Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Domperidon Actavis 10 mg, tabletten

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 32625
Registratiehouder: Actavis





SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN


1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Domperidon Actavis 10 mg, tabletten


2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Een tablet bevat 12,72 mg domperidonmaleaat, overeenkomend met 10 mg domperidon.

Bevat lactose monohydrate (54,5 mg/tablet).
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3.
FARMACEUTISCHE VORM

Tablet.

Witte, ronde, biconvexe tablet voorzien van inscriptie "Dm10" op één zijde.


4.
KLINISCHE GEGEVENS

4.1
Therapeutische indicaties

Volwassenen
· Het verlichten van de symptomen van misselijkheid en braken, epigastrisch gevoel van
"volheid", een vervelend gevoel in de bovenbuik, regurgitatie van de maaginhoud.

Adolescenten ouder dan 12 jaar en met een lichaamsgewicht van 35 kg of meer
· Het verlichten van de symptomen van misselijkheid en braken.

4.2
Dosering en wijze van toediening

Voor oraal gebruik.

Aanbevolen wordt om Domperidon Actavis 10 mg tabletten vóór de maaltijden in te nemen. Bij
inname na de maaltijden is de absorptie van het geneesmiddel iets vertraagd.

De initiële duur van de behandeling is 4 weken. Na deze 4 weken moeten patiënten opnieuw
geëvalueerd worden en de noodzaak voor een voortgezette behandeling van de therapie moet
beoordeeld worden.

Volwassenen en adolescenten (ouder dan 12 jaar en met een lichaamsgewicht van 35 kg of
meer)
1 tot 2 tabletten van 10 mg 3 tot 4 maal per dag met een maximale dagelijkse dosis van 80
mg.

Zuigelingen en kinderen
0,25-0,5 mg/kg drie tot vier maal per dag met een maximale dagelijkse dosering van 2.4 mg/kg
(een dosering van 80 mg per dag mag niet worden overschreden).
De tabletten zijn ongeschikt voor kinderen die minder wegen dan 35 kg. (Zie rubriek 4.4)

4.3
Contra-indicaties
Domperidon Actavis 10 mg tabletten zijn gecontraïndiceerd in de volgende omstandigheden:



· Bekende overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel domperidonmaleaat of
voor één van de hulpstoffen.
· Prolactine-secreterende hypofysetumor (prolactinoma).

Domperidon Actavis10 mg tabletten mogen niet worden gebruikt wanneer stimulatie van de
maagmotiliteit schadelijk zou kunnen zijn, zoals bij een gastro-intestinale bloeding,
mechanische obstructie of perforatie.

4.4
Speciale waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik

Voorzorgen bij gebruik
Het geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als
galactose-intolerantie, Lapp lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit
geneesmiddel niet te gebruiken.

Gebruik gedurende de borstvoedingperiode
De totale hoeveelheid domperidon die wordt uitgescheiden in de moedermelk, is naar
verwachting niet meer dan 7g per dag bij het hoogste aanbevolen doseringsregime. Het is
niet bekend of dit schadelijk is voor de baby. Daarom wordt het gebruik van Domperidon
Actavis 10 mg tabletten niet aanbevolen voor moeders die borstvoeding geven.

Gebruik bij zuigelingen
Neurologische bijwerkingen zijn zeldzaam (zie rubriek 4.8). Omdat de metabole functies en
bloed-hersenbarrière tijdens de eerste levensmaanden nog niet volledig zijn ontwikkeld, is het
risico op neurologische bijwerkingen groter bij jonge kinderen. Daarom wordt het aanbevolen de
dosis nauwkeurig te bepalen en strikt te volgen bij pasgeborenen, zuigelingen, peuters en kleine
kinderen.

Overdosering kan extrapiramidale verschijnselen veroorzaken bij kinderen, maar andere
oorzaken dienen eveneens in overweging te worden genomen.

De tabletten zijn ongeschikt voor gebruik bij kinderen die minder wegen dan 35 kg.

Gebruik bij leverfunctiestoornissen
Omdat domperidon in sterke mate in de lever wordt gemetaboliseerd, dienen Domperidon
Actavis 10 mg tabletten niet te worden gebruikt bij patiënten met een leverfunctiestoornis.

Nierinsufficiëntie
Bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (serum creatinine > 6 mg/100ml, d.w.z. >0.6
mmol/l), was de eliminatiehalfwaardetijd van domperidon verhoogd van 7.4 tot 20.8 uur, maar
de plasmaspiegels van het geneesmiddel waren lager dan bij gezonde vrijwilligers.
Omdat zeer weinig onveranderd geneesmiddel via de nieren wordt uitgescheiden, is het
onwaarschijnlijk dat de dosis bij éénmalige toediening aan patiënten met nierinsufficiëntie dient
te worden aangepast. Bij herhaalde toediening dient de doseringsfrequentie echter te worden
verminderd naar 1 of 2 keer per dag, afhankelijk van de ernst van de nierfunctiestoornis, en
moet de dosis eventueel worden verlaagd. Dergelijke patiënten die langdurig worden
behandeld, moeten regelmatig worden gecontroleerd.

Gebruik samen met krachtige CYP3A4-remmers:
De gelijktijdige toediening met oraal ketoconazole, erythromycine of andere krachtige
CYP3A4-remmers die het QTc-interval verlengen, moet worden vermeden (zie rubriek 4.5:
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie).

4.5

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

De belangrijkste metabole route van domperidon is via CYP3A4. In vitro gegevens suggereren
dat gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die dit enzym significant remmen, kan leiden tot
een verhoogde plasmaspiegel van domperidon.
Afzonderlijk in vivo farmacokinetisch-farmacodynamisch interactieonderzoek met oraal


toegediend ketoconazole of oraal toegediend erythromycine bij gezonde proefpersonen
bevestigt een duidelijke inhibitie door deze geneesmiddelen van het door CYP3A4
gemediëerde "first pass"-metobolisme van domperidone.

Bij combinatie met oraal toegediend domperidone, 10 mg viermal daags, en ketoconazole, 200
mg tweemal daags, werd een gemiddelde verlenging van het QTc-interval waargenomen van
9,8 msec tijdens de observatieperiode, met veranderingen op sommige tijdstippen van 1,2 tot
17,5 msec. Bij combinatie met domperidone, 10 mg viermals daags, en oraal toegediend
erythromycine, 500 mg driemaal daags, werd de gemiddelde QTc tijdens de observatieperiode
verlengd met 9,9 msec, met veranderingen op sommige tijdstippen van 1,6 tot 14,3 msec.
Zowel de Cmax als de AUC van domperidone bij steady state waren ongeveer verdrievoudigd
in elk van deze interactieonderzoeken. In deze onderzoeken leidde domperidone als orale
monotherapie bij een toediening van 10 mg viermaal daags tot een verlenging van het
gemiddelde QTc-interval met 1,6 msec (ketoconazolestudie) en 2,5 msec
(erythromycinestudie), terwijl ketoconazole als monotherapie (200 mg tweemaal daags) en
erythromycine als monotherapie (500 mg driemaal daags) leidden tot stijgingen van het QTc
van respectievelijk 3,8 en 4,9 msec tijdens de observatieperiode.

4.6
Zwangerschap en borstvoeding

Er zijn maar beperkte postmarketing gegevens beschikbaar over het gebruik van domperidon
bij zwangere vrouwen.
Een studie in ratten heeft reproductietoxiciteit aangetoond bij hoge, maternaal toxische doses.
Het potentiële risico bij mensen is niet bekend.
Domperidon Actavis 10 mg tabletten dienen daarom alleen tijdens de zwangerschap gebruikt
te worden wanneer dit op grond van het verwachte therapeutische voordeel gerechtvaardigd
is.

Het geneesmiddel wordt in de melk van zogende ratten uitgescheiden (hoofdzakelijk als
metabolieten: piekconcentratie van 40 en 800 ng/ml na resp. orale en intraveneuze toediening
van 2.5 mg/kg).
De domperidonconcentraties in de melk van vrouwen die borstvoeding geven zijn 10-50% van
de corresponderende plasmaconcentraties en zijn naar verwachting niet hoger dan 10 ng/ml.
De totale hoeveelheid domperidon die wordt uitgescheiden in de moedermelk, is naar
verwachting niet meer dan 7g per dag bij het hoogste aanbevolen doseringsregime. Het is
niet bekend of dit schadelijk is voor de baby. Daarom wordt het gebruik van Domperidon
Actavis 10 mg niet aanbevolen voor moeders die borstvoeding geven.

4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen

Domperidon Actavis 10 mg tabletten heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de
rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen.

4.8

Bijwerkingen

De frequentie van bijwerkingen is als volgt gerangschikt:
Zeer vaak (> 1/10);
Vaak (> 1/100, < 1/10);
Soms (> 1/1000, < 1/100);
Zelden (>1/10.000, <1/1.000);
Zeer zelden (<1/10.000, met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen).

Immuunsysteemaandoeningen:
Zeer zelden: allergische reacties zoals anafylaxie, anafylactische shock, anafylactische
reactie, urticaria en angio-oedeem

Endocriene aandoeningen:
Zelden:
verhoogde prolactine spiegels

Zenuwstelselaandoeningen:


Zeer zelden: extrapiramidale bijwerkingen

Hartaandoeningen:
Verlenging van het QTc-interval (frequentie niet bekend)
Zeer zelden: ventrikelaritmie

Maagdarmstelselaandoeningen:
Zelden:
gastro-intestinale stoornissen, zeer zelden voorbijgaande darmkrampen
inbegrepen.
Zeer zelden: diarree

Huid- en onderhuidaandoeningen:
Zeer zelden: pruritus, huiduitslag

Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen:
Zelden:
galactorroe, gynaecomastie, amenorroe.

Omdat de hypofyse buiten de bloed-hersenbarrière ligt, kan domperidon aanleiding geven tot
verhoogde prolactine-spiegels. In zeldzame gevallen kan deze hyperprolactinaemie leiden tot
neuro-endocrinologische reacties zoals galactorroe en gynaecomastie en amenorroe.

Extrapiramidale bijwerkingen zijn zeer zeldzaam bij baby's en jonge kinderen, en uitzonderlijk
bij volwassenen. Deze bijwerkingen verdwijnen spontaan en volledig zodra de therapie wordt
gestaakt.

4.9 Overdosering

Symptomen
De symptomen van overdosering kunnen bestaan uit sufheid, desoriëntatie en extrapiramidale
reacties, vooral bij kinderen.

Behandeling
Er is geen specifiek antidotum voor domperidon, maar in geval van overdosering kunnen
maagspoeling en toediening van geactiveerde kool nuttig zijn. Strikt medisch toezicht en
ondersteunende benadeling worden aanbevolen.

Anticholinergica, anti-parkinsonmiddelen kunnen nuttig zijn voor het behandelen van
extrapiramidale reacties.


5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Propulsiva, ATC code: A03F A03

Domperidon is een dopamine-antagonist met anti-emetische eigenschappen. Domperidon
passeert niet gemakkelijk de bloed-hersenbarrière. Bij patiënten die domperidon gebruiken, met
name bij volwassenen, zijn extrapiramidale effecten heel zeldzaam, maar domperidon stimuleert
wel de afgifte van prolactine uit de hypofyse.
De anti-emetische werking is waarschijnlijk te danken aan een combinatie van perifere
(gastrokinetische) effecten en antagonisme van de dopaminereceptoren in de chemoreceptor-
triggerzone, die buiten de bloed-hersenbarrière in de area postrema is gelegen. Dierstudies, en
ook de lage concentraties domperidon die in de hersenen worden gevonden, wijzen erop dat
domperidon hoofdzakelijk een perifeer effect heeft op de dopaminereceptoren.

Studies bij mensen hebben aangetoond dat oraal domperidon de lagere oesophagale druk
verhoogt, de antroduodenale motiliteit verbetert, alsook de maaglediging versnelt.
Domperidon heeft geen effect op de maagsecretie.



5.2
Farmacokinetische gegevens

Absorptie
Bij nuchtere proefpersonen wordt domperidon na orale toediening snel geabsorbeerd, met
piekplasmaspiegels na 30 tot 60 minuten. De lage absolute biologische beschikbaarheid van
oraal toegediend domperidon (ongeveer 15%) wordt veroorzaakt door een uitgebreid first-
pass-metabolisme in de darmwand en de lever. Hoewel de biologische beschikbaarheid bij
normale proefpersonen hoger is wanneer ze domperidon na de maaltijd innemen, dienen
patiënten met gastro-intestinale klachten domperidon 15-30 minuten vóór de maaltijd in te
nemen.
Naarmate de zuurtegraad van de maag lager is, is de absorptie van domperidon lager. De
orale biologische beschikbaarheid vermindert door eerdere gelijktijdige toediening van
cimetidine en natriumbicarbonaat.
De piekabsorptietijd is iets vertraagd en de AUC iets verhoogd wanneer het orale
geneesmiddel na een maaltijd wordt ingenomen.

Distributie
Oraal domperidon lijkt niet te accumuleren, noch het eigen metabolisme te induceren; een
piekplasmaspiegel na 90 minuten van 21 ng/ml, na twee weken orale toediening van 30 mg
per dag was bijna gelijk aan die van 18 ng/ml na de eerste dosis. Domperidon is voor 91 ­93%
gebonden aan plasma-eiwitten.
Distributiestudies met radioactief gelabeld domperidon bij dieren toonden een uitgebreide
weefselverdeling aan, maar een lage hersenenconcentratie. Bij ratten passeren geringe
hoeveelheden van het geneesmiddel de placenta.

Metabolisme
Domperidon ondergaat een snel en uitvoerig levermetabolisme door hydroxylering en N-
dealkylering.
In-vitro metabolisme-experimenten met diagnostische remmers toonden aan dat CYP3A4, een
belangrijke vorm van cytochroom P-450, een rol speelt bij de N-dealkylering van domperidon,
terwijl CYP3A4, CYP1A2 en CYP2E1 een rol spelen bij de aromatische hydroxylering van
domperidon.

Excretie
De urinaire en fecale excretie bedragen respectievelijk 31 en 66 % van de oraal toegediende
dosis. Het gedeelte van het geneesmiddel dat onveranderd wordt uitgescheiden, is klein (10%
van de fecale excretie en ongeveer 1% van de urinaire excretie).
De plasmahalfwaardetijd na een éénmalige dosis bij gezonde vrijwilligers bedraagt 7 ­ 9 uur,
maar is bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie langer.

5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Electrofysiologische in-vitro en in-vivo studies tonen voor domperidon globaal een matig risico
op het verlengen van het QT-interval aan bij de mens. In in-vitro-experimenten met
geïsoleerde cellen getransfecteerd met HERG en in geïsoleerde myocyten van cavia's, lagen
de blootstellingsratio´s tussen het 5- en 30-voudige. Dit was gebaseerd op de IC50-waarden
voor de remming van geleiding door Ikr-ionenkanalen, vergeleken met de vrije
plasmaconcentraties bij de mens na toediening van de maximale dagelijkse dosis van 20 mg
(viermaal per dag). De blootstellingsmarges voor de verlenging van de actiepotentiaal in in-
vitro-experimenten op geïsoleerde hartweefsels lagen tot 17 maal hoger dan de vrije
plasmaconcentraties bij mensen bij de maximale dagelijkse dosis (20mg viermal per dag). De
veiligheidsmarges in in-vitro-pro-aritmische modellen (geïsoleerd Langendorff geïrrigeerd hart)
en in in vivo-modellen (hond, cavia, konijnen, gesensitiseerd voor torsades de pointes)
bedroegen meer dan het 17-voudige van de vrije plasmaconcentraties bij mensen bij de
maximale dagelijkse dosis (20 mg viermaal per dag). In geval van een remming van het
metabolisme via CYP3A4 kunnen de vrije plasmaconcentraties van domperidon tot tienmaal
hoger worden.

Bij hoge maternaal toxische dosen (meer dan 40 maal de aanbevolen dosis bij mensen)
werden teratogene effecten op bij de rat waargenomen. Er werden geen teratogene effecten


waargenomen bij muizen en konijnen.


6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1
Lijst van hulpstoffen
lactose monohydraat,
maïszetmeel,
povidon K30 (E1201),
natriumlaurylsulfaat,
microkristallijne cellulose (E460),
colloïdaal silica anhydraat (E551)
magnesiumstearaat (E470B).

6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.

6.3
Houdbaarheid
3 jaar.

6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Dit geneesmiddel heeft geen speciale bewaarcondities.
In de originele verpakking bewaren om tegen vocht te beschermen.

6.5
Aard en inhoud van de verpakking
10 tabletten per doorzichtige PVC/Al blisterverpakking.
Verpakkingen: 10, 20, 30, 50 of 100 tabletten.

Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingen in de handel worden gebracht.

6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzonderheden.


7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN


Actavis Nordic A/S
Ørnegårdsvej
16
DK-2820
Genfofte
Denemarken


8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG
32625


9.
DATUM VAN EERSTE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING


9 augustus 2005


10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke herziening van de tekst: 12 maart 2009 betreft rubriek 4.4, 4.5, 4.8 en 5.3






« Vorige

[Domperidon Ranbaxy 10 mg, tabletten]

Volgende »

[Domperidon Actavis 10 mg, tabletten]

Gevonden op deze pagina: