Kytril i.v. 1 mg = 1 ml, oplossing voor injectie 1 mg/ml
Registratienummer: RVG 20958
Samenvatting van de productkenmerken
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Kytril i.v. 3 mg = 3 ml, concentraat voor oplossing voor intraveneuze infusie 1 mg/ml
Kytril i.v. 1 mg = 1 ml, oplossing voor injectie 1 mg/ml
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING · Kytril i.v. 3 mg = 3 ml: ampul met
granisetronhydrochloride overeenkomend met 3 mg
granisetron in
3 ml concentraat voor oplossing voor intraveneuze infusie (1 mg/1 ml)
· Kytril i.v. 1 mg = 1 ml: ampul met granisetronhydrochloride overeenkomend met 1 mg
granisetron in
1 ml oplossing voor injectie (1 mg/1 ml)
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM Kytril i.v. 3 mg = 3 ml: concentraat voor oplossing voor intraveneuze infusie (steriel concentraat)
Kytril i.v. 1 mg = 1 ml: oplossing voor injectie (injectievloeistof)
4. KLINISCHE GEGEVENS 4.1. Therapeutische indicaties Kytril wordt gebruikt voor:
· de preventie of behandeling van acute misselijkheid en braken veroorzaakt door cytostatische therapie
(chemotherapie en radiotherapie) indien toegediend op de dag van behandeling,
· preventie en behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken bij gynaecologische ingrepen.
4.2. Dosering en wijze van toediening 4.2.1. Chemotherapie en radiotherapie:
Volwassenen:
De dosering bedraagt 3 mg welke als volgt kan worden toegediend:
· concentraat voor oplossing voor intraveneuze infusie: verdunnen met 20 tot 50 ml infusievloeistof welke
vervolgens middels een intraveneuze infusie in 5 minuten toegediend dient te worden;
· oplossing voor injectie: toe te dienen via een langzame (gedurende 30 seconden) intraveneuze injectie.
Profylaxe:
Intraveneuze infusie of injectie van een dosis van 3 mg dient plaats te vinden voordat de behandeling met
cytostatica begint. Gedurende 24 uur mag maximaal twee maal een extra intraveneuze infusie of injectie van
elk 3 mg Kytril worden gegeven; elke van de intraveneuze infusies resp. injecties dient in 5 minuten resp.
30 seconden toegediend te worden. Tussen de intraveneuze infusies of injecties dient een interval van ten
minste 10 minuten te bestaan. Uit klinische studies bleek, dat bij de meeste patiënten een éénmalige dosis
Kytril voldoende was om de misselijkheid en het braken gedurende 24 uur onder controle te houden.
Behandeling:
Voor behandeling wordt dezelfde dosis Kytril toegediend als bij de profylaxe. Tussen de intraveneuze
infusies of injecties dient een interval van ten minste 10 minuten te bestaan.
maart 2010
- Blad 1 -
Kytril in combinatie met een corticosteroïd: De effectiviteit van Kytril wordt versterkt door intraveneuze toevoeging van een corticosteroïd. Bijvoorbeeld
8-20 mg
dexamethason voor aanvang van de toediening van de cytostatische therapie, of 250 mg
methylprednisolon vóór aanvang en ná afloop van toediening van de cytostatische therapie.
Granisetron en dexamethasonnatriumfosfaat in de intraveneuze infusievloeistoffen
natriumchloride 0,9% of
glucose 5%, zijn verenigbaar in concentraties van 10-60 µg granisetron per ml infusievloeistof resp.
90-480 µg dexamethasonnatriumfosfaat per ml infusievloeistof. De houdbaarheid bedraagt 24 uur.
Maximale dosis:
Maximaal 3 infusies of injecties van elk 3 mg Kytril mogen in een tijdsbestek van 24 uur worden toegediend.
Speciale patiëntengroepen:
Kinderen:
De effectieve dosis bij kinderen is 40 µg/kg lichaamsgewicht (maximale dosis 3 mg).
Ouderen:
Het werkzaamheids- en veiligheidsprofiel van Kytril bij ouderen en jonge volwassenen is vergelijkbaar,
zodat er geen noodzaak is de dosering bij ouderen aan te passen (zie rubriek 5.2).
Patiënten met nierfunctiestoornissen:
Identieke dosis zoals vermeld onder "volwassenen" (zie rubriek 5.2).
Patiënten met leverfunctiestoornissen:
Identieke dosis zoals vermeld onder "volwassenen" (zie rubriek 5.2).
4.2.2. Postoperatieve misselijkheid en braken bij gynaecologische ingrepen:
Volwassenen.
Preventie:
Ter preventie dient een enkele dosis van 1 mg Kytril (bijv. Kytril i.v. 1mg=1ml) te worden toegediend via
een langzame intraveneuze injectie (gedurende 30 seconden) vóórdat de patiënt onder anesthesie wordt
gebracht.
Behandeling:
Voor de behandeling van optredende postoperatieve misselijkheid en braken, dient een enkele dosis van
1 mg Kytril (bijv. Kytril i.v. 1mg=1ml) te worden toegediend via een langzame intraveneuze injectie
(gedurende 30 seconden).
Speciale patiëntengroepen:
Kinderen:
Er is geen ervaring bij kinderen met het gebruik van Kytril bij de preventie en behandeling van
postoperatieve misselijkheid en braken.
Ouderen:
Het werkzaamheids- en veiligheidsprofiel van Kytril bij ouderen en jonge volwassenen is vergelijkbaar,
zodat er geen noodzaak is de dosering bij ouderen aan te passen (zie rubriek 5.2).
Patiënten met nierfunctiestoornissen:
Identieke dosis zoals vermeld onder "volwassenen" (zie rubriek 5.2).
Patiënten met leverfunctiestoornissen:
Identieke dosis zoals vermeld onder "volwassenen" (zie rubriek 5.2).
maart 2010
- Blad 2 -
4.3. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor granisetron of voor één van de hulpstoffen.
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Aangezien granisetron de darmmotiliteit kan verminderen, dienen patiënten met verschijnselen van een
(sub-)acute darmobstructie na toediening van Kytril nauwlettend te worden gevolgd. Voor ouderen of
patiënten met nier- of leverfunctiestoornissen zijn geen bijzondere voorzorgen nodig. Alhoewel bij patiënten
met leverfunctiestoornissen tot nu toe geen aanwijzingen werden gevonden voor een toenemende incidentie
van bijwerkingen, dient Kytril op grond van de kinetiek met enige voorzichtigheid te worden toegepast bij
deze categorie.
Zoals met andere 5-HT3 antagonisten, zijn afwijkingen op het ECG, waaronder QT verlenging, gemeld met
Kytril. Deze ECG afwijkingen met Kytril waren mild van aard en gewoonlijk niet klinisch significant; er
werd met name geen proaritmie geconstateerd. Bij patiënten met reeds bestaande aritmie of cardiale
geleidingsstoornissen zouden echter klinische effecten kunnen voorkomen. Daarom dient voorzichtigheid
betracht te worden bij patiënten met cardiale aandoeningen en bij patiënten die cardiotoxische chemotherapie
toegediend krijgen en/of serumelektrolytafwijkingen tonen.
4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie In dierproeven is aangetoond dat granisetron het cytochroom P450-enzymsysteem noch stimuleert noch
remt. Bij de mens heeft hepatische enzyminductie door
fenobarbital geleid tot een toename van de totale
plasmaklaring (circa 25%) na intraveneuze toediening van Kytril.
Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen gevonden voor een interactie van granisetron met geneesmiddelen die
vaak worden voorgeschreven bij een anti-emetogene therapie zoals benzodiazepinen, neuroleptica en
geneesmiddelen bij peptische aandoeningen (bijvoorbeeld
lorazepam,
haloperidol en
cimetidine). Verder zijn
er geen interacties gevonden tussen granisetron en emetogene cytostatische therapieën.
Er zijn geen specifieke interactiestudies met Kytril uitgevoerd bij patiënten onder anesthesie. Kytril is echter
wel tegelijkertijd veilig toegediend met zowel anesthetica als pijnstillende middelen.
In vitro-studies met
menselijke microsomale enzymsystemen hebben tevens aangetoond dat subgroep 3A4 (betrokken bij het
metabolisme van enkele belangrijke narcotische analgetica) van het CYP-P450-enzymsysteem, noch
gestimuleerd noch geremd wordt door Kytril.
Zoals met andere 5-HT3 antagonisten, zijn afwijkingen op het ECG, waaronder QT verlenging, gemeld met
Kytril. Deze ECG afwijkingen waren mild van aard en gewoonlijk niet klinisch significant; er werd met
name geen proaritmie geconstateerd. Klinische effecten zouden echter kunnen voorkomen bij patiënten die
gelijktijdig behandeld worden met geneesmiddelen waarvan bekend is dat zij het QT-interval verlengen en/of
aritmieën veroorzaken.
4.6. Zwangerschap en borstvoeding Over het gebruik van deze stof in de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de
mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij
dierproeven.
Er zijn geen gegevens bekend over uitscheiding van granisetron in de moedermelk. Kytril wordt daarom niet
aanbevolen voor zogende vrouwen.
4.7. Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen Bij gezonde personen zijn geen invloeden waargenomen na intraveneuze toediening van Kytril (tot
200 µg/kg) die van klinisch belang zijn op het EEG in rust of op de resultaten van psychometrische testen. Er
maart 2010
- Blad 3 -
zijn geen gegevens bekend over het effect van Kytril op de rijvaardigheid. In klinische studies zijn
incidentele gevallen gemeld van slaperigheid.
4.8. Bijwerkingen
Onderzoek heeft aangetoond dat Kytril door de mens goed wordt verdragen.
Zenuwstelselaandoeningen
Zeer zelden (< 1/10.000, inclusief incidentele gevallen): hoofdpijn
Hartaandoeningen Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): afwijkingen op het ECG, waaronder
QT verlenging (zie rubrieken 4.4 en 4.5)
Maagdarmstelselaandoeningen
Zeer zelden (< 1/10.000, inclusief incidentele gevallen): obstipatie, ileus
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zeer zelden (< 1/10.000, inclusief incidentele gevallen): huiduitslag, overgevoeligheidsreacties, anafylaxie
Algemene aandoeningen
Zeer zelden (< 1/10.000, inclusief incidentele gevallen): slaperigheid
Lever- en galaandoeningen
Zeer zelden (< 1/10.000, inclusief incidentele gevallen): verhoogde transaminase spiegels
4.9. Overdosering Er is geen specifiek antidotum. In geval van overdosering dient de behandeling symptomatisch te
geschieden. Bij één patiënt is 10 maal de aanbevolen dosis Kytril toegediend. Er was sprake van lichte
hoofdpijn. Andere symptomen zijn niet waargenomen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN 5.1. Farmacodynamische eigenschappen Farmacotherapeutische categorie: serotonine (5-HT3) antagonisten, ATC-code: A04AA02
Granisetron is een sterk anti-emeticum en uiterst selectieve 5-HT3-receptor-antagonist. Farmacologisch
onderzoek heeft aangetoond dat granisetron werkzaam is tegen misselijkheid en braken ten gevolge van
cytostatische therapie.
Kytril injectievloeistof is effectief in de profylaxe en behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken
bij gynaecologische ingrepen.
Studies met radioliganden hebben aangetoond dat de affiniteit van granisetron voor andere typen receptoren,
waaronder de 5-HT1, 5-HT2, 5-HT4 en dopamine D2, te verwaarlozen is. Granisetron beïnvloedt de
prolactine- en aldosteronspiegel niet.
5.2. Farmacokinetische eigenschappen De farmacokinetiek van granisetron is uitgebreid onderzocht voor een intraveneuze dosering variërend van
30 tot 300 µg/kg bij vrijwilligers en van 10 tot 160 µg/kg bij patiënten. De kinetiek van granisetron bleek
lineair in deze doseringen.
Verdeling
Granisetron wordt gedistribueerd met een gemiddeld verdelingsvolume van ongeveer 3 l/kg. De plasma-
eiwitbinding is ongeveer 65%.
maart 2010
- Blad 4 -
De totale plasmaklaring bij gezonde vrijwilligers benadert de waarde van de hepatische plasmadoorstroming
(ongeveer 0,7 l/uur/kg). Bij patiënten kan de totale plasmaklaring ongeveer 50% lager zijn. De gemiddelde
plasmahalfwaardetijd bij patiënten is 9 uur; de interindividuele variatie is groot.
Er is geen duidelijke relatie tussen de plasmaconcentratie en het anti-emetische effect. Er is sprake van
klinische werkzaamheid, zelfs wanneer er geen granisetron in het plasma aantoonbaar is.
Metabolisme
De biotransformatie verloopt via N-demethylering en oxidatie van de aromatische ring gevolgd door
conjugatie.
Eliminatie
Granisetron wordt voornamelijk metabool geklaard. De uitscheiding in de urine van onveranderd granisetron
is gemiddeld 12% van de dosis. De metabolieten worden uitgescheiden in de urine (circa 50%) en in de
faeces (circa 38%).
Farmacokinetiek bij speciale populaties
Na een éénmalige dosis werden bij oudere gezonde personen farmacokinetische parameters gevonden die in
dezelfde range lagen als die voor de jongere gezonde personen. Echter, de gemiddelde plasmaklaring bij
ouderen bedroeg ongeveer 50% van de gemiddelde plasmaklaring bij jongere gezonde vrijwilligers.
Uit de gegevens blijkt dat de farmacokinetische parameters na een éénmalige dosis bij patiënten met ernstige
nierfunctiestoornissen in het algemeen gelijk zijn aan die bij gezonde personen.
5.3. Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Uit het preklinische onderzoek zijn geen gegevens verkregen die van belang zijn voor de behandelend arts.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS 6.1. Lijst van hulpstoffen Ampul 3 mg = 3 ml:
natriumchloride, citroenzuur monohydraat, water voor injectie, zoutzuur,
natriumhydroxide.
Ampul 1 mg = 1 ml: natriumchloride, citroenzuur monohydraat, water voor injectie, zoutzuur,
natriumhydroxide.
6.2. Gevallen van onverenigbaarheid Als algemene voorzorg, dient Kytril niet in dezelfde injectiespuit of dezelfde infuuszak of -fles met andere
geneesmiddelen dan dexamethasonnatriumfosfaat gemengd te worden. In het geval van een profylactische
behandeling, dient de bereide infusievloeistof of injectievloeistof met Kytril volledig toegediend te zijn
alvorens de chemo- of radiotherapie gestart wordt of de patiënt onder anesthesie wordt gebracht.
6.3. Houdbaarheid Ampul (3 mg = 3 ml) en ampul (1 mg = 1 ml): 3 jaar
De bereide infusievloeistoffen zijn gedurende 24 uur chemisch stabiel indien bewaard bij 15-25°C. Indien
reconstitutie/bijmenging niet onder strikte aseptische condities plaatsvindt moet de houdbaarheid van het
gereconstitueerde product vanuit microbiologisch oogpunt worden beperkt tot maximaal 24 uur bij 2-8°C.
6.4. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren In de originele verpakking bewaren bij 15-30° C. Niet invriezen.
Voor de bewaarcondities van het verdunde geneesmiddel, zie rubriek 6.3.
maart 2010
- Blad 5 -
6.5. Aard en inhoud van de verpakking Ampul 3 mg = 3 ml: kleurloze, glazen ampul, 5 ampullen per verpakking.
Ampul 1 mg = 1 ml: kleurloze, glazen ampul, 1 en 5 ampullen per verpakking.
6.6. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Het beste kunnen intraveneuze infusies met Kytril worden klaargemaakt vlak voor het moment van
toediening. Bereiding infusievloeistof voor volwassenen: voor de bereiding van een infusievloeistof met een
dosis van 3 mg, dient 3 ml concentraat voor infusievloeistof verdund te worden tot een volume van 20 tot
50 ml met één van de volgende infuusvloeistoffen: natriumchloride 0,9%, natriumchloride 0,18% + glucose
4%, glucose 5%, Hartmanns oplossing, natriumlactaat 1,87%,
mannitol 10% of
natriumwaterstofcarbonaat (1,4%, 2,74% of 4,2%).
Bereiding infusievloeistof voor kinderen: Voor de bereiding van een infusievloeistof met een dosis van 40 µg/kg lichaamsgewicht, dient een
overeenkomstige hoeveelheid van het concentraat voor infusievloeistof verdund te worden tot een volume
van 10-30 ml met één van de bovengenoemde infuusvloeistoffen.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN Roche Nederland B.V.
Beneluxlaan 2a
3446 GR Woerden
Nederland
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN Kytril i.v. 3 mg = 3 ml
RVG 14791
Kytril i.v. 1 mg = 1 ml
RVG 20958
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING
Kytril i.v. 3 mg = 3 ml
5 september 1991
Kytril i.v. 1 mg = 1 ml
31 juli 1997
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke herziening: betreft rubriek 3, 4.3, 4.4, 4.5, 4.8, 6.3, 6.4, 6.6: 24 maart 2010
maart 2010
- Blad 6 -