Grazax 75.000 SQ-T, lyophilisaat voor oraal gebruik
Registratienummer: RVG 33788
Registratiehouder: ALK-Abello
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
GRAZAX, lyophilisaat voor oraal gebruik 75.000 SQ-T
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Gestandaardiseerd allergeenextract van pollen van Timotheegras (
Phleum pratense) 75.000 SQ-T *
per lyophilisaat voor oraal gebruik.
*[gestandaardiseerde kwaliteitseenheid tablet (SQ-T)]
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
lyophilisaat voor oraal gebruik
Wit tot gebroken wit, rond lyophilisaat voor oraal gebruik met een ingeslagen afbeelding aan één kant.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Een behandeling met een gunstige invloed op het natuurlijke beloop van door graspollen geïnduceerde
rhinitis en conjunctivitis in volwassenen en kinderen (vanaf 5 jaar) met klinisch relevante klachten,
waarbij de diagnose is gesteld op basis van een positieve huidpriktest en/of specifieke IgE test op
graspollen.
Kinderen dienen zorgvuldig te worden geselecteerd voor behandeling (zie rubriek 4.2)
4.2 Dosering en wijze van toediening De aanbevolen dosis voor volwassenen en kinderen (vanaf 5 jaar) is dagelijks één lyophilisaat voor
oraal gebruik (75.000 SQ-T).
Gegevens over gebruik van GRAZAX door kinderen (jonger dan 5 jaar), en ouderen (vanaf 65 jaar)
zijn niet beschikbaar.
Behandeling met GRAZAX dient alleen te beginnen bij artsen die ervaring hebben met behandeling
van allergische aandoeningen en in staat zijn allergische reacties te behandelen.
Voor gebruik bij kinderen, dient de arts ervaring te hebben in de behandeling van kinderen met
allergische aandoeningen. De patiënten dienen zorgvuldig gekozen te worden met inachtneming van
de verwachte effectiviteit in die leeftijdsgroep (zie rubriek 5.1).
Om de patiënt en de arts de gelegenheid te geven om de mogelijke bijwerkingen van GRAZAX te
bespreken wordt de eerste inname van GRAZAX onder medisch toezicht (20-30 minuten) aanbevolen.
Indien geen relevante verbetering van de symptomen wordt gezien tijdens het eerste
graspollenseizoen, dan is er geen indicatie om de behandeling voort te zetten.
Het wordt aanbevolen om de behandeling met GRAZAX gedurende 3 jaar te continueren.
1
In volwassenen zijn gegevens beschikbaar gedurende de behandeling van 3 jaar en 1 jaar na het
afronden van de behandeling. Er zijn geen gegevens beschikbaar van behandeling met GRAZAX bij
kinderen langer dan één graspollenseizoen.
Klinisch effect in het eerste graspollenseizoen wordt verwacht indien behandeling ten minste 4
maanden vóór het begin van het graspollenseizoen start . Indien de behandeling 2-3 maanden voor het
seizoen start kan ook effect worden bereikt.
GRAZAX is een lyophilisaat voor oraal gebruik (een soort smelttablet). GRAZAX dient met droge
vingers uit de blister te worden genomen en onder de tong te worden geplaatst alwaar het zal smelten.
Slikken dient te worden vermeden gedurende de eerste minuut. Niet eten en drinken gedurende de
volgende 5 minuten.
GRAZAX dient onmiddellijk na het openen van de blister te worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties Overgevoeligheid voor één van de hulpstoffen (voor een volledige lijst van hulpstoffen zie sectie 6.1)
Kwaadaardige of systemische aandoeningen die het immuunsysteem beïnvloeden (bijv. auto-
immuunziekten, immuuncomplex reacties of immuundeficienties).
Ontstekingen in de mondholte met ernstige klachten zoals lichen planus met ulceraties (sterk jeukende
ontsteking van het mondslijmvlies met zweervorming) of mycosis (ernstige schimmelinfectie).
Patiënten met ernstig astma of ongecontroleerd astma (in volwassenen: FEV1<70% van een
voorspelde waarde na adequate farmacologische behandeling, in kinderen FEV1<80% van een
voorspelde waarde na adequate farmacologische behandeling) dienen niet te worden behandeld met
GRAZAX.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij chirurgische ingrepen in de mond, waaronder het verwijderen van tanden/kiezen en bij kinderen
het wisselen van het melkgebit, dient de behandeling met GRAZAX voor een periode van 7 dagen te
worden gestopt om de mondholte te laten helen.
Bij kinderen die ook astma hebben, dient in het geval van een infectie van de bovenste luchtwegen de
behandeling met GRAZAX te worden gestopt totdat de infectie over is.
Tijdens de behandeling met GRAZAX wordt de patiënt blootgesteld aan het allergeen dat de
allergische klachten veroorzaakt. Daardoor kunnen locale allergische reacties, voornamelijk mild of
matig, verwacht worden gedurende de behandelingsperiode. Indien de patiënt na de behandeling last
heeft van ernstige locale reacties dient toediening van anti-allergische medicatie (bijvoorbeeld anti-
histaminica) te worden overwogen.
Tijdens post marketing ervaring zijn incidenteel ernstige systemische allergische reacties gemeld en
daarom is medisch toezicht bij de start van de behandeling een belangrijke voorzorgsmaatregel.
Systemische klachten kunnen beginnen met zweten, sterke jeuk in de handpalmen en voetzolen en
andere delen van het lichaam (zoals bij netelroos). Het kan ook gebeuren dat de patiënt het warm
krijgt, zich niet lekker voelt of opgewonden dan wel angstig wordt. In geval van ernstige systemische
reacties, angio-oedeem, slikproblemen, ademhalingsproblemen, stemveranderingen, hypotensie dan
wel een gevoel van een volle keel dient men onmiddellijk contact met de arts op te nemen. In
dergelijke gevallen dient de behandeling te worden gestopt of uitgesteld tot een nader tijdstip op
advies van de arts. Indien astmapatiënten klachten krijgen die duiden op een verslechtering van astma,
dient de behandeling te worden gestopt en onmiddellijk een arts te worden geconsulteerd om de
voortgang van de behandeling te bespreken.
2
Bij patiënten die in het verleden een systemische reactie kregen op subcutane immunotherapie met
graspollen, kan het risico op het optreden van een ernstige reactie met GRAZAX verhoogd zijn. De
start van de behandeling met GRAZAX moet zorgvuldig overwogen worden en maatregelen om
reacties te behandelen dienen beschikbaar te zijn.
Ernstige allergische reacties kunnen worden behandeld met
adrenaline. De effecten van
adrenaline kunnen worden versterkt indien patiënten tricyclische antidepressiva en monoamine oxidase remmers
(MAOIs) gebruiken met mogelijk fatale gevolgen; dit dient in aanmerking te worden genomen
alvorens de start van de specifieke immunotherapie.
Klinische ervaring met betrekking tot vaccinatie tijdens behandeling met GRAZAX ontbreekt.
Vaccinatie kan worden gegeven zonder de behandeling met GRAZAX te onderbreken na medische
evaluatie van de algehele conditie van de patiënt.
GRAZAX bevat gelatine afkomstig van vissen. De beschikbare data tonen geen groter risico op
allergische reacties in patiënten met een ernstige visallergie. Echter, men dient wel bedachtzaam te zijn
bij het starten van GRAZAX behandeling in deze patiënten.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Gelijktijdige behandeling met symptomatische anti-allergische medicatie (bijv. antihistaminica,
corticosteroïden en mestcel stabilisatoren) kan bij de patiënt de tolerantiegrens op de immunotherapie
verhogen.
Er zijn geen gegevens beschikbaar over mogelijke gevolgen van een gelijktijdige immunotherapie met
andere allergenen tijdens de behandeling met GRAZAX.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap
Er zijn geen klinische gegevens over gebruik van GRAZAX tijdens de zwangerschap.
Dierstudies duiden niet op een verhoogd risico voor de foetus. Behandeling met GRAZAX dient niet
te worden gestart bij zwangere vrouwen. Indien zwangerschap optreedt tijdens de behandeling, kan de
behandeling worden voortgezet na evaluatie van de algehele conditie, inclusief longfunctie, van de
patiënt en de reacties op voorgaande toedieningen van GRAZAX. Goede begeleiding tijdens de
zwangerschap bij patiënten met astma wordt aanbevolen.
Borstvoeding
Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over het gebruik van GRAZAX tijdens borstvoeding. Bij
kinderen die borstvoeding krijgen worden geen gevolgen verwacht.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen GRAZAX heeft geen of verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen In studies, waarin volwassen patiënten dagelijks met GRAZAX 75.000 SQ-T werden behandeld
werden bij 70% van de patiënten,die GRAZAX kregen, bijwerkingen gerapporteerd gedurende het
eerste behandeljaar. Dit percentage nam aanzienlijk af in het tweede jaar bij continue behandeling.
Veel voorkomende gerapporteerde bijwerkingen bij volwassen patiënten met een graspollen
geïnduceerde rhinoconjunctivitis, die met GRAZAX werden behandeld waren locale allergische
reacties in de mond, die meestal mild tot matig waren. Na iedere inname van GRAZAX beginnen bij
3
de meeste patiënten deze reacties snel en duren enkele minuten tot enkele uren; dit wordt vanzelf
minder binnen 1 tot 7 dagen.
De tabel met bijwerkingen is gebaseerd op gegevens uit gecontroleerde klinische studies waarin
GRAZAX werd gegeven aan volwassen patiënten met een graspollen geïnduceerde
rhinoconjunctivitis, inclusief patiënten met een milde tot matige astma veroorzaakt door graspollen,
gedurende het eerste behandeljaar.
Bijwerkingen worden ingedeeld in groepen in overeenstemming met de MedDRA-conventie
frequenties:
zeer vaak (>1/10), vaak (>1/100, <1/10), soms (>1/1000, <1/100) en zelden (>1/10.000,
<1/1000).
System organ class
Frequentie
Reactie
Hartaandoeningen
zelden
Hartkloppingen
Infecties en parasitaire
soms
Infectie van de bovenste luchtwegen
aandoeningen
Bloed- en
soms
lymphadenopathy
lymfestelselaandoeningen
Zenuwstelselaandoeningen
Vaak
Hoofdpijn, verstoorde gevoelswaarneming in de
mond
soms
duizeligheid
Oogaandoeningen
Vaak
Jeukende ogen, conjunctivitis
soms
Zwelling van het oog
Evenwichtsorgaan- en
Zeer vaak
Jeukende oren
ooraandoeningen
Ademhalingsstelsel-, borstkas-
Zeer vaak
Irritatie van de keel, niezen
en mediastinumaandoeningen
Vaak
Hoesten, astma, keelholteontsteking, hevige
rhinitis, verstopte neus, irritatie van de neus,
ontstoken neus, beklemd gevoel in de keel
soms
Nasopharyngitis, bronchospasme,
kortademigheid, piepend ademhalen, hees, last
van het strottenhoofd, oedeem in de keel
Immuunsysteemaandoeningen
soms
Systemische allergische reactie
Maagdarmstelselaandoeningen
Zeer vaak
Oedeem in de mond, jeuk in de mond
Vaak
Zwelling van de orofarynx, gestoorde
spijsvertering en misselijkheid, orale hypostase of
onaangenaam gevoel in de mond, blaren in de
mond, een gezwollen of pijnlijke tong
soms
Blaar op de lip, zweren in de mond, pijn bij het
slikken, pijn in de mond, ontsteking van het
mondslijmvlies, droge mond en keel,
tongafwijkingen, speekselklierafwijkingen,
buikpijn, slikstoornis, onbehaaglijk gevoel in het
epigastrium, braken, diarree
Huid- en
Vaak
Jeuk, urticaria, gezwollen lippen
onderhuidaandoeningen
soms
Angioneurotisch oedeem zoals een opgezet
gezicht, mondholte en keel
Algemene aandoeningen en
Vaak
Vermoeidheid
toedieningsplaatsstoornissen
soms
Onaangenaam gevoel op de borst, pijn of beklemd
gevoel op de borst, warm voelen, malaise, koorts,
vreemde gewaarwording
Indien de patiënt duidelijke bijwerkingen heeft als gevolg van de behandeling, dan dient het gebruik
van anti-allergische medicatie te worden overwogen.
4
Tijdens post marketing ervaring zijn incidenteel ernstige systemische allergische reacties gemeld en
daarom is medisch toezicht bij de start van de behandeling een belangrijke voorzorgsmaatregel, zie
sectie 4.2 en 4.4.
In het geval van ernstige systemische reacties zoals angio-oedeem, moeite met slikken, moeite met
ademhalen, verandering van stem, hypotensie of een vol gevoel in de keel dient men onmiddellijk een
arts te raadplegen. In een dergelijk geval dient de behandeling te worden gestopt of uitgesteld tot een
nader tijdstip op advies van de arts.
Ervaring bij kinderen
In het algemeen werden bij kinderen en jongeren die zijn behandeld met Grazax dezelfde bijwerkingen
gezien als bij volwassenen. Infecties van de bovenste luchtwegen, buikpijn en braken werden vaker
voor kinderen gemeld dan voor volwassenen (allen >1/100 en < 1/10).
4.9 Overdosering In Fase-1 studies zijn volwassen patiënten met graspollenallergie blootgesteld aan doseringen tot
1.000.000 SQ-T. Er zijn geen gegevens beschikbaar over blootstelling van kinderen aan een dosering
boven de aanbevolen dagelijkse dosering van 75.000 SQ-T.
Bij gebruik van doseringen die hoger zijn dan de aanbevolen doseringen, kan het risico op
bijwerkingen toenemen, waaronder het risico op systemische reacties of ernstige lokale reacties.
In het geval van ernstige reacties zoals angio-oedeem, moeite met slikken, moeite met ademhalen,
verandering van stem of een vol gevoel in de keel is onmiddellijk medische beoordeling nodig. Deze
reacties moeten worden behandeld met relevante medicatie. In een dergelijke situatie dient de
behandeling te worden gestaakt of onderbroken op advies van de arts.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: allergeen extracten, graspollen
ATC-code: V01AA02
Werking
Bij specifieke immunotherapie met allergeenproducten krijgen allergische personen regelmatig
allergenen toegediend om immunomodulerende mechanismen te activeren. Dit levert een blijvende
vermindering van klachten, minder behoefte aan medicatie en een verbetering van de kwaliteit van
leven bij een volgend natuurlijk allergeen contact.
Continue dagelijkse behandeling met Grazax in volwassen patiënten gedurende 3 jaar resulteert in een
gunstige invloed op het natuurlijke beloop van de ziekte wat blijkt uit een blijvend effect na het
afronden van de behandeling (effect aangetoond na 1 jaar follow-up).
GRAZAX wordt gebruikt voor een gunstige invloed op het natuurlijke beloop van de allergische
aandoening bij patiënten met graspollen geïnduceerde rhinitis en rhinoconjunctivitis.
Het farmacodynamisch effect richt zich op het immuunsysteem. Het doel is om een immuunrespons op
te wekken tegen het allergeen waarmee de patiënt wordt behandeld. Het complete en exacte
werkingsmechanisme dat zorgt voor het klinische effect van de specifieke immunotherapie is niet
volledig bekend. Na behandeling met GRAZAX wordt een systemische competitieve antistofrespons
opgewekt tegen grassen en er wordt een toename in specifiek IgG opgewekt die voortduurt gedurende
tenminste 3 jaar. Het klinisch belang van deze bevindingen moet nog vastgesteld worden.
Klinisch effect in volwassenen
5
In een placebo gecontroleerde dubbelblinde gerandomiseerde multinationale studie, werd de
werkzaamheid van GRAZAX dagelijks geëvalueerd in 634 volwassen patiënten met een
rhinoconjunctivitis veroorzaakt door graspollen. 72% van de patiënten had een positieve huidreactie
op een of meer allergenen anders dan graspollen. De werkzaamheid was gebaseerd op het gemiddelde
van de dagelijkse rhinoconjunctivitis klachten en de medicatie score gedurende één graspollenseizoen.
De behandeling werd gestart ten minste 16 weken voor het verwachte begin van het eerste
graspollenseizoen en werd voortgezet gedurende het hele jaar.
De werkzaamheid en veiligheid van GRAZAX is niet vastgesteld in patiënten met duidelijke
allergische klachten in het graspollenseizoen die werden veroorzaakt door andere allergenen dan
graspollen.
Resultaten gedurende 3 jaar continue behandeling met Grazax (jaar 1-3) en 1 jaar na het afronden van
de behandeling (follow-up, jaar 4) zijn beschikbaar;
Primaire efficacy eindpunten 1ste jaar tot en met 4de jaarA
Behandeling
Behandeling
Behandeling
Follow-up
jaar 1
jaar 2
jaar 3
jaar 4
Aantal personen met
volledige analyse
Grazax
282
172
160
142
Placebo
286
144
127
115
Rhinoconjunctivitis
klachten scoreB
Grazax: gemiddelde
2,85 (2,6)
2,40 (1,94)
2,56 (2,04)
2,68 (2,27)
(mediaan)
Placebo: gemiddelde
4,14 (3,8)
3,76 (3,45)
3,59 (3,23)
3,63 (3,27)
(mediaan)
Verschil in gemiddelde
Absoluut
1,29
1,36
1,04
0,95
[CI95%]
[0,90; 1,68]
[0,86; 1,86]
[0,52; 1,56]
[0,40; 1,50]
Relatief tov placebo
31%
36%
29%
26%
(%)[CI95%]
p-waarde ANOVA
[22%; 41%]
[23%; 49%]
[14%; 43%]
[11%; 41%]
<0,0001
<0,0001
0,0001
0,0007
Verschil in mediaan
Absoluut
1,2
1,51
1,19
1,00
Relatief tov placebo (%)
32%
44%
37%
31%
Rhinoconjunctivitis
medicatie scoreC
Grazax: gemiddelde
1,65 (1,0)
1,74 (0,46)
1,82 (0,82)
2,32 (1,23)
(mediaan)
Placebo: gemiddelde
2,68 (2,2)
3,19 (1,71)
3,04 (3,25)
3,25 (2,58)
(mediaan)
verschil in gemiddelde
Absoluut
1,03
1,45
1,22
0,93
[CI95%]
[0,63; 1,44]
[0,75; 2,16]
[0,52; 1,92]
[0,14; 1,72]
Relatief tov placebo
39%
46%
40%
29%
(%)[CI95%]
[24%; 54%]
[24%; 68%]
[17%; 63%]
[4%; 53%]
p-waarde ANOVA
<0,0001
<0,0001
0,0007
0,0215
Verschil in mediaan
Absoluut
1,2
1,25
1,25
1,35
Relatief tov placebo (%)
55%
73%
60%
52%
A De studie was oorspronkelijk gepland als een 1 jaar durende studie. 546 van de oorspronkelijke 634
deelnemers maakten het eerste jaar af. De studie werd uitgebreid met 2 extra jaren behandeling en 2
jaar follow-up. Bij de inclusie van de uitbreiding wilden 351 personen meedoen (74 werden niet
6
uitgenodigd voor verdere deelname omdat de centra stopten), en zij waren representatief voor de
oorspronkelijke 634 deelnemers. Alle personen in de analyses hadden dagboekgegevens gedurende de
graspollenseizoenen ingevuld.
B Klachten score: de gemiddelde dagelijkse rhinoconjunctivitis score voor elke persoon voor het
graspollenseizoen. Rhinoconjunctivitis klachten zijn loopneus, verstopte neus, niezen, jeuk aan de
neus, irriterende/rode/jeukende ogen en waterige ogen. Het bereik van de rhinoconjunctivitis
symtoomscore was 0-18, een hoge score betekent langdurig zeer ernstige klachten in alle genoemde
categorieën. In de studie hadden 95% van alle meldingen een score 9.
C Medicatie score: gemiddelde dagelijkse rhinoconjunctivitis medicatie score voor elke persoon voor
het graspollenseizoen. Medicaties die gebruikt konden worden, waren:
loratadine (6 punten per tablet),
budesonide neusspray (1 punt per puf) en
prednison 5 mg (1,6 punt per tablet). Het bereik van de
rhinoconjunctivitis medicatie score was 0-36, de bovenste waarde betekent een langdurige behandeling
met hoge doseringen van alle genoemde medicaties. In de studie hadden 95% van alle meldingen een
score 11.
Secundaire efficacy eindpunten 1ste tot en met 4de jaar
Grazax
Placebo
Absoluut
Relatief
p-waarde
Gemiddelde
Gemiddelde
verschil
verschil
ANOVA
(Mediaan)
(Mediaan)
Gemiddelde
[CI95%]
[CI95%]
Secundaire eindpunten gedurende behandeling 1ste jaar
Aantal personenA
282 286
Quality of life scoreB
1,03
1,40
0,37
26%
<0,0001
(0,9)
(1,4)
[0,23; 0,50]
[16%; 36%]
Algemene evaluatieC 82%
55%
27%
49%
<0,0001
[20%; 34%]
[36%; 63%]
Well daysD 45%
33%
12%
38%
<0,0001
(40%)
(22%)
[8%; 17%]
[23%; 53%]
Percentage patiënten
40% 24% 16% 66%
<0,0001
met meer dan 50%
[8; 24%]
[34%; 98%]
well daysD
Secundaire eindpunten gedurende behandeling 2de jaar
Aantal personenA 172 144
Quality of life scoreB
0,85
1,26
0,41
33%
<0,0001
(0,63)
(1,05)
[0,23; 0,59]
[18%; 49%]
Well daysD 49,6%
33,4%
16,2%
48%
<0,0001
(47,5%)
(26,5%)
[9,4%; 22,9%]
[28%; 69%]
Percentage patiënten
47,1% 28,5% 18,6%
65%
0,0008
met meer dan 50%
[7,5; 29,7%]
[26%; 104%]
well daysD
Dagen zonder
45,8%
31,7%
14,2%
45%
<0,0001
klachten en
(42,6%)
(24,1%)
[6,0%; 20,5%]
[19%; 65%]
medicatie F
Belangrijkste secundaire eindpunten gedurende behandeling 3de jaar
Aantal personenA 160 127
Quality of life scoreB
0,78
1,01
0,23
23%
0,0058
(0,60)
(0,92)
[0,07; 0,40]
[7%; 40%]
Well daysD 43,0%
30,4%
12,6%
41%
0,0004
(41,0%)
(22,0%)
[5,6%; 19,7%]
[18%; 65%]
Percentage patiënten
43% 24% 19% 79% 0,0011#
met meer dan 50%
(odds ratio 2,4
well daysDE
[1,4; 4,0%]
7
Dagen zonder
34,1%
24,1%
10,0%
41,7%
0,0035
klachten en
(26,6%)
(14,8%)
[3,3%; 16,7%]
[14%; 69%]
medicatie F
Belangrijkste secundaire eindpunten na afronden behandeling (follow-up) 4de jaar
Aantal personenA 142 115
Quality of life scoreB
0,82
1,07
0,25
23%
0,0041
(0,64)
(0,97)
[0,08; 0,41]
[7%; 38%]
Well daysD 50,0%
38,1%
11,9%
31%
0,0020
(51,9%)
(31,6%)
[4,4%; 19,4%]
[12%; 50%]
Percentage patiënten
53,1% 34% 19,1% 56%
0,0031#
met meer dan 50%
(odds ratio 2,2
well daysDE
[1,3; 3,7%]
Dagen zonder
35,2%
27,6%
7,6%
27%
0,0384
klachten en
(25,7%)
(17,2%)
[0,41%;
[1%; 54%]
medicatie F
14,77%]
*Relatief verschil = absoluut verschil / placebo; odds ratio voor uitstekende controle; #p-waarde bij
odds ratio
A De studie was oorspronkelijk gepland als een 1 jaar durende studie. 546 van de oorspronkelijke 634
deelnemers maakten het eerste jaar af. De studie werd uitgebreid met 2 extra jaren behandeling en 2
jaar follow-up. Bij de inclusie van de uitbreiding wilden 351 personen meedoen (74 werden niet
uitgenodigd voor verdere deelname omdat de centra stopten), en zij waren representatief voor de
oorspronkelijke 634 deelnemers. Het aantal personen omvat alle personen met dagboekgegevens
gedurende de graspollenseizoenen.
B Quality of life werd vastgesteld met behulp van de Rhinoconjuncitivitis Quality of life vragenlijst
(RQLQ) die 28 items bevat in de domeinen beperkte activiteit, slaap problemen, neus klachten, oog
klachten, andere dan neus of oog klachten, praktische problemen en emotionele functie. Een hogere
score betekent een slechtere kwaliteit van leven. Het bereik van de score van de Rhinoconjunctivitis
Quality of Life Questionaire was 0-6 waarbij een hoge score een langdurige impact op alle items
betekent. In de studie hadden 95% van alle meldingen een score 4.
C Algemene evaluatie: het percentage personen die verbeteringen meldden van rhinoconjunctivitis
klachten tijdens het behandelseizoen in vergelijking met de meldingen in het voorgaande seizoen.
D Well days: het percentage dagen waarop de persoon geen medicatie gebruikte en geen klachtenscore
hoger dan 2 had.
E Vanaf het 3de behandeljaar en voor de follow-up is dit geanalyseerd door middel van de odds ratio
voor het hebben van meer dan 50% well days gedurende het genoemde graspollenseizoen.
F Dagen zonder klachten en medicatie: percentage dagen waarop de persoon geen medicatie nodig had
en geen klachten had
Een statistisch significant effect werd aangetoond voor elk van de gemeten rhinoconjunctivitis
klachten (loopneus, verstopte neus, niezen, jeuk aan de neus, rode/jeukende/zanderig-voelende ogen
en waterige ogen).
In een klinische studie met een kortere voorbehandeling werd minder reductie in symptoom en
medicatie score gevonden; Een GRAZAX behandeling die 2 maanden voor het begin van het
graspollenseizoen werd gestart en tijdens het graspollenseizoen werd voortgezet resulteerde in 16%
reductie van de symptoom score (p=0,071) en 28% reductie van medicatie score (p=0,047) (voor
personen met volledige analyse)
8
Klinisch effect bij kinderen
De werkzaamheid van Grazax is onderzocht bij kinderen (5-16 jaar) met graspollen geïnduceerde
rhinoconjunctivitis met of zonder astma in een gerandomiseerde dubbelblinde placebo gecontroleerde
studie. De behandeling werd gestart voor het graspollenseizoen en voortgezet tijdens het hele seizoen.
Gegevens over de klinische werkzaamheid van Grazax op rhinoconjunctivitis bij kinderen staan in de
volgende tabel.
Werkzaamheid bij kinderen:
GRAZAX
Placebo
Absoluut
Relatief
p-waarde
verschil
verschil* (%)
[CI95% ]
[CI95%]
Aantal personen met
117 121
volledige analyse
Primaire eindpunten
Rhinoconjunctivitis
2,18
2,80
0,62
22%
0,0215
klachten scoreA
[0,10; 1,15]
[4%; 38%]
Rhinoconjunctivitis
0,78
1,19
0,41 34% 0,0156
medicatie scoreB
Secundaire eindpunten
Rhinoconjunctivitis
2,84 3,91 1,07 27%
0,0059
klachten scoreA, piek
[0,32; 1,81]
[9%; 43%]
graspollenseizoen
Rhinoconjunctivitis
0,87 2,40 1,53 64% 0,0013
medicatie scoreB, piek
graspollenseizoen
Well daysC 52%
42%
9%
22%
0,0225
[1%; 17%]
[3%; 45%]
AKlachten score: de gemiddelde dagelijkse rhinoconjunctivitis score voor elke persoon voor het
graspollenseizoen. Rhinoconjunctivitis klachten zijn loopneus, verstopte neus, niezen, jeuk aan de
neus, irriterende/rode/jeukende ogen en waterige ogen. Parametrische analyse (vierkantswortel
getransformeerde data), relatief verschil van "back-transformed" bijgesteld gemiddelde.
B Medicatie score: gemiddelde dagelijkse rhinoconjunctivitis medicatie score voor elke persoon voor
het graspollenseizoen. Gebruikte medicatie:
loratadine tabletten, levocabastine oogdruppels,
budesonide neusspray,
prednison tabletten. Niet-parametrische analyse (ongetransformeerde data),
relatief verschil van bijgesteld gemiddelde.
C Well days: het percentage dagen waarop de personen geen medicatie gebruikte en een klachtenscore
lager dan 2 had. Parametrische analyse (ongetransformeerde data), relatief verschil van bijgesteld
gemiddelde.
*Relatief verschil = absoluut verschil / placebo
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Het hoofdbestanddeel van de allergenen in GRAZAX bestaat uit polypeptiden en eiwitten, die zullen
worden afgebroken tot aminozuren en kleine polypeptiden in het spijsverteringsstelsel en in weefsels.
Het is niet te verwachten dat een substantieel deel van de allergenen van GRAZAX in het vasculaire
systeem zullen worden opgenomen. Daarom zijn geen farmacokinetische studies in dieren en geen
klinische studies naar het pharmacokinetische profiel en metabolisme van GRAZAX uitgevoerd.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek Conventioneel onderzoek op het gebied van algemene toxiciteit en reproductietoxiciteit in muizen
toont geen speciaal risico voor de mens. In toxicologische studies in honden werd
vasculitis/perivasculitis waargenomen na een dagelijkse dosering gedurende 52 weken bij mannetjes
maar niet bij vrouwtjes. Het is niet te verwachten dat er een risico is op de ontwikkeling van
vasculitis/perivasculitis in de mens.
9
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Gelatine (afkomstig van vissen)
Mannitol Natriumhydroxide
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid 4 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Dit geneesmiddel vereist geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking Aluminium blisterkaart met aluminium afdekfolie in een kartonnen doos.
Verpakkingsgrootte: 30, 90 en 100 lyophilisaten voor oraal gebruik.
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
ALK-Abelló A/S
Bøge Allé 6-8
DK-2970 Hørsholm
Denemarken
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 33788
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
23 nov 2006
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
16 oktober 2009; Gedeeltelijke wijziging rubrieken 4.1, 4.2, 4.8 en 5.1
10