Foradil CFK-vrije dosis-aërosol, aërosol, oplossing 12 microgram per dosis
Registratienummer: RVG 31993
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Foradil CFK-vrije Dosis-aërosol, Aërosol, oplossing, 12 microgram per dosis
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Iedere toegediende dosis bevat 12 microgram formoterolfumaraat dihydraat. Dit komt overeen met een
vrijgegeven dosis van 10,1 microgram.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
Aërosol, oplossing
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Langdurige symptomatische behandeling van persistent, matig tot ernstig astma bij patiënten die
regelmatig een behandeling met bronchodilatatoren nodig hebben in combinatie met een langdurige
anti-inflammatoire therapie (inhalatie- en/of orale glucocorticosteroïden).
De behandeling met glucocorticosteroïden moet op regelmatige basis worden voortgezet.
Foradil CFK-vrije Dosis-aërosol, Aërosol, oplossing is geïndiceerd voor de verlichting van broncho-
obstructieve symptomen bij patiënten met chronisch obstructieve longziekte (COPD).
4.2 Dosering en wijze van toediening De dosering hangt af van het type en de ernst van de ziekte.
De volgende dosering wordt aanbevolen voor volwassenen, waaronder ouderen, en adolescenten van
12 jaar en ouder:
Astma
Volwassenen en adolescenten van 12 jaar en ouder De gebruikelijke dosering is een inhalatie in de ochtend en in de avond (24 microgram
formoterolfumaraat dihydraat per dag). In ernstige gevallen mag de dosering worden verhoogd tot een
maximum van 2 inhalaties in de ochtend en in de avond (48 microgram formoterolfumaraat dihydraat
per dag). De maximale dagelijkse dosering is 4 inhalaties (48 microgram formoterolfumaraat
dihydraat).
Chronisch obstructieve longziekte (COPD)
Volwassenen (18 jaar en ouder) De gebruikelijke dosering is één inhalatie twee maal daags (één in de ochtend en één in de avond,
24 microgram formoterolfumaraat dihydraat per dag).
De dagelijkse dosering voor regelmatig gebruik mag niet hoger zijn dan de twee inhalaties. Indien
nodig, kunnen extra inhalaties bovenop die die voorgeschreven zijn voor regelmatig gebruik worden
gebruikt tot een maximale totale dagelijkse dosis van 4 inhalaties (regelmatig plus nodig). Er mogen
per keer niet meer dan 2 inhalaties worden genomen.
Patiënten mogen de inhalator 3 maanden na de datum van aflevering door de apotheker niet meer
gebruiken (zie rubriek 6.4).
2
Hoewel Foradil snel begint te werken, moeten langdurig werkende inhalatie-bronchodilatatoren
gebruikt worden voor bronchodilatator onderhoudstherapie. Foradil is niet bestemd om acute astma-
aanvallen te verlichten.
In het geval van een acute aanval moet een kortwerkende bèta-2-agonist worden gebruikt.
Patiënten moet geadviseerd worden om hun steroïdetherapie niet te stoppen of te veranderen als gestart
wordt met Foradil.
Als de symptomen aanhouden of verergeren, of als de aanbevolen dosis Foradil de symptomen
onvoldoende controleert (behoud van effectieve verlichting), is dit gewoonlijk een aanwijzing van een
verslechtering van de onderliggende conditie.
Nier- en leverinsufficiëntie
Er is geen theoretische reden om te suggereren dat aanpassing van de dosis Foradil noodzakelijk is bij
patiënten met nier- of leverinsufficiëntie, er zijn echter geen klinische gegevens gegenereerd om het
gebruik in deze groepen te ondersteunen.
Instructies voor gebruik
Om een juiste toediening van het geneesmiddel te garanderen, moet door de arts of een andere
beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg aan de patiënt getoond worden hoe de inhalator gebruikt
moet worden.
Voorafgaand aan het eerste gebruik en als de dosis-aërosol drie of meer dagen niet gebruikt is, moet er
een keer in de lucht gespoten worden om er zeker van te zijn dat de inhalator goed werkt. Voor zover
mogelijk is, moet de patiënt rechtop staan of zitten als de inhalator gebruikt wordt.
1.
Verwijder het beschermkapje van het mondstuk.
2.
Adem zo diep mogelijk uit.
3.
Houd de inhalator verticaal en breng het mondstuk in de mond, zó dat de lippen er stevig
omheen sluiten.
4.
Adem diep in door de mond en druk tegelijkertijd met de wijsvinger op het bovenste gedeelte
van de inhalator.
5.
Houd de adem zo lang mogelijk, zonder moeite in en verwijder daarna het mondstuk uit de
mond.
Als er nog een puf geïnhaleerd moet worden, moet de inhalator gedurende een halve minuut in
verticale positie gehouden worden, daarna kunnen stap 2 tot en met 5 herhaald worden.
Sluit na gebruik af met het beschermkapje.
BELANGRIJK: voer stap 2 tot en met 4 niet te snel uit.
Als een deel van het gas ontsnapt uit het bovenste deel van de inhalator of vanuit de mond, dan moet
de handeling herhaald worden vanaf stap 2.
Voor patiënten met een zwakke handgreep kan het gemakkelijker zijn om de inhalator met twee
handen vast te houden. In dit geval moet het bovenste deel van de inhalator met beide wijsvingers en
het onderste deel met beide duimen worden vastgehouden.
Het gebruik van een inhalator met voorzetkamer wordt gewoonlijk aanbevolen voor patiënten die
problemen hebben met de coördinatie van de inhalatie en het indrukken van de spuitbus, maar er zijn
geen klinische gegevens beschikbaar voor Foradil gecombineerd met voorzetkamers.
4.3 Contra-indicaties Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
3
Foradil moet strikt in overeenstemming met de doseringsaanbevelingen gebruikt worden (zie rubriek
4.2). Als er niet voldoende verbetering of zelfs een verslechtering van de ziekte ondanks de
voorgeschreven therapie optreedt, dan is een bezoek aan de arts nodig om het behandelingsprogramma
aan te passen en indien van toepassing extra medicatie toe te voegen. Een plotselinge en progressieve
verslechtering van de astma-aandoening kan levensbedreigend zijn en vraagt om onmiddellijke
medische interventie. Aanzienlijke overschrijding van de voorgeschreven individuele dosis of van de
totale dagelijkse dosis kan riskant zijn als gevolg van de effecten op het hart (cardiale aritmieën,
stijging van de bloeddruk) in combinatie met veranderingen in het zoutgehalte in lichaamsvloeistoffen
(elektrolyt wisseling) en moet daarom vermeden worden.
Foradil CFK-vrije Dosis-aërosol mag niet gebruikt worden bij kinderen zolang geen uitgebreide
ervaring beschikbaar is.
Bijkomende condities Foradil moet slechts met voorzichtigheid en onder de strikte voorwaarden van de indicatie worden
gebruikt door patiënten met derdegraads atrioventriculair blok, idiopathische subvalvulaire
aortastenose, hypertrofische obstructieve cardiomyopathie, verlenging van het QT-interval,
bijvoorbeeld aangeboren of geïnduceerd door geneesmiddelen (QT > 0,44 seconden), thyreotoxicose,
ernstige hartziekte, in het bijzonder acuut myocardinfarct, coronaire hartziekte, congestief hartfalen,
occlusieve vaatziekten, in het bijzonder arteriosclerose, arteriële hypertensie en aneurysma,
hyperthyreoïdie, refractaire diabetes mellitus, feochromocytoom.
Foradil mag alleen met speciale voorzorgsmaatregelen (bijvoorbeeld controle) bij patiënten met
tachycardiale aritmieën (versnelde en/of onregelmatige hartslag) gebruikt worden. De inhalatie van
hoge doses
formoterol kan een stijging van de bloedglucosespiegel veroorzaken. Deze parameter moet
daarom nauwkeurig worden gecontroleerd bij patiënten met diabetes. Indien anesthesie met
gehalogeneerde anesthetica gepland is, dan moet worden gegarandeerd dat Foradil tenminste 12 uur
voorafgaand aan de start van de anesthesie niet is toegediend.
Paradoxale bronchospasmen Zoals geldt voor iedere inhalatietherapie, kunnen in zeldzame gevallen paradoxale bronchospasmen
optreden. In deze situaties moet het gebruik van het geneesmiddel onmiddellijk worden stopgezet en
moet het behandelplan worden aangepast door de arts.
Hypokaliëmie Er is bewijs dat de daling van de kaliumspiegel in het bloed bij formoteroltherapie groter is dan
gedurende de behandeling met kortwerkende bèta-sympathicomimetica (bijvoorbeeld
salbutamol).
Daarom moet de kaliumspiegel in het bloed regelmatig worden gecontroleerd, in het bijzonder bij
patiënten met lage uitgangswaarden van de kaliumspiegel in het bloed of bij speciale risico's op
afname van kaliumspiegel in het bloed. De controle moet ook uitgevoerd worden als er geen afname
van deze spiegel optrad bij eerdere behandelingen met kortwerkende bèta-sympathicomimetica. Indien
van toepassing moet
kalium worden aangevuld.
De hypokaliëmie kan in het bijzonder optreden bij patiënten met ernstig astma die tegelijkertijd
behandeld worden met theofylline, corticoïden en/of diuretica. Als gevolg van de afgenomen
kaliumspiegel in het bloed wordt het effect van digitalisbevattende geneesmiddelen versterkt. Omdat
het risico samenhangend met hypokaliëmie wordt versterkt door hypoxie, moet voorzichtigheid in acht
worden genomen bij patiënten met acuut ernstig astma.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Geneesmiddelen zoals kinidine,
disopyramide, procaïnamide, fenothiazines, antihistaminica en
tricyclische antidepressiva kunnen geassocieerd worden met QT-interval verlenging en een verhoogd
risico op ventriculaire aritmieën (zie rubriek 4.4). Gelijktijdige toediening van andere
sympathicomimetische middelen kan de bijwerkingen van Foradil versterken.
Het gelijktijdig gebruik van formoterol en theofylline kan resulteren in een wederzijdse versterking
van de effecten en er is ook kans op meer bijwerkingen, zoals cardiale aritmie. Verbindingen die zelf
de sympathicomimetische effecten versterken, zoals levodopa,
levothyroxine,
oxytocine of alcohol,
kunnen ook de cardiovasculaire regeling beïnvloeden als deze gelijktijdig met formoterol worden
gebruikt.
4
Toediening van formoterol aan patiënten die behandeld worden met monoamineoxidaseremmers of
tricyclische antidepressiva moet met voorzichtigheid worden uitgevoerd, omdat de werking van bèta-
2-adrenerge stimulatoren op het cardiovasculair systeem versterkt kan worden.
De gelijktijdige toediening van xanthinederivaten, steroïden of diuretica kan het mogelijk
hypokaliëmisch effect van bèta-2-agonisten versterken. Hypokaliëmie kan de gevoeligheid voor
cardiale aritmieën bij patiënten die behandeld worden met
digitalis verhogen (zie rubriek 4.4).
Bèta-adrenerge blokkers kunnen het effect van Foradil verzwakken of neutraliseren. Daarom moet
Foradil niet tegelijk met bèta-adrenerge blokkers (inclusief oogdruppels) gegeven worden, tenzij er
noodzakelijke redenen zijn voor het gebruik ervan.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Er is op dit moment onvoldoende ervaring aanwezig over het gebruik van formoterol tijdens de
zwangerschap bij de mens. Hoewel er geen embryotoxische of teratogene effecten zijn waargenomen
in dierproeven, moet formoterol alleen als het absoluut noodzakelijk is, worden voorgeschreven tijdens
de zwangerschap, in het bijzonder in de eerste drie maanden.
De bekende tocolytische werking van bèta-2-sympathicomimetica van het type waartoe formoterol
behoort, vereist een grondige beoordeling van risico en baten voordat dit geneesmiddel kort voor de
bevalling gebruikt wordt.
Hoewel het niet bekend is of formoterol in de humane moedermelk overgaat, is formoterol aangetoond
in de moedermelk van dieren. Moeders die formoterol gebruiken moeten daarom afzien van het geven
van borstvoeding aan hun kinderen.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen Het is onwaarschijnlijk dat Foradil enig effect heeft op de rijvaardigheid en het vermogen om
machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen Bijwerkingen zijn ingedeeld in de volgende categorieën:
Vaak (>1/100, <1/10), Soms (>1/1000,
<1/100), Zelden(>1/10000, <1/1000), Zeer zelden (<1/10000) met inbegrip van meldingen van
geïsoleerde gevallen.
Bloed- en lymfestelselaandoeningen Zeer zelden met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen: trombopenie
Hartaandoeningen Vaak: palpitaties
Soms: tachycardie, tachyaritmie
Zelden: ventriculaire extrasystole, angina pectoris
Zeer zelden met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen: atriumfibrillatie
Maagdarmstelselaandoeningen Soms: misselijkheid, dysgeusie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Zeer zelden met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen: perifeer oedeem
Immuunsysteemaandoeningen Zelden: angioneurotisch oedeem
Onderzoeken Soms: verhoogde hoeveelheid
insuline in het bloed, verhoogde hoeveelheid vrije vetzuren, verhoogde
hoeveelheid bloed ketonlichamen
Zelden: verhoogde bloeddruk, verlaagde bloeddruk
Voedings- en stofwisselingsstoornissen Soms: hypokaliëmie, hyperglykemie
5
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Soms: spierkrampen, myalgie
Zenuwstelselaandoeningen Vaak: tremor, hoofdpijn
Soms: rusteloosheid, duizeligheid
Zeer zelden met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen: CNS stimulerende effecten zijn
sporadisch gemeld na inhalatie van bèta-2-sympathicomimetica zich uitend als zeer geprikkeld zijn.
Deze effecten zijn voornamelijk waargenomen bij kinderen tot de leeftijd van 12 jaar.
Psychische stoornissen Zeer zelden met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen: ongewoon gedrag,
slaapstoornissen, hallucinaties
Nier- en urinewegaandoeningen Zelden: nefritis
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Vaak: hoesten
Soms: keelirritatie
Zelden: paradoxale bronchospasmen
Zeer zelden met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen: dyspneu, astma-exacerbatie
Huid- en onderhuidaandoeningen Soms: pruritus, exantheem, hyperhydrose
Zelden: urticaria
Tremor, braken, dysgeusie, keelirritatie, hyperhydrose, rusteloosheid, hoofdpijn, duizeligheid en
spierkrampen kunnen vanzelf verdwijnen binnen één à twee weken na start en continuering van de
behandeling.
4.9 Overdosering Er is op dit moment geen klinische ervaring met de behandeling van overdosering, echter, een
overdosering van Foradil leidt waarschijnlijk tot effecten die typisch zijn voor bèta-2-adrenerge
agonisten: misselijkheid, braken, hoofdpijn, tremor, slaperigheid, palpitaties, tachycardie, ventriculaire
aritmieën, metabole acidose, hypokaliëmie, hyperglykemie.
Behandeling van overdosering
Ondersteunende en symptomatische behandeling is aangewezen. Ernstige gevallen moeten in het
ziekenhuis behandeld worden. Het gebruik van cardioselectieve bèta-adrenerge blokkers kan
overwogen worden, maar alleen met extreme voorzichtigheid, omdat het gebruik van bèta-adrenerge
blokkerende medicatie bronchospasme kan veroorzaken. Het kaliumgehalte van het bloed moet
gecontroleerd worden.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Adrenergica, inhalatoren, selectieve bèta-2-adrenoreceptor
agonisten.
ATC-code: R03AC13.
Formoterol is voornamelijk een selectieve bèta-2-stimulator. Formoterol heeft een
bronchusverwijdende werking bij patiënten met reversibele obstructieve ziekten aan de luchtwegen.
De werking treedt snel op, namelijk binnen 1 tot 3 minuten, en het bronchusverwijdende effect houdt
6
na de inhalatie tot 12 uur lang aan. Bij mensen is formoterol effectief in het voorkomen van
bronchospasmen die geïnduceerd worden door een methacholineprovocatie.
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Zoals ook het geval is voor andere verbindingen die toegediend worden door inhalatie, wordt 90% van
de geïnhaleerde formoterol dosis doorgeslikt en geabsorbeerd vanuit het maagdarmkanaal. De
farmacokinetische eigenschappen van de orale formulering kunnen dus geëxtrapoleerd worden naar de
inhalatie van een dosis aërosol.
De absorptie is zowel snel als uitgebreid: na inhalatie van een therapeutische dosis (12 microgram) van
Foradil Dosis-aërosol door astmapatiënten, wordt de piekplasmaconcentratie ongeveer 15 minuten na
inhalatie waargenomen, eerder dan waargenomen met een formoterol poeder inhalatie. In het algemeen
moet rekening gehouden worden met de absorptiesnelheid wanneer patiënten van de ene
formoterolformulering op de andere worden omgezet.
De absorptie is lineair na inhalatie van 12 tot 96 microgram formoterolfumaraat dihydraat.
Orale doseringen tot 300 microgram formoterol worden snel geabsorbeerd vanuit het
maagdarmkanaal. De piekplasmaconcentratie van de onveranderde verbinding wordt na 30 minuten tot
een uur bereikt. Meer dan 65% van de orale dosering van 80 microgram wordt geabsorbeerd.
Er is dosislineariteit aanwezig binnen een doseringsreeks van 20 tot 300 microgram (orale toediening).
Herhaalde dagelijkse toediening van 40 tot 160 microgram per dag leidt niet tot accumulatie vanwege
de korte halfwaardetijd. De farmacokinetiek van formoterol verschilt niet significant tussen mannen en
vrouwen.
De plasma-eiwitbinding is 61 tot 64% (34% aan
albumine), de bindingsplaatsen zijn niet verzadigd bij
therapeutische doses.
Formoterol wordt voornamelijk gemetaboliseerd door directe glucuronidering en wordt volledig
geëlimineerd. Een andere stofwisselingsweg is O-demethylering, gevolgd door glucuronidering en
opeenvolgende volledige eliminatie.
Diverse CYP 450 isoenzymen katalyseren de transformatie (2D6, 2C19, 2C9 en 2A6) en daardoor is
de mogelijkheid voor metabole geneesmiddel-geneesmiddel interacties gering. De kinetiek van
formoterol is gelijk na enkelvoudige en herhaalde toediening, wat aangeeft dat er geen auto-inductie of
remming van het metabolisme optreedt.
De eliminatie van formoterol uit de circulatie lijkt volgens een polyfasisch patroon te verlopen; de
beschreven halfwaardetijd hangt af van het beschouwde tijdsinterval. Op basis van plasma- of
bloedconcentraties op 6, 8 of 12 uur na orale toediening, werd een eliminatiehalfwaardetijd van circa
2-3 uur bepaald. Uit de uitscheidingssnelheid in de urine tussen 3 en 16 uur na inhalatie, is een
halfwaardetijd van circa 5 uur berekend.
Het actieve bestanddeel en de metabolieten worden volledig uitgescheiden, twee derde van de oraal
toegediende dosis met de urine en een derde met de feces. Na inhalatie wordt gemiddeld 6-9% van een
dosis onveranderd in de urine uitgescheiden. De renale klaring van formoterol bedraagt 150 ml/min.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek De effecten van formoterol bij ratten en honden zijn voornamelijk beperkt tot het cardiovasculaire
systeem en bestaan uit bekende farmacologische uitingen van hoge doseringen van bèta-2-agonisten.
Een iets verminderde fertiliteit is waargenomen bij mannelijke ratten bij een erg hoge systemische
blootstelling aan formoterol.
Er zijn geen genotoxische effecten van formoterol waargenomen in in-vivo en in-vitro testen. Bij
ratten en muizen is een geringe toename van de incidentie van goedaardige uterus leiomyomata
waargenomen. Dit effect wordt beschouwd als een klasse effect in knaagdieren na langdurige
blootstelling aan hoge doseringen bèta-2-agonisten.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
7
Norfluraan
Ethanol watervrij
Zoutzuur
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid 18 maanden (zie ook rubriek 6.4)
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Vóór aflevering aan de patiënt:
Bewaren bij 2 °C 8 °C (maximaal 15 maanden).
Na aflevering:
Bewaren beneden 30 °C (maximaal 3 maanden).
6.5 Aard en inhoud van de verpakking De
aluminium spuitbus is voorzien van doseerventiel, aandrijving en beschermkapje en bevat inhalatie
oplossing onder druk.
Elke spuitbus levert 100 of 120 inhalaties.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen <en andere instructies> Voor de apotheek: Noteer de datum van afleveren aan de patiënt op de verpakking.
Verzeker u van het feit dat er een periode van minstens 3 maanden is tussen de datum van afleveren en
de houdbaarheidsdatum zoals geprint op de verpakking.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Novartis Pharma B.V.
Raapopseweg 1
6824 DP ARNHEM
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 31993
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
27 juli 2005
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedeeltelijke herziening rubrieken 4.2, 4.4 en 4.8: 6 juli 2009
8