongeveer 1.5%. Er wordt
aangenomen dat het risico toeneemt met de dosering en duur van de behandeling. Het toedienen
van prostaglandine synthese remmers in dieren resulteerde in een verhoogd pre- en post-
implantatie verlies en embryo-foetale letaliteit. Daarnaast werd een verhoogde incidentie van
diverse malformaties, inclusief cardiovasculaire, gemeld in dieren die een prostaglandine
synthese remmer hebben gekregen gedurende de periode van organogenese (zie rubriek 5.3).
Tijdens het eerste en tweede trimester van de zwangerschap moet diclofenac niet worden gebruikt
tenzij dit duidelijk noodzakelijk is. Als diclofenac wordt gebruikt bij een vrouw die probeert
zwanger te worden, of tijdens het eerste of tweede trimester van de zwangerschap, dan dient de
dosering zo laag mogelijk gehouden te worden en de behandeling dient zo kort mogelijk te duren.

Tijdens het derde trimester van de zwangerschap kunnen alle prostaglandine synthese remmers de
foetus blootstellen aan:
- cardiopulmonaire toxiciteit (voortijdig sluiten van de ductus arteriosus en pulmonaire
hypertensie)
- renale disfunctie, wat zich kan ontwikkelen tot renaal falen met oligo-hydroamniose:
de moeder en neonaat, aan het eind van de zwangerschap aan:
- mogelijk verlenging van de bloedingstijd, een antiaggregatie effect wat zelfs bij zeer lage
doseringen kan voorkomen.
- remming van de contractie van de uterus wat resulteert in een uitgestelde of verlengde
bevalling.

Tengevolge hiervan is diclofenac gecontra-indiceerd tijdens het derde trimester van de
zwangerschap.


6

Lactatie
Na orale doses van 150 mg per dag gaat de werkzame stof slechts in zulke kleine hoeveelheden in
de moedermelk over, dat geen ongewenste effecten op de zuigeling te verwachten zijn.
Diclofenac kan gedurende de borstvoeding worden gebruikt.

4.7 BeÔnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Bij het optreden van duizeligheid of andere stoornissen van het centrale zenuwstelsel, inclusief
visusstoornissen, moet de patiŽnt er van afzien een voertuig te besturen of machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen

Bijwerkingen worden gerangschikt in volgorde van frequentie, de meest frequente eerst, gebruik
makend van volgende overeenkomst: Zeer vaak (>10%); vaak (>1%, < 10%); soms (>0.1%,
<1%); zelden (>0.01%, <0.1%); zeer zelden (<0.01%), inclusief incidentele meldingen.

Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zelden:
Daling van het Hb-gehalte en de hematocriet, eosinofilie, leukopenie,
trombocytopenie, aplastische anemie, agranulocytose, hemolytische anemie

Immuunsysteemaandoeningen
Zelden:
Overgevoeligheidsreacties, zoals astma, anafylactische/anafylactoÔde systemische
reacties inclusief hypotensie, vasculitis, pneumonitis.

Zenuwstelselaandoeningen
Soms:
Hoofdpijn, duizeligheid.
Zelden:
Slaperigheid, gevoelsstoornissen, met inbegrip van paresthesie, geheugenstoornis,
desoriŽntatie, slapeloosheid, prikkelbaarheid, convulsies, depressie,
angstgevoelens, nachtmerries, tremor, psychotische reacties, smaakstoornissen,
aseptische meningitis.

Oogaandoeningen
Zelden:
Visusstoornissen (troebel zicht, diplopie).

Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Zelden:
Gehoorstoornissen, tinnitus.

Hartaandoeningen
Zelden:
Palpitatie, pijn op de borst. Oedeemvorming, hypertensie en hartfalen zijn
gerapporteerd in associatie met behandeling met een NSAlD.

Gegevens uit klinisch onderzoek en epidemiologische gegevens suggereren dat het gebruik van
diclofenac, vooral bij hoge doseringen (150 mg per dag) en bij langdurig gebruik geassocieerd
kan worden met een toegenomen risico op trombose in de arteriŽn (bijvoorbeeld myocardinfarct
of beroerte) (zie rubriek 4.4).


7

Maagdarmstelselaandoeningen
De meest voorkomende bijwerkingen zijn van gastro-intestinale aard. Maagzweren, perforaties of
GI bloedingen, soms fataal, met name bij ouderen, kunnen voorkomen (zie rubriek 4.4).
Misselijkheid, braken, diarree, flatulentie, constipatie, dyspepsie, abdominale pijn, bloed in de
ontlasting, haematemesis, ulceratieve stomatitis, verergering van colitis en ziekte van Crohn (zie
rubriek 4.4) zijn gemeld na toediening. Gastritis werd minder vaak waargenomen.

Vaak:

Epigastrische pijn, andere gastro-intestinale stoornissen zoals oprispingen,
anorexie.
Zelden:

Pancreatitis, bloederige diarree, onderbuikklachten (zoals aspecifieke
hemorragische colitis ), glossitis, laesies van de oesophagus, diafragma-achtige
intestinale vernauwing.

Lever- en galaandoeningen
Soms:
Verhogingen van de gehaltes aan serum-amino-transferase-enzymen (ASAT,
ALAT).
Zelden:
Hepatitis met of zonder geelzucht, fulminante hepatitis.

Verder is stijging van de alkalische fosfatase activiteit en van het glucosegehalte in
het bloed waargenomen.

Huid- en onderhuidaandoeningen
Soms:
Perifere oedemen en huidreacties zoals uitslag.
Zelden:
Urticaria, vorming van blaasjes, eczeem, erythema multiforme, haaruitval,
fotosensibilisatie, purpura met inbegrip van allergische purpura, erythrodermie.
Zeer zelden Huiduitslag met blaarvorming waaronder Stevens-Johnson syndroom en toxisch
epidermale necrolyse (zie rubriek 4.4).

Nier- en urinewegaandoeningen
Zelden:
Oedeem, acute nierinsufficiŽntie, hematurie, proteÔnurie, interstitiŽle nefritis,
nefrotisch syndroom, papillaire necrose.

4.9 Overdosering

Symptomen
Er is geen typisch symptomenbeeld na overdosering van diclofenac. Overdosering kan
symptomen veroorzaken zoals braken, gastro-intestinale bloeding, diarree, duizeligheid, tinnitus
of convulsies. In het geval van een aanzienlijke vergiftiging kunnen acuut nierfalen en
leverschade optreden.

Behandeling
De behandeling van acute vergiftiging met prostaglandine-synthetaseremmers is ondersteunend
en symptomatisch.
Zo spoedig mogelijk na het innemen van Diclofenacnatrium Disphar moet getracht worden, de
absorptie door middel van maagspoeling en behandeling met geactiveerde kool te verhinderen.
Na het maagspoelen moet naast geactiveerde kool ook een laxans, bij voorkeur natriumsulfaat,
worden toegediend.

De behandeling van complicaties zoals hypotensie, nierinsufficiŽntie, convulsies, gastro-
intestinale irritaties en ademdepressie is ondersteunend en symptomatisch.


8

Specifieke therapieŽn, zoals geforceerde diurese, dialyse of hemoperfusie zijn vermoedelijk van
geen nut voor de eliminatie van prostaglandinesynthetaseremmers tengevolge van de hoge
proteÔnebinding en de intensieve stofwisseling van die geneesmiddelen.

5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: niet-steroÔde anti-inflammatoire en antireumatische middelen,
azijnzuurderivaten en verwante stoffen; ATC-code: M01AB05

Diclofenacnatrium Disphar bevat de prostaglandinesynthetase-remmende stof diclofenacnatrium.
Dit is een fenylazijnzuur-derivaat met antiflogistische, antipyretische en analgetische
eigenschappen. Een belangrijk deel van het werkingsmechanisme wordt toegeschreven aan de
(experimenteel bewezen) remming van de biosynthese van prostaglandinen. Prostaglandinen
spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van ontstekingen, pijn en koorts.
De ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen van Diclofenacnatrium Disphar komen
bij reumatische ziekten klinisch tot uiting in een duidelijke verbetering van klachten, zoals pijn
bij rust, pijn bij beweging, ochtendstijfheid, gewrichtszwelling en in een verbetering van de
functie. Bij pijnlijke postoperatieve en posttraumatische ontsteking en zwelling brengt
Diclofenacnatrium Disphar een snelle afname teweeg van spontane pijn en pijn bij beweging en
een vermindering van ontsteking en zwelling.

Bovendien hebben klinische onderzoekingen aangetoond, dat Diclofenacnatrium Disphar de
intensiteit van bloeding en pijn bij primaire dysmenorroe vermindert.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Absorptie
Diclofenac wordt uit de maagsapresistente tabletten na de passage door de maag volledig
geabsorbeerd. Ondanks dat de absorptie snel plaatsvindt kan het begin van het vrijkomen van het
geneesmiddel door de maagsapresistente coating van de tablet vertraagd worden.
Gemiddelde maximale plasmaconcentraties van 1,5 mg/ml (5 mmol/l) worden gemiddeld 2 uur
na inname van een tablet van 50 mg bereikt. De hoeveelheid die geabsorbeerd wordt is
rechtevenredig met de toegediende dosis.

De passage van de tablet door de maag is trager wanneer de tablet wordt ingenomen met of na de
maaltijd dan wanneer de tablet voor de maaltijd wordt ingenomen. De hoeveelheid geabsorbeerd
diclofenac is in beide gevallen hetzelfde. Dit is dan ook de reden waarom Diclofenacnatrium
Disphar maagsapresistente tabletten bij voorkeur voor de maaltijd moeten worden ingenomen.

Ongeveer de helft van de werkzame stof wordt gedurende de eerste passage door de lever
gemetaboliseerd (first-pass effect), waardoor de AUC (area under the curve) bij orale of rectale
toediening ongeveer half zo groot is als na een equivalente parenterale toediening.

Het farmacokinetische gedrag blijft ook bij herhaalde toediening onveranderd. Er ontstaat geen
cumulatie, mits de aanbevolen doseringsintervallen in acht genomen worden.

Kinderen die equivalente doses (mg/kg lichaamsgewicht) ontvangen, bereiken vergelijkbare
plasmaconcentraties als volwassenen.


9

Verdeling
99.7% van diclofenac wordt gebonden aan serumeiwitten, voornamelijk aan albumine (99.4%).
Het berekende schijnbare verdelingsvolume bedraagt 0,12-0,17 l/kg.

Diclofenac gaat in de synoviale vloeistof over, waar 2 tot 4 uur nadat de hoogste
plasmaconcentraties bereikt zijn, maximale waarden worden gemeten. De schijnbare
eliminatiehalfwaardetijd uit de synoviale vloeistof is 3 tot 6 uur. Twee uur na het bereiken van de
maximale plasmaconcentraties, zijn de concentraties van de werkzame stof daardoor in de
synoviale vloeistof al hoger dan in het plasma en zij blijven hoger tot 12 uur na de toediening.

Biotransformatie
De biotransformatie van diclofenac vindt ten dele plaats door binding van het intacte molecuul
aan glucuronzuur, maar vooral door enkelvoudige en meervoudige hydroxylering en
methoxylering, resulterende in verscheidene fenolische metabolieten (3'-hydroxy, 4'-hydroxy, 5'-
hydroxy, 4',5'-dihydroxy- en 3'hydroxy-4'-methoxy-diclofenac). Deze metabolieten worden
hoofdzakelijk omgezet tot glucuronide-conjugaten. Twee van deze fenolische metabolieten zijn
biologisch actief, echter in veel mindere mate dan diclofenac.

Eliminatie
De totale systemische plasmaklaring van diclofenac is 263 Ī 56 ml/min. (gemiddelde waarde + of
≠ standaarddeviatie). De terminale halfwaardetijd in het plasma bedraagt 1 tot 2 uur.
Vier van de metabolieten, inclusief de beide actieven, hebben ook een korte plasma-
halfwaardetijd van 1-3 uur. Een metaboliet 3-hydroxy-4'-methoxy-diclofenac heeft een veel
langere plasmahalfwaardetijd. Deze metaboliet is echter nagenoeg inactief.
Ongeveer 60% van de toegediende dosis wordt in de urine in de vorm van zulke, uit de twee
genoemde processen ontstane, metabolieten uitgescheiden; minder dan 1% wordt uitgescheiden
als onveranderde werkzame stof. De rest van de toegediende dosis wordt als metabolieten met de
gal in de faeces uitgescheiden.

Karakteristieken bij patiŽnten
Er zijn geen leeftijdsafhankelijke verschillen geconstateerd in de absorptie, het metabolisme of de
uitscheiding van het geneesmiddel.

Bij patiŽnten met nierfunctiestoornissen zijn uit de kinetiek na een enkelvoudige dosis geen
aanwijzingen verkregen dat er cumulatie optreedt van het onveranderde werkzaam bestanddeel
wanneer het gebruikelijke doseringsschema wordt toegepast. Bij een creatinineklaring van < 10
ml/min, zijn de berekende steady-state plasmaspiegels van de hydroxy-metabolieten ongeveer 4
maal hoger dan bij normale patiŽnten. De metabolieten worden echter uiteindelijk via gal
geklaard.

Bij patiŽnten met chronische hepatitis of niet-gedecompenseerde cirrose zijn de kinetiek en het
metabolisme van diclofenac hetzelfde als bij patiŽnten zonder leveraandoeningen.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

NSAID's vertonen teratogene effecten in dierstudies. Diclofenac remt ovulatie in konijnen,
veroorzaakt gespleten gehemelte in muizen, en remt implantatie en aanleg van de placenta in
ratten. Toxische doses in ratten zijn geassocieerd met dystocia, verlengde zwangerschap, verlaagd
foetaal gewicht en groei, en verminderde foetale overleving. Een bekend effect van remming van
de prostaglandine synthese is sluiting van de ductus arteriosus. Preklinische gegevens uit

10

onderzoeken naar genotoxiciteit, mutageniteit en carcinogeniteit met diclofenac duiden niet op
een speciaal risico voor mensen bij de beoogde therapeutische doseringen.

6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Maiszetmeel
Lactose monohydraat
Natriumzetmeelglycolaat
Voorverstijfd zetmeel (mais)
Cellulose, microkristallijn (E460)
Magnesiumstearaat (E470b)
Talk (E553b)
Macrogol 6000
Methylacrylzure ethylacrylaat copolymeer
Dimeticon
Polysorbaat 80
Sorbinezuur (E200)
Titaandioxide (E171)
IJzeroxide geel (E172)
IJzeroxide rood (E172).

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

5 jaar in de blister en 5 jaar in de flacon.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25 įC.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Diclofenacnatrium Disphar 50 mg maagsapresistente tabletten: doosje met 30 tabletten (3 strips
(PVC-PVDC/Al) ŗ 10 tabletten) en flacon (HDPE of PP) ŗ 100 tabletten.

6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen <en andere instructies>

Geen bijzondere vereisten.

7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Disphar International B.V.
Winkelskamp 6
7255 PZ Hengelo (Gld.)


11

8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Diclofenacnatrium Disphar EC 50, maagsapresistente tabletten 50 mg zijn ingeschreven onder
RVG 20739.

9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING
VAN DE VERGUNNING


11 november 1996

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste volledige herziening:4 februari 2010

12





« Vorige
[Diclofenacnatrium EC Mylan 25 mg, maagsapresistente tabletten]
Volgende »
[Diclofenacnatrium EC Mylan 50 mg, maagsapresistente tabletten]