Dronatex 70 mg één tablet per week, tabletten
Registratienummer: RVG 101622
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 1
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 2
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
DRONATEX 70 mg één tablet per week, tabletten
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke tablet bevat 91,37
mg natriumalendronaat trihydraat, overeenkomend met 70
mg
alendroninezuur.
Hulpstof: lactose monohydraat
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Tablet.
Witte, homogene en ronde, ungecoate, biconvexe tabletten, met aan één zijde het nummer `70' .
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Behandeling van postmenopauzale osteoporose. DRONATEX vermindert het risico van vertebrale
en heupfracturen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De aanbevolen dosering is één tablet 70 mg eenmaal per week.
Voor een goede absorptie van alendronaat:
DRONATEX dient met alleen leidingwater te worden ingenomen, tenminste 30 minuten voor het
eerste eten of drinken of de eerste geneesmiddelen van die dag. Andere dranken (ook
mineraalwater), voedsel en bepaalde geneesmiddelen kunnen de absorptie van alendronaat
verminderen (zie rubriek 4.5).
Om ervoor te zorgen dat de tablet in de maag terechtkomt en de kans op lokale en oesofageale
irritaties/bijwerkingen te verminderen (zie rubriek 4.4):
-
mag DRONATEX alleen direct na het opstaan worden ingenomen met een vol glas
leidingwater (niet minder dan 200 ml).
-
dienen patiënten niet op de tablet te kauwen of de tablet in hun mond op te laten lossen
vanwege het risico op orofaryngeale ulceratie.
-
mogen patiënten niet gaan liggen tenzij zij gegeten hebben, wat minimaal 30 minuten na
inname van de tablet plaats mag vinden.
-
mogen patiënten ten minste 30 minuten na inname van DRONATEX niet gaan liggen.
-
dient DRONATEX niet voor het slapen gaan of `s ochtends voor het opstaan ingenomen te
worden.
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 3
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
Patiënten moeten
calcium- en vitamine D-suppletie krijgen als de inname met de voeding
onvoldoende is (zie rubriek 4.4).
Gebruik bij ouderen
In klinische studies was er geen met de leeftijd samenhangend verschil in de
werkzaamheid of het veiligheidsprofiel van alendronaat. Daarom hoeft de dosering bij ouderen
niet te worden aangepast.
Gebruik bij nierfunctiestoornis
Bij patiënten met een GFR meer dan 35 ml/min hoeft de dosering niet te worden aangepast.
Alendronaat wordt niet aanbevolen voor patiënten met een nierfunctiestoornis waarbij de GFR minder
is dan 35 ml/min, omdat hier onvoldoende ervaring mee is.
Gebruik bij kinderen (onder 18 jaar)
Alendronaat is bij een klein aantal patiënten onder de 18 jaar met osteogenesis imperfecta onderzocht.
Er zijn onvoldoende resultaten om gebruik bij kinderen te ondersteunen.
DRONATEX 70 mg één tablet per week is niet onderzocht voor de behandeling van door
glucocorticoïden veroorzaakte osteoporose.
4.3 Contra-indicaties
-
Afwijkingen aan de oesofagus en andere factoren die de lediging van de oesofagus kunnen
vertragen zoals strictuur of achalasie.
-
Niet minstens 30 minuten rechtop kunnen zitten of staan.
-
Overgevoeligheid voor alendronaat of voor één van de hulpstoffen.
-
Hypocalciëmie
Zie ook rubriek 4.4.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Alendronaat kan plaatselijke irritatie aan de mucosa van het bovenste deel van het
maagdarmkanaal veroorzaken. Omdat er een kans is dat de onderliggende ziekte wordt verergerd,
moet voorzichtigheid worden betracht als alendronaat wordt gegeven aan patiënten met een
actieve aandoening van het bovenste deel van het maagdarmkanaal, zoals dysfagie, aandoening
van de oesofagus, gastritis, duodenitis, ulcera of met een recente voorgeschiedenis (in het
afgelopen jaar) van een ernstige gastro-intestinale aandoening zoals ulcus pepticum, of actieve
gastro-intestinale bloeding, of chirurgie aan het bovenste deel van het spijsverteringskanaal
anders dan pyloroplastiek (zie rubriek 4.3).
Bijwerkingen aan de oesofagus (sommigen dermate ernstig dat opname in het ziekenhuis
noodzakelijk was), zoals oesofagitis, oesofagusulcera en oesofaguserosies, in
zeldzame gevallen gevolgd door oesofagusstrictuur, zijn gemeld bij met alendronaat behandelde
patiënten. Daarom moeten artsen alert zijn op tekenen of symptomen die
kunnen wijzen op een mogelijke reactie aan de oesofagus; patiënten moeten de instructie krijgen
om op te houden met het gebruik van alendronaat en zich onder medische behandeling te stellen
als zij symptomen van oesofageale irritatie krijgen, zoals dysfagie, pijn bij het slikken of
retrosternale pijn, nieuw of verergerd zuurbranden.
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 4
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
Het risico op ernstige oesofageale bijwerkingen blijkt groter te zijn bij patiënten die alendronaat
niet juist innemen en/of die alendronaat blijven gebruiken nadat zich symptomen hebben
aangediend die op oesofageale irritatie wijzen. Daarom is het heel belangrijk dat de patiënt
volledige toedieningsinstructies krijgt en dat deze die ook begrijpt (zie rubriek 4.2). Patiënten
moeten geïnformeerd worden dat bij het niet opvolgen van deze instructies de kans op
oesofageale problemen kan toenemen.
Hoewel er in grootschalig klinisch onderzoek geen verhoogd risico is geconstateerd, zijn er sinds
de introductie van het geneesmiddel enkele meldingen van ulcera ventriculi en ulcera duodeni
ontvangen, in sommige gevallen ernstig en met complicaties.
Osteonecrose van de kaak, meestal in samenhang met tandextractie en/of plaatselijke infectie
(waaronder osteomyelitis) is gemeld bij kankerpatiënten die een behandeling kregen met daarbij
overwegend intraveneus toegediende bisfosfonaten. Veel van deze patiënten kregen ook
chemotherapie en corticosteroïden. Osteonecrose van de kaak werd ook gemeld bij patiënten met
osteoporose die orale bisfosfonaten kregen.
Bij patiënten met gelijktijdig bestaande risicofactoren (bijv. kanker, chemotherapie, radiotherapie,
corticosteroïden, slechte mondhygiëne, parodontale aandoening) moet voor behandeling met
bisfosfonaten een tandheelkundig onderzoek met passende preventieve tandheelkundige
maatregelen worden overwogen.
Tijdens behandeling moeten invasieve tandheelkundige ingrepen bij deze patiënten zo mogelijk
worden vermeden. Bij patiënten die tijdens therapie met een bisfosfonaat osteonecrose van de
kaak krijgen, kan tandheelkundige chirurgie de aandoening verergeren. Voor patiënten die een
tandheelkundige ingreep moeten ondergaan zijn geen gegevens waaruit blijkt of stopzetting
van behandeling met een bisfosfonaat het risico op osteonecrose van de kaak vermindert. De
behandelend arts moet zich bij de behandeling van elke patiënt door zijn klinisch oordeel laten
leiden op basis van de individuele voor- en nadelen voor de patiënt.
Bot-, gewrichts- en/of spierpijn is gemeld bij patiënten die bisfosfonaten gebruiken. Sinds de
introductie van het geneesmiddel zijn deze verschijnselen zelden ernstig en/of invaliderend
geweest (zie rubriek 4.8). De tijd tot het intreden van de verschijnselen varieerde van een dag tot
enkele maanden na begin van de behandeling. Bij de meeste patiënten verdwenen de
verschijnselen na stopzetting van de behandeling. Bij een subgroep kwamen bij een herhaalde
blootstelling aan hetzelfde geneesmiddel of een ander bisfosfonaat de verschijnselen terug.
Patiënten moeten de instructie krijgen dat als zij een dosis DRONATEX 70 mg één tablet per week
overslaan zij de volgende ochtend een tablet moeten innemen. Ze moeten niet twee tabletten op
de zelfde dag innemen, maar op de gekozen dag het oorspronkelijke behandelschema van 1 tablet
per week hervatten.
Alendronaat wordt niet aanbevolen voor patiënten met een nierfunctiestoornis waarbij de GFR
minder is dan 35 ml/min (zie rubriek 4.2).
Andere oorzaken van osteoporose dan oestrogeendeficiëntie en ouder worden, moeten in
overweging worden genomen.
Hypocalciëmie moet eerst gecorrigeerd worden voordat therapie met alendronaat wordt ingesteld
(zie rubriek 4.3). Ook andere aandoeningen die het mineraalmetabolisme beïnvloeden (zoals
vitamine D-deficiëntie en hypoparathyreoïdie) moeten eerst adequaat worden behandeld. Bij
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 5
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
patiënten met deze aandoeningen moeten het serumcalcium en verschijnselen van hypocalciëmie
gedurende therapie met DRONATEX gecontroleerd worden.
Omdat alendronaat het botmineraalgehalte verhoogt, kunnen verlagingen van het serumcalcium
en -fosfaat optreden. Deze zijn gewoonlijk gering en asymptomatisch. Er is echter in zeldzame
gevallen melding gemaakt van symptomatische hypocalciëmie, die in enkele gevallen ernstig was
en meestal voorkwam bij patiënten met predisponerende aandoeningen (bijv. hypoparathyreoïdie,
vitamine D-deficiëntie en calciummalabsorptie).
Vooral patiënten die glucocorticoïden krijgen, moeten erop toezien dat zij voldoende calcium en
vitamine D binnenkrijgen.
Hulpstoffen
Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met de zeldzame erfelijke aandoeningen galactose-
intolerantie, Lapp-lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie mogen dit geneesmiddel niet
gebruiken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Wanneer voedsel en drank (incl. mineraalwater), calciumsupplementen, antacida en sommige
geneesmiddelen tegelijkertijd worden ingenomen kunnen deze de absorptie van alendronaat
beïnvloeden. Daarom moeten patiënten die alendronaat hebben ingenomen minstens een half uur
wachten voordat zij een ander geneesmiddel innemen (zie rubriek 4.2 en rubriek 5.2).
Andere klinisch belangrijke geneesmiddelinteracties worden niet verwacht.
In de klinische studies ontving een aantal patiënten naast alendronaat ook oestrogenen
(intravaginaal, transdermaal of oraal). Er werden geen bijwerkingen waargenomen die aan het
gelijktijdig gebruik konden worden toegeschreven.
Hoewel er geen specifieke interactiestudies zijn verricht, werd in klinisch onderzoek alendronaat
gelijktijdig met een breed scala van veel voorgeschreven geneesmiddelen gebruikt zonder
aanwijzingen voor klinisch ongunstige interacties.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Gebruik bij zwangerschap
Er zijn geen adequate gegevens over het gebruik van alendronaat bij zwangere vrouwen. In
onderzoek bij dieren zijn bij hoge doseringen effecten aangetoond op de foetale botformatie.
Alendronaat, toegediend aan drachtige ratten, veroorzaakte dystokie die samenhing met hypocalciëmie
(zie rubriek 5.3). Gezien de indicatie moet alendronaat niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt.
Gebruik bij het geven van borstvoeding
Het is onbekend of alendronaat bij mensen in de moedermelk wordt uitgescheiden. Gezien de
indicatie moet alendronaat niet worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding geven.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het
vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 6
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
In een eenjarig onderzoek bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose kwam het algehele
veiligheidsprofiel van DRONATEX 70 mg/week (n=519) overeen met dat van alendronaat
10 mg/dag (n=370).
In twee driejarige studies die nagenoeg identiek waren opgezet, kwamen de algehele
veiligheidsprofielen van alendronaat 10 mg/dag en placebo bij postmenopauzale vrouwen
(alendronaat 10 mg: n=196, placebo: n=397) overeen.
Bijwerkingen die door de onderzoekers werden geacht als mogelijk, waarschijnlijk of beslist met
het geneesmiddel samenhangend, worden hieronder getoond als zij in een van de
behandelingsgroepen in de eenjarige studie vaker optraden dan 1 %, of in de driejarige studies
optraden bij 1 % van de patiënten die werden behandeld met alendronaat 10 mg/dag en met een
hogere incidentie dan bij patiënten die placebo kregen, voorkwamen:
Eenjarige studie
Driejarige studies
DRONATEX
Alendronaat
Alendronaat
Plazebo
70 mg
10 mg/dag
10 mg/dag
(n=397)
1 tablet/week
(n=370)
(n=196)
%
(n=519)
%
%
%
Gastro-intestinaal
Buikpijn 3,7
3,0
6,6
4,8
Dyspepsie 2,7
2,2
3,6
3,5
Zure reflux
1,9
2,4
2,0
4,3
Misselijkheid 1,9
2,4
3,6
4,0
Opgezette buik
1,0
1,4
1,0
0,8
Constipatie 0,8
1,6
3,1
1,8
Diarree 0,6
0,5
3,1
1,8
Dysfagie 0,4
0,5
1,0
0,0
Winderigheid 0,4
1,6
2,6
0,5
Gastritis 0,2
1,1
0,5
1,3
Ulcus ventriculi
0,0
1,1
0,0
0,0
Oesofagusulcus 0,0
0,0
1,5
0,0
Skeletspierstelsel
skeletspierstelsel (bot,
2,9 3,2 4,1 2,5
spier of gewricht) pijn
Spierkramp 0,2
1,1
0,0
1,0
Neurologisch
Hoofdpijn 0,4
0,3
2,6
1,5
Ook de volgende bijwerkingen zijn in klinisch onderzoek of sinds de introductie van het
geneesmiddel gemeld:
Vaak:
1/100, <1/10
Soms:
1/1000, <1/100
Zelden:
1/10.000, <1/1000
Zeer zelden:
<1/10.000 inclusief incidentele gevallen
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 7
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
Immuunsysteemaandoeningen:
Zelden:
overgevoeligheidsreacties waaronder urticaria en angio-
oedeem
Voedings- en stofwisselingsstoornissen:
Zelden:
symptomatische hypocalciëmie, vaak in samenhang met
predisponerende aandoeningen (zie rubriek 4.4)
Zenuwstelselaandoeningen:
Vaak: hoofdpijn
Oogaandoeningen:
Zelden:
uveitis, scleritis, episcleritis
Maagdarmstelselaandoeningen:
Vaak:
buikpijn, dyspepsie, constipatie, diarree, flatulentie,
oesofagusulcus*,dysfagie*, opgezette buik, zure reflux
Soms:
misselijkheid, braken, gastritis, oesofagitis*, oesofageale
erosies*, melena
Zelden:
oesofagusstrictuur*, orofaryngeale ulceratie*, bovenste-GI-
PUB's (perforaties, ulcera, bloedingen)(zie rubriek 4.4)
*Zie rubrieken 4.2 en 4.4
Huid- en onderhuidaandoeningen:
Soms:
uitslag, pruritus, erytheem
Zelden:
uitslag met lichtgevoeligheid
Zeer zelden en incidentele gevallen:
incidentele gevallen van ernstige huidreacties waaronder
Stevens-Johnson syndroom en toxische epidermale necrolyse
Skeletspierstelsel-, bindweefsel- en botaandoeningen:
Vaak:
skeletspierstelsel (bot, spier of gewricht) pijn
Zelden:
Osteonecrose van de kaak is gemeld bij patiënten die met
bisfosfonaten werden behandeld. De meeste meldingen
betreffen kankerpatiënten, maar zulke gevallen zijn ook
gemeld bij patiënten die werden behandeld wegens
osteoporose. Osteonecrose van de kaak hangt meestal samen
met tandextractie en/of lokale infectie (waaronder
osteomyelitis). Een diagnose kanker, chemotherapie,
radiotherapie, corticosteroïden en slechte mondhygiëne
worden ook als risicofactor beschouwd; ernstige
musculoskeletale (bot, spier of gewricht) pijn (zie rubriek
4.4).
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 8
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
Zelden:
voorbijgaande symptomen als bij een acute fase reactie
(myalgie, malaise en zelden, koorts), vaak bij instelling van de
behandeling.
Sinds de introductie van het geneesmiddel zijn de volgende bijwerkingen gemeld (frequentie
onbekend):
Zenuwstelselaandoeningen:
duizeligheid
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen:
vertigo
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen:
gewrichtszwelling
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
asthenie, perifeer oedeem
Laboratoriumbevindingen
In klinisch onderzoek zijn asymptomatische, lichte en
voorbijgaande verlagingen van het serumcalcium en -fosfaat
waargenomen bij ongeveer 18 resp. 10 % van de patiënten die
alendronaat 10 mg/dag gebruikten versus ongeveer 12 en 3 %
van hen die placebo gebruikten. De incidenties van verlaging
van het serumcalcium naar < 8 mg/dl (2,0 mmol/l) en het
serumfosfaat naar 2 mg/dl (0,65 mmol/l) waren echter voor
beide behandelingsgroepen vergelijkbaar.
4.9 Overdosering
Een orale overdosis kan hypocalciëmie, hypofosfatemie en bijwerkingen op het bovenste deel van
het maagdarmkanaal, zoals last van de maag, zuurbranden, oesofagitis, gastritis of een ulcus tot
gevolg hebben.
Er zijn geen specifieke gegevens beschikbaar over de behandeling van een overdosering met
alendronaat.
Om alendronaat te binden moet melk of antacida worden toegediend. Vanwege het risico op
oesofageale irritatie moet braken niet worden opgewekt en moet de patiënt rechtop blijven.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: bisfosfonaat, voor de behandeling van botziekten, ATC-code: M05B
A04
Het werkzame bestanddeel van DRONATEX, natriumalendronaat trihydraat, is een bisfosfonaat
dat de door de osteoclasten veroorzaakte botafbraak remt zonder een direct effect op de
botvorming. In preklinisch onderzoek is vastgesteld dat alendronaat zich bij voorkeur hecht op
plaatsen waar het resorptieproces actief is. De activiteit van de osteoclasten wordt geremd, maar
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 9
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
de mobilisering of aanhechting van osteoclasten wordt niet beïnvloed. Het bot dat tijdens
behandeling met alendronaat wordt gevormd is van een normale kwaliteit.
Behandeling van postmenopauzale osteoporose
Osteoporose wordt gedefinieerd als een BMD van de wervelkolom of heup die 2,5 SD onder het
gemiddelde voor een normale jonge populatie ligt, of als een eerder doorgemaakte
fragiliteitfractuur ongeacht de BMD.
De therapeutische equivalentie van DRONATEX 70 mg één tablet per week (n=519) en
alendronaat 10 mg/dag (n=370) werd aangetoond in een éénjarig multicenteronderzoek bij
postmenopauzale vrouwen met osteoporose. De gemiddelde verhoging ten opzichte van baseline
in BMD van de lumbale wervelkolom na een jaar was in de groep met 70 mg 1x/week 5,1 %
(95 % BI: 4,8; 5,4 %) en in de groep met 10 mg/dag 5,4 % (95 % BI: 5,0; 5,8 %). De gemiddelde
BMD-verhogingen in de groep met 70 mg 1x/week respectievelijk 10 mg/dag waren 2,3 % en 2,9 %
aan de femurhals en 2,9 % en 3,1 % aan de totale heup. De twee behandelingsgroepen kwamen met
elkaar overeen voor wat betreft BMD-verhogingen op andere skeletplaatsen.
De effecten van alendronaat op de botmassa en fractuurincidentie bij postmenopauzale vrouwen
zijn onderzocht in twee identiek opgezette werkzaamheidstudies (n=994) en in de Fracture
Intervention Trial (FIT: n=6459).
In de werkzaamheidstudies waren de gemiddelde verhogingen van de botmineraaldichtheid
(BMD) met alendronaat 10 mg/dag ten opzichte van placebo na 3 jaar 8,8 %, 5,9 % en 7,8 % voor
respectievelijk de wervelkolom, femurhals en trochanter. Ook de BMD van het lichaam als
geheel nam significant toe. Er was een vermindering van 48 % (alendronaat 3,2 % vs. placebo
6,2 %) in het deel van de met alendronaat behandelde patiënten die één of meer wervelfracturen
kregen in vergelijking met die welke met placebo werden behandeld. In de tweejarige uitbreidingsfase
van deze studies bleef de BMD van de wervelkolom en de trochanter toenemen en de BMD van de
femurhals en het lichaam als geheel bleef gelijk.
FIT omvatte twee placebogecontroleerde studies met dagelijkse toediening van alendronaat (5 mg
per dag gedurende 2 jaar en 10 mg per dag voor 1 of 2 additionele jaren.
-
FIT 1: een driejarig onderzoek bij 2027 patiënten die minstens één wervel(compressie)fractuur
bij aanvang hadden. In deze studie verminderde dagelijks alendronaat de incidentie van 1
nieuwe wervelfracturen met 47 % (alendronaat 7,9 % vs. placebo 15,0 %). Daarnaast werd een
statistisch significante vermindering van de incidentie van heupfracturen gevonden (1,1 % vs.
2,2 %, een vermindering van 51 %).
-
FIT 2: een vierjarig onderzoek bij 4432 patiënten met een lage botmassa maar zonder
wervelfractuur bij aanvang. In deze studie werd een significant verschil waargenomen in de
analyse van de subgroep osteoporotische vrouwen (37 % van de gehele populatie die aan de
bovengenoemde definitie van osteoporose voldoet) in de incidentie van heupfracturen
(alendronaat 1,0 % vs. placebo 2,2 %, een vermindering van 56 %) en in de incidentie van 1
wervelfractuur (2,9 % vs. 5,8 %, een vermindering van 50 %).
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Absorptie
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 10
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
De gemiddelde orale biologische beschikbaarheid van alendronaat, gerelateerd aan een interaveneuze
referentie dosis, toegediend twee uur vóór een standaardontbijt op de nuchtere maag, was bij vrouwen
0,64 % voor doses van 5 tot 70 mg. De biologische beschikbaarheid nam af naar een geschatte 0,46 %
en 0,39 % als alendronaat een uur respectievelijk een half uur vóór een standaardontbijt werd
toegediend. In osteoporosestudies was alendronaat effectief als het minstens 30 minuten vóór het
eerste voedsel of drinken van de dag werd toegediend.
Als alendronaat met of tot twee uur na een standaardontbijt werd toegediend, was de biologische
beschikbaarheid verwaarloosbaar. Gelijktijdige toediening van alendronaat met koffie of
sinaasappelsap verminderde de biologische beschikbaarheid met ongeveer 60 %.
Bij gezonde proefpersonen gaf oraal
prednison (20 mg driemaal daags gedurende vijf dagen)
geen aanzienlijke verandering van de orale biologische beschikbaarheid van alendronaat (een
gemiddelde toename in de orde van 20 tot 44 %).
Verdeling
Uit studies bij ratten blijkt dat alendronaat na 1 mg/kg intraveneuze toediening in de weke
weefsels terechtkomt maar daarna snel geredistribueerd wordt naar het bot of in de urine wordt
uitgescheiden. Het gemiddelde steady-state-verdelingsvolume, exclusief bot, is bij mensen
tenminste 28 liter. De plasmaconcentraties na therapeutische orale doses liggen beneden de
detectiegrens (< 5 ng/ml). De eiwitbinding in het plasma is ongeveer 78 %.
Biotransformatie
Er zijn geen aanwijzingen dat alendronaat wordt gemetaboliseerd bij dieren of bij de mens.
Eliminatie
Na een eenmalige intraveneuze dosis van [14C]alendronaat werd binnen 72 uur ongeveer 50 %
van de radioactiviteit in de urine uitgescheiden en werd er weinig of geen radioactiviteit in de
faeces teruggevonden. Na eenmalige intraveneuze dosis van 10 mg is de renale klaring van
alendronaat 71 ml/min en de systemische klaring werd niet hoger dan 200 ml/min.
Binnen zes uur na intraveneuze toediening daalt de plasmaconcentratie met meer dan 95 %. De
eliminatiehalfwaardetijd bij de mens wordt op zeker tien jaar geschat, wat een maat is voor de
vrijmaking van alendronaat uit het skelet. Bij ratten wordt alendronaat niet door het zure of
basische transportsysteem van de nieren uitgescheiden. Het valt daarom niet te verwachten dat dit
geneesmiddel de eliminatie van andere geneesmiddelen via deze systemen bij mensen zal
verstoren.
Eigenschappen bij patiënten
Uit preklinisch onderzoek blijkt dat het geneesmiddel dat niet in het bot wordt afgezet snel met de
urine wordt uitgescheiden. Na chronische toediening van cumulatieve intraveneuze doses tot
35 mg/kg bij dieren waren er geen aanwijzingen voor verzadiging van de botopname.
Hoewel er geen klinische gegevens beschikbaar zijn, is het waarschijnlijk dat, net als bij dieren,
de uitscheiding van alendronaat via de nieren bij patiënten met een gestoorde nierfunctie
verminderd zal zijn. Daarom valt bij patiënten met een gestoorde nierfunctie (zie rubriek 4.2) een
iets grotere accumulatie van alendronaat in het bot te verwachten.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Preklinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn
afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij
herhaalde dosering, genotoxiciteit en carcinogeen potentieel. Onderzoek bij ratten liet zien dat
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 11
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
behandeling met alendronaat tijdens de dracht bij de wijfjes tijdens de partus gepaard ging met
dystokie die samenhing met hypocalciëmie. Ratten die in onderzoek hoge doses kregen,
vertoonden een hogere incidentie van onvolledige foetale ossificatie. De relevantie voor mensen
is onbekend.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Cellactose 80 (lactose monohydraat en cellulose poeder)
Natriumcroscarmellose E 468
Colloïdaal watervrij silica E 551
Magnesiumstearaat E 470b
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Geen speciale voorzorgen voor de bewaring.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
PVC/Alu blister in verpakkingen met 2, 4, 8, 12, 40 tabletten
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Biomedica Foscama, Industria Chimico
Farmaceutica S.p.A.
Via Morolese, 87
03013 Ferentino (FR)
Italië
8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 101622
October 2009
Alendronaat 70 mg tabletten
Module 1
Administratieve informatie
Pagina 12
Samenvatting Productkenmerken, Etikettering
Module 1.3.1
Vertrouwelijk
en Bijsluiter
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
11 februari 2008
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste volledige herziening: 4 januari 2010