Granisetron Hikma, concentraat voor oplossing voor infusie, 1 mg/ml
Registratienummer: RVG 103103
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Granisetron Hikma, oplossing voor injectie, 1 mg/ml
Granisetron Hikma, concentraat voor oplossing voor infusie, 1 mg/ml
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
ampul met
granisetronhydrochloride overeenkomend met 1 mg granisetron in 1 ml oplossing voor
injectie (1 mg/1 ml)
ampul met granisetronhydrochloride overeenkomend met 3 mg granisetron in 3 ml concentraat
voor oplossing voor infusie (3 mg/3 ml)
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol
natrium (23 mg), wat wil zeggen dat het vrijwel
natriumvrij is.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM Oplossing voor injectie (1 mg/1 ml).
Concentraat voor oplossing voor infusie (3 mg/ 3ml).
pH: 4,0 6,0
Osmolaliteit: 250 350 mosmol/kg
Granisetron Hikma is een heldere en kleurloze oplossing voor injectie die wordt geleverd in kleurloze
glazen ampullen.
OPC voor 1ml-ampul blauw
OPC voor 3ml-ampul oranje
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1. Therapeutische indicaties Granisetron Hikma wordt gebruikt voor:
preventie of behandeling van acute misselijkheid en braken veroorzaakt door behandeling met
cytostatica (chemotherapie en radiotherapie) bij toediening op de dag van de behandeling bij
volwassenen en kinderen ouder dan 2 jaar,
preventie en behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken bij gynaecologische
ingrepen.
4.2. Dosering en wijze van toediening
Chemotherapie en radiotherapie: Volwassenen:
De dosis bedraagt 3 mg en kan als volgt worden toegediend:
concentraat voor oplossing voor infusie: verdunnen met 20 tot 50 ml infusieoplossing en de
verdunde oplossing toedienen door middel van een 5 minuten durende intraveneuze infusie;
oplossing voor injectie: toe te dienen door middel van langzame, 30 seconden durende
intraveneuze injectie.
Profylaxe: De intraveneuze infusie of injectie van een dosis van 3 mg moet plaatsvinden vóór aanvang van de
behandeling met cytostatica. Er mag in elk geval maximaal tweemaal per 24 uur een extra
intraveneuze infusie of injectie met 3 mg Granisetron Hikma worden toegediend; elk van de
intraveneuze infusies of injecties moet in respectievelijk 5 minuten of 30 seconden worden toegediend.
Tussen elke intraveneuze infusie of injectie moet een tussenperiode zitten van ten minste 10 minuten.
Uit klinische onderzoeken is gebleken dat bij de meeste patiënten een eenmalige dosis Granisetron
Hikma voldoende was om misselijkheid en braken gedurende 24 uur onder controle te houden.
Behandeling: Voor behandeling wordt dezelfde dosis Granisetron Hikma toegediend als voor profylaxe. Tussen elke
intraveneuze infusie of injectie moet een tussenperiode zitten van ten minste 10 minuten.
Granisetron Hikma in combinatie met dexamethason: De werkzaamheid van granisetron kan worden versterkt door toevoeging van
dexamethason.
Maximumdosis: In een periode van 24 uur mogen maximaal 3 infusies of injecties met 3 mg Granisetron Hikma
worden toegediend.
Speciale patiëntgroepen:
Kinderen: De werkzame dosis bij kinderen bedraagt 40 µg/kg lichaamsgewicht (maximumdosis 3 mg).
Ouderen: Het werkzaamheids- en veiligheidsprofiel van Granisetron Hikma bij ouderen en jongvolwassenen is
vergelijkbaar, zodat de dosering bij ouderen niet hoeft te worden aangepast (zie rubriek 5.2).
Patiënten met een nierfunctiestoornis:
Dezelfde dosis als vermeld onder "volwassenen" (zie rubriek 5.2).
Patiënten met een leverfunctiestoornis:
Dezelfde dosis als vermeld onder "volwassenen" (zie rubriek 5.2).
Postoperatieve misselijkheid en braken bij gynaecologische ingrepen:
Volwassenen
Preventie: Voor preventie moet een eenmalige dosis van 1 mg Granisetron Hikma (bijvoorbeeld Granisetron
Hikma 1 mg/1 ml) worden toegediend door middel van een langzame, 30 seconden durende
intraveneuze injectie voordat de patiënt onder narcose wordt gebracht.
Behandeling: Voor de behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken moet een eenmalige dosis van 1 mg
Granisetron Hikma (bijvoorbeeld Granisetron Hikma 1 mg/1 ml) worden toegediend door middel van
een langzame, 30 seconden durende intraveneuze injectie.
Speciale patiëntgroepen:
Kinderen: Er is geen ervaring met het gebruik van Granisetron Hikma voor de preventie en behandeling van
postoperatieve misselijkheid en braken bij kinderen.
Ouderen: Het werkzaamheids- en veiligheidsprofiel van Granisetron Hikma bij ouderen en jongvolwassenen is
vergelijkbaar, zodat de dosering bij ouderen niet hoeft te worden aangepast (zie rubriek 5.2).
Patiënten met een nierfunctiestoornis:
Dezelfde dosis als vermeld onder "volwassenen" (zie rubriek 5.2).
Patiënten met een leverfunctiestoornis:
Dezelfde dosis als vermeld onder "volwassenen" (zie rubriek 5.2).
4.3. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor granisetron.
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Aangezien Granisetron Hikma de darmmotiliteit kan verminderen, moeten patiënten met subacute
darmafsluiting na toediening van Granisetron Hikma nauwlettend worden gevolgd. Er zijn geen
speciale voorzorgsmaatregelen nodig voor ouderen of patiënten met een nier- of leverfunctiestoornis.
Hoewel er tot nu toe geen aanwijzingen zijn dat bijwerkingen bij patiënten met een
leverfunctiestoornis vaker optreden, moet Granisetron Hikma in verband met de kinetiek bij deze
categorie patiënten met enige voorzichtigheid worden toegediend.
Voor gebruik bij kinderen is voorzichtigheid is geboden omdat de klinische ervaring beperkt is.
Granisetron Hikma mag nooit worden toegediend aan kinderen jonger dan 2 jaar.
4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Uit experimenteel onderzoek bij dieren is gebleken dat granisetron het cytochroom-P450-
enzymsysteem bevordert noch remt. Bij de mens heeft leverenzyminductie door
fenobarbital geleid tot
een toename van de totale plasmaklaring (circa 25%) na intraveneuze toediening van granisetron.
Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen gevonden voor een interactie van granisetron met geneesmiddelen
die vaak worden voorgeschreven bij een anti-emetogene therapie, zoals benzodiazepinen, neuroleptica
en geneesmiddelen voor peptische aandoeningen (bijvoorbeeld
lorazepam,
haloperidol en
cimetidine).
Ook zijn er geen interacties gevonden tussen granisetron en emetogene cytostatische behandelingen.
Er zijn geen specifieke interactieonderzoeken met Granisetron Hikma uitgevoerd bij patiënten onder
anesthesie. Granisetron is echter wel veilig toegediend tegelijkertijd met zowel anesthetica als
analgetica.
In-vitro-onderzoeken met humane microsomale enzymsystemen hebben tevens aangetoond
dat subgroep 3A4 (betrokken bij het metabolisme van enkele belangrijke narcotische analgetica) van
het CYP-P450-enzymsysteem gestimuleerd noch geremd wordt door granisetron.
4.6. Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van de stof bij zwangere vrouwen om te kunnen
oordelen over de mogelijke schadelijkheid. Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen voor schadelijke
effecten gebleken tijdens experimenteel onderzoek bij dieren.
Granisetron dient niet tijdens de zwangerschap te worden gebruikt, tenzij dit strikt noodzakelijk is.
Borstvoeding
Er zijn geen gegevens over de uitscheiding van granisetron in moedermelk. Granisetron Hikma wordt
daarom niet aanbevolen bij vrouwen die borstvoeding geven.
4.7. Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen Bij gezonde personen zijn na intraveneuze toediening van granisetron (tot 200 µg/kg) geen effecten
waargenomen op het EEG in rust of op de resultaten van psychometrische onderzoeken die van
klinisch belang zijn. Er zijn geen gegevens over het effect van Granisetron Hikma op de
rijvaardigheid. In klinische onderzoeken zijn incidentele gevallen gemeld van sufheid.
4.8. Bijwerkingen Onderzoek heeft aangetoond dat granisetron door de mens goed wordt verdragen.
Voorkomen van bijwerkingen is als volgt beschreven:
Zeer vaak (1/10);
Vaak (1/100, <1/10);
Soms (1/1.000, <1/100);
Zelden (1/10.000, <1/1.000);
Zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Zenuwstelselaandoeningen
Zeer vaak: hoofdpijn
Maagdarmstelselaandoeningen
Zeer vaak: obstipatie, ileus
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zeer zelden: huiduitslag
Immuunsysteemaandoeningen
Zelden: allergische reacties; overgevoeligheidsreacties
Zeer zelden: ernstige overgevoeligheidsreacties (anafylaxie)
Lever- en galaandoeningen
Zelden
: voorbijgaande lichte toename van de levertransaminasen. (Deze stijgingen vallen binnen het
normale bereik en zijn in gelijke frequentie waargenomen bij andere anti-emetogene behandelingen
waarmee Granisetron Hikma is vergeleken)
Algemeen
Zeer zelden:
slaperigheid
4.9. Overdosering Er is geen specifiek antidotum. In geval van overdosering moet symptomatische behandeling worden
ingesteld. Eén patiënt kreeg 10 maal de aanbevolen dosis Granisetron Hikma. Er werd melding
gemaakt van een lichte hoofdpijn. Er werden geen andere verschijnselen waargenomen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1. Farmacodynamische eigenschappen Farmacotherapeutische categorie: serotonine (5HT3) -antagonisten; ATC-code: A04AA02
Granisetron is een krachtig anti-emeticum en een uiterst selectieve 5-HT3-receptorantagonist.
Farmacologisch onderzoek heeft aangetoond dat granisetron werkzaam is tegen misselijkheid en
braken ten gevolge van cytostatische behandeling.
Granisetron oplossing voor injectie is effectief als profylaxe en behandeling van postoperatieve
misselijkheid en braken bij gynaecologische ingrepen.
Onderzoeken met radioliganden hebben aangetoond dat de affiniteit van granisetron voor andere
receptorentypen, waaronder 5-HT1-, 5-HT2-, 5-HT4- en dopamine D2-receptoren, te verwaarlozen is.
Granisetron beïnvloedt de prolactine- en aldosteronspiegel niet.
5.2. Farmacokinetische eigenschappen
De farmacokinetiek van granisetron is uitgebreid onderzocht voor intraveneuze doses variërend van 30
tot 300 g/kg bij vrijwilligers en van 10 tot 160 g/kg bij patiënten. Bij deze doses bleek de kinetiek
van granisetron lineair te zijn.
Distributie Granisetron wordt gedistribueerd met een gemiddeld distributievolume van ongeveer 3 l/kg. De
plasma-eiwitbinding is ongeveer 65%.
De totale plasmaklaring bij gezonde vrijwilligers benadert de waarde van de hepatische
plasmadoorstroming (ongeveer 0,7 l/uur/kg). Bij patiënten kan de totale plasmaklaring ongeveer 50%
lager zijn. De gemiddelde plasmahalfwaardetijd bij patiënten bedraagt 9 uur; de interindividuele
variatie is groot.
Er is geen duidelijke relatie tussen de plasmaconcentratie en het anti-emetisch effect. Er kan sprake
zijn van klinische werkzaamheid, zelfs wanneer er geen granisetron in het plasma aantoonbaar is.
Metabolisme De biotransformatie verloopt via N-demethylering en oxidatie van de aromatische ring, gevolgd door
conjugatie.
Eliminatie Granisetron wordt voornamelijk metabool geklaard. De uitscheiding in de urine van
onveranderd granisetron bedraagt gemiddeld 12% van de dosis. De metabolieten worden uitgescheiden in urine
(circa 50%) en in feces (circa 38%).
Farmacokinetiek bij speciale populaties Na een eenmalige dosis lagen de farmacokinetische parameters bij ouderen binnen hetzelfde
spreidingsgebied als bij jongere gezonde personen. De gemiddelde plasmaklaring bij ouderen bedroeg
echter ongeveer 50% van de gemiddelde plasmaklaring bij gezonde jonge vrijwilligers.
Uit de gegevens blijkt dat de farmacokinetische parameters na een eenmalige dosis bij patiënten met
een ernstige nierfunctiestoornis in het algemeen gelijk zijn aan die bij gezonde personen.
5.3. Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek Preklinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor de mens. Deze gegevens zijn afkomstig
uit conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde
dosering, genotoxiciteit en reproductietoxiciteit.
Verschijnselen van acute toxiciteit van granisetron betrof bij dieren voornamelijk stimulatie van het
centrale zenuwstelsel.
In een 2 jaar durend carcinogeniteitsonderzoek bij muizen en ratten werd een toename waargenomen
in de incidentie van hepatocellulaire carcinomen en/of adenomen bij doses hoger dan 7 maal de
maximaal aanbevolen dagdosis bij de mens op basis van mg/kg. Als granisetron wordt gebruikt zoals
aanbevolen, wordt er geen relevant risico verwacht. Als er gedurende langere tijd hogere doses worden
gebruikt, kan een carcinogeen risico niet worden uitgesloten.
Een onderzoek in gekloonde humane cardiale ionkanalen heeft aangetoond dat granisetron invloed kan
hebben op de cardiale repolarisatie via blokkade van HERG-kaliumkanalen. De klinische relevantie
van deze bevinding is onduidelijk.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1. Lijst van hulpstoffen Natriumchloride Citroenzuurmonohydraat E330
Zoutzuur: voor pH-aanpassing
E507
Natriumhydroxide: voor pH-aanpassing E524
Water voor injecties
6.2. Gevallen van onverenigbaarheid Als algemene voorzorgsmaatregel geldt dat Granisetron Hikma niet in dezelfde injectiespuit of
dezelfde infuuszak mag worden vermengd met andere geneesmiddelen dan
dexamethasonnatriumfosfaat. In geval van profylactische behandeling moet de bereide infusie- of
injectievloeistof met Granisetron Hikma worden toegediend vóór aanvang van de chemotherapie of
radiotherapie of vóór de patiënt onder narcose wordt gebracht.
6.3. Houdbaarheid 2 jaar.
Verdunde oplossingen zijn bij bewaring beneden 25 °C gedurende 24 uur chemisch stabiel.
Vanuit microbiologisch oogpunt moet het geneesmiddel onmiddellijk worden gebruikt. Indien de
oplossing niet onmiddellijk wordt gebruikt, zijn de bewaartijden en -condities voorafgaand aan het
gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Normaal zou de bewaartijd niet langer mogen zijn
dan 24 uur bij 2 °C 8 °C, tenzij de verdunning is uitgevoerd onder gecontroleerde en gevalideerde
aseptische omstandigheden.
6.4. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren Niet in de koelkast of de vriezer bewaren
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
Voor de bewaarcondities van het verdunde geneesmiddel, zie rubriek 6.3
6.5. Aard en inhoud van de verpakking
1ml-ampul van kleurloos glas type I met blauwe OPC: 1 en 5 ampullen per verpakking.
3ml-ampul van kleurloos glas type I met oranje OPC: 5 ampullen per verpakking.
6.6. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Uitsluitend voor eenmalig gebruik. Alle niet-gebruikte oplossing moet worden weggegooid.
De oplossing moet voorafgaand aan gebruik visueel worden gecontroleerd. Er mogen uitsluitend
heldere oplossingen worden gebruikt die praktisch vrij van deeltjes zijn.
Intraveneuze infusies met Granisetron Hikma kunnen het beste vlak voor het moment van toediening
worden bereid.
Bereiding van oplossing voor infusie voor volwassenen:
Voor de bereiding van een infusievloeistof met een dosis van 3 mg, dient 3 ml concentraat voor
oplossing voor infusie te worden verdund tot een volume van 20 tot 50 ml met een van de volgende
infusievloeistoffen:
natriumchloride 0,9%, natriumchloride 0,18% +
glucose 4%, glucose 5%,
hartmann-oplossing, natriumlactaat 1,87%,
mannitol 10%.
Bereiding van oplossing voor infusie voor kinderen: Voor de bereiding van een infusievloeistof met een dosis van 40 µg/kg lichaamsgewicht dient een
juiste hoeveelheid van het concentraat voor oplossing voor infusie te worden verdund tot een volume
van 10-30 ml met een van de bovengenoemde oplossingen voor intraveneuze infusie.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Hikma Farmacêutica (Portugal), S.A.
Estrada do Rio da Mó, 8, 8A e 8B
Fervença
2705-906 Terrugem SNT
Portugal
e-mail:geral@hikma.pt
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN Granisetron Hikma, oplossing voor injectie, 1 mg/ml
RVG 34915
Granisetron Hikma, concentraat voor oplossing voor infusie, 1 mg/ml
RVG 103103
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING 16 oktober 2008
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 4.4 tot 4.8 en 5.3: 15 februari 2010