Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Kefzol poeder voor oplossing voor injectie 1 g

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 06836
Registratiehouder: EuroCept


SAMENVATTING VAN DE KENMERKEN VAN HET PRODUCT


1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Kefzol, poeder voor oplossing voor injectie 1 gram.

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Kefzol bevat per flacon cefazoline natrium, overeenkomend met 1 g cefazoline.
Het natriumgehalte bedraagt 48.3 mg (2.1 mEq) per gram product.
De concentratie van de toe te dienen oplossing na reconstitutie hangt o.a. af van de
gekozen toedieningsroute.

3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder voor oplossing voor injectie 1 gram.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 THERAPEUTISCHE INDICATIES

Kefzol is bestemd voor de behandeling van infecties veroorzaakt door voor cefazoline
gevoelige micro-organismen:


Infecties van huid en weke delen
Infectie van de botten en gewrichten

Aan de hand van adequate kweken en gevoeligheidsbepalingen, moet de gevoeligheid van
het oorzakelijk micro-organisme voor cefalosporinen worden vastgesteld.

Er moet rekening gehouden worden met officiële richtlijnen betreffende het juiste gebruik
en voorschrijven van antibacteriële middelen.

4.2 DOSERING EN WIJZE VAN TOEDIENING
De dosering is afhankelijk van de gevoeligheid van de micro-organisme en de ernst van de
ziekte.

Volwassenen:
·
Bij infecties verwekt door zeer gevoelige gram- positieve micro-organismen is de
gebruikelijke dosering bij volwassenen 1 tot 2 g/dag in twee of drie gelijke doses.
·
Bij infecties verwekt door minder gevoelige gram- positieve verwekkers en de
gram- negatieve verwekkers is de gebruikelijke dosering 3 tot 4 g/dag in drie of vier gelijke
doses. Kefzol werd toegediend tot doses van maximaal 6 g/dag bij zeer ernstige infecties,
zoals endocarditis.

Bij volwassenen met een gestoorde nierfunctie kan een lagere dosering noodzakelijk zijn
om cumulatie te voorkomen.
Deze lagere dosering kan op geleide van bloedspiegels worden vastgesteld. Indien dit niet
mogelijk is kan de dosering op geleide van BUN en/of creatineklaring vastgesteld worden.
Na een startdosis van 500 mg kan men dan volgende richtlijnen gebruiken als leidraad
voor de onderhoudsdosering.

Kefzol Eurocept BV, april 2009
1/14

Onderhoudstherapie met Kefzol bij patiënten met verminderde nierfunctie.

Dosis

Nier
BUN
Creatinine-
Gram-
Gram-
Serum half-
functie
(mg%)
klaring
positieve
negatieve
waarde-tijd
(ml/min)
infecties
infecties
(uren)
Licht
gestoord
20-34 70-40 250-500
mg
500 mg- 1 g
3-5
om de 8 uur
om de 8 uur
Matig
35-49 40-20 125-250
mg
250-600 mg
6-12
gestoord
om de 12 uur om de 12 uur
Ernstig
50-75 20-5 75-150
mg
150-400 mg
15-30
gestoord
om de 24 uur om de 24 uur

Zie ook 4.4: SPECIALE WAARSCHUWINGEN EN BIJZONDERE VOORZORGEN BIJ
GEBRUIK


Kinderen:
Bij infecties verwekt door zeer gevoelige gram- positieve micro-organismen is een dosering
van 25 tot 50 mg/kg lichaamsgewicht verdeeld over 2 tot 4 doses per dag efficiënt.
Bij infecties verwekt door minder gevoelige gram- positieve micro-organismen en door de
gram- negatieve verwekkers wordt tot maximaal 100 mg/kg lichaamsgewicht aangeraden
in 3 of 4 gelijke doses.
Bij kinderen met een gestoorde nierfunctie kan een lagere dosering noodzakelijk zijn om
cumulatie te voorkomen.
Deze lagere dosering kan op geleide van bloedspiegels worden vastgesteld. Zo dit niet
mogelijk is kan de dosering op geleide van de creatinineklaring vastgesteld worden
volgens de volgende richtlijnen.

Bij kinderen met matige stoornis (creatinineklaring van 40-20 ml/min) zal 25% van de
normale dagdosis, verdeeld in doses om de 12 uur, voldoende zijn.

Bij kinderen met ernstige stoornis (creatinineklaring 20-5 ml/min) zal 10% van de normale
dagdosis, gegeven om de 24 uur, voldoende zijn.
Al deze richtlijnen zijn geldig na een initiële startdosis.
Zie ook 4.4: SPECIALE WAARSCHUWINGEN EN BIJZONDERE VOORZORGEN BIJ
GEBRUIK


Zuigelingen:
Aangezien de veiligheid voor toepassing bij prematuren en zuigelingen jonger dan een
maand niet is vastgesteld, wordt het gebruik van Kefzol bij deze patiënten niet
aangeraden. Zie ook 4.4: SPECIALE WAARSCHUWINGEN EN BIJZONDERE
VOORZORGEN BIJ GEBRUIK


Kefzol Eurocept BV, april 2009
2/14


Richtlijnen voor pediatrische dosering:

1 g flacon aanvullen met 4 ml solvens. Dilutie = 225 mg/ml.

Gewicht in kg
25 mg/kg/dag
25 mg/kg/dag
over 3 doses
over 4 doses


dosis in mg om
volume in ml
dosis in mg om
volume in ml
de 8 uur
nodig
de 6 uur
nodig
5
42
0,2
31
0,15
10
85 0,4
62 0,3
15 125 0,5
94 0,4
20 167 0,7 125 0,5
25 208 0,9 156 0,7
Gewicht in kg
50 mg/kg/dag
50 mg/kg/dag
over 3 doses
over 4 doses


dosis in mg om
volume in ml
dosis in mg om
volume in ml
de 8 uur
nodig
de 6 uur
nodig
5
83
0,4
63
0,3
10 166 0.7
125 0.6
15 250 1.1
188 0.8
20 333 1.5 250 1.1
25 417 1.9 313 1.4

Oudere patiënten:
Bij oudere patiënten met een normale nierfunctie is geen dosisaanpassing noodzakelijk.

Duur van de behandeling:
Hangt af van het verloop van de ziekte. Conform de algemene principe van de behandeling
met antibiotica, dient de behandeling met Kefzol te worden voortgezet tot de koorts
minstens 2 tot 3 dagen verdwenen is of tot wanneer dat het aangetoond is dat de oorzaak
bestreden is.

Toedieningswijze
Kefzol mag zowel intramusculair als intraveneus toegediend worden.

Intramusculaire injectie:
Oplossen met steriel water voor injectie, 0.9 % natriumchloride voor injectie of een 0,5%
lidocaine oplossing volgens de verdunningstabel die volgt. Goed schudden tot vol edige
oplossing.

Kefzol moet in een grote spiermassa worden ingespoten.
Een gereconstitueerde Kefzol oplossing blijft stabiel gedurende 12 uur niet boven 30°C en
gedurende 24 uur in de koelkast (± 5°C).

Verdunningstabel
inhoud van de flacon
bij te voegen
gemiddeld verkregen
gemiddelde
oplosmiddel
volume
concentratie
1 g
2,5 ml
3,0 ml
330 mg/ml

Kefzol Eurocept BV, april 2009
3/14


Intraveneuze toediening
:
Kefzol mag direct intraveneus toegediend worden, hetzij in de vorm van een continu infuus
of een intermitterend infuus.
De totale dagdosis is dezelfde als voor de intramusculaire toediening.

Intermitterende en continue infusie:
Kefzol kan in combinatie met reeds bestaande intraveneuze therapie gegeven worden,
ofwel in de primaire fles, ofwel in de secundaire infusiefles.

500 mg tot 2 g Kefzol mag opgelost worden in 50 tot 100 ml water voor intraveneuze
oplossingen:
- 0,9% natriumchloride oplossing
- 5% of 10% dextrose in water
- 5% dextrose in Ringers lactaat
- Ringers Lactaat
- Invertsuiker 5% of 10% in water voor injectie
- Ringers oplossing
In deze intraveneuze oplossingen blijft Kefzol stabiel gedurende 12 uur niet boven 30°C en
gedurende 24 uur in de koelkast(± 5°C).

Rechtstreekse intraveneuze injectie:
500 mg of 1 g Kefzol oplossing verder oplossen met ten minste 10 ml water voor injectie,
langzaam injecteren gedurende drie tot vijf minuten. In geen geval in minder dan 3 minuten
injecteren. Dit mag rechtstreeks in de ader gebeuren of in de slang waarmee de patiënt de
bovenstaande intraveneuze oplossing krijgt.
N.B. eenmalige doses van meer dan 1 g dienen over dertig tot zestig minuten toegediend
te worden.

4.3 CONTRA-INDICATIES

·
Overgevoeligheid voor cefazoline of voor andere cefalosporinen.
·
Eerdere ernstige overgevoeligheidsreacties op penicillinen of elk ander type béta-
lactam antibiotica.
·
Voor toediening aan kinderen jonger dan 1 jaar dient cefazoline niet te worden
opgelost in een lidocaïne- oplossing.

4.4 BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGEN BIJ GEBRUIK

·
Alvorens een behandeling met cefalozine aan te vangen, moet men nauwkeurig
nagaan of er voordien geen overgevoeligheidsreacties op cefalosporinen en penicillinen
zijn opgetreden. Cefalosporinen mogen niet worden gebruikt bij patiënten waarvan bekend
is dat ze onmiddellijke overgevoeligheidsreacties op cefalosporinen vertonen. In geval van
twijfel dient er een arts aanwezig te zijn bij de eerste toedieng om mogelijke anafylactische
reacties te kunnen behandelen. Er bestaat kruisallergie tussen penicillinen en
cefalosporinen.
·
Bij het optreden van een allergische reactie ten gevolge van Kefzol moet de
toediening van het product worden gestaakt en moet de patiënt adequaat worden
behandeld.
·
Hoewel cefalozine zelden nierfunctiestoornissen veroorzaakt, wordt geadviseerd
de nierfunctie na te gaan, vooral bij ernstig zieke patiënten, die maximale doses krijgen
toegediend en bij patiënten die tegelijkertijd andere potentieel nefrotoxische middelen
krijgen toegediend, zoals aminoglycosiden of krachtige diuretica (b.v. furosemide of
etacrynezuur). Bij patiënten met een slechte nierfunctie kunnen hogere en langer
Kefzol Eurocept BV, april 2009
4/14

aanhoudende antibioticum concentraties voorkomen. In verband daarmee moet de totale
dagdosis Kefzol worden verminderd volgens het doseringsschema zoals aangegeven in
4.2 DOSERING EN WIJZE VAN TOEDIENING. Dit geldt ook voor de patiënten met lage
diurese als gevolg van de slechte nierfunctie.
·
Pseudomembraneuze colitis kan optreden tijdens gebruik van antibiotica. Het is
daarom belangrijk om deze diagnose te overwegen bij patiënten die diarree ontwikkelen
tijdens de behandeling met deze geneesmiddelen. In dat geval dienen aangepaste
maatregelen genomen te worden. Zie ook 4.8 BIJWERKINGEN.
·
Lang voortgezette toediening van cefalozine kan overgroei van niet gevoelige
micro-organismen met zich meebrengen; het is dus van groot belang de patiënt
voortdurend te bewaken. Bij superinfectie in de loop van de behandeling moeten passende
maatregelen worden genomen.
·
Intrathecale toediening wordt afgeraden. Ernstige intoxicatie van het centraal
zenuwstelsel is gemeld na intrathecale toediening van cefazoline, waaronder convulsies
·
Aangezien de veiligheid voor toepassing bij prematuren en zuigelingen jonger dan
een maand niet is vastgesteld, wordt het gebruik van Kefzol bij deze patiënten niet
aangeraden. Zie ook 4.2 DOSERING EN WIJZE VAN TOEDIENING.
· In uitzonderingsgeval en treden bloedstollingstoornissen op tijdens de behandeling met
cefazoline. Risicopatiënten zijn patiënten met risicofactoren die vitamine K- deficiëntie
veroorzaken of een invloed hebben op andere stollingsmechanismen (parenterale
voeding, onvoldoende voeding, lever- en nierinsufficiëntie, thrombocytopenie). De
bloedstolling kan ook verstoord zijn in geval van geassocieerde aandoeningen (bijv.
hemofilie, maag- en duodenumulcus) die bloedingen kunnen veroorzaken of verergeren.
Derhalve dient bij patiënten met deze aandoeningen de prothrombinetijd te worden
gemonitord. Indien deze verlaagd is, is vitamine K- supplementie (10 mg/ week)
aangewezen.


4.5 INTERACTIES MET ANDERE GENEESMIDDELEN EN ANDERE VORMEN VAN
INTERACTIE

Gecontraïndiceerde combinaties:
Antibiotica:
Gelijktijdige toediening van bacteriostatische antibiotica kan de werking van cefazoline
antagoneren.

Niet aanbevolen combinaties:
Probenecide:.
Bij gelijktijdige inname, verlaagt probenecide de renale klaring van cefazoline.

Voorzichtig gebruik:
Vitamine K1:
Sommige cefalosporinen zoals cefamandol, cefazoline en cefotetan kunnen het
intrahepatisch metabolisme van vitamine K1 inhiberen en een hypothrombinemie
veroorzaken, vooral in geval van gebrek aan vitamine K1. Deze werking kan een verhoging
van de doses vitamine K1 noodzaken

Anticoagulantia
Cefalosporines kunnen zeer zelden leiden tot bloedstollingstoornissen (zie 4.4). Bij
gelijktijdige toepassing met orale anticoagulantia of heparine in hoge doses dienen
de stol ingsparameters te worden gecontroleerd.

Nefrotoxische stoffen:
Kefzol Eurocept BV, april 2009
5/14

De kans op nefrotoxische verschijnselen wordt vergroot door toediening samen met
nefrotoxische middelen zoals aminoglycosiden (b.v. gentamicine), polymyxinen,
etacrynezuur en furosemide en krachtige diuretica. In dat geval dient de nierfunctie te
worden gevolgd.

Laboratorium tests:
Coombs testen kunnen gedurende de behandeling met cefalosporinen positief uitvallen.
Dit geldt ook voor patiënten die cefalozine toegediend krijgen.

Orale contraceptiva:
Cefazoline kan mogelijk de doeltreffendheid van hormonale contraceptiva nadelig
beïnvloeden. Daarom is het aan te raden om supplementaire niet- hormonale
contraceptiva te gebruiken.


4.6 ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING

Zwangerschap:
Ruime ervaring met het gebruik van eerste generatie cefalosporinen tijdens de
zwangerschap geven geen aanwijzingen voor een schadelijk effect op de zwangerschap of
op de gezondheid van de foetus/ pas geborene. Er zijn onvoldoende gegevens over het
gebruik van cefazoline tijdens de zwangerschap om de mogelijke schadelijkheid te
beoordelen. Cefazoline passeert de placenta. Experimenteel onderzoek bij dieren heeft
geen teratogeniteit of andere reproductietoxiciteit aangetoond (zie 5.3).
Uit voorzichtigheid wordt het gebruik van Kefzol tijdens de zwangerschap afgeraden, tenzij
het strikt noodzakelijk is.

Borstvoeding:
Cefazoline wordt in zeer geringe mate uitgescheiden in de moedermelk. Echter, bij
therapeutische doseringen zijn geen effecten op de pasgeborene te verwachten. Kefzol
kan gebruikt worden tijdens het geven van borstvoeding.


4.7 BEINVLOEDING VAN DE RIJVAARDIGHEID EN HET VERMOGEN OM MACHINES
TE GEBRUIKEN

Op basis van het farmacodynamische profiel en/ of bijwerkingenprofiel is het niet
waarschijnlijk dat cefalozine een effect heeft op de rijvaardigheid en het vermogen om
machines te bedienen.

Kefzol Eurocept BV, april 2009
6/14

4.8 BIJWERKINGEN

De volgende bijwerkingen kunnen optreden bij het gebruik van Kefzol. De frequentie van iedere
bijwerking is tussen haakjes weergegeven, waarbij de volgende categorie-indeling is gebruikt:
zeer vaak

meer dan 10%
vaak

10%, of minder, maar meer dan 1 %
soms
1%, of minder, maar meer dan 0,1%
zelden
0,1%, of minder, maar meer dan 0,01%
zeer zelden
0,01%, of minder

MedDRA Organ Class
Frequentie
Relevante bijwerkingen
Bloed- en het lymfatisch


systeem

Zelden
Leukocytose, Granulocytose,
Monocytose, Lymfocytopenie, Basofilie,
Eosinofilie, Granulocytopenie,
Neutropenie, Leukopenie,
Thrombocytopenie
Deze effecten zijn reversibel.

Zeer zelden
stoornissen van de bloedstolling en -

met als gevolg daarvan ­ bloedingen.
Risicopatiënten voor deze effecten zijn
patiënten met een tekort aan vitamine K
of andere factoren die
bloedstollingstoornissen kunnen
veroorzaken (kunstmatige voeding,
onvoldoende voeding, gestoorde lever-
en nierfunctie, thrombocytopenie), en
patiënten met aandoeningen die
bloedingen veroorzaken of verergeren
(bijv. hemofilie, maag- en duodenum-
ulcera).
Overgevoeligheid



Soms
Exantheem, Erytheem, Erythema exsudativum
multiforme, Urticaria, Reversibele lokale
permeabiliteit van de bloedvaten, slijmvliezen
of gewrichten (angioneurotisch oedeem),
Geneesmiddel- geïnduceerde koorts ,
Interstitiële pneumonie of pneumonitis


Zelden
Stevens-Johnson syndroom, Toxische
epidermaal necrolyse (Lyell's syndroom)


Zeer zelden
Anale pruritus, Genitale pruritis,
Oedeem in het gelaat, Gezwol en tong,
Zwelling van de larynx met vernauwing
van de luchtwegen, Verhoogde
hartfrequentie, Kortademigheid,
Bloeddrukdaling, Anafylactische shock
Infecties en parasitaire


aandoeningen

Soms
Orale spruw (bij langdurig gebruik)

Zelden
Monoliasis genitaal, Vaginitis, Genitale
Kefzol Eurocept BV, april 2009
7/14

candidiasis

Lever


Zelden
Tijdelijke
stijging
van
serumconcentraties van AST, ALT,
gamma- GT, bilirubine en/of LDH en
alkalische fosfatase, Voorbijgaande
hepatitis, Voorbijgaande Cholestatische
icterus
Zenuwstelsel


Soms

Convulsies

(bij patiënten met
nierfunctiestoornissen, die met
onaangepaste hoge doseringen werden
behandeld)

Zelden
Duizeligheid, Malaise,Vermoeidheid
Maagdarmstelsel



Zelden
Diarree, Misselijkheid, Anorexie, Braken
(Deze symptomen verdwijnen vaak
tijdens of na de behandeling)
Nier en urinewegen



Zelden
Tijdelijke stijging van bloed ureum
stikstof (BUN), Proteninurie, Interstitiële
nefritis, Ongedefinieerde nefropathiën,
Nefrotoxiciteit, meestal bij patiënten die
gelijktijdig met andere potentieel
nefrotixische geneesmiddelen
behandeld worden.
Algemene aandoeningen en


toedieningsplaatstoornissen

Vaak
Pijn op de plaats van intramusculaire
injectie, soms met induratie

Soms
Bij intraveneuze toediening kan
thrombophlebitis optreden
Andere bijwerkingen



Zelden
Pijn op de borst, pleura-effusie,
dyspnoe, of respiratoire distress,
hoesten, rhinitis, stijging of daling van
de bloedglucoseconcentratie

In geval van ernstige en aanhoudende diarree tijdens af na behandeling met cefazoline dient een
arts te worden geraadpleegd; de diarree zou een symptoom kunnen zijn van een ernstige
aandoening (pseudomembraneuze colitis) die onmiddellijk moet worden behandeld. De patiënt
moet er van weerhouden worden zelfmedicatie te gebruiken die de peristaltiek onderdrukt.
Langdurig gebruik van cefalosporines kan leiden tot overgroei van niet-gevoelige organismen,
vooral Enterobacter. Citrobacter, Pseudomonas, Enterokokken of Candida.

Onderzoeken
·
Voorbijgaande stijging van SGOT, SGPT, bloedureum en alkalische fosfatase,
zonder klinische aanwijzingen voor nier- of leverbeschadigingen.

Gegevens bij dieren hebben aangetoond dat er met cefazoline een potentiële
nefrotoxiciteit bestaat. Alhoewel dit niet bij de mens werd bewezen, moet deze
mogelijkheid toch overwogen worden vooral bij patiënten die hoge doses toegediend
Kefzol Eurocept BV, april 2009
8/14

krijgen gedurende langere perioden. Interstitiële nefritis en ongedefinieerde nefropathieën
zijn in zeldzame gevallen gemeld. De patiënten waarbij dit optrad, waren ernstig ziek en zij
kregen verschillende medicamenten toegediend. De rol van Kefzol in de ontwikkeling van
interstitiële nefritis en andere nefropathieën is nog niet vastgesteld.


In zeldzame gevallen zijn bij enkele cefalosporinen gerapporteerd:

Een afgenomen hemoglobinegehalte en/of 'hematocriet, Anemie, Agranulocytose, Aplastische
anemie, Pancytopenie, Hemolytische anemie

De volgende gevallen zijn gerapporteerd tijdens behandeling met bepaalde
cefalosporinen:

Nachtmerries, Vertigo, Hyperactiviteit, Nervositeit of angst, Slapeloosheid, Slaperigheid,
Zwakte, Warmteopwellingen, Gestoord kleurenzicht, Verwardheid, Epileptogene activiteit


4.9 OVERDOSERING

Symptomen
Symptomen van overdosering kunnen bestaan uit pijn, ontsteking en phlebitis op de plaats van
injectie. De parenterale toediening van ongebruikelijk grote doses van cephalosporines kunnen
duizeligheid, paresthesiën en hoofdpijn veroorzaken. Na overdosering van sommige
cephalosporines kunnen convulsies optreden, in het bijzonder bij patiënten met een verminderde
nierfunctie waar cumulatie kan optreden. Na een overdosering bestaat de mogelijkheid dat de
creatinine-, BUN-, leverenzymen- en bilirubineconcentraties zijn verhoogd en bestaat de kans op
een positieve Coombs test, trombocytose, trombocytopenie, eosinofilie, leukopenie en verlenging
van de protrombinetijd.

Behandeling van overdosis
Indien convulsies optreden dient de toediening van Kefzol direct te worden gestaakt.
Anticonvulsieve therapie dient te worden vrijgehouden en de ventilatie en perfusie dienen te
worden ondersteund. De vitale functies dienen nauwkeurig te worden bewaakt. Gecombineerde
hemodialyse en hemoperfusie kan worden overwogen in geval van ernstige overdosering, in het
bijzonder bij patiënten met verminderde nierfunctie, indien de respons bij meer conservatieve
therapie uitblijft. Er zijn echter geen gegevens die deze therapie ondersteunen.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 FARMACODYNAMISCHE EIGENSCHAPPEN

Farmacotherapeutische groep:
Béta-lactam antibiotica, eerste generatie van Cefalosporinen. ATC-code: J01DB 04

Werkingsmechanisme
Alle cefalosporines ( lactam antibiotica) inhiberen de celwandproductie en zijn selectieve
inhibitoren van de peptidoglycansynthese. De eerste stap van het werkingsmechanisme is
de binding van het geneesmiddel aan celreceptoren (penicilline bindende eiwitten). Na
deze binding wordt de transpeptidase reactie belemmerd en daardoor wordt de synthese
van peptidoglycan geblokkeerd. Dit proces leidt tot de lysis van de bacterie.

Resistentiemechanismen
Kefzol Eurocept BV, april 2009
9/14

De lactam antibiotica bevatten een zgn. beta-lactamring die essentieel is voor de antimicrobiële
werking. Door opensplitsing aan deze ring, verliest het antibioticum zijn werking. Verschillende
bacteriën bezitten echter enzymen (beta-lactamasen) die deze ringopening bewerkstelligen,
waardoor zij resistent worden tegen deze soort antibiotica.
Zoals bij alle cefalosporinen en andere beta-lactam antibiotica, verschillen
resistentiemechanismen die verworven zijn, per groep bacteriën en omvatten:
veranderingen in de aangrijpingspunten (penicilline-bindende eiwitten, PBP's),
enzymatische afbraak van het aangrijpingspunt door beta-lactamases en een veranderde
toegang tot het aangrijpingspunt. Er bestaat kruisresistentie tussen cefalosporinen en
penicillinen. Gram-negatieve micro-organismen die induceerbare chromosoom-gebonden
beta-lactamases bevatten, zoals Enterobacter spp, Serratia spp, Citrobacter spp en
Providentia spp moeten als resistent beschouwd worden voor cefazoline ondanks in vitro
gevoeligheid.

Breekpunten:
Volgens EUCAST zijn de volgende breekpunten gedefinieerd voor cefazoline:

Non-species gerelateerd: S 1 µg/ml, R: > 2 µg/ml.

De prevalentie van resistentie kan geografisch en in de tijd verschillen voor de
geselecteerde micro-organismen en locale informatie omtrent resistentie is wenselijk, in
het bijzonder wanneer ernstige infecties worden behandeld. Indien nodig dient advies van
een deskundige te worden ingeroepen, in het bijzonder wanneer de locale prevalentie van
resistentie zodanig is dat gebruik van het middel bij op zijn minst sommige typen infecties
twijfelachtig is.
De gevoeligheid van Staphylococcus is afgeleid van de gevoeligheid voor methicilline.
Kefzol Eurocept BV, april 2009
10/14


GEVOELIGE SPECIES
Gram-positief
Staphylococcus.aureus
(meticilline-gevoelig)
Staphylococcus epidermidis
(meticilline-gevoelig)

SPECIES WAARBIJ VERWORVEN RESISTENTIE EEN PROBLEEM KAN GEVEN
Haemophilus Influenzae+
Neisseria gonorrhoeae
Groep A, B, C en G ß­ haemolytic streptococci
Streptococcus Pneumonia

RESISTENTE ORGANISMEN
Citrobacter spp
Enterobacter spp (Enterobacter cloacae, Enterobacter aerogenes)
Morganella morganii
Proteus stuartii
Proteus vulgaris
Pseudomonas aeruginosa
Serratia
Staphylococcus, methicilline-resistent
Indol positieve Proteus-stammen
Enterobacteriaceae spp (Klebsiella pneumoniae)
Enterobacteriaceae spp (Proteus mirabilis)

Sommige kiemen van een vermelde soort kunnen meer of minder gevoelig zijn voor het
product dan is aangegeven voor de meerderheid van deze kiemen. Om deze reden is het
aan te bevelen gevoeligheidstesten uit te voeren.
Kefzol Eurocept BV, april 2009
11/14


5.2 FARMACOKINETISCHE EIGENSCHAPPEN

Absorptie
Na toediening van 500 mg i.m. wordt na ongeveer een uur een maximale serumspiegel
verkregen van 20-40 µg/ml. Na toediening van 1 g werden maxima van 37-63 µg/ml
verkregen. In een studie (bij gezonde volwassenen) m.b.t. de continue intraveneuze infusie
met Kefzol in doses van 3,5 mg/kg gedurende een uur (ongeveer 250 mg) gevolgd door
1,5 mg/kg voor de volgende twee uur (ongeveer 100 mg) werd het derde uur een stabiele
serumconcentratie van ongeveer 28 µg/ml aangetoond. De volgende tabel toont de
gemiddelde serum concentratie van cefazoline na een intraveneuze injectie van een
eenmalige dosis van 1 g.

Serumconcentraties na 1 g intraveneus (µg/ml)

5 min
15 min
30 min
1 uur
2 uur
4 uur

188,4
135,8 106,8 73,7 45,6 16,5


Biotransformatie
Cefazoline wordt niet gemetaboliseerd.

Excretie
De serum halfwaardetijd is ongeveer 1 uur 35 minuten. Cefazoline wordt in biologisch
aktieve vorm in de urine uitgescheiden. Van een intramusculaire dosis van 500 mg wordt
56-89% in de eerste zes uur uitgescheiden en 80 tot bijna 100% wordt uitgescheiden
binnen de 24 uur. Na intramusculaire toediening van 500 mg en 1 g kunnen urine spiegels
worden bereikt van 500 tot 4000 µg/ml. Cefazoline wordt voornamelijk uit het serum
verwijderd door middel van glomerulusfiltratie: de renale klaring bedraagt 65 ml/min/1,73
m².

Verdeling
Cefazoline is voor 70% - 86% gebonden aan plasmaeiwitten. Het verdelingsvolume
bedraagt circa 11 l/1,73m². Wanneer cefazoline toegediend wordt aan patiënten die geen
obstructie van de galwegen vertonen, zijn de galspiegels 90 tot 120 minuten na toediening
van cefazoline in het algemeen hoger dan de serumspiegels. Wanneer daarentegen
obstructie bestaat, zijn de concentraties van het antibioticum in de gal veel lager dan de
serumspiegels. Bij patiënten met niet ontstoken hersenvliezen variëren de concentraties
van cefazoline in de liquor cerebrospinalis van 0 tot 0,4 µg/ml na toediening van
therapeutische doses. Cefazoline dringt gemakkelijk door de ontstoken membrana
synovialis en de concentratie bereikt door het antibioticum in het gewricht is vergelijkbaar
met de serumspiegels.


5.3 GEGEVENS UIT HET PREKLINISCH VEILIGHEIDSONDERZOEK

Cefazoline heeft een lage acute toxiciteit.. Niertoxiciteit na herhaalde toediening is
waargenomen in konijnen maar niet in ratten of honden.
Cefazoline had geen teratogene of andere reproductie toxische effecten in ratten, muizen
en konijnen. Er zijn geen studies beschikbaar over de mutageniciteit en de carcinogeniteit
van cefazoline.

Kefzol Eurocept BV, april 2009
12/14


6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 LIJST VAN HULPSTOFFEN
Geen

6.2 GEVALLEN VAN ONVERENIGBAARHEID
Voor aanbevolen oplosmiddelen: zie 4.2 'Dosering en wijze van gebruik'. Kefzol mag niet
worden gemengd met andere injectie/infusievloeistoffen dan zijn vermeld bij 4.2 'Dosering
en wijze van gebruik'.
Cefazoline is onverenigbaar met amikacine disulfaat, amobarbital natrium, ascorbinezuur,
bleomycine sulfaat, calciumglucoheptonaat, cimetidine, natriumcolistinemethaansulfaat,
erythromycine, oxytetracycline, pentobarbitalnatrium, tetracycline.

6.3 HOUDBAARHEID

De houdbaarheid bedraagt 2 jaar.
Na reconstitutie:
Het gereconstitueerde product is fysisch-chemisch stabiel gedurende 12 uur niet boven
30°C en gedurende 24 uur in de koelkast (± 5°C).

6.4 SPECIALE VOORZORGEN BIJ BEWAREN
Bewaren beneden 30°C in de originele verpakking.

Het gereconstitueerde product is fysisch-chemisch stabiel gedurende 12 uur beneden
30°C en gedurende 24 uur in de koelkast (2°C ­ 8°C). Vanuit microbiologisch oogpunt
dient het product echter direct na reconstitueren te worden gebruikt, tenzij de wijze van
reconstitueren microbiologische contaminatie uitsluit.
In dit laatste geval is de gebruiker/toediener verantwoordelijk voor de gehanteerde
gebruikstermijn en conditie.

6.5 AARD EN INHOUD VAN DE VERPAKKING
Type III glazen injectieflacon met halobutyl rubber stop.

6.6 SPECIALE VOORZORGEN VOOR HET VERWIJDEREN

Reconstitutie:
Intramusculaire injectie:
Oplossen met steriel water voor injectie, 0.9 % natriumchloride of een 0,5% lidocaine
oplossing volgens de verdunningstabel die volgt. Goed schudden tot volledige oplossing.

Kefzol moet in een grote spiermassa worden ingespoten.


Verdunningstabel
inhoud van de flacon
bij te voegen
gemiddeld verkregen
gemiddelde
oplosmiddel
volume
concentratie
1 g
2,5 ml
3,0 ml
330 mg/ml

Intraveneuze toediening:
Kefzol mag direct intraveneus toegediend worden, hetzij in de vorm van een continu infuus
of een intermitterend infuus.
De totale dagdosis is dezelfde als voor de intramusculaire toediening.
Kefzol Eurocept BV, april 2009
13/14


Intermitterende en continue infusie:
Kefzol kan in combinatie met reeds bestaande intraveneuze therapie gegeven worden,
ofwel in de primaire fles, ofwel in de secundaire infusiefles.

500 mg tot 2 g Kefzol mag opgelost worden in 50 tot 100 ml water voor intraveneuze
oplossingen:
- 0,9%
natriumchloride
oplossing
-
5% of 10% dextrose in water
-
5% dextrose in Ringers lactaat
- Ringers
Lactaat
-
Invertsuiker 5% of 10% in water voor injectie
- Ringers
oplossing

Rechtstreekse intraveneuze injectie:
500 mg of 1 g Kefzol oplossing verder oplossen met ten minste 10 ml water voor injectie.
Langzaam injecteren gedurende drie tot vijf minuten. In geen geval in minder dan 3
minuten injecteren. Dit mag rechtstreeks in de ader gebeuren of in de slang waarmee de
patiënt de bovenstaande intraveneuze oplossing krijgt.
N.B. eenmalige doses van meer dan 1 g dienen over dertig tot zestig minuten toegediend
te worden.

Verwijdering:
Voor eenmalig gebruik. Afvalmaterialen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.

7. REGISTRATIEHOUDER

Eurocept B.V.
Trapgans 5
1244 RL Ankeveen
Tel: 035 5288377
Fax: 035 5412995
info@eurocept.nl


8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 06836


9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING

Datum afgifte van de oorspronkelijke handelsvergunning: 23 oktober 1975
Datum vernieuwing van de registratie: 6 juli 2004

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste vol edige herziening: 12 december 2009
Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 4.2: 1 Juni 2010



Kefzol Eurocept BV, april 2009
14/14





« Vorige

[Kefrenex 4-Daagse startverpakking, filmomhulde tabletten 6x25 mg, 3x100 mg en 1x200 mg]

Volgende »

[Kefzol poeder voor oplossing voor injectie 1 g]