Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Donepezilhydrochloride Aspen 10 mg filmomhulde tablet

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 109059
Registratiehouder: Aspen Pharma Trading


SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 
 

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
Donepezilhydrochloride Aspen 5 mg filmomhulde tabletten 
Donepezilhydrochloride Aspen 10 mg filmomhulde tabletten 
 

KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
Donepezilhydrochloride Aspen 5 mg filmomhulde tabletten 
Elke filmomhulde tablet bevat 5 mg donepezilhydrochloride,  overeenkomend met 4,56 mg 
donepezil
Hulpstof: elke filmomhulde tablet bevat 76,24 mg lactose. 
 
Donepezilhydrochloride Aspen 10 mg filmomhulde tabletten 
Elke filmomhulde tablet bevat 10 mg donepezilhydrochloride, overeenkomend met 9,12 mg 
donepezil
Hulpstof: elke filmomhulde tablet bevat 152,48 mg lactose. 
 
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
3 FARMACEUTISCHE 
VORM 
Filmomhulde tablet. 
 
Donepezilhydrochloride Aspen 5 mg filmomhulde tabletten 
Witte tot gebroken witte, ronde, biconvexe filmomhulde tabletten met een diameter van 
7,0 mm, voorzien van een ‘5’ aan de ene kant en een breuklijn aan de andere kant. 
 
Donepezilhydrochloride Aspen 10 mg filmomhulde tabletten 
Perzikkleurige, ronde, biconvexe filmomhulde tabletten met een diameter van 8,6 mm, voorzien 
van een ‘10’ aan de ene kant en een breuklijn aan de andere kant. 
 
De tablet kan in gelijke helften worden verdeeld. 
 
4 KLINISCHE 
GEGEVENS 
 
4.1 Therapeutische 
indicaties 
Donepezilhydrochloride Aspen is geïndiceerd voor de symptomatische behandeling van licht 
tot matig ernstige dementie van het Alzheimertype. 
 
4.2 
Dosering en wijze van toediening 
Volwassenen/ouderen: 
De behandeling wordt ingesteld met een dosis van 5 mg/dag (eenmaal daagse toediening). 
De dosis van 5 mg/dag moet ten minste een maand worden aangehouden, teneinde de eerste 
klinische reacties op de behandeling te kunnen evalueren en de steady-stateconcentraties van 
donepezilhydrochloride te bereiken. Na een klinische evaluatie van de behandeling met 
5 mg/dag gedurende één maand kan de dosis donepezilhydrochloride worden verhoogd tot 
10 mg/dag (eenmaal daagse toediening). De maximale aanbevolen dagelijkse dosis is 10 mg. 
Doses van meer dan 10 mg/dag werden niet onderzocht in klinische onderzoeken. 
Voor doseringen die niet realiseerbaar/uitvoerbaar zijn met deze sterkte is dit geneesmiddel in 
een andere sterkte beschikbaar. 
 
De behandeling moet worden geïnitieerd en bewaakt door een arts met ervaring in de 

diagnose en behandeling van dementie van het Alzheimertype. De diagnose moet worden 
gesteld volgens aanvaarde richtlijnen (bijvoorbeeld DSM-IV, ICD-10). Een behandeling met 
donepezilhydrochloride mag alleen worden gestart indien er een zorgverlener beschikbaar is 
die regelmatig zal toezien op het gebruik van het geneesmiddel door de patiënt. De 
onderhoudsbehandeling kan worden voortgezet zolang er een therapeutisch voordeel is voor 
de patiënt. Daarom moet het klinische voordeel van donepezilhydrochloride regelmatig 
opnieuw worden geëvalueerd. Stopzetting van de behandeling moet worden overwogen 
wanneer er geen aanwijzingen meer zijn voor een therapeutisch effect. Individuele reacties op 
donepezilhydrochloride kunnen niet worden voorspeld. 
Na het staken van de behandeling wordt een geleidelijke vermindering van de gunstige 
effecten van Donepezilhydrochloride Aspen gezien. 
 
Nier- en leverinsufficiëntie: 
Aangezien de klaring van donepezilhydrochloride niet wordt beïnvloed door nierinsufficiëntie, 
kan voor patiënten met deze aandoening een vergelijkbaar doseringsschema worden gevolgd. 
Gezien de mogelijk verhoogde blootstelling bij lichte tot matige leverinsufficiëntie (zie 
rubriek 5.2) moet de dosisescalatie plaatsvinden in functie van de individuele tolerantie. Er zijn 
geen gegevens beschikbaar voor patiënten met ernstige leverinsufficiëntie. 
 
Kinderen en adolescenten: 
Donepezilhydrochloride Aspen is niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen en adolescenten. 
 
Wijze van toediening 
Donepezilhydrochloride Aspen moet ’s avonds oraal worden ingenomen, onmiddellijk voor het 
naar bed gaan. 
 
4.3 Contra-indicaties 
Overgevoeligheid voor donepezilhydrochloride, piperidinederivaten of voor één van de 
hulpstoffen. 
 
4.4 
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
Het gebruik van Donepezilhydrochloride Aspen bij patiënten met ernstige dementie van het 
Alzheimertype, andere typen dementie of andere typen geheugenstoornissen (bijvoorbeeld 
leeftijdgerelateerde cognitieve achteruitgang) is niet onderzocht. 
 
Anesthesie: Als cholinesteraseremmer zal Donepezilhydrochloride Aspen de spierontspanning 
van het type succinylcholine gedurende anesthesie waarschijnlijk versterken. 
 
Hart- en vaataandoeningen: Door hun farmacologische werking kunnen 
cholinesteraseremmers vagotone effecten uitoefenen op het hartritme (bijvoorbeeld 
bradycardie). Hoe sterk deze werking kan optreden, kan bijzonder belangrijk zijn voor 
patiënten met het ‘sicksinussyndroom’ of andere supraventriculaire hartgeleidingsstoornissen, 
zoals sinoatriaal of atrioventriculair blok. 
Er zijn meldingen geweest van syncope en epileptische aanvallen. Bij het onderzoeken van 
dergelijke patiënten moet de mogelijkheid van hartblok of lange sinuspauzes worden 
overwogen. 
 
Maagdarmstelselaandoeningen:  Patiënten die een verhoogd risico lopen om ulcera te 
ontwikkelen, bijvoorbeeld patiënten met een voorgeschiedenis van ulcusziekte of patiënten die 
gelijktijdig niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) krijgen, moeten worden 
gecontroleerd op symptomen. De klinische onderzoeken met Donepezilhydrochloride Aspen 

lieten echter in vergelijking met placebo geen verhoogde incidentie van maagzweren of maag-
darmbloedingen zien. 
 
Urogenitale aandoeningen: Hoewel dit niet is waargenomen in klinische onderzoeken met 
donepezilhydrochloride, kunnen cholinomimetica van de urinewegen veroorzaken. 
 
Neurologische aandoeningen: Epileptische aanvallen: Naar men aanneemt kunnen 
cholinomimetica in enige mate gegeneraliseerde convulsies veroorzaken. De epileptische 
activiteit kan echter ook een manifestatie zijn van de ziekte van Alzheimer. 
Cholinomimetica kunnen extrapiramidale symptomen verergeren of induceren. 
 
Longaandoeningen: Vanwege hun cholinomimetische werking moeten cholinesteraseremmers 
met voorzichtigheid worden voorgeschreven aan patiënten met een voorgeschiedenis van 
astma of obstructieve longziekte. 
Gelijktijdige toediening van Donepezilhydrochloride Aspen met andere remmers van 
acetylcholinesterase, agonisten of antagonisten van het cholinergesysteem moet worden 
vermeden. 
 
Ernstige leverinsufficiëntie: Er zijn geen gegevens beschikbaar voor patiënten met ernstige 
leverinsufficiëntie. 
 
Mortaliteit in klinische onderzoeken naar vasculaire dementie 
Drie klinische onderzoeken van 6 maanden werden uitgevoerd met proefpersonen die 
voldeden aan de NINDS-AIREN-criteria voor waarschijnlijke of mogelijke vasculaire dementie 
(VD). De NINDS-AIREN-criteria zijn bedoeld om patiënten te herkennen van wie de dementie 
uitsluitend aan vasculaire oorzaken blijkt toe te schrijven en om patiënten met de ziekte van 
Alzheimer uit te sluiten. In het eerste onderzoek bedroegen de mortaliteitscijfers 2/198 (1,0%) 
bij donepezilhydrochloride 5 mg, 5/206 (2,4%) bij donepezilhydrochloride 10 mg en 7/199 
(3,5%) bij placebo. In het tweede onderzoek bedroegen de mortaliteitscijfers 4/208 (1,9%) bij 
donepezilhydrochloride 5 mg, 3/215 (1,4%) bij donepezilhydrochloride 10 mg en 1/193 (0,5%) 
bij placebo. In het derde onderzoek bedroegen de mortaliteitscijfers 11/648 (1,7%) bij 
donepezilhydrochloride 5 mg en 0/326 (0%) bij placebo. Het mortaliteitscijfer voor de drie 
VaD-onderzoeken samen was in de donepezilhydrochloridegroep (1,7%) numeriek hoger dan 
in de placebogroep (1,1%); dit verschil was echter niet statistisch significant. De meerderheid 
van de sterfgevallen bij patiënten die ofwel met donepezilhydrochloride ofwel met placebo 
werden behandeld, blijken het gevolg te zijn van verschillende vasculaire oorzaken, die te 
verwachten zijn in deze populatie van ouderen met een onderliggende vaatziekte. Uit een 
analyse van alle ernstige niet-fatale en fatale vasculaire incidenten bleek geen verschil tussen 
de donepezilhydrochloridegroep en de placebogroep in de frequentie waarmee deze 
incidenten optraden. 
In gepoolde onderzoeken naar de ziekte van Alzheimer (n=4146), en wanneer deze 
onderzoeken naar de ziekte van Alzheimer werden gepoold met andere onderzoeken naar 
dementie, waaronder de onderzoeken naar vasculaire dementie (totaal n=6888), overtroffen 
de mortaliteitscijfers in de placebogroepen numeriek de mortaliteitscijfers in de 
donepezilhydrochloridegroepen. 
 
Donepezilhydrochloride Aspen bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen 
als galactose-intolerantie, Lapse lactasedeficiëntie of glucosegalactosemalabsorptie mogen dit 
geneesmiddel niet gebruiken. 
 
4.5 
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 

Donepezilhydrochloride en/of elk van zijn metabolieten remmen niet het metabolisme van 
theofylline, warfarine, cimetidine of digoxine bij de mens. Het metabolisme van 
donepezilhydrochloride wordt niet beïnvloed door gelijktijdige toediening van digoxine of 
cimetidine.  In-vitro-onderzoeken toonden aan dat de iso-enzymen 3A4 en in mindere mate 
2D6 van cytochroom P450 een rol spelen in het metabolisme van donepezilhydrochloride. 
Onderzoeken  in vitro naar geneesmiddelinteracties tonen aan dat ketoconazol en kinidine, 
remmers van respectievelijk CYP3A4 en 2D6, het donepezilhydrochloridemetabolisme 
remmen. Daarom zouden deze en andere CYP3A4-remmers, zoals itraconazol en 
erytromycine, en CYP2D6-remmers, zoals fluoxetine, het metabolisme van 
donepezilhydrochloridemetabolisme kunnen remmen. In een onderzoek bij gezonde 
vrijwilligers verhoogde ketoconazol de gemiddelde donepezilhydrochlorideconcentraties met 
ongeveer 30%. Enzyminductoren, zoals rifampicine, fenytoïne, carbamazepine en alcohol, 
kunnen de concentraties donepezilhydrochloride verlagen. Aangezien niet bekend is hoe sterk 
een remmend of inducerend effect is, moeten dergelijke geneesmiddelcombinaties met 
voorzichtigheid worden gebruikt. Donepezilhydrochloride kan de werking van anticholinerge 
geneesmiddelen beïnvloeden. Er kan ook een synergistische werking bestaan bij gelijktijdige 
behandeling met geneesmiddelen als succinylcholine, andere neuromusculaire blokkers of 
cholinerge agonisten of bètablokkers, die effect hebben op de hartgeleiding. 
 
4.6 
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding 
Zwangerschap: 
Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van donepezilhydrochloride bij zwangere 
vrouwen. 
Dierstudies wezen niet op een teratogeen effect, maar wel op peri- en postnatale toxiciteit (zie 
rubriek 5.3). Het potentiële risico voor de mens is niet bekend. 
Donepezilhydrochloride mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap, tenzij dit duidelijk 
noodzakelijk is. 
 
Borstvoeding:
Donepezilhydrochloride wordt uitgescheiden in de melk van ratten. Het is niet bekend of 
donepezilhydrochloride wordt uitgescheiden in de moedermelk en er zijn geen onderzoeken 
uitgevoerd bij vrouwen die borstvoeding geven. Daarom mogen vrouwen die 
donepezilhydrochloride gebruiken, geen borstvoeding geven. 
 
4.7 
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen 
Donepezilhydrochloride heeft weinig of matige invloed op de rijvaardigheid en het vermogen 
om machines te bedienen. 
Dementie kan de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen aantasten. Verder 
kan donepezilhydrochloride vermoeidheid, duizeligheid en spierkrampen veroorzaken, vooral 
bij het instellen of verhogen van de dosis. De behandelend arts moet routinematig het 
vermogen van met donepezilhydrochloride behandelde patiënten om te blijven rijden of 
complexe machines te bedienen, evalueren. 
 
4.8 Bijwerkingen 
De meest voorkomende bijwerkingen zijn diarree, spierkrampen, vermoeidheid, misselijkheid, 
braken en slapeloosheid. De bijwerkingen die in meer dan een geïsoleerd geval werden 
gemeld, zijn hieronder per systeem/orgaanklasse en frequentie vermeld. 
 
De frequenties zijn als volgt gedefinieerd: zeer vaak (> 1/10), vaak (> 1/100, < 1/10), soms 
(> 1/1000, < 1/100), zelden (> 1/10.000,  < 1/1000),  zeer  zelden (< 1/10.000) en niet bekend 
(kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). 

 
 
 
Orgaansysteemklasse 
Zeer vaak 
Vaak 
Soms 
Zelden 
Infecties en parasitaire 
 
Verkoudheid 
 
 
aandoeningen 
 
Voedings- en 
 Anorexia 
 
 
stofwisselingsstoornissen 
 
Psychische stoornissen 
 
Hallucinaties**
 
 
 
Agitatie** 
Agressief 
gedrag** 
Zenuwstelselaandoeningen 
 
Syncope* 
Epileptische 
Extrapiramidale 
Duizeligheid 
aanval* 
symptomen 
Slapeloosheid 
Hartaandoeningen 
   Bradycardie 
Sinoatriaal blok 
Atrioventriculair blok 
Maagdarmstelsel-
Diarree 
Braken 
Maag-darmbloeding 
 
aandoeningen 
Misselijkheid
Buikklachten 
Maag- en 
 
duodenumzweren 
Lever- en galaandoeningen 
    
Leverfunctiestoornis 
waaronder 
hepatitis*** 
Huid- en 
 Huiduitslag 
 
 
onderhuidaandoeningen 
Pruritis
Skeletspierstelsel- en 
 Spierkrampen 
 
 
bindweefselaandoeningen 
Nier- en 
 Urine-
 
 
urinewegaandoeningen 
incontinentie 
Algemene aandoeningen en  Hoofdpijn 
Vermoeidheid 
 
 
toedieningsplaatsstoornissen   
Pijn 
 
Onderzoeken 
 
 
Lichte toename in 
 
serumconcentratie 
van creatinekinase 
in spier 
Letsels, intoxicaties en 
 Ongeval 
 
 
verrichtingscomplicaties  

*Bij het onderzoeken van patiënten met syncope of epileptische aanvallen moet de 
mogelijkheid van hartblok of lange sinuspauzes worden overwogen (zie rubriek 4.4). 
**Gevallen van hallucinaties, agitatie en agressief gedrag verdwenen bij dosisverlaging of 
stopzetting van de behandeling. 
***In gevallen van onverklaarbare leverdisfunctie moet het staken van Donepezilhydrochloride 
Aspen worden overwogen. 
 
4.9 Overdosering 
De geschatte mediane letale dosis donepezilhydrochloride na toediening van een enkele orale 
dosis aan muizen en ratten bedraagt respectievelijk 45 en 32 mg/kg, of ongeveer 225 en 
160 maal de maximale aanbevolen humane dosis van 10 mg per dag. Dosisgerelateerde 
tekenen van cholinerge stimulatie werden waargenomen bij dieren en omvatten een 
vermindering van de spontane bewegingen, buikligging, wankelende tred, tranenvloed, 
klonische convulsies, moeilijk ademen, speekselvloed, miose, fasciculatie en een lagere 
temperatuur van het lichaamsoppervlak. 
 
Overdosering met cholinesteraseremmers kan leiden tot een cholinerge aanval gekenmerkt 
door ernstige misselijkheid, braken, speekselvloed, zweten, bradycardie, hypotensie, 
ademhalingsdepressie, collaps en convulsies. Toenemende spierzwakte is mogelijk en kan 
fataal zijn indien de ademhalingsspieren zijn aangetast. 
 
Zoals in elk geval van overdosering moeten algemene ondersteunende maatregelen worden 
genomen. Tertiaire anticholinergica, zoals atropine, kunnen als antidotum worden gebruikt in 
geval van overdosering met Donepezilhydrochloride Aspen. Intraveneuze toediening van tot 
effect getitreerd atropinesulfaat wordt aanbevolen: een aanvangsdosis van 1,0 tot 2,0 mg IV met 
daaropvolgende doses afhankelijk van de klinische reactie. Atypische reacties van bloeddruk en 
hartritme zijn gemeld met andere cholinomimetica wanneer deze gelijktijdig werden toegediend 
met quaternaire anticholinergica, zoals glycopyrrolaat. Het is niet bekend of 
donepezilhydrochloride en/of zijn metabolieten kunnen worden verwijderd door dialyse 
(hemodialyse, peritoneale dialyse of hemofiltratie). 
 
 
5 FARMACOLOGISCHE 
EIGENSCHAPPEN 
5.1 Farmacodynamische 
eigenschappen 
Farmacotherapeutische categorie: psychoanaleptica; geneesmiddelen tegen dementie; 
cholinesteraseremmers; 
ATC-code: N06DA02. 
 
Donepezilhydrochloride is een specifieke en reversibele remmer van acetylcholinesterase, het 
belangrijkste cholinesterase in de hersenen. Donepezilhydrochloride is in vitro een meer dan 
1000 maal krachtigere remmer van dit enzym dan van butyrylcholinesterase, een enzym dat 
vooral buiten het centrale zenuwstelsel aanwezig is. 
 
Dementie van het Alzheimertype
Bij patiënten met dementie van het Alzheimertype die deelnamen aan klinische onderzoeken, 
leidde de toediening van eenmaal daagse doses van 5 mg of 10 mg donepezilhydrochloride 
tot een steady-stateremming van de acetylcholinesteraseactiviteit (gemeten in de 
erytrocytmembranen) van respectievelijk 63,6% en 77,3%, gemeten na de toediening. De 
remming van acetylcholinesterase (AChE) in de rode bloedcellen door donepezilhydrochloride 
bleek te correleren met veranderingen in de ADAS-cog, een gevoelige schaal voor het 
onderzoeken van bepaalde cognitieve aspecten. Het vermogen van donepezilhydrochloride 

om het verloop van de onderliggende neuropathologie te veranderen is niet onderzocht. Het is 
dus niet te zeggen of donepezilhydrochloride enig effect heeft op de progressie van de ziekte. 
 
De werkzaamheid van de behandeling met donepezilhydrochloride is onderzocht in vier 
placebogecontroleerde onderzoeken, 2 onderzoeken van 6 maanden en 2 onderzoeken van 
1 jaar. 
In het 6 
maanden durende klinische onderzoek werd aan het einde van de 
donepezilhydrochloridebehandeling een analyse uitgevoerd aan de hand van een combinatie 
van drie werkzaamheidscriteria: de ADAS-cog (een maat voor de cognitieve functie), de 
Clinician Interview Based Impression of Change with Caregiver Input (CIBIC) (een maat voor 
het globaal functioneren) en de Activities of Daily Living Subscale of the Clinical Dementia 
Rating Scale (een maat voor de vaardigheden in het gemeenschapsleven, thuis, de 
vrijetijdsbesteding en persoonlijke verzorging). 
 
De patiënten die voldeden aan de hieronder genoemde criteria werden gezien als patiënten die 
op de behandeling reageerden. 
Respons = 
verbetering op ADAS-cog-schaal met ten minste 4 punten 
 
geen verslechtering van CIBIC + 
geen verslechtering van Activities of Daily Living Subscale of the Clinical Dementia Rating 
Scale 
 
 % 
respons 
 
Intentie om te 
Evalueerbare populatie 
behandelen  
n=352 
populatie (ITT) 
n=365 
Placebogroep: 
10% 10% 
Donepezil- 
18%* 18%* 
hydrochloride 
5 mg-groep 
Donepezil- 
21%* 22%** 
hydrochloride 
10 mg-groep 
* p<0,05 ** p<0,01 
 
Donepezilhydrochloride leverde een dosisafhankelijke, statistisch significante toename op van 
het percentage patiënten dat op de behandeling reageerde. 
 
5.2 Farmacokinetische 
eigenschappen 
Absorptie: De maximale plasmaconcentraties worden ongeveer 3 tot 4 uur na orale toediening 
bereikt. De plasmaconcentraties en de oppervlakte onder de curve (AUC) stijgen evenredig 
met de dosis. De terminale halfwaardetijd bedraagt ongeveer 70 uur; door toediening van 
meerdere eenmaal daagse doses wordt de steady state dus geleidelijk bereikt. De steady 
state benadering wordt binnen 3 weken na het instellen van de behandeling bereikt. Als de 
steady state eenmaal is bereikt, vertonen de plasmaconcentraties donepezilhydrochloride en 
de daaraan gerelateerde farmacodynamische activiteit weinig variabiliteit gedurende de dag. 

Voedsel had geen invloed op de absorptie van donepezilhydrochloride. 
 
Distributie: De plasma-eiwitbinding van donepezilhydrochloride bij de mens bedraagt ongeveer 
95%. De plasma-eiwitbinding van de werkzame metaboliet 6-0-desmethyldonepezil is niet 
bekend. De distributie van donepezilhydrochloride in verschillende lichaamsweefsels werd nog 
niet afdoend onderzocht. In een balansonderzoek dat werd uitgevoerd bij gezonde mannelijke 
vrijwilligers, werd echter 240 uur na toediening van een enkele dosis van 5 mg 14C-gelabeld 
donepezilhydrochloride ongeveer 28% van het gemerkte donepezilhydrochloride niet 
teruggevonden. Dit suggereert dat donepezilhydrochloride en/of zijn metabolieten gedurende 
meer dan 10 dagen in het lichaam kunnen verblijven. 
 
Metabolisme/uitscheiding:  Donepezilhydrochloride wordt in de urine uitgescheiden, zowel in 
ongewijzigde vorm als door het cytochroom P450-systeem gemetaboliseerd in meerdere 
metabolieten, die niet allemaal werden geïdentificeerd. Na toediening van een enkele dosis 
van 5 mg 14C-gelabeld donepezilhydrochloride was de plasmaradioactiviteit, uitgedrukt als 
percentage van de toegediende dosis, voornamelijk aanwezig in de vorm van ongewijzigd 
donepezilhydrochloride (30%), 6-0-desmethyldonepezil (11% - de enige metaboliet met een 
gelijkaardige werking als donepezilhydrochloride), donepezil-cis-N-oxide (9%), 5-0-
desmethyldonepezil (7%) en het glucuronzuurconjugaat van 5-0-desmethyldonepezil (3%). 
Ongeveer 57% van de totale toegediende dosis radioactiviteit werd teruggevonden in de urine 
(17% in de vorm van ongewijzigd donepezil), en 14,5% werd teruggevonden in de feces; dit 
wijst erop dat biotransformatie en uitscheiding in de urine de belangrijkste eliminatiewegen 
zijn. Niets wijst erop dat donepezilhydrochloride en/of metabolieten daarvan opnieuw in de 
enterohepatische circulatie worden opgenomen. 
De plasmadonepezilhydrochlorideconcentraties dalen met een halfwaardetijd van ongeveer 
70 uur. 
Het geslacht, het ras en een voorgeschiedenis van roken hebben geen klinisch significante 
invloed op de plasmaconcentraties van donepezilhydrochloride. De farmacokinetiek van 
donepezilhydrochloride is niet formeel onderzocht bij gezonde bejaarde proefpersonen, noch 
bij patiënten met dementie van het Alzheimertype of vasculaire dementie. De gemiddelde 
plasmaconcentraties bij patiënten lagen echter dicht bij die van jonge gezonde vrijwilligers. 
Patiënten met een lichte tot matige leverfunctiestoornis hadden verhoogde steady-
stateconcentraties donepezilhydrochloride; gemiddelde AUC 48% hoger en gemiddelde Cmax 
39% hoger (zie rubriek 4.2). 
 
5.3 
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek 
Uitgebreid onderzoek bij proefdieren toonde aan dat deze verbinding weinig andere effecten 
veroorzaakt dan de beoogde farmacologische effecten, die overeenkomen met zijn werking 
als cholinerge stimulator (zie rubriek 4.9). Donepezilhydrochloride is niet mutageen in 
onderzoeken naar mutaties van cellen van bacteriën en zoogdieren. Bepaalde clastogene 
effecten werden in vitro waargenomen bij concentraties die duidelijk toxisch zijn voor de cellen 
en meer dan 3000 maal hoger liggen dan de steady-stateplasmaconcentraties. Er werden 
geen clastogene of andere genotoxische effecten waargenomen in het micronucleusmodel bij 
de muis in vivo. Er waren geen aanwijzingen van oncogeen vermogen in langdurige 
onderzoeken naar carcinogeniciteit bij ratten of muizen. 
Donepezilhydrochloride had geen invloed op de vruchtbaarheid bij de rat. Het was niet 
teratogeen bij ratten, noch bij konijnen. Na toediening aan drachtige ratten in doses die 
50 maal hoger waren dan de bij de mens aanbevolen dosering, had het echter een licht effect 
op het aantal doodgeboorten en op de overleving van de pasgeboren jongen (zie rubriek 4.6). 
 
 

6. FARMACEUTISCHE 
GEGEVENS 
 
6.1 Lijst 
van 
hulpstoffen 
 
Binnenste van de tablet: 
Maïszetmeel 
Lactosemonohydraat 
Microkristallijne cellulose 
Magnesiumstearaat 
 
Filmomhulsel van de tablet: 
Hypromellose 
Macrogol 6000 
Talk 
Titaniumdioxide (E171) 
 
Extra bij filmomhulsel van 10 mg-tabletten: 
Geel ijzeroxide (E172) 
Rood ijzeroxide (E172) 
 
6.2 Gevallen 
van 
onverenigbaarheid 
Niet van toepassing 
 
6.3 Houdbaarheid 
3 jaar 
 
HDPE-fles: 
Houdbaarheid na eerste opening van de fles: 90 dagen 
 
6.4 
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities. 
 
6.5 
Aard en inhoud van de verpakking 
Witte HDPE-flessen met kinderveilige PP sluiting (CFR16) en een inductiegeseald watje met 
28, 30, 56, 98 (2x49) of 100 (2x50) filmomhulde tabletten 
 
PVC/aluminium blisterverpakkingen met 7, 14, 21, 28, 30, 49, 50, 56, 60, 84, 98, 100, 112 of 
120 filmomhulde tabletten 
 
OPA/aluminium/PVC/aluminium blisterverpakkingen met 7, 14, 21, 28, 30, 49, 50, 56, 60, 84, 
98, 100, 112 of 120 filmomhulde tabletten 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht. 
 
6.6 
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen 
Geen bijzondere vereisten. 
 
 
7. 
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
Aspen Pharma Trading Limited 
12/13 Exchange Place, Custom House Dock, I.F.S.C, Dublin 1 
Ierland 

 
 
8. 
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
5 mg: RVG 109058 
10 mg: RVG 109059 
 
9. 
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE 
VERGUNNING 
 
23 december 2011 
 
10. 
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 
 





« Vorige

[Donepezilhydrochloride Aspen 5 mg filmomhulde tablet]

Volgende »

[Donepezilhydrochloride Aspen 10 mg filmomhulde tablet]