Granisetron Actavis 3 mg/3 ml, concentraat voor oplossing voor infusie of injectie, 3 ml
Registratienummer: RVG 34974
Granisetron Actavis 1 mg/1 ml en 3 mg/3 ml, concentraat voor oplossing voor
infusie/injectie,
RVG 34973 en 34974
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 0812
Pag. 1 van 8
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Granisetron Actavis 1 mg/1 ml concentraat voor oplossing voor infusie/injectie, 1 ml
Granisetron Actavis 3 mg/3 ml concentraat voor oplossing voor infusie/injectie, 3 ml
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 1 ml concentraat voor oplossing voor infusie/injectie bevat 1 mg granisetron (als
granisetronhydrochloride).
Een ampul van 3 ml bevat 3 mg granisetron (als granisetronhydrochloride).
Hulpstof(fen):
natriumchloride 9 mg/ml (overeenkomend met 3,54 mg
natrium/ml).
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
Concentraat voor oplossing voor infusie/injectie
Heldere, kleurloze of enigszins gelige oplossing in een heldere glazen ampul. pH 4,7-
8,0.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties Granisetron Actavis is geïndiceerd voor de preventie en behandeling van misselijkheid
en braken als gevolg van een cytostatische behandeling, en voor preventie en
behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Voor intraveneuze toediening alleen als infusie of bolusinjectie.
Preventie en behandeling van misselijkheid en braken bij cytostatische behandeling:
Volwassenen:
Er moet 3 mg (3ml) toegediend worden,
hetzij in 15 ml infusievloeistof als intraveneuze
bolusinjectie (30 sec),
hetzij verdund in 20-50 ml oplossing voor infusie als intraveneuze
infusie gedurende 5 minuten vlak voor de chemotherapie. De behandeling mag
gedurende de daaropvolgende 24 uur tweemaal herhaald worden. Tussen de herhaalde
behandelingen moet een tijdsinterval van minimaal 10 minuten in acht worden genomen.
Kinderen (2 tot 16 jaar):
Een enkelvoudige dosis van 20 g/kg lichaamsgewicht wordt gedurende vijf minuten
toegediend als intraveneuze infusie, verdund in 10-30 ml oplossing voor infusie. De
toediening moet voltooid zijn voordat met de cytostatische behandeling wordt begonnen.
Zonodig kan een extra dosis van 20 g/kg lichaamsgewicht binnen 24 uur worden
toegediend. Het tijdsinterval tussen de herhaalde behandelingen moet ten minste 10
minuten bedragen.
1
Granisetron Actavis 1 mg/1 ml en 3 mg/3 ml, concentraat voor oplossing voor
infusie/injectie,
RVG 34973 en 34974
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 0812
Pag. 2 van 8
Preventie en behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken
Volwassenen:
Er moet 1 mg (1 ml) verdund worden tot 5 ml en toegediend als langzame intraveneuze
injectie (30 sec) voorafgaan aan de anesthesie. De behandeling mag gedurende de
daaropvolgende 24 uur eenmaal herhaald worden.
Maximale dosis en duur van de behandeling
Twee doseringen (2 mg) op een dag.
Kinderen:
Er is geen ervaring met het gebruik van Granisetron Actavis voor de preventie en
behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken bij kinderen. Daarom kan
Granisetron Actavis niet worden aanbevolen voor de behandeling van postoperatieve
misselijkheid en braken bij deze leeftijdsgroep.
Ouderen
Net als bij volwassenen.
Verminderde nierfunctie Geen bijzondere vereisten.
Verminderde leverfunctie Granisetron Actavis moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een
verminderde leverfunctie.
4.3 Contra-indicaties Overgevoeligheid voor granisetron en daaraan verwante stoffen of voor een van de
hulpstoffen (zie rubriek 6.1).
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Aangezien granisetron de darmmotiliteit kan verminderen moeten patiënten met tekenen
van een subacute intestinale obstructie zorgvuldig gecontroleerd worden na toediening
van granisetron.
Het effect van granisetron kan verhoogd worden door gelijktijdige toediening van
dexamethason of andere glucocorticoïden.
5-HT3-antagonisten zoals granisetron kunnen in verband worden gebracht met aritmie of
een afwijkend ECG. Dit kan klinisch significant zijn bij patiënten met een reeds
bestaande aritmie of hartgeleidingsstoornissen, of bij patiënten die behandeld worden
met anti-aritmica of bètablokkers.
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosering, en is dus in
feite 'natriumvrij'.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
2
Granisetron Actavis 1 mg/1 ml en 3 mg/3 ml, concentraat voor oplossing voor
infusie/injectie,
RVG 34973 en 34974
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 0812
Pag. 3 van 8
Dierproeven hebben aangetoond dat granisetron het cytochroom P450 enzymsysteem
niet stimuleert en niet remt.
Aangezien granisetron gemetaboliseerd wordt door hepatische cytochroom P450-
enzymen kunnen inductoren of inhibitoren van deze enzymen de klaring veranderen, en
daarmee de halfwaardetijd van granisetron.
Bij proefpersonen heeft hepatische enzyminductie door
fenobarbital geleid tot een
toegenomen totale plasmaklaring (circa 25%) na intraveneuze toediening van
granisetron.
Tot op heden is geen interactie waargenomen tussen granisetron en geneesmiddelen
die vaak bij een anti-emetische behandeling worden voorgeschreven, zoals
benzodiazepines, neuroleptica en geneesmiddelen voor peptische indicaties. Bovendien
is geen interactie waargenomen tussen granisetron en emetogene cytostatische
behandelingen.
In vitro onderzoek geeft aan dat
ketoconazol het metabolisme van granisetron kan
remmen via de cytochroom P450 3A iso-enzymen. De klinische significantie hiervan is
onbekend.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap:
Onderzoek bij een beperkt aantal aan granisetron blootgestelde zwangere vrouwen
toont aan dat het middel geen nadelige effecten heeft op de zwangerschap of de
gezondheid van de foetus/neonatus. Tot nu toe zijn er geen andere relevante
epidemiologische gegevens beschikbaar. Dierproeven geven niet aan dat er
rechtstreekse of indirecte schadelijke effecten zijn met betrekking tot de zwangerschap,
de embryonale/foetale ontwikkeling, de geboorte of de postnatale ontwikkeling (zie
rubriek 5.3).
Granisetron mag niet bij zwangere vrouwen worden gebruikt tenzij dit strikt noodzakelijk
is, en voorzichtigheid is geboden als het middel aan zwangere vrouwen wordt
voorgeschreven.
Borstvoeding:
Aangezien er geen gegevens zijn over de excretie van granisetron in moedermelk dient
het geven van borstvoeding tijdens de behandeling gestaakt te worden.
4.7 Gevolgen voor de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken
Er is geen informatie beschikbaar over mogelijke nadelige effecten van granisetron op
de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen.
3
Granisetron Actavis 1 mg/1 ml en 3 mg/3 ml, concentraat voor oplossing voor
infusie/injectie,
RVG 34973 en 34974
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 0812
Pag. 4 van 8
4.8 Bijwerkingen
Hartaandoeningen
· Zelden (>1/10 000, <1/1 000):
Aritmie, pijn op de borst
Zenuwstelselaandoeningen
· Zeer vaak (1/10)
Hoofdpijn
· Zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan Coma, extrapyramidale stoornis
niet beoordeeld worden uit de beschikbare
gegevens)
Maagdarmstelselaandoeningen
· Zeer vaak (1/10)
Misselijkheid, constipatie
· Vaak
(1/100 en <1/10)
Verminderde eetlust, diarree, braken,
buikpijn
Huid- en onderhuidaandoeningen
· Zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan
niet beoordeeld worden uit de beschikbare Huiduitslag
gegevens)
Algemene aandoeningen en
toedieningsplaatsstoornissen
· Vaak
(1/100 en <1/10)
Asthenie, pijn, koorts
· Zeer zelden (<10.000), niet bekend (kan
Anafylaxie, flauwvallen, duizeligheid,
niet beoordeeld worden uit de beschikbare slapeloosheid, agitatie
gegevens)
Lever- en galaandoeningen
· Zelden zeer zelden (<1/1000)
Abnormale leverfunctie, verhoogde
transaminasen
Psychische stoornissen
· Zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan Anorexia
niet beoordeeld worden uit de beschikbare
gegevens)
4.9 Overdosering Overdosering tot maximaal 38,5 mg granisetronhydrochloride, toegediend als
enkelvoudige parenterale dosering, is gemeld zonder symptomen of met alleen een
lichte hoofdpijn.
Symptomen:
Wazig zien, diplopie, duizeligheid, hoofdpijn, vermoeidheid, tachycardie, bradycardie,
hypotensie, dystonie, spierspasme, rusteloosheid, agitatie, hallucinaties en toevallen.
Behandeling:
Er is geen antidotum voor granisetron. Bij overdosering wordt een symptomatische
behandeling gegeven.
4
Granisetron Actavis 1 mg/1 ml en 3 mg/3 ml, concentraat voor oplossing voor
infusie/injectie,
RVG 34973 en 34974
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 0812
Pag. 5 van 8
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen Farmacotherapeutische groep:
Serotonine (5HT3)-antagonisten,ATC code:
A04AA02.
Granisetron is een krachtig anti-emeticum en selectieve 5-hydroxytrytamine (5-HT3)-
receptorantagonist. Onderzoek naar de binding heeft aangetoond dat granisetron een
verwaarloosbare affiniteit heeft voor andere receptoren, inclusief 5-HT en dopamine D2-
bindingsplaatsen.
Granisetron is effectief bij het voorkomen van misselijkheid en braken als gevolg van
cytostatica of röntgenbestraling van het gehele lichaam, zowel profylactisch als wanneer
deze symptomen tijdens de behandeling ontstaan.
Granisetron heeft geen invloed op de plasmaconcentraties van prolactine of aldosteron.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen Algemene eigenschappen
Distributie:
Granisetron Actavis wordt naar de meeste delen van het lichaam gedistribueerd met een
gemiddeld distributievolumen van 3 l/kg; de binding aan plasmaproteïnen is ongeveer
65%.
Biotransformatie:
De biotransformatie van granisetron vindt plaats door N-demethylering en oxidatie van
de aromatische ring, gevolgd door conjugatie.
Eliminatie:
De klaring vindt hoofdzakelijk plaats via het hepatische metabolisme. 12% van de
toegediende dosis wordt onveranderd in de urine uitgescheiden, en 47% als
metabolieten. De resterende metabolieten worden in de feces uitgescheiden. De
gemiddelde plasmahalfwaardetijd bij patiënten is ongeveer 9 uur, maar met een grote
variabiliteit tussen de patiënten onderling.
De farmacokinetiek van granisetron bleef lineair bij orale doseringen tot maximaal 2,5
maal de aanbevolen therapeutische dosis.
Eigenschappen bij patiëntengroepen:
De plasmaconcentratie van granisetron is niet duidelijk gecorreleerd aan de anti-
emetische werkzaamheid. Ook als granisetron niet in het plasma kan worden
aangetoond kan het nog een klinisch effect veroorzaken.
Na toediening van een enkelvoudige intraveneuze dosis bij ouderen verschillen de
farmacokinetische parameters niet van die bij jongere personen. Gegevens bij patiënten
5
Granisetron Actavis 1 mg/1 ml en 3 mg/3 ml, concentraat voor oplossing voor
infusie/injectie,
RVG 34973 en 34974
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 0812
Pag. 6 van 8
met een ernstige nierfunctiestoornis tonen aan dat de farmacokinetische parameters
bijna identiek zijn aan die bij gezonde personen. Bij patiënten met een verminderde
leverfunctie als gevolg van neoplasie van de lever was de totale plasmaklaring van een
intraveneuze dosis ongeveer de helft vergeleken met patiënten zonder een
leverfunctiestoornis. Ondanks deze verschillen is dosisaanpassing niet nodig.
Na een enkelvoudige intraveneuze dosis bij kinderen was de farmacokinetiek
(distributievolume en plasmaklaring) hetzelfde als bij volwassenen, berekend op basis
van het lichaamsgewicht.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek Gegevens uit tweejarige onderzoeken naar de carcinogeniciteit hebben een toename
aangetoond van hepatocellulair carcinoom en/of adenoom bij ratten en muizen van
beide geslachten die 50 mg/kg kregen (dosering bij de rat verlaagd tot 25 mg/kg/dag in
week 59). Ook werd bij mannelijke ratten meer hepatocellulaire neoplasie ontdekt bij 5
mg/kg. Bij beide soorten werden geen door het geneesmiddel veroorzaakte effecten
(hepatocellulaire neoplasie) waargenomen bij de groep die de lage dosering kreeg (1
mg/kg).
Bij diverse
in vitro en
in vivo onderzoeken bleek granisetron in zoogdiercellen niet
genotoxisch te zijn.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen Natriumchloride Hydrochloorzuur (voor aanpassing van de pH)
Natriumhydroxide (voor aanpassing van de pH)
Water voor injectie
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid Als algemene voorzorg mag Granisetron Actavis nooit met andere geneesmiddelen in
dezelfde oplossing gemengd worden, behalve met de in rubriek 6.6 genoemde. De
profylactische injectie van Granisetron Actavis dient voltooid te zijn voordat begonnen
wordt met de cytostatische behandeling of de anesthesie.
6.3 Houdbaarheid 3 jaar.
Na opening en verdunning: 24 uur.
De chemische en fysische stabiliteit tijdens gebruik is aangetoond gedurende 24 uur bij
15-25oC. Vanuit microbiologisch oogpunt dient het product echter direct te worden
gebruikt. Indien het verdunde product niet direct wordt gebruikt, is de
gebruiker/toediener verantwoordelijk voor de gehanteerde gebruikstermijn en condities
voorafgaande aan de toediening, en deze mogen gewoonlijk niet langer zijn dan 24 uur
bij 2 tot 8°C, tenzij de verdunning heeft plaatsgevonden onder gecontroleerde en
goedgekeurde aseptische omstandigheden.
6
Granisetron Actavis 1 mg/1 ml en 3 mg/3 ml, concentraat voor oplossing voor
infusie/injectie,
RVG 34973 en 34974
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 0812
Pag. 7 van 8
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren Ongeopende ampul:
Bewaren onder 30oC. Bewaar de ampullen in de kartonnen verpakking ter bescherming
tegen het licht.
Verdunde oplossing:
Bewaren in een koelkast (2°C - 8°C) (zie rubriek 6.3).
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Granisetron Granisetron Actavis is verkrijgbaar in transparante glazen ampullen (type 1)
van 1 ml en 3 ml in een kartonnen doosje
Verpakkingsgrootten: 1 of 5 ampullen van 1 ml of 3 ml
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies Uitsluitend voor eenmalig gebruik. Ongebruikt geneesmiddel moet worden weggegooid
Volwassenen: Een dosis van 1 mg wordt bereid met 1 ml uit de ampul, die verdund wordt tot 5 ml met 9
mg/ml (0,9%) natriumchloride voor injectie. Er mag geen andere oplossing worden
gebruikt.
Kinderen:
Een dosis van 40 g/kg wordt bereid met de juiste hoeveelheid uit de ampul, die
verdund wordt met oplossing voor infusie tot een totaal volume tussen 10 en 30 ml. De
volgende oplossingen kunnen worden gebruikt:
· 9 mg/ml (0,9%) natriumchloride
· 1.8 mg/ml (0,18%) natriumchloride en 40 mg/ml (4%) glucoseoplossing
· 50 mg/ml (5%) glucoseoplossing
· Hartmann-oplossing voor injectie
· Natriumlactaatoplossing
· 100 mg/ml (10 %) mannitoloplossing
Er mogen geen andere oplossing worden gebruikt.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN Actavis Group PTC ehf
Reykjavikurvegur 76-78
220 IS Hafnarfjordur, IJsland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
1 mg/ml: RVG 34973
7
Granisetron Actavis 1 mg/1 ml en 3 mg/3 ml, concentraat voor oplossing voor
infusie/injectie,
RVG 34973 en 34974
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 0812
Pag. 8 van 8
3 mg/3ml: RVG 34974
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
8 september 2008
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 6.5: 30-12-2008
8