Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
Registratienummer: RVG 32369
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 1/10
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten.
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke dispergeerbare tablet bevat fluoxetinehydrochloride overeenkomend met 20 mg
fluoxetine.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Dispergeerbare tablet.
Een ovale, normaal convexe, witte tablet met de inscriptie "FL|20" op de ene zijde en "G"
op de andere zijde.
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1. Therapeutische indicaties
· Episodes van depressie in engere zin, in het bijzonder die met vitale kenmerken.
· Obsessieve-compulsieve stoornis.
· Boulimia nervosa: Fluoxetine is geïndiceerd als aanvulling op psychotherapie voor het
verminderen van eetbuien en purgeergedrag.
4.2. Dosering en wijze van toediening
Uitsluitend bestemd voor orale toediening aan volwassenen.
Episodes van depressie in engere zin, in het bijzonder die met vitale kenmerken
Volwassenen en ouderen: 20 mg per dag tot 60 mg per dag. Als aanvangsdosis wordt 20
mg per dag aanbevolen. Hoewel bij hogere doseringen het risico van ongewenste
werkingen toeneemt, kan bij het uitblijven van respons na drie weken een dosisverhoging
worden overwogen.
In overeenstemming met de consensusverklaring van de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) dient behandeling met antidepressiva ten minste 6 maanden te worden voortgezet.
Obsessieve-compulsieve stoornis Volwassenen en ouderen: 20 mg per dag tot 60 mg per dag. Als aanvangsdosis wordt 20
mg per dag aanbevolen. Hoewel bij hogere doseringen het risico van bijwerkingen
toeneemt, kan bij het uitblijven van respons na twee weken een dosisverhoging worden
overwogen. Indien binnen 10 weken geen verbetering wordt waargenomen, moet de
behandeling met fluoxetine worden heroverwogen. Na het bereiken van een goede
therapeutische respons kan de behandeling worden voortgezet met een op de individuele
patiënt afgestemde dosering. Systematische onderzoeken naar het antwoord op de vraag
hoe lang behandeling met fluoxetine moet worden voortgezet ontbreken, maar obsessieve-
compulsieve stoornis (OCD) is een chronische aandoening en het is redelijk voortzetting
na 10 weken te overwegen bij patiënten die responderen. Dosisaanpassingen moeten
zorgvuldig op de individuele patiënt worden afgestemd, zodat de patiënt op een zo laag
mogelijke effectieve dosering kan worden gehouden.
De behandelingsbehoefte moet met regelmaat opnieuw worden bepaald. Sommige artsen
zijn voorstander van gelijktijdige toepassing van gedragspsychotherapie bij patiënten die
goed op farmacotherapie reageren.
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 2/10
De werkzaamheid op langere termijn (meer dan 24 weken) is bij OCD niet vastgesteld.
Boulimia nervosa Volwassenen en ouderen: Een dosis van 60 mg per dag wordt aanbevolen.
De werkzaamheid op langere termijn (meer dan 3 maanden) is bij boulimia nervosa niet
vastgesteld.
Alle indicaties
De aanbevolen dosis kan worden verhoogd of verlaagd. Er is geen systematisch
onderzoek verricht naar doseringen hoger dan 80 mg per dag.
Fluoxetine kan als een enkele of verdeelde dosis worden toegediend, tijdens of tussen de
maaltijden door.
Na beëindiging van de toediening blijven actieve bestanddelen van het geneesmiddel nog
wekenlang in het lichaam aanwezig. Men dient dit bij aanvang of beëindiging van de
behandeling in ogenschouw te nemen. Bij de meeste patiënten is geleidelijke afbouw van
de dosering niet nodig.
Kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar: Fluoxetine dient niet gebruikt te worden bij
kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar (zie rubriek 4.4, Bijzondere waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik).
Ouderen: omzichtigheid is geboden bij verhoging van de dosis en de dagelijkse dosis dient
in het algemeen de 40 mg niet te overschrijden. De maximale aanbevolen dosis bedraagt
60 mg per dag.
Men dient een lagere of minder frequente dosis (bijv. om de dag 20 mg) te overwegen bij
patiënten met leverfunctiestoornissen (zie 5.2 Farmacokinetische eigenschappen) of bij
patiënten bij wie gelijktijdige toediening van andere geneesmiddelen het risico van
interactie met Fluoxetine (zie 4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere
vormen van interactie) in zich bergt.
4.3. Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor fluoxetine of voor één van de hulpstoffen.
Monoamine-oxidaseremmers: Er zijn gevallen van ernstige en soms fatale reacties gemeld
bij patiënten bij wie een selectieve serotonine heropname remmer (SSRI) werd toegediend
in combinatie met een monoamine-oxidaseremmer (MAOI) en bij patiënten bij wie
medicatie met een SSRI recent is gestaakt en vervangen door medicatie met een MAOI.
Een behandeling met fluoxetine kan pas worden aangevangen twee weken nadat
medicatie met een irreversibele MAOI is gestaakt.
In sommige gevallen werden symptomen waargenomen gelijkend op het
serotoninesyndroom (dat op zijn beurt gelijkenis vertoont met het maligne neuroleptisch
syndroom en als zodanig kan worden gediagnosticeerd). Bij patiënten die dergelijke
reacties ondervinden kunnen cyproheptadine of dantroleen een gunstige invloed hebben.
Enkele symptomen van medicinale interactie met een MAOI zijn: hyperthermie, stijfheid,
myoclonus, autonome instabiliteit, soms met snelle fluctuatie van levensfuncties,
veranderingen in de mentale gesteldheid, zoals verwardheid, geïrriteerdheid en extreme
agitatie die zich kan ontwikkelen tot delirium en coma.
Daarom is fluoxetine gecontraïndiceerd in combinatie met een niet-selectieve MAOI. Ook
hier moeten na het beëindigen van een behandeling met fluoxetine ten minste 5 weken
verstrijken voordat met een MAOI kan worden begonnen. Indien fluoxetine chronisch en/of
in een hoge dosering is voorgeschreven, moet worden overwogen dit interval te verlengen.
De combinatie van fluoxetine met een reversibele MAOI (bijv.
moclobemide en linezolide)
wordt afgeraden. Echter, na beëindiging van medicatie met een reversibele MAOI kan
behandeling met fluoxetine de daaropvolgende dag worden aangevangen.
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 3/10
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Suïcide/suïcidale gedachten of verergering van de aandoening
Depressie wordt geassocieerd met een verhoogd risico op suïcidale gedachten,
zelfverwonding en suïcide (aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen). Dit risico blijft
bestaan tot een significante remissie optreedt. Omdat het mogelijk is dat gedurende de
eerste paar weken of langer geen verbetering optreedt, moeten patiënten zeer goed
gevolgd worden tot een dergelijke verbetering wel optreedt. Het is algemene klinische
ervaring dat het risico op suïcide in de vroege stadia van het herstel kan toenemen.
Andere psychiatrische condities waarvoor Fluoxetine Disper Mylan wordt voorgeschreven
kunnen ook geassocieerd worden met een toegenomen risico op aan suïcide gerelateerde
gebeurtenissen. Bovendien kunnen deze condities comorbide zijn met episodes van
depressie in engere zin. Dezelfde voorzorgsmaatregelen die in acht worden genomen bij
de behandeling van patiënten met ernstige depressieve stoornis moeten daarom in acht
worden genomen bij de behandeling van patiënten met andere psychiatrische
aandoeningen.
Van patiënten met een voorgeschiedenis van aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen, of
patiënten die voorafgaand aan het begin van de behandeling een significante mate van
suïcidale ideeën vertonen, is bekend dat ze een groter risico lopen op het ontwikkelen van
suïcidale gedachten of suïcidepogingen en deze patiënten moeten tijdens de behandeling
zeer goed gevolgd worden. Een meta-analyse van placebo-gecontroleerde klinische
onderzoeken naar antidepressiva bij volwassen patiënten met psychiatrische stoornissen
toonde een toegenomen risico op suïcidaal gedrag bij het gebruik van antidepressiva aan
vergeleken met placebo bij patiënten jonger dan 25 jaar oud.
Patiënten, in het bijzonder hoog-risico patiënten, dienen nauwkeurig gevolgd te worden
tijdens behandeling met deze geneesmiddelen, in het bijzonder in het begin van de
behandeling en na dosisaanpassingen. Patiënten (en zorgverleners van patiënten) moeten
op de hoogte worden gebracht van de noodzaak om te letten op elke klinische verergering,
suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten en ongewone gedragsveranderingen en de
noodzaak om onmiddellijk medisch advies in te winnen als deze symptomen zich
voordoen.
Gebruik bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar
Fluoxetine dient niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten
jonger dan 18 jaar. In klinische studies werden suïcidaal gedrag (zelfmoordpogingen en
zelfmoordgedachten) en vijandigheid (voornamelijk agressie, oppositioneel gedrag en
woede) vaker waargenomen bij kinderen en adolescenten die behandeld werden met
antidepressiva dan bij degenen die behandeld werden met placebo. Indien, op grond van
een klinische noodzaak, een besluit wordt genomen om te behandelen, dan dient de
patiënt zorgvuldig gecontroleerd te worden op het optreden van suïcidale symptomen.
Daarnaast ontbreken lange-termijn veliligheidsgegevens bij kinderen en adolescenten over
groei, maturatie en cognitieve en gedragsontwikkeling.
Waarschuwingen
Huiduitslag en overgevoeligheidsreacties: Gemeld zijn: huiduitslag, anafylactoïde reacties
en progressieve systemische reacties, soms ernstig (aan de huid, nieren, lever of longen).
Indien huiduitslag of andere overgevoeligheidsverschijnselen worden waargenomen
waarvoor geen andere etiologie kan worden vastgesteld, moet de behandeling met
fluoxetine worden gestaakt.
Voorzorgsmaatregelen
Convulsies: Convulsies vormen bij het gebruik van antidepressiva een risicofactor. Daarom
moet behandeling met fluoxetine, evenals bij andere antidepressiva het geval is, bij
patiënten met een voorgeschiedenis van convulsies met voorzichtigheid worden
begonnen. De behandeling moet worden gestaakt indien zich bij een patiënt convulsies
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 4/10
ontwikkelen of indien de frequentie van convulsies toeneemt. Het gebruik van fluoxetine
moet worden vermeden bij patiënten met onstabiele convulsieve stoornissen/epilepsie, en
patiënten met beheersbare epilepsieklachten moeten zorgvuldig worden gecontroleerd.
Manie: Bij patiënten met een voorgeschiedenis van manie/hypomanie moeten
antidepressiva met omzichtigheid worden gebruikt. Zoals bij alle antidepressiva het geval
is, moet medicatie met fluoxetine worden gestaakt indien een patiënt in een manische fase
geraakt.
Lever-/nierfunctie: Fluoxetine wordt uitgebreid gemetaboliseerd door de lever en wordt
door de nieren uitgescheiden. Bij patiënten met een significante lever disfunctie wordt een
lagere dosering, bijvoorbeeld toediening om de dag, aanbevolen. Bij aan
dialysebehandeling onderworpen patiënten met ernstige nierfunctiestoornissen
(glomerulatiesnelheid < 10 ml/min) is, na toediening van fluoxetine 20 mg per dag
gedurende 2 maanden, geen verschil waargenomen in de plasmaniveaus van fluoxetine of
norfluoxetine in vergelijking met controlepatiënten met een normale nierfunctie.
Hartaandoeningen: In ECG's afgenomen bij 312 patiënten die in dubbelblinde klinische
onderzoeken fluoxetine kregen toegediend, zijn geen tot hartblokkade leidende
geleidingsafwijkingen waargenomen. De klinische ervaring bij acute hartstoornissen is
echter beperkt. Omzichtigheid is daarom aan te raden.
Gewichtsverlies: Bij patiënten die fluoxetine gebruiken kan gewichtsverlies optreden.
Gewoonlijk blijft de mate hiervan echter in verhouding met het lichaamsgewicht bij
aanvang van de behandeling.
Diabetes: Bij diabetespatiënten kan behandeling met een SSRl invloed hebben op de
glykemische regulatie. Tijdens therapie met fluoxetine is hypoglykemie waargenomen en
na het staken van de therapie heeft zich hyperglykemie ontwikkeld. Het kan noodzakelijk
zijn, de dosering van
insuline en/of orale hypoglycaemica aan te passen.
Hemorragie: Er is melding gemaakt van cutane bloedingafwijkingen in samenhang met het
gebruik van SSRI's, zoals ecchymose en purpura. Ecchymose is gemeld als een
sporadisch optredende reactie op behandeling met fluoxetine. Andere hemorragische
verschijnselen (bijv. gynaecologische bloedingen, gastro-intestinale bloedingen en andere
cutane of mucosale bloedingen) zijn slechts zelden gemeld. Voorzichtigheid is geboden bij
patiënten die SSRI's gebruiken, vooral bij gelijktijdig gebruik met orale anticoagulantia,
geneesmiddelen die de trombocytenfunctie beïnvloeden (bijv. atypische antipsychotica
zoals
clozapine, fenothiazinen, de meeste tricyclische antidepressiva,
aspirine, NSAID' s)
of andere geneesmiddelen waardoor het risico van bloeding wordt vergroot, alsmede bij
patiënten met een voorgeschiedenis van bloedingsstoornissen.
Elektroconvulsieve therapie (ECT): Er zijn sporadisch meldingen geweest van langdurige
convulsies bij met fluoxetine behandelde patiënten die aan ECT werden onderworpen.
Voorzichtigheid is daarom geboden.
Sint-Janskruid: Bij gelijktijdig gebruik van selectieve serotonine heropname remmers en
Sint-Janskruid
(Hypericum perforatum) bevattende kruidenpreparaten kan een toename
van de serotonerge werkingen -zoals serotoninesyndroom -optreden.
In zeldzame gevallen is melding gemaakt van serotoninesyndroom of van reacties
gelijkend op maligne neuroleptisch syndroom in samenhang met behandeling met
fluoxetine, vooral wanneer fluoxetine werd toegediend in combinatie met andere
serotonerge (o.a. L-tryptofaan) en/of neuroleptische geneesmiddelen. Aangezien deze
syndromen kunnen leiden tot mogelijk levensbedreigende aandoeningen, dient men de
behandeling met fluoxetine te staken indien dergelijke reacties optreden (deze worden
gekenmerkt door samenvallende symptomen zoal hyperthermie, stijfheid, myoclonus,
autonome instabiliteit met snelle fluctuatie van levensfuncties, veranderingen in de mentale
gesteldheid, zoals verwardheid, geïrriteerdheid en extreme agitatie die zich kan
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 5/10
ontwikkelen tot delirium en coma). In zulke gevallen moet ondersteunende
symptomatische behandeling worden ingezet.
4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Halfwaardetijd: Bij overweging van farmacodynamische of farmacokinetische interacties
tussen geneesmiddelen (bijvoorbeeld bij overschakeling van fluoxetine op andere
antidepressiva) dient men rekening te houden met de lange eliminatiehalfwaardetijd van
zowel fluoxetine als norfluoxetine (zie rubriek 5.2 Farmacokinetische eigenschappen).
Monoamine-oxidaseremmers: (zie 'Contra-indicaties')
Niet aanbevolen combinaties:
MAOI-A of linezolide (antibioticum reversibele, niet-selectieve MAOI) (zie rubriek 4.3).
Combinaties die bij gebruik voorzorgen vereisen:
MAOI-B (
selegiline): risico van serotoninesyndroom. Klinische bewaking wordt aanbevolen.
Fenytoïne: Bij gebruik in combinatie met fluoxetine zijn veranderingen in de bloedwaarden
waargenomen. In enkele gevallen zijn toxiciteitverschijnselen opgetreden. Men dient
aandacht te besteden aan het gebruik van conservatieve titratieschema's voor het
gelijktijdig gebruikte middel en aan het bewaken van de klinische status.
Serotonerge geneesmiddelen: Gelijktijdige toediening met serotonerge geneesmiddelen
(bijv.
tramadol, triptanen) kan bijdragen aan het risico van serotoninesyndroom. Het
gebruik met triptanen brengt bovendien de risico's van coronaire vasoconstrictie en
hypertensie met zich mee.
Lithium en tryptofaan: Er zijn meldingen geweest van serotoninesyndroom bij het
gelijktijdig gebruik van SSRI's met lithium of tryptofaan. Daarom moet men bij het
gelijktijdig gebruik van fluoxetine met deze middelen met omzichtigheid te werk gaan. Bij
gebruik van fluoxetine in combinatie met lithium moet de klinische bewaking intenser en
van een hogere frequentie zijn.
CYP2D6 iso-enzym: Omdat het metabolisme van fluoxetine (evenals tricyclische
antidepressiva en andere selectieve serotonine-antidepressiva) verband houdt met het
hepatisch cytochroom CYP2D6 iso-enzymsysteem, kan gelijktijdige behandeling met
geneesmiddelen die ook door dit enzymsysteem worden gemetaboliseerd interacties
tussen de middelen als gevolg hebben. Men dient gelijktijdige behandeling met
geneesmiddelen die vooral door dit iso-enzym worden gemetaboliseerd, en die een smalle
therapeutische index hebben (zoals flecaïnide, encaïnide,
carbamazepine en tricyclische
antidepressiva), te initiëren of bij te stellen op de lage kant van hun doseringsbereik. Deze
aanwijzing geldt ook indien tijdens de voorafgaande 5 weken fluoxetine is gebruikt.
Orale anticoagulantia: Gemeld is dat verandering van antistollingseffecten
(laboratoriumwaarden en/of klinische tekenen en symptomen), zelden, zonder consequent
patroon maar wel met inbegrip van verhevigde bloeding, optreedt wanneer fluoxetine
gelijktijdig met orale anticoagulantia wordt toegediend. Patiënten die met warfarine worden
behandeld moeten nauwgezet op stollingseffecten worden bewaakt wanneer behandeling
met fluoxetine wordt aangevangen of gestaakt. (zie `Voorzorgsmaatregelen', Hemorragie).
Elektroconvulsieve therapie (ECT): Er zijn sporadisch meldingen geweest van langdurige
convulsies bij met fluoxetine behandelde patiënten die aan ECT werden onderworpen.
Voorzichtigheid is daarom geboden.
Alcohol: Bij formeel onderzoek bleek dat fluoxetine het alcoholgehalte in het bloed niet
verhoogt en dat het de werkingen van alcohol niet versterkt. De combinatie van
behandeling met SSRI's en het gebruik van alcohol wordt echter afgeraden.
Sint-Janskruid: Evenals bij andere SSRI's het geval is, kunnen farmacodynamische
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 6/10
interacties tussen fluoxetine en het plantaardige kruidenpreparaat Sint-Janskruid
(Hypericum perforatum) optreden. Deze
interacties kunnen leiden tot een toename van
ongewenste bijwerkingen.
4.6. Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap: Onderzoekgegevens van een groot aantal aan fluoxetine blootgestelde
zwangerschappen leveren geen aanwijzingen op van teratogene effecten van fluoxetine.
Fluoxetine kan tijdens de zwangerschap worden gebruikt. Hierbij moet echter wel
voorzichtigheid worden betracht, vooral tijdens de laatste zwangerschapsfasen en direct
voor aanvang van de weeën, aangezien de volgende werkingen bij pasgeborenen zijn
gemeld: geïrriteerdheid, tremor, hypotonie, aanhoudend huilen, moeite met zuigen of met
slapen. Deze symptomen kunnen wijzen op zowel serotonerge effecten als
ontwenningssyndroom. Het tijdstip en de duur van deze symptomen kunnen verband
houden met de lange halfwaardetijd van fluoxetine (4-6 dagen) en van de werkzame
metaboliet norfluoxetine (4-16 dagen).
Borstvoeding: Gebleken is dat fluoxetine en diens metaboliet norfluoxetine met humane
moedermelk worden uitgescheiden. Er zijn ongunstige reacties gemeld bij zuigelingen die
met moedermelk werden gevoed. Indien geoordeeld wordt dat behandeling met fluoxetine
noodzakelijk is, moet men overwegen af te zien van borstvoeding. Als de borstvoeding
echter wordt voortgezet, dient de laagst mogelijke effectieve dosering te worden
voorgeschreven.
4.7. Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te
bedienen
Hoewel is aangetoond dat fluoxetine bij gezonde vrijwilligers geen invloed uitoefent op de
psychomotorische capaciteiten, kan elk psychoactief geneesmiddel afbreuk doen aan het
beoordelingsvermogen of de vaardigheden. Patiënten moet worden geadviseerd, het
autorijden of het bedienen van gevaarlijke apparaten te vermijden, totdat zij een redelijke
mate van zekerheid hebben dat capaciteiten daartoe niet worden beïnvloed.
4.8. Bijwerkingen
De bijwerkingen kunnen met het voortschrijden van de behandeling in intensiteit
verminderen en leiden in het algemeen niet tot beëindiging van de behandeling.
Evenals bij andere SSRI's zijn de volgende ongewenste bijwerkingen waargenomen:
Het gehele lichaam: Overgevoeligheid (bijv. pruritus, huiduitslag, urticaria, anafylactoïde
reacties, vasculitis, serumziekte-achtige reacties, angio-oedeem) (zie 'Contra-indicaties en
'Waarschuwingen'), koude rillingen, serotoninesyndroom, fotosensitiviteit en, zeer zelden,
toxische epidermale necrolyse (syndroom van Lyell).
Spijsverteringsstelsel: Gastro-intestinale stoornissen (bijv. diarree, misselijkheid, braken,
dyspepsie, dysfagie, veranderde smaakwaarneming), droge mond. Zelden zijn abnormale
uitslagen van leverfunctieonderzoeken gerapporteerd. Zeer zelden: gevallen van
idiosyncratische hepatitis.
Zenuwstelsel: Hoofdpijn, slaapstoornissen (bijv. abnormale dromen, insomnia),
duizeligheid, anorexia, vermoeidheid (bijv. slaperigheid, doezeligheid), euforie,
kortstondige abnormale bewegingen (bijv. zenuwtrekken, ataxie, tremor, myoclonus),
convulsies en psychomotorische rusteloosheid. Hallucinaties, manische reacties,
verwardheid, agitatie, angst en verwante symptomen (bijv. nervositeit), verminderd
concentratie- en denkvermogen (bijv. depersonalisatie), paniekaanvallen (deze
symptomen kunnen door de onderliggende aandoening worden veroorzaakt), zeer zelden
serotoninesyndroom.
Er zijn gevallen van suicidale ideevorming en suicidaal gedrag gemeld tijdens de
behandeling met fluoxetine of vlak na het stoppen van de behandeling (zie rubriek 4.4).
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 7/10
Urogenitale stelsel: Urineretentie, hoge mictiefrequentie.
Stoornissen van de voortplantingsorganen: Seksuele dysfunctie (vertraagde of uitblijvende
ejaculatie, anorgasmie), priapisme, galactorroe.
Diverse stoornissen: Alopecia, geeuwen, abnormale visus (bijv. vertroebelde visus,
mydriasis), zweten, vasodilatatie, artralgie, myalgie, orthostatische hypotensie,
ecchymose. Andere hemorragische verschijnselen (bijv. gynaecologische bloedingen,
gastro-intestinale bloedingen en andere cutane of mucosale bloedingen) zijn zelden
gemeld (zie 'Voorzorgsmaatregelen', Hemorragie).
Hyponatriëmie: Hyponatriëmie (met inbegrip van serumnatriumgehalten lager dan 110
mmol/l) is zelden gerapporteerd en bleek na beëindiging van de fluoxetinemedicatie
reversibel te zijn. Sommige van deze gevallen waren mogelijk het gevolg van ongepaste
afscheiding van het antidiuretisch hormoon. Het merendeel van de rapporten had
betrekking op oudere patiënten en patiënten die diuretica gebruikten of anderszins een
volumevermindering hadden.
Ademhalingsstelsel: Faryngitis, dyspneu. Pulmonale reacties (waaronder
ontstekingsprocessen van uiteenlopende histopathologie en/of fibrose) zijn zelden
gerapporteerd. Dyspneu is mogelijk het enige voorafgaande symptoom.
Er zijn in samenhang met SSRI's ontwenningsverschijnselen bij het beëindigen
gerapporteerd, hoewel het beschikbare onderzoekmateriaal niet aangeeft dat deze te
wijten waren aan afhankelijkheid. Algemene symptomen zijn onder meer duizeligheid,
paresthesie, hoofdpijn, angst en misselijkheid. De meeste van deze symptomen zijn licht
en zelfbeperkend. Fluoxetine is slechts zelden met dergelijke symptomen in verband
gebracht. De plasmaconcentraties van fluoxetine en norfluoxetine nemen bij beëindiging
van de therapie geleidelijk af. Bij de meeste patiënten is geleidelijke afbouw van de
dosering daarom niet nodig.
4.9. Overdosering
Gevallen van overdosering van uitsluitend fluoxetine hebben doorgaans een gunstig
verloop. Bij overdosering zijn onder meer de volgende symptomen waargenomen:
misselijkheid, braken, convulsies, cardiovasculaire disfunctie uiteenlopend van
asymptomatische aritmieën tot hartstilstand, pulmonale disfunctie en tekenen van
verandering in het centrale zenuwstelsel, variërend van opwinding tot coma. Sterfgevallen
als gevolg van overdosering van uitsluitend fluoxetine hebben zich uiterst sporadisch
voorgedaan. Bewaking van hart- en levensfuncties wordt aanbevolen, evenals algemene
symptomatische en ondersteunende maatregelen. Een specifiek antidotum is niet bekend.
Van geforceerde diurese, dialyse, hemoperfusie en wisseltransfusie is weinig positief effect
te verwachten. Geactiveerde kool, die met sorbitol kan worden gebruikt, kan even
doeltreffend zijn als - of doeltreffender dan -braken of maagspoeling. Houd bij de
behandeling van overdosering rekening met de mogelijkheid van meervoudige medicinale
inwerking. Bij patiënten die buitensporige hoeveelheden van een tricyclisch
antidepressivum hebben ingenomen kan intensieve medische observatie voor langere
duur noodzakelijk zijn, indien zij tevens fluoxetine gebruiken of hebben gebruikt.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1. Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: selectieve serotonine-heropnameremmers, ATC code:
N06AB03
Fluoxetine is een selectieve remmer van de heropname van serotonine; deze functie is
waarschijnlijk bepalend voor het werkingsmechanisme. Fluoxetine kent praktisch geen
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 8/10
affiniteit tot andere receptoren zoals 1-, 2-en -adrenerge serotonerge, dopaminerge,
histaminerge1, muscarinerge receptoren en GABA-receptoren.
Episodes van depressie in engere zin, in het bijzonder die met vitale kenmerken: Er zijn
klinische onderzoeken uitgevoerd bij patiënten met depressieve episoden versus
placebogroepen en actieve controlegroepen. Fluoxetine bleek, gemeten naar de Hamilton
Depression Rating Scale (HAM-D), significant effectiever dan placebo. In deze
onderzoeken leverde fluoxetine een significant hogere responsscore (naar wordt
weergegeven door een afname van 50% in de HAM-D score) en remissiescore op, in
vergelijking met placebo.
Obsessieve-compulsieve stoornis: In korte-termijn onderzoeken (minder dan 24 weken)
bleek fluoxetine significant effectiever dan placebo. Een dosering van 20 mg per dag
leverde therapeutisch effect op, maar hogere doses ( 40 of 60 mg per dag) brachten
hogere responscijfers teweeg. De werkzaamheid is niet in lange-termijn onderzoeken (drie
verlengingsfasen van korte-termijn onderzoeken en een recidive-preventieonderzoek)
aangetoond.
Boulimia nervosa: In korte-termijnonderzoeken (minder dan 16 weken) met
polikliniekpatiënten die voldeden aan de DSM-III-R-criteria voor boulimia nervosa, bleek
fluoxetine in een dosering van 60 mg per dag significant effectiever voor de vermindering
van eetbuien en purgeergedrag dan placebo. Ten aanzien van de werkzaamheid op
langere termijn kunnen echter geen conclusies worden getrokken.
Er zijn twee placebo-gecontroleerde onderzoeken uitgevoerd met patiënten die voldeden
aan de diagnostische criteria voor premenstruele dysforische stoornis (PMDD) volgens
DSM-IV. De patiënten werden voor deelname toegelaten indien hun symptomen van een
zodanige ernst waren dat zij afbreuk deden aan de sociale en beroepsmatige functies en
aan relaties met anderen. Patiënten die orale anti-conceptiemiddelen gebruikten, werden
niet toegelaten. In het eerste onderzoek, waarin gedurende 6 cycli continu 20 mg per dag
werd gedoseerd, werd verbetering waargenomen met betrekking tot de primaire
werkzaamheidsparameter (geïrriteerdheid, angst en dysforie). In het tweede onderzoek,
met intermitterende dosering in de luteale fase (20 mg per dag gedurende 14 dagen)
gedurende 3 cycli, werd verbetering waargenomen met betrekking tot de primaire
werkzaamheidsparameter (Daily Record of Severity of Problems score). Uit deze
onderzoeken kunnen echter ten aanzien van de werkzaamheid en de behandelingsduur
geen definitieve conclusies worden getrokken.
5.2. Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Fluoxetine wordt na orale toediening goed vanuit het maagdarmkanaal geabsorbeerd. De
biologische beschikbaarheid wordt niet door voedselinname beïnvloed.
Distributie
Fluoxetine is extensief gebonden aan plasma-eiwitten (ca. 95%) en wordt breed
gedistribueerd (distributievolume: 20-40 I/kg). Na enkele weken behandeling worden
steady-state plasmaconcentraties bereikt. De statische concentraties na langdurige
medicatie zijn gelijk aan de concentraties die na 4 tot 5 weken worden waargenomen.
Metabolisme
Fluoxetine heeft een niet-lineair farmacokinetisch profiel met 'first pass' effect in de lever.
De maximale plasmaconcentratie wordt in het algemeen 6 tot 8 uur na toediening bereikt.
Fluoxetine wordt extensief gemetaboliseerd door het polymorfe enzym CYP2D6.
Fluoxetine wordt primair door de lever gemetaboliseerd tot de werkzame metaboliet
norfluoxetine (demethylfluoxetine), door demethylering.
Eliminatie
De eliminatiehalfwaardetijd van fluoxetine is 4 tot 6 dagen en die van norfluoxetine
bedraagt 4 tot 16 dagen. Deze lange halfwaardetijden zijn bepalend voor het voortduren
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 9/10
van de werkzaamheid van het middel gedurende 5-6 weken na beëindiging. De
uitscheiding geschiedt voornamelijk (ca. 60%) via de nieren. Fluoxetine wordt
uitgescheiden in moedermelk.
Risicogroepen
· Ouderen:
Bij gezonde ouderen worden de kinetische parameters niet veranderd in vergelijking
met jongere patiënten.
· Leverinsufficiëntie:
In geval van leverinsufficiëntie (alcoholische cirrose) worden de halfwaardetijden van
fluoxetine en norfluoxetine verlengd tot respectievelijk 7 en 12 dagen. Een lagere of
minder frequente dosering moet dan worden overwogen.
· Nierinsufficiëntie:
Na toediening van fluoxetine als enkelvoudige dosis bij patiënten met een lichte,
matige of volledige nierinsufficiëntie (anurie) zijn de kinetische parameters niet
veranderd in vergelijking met gezonde vrijwilligers. Na herhaalde toediening kan echter
een verhoging van de steady state plasmaconcentraties worden waargenomen.
5.3. Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
In-vitro-onderzoeken en onderzoeken met proefdieren verschaffen geen aanwijzingen van
carcinogeniteit, mutageniteit of verslechtering van de vruchtbaarheid.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1. Lijst van hulpstoffen
Microkristallijne cellulose, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, maïszetmeel, crospovidon,
sacharine
natrium, magnesiumstearaat, pepermunt poeder.
6.2. Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3. Houdbaarheid
2 jaar.
6.4.
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25oC.
6.5.
Aard en inhoud van de verpakking
Polypropyleen flacons met polyethyleen deksel verpakt per 30, 100, 250 en 500 tabletten
of
high density polyethyleen flacons met polypropyleen schroefdop verpakt per 100 en 250
tabletten.
PVC/PE/PVdC/Al blisterverpakkingen verpakt per 7, 12, 14, 28 en 30 tabletten.
PVC/PE/PVdC/Al blisterverpakkingen verpakt per 30 (30x1) en 100 (100x1) tabletten.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
RVG 32369
Datum: september 2009
Pagina 10/10
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Mylan
B.V.
Dieselweg
25
3752 LB Bunschoten
8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 32369, Fluoxetine Disper Mylan 20 mg, dispergeerbare tabletten
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING
VAN DE VERGUNNING
03-10-2003 / 29-05-2007
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedeeltelijke herziening betreft rubriek 1 en 7: 15 mei 2008
Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 4.4 en 4.8: 4 augustus 2008
Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 4.3 en 4.5: 21 september 2009