Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Ethinylestradiol/Levonorgestrel 0,02/0,10 A filmomhulde tabletten 0,02 mg/0,10 mg

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 107761
Registratiehouder: Apothecon



 
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN  
 
 

 
1. 
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
 
Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A filmomhulde tabletten 0,02 mg/0,10 mg 
 
 
2. 
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
Elke filmomhulde tablet bevat 0,02 mg ethinylestradiol en 0,10 mg levonorgestrel.  
 
Hulpstoffen: 
Elke tablet bevat 89,38 mg watervrije lactose. 
 
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
 
3. FARMACEUTISCHE 
VORM 
 
 Filmomhulde 
tablet. 
  
De tabletten zijn roze en bolvormig.  
 
 
4.  

KLINISCHE GEGEVENS 
 
4.1  

Therapeutische indicaties 
 
Orale anticonceptie 
 
4.2 

Dosering en wijze van toediening 
 
Toedieningsweg: oraal gebruik  
 
Hoe worden Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten gebruikt
 
 
Tabletten dienen elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip oraal te worden ingenomen, zo nodig met 
wat vloeistof, in de volgorde die op de blisterverpakking staat aangegeven,. Gedurende 21 
opeenvolgende dagen dient er dagelijks één tablet te worden ingenomen. Met elke volgende strip 
wordt begonnen na een tabletvrije periode van 7 dagen. In deze periode treedt doorgaans een 
onttrekkingsbloeding op. Deze begint meestal binnen 2 tot 3 dagen na de laatste tablet. Het kan 
voorkomen dat de onttrekkingsbloeding nog niet gestopt is voordat met de volgende strip gestart 
wordt. 
 
Hoe te beginnen met Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten 
 
• Geen voorafgaand gebruik van hormonale anticonceptiva [in de voorgaande maand] 
Inname van de tabletten wordt gestart op dag 1 van de natuurlijke cyclus van de vrouw (= de 
eerste dag van haar menstruatie). 


 
Starten op dag 2-5 is toegestaan, maar in dat geval wordt aangeraden om gedurende de eerste 7 
dagen van de eerste cyclus ook een barrièremethode toe te passen. 
 
• Overschakeling van een ander oraal combinatiepreparaat (combinatie-OAC, vaginale ring, 
transdermale pleister) 
Het gebruik van Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten wordt bij voorkeur gestart 
op de dag na de laatste werkzame tablet van het voorgaande combinatie-OAC (of na verwijdering 
van de ring of de pleister), maar uiterlijk op de dag na de gebruikelijke tabletvrije (ringvrije, 
pleistervrije) periode of na de laatste placebotablet van het voorgaande hormonale 
anticonceptivum. 
 
• Overschakeling van een progestageenmethode (pil voor oraal gebruik, injectiepreparaat, 
implantaat of een spiraaltje (IUD)) 
De vrouw kan op elke willekeurige dag overschakelen van de minipil op 
Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten (van een implantaat of het IUD op de dag 
van verwijdering, van een injectiepreparaat op de dag waarop de volgende injectie zou moeten 
worden gegeven), maar haar moet in al deze gevallen geadviseerd worden om gedurende de eerste 
7 dagen van de tabletinname ook een barrièremethode toe te passen. 
 
• Na een abortus in het eerste trimester 
Het gebruik van de tabletten mag direct gestart worden. In dit geval hoeven geen andere 
anticonceptiemaatregelen getroffen te worden. 
 
• Na een bevalling of na een abortus in het tweede trimester  
Voor borstvoeding, zie rubriek 4.6, ‘Zwangerschap en borstvoeding’. 
 
Het gebruik van de tabletten wordt 21 tot 28 dagen na de bevalling of abortus in het tweede 
trimester gestart. Wanneer later wordt gestart, moet gedurende de eerste 7 dagen van de 
tabletinname ook een barrièremethode worden toegepast. Als de vrouw al geslachtsgemeenschap 
heeft gehad, moet zwangerschap worden uitgesloten voordat daadwerkelijk met het combinatie-
OAC begonnen wordt of moet de vrouw haar volgende menstruatie afwachten. 
 
Vergeten tabletten 
 
Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten bevat een zeer lage dosis van beide hormonen. 
Dientengevolge is, als een tablet wordt vergeten, de marge van de anticonceptieve werkzaamheid 
klein. 
Als de vrouw een tablet minder dan 12 uur te laat inneemt, is de anticonceptieve bescherming niet 
verminderd. De vrouw dient de tablet in te nemen zodra zij eraan denkt en de volgende tabletten op 
het gebruikelijke tijdstip in te nemen. 
 
Als zij een tablet meer dan 12 uur te laat inneemt, kan de anticonceptieve bescherming verminderd 
zijn. In gevallen waarin tabletten zijn vergeten, gelden de volgende twee basisregels: 
 
1. 
Tabletinname mag nooit langer dan 7 dagen onderbroken worden. 
 
2. 
Tabletten moeten 7 dagen ononderbroken worden ingenomen om de hypothalamus-hypofyse-
ovariumas adequaat te onderdrukken. 
 
In het verlengde hiervan kan voor de dagelijkse praktijk het onderstaande advies worden gegeven: 


 
 
Week 1 
 
De vrouw moet de laatste vergeten tablet innemen zodra zij eraan denkt, zelfs als dit betekent dat zij 
twee tabletten tegelijkertijd moet innemen. Vervolgens neemt zij de volgende tabletten op het 
gebruikelijke tijdstip in. Bovendien dient gedurende de eerstvolgende 7 dagen een barrièremethode, 
zoals een condoom, te worden toegepast. Als de vrouw in de 7 dagen voordat zij de tablet vergat 
geslachtsgemeenschap heeft gehad, moet rekening worden gehouden met een mogelijke 
zwangerschap.  
 
Hoe meer tabletten vergeten zijn en hoe dichter deze bij de gebruikelijke tabletvrije periode liggen, 
des te groter de kans op een zwangerschap.  
 
Week 2 
 
De vrouw moet de laatste vergeten tablet innemen zodra zij eraan denkt, zelfs als dit betekent dat zij 
twee tabletten tegelijkertijd moet innemen. Vervolgens neemt zij de volgende tabletten op het 
gebruikelijke tijdstip in. Mits de vrouw in de 7 dagen voorafgaand aan de eerste vergeten tablet de 
tabletten volgens voorschrift heeft ingenomen, hoeven er geen aanvullende 
anticonceptiemaatregelen te worden getroffen. Als zij de tabletten niet volgens voorschrift 
ingenomen heeft of meer dan één tablet vergeten heeft, moet haar aangeraden worden om gedurende 
de eerstvolgende 7 dagen aanvullend een barrièremiddel te gebruiken.  
 
Week 3 
 
Vanwege de naderende tabletvrije periode van 7 dagen dreigt het risico van verminderde 
contraceptieve betrouwbaarheid.  
 
Door het tabletinnameschema aan te passen kan echter nog worden voorkomen dat de contraceptieve 
betrouwbaarheid afneemt. Wanneer het onderstaande advies wordt opgevolgd, hoeven er geen 
aanvullende anticonceptiemaatregelen te worden getroffen, mits alle tabletten op de juiste manier 
zijn ingenomen tijdens de 7 dagen voorafgaande aan de eerste vergeten tablet. Als dit niet het geval 
is, moet de vrouw de eerste van de onderstaande twee opties aanhouden en bovendien gedurende de 
eerstvolgende 7 dagen aanvullend een barrièremiddel gebruiken.  
 
1.  De vrouw moet de laatste vergeten tablet innemen zodra zij eraan denkt, zelfs als dit betekent 
dat zij twee tabletten tegelijkertijd moet innemen. Vervolgens neemt ze de volgende tabletten op 
het gebruikelijke tijdstip in. Zij begint met de volgende verpakking zodra de huidige verpakking 
is opgebruikt, d.w.z. dat er geen tabletvrije periode in acht genomen wordt. Er zal tot het einde 
van de tweede verpakking waarschijnlijk geen onttrekkingsbloeding optreden, maar op dagen 
dat tabletten worden ingenomen kunnen zich spotting of doorbraakbloedingen voordoen.  
 
2.  Een andere mogelijkheid is om te stoppen met de inname van tabletten uit de huidige verpakking. 
De vrouw moet dan een tabletvrije periode van 7 dagen inlassen, inclusief de dagen waarop zij 
tabletten heeft vergeten, en vervolgens doorgaan met de volgende verpakking. 
 
Als de vrouw tabletten vergeten heeft en tijdens de eerste normale tabletvrije periode geen 
onttrekkingsbloeding heeft, moet rekening worden gehouden met een mogelijke zwangerschap. 
 
Advies in geval van gastro-intestinale klachten  
 


 
In geval van braken of ernstige diarree kan de absorptie van de werkzame bestanddelen onvolledig 
zijn en dienen extra anticonceptiemaatregelen getroffen te worden. 
 
Als binnen 3 tot 4 uur na inname van een tablet braken of ernstige diarree optreden, moet zo snel 
mogelijk een nieuwe tablet worden ingenomen. Als meer dan 12 uur verstreken zijn, dient de vrouw 
het advies in geval van vergeten tabletten op te volgen. Als de vrouw haar gebruikelijke 
tabletinnameschema niet wil veranderen, moet zij de extra tabletten uit een andere verpakking 
nemen. 
 
Hoe wordt de begindag van de onttrekkingsbloeding gewijzigd of uitgesteld 
 
Om een onttrekkingsbloeding uit te stellen dient de vrouw nadat de huidige verpakking opgebruikt is 
onmiddellijk met een nieuwe verpakking te beginnen, zonder een tabletvrije periode in te lassen. 
Onttrekkingsbloedingen kunnen naar wens uitgesteld worden, echter niet langer dan tot het einde 
van de tweede strip. Tijdens deze periode kunnen doorbraakbloedingen of spotting optreden. Na de 
gebruikelijke tabletvrije periode van 7 dagen wordt de reguliere inname van 
Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten hervat. 
 
Als de vrouw de begindag van haar onttrekkingsbloeding wil verplaatsen naar een andere dag van de 
week, kan haar geadviseerd worden om de eerstvolgende tabletvrije periode in te korten met het 
aantal gewenste dagen. Hoe korter de tabletvrije periode, hoe groter de kans dat de 
onttrekkingsbloeding uitblijft en dat gedurende de tweede strip doorbraakbloedingen en spotting 
zullen optreden (net als bij het uitstellen van een onttrekkingsbloeding). 
 
 
4.3 Contra-indicaties 
Orale combinatiepreparaten (combinatie-OAC’s) mogen niet gebruikt worden indien sprake is van 
een of meer van de onderstaande aandoeningen. Als één van deze aandoeningen zich tijdens het 
gebruik van een combinatie-OAC voor het eerst voordoet, dient het gebruik ervan direct gestaakt te 
worden. 
 
o  Bestaande of eerder doorgemaakte veneuze trombose (diepe veneuze trombose, longembolie)  
 
o  Bestaande of eerder doorgemaakte arteriële trombose (bijv. myocardinfarct) of prodromale 
aandoeningen (bijv. angina pectoris en ‘transient ischaemic attacks’) 
 
o  Bestaand of eerder doorgemaakt cerebrovasculair accident 
 
o  De aanwezigheid van een ernstige of meer dan één risicofactor voor arteriële trombose: 
o  diabetes mellitus met vasculaire symptomen 
o  ernstige hypertensie 
o  ernstige dyslipoproteïnemie 
 
o  Erfelijke of verworven predispositie voor veneuze of arteriële trombose, zoals APC-resistentie, 
antitrombine III-deficiëntie, proteïne C-deficiëntie, proteïne S-deficiëntie, 
hyperhomocysteïnemie en antifosfolipideantilichamen (anticardiolipineantilichamen, lupus 
anticoagulans) 
 
o  Voorgeschiedenis van migraine met focale neurologische symptomen 
 


 
o  Pancreatitis of een voorgeschiedenis van een dergelijke aandoening, indien geassocieerd met 
ernstige hypertriglyceridemie 
 
o  Bestaande of eerder doorgemaakte leveraandoening, zolang de leverfunctiewaarden niet 
genormaliseerd zijn 
 
o  Aanwezigheid of voorgeschiedenis van levertumoren (benigne of maligne) 
 
o  Bekende of vermoede geslachtshormoonafhankelijke maligniteiten (bijv. van de genitaliën of de 
borsten) 
 
o  Vaginale bloedingen waarvoor geen diagnose gesteld is 
 
o  Idiopathische amenorroe 
 
o  Overgevoeligheid voor de werkzame bestanddelen levonorgestrel en ethinylestradiol of voor één 
van de hulpstoffen in Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten 
 
4.4 
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
 
Waarschuwingen  
 
Als sprake is van een van de onderstaande aandoeningen/risicofactoren, moeten bij elke individuele 
patiënte de voordelen van een combinatie-OAC worden afgewogen tegen de mogelijke risico’s 
ervan. Deze moeten met de vrouw worden besproken voordat zij besluit om het middel te gaan 
gebruiken. Indien één van deze aandoeningen of risicofactoren verergert of voor de eerste keer 
optreedt, dient de vrouw contact op te nemen met haar arts. De arts dient vervolgens te beslissen of 
het gebruik gestaakt moet worden. 
 
•  Vaataandoeningen  
 
 Uit epidemiologische onderzoeken is gebleken dat de incidentie van veneuze trombo-embolie (VTE) 
bij gebruiksters van orale anticonceptiva met een laag oestrogeengehalte (< 50 μg ethinylestradiol) 
varieert van ongeveer 20 tot 40 gevallen per 100.000 vrouwjaren, maar deze risicoschatting varieert 
al naar gelang het progestageen. Bij vrouwen die geen orale anticonceptiva gebruiken varieert de 
incidentie van 5 tot 10 gevallen per 100.000 vrouwjaren. Het gebruik van ieder combinatie-OAC 
brengt een verhoogd risico van VTE met zich mee in vergelijking tot geen gebruik.  
 
Het verhoogde risico van VTE is het hoogst tijdens het eerste gebruiksjaar van een oraal combinatie-
OAC. Dit verhoogde risico is lager dan het risico van VTE in de zwangerschap, dat wordt geschat 
op 60 gevallen per 100.000 zwangerschappen. VTE heeft in 1-2% van de gevallen een dodelijke 
afloop. 
 
Het totale absolute risico (incidentie) van VTE bij gebruiksters van levonorgestrelbevattende 
combinatie-OAC’s met 30 μg ethinylestradiol is ongeveer 20 gevallen per 100.000 vrouwjaren. 
 
In epidemiologische onderzoeken is ook een verband aangetoond tussen het gebruik van combinatie-
OAC’s en een verhoogd risico van myocardinfarct, ‘transient ischaemic atttack’ en beroerte. 


 
Zeer zelden is bij gebruiksters van orale anticonceptiepillen melding gemaakt van trombose in 
andere bloedvaten, zoals hepatische, mesenteriale, renale of retinale venen en arteriën. Er bestaat 
geen consensus over een mogelijk verband tussen het optreden van deze voorvallen en het gebruik 
van hormonale anticonceptiva. 
Symptomen van veneuze of arteriële trombotische/trombo-embolische voorvallen of een 
cerebrovasculair accident kunnen o.a. zijn: 
o  ongebruikelijke pijn en/of zwelling in een van beide benen; 
o  plotselinge, hevige pijn op de borst, al dan niet uitstralend naar de linkerarm; 
o  plotselinge ademnood; 
o  plotseling optredende hoest
o  elke ongebruikelijke, hevige en langdurige hoofdpijn; 
o  voor het eerst optreden of verergering van migraine; 
o  plotseling gedeeltelijk of volledig verlies van het gezichtsvermogen; 
o  diplopie; 
o  onduidelijke spraak of afasie; 
o  vertigo; 
o  collaps met of zonder partiële epileptische aanval; 
o  zwakte of uitgesproken gevoelloosheid die plotseling één kant of in één deel van het lichaam   
 optreedt; 
o  motorische stoornissen; 
o  ‘acute buik’. 
 
Het optreden van een of meer van deze symptomen kan reden zijn om het gebruik van 
Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten onmiddellijk te staken. 
Het risico van veneuze trombo-embolische complicaties bij gebruiksters van een combinatie-OAC neemt 
toe: 
 
o  met toenemende leeftijd; 
o  bij een positieve familieanamnese (veneuze trombo-embolie bij een broer/zus of ouder op 
relatief jonge leeftijd). Bij verdenking op een erfelijke predispositie dient de vrouw voor advies 
naar een specialist te worden doorverwezen voordat besloten wordt tot het gebruik van een 
combinatie-OAC; 
o  bij langdurige immobilisatie, grote chirurgische ingrepen, elke chirurgische ingreep aan de 
benen of ernstig trauma. In deze situaties wordt geadviseerd om het gebruik van het combinatie-
OAC te staken (in het geval van electieve chirurgie ten minste vier weken van tevoren) en niet 
eerder te hervatten dan twee weken na volledige mobilisatie. Indien het pilgebruik niet op 
voorhand gestaakt is, dient antitrombotische behandeling overwogen te worden; 
o  bij obesitas (body-mass index meer dan 30 kg/m2); 
o  er bestaat geen consensus over de mogelijke rol van spataderen en oppervlakkige tromboflebitis 
bij het ontstaan of de progressie van veneuze trombose. 
 
Het risico van arteriële trombo-embolische complicaties of een cerebrovasculair accident bij 
gebruiksters van een combinatie-OAC neemt toe: 
 
o  met toenemende leeftijd; 


 
o  bij roken (vrouwen van 35 jaar en ouder moet dringend geadviseerd worden niet te roken als zij 
een combinatie-OAC willen gebruiken); 
o  bij dyslipoproteïnemie; 
o  bij hypertensie; 
o  bij migraine, met name migraine met focale neurologische symptomen; 
o  bij hartklepaandoeningen; 
o  bij atriumfibrillatie. 
 
Ook de aanwezigheid van een ernstige of meer dan één risicofactor voor respectievelijk veneuze of 
arteriële aandoeningen kan een contra-indicatie vormen. De mogelijkheid van behandeling met 
anticoagulantia dient ook in aanmerking te worden genomen. Gebruiksters van een combinatie-OAC 
moeten er nadrukkelijk op gewezen worden om in geval van mogelijke symptomen van trombose 
contact op te nemen met hun arts. Bij vermoede of bevestigde trombose dient het gebruik van het 
combinatie-OAC gestaakt te worden. Er dient gestart te worden met een betrouwbare, alternatieve 
anticonceptiemethode vanwege de teratogeniteit van anticoagulantia (cumarinederivaten). 
Er dient rekening te worden gehouden met het verhoogde risico van trombo-embolie tijdens het 
puerperium (zie rubriek 4.6, ‘Zwangerschap en borstvoeding’). 
Andere aandoeningen die in verband zijn gebracht met ongewenste vasculaire voorvallen zijn o.a. 
diabetes mellitus, systemische lupus erythematodes, hemolytisch-uremisch syndroom en chronische 
inflammatoire darmziekten (ziekte van Crohn of colitis ulcerosa). 
 
Een toename van de frequentie of de ernst van migraineaanvallen tijdens het gebruik van een 
combinatie-OAC (wat een prodromaal verschijnsel van een cerebrovasculair accident zou kunnen 
zijn) kan reden zijn om het gebruik van Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A onmiddellijk te 
staken. 
 
Tumoren  
 
Er is in een aantal epidemiologische onderzoeken melding gemaakt van een verhoogd risico van 
cervixcarcinoom bij vrouwen die lange tijd een combinatie-OAC gebruiken, maar men blijft 
verdeeld over de mate waarin deze bevinding toe te schrijven is aan de mogelijk verstorende invloed 
van seksueel gedrag en andere factoren, zoals het humaan papillomavirus (HPV). 
 
Een meta-analyse van 54 epidemiologische onderzoeken heeft aangetoond dat bij vrouwen die nu 
een combinatie-OAC gebruiken een licht verhoogd relatief risico bestaat (RR = 1,24) dat bij hen 
borstkanker gediagnosticeerd wordt. Dit bovenmatige risico neemt geleidelijk af in gedurende 10 
jaar na staking van het gebruik van een combinatie-OAC. Omdat borstkanker zelden voorkomt bij 
vrouwen jonger dan 40 jaar, is het extra aantal diagnosen van borstkanker bij huidige en recente 
gebruiksters van een combinatie-OAC klein in vergelijking tot het algehele risico van borstkanker.  
In zeldzame gevallen is melding gemaakt van goedaardige levertumoren en in nog zeldzamere 
gevallen van kwaadaardige levertumoren bij gebruiksters van een combinatie-OAC. In geïsoleerde 
gevallen hebben deze tumoren geleid tot levensbedreigende intra-abdominale bloedingen. Een 
levertumor moet in de differentiaaldiagnose worden opgenomen wanneer bij vrouwen die een 
combinatie-OAC gebruiken sprake is van ernstige pijn in de bovenbuik, een vergrote lever of 
verschijnselen die wijzen op een intra-abdominale bloeding. 
 
Overige aandoeningen  
 
Vrouwen met hypertriglyceridemie of een positieve familieanamnese voor hypertriglyceridemie, 
kunnen bij gebruik van een combinatie-OAC een verhoogd risico van pancreatitis hebben. 


 
 
Hoewel bij veel vrouwen die een combinatie-OAC gebruiken lichte bloeddrukstijgingen zijn gemeld, 
zijn klinisch relevante verhogingen zeldzaam. Slechts in die zeldzame gevallen is onmiddellijke 
staking van het gebruik van het combinatie-OAC gerechtvaardigd. Er is geen systematisch verband 
vastgesteld tussen het gebruik van combinatie-OAC’s en klinische hypertensie. Als tijdens het 
gebruik van een combinatie-OAC bij reeds bestaande hypertensie constant verhoogde 
bloeddrukwaarden of een significante stijging van de bloeddruk niet afdoende reageren op 
bloeddrukverlagende behandeling, dient het gebruik van het combinatie-OAC gestaakt te worden. 
Indien dit passend wordt geacht, kan het gebruik van het combinatie-OAC worden hervat als met 
bloeddrukverlagende behandeling normale bloeddrukwaarden bereikt kunnen worden. 
 
Van de onderstaande aandoeningen is gemeld dat deze kunnen optreden of verslechteren tijdens 
zowel de zwangerschap als het gebruik van combinatie-OAC’s, maar een verband met het gebruik 
van combinatie-OAC’s is niet onomstotelijk bewezen: icterus en/of pruritus in verband met 
cholestase, galstenen; porfyrie, systemische lupus erythematodes; hemolytisch-uremisch syndroom; 
chorea van Sydenham; herpes gestationis; gehoorverlies in verband met otosclerose, depressieve 
stemmingen. 
 
Bij acute of chronische leverfunctiestoornissen kan het noodzakelijk zijn het gebruik van het 
combinatie-OAC te staken totdat de leverwaarden genormaliseerd zijn. Staking van het gebruik van 
combinatie-OAC’s is noodzakelijk wanneer cholestatische icterus en/of pruritus in verband met 
cholestase recidiveren nadat deze klachten zich eerder hebben voorgedaan tijdens de zwangerschap 
of het gebruik van geslachtshormonen. 
 
Hoewel combinatie-OAC’s de perifere insulineresistentie en glucosetolerantie kunnen beïnvloeden, 
is er geen bewijs voor de noodzaak om het behandelingsregime te wijzigen bij diabetespatiënten die 
een laaggedoseerde combinatie-OAC gebruiken. Diabetespatiëntes dienen echter zorgvuldig 
gecontroleerd te worden, met name bij beginnend gebruik van het combinatie-OAC. 
 
Er is melding gemaakt van verergering van endogene depressie, de ziekte van Crohn en colitis 
ulcerosa tijdens het gebruik van combinatie-OAC’s.  
 
Sporadisch kan zich melasma voordoen, met name bij vrouwen met melasma  gravidarum in de 
anamnese. Vrouwen met een predispositie voor melasma dienen blootstelling aan zonlicht of 
ultraviolette straling te vermijden zolang zij een combinatie-OAC gebruiken. 
 
Bij vrouwen met erfelijk angio-oedeem kunnen exogene oestrogenen verschijnselen van angio-
oedeem opwekken of verergeren. 
 
Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke galactose-intolerantie, Lapse 
lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie die een lactosevrij dieet volgen, dienen rekening 
te houden met deze hoeveelheid.  
 
Medisch onderzoek/controle 
 
Voordat de vrouw begint met het gebruik van Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten 
of het gebruik ervan na een onderbreking hervat, moet een volledige anamnese (inclusief 
familieanamnese) worden afgenomen en een zwangerschap worden uitgesloten. Er moeten een 
bloeddrukmeting en een lichamelijk onderzoek worden verricht op geleide van de contra-indicaties 
(zie rubriek 4.3, ‘Contra-indicaties’) en waarschuwingen (zie rubriek 4.4, ‘Bijzondere 
waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik’). Ook moet de vrouw erop gewezen worden de 


 
bijsluiter zorgvuldig te lezen en zich te houden aan de gegeven adviezen. De frequentie en aard van 
de onderzoeken moeten berusten op gevestigde praktijkrichtlijnen en op de individuele patiënte 
worden afgestemd. 
 
Vrouwen moeten erop gewezen worden dat orale anticonceptiva geen bescherming bieden tegen 
HIV-infectie (AIDS) en andere seksueel overdraagbare aandoeningen. 
 
Verminderde werkzaamheid  
 
De werkzaamheid van combinatie-OAC’s kan verminderd zijn als de vrouw tabletten vergeet in te 
nemen, na braken of diarree of bij gelijktijdig gebruik van andere medicatie. 
 
Verminderde cycluscontrole  
 
Bij alle combinatie-OAC’s kan zich onregelmatig bloedverlies (spotting of doorbraakbloedingen) 
voordoen, met name tijdens de eerste gebruiksmaanden. Daarom is beoordeling van onregelmatig 
bloedverlies pas zinvol na een aanpassingsperiode van ongeveer drie cycli. 
 
Als het onregelmatige bloedverlies aanhoudt of optreedt nadat eerdere cycli regelmatig waren, moet 
rekening gehouden worden met een niet-hormonale oorzaak en zijn passende diagnostische 
maatregelen geïndiceerd om maligniteit of zwangerschap uit te sluiten. Curettage kan eveneens 
hieronder vallen. 
 
Bij sommige vrouwen kan het voorkomen dat tijdens de tabletvrije periode de onttrekkingsbloeding 
uitblijft. Als de vrouw het combinatie-OAC ingenomen heeft volgens de aanwijzingen in rubriek 4.2, 
‘Dosering en wijze van toediening’, is het onwaarschijnlijk dat zij zwanger is. Als het combinatie-
OAC echter niet volgens deze aanwijzingen is ingenomen voorafgaand aan de eerste uitgebleven 
onttrekkingsbloeding of als er twee onttrekkingsbloedingen uitblijven, dan moet een zwangerschap 
worden uitgesloten voordat het gebruik van het combinatie-OAC wordt hervat. 
 
4.5 
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Interacties 
 
Interacties tussen combinatie-OAC’s en andere geneesmiddelen kunnen de anticonceptieve 
werkzaamheid verminderen en/of tot doorbraakbloedingen leiden.  
 
Verminderde absorptie: geneesmiddelen die de gastro-intestinale motiliteit verhogen, zoals 
metoclopramide, kunnen de absorptie van hormonen verminderen. 
 
Hepatisch metabolisme:
 er kunnen interacties optreden met geneesmiddelen die microsomale 
leverenzymen induceren, hetgeen leidt tot verhoogde klaring van geslachtshormonen. Tot deze 
geneesmiddelen behoren o.a. hydantoïnederivaten (bijv. fenytoïne), barbituraten, primidon
carbamazepine, rifampicine en mogelijk ook oxcarbazepine, topiramaat, felbamaatritonavir en 
griseofulvine. Kruidenpreparaten die sint-janskruid bevatten mogen niet gelijktijdig met 
Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten gebruikt worden, aangezien hierdoor de 
anticonceptieve werkzaamheid verloren zou kunnen gaan. Er is melding gemaakt van 
doorbraakbloedingen en onbedoelde zwangerschappen. Het enzyminducerende effect kan nog 2 
weken na staking van de behandeling met sint-janskruid aanhouden. 
 

10 
 
Enterohepatische kringloop: Enkele klinische rapporten suggereren dat de enterohepatische 
circulatie van oestrogenen kan afnemen bij gelijktijdige toediening van bepaalde antibiotica (bijv. 
penicillinepreparaten, tetracyclinen), wat de ethinylestradiolconcentratie in serum zou kunnen 
verlagen. 
 
Vrouwen onder behandeling met een van deze geneesmiddelen zouden naast het combinatie-OAC 
tijdelijk ook een barrièremethode of andere anticonceptiemethode moeten toepassen. Bij gebruik van 
leverenzyminducerende geneesmiddelen dient een barrièremethode toegepast te worden tijdens de 
gehele behandelperiode en gedurende 28 dagen daarna. Vrouwen onder behandeling met antibiotica 
(met uitzondering van rifampicine en griseofulvine) dienen een barrièremethode toe te passen tijdens 
de gehele antibioticumkuur en tot 7 dagen daarna. Als de behandeling bij de laatste tablet in de 
verpakking van het combinatie-OAC nog niet afgerond is, moet de vrouw direct doorgaan met een 
nieuwe verpakking zonder de gebruikelijke tabletvrije periode in te lassen. 
 
Orale anticonceptiva kunnen de metabolisering van andere geneesmiddelen beïnvloeden. Er zijn 
verhoogde plasmaconcentraties van cyclosporine gemeld bij gelijktijdige toediening met 
combinatie-OAC’s. Er is aangetoond dat combinatie-OAC’s de metabolisering van lamotrigine 
induceren, wat leidt tot subtherapeutische plasmaconcentraties van lamotrigine
 
Opmerking: Raadpleeg voor mogelijke interacties de voorschrijfinformatie van gelijktijdig 
voorgeschreven geneesmiddelen. 
 
Laboratoriumonderzoeken  
 
Het gebruik van contraceptieve steroïden kan de uitslag van bepaalde laboratoriumonderzoeken 
beïnvloeden, waaronder biochemische lever-, schildklier-, bijnier- en nierfunctieparameters, 
plasmaconcentraties van (drager)eiwitten (bijv. corticosteroïdbindend globuline en 
lipiden-/lipoproteïnefracties) en parameters van de koolhydraatstofwisseling in het bloed, 
bloedstolling en fibrinolyse. Deze veranderingen blijven over het algemeen binnen de 
normaalwaarden. 
 
4.6  
Zwangerschap en borstvoeding 
 
Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten is niet geïndiceerd voor gebruik tijdens de 
zwangerschap. 
 
Als de vrouw zwanger wordt tijdens het gebruik van Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A 
tabletten, moet zij onmiddellijk stoppen met de inname. 
Uit de meeste epidemiologische onderzoeken is echter gebleken dat er noch een verhoogd risico 
bestaat van aangeboren afwijkingen bij kinderen van moeders die voor de zwangerschap orale 
anticonceptiva gebruikten, noch dat de onbedoelde inname van anticonceptiva tijdens de vroege 
zwangerschap teratogene effecten heeft. 
 
Orale anticonceptiva kunnen invloed hebben op de lactatie, aangezien deze de hoeveelheid 
moedermelk kunnen verminderen en de samenstelling ervan kunnen veranderen. Daarom moet het 
gebruik van combinatie-OAC’s in de regel worden afgeraden totdat de moeder volledig met de 
borstvoeding is gestopt. Kleine hoeveelheden van de contraceptieve steroïden en/of metabolieten 
ervan kunnen in de moedermelk worden uitgescheiden. Deze hoeveelheden kunnen invloed hebben 
op de zuigeling. 
 
4.7 
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen 

11 
 
 
 Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten heeft geen of verwaarloosbare invloed op de 
rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. 
 
4.8 Bijwerkingen 
 
De meest voorkomende bijwerking bij gebruiksters van Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A 
tabletten is hoofdpijn (17-24% van de vrouwen). 
Andere bijwerkingen die zijn gemeld bij gebruiksters van combinatie-OAC, waaronder 
Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten, zijn: 
 
Orgaansysteem 
Frequentie van bijwerkingen 
 Vaak 
 
Soms 
 
Zelden 
 
(> 1/100) 
(> 1/1000 en < 1/100) 
(> 1/10.000 en < 1/1000) 
Oogaandoeningen  
 
contactlensintolerantie 
Maagdarmstelselaand
misselijkheid, buikpijn 
braken, diarree 
oeningen 
Immuunsysteemaand
overgevoeligheid 
oeningen 
Onderzoeken  
gewichtstoename 
gewichtsverlies 
Voedings- en 
vochtretentie 
stofwisselingsstoornis
sen  
Zenuwstelselaandoeni
hoofdpijn migraine 
ngen 
Psychische 
depressieve stemming, 
verminderd libido 
toegenomen libido 
stoornissen 
stemmingsverandering 
Voortplantingsstelsel-  gevoelige borsten, pijn 
vergrote borsten 
afscheiding uit de borsten, 
en borstaandoeningen 
in de borsten 
vaginale afscheiding 
Huid- en 
huiduitslag urticaria 
erythema 
nodosum, 
onderhuidaandoening
erythema multiforme 
en 
 
De onderstaande ernstige bijwerkingen, die besproken zijn in rubriek 4.4, ‘Bijzondere 
waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik’, zijn gemeld bij vrouwen die een combinatie-OAC 
gebruiken: 
 
- veneuze trombo-embolieën; 
- arteriële trombo-embolieën; 
- hypertensie; 
- levertumoren; 
- de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, epilepsie, migraine, endometriose, myoma uteri, porfyrie, 
systemische lupus erythematodes, herpes gestationis, chorea van Sydenham, hemolytisch-uremisch 
syndroom, cholestatische icterus. 
 
De frequentie van gediagnosticeerde borstkanker is licht verhoogd bij gebruiksters van orale 
anticonceptiva. Omdat borstkanker zelden voorkomt bij vrouwen jonger dan 40 jaar, is het extra 

12 
 
aantal klein in vergelijking tot het algehele risico van borstkanker. Zie voor meer informatie rubriek 
4.3, ‘Contra-indicaties’ en rubriek 4.4, ‘Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik’. 
 
4.9 Overdosering 
 
Er zijn geen meldingen van ernstige bijwerkingen als gevolg van een overdosis. Symptomen die 
kunnen worden veroorzaakt door een overdosis zijn misselijkheid, braken en, bij jonge meisjes, licht 
vaginaal bloedverlies. Er bestaan geen antidota; behandeling is symptomatisch. 
 
 
5. FARMACOLOGISCHE 
EIGENSCHAPPEN 
 
5.1 Farmacodynamische 
eigenschappen 
 
Farmacotherapeutische categorie: progestagenen en oestrogenen, vaste combinaties 
 
ATC-code: G03AA07  
 
De anticonceptieve werking van combinatie-OAC’s is gebaseerd op de interactie tussen diverse 
factoren. De belangrijkste van deze factoren zijn de remming van de ovulatie en veranderingen van 
het cervixslijm. 
 
Er zijn klinische onderzoeken verricht bij 2498 vrouwen in de leeftijd van 18 tot 40 jaar. De pearl-
index berekend op basis van deze onderzoeken was 0,69 (95% betrouwbaarheidsinterval 0,30-1,36), 
gebaseerd op 15.026 behandelingscycli. 
 
5.2 Farmacokinetische 
eigenschappen 
 
Ethinylestradiol  
 
Absorptie  
 
Oraal toegediende ethinylestradiol wordt snel en volledig geabsorbeerd. Piekserumconcentraties van 
ongeveer 50 pg/ml worden binnen 1-2 uur na inname van een Ethinylestradiol/levonorgestrel 
0,02/0,10 A tablet bereikt. Tijdens de absorptie en first-pass-metabolisatie in de lever wordt 
ethinylestradiol uitgebreid gemetaboliseerd, wat resulteert in een gemiddelde orale biologische 
beschikbaarheid van ongeveer 45% (interindividuele variatie ongeveer 20-65%). 
 
Distributie  
 
Ethinylestradiol bindt zich in hoge mate (ongeveer 98%), maar niet specifiek aan serumalbumine en 
induceert een stijging van de serumconcentraties van SHBG. Een schijnbaar verdelingsvolume van 
ethinylestradiol is 2,8-8,6 l/kg. 
 
Metabolisering  
 
Ethinylestradiol ondergaat presystemische conjugatie zowel in de dunnedarmmucosa als in de lever. 
Ethinylestradiol wordt primair gemetaboliseerd door aromatische hydroxylatie, waarbij diverse 
gehydroxyleerde en gemethyleerde metabolieten gevormd worden. Deze zijn in de vorm van vrije 
metabolieten of als glucuronide- of sulfaatconjugaten in serum aanwezig. De metabole 
klaringssnelheid uit serum bedraagt 2,3-7 ml/min/kg.  

13 
 
 
Eliminatie  
 
De serumconcentraties van ethinylestradiol dalen in twee fasen, gekenmerkt door een halfwaardetijd 
van respectievelijk ongeveer 1 uur en 10-20 uur.  
 
Ethinylestradiol wordt niet in onveranderde vorm uitgescheiden. De metabolieten worden via de 
urine en de gal uitgescheiden in een verhouding van 4:6. De halfwaardetijd bedraagt ongeveer 1 dag. 
 
Steady-state-omstandigheden  
 
Bij continu gebruik van Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A tabletten neemt de 
serumconcentratie van ethinylestradiol met ongeveer een factor twee toe. Vanwege de variabele 
halfwaardetijd in de terminale fase van de serumklaring en dagelijkse toediening, worden steady-
state-concentraties binnen ongeveer een week bereikt. 
 
Levonorgestrel  
 
Absorptie  
 
Na orale toediening wordt levonorgestrel snel en volledig geabsorbeerd. Piekserumconcentraties van 
ongeveer 2,3 ng/ml worden ongeveer 1,3 uur na inname van een Ethinylestradiol/levonorgestrel 
0,02/0,10 A tablet bereikt. De biologische beschikbaarheid is vrijwel 100%. 
 
Distributie  
 
Levonorgestrel bindt zich aan serumalbumine en sex hormone-binding globuline (SHBG). Slechts 
1,1% van de totale serumconcentratie van het middel is aanwezig als vrij circulerende steroïden. 
Ongeveer 65% is specifiek gebonden aan SHBG en ongeveer 35% niet-specifiek aan albumine. De 
door ethinylestradiol geïnduceerde stijging van de SHBG-concentratie beïnvloedt de relatieve 
verdeling van levonorgestrel in verschillende eiwitfracties. Inductie van het bindingseiwit 
veroorzaakt een toename van de SHBG-gebonden fractie en een afname van de albuminegebonden 
fractie. Het schijnbare verdelingsvolume van levonorgestrel is 129 l na een eenmalige dosis. 
 
Metabolisering  
 
Levonorgestrel wordt volledig gemetaboliseerd via de gebruikelijke routes van het 
steroïdmetabolisme. De metabole klaringssnelheid uit serum bedraagt ongeveer 1,0 ml/min/kg.  
 
Eliminatie  
 
De serumconcentraties van levonorgestrel dalen in twee fasen. De terminale fase wordt gekenmerkt 
door een halfwaardetijd van ongeveer 25 uur. Levonorgestrel wordt niet in onveranderde vorm 
uitgescheiden. De metabolieten worden via de urine en de gal (feces) uitgescheiden in een 
verhouding van 1:1. De halfwaardetijd van de metabolietenexcretie bedraagt ongeveer 1 dag. 
 
Steady-state 
 
Bij continu gebruik van Ethinylestradiol/levonorgestrel 0,02/0,10 A mg tabletten neemt de 
serumconcentratie van levonorgestrel met ongeveer een factor drie toe, waardoor steady-state-
concentraties tijdens de tweede helft van de behandelingscyclus bereikt worden. De farmacokinetiek 

14 
 
van levonorgestrel wordt beïnvloed door de SHBG-concentraties in serum, die gedurende het gebruik 
van oestradiol stijgen met een factor 1,5-1,6. Daarom zijn bij steady-state de klaringssnelheid uit 
serum en het verdelingsvolume enigszins verlaagd (0,7 ml/min/kg en ongeveer 100 l). 
 
5.3 
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek 
 
Preklinische onderzoeken (naar algemene toxiciteit, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel en 
reproductietoxiciteit) hebben geen andere effecten aan het licht gebracht dan die verklaard kunnen 
worden op basis van het bekende hormoonprofiel van ethinylestradiol en levonorgestrel. 
 
Er moet echter rekening worden gehouden met het feit dat geslachtshormonen de groei van bepaalde 
hormoonafhankelijke weefsels en tumoren kunnen beïnvloeden. 
 
 
6. FARMACEUTISCHE 

GEGEVENS 
 
6.1 

Lijst van hulpstoffen 
 
Watervrije lactose 
Povidon K-30 (E1201) 
Magnesiumstearaat (E572) 
Opadry II roze: 
Polyvinylalcohol 
Talk (E553b) 
Titaniumdioxide (E171) 
Polyethyleenglycol 3350 
Rode aluminiumlak (E129) 
Lecithine (E322) 
IJzeroxide rood (E172) 
Indigo aluminiumlak (E132) 
 
6.2 
Gevallen van onverenigbaarheid 
 
Niet van toepassing.  
 
6.3 Houdbaarheid 
 
2 jaar 
 
6.3 
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
 
Bewaren beneden 30 °C. 
 
6.4 

Aard en inhoud van de verpakking 
 
Blisterverpakking van aluminium doordrukfolie en PVC/PVDC-folie. 
 
Verkrijgbaar in dozen van 1, 3 en 6 verpakkingen (blisters) met elk 21 tabletten. 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht. 
 

15 
 
6.6 
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies  
 
Alle ongebruikte producten of afvalmaterialen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale 
voorschriften. 
 
 
7. 
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
 Apothecon 
B.V. 
 Nijverheidsweg 

 3771 
ME 
Barneveld 
 
 
8. 
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
RVG 107761  
 
 
9. 

DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE 
VERGUNNING 

 
                                       20 oktober 2010
 
                                    10.         DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 
 
 
 





« Vorige

[Ethinylestradiol/Levonorgestrel 0,03/0,15 mg PCH, omhulde tabletten]

Volgende »

[Ethinylestradiol/Levonorgestrel 0,02/0,10 A filmomhulde tabletten 0,02 mg/0,10 mg]