Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Lamotrigine Dispers 200 mg PCH, dispergeerbare tabletten

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 33365
Registratiehouder: Pharmachemie



LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Lamotrigine Dispers 2 mg PCH, dispergeerbare tabletten
Lamotrigine Dispers 5 mg PCH, dispergeerbare tabletten
Lamotrigine Dispers 25 mg PCH, dispergeerbare tabletten
Lamotrigine Dispers 50 mg PCH, dispergeerbare tabletten
Lamotrigine Dispers 100 mg PCH, dispergeerbare tabletten
Lamotrigine Dispers 200 mg PCH, dispergeerbare tabletten


2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke dispergeerbare tablet bevat respectievelijk 2, 5, 25, 50, 100 of 200 mg lamotrigine.

Voor een volledige lijst van hulpstoffen zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Dispergeerbare tablet.

2 mg:
wit tot witachtige, ronde tabletten met de inscriptie "2" aan één zijde en "DLT" aan de andere
zijde.
5 mg:
wit tot witachtige, ronde tabletten met de inscriptie "93" aan één zijde en "688" aan de andere
zijde.
25 mg:
wit tot witachtige, ovale tabletten met de inscriptie "93" aan één zijde en "132" aan de andere
zijde.
50 mg:
wit tot witachtige, ronde tabletten met de inscriptie "50" aan één zijde en "DLT" aan de andere
zijde.
100 mg:
wit tot witachtige, ronde tabletten met de inscriptie "100" aan één zijde en "DLT" aan de andere
zijde.
200 mg:
wit tot witachtige, ronde tabletten met de inscriptie "200" aan één zijde en "DLT" aan de andere
zijde.


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

Epilepsie

Volwassenen en adolescenten van 13 jaar en ouder:

rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
2
-
Adjuvante of monotherapie behandeling van partiële epilepsie en gegeneraliseerde epilepsie,
waaronder tonisch-clonische epilepsie
-
Epilepsie geassocieerd met het Syndroom van Lennox-Gastaut. Lamotrigine wordt gegeven als
adjuvante behandeling maar mag ook het initiële anti-epilepticum zijn bij het Syndroom van
Lennox-Gastaut

Kinderen en adolescenten van 2 tot en met 12 jaar oud:

-
Adjuvante behandeling van partiële epilepsie en gegeneraliseerde epilepsie, waaronder tonisch-
clonische aanvallen en epilepsie geassocieerd met Lennox-Gastaut syndroom
-
Monotherapie bij typische absence epilepsie

Bipolaire aandoening

Volwassenen van 18 jaar en ouder:

-
Preventie van depressieve episodes bij patiënten met een bipolaire I aandoening die
voornamelijk depressieve episodes ervaren (zie rubriek 5.1).

Lamotrigine is niet geïndiceerd voor de acute behandeling van manische of depressieve episodes.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Lamotrigine dispergeerbare tabletten mogen worden gekauwd, opgelost in een kleine hoeveelheid
water (minstens zoveel dat de hele tablet onder water staat) of in zijn geheel worden ingenomen met
wat water.

Als de berekende hoeveelheid lamotrigine (bijvoorbeeld voor de behandeling van kinderen met
epilepsie of patiënten met een afgenomen leverfunctie) niet in hele tabletten is uit te drukken, dient de
dosering die wordt ingenomen het lagere aantal hele tabletten te zijn.

Herstarten van de behandeling

Voorschrijvers dienen de noodzaak voor het opbouwen van de medicatie tot de onderhoudsdosering te
beoordelen indien patiënten, die om welke reden dan ook gestopt zijn met lamotrigine, opnieuw starten.
Dit vanwege het risico op ernstige rash dat in verband is gebracht met hoge initiële doseringen en met
het overschrijden van de stapsgewijze verhoging van lamotrigine (zie rubriek 4.4). Hoe groter het
tijdsinterval vanaf de voorgaande dosering, des te meer aandacht dient er te zijn voor de stapsgewijze
verhoging tot de onderhoudsdosering. Indien het tijdsinterval na discontinuering van lamotrigine langer
is geleden dan vijfmaal de halfwaardetijd (zie rubriek 5.2), dient lamotrigine normaal gesproken
getitreerd te worden tot de onderhoudsdosering volgens het daartoe geëigende insluipschema.

Er wordt aanbevolen niet met lamotrigine te herstarten bij patiënten die de behandeling gestaakt
hebben wegens rash die in verband is gebracht met een eerdere behandeling met lamotrigine tenzij het
mogelijke voordeel opweegt tegen het risico.
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
3

Epilepsie

De aanbevolen dosisopbouw en onderhoudsdoseringen voor volwassenen en adolescenten ouder dan
13 jaar (tabel 1) en voor kinderen en adolescenten van twee tot en met 12 jaar oud (tabel 2) staan
hieronder vermeld. Vanwege het risico op rash dienen de startdosering en de daarna volgende
stapsgewijze verhoging niet te worden overschreden (zie rubriek 4.4).

Indien gelijktijdig toegediende anti-epileptica worden gestaakt of andere anti-epileptica/geneesmiddelen
worden toegevoegd aan behandelschema's die lamotrigine bevatten, dient aandacht te worden besteed
aan het effect dat dit kan hebben op de farmacokinetiek van lamotrigine (zie rubriek 4.5).

Tabel 1: Volwassenen en adolescenten van 13 jaar en ouder - aanbevolen insluipschema bij epilepsie

Behandelregime
Weken 1 + 2
Weken 3 + 4
Gebruikelijke onderhoudsdosering




Monotherapie:
25 mg/dag
50 mg/dag
100 - 200 mg/dag

(eenmaal daags) (eenmaal daags)
(eenmaal daags of in 2


afzonderlijke doses)

Om een onderhoudsdosering te
bereiken, kunnen de doseringen
worden verhoogd met een
maximum van 50-100 mg elke 1 à
2 weken tot een optimale respons
is bereikt

Voor sommige patiënten is 500 mg
per dag noodzakelijk om de
gewenste respons te bereiken
Adjuvante therapie MET valproaat (lamotrigine-glucuronideringsremmer - zie rubriek 4.5):
Dit doseringsschema dient te
12,5 mg/dag
25 mg/dag
100 - 200 mg/dag
worden gebruikt voor patiënten
(toegediend als
(eenmaal daags)
(eenmaal daags of in 2
die met valproaat worden
25 mg om de

afzonderlijke doses)
behandeld, al dan niet in
dag)

combinatie met andere

Om een onderhoudsdosering te
geneesmiddelen
bereiken, kunnen de doseringen

worden verhoogd met een
maximum van 25 - 50 mg elke 1 à
2 weken totdat een optimale
respons is bereikt
Adjuvante therapie ZONDER valproaat en MET lamotrigine-glucuronideringsinduceerders (zie rubriek 4.5):
Dit doseringsschema dient te
50 mg/dag
100 mg/dag
200 - 400 mg/dag
worden gebruikt voor patiënten
(eenmaal daags) (twee afzonderlijke
(twee afzonderlijke doses)
die zonder valproaat worden

doses)

behandeld maar met:

Om een onderhoudsdosering te
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
4

bereiken, kunnen de doseringen
fenytoïne
worden verhoogd met een
carbamazepine
maximum van 100 mg elke 1 à 2
fenobarbital
weken totdat een optimale respons
primidon
is bereikt
rifampicine

lopinavir/ritonavir
Sommige patiënten hebben een

dosering van 700 mg/dag nodig om
de beoogde respons te bereiken
Adjuvante therapie ZONDER valproaat en ZONDER lamotrigine-glucuronideringsinduceerders (zie rubriek
4.5):
Dit doseringsschema dient te
25 mg/dag
50 mg/dag
100 - 200 mg/dag
worden gebruikt met andere
(eenmaal daags) (eenmaal daags)
(eenmaal daags of in 2
geneesmiddelen die de


afzonderlijke doses)
lamotrigine-glucuronidering niet

significant remmen of induceren
Om een onderhoudsdosering te

bereiken, kunnen de doseringen
worden verhoogd met een
maximum van 50-100 mg elke 1 à
2 weken totdat een optimale
respons is bereikt
Bij patiënten die geneesmiddelen gebruiken waarvan de farmacokinetische interacties met lamotrigine op dit
moment niet bekend zijn (zie rubriek 4.5) moet de doseringsopbouw worden aangehouden zoals wordt
aanbevolen voor lamotrigine in combinatie met valproaat.

Tabel 2: Kinderen en adolescenten van twee tot en met 12 jaar oud - aanbevolen insluipschema bij
epilepsie (totale dagelijkse dosering in mg/kg lichaamsgewicht per dag)

Behandelregime
Weken 1 + 2
Weken 3 + 4
Gebruikelijke onderhoudsdosering




Monotherapie bij typische
0,3 mg/kg/dag
0,6 mg/kg/dag
1 - 10 mg/kg/dag, alhoewel
absence epilepsie:
(eenmaal daags (eenmaal daags of
sommige patiënten hogere

of in 2
in 2 afzonderlijke
doseringen nodig hadden (tot
afzonderlijke
doses)
15 mg/kg/dag) om de gewenste
doses)

respons te verkrijgen (eenmaal

daags of in 2 afzonderlijke doses)

Om een onderhoudsdosering te
bereiken, kunnen de doseringen
worden verhoogd met een
maximum van 0,6 mg/kg/dag elke
1 à 2 weken tot een optimale
respons is bereikt
Adjuvante therapie MET valproaat (lamotrigine-glucuronideringsremmer - zie rubriek 4.5):
Dit doseringsschema dient te
0,15 mg/kg/dag* 0,3 mg/kg/dag
1 - 5 mg/kg/dag
worden gebruikt voor patiënten
(eenmaal daags) (eenmaal daags)
(eenmaal daags of in 2
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
5
die met valproaat worden


afzonderlijke doses)
behandeld, al dan niet in

combinatie met andere
Om een onderhoudsdosering te
geneesmiddelen
bereiken, kunnen de doseringen

worden verhoogd met een
maximum van 0,3 mg/kg elke 1 à 2
weken totdat een optimale respons
is bereikt met als maximale
onderhoudsdosering 200 mg/dag
Adjuvante therapie ZONDER valproaat en MET lamotrigine-glucuronideringsinduceerders (zie rubriek 4.5):
Dit doseringsschema dient te
0,6 mg/kg/dag
1,2 mg/kg/dag
5 - 15 mg/kg/dag
worden gebruikt voor patiënten
(twee
(twee afzonderlijke
(eenmaal daags of twee
die zonder valproaat worden
afzonderlijke
doses)
afzonderlijke doses)
behandeld maar met:
doses)




Om een onderhoudsdosering te
fenytoïne
bereiken, kunnen de doseringen
carbamazepine
worden verhoogd met een
fenobarbital
maximum van 1,2 mg/kg elke 1 à 2
primidon
weken totdat een optimale respons
rifampicine
is bereikt, met als maximale
lopinavir/ritonavir
onderhoudsdosering 400 mg/dag
Adjuvante therapie ZONDER valproaat en ZONDER lamotrigine-glucuronideringsinduceerders (zie rubriek
4.5):
Dit doseringsschema dient te
0,3 mg/kg/dag
0,6 mg/kg/dag
1 - 10 mg/kg/dag
worden gebruikt met andere
(eenmaal daags (eenmaal daags of
(eenmaal daags of in 2
geneesmiddelen die de
of twee
twee afzonderlijke
afzonderlijke doses)
lamotrigine-glucuronidering niet afzonderlijke
doses)

significant remmen of induceren doses)

Om een onderhoudsdosering te


bereiken, kunnen de doseringen
worden verhoogd met een
maximum van 0,6 mg/kg elke 1 à 2
weken totdat een optimale respons
is bereikt, met als maximale
onderhoudsdosering 200 mg/dag
Bij patiënten die geneesmiddelen gebruiken waarvan de farmacokinetische interacties met lamotrigine op dit
moment niet bekend zijn (zie rubriek 4.5) moet de doseringsopbouw worden aangehouden zoals wordt
aanbevolen voor lamotrigine in combinatie met valproaat.
* Indien de berekening van de dagelijkse dosering bij patiënten die valproaat gebruiken 1 mg of meer is, maar
minder dan 2 mg, dan kunnen de Lamotrigine Dispers 2 mg dispergeerbare tabletten ingenomen worden om
de dag in de eerste twee weken. Indien de berekende dosering bij patiënten die valproaat gebruiken minder is
dan 1 mg, dient Lamotrigine niet te worden toegediend.

Om er zeker van te zijn dat een therapeutische dosering gehandhaafd blijft, dient het gewicht van het
kind bijgehouden te worden en dient, als het gewicht wijzigt, de dosering opnieuw beoordeeld te
worden. Het is te verwachten dat kinderen van twee tot zes jaar een onderhoudsdosering nodig hebben,
die aan de bovenkant van de aanbevolen doseringen ligt.
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
6

Indien de epilepsie onder controle is gebracht met een combinatie van anti-epileptica, kunnen de
andere anti-epileptica worden afgebouwd, en kunnen de patiënten verder worden behandeld met
Lamotrigine monotherapie.

Kinderen jonger dan 2 jaar

-
Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over de werkzaamheid en veiligheid van lamotrigine als
adjuvante behandeling van partiële epilepsie bij kinderen van 1 maand tot 2 jaar (zie rubriek 4.4).
Er zijn geen gegevens beschikbaar bij kinderen jonger dan 1 maand. Daarom is gebruik van
lamotrigine niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 2 jaar. Als, gebaseerd op klinische noodzaak,
een beslissing om te behandelen toch wordt genomen, zie dan rubrieken 4.4, 5.1 en 5.2.

Bipolaire aandoening
De aanbevolen dosisopbouw en onderhoudsdosering voor volwassenen van 18 jaar en ouder worden in
de tabellen hieronder weergegeven. Het overgangsschema houdt een stijging van de dosering
lamotrigine in tot een gestabiliseerde onderhoudsdosering in een periode van zes weken (tabel 3). Na
deze periode kan het gebruik van andere psychotrope geneesmiddelen en/of anti-epileptica gestaakt
worden, indien dit klinisch geïndiceerd is (zie tabel 4). De doseringsaanpassingen na toevoeging van
andere psychotrope geneesmiddelen en/of anti-epileptica worden eveneens hieronder weergegeven
(tabel 5). Vanwege het risico op rash dienen de startdosering en de daarop volgende stapsgewijze
verhogingen van de dosering niet te worden overschreden (zie rubriek 4.4).

Tabel 3: Volwassenen van 18 jaar en ouder - aanbevolen insluipschema tot de totaal dagelijkse
onderhoudsdosering bij behandeling van bipolaire aandoening

Behandelregime
Weken 1 + 2 Weken 3 + 4
Week 5
Beoogde stabilisatiedosering
(week 6)*
Monotherapie met lamotrigine OF adjuvante therapie ZONDER valproaat en ZONDER lamotrigine-
glucuronideringsinduceerders
(zie rubriek 4.5):
Dit doseringsschema dient te
25 mg/dag
50 mg/dag
100 mg/dag 200 mg/dag - de gebruikelijke
worden gebruikt met andere
(eenmaal
(eenmaal
(eenmaal
beoogde dosering voor een
geneesmiddelen die de
daags)
daags of
daags of
optimale respons (eenmaal
lamotrigine-glucuronidering niet
twee
twee
daags of twee afzonderlijke
significant remmen of induceren
afzonderlijke
afzonderlijke doses)

doses)
doses
Doseringen tussen 100 en


400 mg/dag zijn gebruikt in
klinische onderzoeken
Adjuvante therapie MET valproaat (lamotrigine-glucuronideringsremmer - zie rubriek 4.5):
Dit doseringsschema dient te
12,5 mg/dag 25 mg/dag
50 mg/dag
100 mg/dag - de gebruikelijke
worden gebruikt voor patiënten
(toegediend
(eenmaal
(eenmaal
beoogde dosering voor een
die met valproaat worden
als 25 mg
daags)
daags of
optimale respons (eenmaal
behandeld, al dan niet in
om de dag)
twee
daags of twee afzonderlijke
combinatie met andere

afzonderlijke doses)
geneesmiddelen
doses)
Een maximum dosering van


200 mg/dag kan worden
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
7
gebruikt, afhankelijk van de
klinische respons
Adjuvante therapie ZONDER valproaat en MET lamotrigine-glucuronideringsinduceerders (zie rubriek 4.5):
Dit doseringsschema dient te
50 mg/dag
100 mg/dag
200 mg/dag 300 mg/dag in week 6, indien
worden gebruikt voor patiënten
(eenmaal
(twee
(twee
nodig verhoogd tot de
die zonder valproaat worden
daags)
afzonderlijke
afzonderlijke gebruikelijke beoogde
behandeld maar met:

doses)
doses)
dosering van 400 mg/dag in



week 7 om een optimale
fenytoïne
respons te bereiken (twee
carbamazepine
afzonderlijke doses)
fenobarbital

primidon
rifampicine
lopinavir/ritonavir
Bij patiënten die anti-epileptica gebruiken waarvan de farmacokinetische interacties met lamotrigine op dit
moment niet bekend zijn (zie rubriek 4.5) moet de doseringsopbouw worden aangehouden zoals aanbevolen
voor de combinatie met valproaat.

* De beoogde stabilisatiedosering verandert, afhankelijk van de klinische respons.

Tabel 4: Volwassenen van 18 jaar en ouder - totale dagelijkse gestabiliseerde onderhoudsdosering na
staken van de gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen bij de behandeling van een bipolaire aandoening
Zodra de beoogde dagelijkse gestabiliseerde onderhoudsdosering is bereikt, kan het gebruik van
andere geneesmiddelen worden gestaakt volgens het onderstaande schema.

Behandelregime Huidige
lamotrigine
Week 1
Week 2
Week 3
stabilisatiedosering
(vanaf staken
en verder*
(voor het staken van van de

de medicatie)
medicatie)
Stoppen van gebruik van valproaat (lamotrigine-glucuronideringsremmer - zie rubriek 4.5), afhankelijk van de
oorspronkelijke dosering lamotrigine:
Zodra het gebruik van
100 mg/dag
200 mg/dag
Handhaaf deze dosering (200 mg/dag)
valproaat wordt gestaakt, dient
(twee afzonderlijke doses)
de stabilisatiedosering te
200 mg/dag
300 mg/dag
400 mg/dag
Handhaaf deze
worden verdubbeld, waarbij
dosering
een toename van meer dan
(400 mg/dag)
100 mg/week niet mag worden
overschreden
Stoppen van lamotrigine-glucuronideringsinduceerders (zie rubriek 4.5), afhankelijk van de oorspronkelijke
dosering lamotrigine:
Dit doseringsschema dient te
400 mg/dag
400 mg/dag
300 mg/dag
200 mg/dag
worden gebruikt indien het

gebruik van de volgende
300 mg/dag
300 mg/dag
225 mg/dag
150 mg/dag
geneesmiddelen wordt

gestaakt:
200 mg/dag
200 mg/dag
150 mg/dag
100 mg/dag

rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
8
fenytoïne
carbamazepine
fenobarbital
primidon
rifampicine
lopinavir/ritonavir
Stoppen van geneesmiddelen die NIET significant lamotrigine-glucuronidering remmen of induceren (zie
rubriek 4.5):
Dit doseringsschema dient te
Handhaaf de beoogde dosis behaald via dosistitratie (200 mg/dag; twee
worden gebruikt indien het
afzonderlijke doses; dosisbereik 100 - 400 mg/dag)
gebruik van andere

geneesmiddelen die de
lamotrigine-glucuronidering
niet significant remmen of
induceren, wordt gestaakt
Bij patiënten die geneesmiddelen gebruiken waarvan de farmacokinetische interactie met lamotrigine momenteel
niet bekend is (zie rubriek 4.5), dient het behandelschema dat wordt aanbevolen voor lamotrigine in combinatie
met valproaat te worden gebruikt.

* De dosering kan worden verhoogd tot 400 mg/dag indien nodig

Tabel 5: Volwassenen van 18 jaar en ouder - aanpassing van de dagelijkse dosering lamotrigine na
toevoeging van een ander geneesmiddel voor de behandeling van een bipolaire aandoening
Er is geen klinische ervaring met het aanpassen van de dagelijkse lamotrigine dosering na toevoeging
van andere geneesmiddelen. De volgende aanbevelingen kunnen echter worden gedaan, gebaseerd op
interactie-onderzoeken met andere geneesmiddelen:

Behandelregime Huidige
lamotrigine
Week 1 (vanaf Week 2
Week 3
stabilisatiedosering
de toevoeging)
en verder
(voor toevoegen van


medicatie)
Toevoeging van valproaat (lamotrigine-glucuronideringsremmer - zie rubriek 4.5), afhankelijk van de
oorspronkelijke dosering lamotrigine:
Dit doseringsschema moet
200 mg/dag
100 mg/dag
Handhaaf deze dosering
worden gebruikt indien valproaat

(100 mg/dag)
wordt toegevoegd, onafhankelijk
300 mg/dag
150 mg/dag
Handhaaf deze dosering
van andere gelijktijdig gebruikte

(150 mg/dag)
geneesmiddelen
400 mg/dag
200 mg/dag
Handhaaf deze dosering
(200 mg/dag)
Toevoeging van lamotrigine-glucuronideringsinduceerders bij patiënten die GEEN valproaat gebruiken
(zie rubriek 4.5), afhankelijk van de oorspronkelijke dosering lamotrigine:
Dit doseringsschema dient te
200 mg/dag
200 mg/dag
300 mg/dag
400 mg/dag
worden gebruikt indien de

volgende geneesmiddelen
150 mg/dag
150 mg/dag
225 mg/dag
300 mg/dag
worden toegevoegd zonder

rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
9
valproaat:
100 mg/dag
100 mg/dag
150 mg/dag
200 mg/dag


fenytoïne
carbamazepine
fenobarbital
primidon
rifampicine
lopinavir/ritonavir
Toevoeging van geneesmiddelen die de lamotrigine-glucuronidering NIET significant remmen of
induceren
(zie rubriek 4.5):
Dit doseringsschema dient te
Handhaaf de beoogde dosis behaald via dosistitratie (200 mg/dag;
worden gebruikt indien andere
dosisbereik 100 - 400 mg/dag)
geneesmiddelen, die de

lamotrigine-glucuronidering niet
significant remmen of induceren,
worden toegevoegd
Bij patiënten die geneesmiddelen gebruiken waarvan de farmacokinetische interactie met lamotrigine momenteel
niet bekend is (zie rubriek 4.5) dient het behandelschema, dat wordt aanbevolen voor lamotrigine in combinatie
met valproaat, te worden gebruikt.

Discontinueren van Lamotrigine bij patiënten met een bipolaire aandoening

In klinische onderzoeken was er geen toename in de incidentie, ernst of het type bijwerking na abrupt
staken van het gebruik van lamotrigine versus placebo. Vandaar dat patiënten het gebruik van
Lamotrigine kunnen staken zonder een stapsgewijze dosisreductie.

Kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar
Lamotrigine wordt niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen jonger dan 18 jaar oud aangezien er
onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de veiligheid en werkzaamheid (zie rubriek 4.4).

Algemene doseringsaanbevelingen voor Lamotrigine bij speciale patiëntengroepen:

Vrouwen die hormonale anticonceptie gebruiken

Het gebruik van een ethinylestradiol/levonorgestrel (30 g/150 g) combinatie versnelt de klaring van
lamotrigine met ongeveer een factor twee, wat resulteert in een verlaging van de lamotriginespiegels.
Na titratie kunnen hogere onderhoudsdoseringen lamotrigine nodig zijn (tot een factor twee) om een
maximale therapeutische respons te bereiken. Tijdens de pilvrije week is een tweevoudige stijging in
lamotriginespiegels waargenomen. Dosis-gerelateerde bijwerkingen kunnen niet worden uitgesloten.
Vandaar dat een anticonceptiemethode zonder pilvrije week overwogen moet worden als eerstelijns-
behandeling (bijvoorbeeld via continue hormonale anticonceptie of via niet-hormonale methodes; zie
rubrieken 4.4 en 4.5).

Het starten van hormonale anticonceptie bij patiënten die reeds onderhoudsdoseringen lamotrigine

gebruiken en die GEEN lamotrigine-glucuronideringsinduceerders gebruiken
De onderhoudsdosering lamotrigine zal in de meeste gevallen verhoogd moeten worden met een factor
twee (zie rubrieken 4.4 en 4.5). Er wordt aanbevolen dat vanaf het moment dat de hormonale
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
10
anticonceptie wordt gestart, de lamotriginedosering wekelijks wordt verhoogd met 50 tot 100 mg/dag
afhankelijk van de individuele klinische respons. Dosisstijgingen mogen deze snelheid niet
overschrijden, tenzij de klinische respons grotere stijgingen rechtvaardigt.
Meting van serumlamotrigineconcentraties voor en na het starten met de hormonale anticonceptiva kan
worden overwogen ter bevestiging dat de uitgangsconcentraties van lamotrigine gehandhaafd blijven.
Indien nodig dient de dosering te worden aangepast. Bij vrouwen die een hormonaal anticonceptivum
gebruiken die een week inactieve behandeling omvat (een pilvrije week), dient het
serumlamotriginegehalte te worden gecontroleerd tijdens de derde week van de actieve behandeling,
dus tussen dagen 15 en 21 van de pilcyclus. Daarom dient overwogen te worden anticonceptie te
gebruiken zonder pilvrije week (bijvoorbeeld via continue hormonale anticonceptie of via niet-hormonale
methodes; zie rubrieken 4.4 en 4.5).

Het stoppen van hormonale anticonceptie bij patiënten die reeds onderhoudsdoseringen lamotrigine

gebruiken en die GEEN lamotrigine-glucuronideringsinduceerders gebruiken
De onderhoudsdosering lamotrigine zal in de meeste gevallen met zo'n 50% verminderd moeten
worden (zie rubrieken 4.4 en 4.5). Er wordt aanbevolen om de dagelijkse dosering lamotrigine
geleidelijk wekelijks met 50-100 mg te verlagen (met een snelheid die 25% van de dagelijkse dosering
per week niet overschrijdt) in een periode van drie weken, tenzij de klinische respons anders aangeeft.
Het meten van de serumlamotrigineconcentraties voor en na het stoppen met de hormonale
anticonceptiva kan worden overwogen, ter bevestiging dat de uitgangsconcentraties van lamotrigine
gehandhaafd blijven. Het serumlamotriginegehalte dient bij vrouwen die een hormonaal
anticonceptivum gebruiken die een week inactieve behandeling omvat (een pilvrije week) te worden
gecontroleerd tijdens de derde week actieve behandeling, dus tussen dagen 15 en 21 van de pilcyclus.
Monsters voor het meten van de lamotriginegehaltes na het staken van het gebruik van de
anticonceptiepil dienen niet te worden genomen tijdens de eerste week nadat met de pil gestopt is.

Het starten van lamotrigine bij patiënten die reeds hormonale anticonceptiva gebruiken

De dosistitratie dient te gebeuren volgens de normale doseringsaanbevelingen die in de tabellen
omschreven staan.

Starten en stoppen met hormonale anticonceptiva bij patiënten die reeds onderhoudsdoseringen van

lamotrigine gebruiken en die WEL lamotrigine-glucuronideringsinduceerders gebruiken
Aanpassing aan de aanbevolen onderhoudsdosering lamotrigine hoeft niet noodzakelijk te zijn.

Ouderen (ouder dan 65 jaar oud)

Er zijn geen doseringsaanpassingen nodig van het aanbevolen doseerschema. De farmacokinetiek van
lamotrigine in deze leeftijdsgroep wijkt niet significant af van die van de niet-bejaarde volwassenen (zie
rubriek 5.2).

Verminderde nierfunctie

Lamotrigine dient met de nodige voorzichtigheid te worden toegediend aan patiënten met een
verminderde nierfunctie. Voor patiënten die in het eindstadium van nierfalen verkeren dient de
startdosering lamotrigine te worden afgestemd op de geneesmiddelen die gelijktijdig door de patiënt
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
11
worden gebruikt. Gereduceerde onderhoudsdoseringen kunnen effectief zijn bij patiënten die
significante functionele verminderde nierfunctie hebben (zie rubrieken 4.4 en 5.2).

Verminderde leverfunctie

De start-, de titreer- en de onderhoudsdoseringen dienen in het algemeen met ongeveer 50% te worden
verlaagd bij patiënten met matige (Child Pugh graad B) en met 75% bij patiënten met ernstige (Child
Pugh graad C) leverinsufficiëntie. Het titreren van de dosering en de onderhoudsdosering dienen te
worden aangepast op geleide van de klinische respons (zie rubriek 5.2).

4.3 Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Huiduitslag

Er zijn meldingen van huidreacties, die in het algemeen optraden binnen de eerste acht weken na de
start van de behandeling. De meeste meldingen van deze huiduitslag zijn mild en zelflimiterend van
aard, hoewel er meldingen zijn van ernstige gevallen van huiduitslag, die een ziekenhuisopname en
staken van de behandeling met lamotrigine vereisten. Sommige van deze ernstige gevallen van
huiduitslag omvatten mogelijk levensbedreigende uitslag, zoals Stevens-Johnson-syndroom en toxische
epidermale necrolyse (zie rubriek 4.8).

Bij volwassenen die deelnamen aan onderzoeken waarin de huidige lamotrigine
doseringsaanbevelingen werden gevolgd, was de incidentie van ernstige huiduitslag ongeveer 1 op 500
bij epilepsiepatiënten. Ongeveer de helft van deze gevallen is gemeld als Stevens-Johnson-syndroom
(1 op de 1.000). In klinische onderzoeken bij patiënten met een bipolaire aandoening was de incidentie
van ernstige huiduitslag ongeveer 1 op 1.000.

Het risico op ernstige huiduitslag bij kinderen is hoger dan bij volwassenen. De beschikbare gegevens
uit een aantal onderzoeken suggereert dat de incidentie van huiduitslag geassocieerd met
ziekenhuisopname bij epileptische kinderen varieert van 1 op 300 tot 1 op 100.

Bij kinderen kunnen de eerste tekenen van een huidreactie ten onrechte worden aangezien voor een
infectie. Indien kinderen tijdens de eerste acht weken van de behandeling symptomen krijgen van koorts
of huidreacties dient de behandelaar de mogelijkheid van een reactie op het geneesmiddel te
overwegen.

Verder blijkt dat het totale risico op huiduitslag sterk geassocieerd is met:
-
hoge initiële doseringen lamotrigine en overschrijding van het aanbevolen insluipschema bij het
instellen van de behandeling (zie rubriek 4.2)
-
gelijktijdig gebruik met valproaat (zie rubriek 4.2)
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
12

Men dient eveneens voorzichtig te zijn bij de behandeling van patiënten met een historie van een
allergie of rash in reactie op andere anti-epileptica aangezien de frequentie van niet-ernstige rash na
behandeling met lamotrigine ongeveer driemaal hoger was bij deze patiënten dan bij patiënten zonder
een dergelijke historie.

Alle patiënten (volwassenen en kinderen) die een rash ontwikkelen moeten direct geëvalueerd worden
en de behandeling met lamotrigine moet onmiddellijk worden gestaakt, tenzij het duidelijk is dat er geen
verband bestaat tussen de huiduitslag en de behandeling met lamotrigine. Het wordt aanbevolen
lamotrigine niet opnieuw te starten bij patiënten die gestopt zijn vanwege huiduitslag die geassocieerd is
met een eerdere behandeling met lamotrigine, tenzij het potentiële voordeel duidelijk opweegt tegen het
risico.

Rash is ook gemeld als onderdeel van een overgevoeligheidssyndroom, dat gepaard gaat met een
scala aan systemische symptomen waaronder koorts, lymfadenopathie, oedeem in het gelaat en bloed-
en leverafwijkingen (zie rubriek 4.8). Het klinische beeld van dit syndroom varieert in ernst en kan, in
zeldzame gevallen, leiden tot een gedissemineerde intravasculaire stolling (DIC) en multipel
orgaanfalen. Het is belangrijk op te merken dat vroege tekenen van overgevoeligheid (bijv. koorts,
lymfadenopathie) aanwezig kunnen zijn terwijl huiduitslag niet duidelijk waarneembaar is. Indien deze
tekenen en symptomen aanwezig zijn, moet de patiënt onmiddellijk worden geëvalueerd en moet
Lamotrigine therapie worden gestaakt, tenzij een relatie tot de therapie onwaarschijnlijk is.

Klinische verergering en risico op suïcide

Het optreden van suïcidale ideevorming en -gedrag is gemeld bij patiënten die behandeld werden met
anti-epileptica bij verschillende indicaties. Een meta-analyse van gerandomiseerde
placebogecontroleerde studies met anti-epileptica laat ook een kleine toename van het risico zien op
suïcidale ideevorming en gedrag. Het mechanisme achter dit risico is niet bekend en de beschikbare
gegevens sluiten de mogelijkheid van een toegenomen risico voor lamotrigine niet uit.
Patiënten moeten daarom nauwkeurig gecontroleerd worden op tekenen van suïcidale ideevorming en
gedrag en een geschikte behandeling dient te worden overwogen. Patiënten (en hun verzorgers)
moeten erop gewezen worden dat indien er zich tekenen van suïcidale ideevorming of -gedrag
voordoen er medisch advies ingewonnen moet worden.

Patiënten met een bipolaire aandoening kunnen een verergering van hun symptomen van depressie
en/of het optreden van zelfmoordneiging ervaren, of ze nu medicatie gebruiken voor de bipolaire
aandoening (inclusief Lamotrigine) of niet. Daarom moeten patiënten die Lamotrigine voor bipolaire
aandoening krijgen, nauwkeurig gecontroleerd worden op klinische verergering (waaronder het
ontwikkelen van nieuwe symptomen) en zelfmoordneiging, vooral in het begin van een behandeling, of
als de dosering wordt gewijzigd. Bepaalde patiënten, zoals diegenen met een voorgeschiedenis van
suïcidaal gedrag of -gedachten, jong volwassenen, en die patiënten die een significante mate van
suïcidale ideevorming hebben voordat zij met de behandeling beginnen, lijken een groter risico te
hebben op suïcidale gedachten of zelfmoordpogingen. Zij dienen tijdens de behandeling nauwkeurig
gecontroleerd te worden.
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
13

Men dient te overwegen om het therapeutische behandelschema te veranderen, of misschien het
gebruik van het geneesmiddel te staken, bij patiënten die klinische verergering ervaren (waaronder het
ontwikkelen van nieuwe symptomen) en/of bij het optreden van suïcidale ideevorming/-gedrag. Dit geldt
in het bijzonder als deze symptomen ernstig zijn, abrupt starten of als ze geen deel uitmaakten van de
eerste symptomen van de patiënt.

Hormonale anticonceptie

Effecten van hormonale anticonceptie op de werkzaamheid van lamotrigine

Van een combinatie van ethinylestradiol/levonorgestrel (30 g/150 g) is aangetoond dat de klaring van
lamotrigine met ongeveer een factor twee toeneemt (zie rubriek 4.5) wat resulteerde in afgenomen
lamotriginespiegels (zie rubriek 4.5). Een verlaging van de lamotriginespiegels werd geassocieerd met
verlies van aanvalscontrole. Volgend op het insluipen van lamotrigine kan een hogere dosering
lamotrigine nodig zijn (tot een factor twee) om een maximale therapeutische respons te bereiken.
Wanneer orale anticonceptie wordt gestopt, kan de klaring van lamotrigine halveren; dit is geassocieerd
met dosisgerelateerde bijwerkingen. De patiënt dient hierop gecontroleerd te worden.

Bij vrouwen die geen induceerder van de lamotrigine-glucuronidering gebruiken en die hormonale
anticonceptie gebruiken die een week van inactieve medicatie inhoudt (bijvoorbeeld een pilvrije week),
kunnen geleidelijke, voorbijgaande verhogingen van hun lamotriginespiegels optreden tijdens de week
van de inactieve medicatie (zie rubriek 4.2). Dergelijke wisselingen in de lamotriginespiegels kunnen
worden geassocieerd met bijwerkingen. Vandaar dat overwogen moet worden om als
eerstelijnsbehandeling een anticonceptie te gebruiken zonder pilvrije week (bijvoorbeeld een continu
hormonaal anticonceptivum of niet-hormonale methodes).

De interactie tussen andere orale anticonceptiva of hormoonvervangingstherapieën (HRT) en
lamotrigine is niet bestudeerd, maar deze kunnen wellicht een vergelijkbaar effect op de
farmacokinetiek van lamotrigine uitoefenen.

Effecten van lamotrigine op de werkzaamheid van hormonale anticonceptie

Een interactiestudie bij 16 gezonde vrijwilligers heeft aangetoond dat, wanneer lamotrigine en een
hormonaal anticonceptivum (combinatie ethinylestradiol/levonorgestrel) gelijktijdig worden toegediend,
er een lichte verhoging in de klaring van levonorgestrel en veranderingen in het serum FSH en LH
kunnen optreden (zie rubriek 4.5). De invloed van deze veranderingen op de ovulatieactiviteit van het
ovarium is onbekend. De mogelijkheid dat deze veranderingen echter resulteren in verminderde
contraceptieve werkzaamheid bij sommige patiënten die hormonale preparaten met lamotrigine
gebruiken, kan niet worden uitgesloten. Daarom dienen patiënten geïnstrueerd te worden
veranderingen in hun menstruele patroon, zoals doorbraakbloedingen, meteen te melden.

Dihydrofolaatreductase

rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
14
Aangezien lamotrigine een zwakke remming van dihydrofolaatreductase geeft, bestaat bij langdurige
behandeling de mogelijkheid van beïnvloeding van het folaatmetabolisme (zie rubriek 4.6). Bij
langdurige toepassing bij de mens, tot de duur van 1 jaar, veroorzaakte lamotrigine echter geen
significante veranderingen van de hemoglobineconcentratie, het gemiddelde celvolume van de erytrocyt
of de folaatconcentratie in serum of in rode bloedcellen. Na vijf jaar werden geen veranderingen
gevonden in de folaatconcentratie in rode bloedcellen.

Nierfalen

In onderzoeken met enkelvoudige doseringen bij patiënten in het eindstadium van nierfalen waren de
plasmaconcentraties niet significant gewijzigd. Accumulatie van de glucuronidemetaboliet kan echter
worden verwacht; er dient derhalve voorzichtigheid te worden betracht bij de behandeling van patiënten
met nierfalen.

Patiënten die andere preparaten gebruiken die lamotrigine bevatten

Lamotrigine mag niet worden gebruikt bij patiënten die tegelijkertijd worden behandeld met een ander
preparaat dat lamotrigine bevat zonder dit eerst met een arts te bespreken.

Ontwikkeling van kinderen

Er zijn geen gegevens bekend van het effect van lamotrigine op groei, seksuele ontwikkeling en
cognitieve, emotionele en gedragsontwikkeling bij kinderen.

Voorzorgsmaatregelen geassocieerd met epilepsie

Evenals bij andere anti-epileptica kan het abrupt staken van de toediening van Lamotrigine leiden tot
het ontstaan van onttrekkingsinsulten. Tenzij veiligheidsoverwegingen (bijvoorbeeld bij huidreacties)
vereisen dat de behandeling abrupt moet worden gestaakt, dient de dosering over een periode van twee
weken stapsgewijs te worden verlaagd.

In de literatuur is beschreven dat ernstige convulsies, inclusief status epilepticus, kunnen leiden tot
rhabdomyolyse, een gedissemineerde intravasculaire stolling (DIC) en multipel orgaanfalen, in een
enkel geval met een fatale afloop. Dergelijke gevallen zijn ook voorgekomen in samenhang met het
gebruik van lamotrigine.

Een klinisch significante verslechtering van epilepsie-frequentie in plaats van een verbetering zou
kunnen worden waargenomen. Bij patiënten met meer dan één vorm van epilepsie dient het
geobserveerde voordeel van het onder controle brengen van de ene vorm van epilepsie afgewogen te
worden tegen elke geobserveerde verslechtering van een andere vorm van epilepsie.

Myoclonische epilepsie kan verergeren met lamotrigine.

rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
15
Gegevens suggereren dat de respons in combinatie met enzyminduceerders minder is dan de respons
in combinatie met niet-enzyminducerende anti-epileptica. Het is onduidelijk waarom.

Bij kinderen die behandeld worden met lamotrigine voor typische absence epilepsie, kan de
werkzaamheid niet altijd behouden blijven in alle patiënten.

Voorzorgsmaatregelen geassocieerd met bipolaire aandoening

Kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar

De behandeling met antidepressiva wordt in verband gebracht met een toegenomen risico op
zelfmoordgedachten en -gedrag bij kinderen en adolescenten met een ernstige depressieve stoornis en
andere psychiatrische stoornissen.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Interactie-onderzoeken zijn alleen bij volwassenen uitgevoerd.

Van UDP-glucuronyltransferasen is aangetoond dat dit de enzymen zijn die verantwoordelijk zijn voor
het lamotriginemetabolisme. Er zijn geen aanwijzingen dat lamotrigine een klinisch significante inductie
of remming van oxidatieve leverenzymen die geneesmiddelen metaboliseren, veroorzaakt. Het is
onwaarschijnlijk dat er interacties zullen optreden tussen lamotrigine en geneesmiddelen die door
cytochroom P450 gemetaboliseerd worden. Lamotrigine kan zijn eigen metabolisme induceren, maar dit
effect is gering en het is onwaarschijnlijk dat dit klinisch significante gevolgen heeft.

Tabel 6: Effecten van andere geneesmiddelen op de glucuronidering van lamotrigine

Geneesmiddelen die de
Geneesmiddelen die de
Geneesmiddelen die de
glucuronidering van lamotrigine glucuronidering van lamotrigine glucuronidering van lamotrigine
significant remmen
significant induceren
niet significant remmen of


induceren
Valproaat
Fenytoïne
Oxcarbazepine

Carbamazepine
Felbamaat

Fenobarbital
Gabapentine
Primidon
Levetiracetam
Rifampicine
Pregabaline
Lopinavir/ritonavir
Topiramaat
Ethinylestradiol/levonorgestrel
Zonisamide
combinatie*
Lithium
Bupropion
Olanzapine

rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
16
* Andere orale anticonceptiva en hormoonvervangingstherapie zijn niet bestudeerd, alhoewel zij op
soortgelijke wijze de farmacokinetische parameters van lamotrigine kunnen beïnvloeden (zie rubrieken
4.2 en 4.4).

Interacties met anti-epileptische geneesmiddelen

Valproaat, dat de glucuronidering van lamotrigine remt, vertraagt het metabolisme van lamotrigine en
verhoogt de halfwaardetijd van lamotrigine met bijna een factor 2. Bij patiënten die tegelijkertijd met
valproaat behandeld worden, dient het juiste behandelschema te worden toegepast (zie rubriek 4.2).

Sommige anti-epileptica (zoals fenytoïne, carbamazepine, fenobarbital en primidon) die de
metabolisering van het geneesmiddel door leverenzymen induceren, induceren de glucuronidering en
versnellen het metabolisme van lamotrigine. Bij patiënten die tegelijkertijd behandeld worden met
fenytoïne, carbamazepine, fenobarbital of primidon dient het juiste behandelschema te worden
toegepast (zie rubriek 4.2).

Er zijn bijwerkingen gemeld op centraal zenuwstelselniveau waaronder duizeligheid, ataxie, diplopie,
wazig zien en nausea bij patiënten die carbamazepine gebruiken nadat ze zijn gestart met lamotrigine.
Deze bijwerkingen verdwijnen over het algemeen als de dosering carbamazepine wordt verlaagd. Een
vergelijkbaar effect werd waargenomen tijdens een onderzoek met lamotrigine en oxcarbazepine bij
gezonde volwassen vrijwilligers, maar dosisverlaging is niet onderzocht.

Er zijn meldingen in de literatuur beschreven van afgenomen lamotriginespiegels wanneer lamotrigine in
combinatie met oxcarbazepine wordt gegeven. Echter, in een prospectieve studie bij gezonde
volwassen vrijwilligers die doseringen gebruikten van 200 mg lamotrigine en 1.200 mg oxcarbazepine,
veranderde oxcarbazepine het lamotrigine-metabolisme niet en veranderde lamotrigine het
oxcarbazepine-metabolisme niet. Daarom dient bij patiënten die gelijktijdige therapie met oxcarbazepine
krijgen het behandelingsschema voor adjuvante therapie zonder valproaat en zonder induceerders van
de lamotrigine glucuronidering te worden gebruikt (zie rubriek 4.2).

In een studie bij gezonde vrijwilligers bleek gelijktijdige toediening van felbamaat (1200 mg tweemaal
daags) en lamotrigine (100 mg tweemaal daags gedurende 10 dagen) geen klinisch relevante effecten
te hebben op de farmacokinetiek van lamotrigine.

Gebaseerd op een retrospectieve analyse van de plasmaspiegels bij patiënten die lamotrigine kregen
toegediend zowel met als zonder gabapentine, bleek gabapentine de schijnbare klaring van lamotrigine
niet te veranderen.

Tijdens placebo-gecontroleerde klinische onderzoeken zijn de mogelijke interacties tussen
levetiracetam en lamotrigine beoordeeld via een evaluatie van de serumconcentraties van beide stoffen.
Deze gegevens wijzen erop dat lamotrigine geen invloed heeft op de farmacokinetiek van levetiracetam
en dat levetiracetam geen invloed heeft op de farmacokinetiek van lamotrigine.

rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
17
De steady state dalconcentraties van lamotrigine werden niet beïnvloed door gelijktijdig toegediende
pregabaline (200 mg, driemaal daags). Er zijn geen farmacokinetische interacties tussen lamotrigine en
pregabaline.

Gebruik van topiramaat veroorzaakte geen veranderingen in de plasmaconcentraties van lamotrigine.
Toediening van lamotrigine resulteerde in een 15% toename in de topiramaatconcentraties.

In een studie bij patiënten met epilepsie had de gelijktijdige toediening van zonisamide (200 tot
400 mg/dag) met lamotrigine (150 tot 500 mg/dag) gedurende 35 dagen geen significant effect op de
farmacokinetiek van lamotrigine.

Alhoewel veranderingen in de plasmaconcentraties van andere anti-epileptica zijn gemeld, hebben
gecontroleerde onderzoeken niet bewezen dat lamotrigine van invloed is op de plasmaconcentraties
van gelijktijdig toegediende anti-epileptica. Bewijs uit in vitro onderzoeken laat zien dat lamotrigine
andere anti-epileptica niet verdringt van de eiwitbindingsplaatsen.

Interacties met andere psycho-actieve middelen

De farmacokinetiek van lithium na toediening van 2 gram watervrij lithiumgluconaat tweemaal daags
gedurende zes dagen, bleek bij 20 gezonde vrijwilligers niet te veranderen na co-administratie van
100 mg/dag lamotrigine.

Bij 12 personen hadden meervoudige orale doseringen bupropion geen statistisch significante effecten
op de farmacokinetiek van een enkelvoudige dosering lamotrigine. Deze doseringen veroorzaakten
slechts een geringe toename in de AUC van lamotrigineglucuronide.

In een onderzoek met gezonde, volwassen vrijwilligers verlaagde 15 mg olanzapine de AUC en Cmax
van lamotrigine gemiddeld met respectievelijk 24% en 20%. De verwachting is dat een effect in deze
orde van grootte over het algemeen niet klinisch relevant is. Lamotrigine in een dosering van 200 mg
had geen invloed op de farmacokinetiek van olanzapine.

Bij 14 gezonde, volwassen vrijwilligers hadden meervoudige orale doseringen van 400 mg lamotrigine
per dag geen klinisch significant effect op de farmacokinetiek van een enkele dosering van 2 mg
risperidon. Na gelijktijdige toediening van 2 mg risperidon met lamotrigine meldden 12 van de 14
vrijwilligers somnolentie vergeleken met 1 op de 20 na toediening van alleen risperidon en geen na
toediening van alleen lamotrigine.

In vitro
experimenten toonden aan dat de vorming van de primaire metaboliet van lamotrigine, het 2-N-
glucuronide, minimaal geremd werd door co-incubatie met amitriptyline, bupropion, clonazepam,
haloperidol of lorazepam. Deze experimenten suggereerden ook dat het onwaarschijnlijk is dat het
metabolisme van lamotrigine geremd wordt door clozapine, fluoxetine, fenelzine, risperidon, sertraline of
trazodon. Bovendien suggereerde een onderzoek van het metabolisme van bufuralol met gebruik van
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
18
menselijke levermicrosoompreparaten dat lamotrigine de klaring van geneesmiddelen, voornamelijk
gemetaboliseerd door CYP2D6, niet zou reduceren.

Interacties met hormonale anticonceptiva

Effect van hormonale anticonceptiva op de farmacokinetiek van lamotrigine

In een onderzoek bij 16 vrouwelijke vrijwilligers, veroorzaakte een dosering van 30 g
ethinylestradiol/150 g levonorgestrel in een orale combinatie anticonceptiepil een ongeveer
tweevoudige toename in de klaring van oraal gegeven lamotrigine. Dit resulteerde in een gemiddelde
afname in de lamotrigine AUC en Cmax van respectievelijk 52% en 39%. De
serumlamotrigineconcentraties namen toe tijdens de week van inactieve medicatie (waaronder de
pilvrije week), waarbij de pre-dosisconcentraties aan het einde van de week van inactieve medicatie
gemiddeld ongeveer het tweevoudige bedroegen van de week met co-behandeling (zie rubriek 4.4). Er
zouden geen aanpassingen van de aanbevolen dosistitratierichtlijnen voor lamotrigine nodig moeten zijn
wanneer alleen gekeken wordt naar het gebruik van hormonale anticonceptiva. De onderhoudsdosering
lamotrigine dient echter in de meeste gevallen te worden verhoogd of verlaagd als wordt gestart of
gestopt met het gebruik van hormonale anticonceptiva (zie rubriek 4.2).

Het effect van lamotrigine op de farmacokinetiek van hormonale anticonceptiva

In een onderzoek bij 16 vrouwelijke vrijwilligers had een steady state dosering van 300 mg lamotrigine
geen effect op de farmacokinetiek van de ethinylestradiolcomponent van een orale combinatie
anticonceptiepil. Er werd een bescheiden toename in orale klaring van de levonorgestrel-component
waargenomen. Deze toename resulteerde in een gemiddelde reductie van respectievelijk 19% en 12%
in de AUC en Cmax van levonorgestrel. Metingen van FSH, LH en estradiol in het serum tijdens het
onderzoek wezen bij sommige vrouwen op enig verlies van de onderdrukking van de
ovariumhormoonactiviteit. Uit meting van het serumprogesteron bleek echter dat er geen hormonaal
bewijs was van ovulatie bij een van de 16 personen. De invloed die de kleine toename in
levonorgestrelklaring en de veranderingen in serum FSH en LH op de ovulatoire activiteit van de
eierstokken heeft, is onbekend (zie rubriek 4.4). De effecten van doseringen lamotrigine anders dan
300 mg/dag zijn niet bestudeerd en onderzoeken met andere vrouwelijke hormoonpreparaten zijn niet
uitgevoerd.

Interacties met andere geneesmiddelen

In een onderzoek bij 10 mannelijke vrijwilligers verhoogde rifampicine de lamotrigineklaring en verkortte
het de halfwaardetijd van lamotrigine vanwege de inductie van de leverenzymen die verantwoordelijk
zijn voor de glucuronidering. Bij patiënten die gelijktijdig met rifampicine behandeld worden dient het
geschikte behandelschema te worden gevolgd (zie rubriek 4.2).

In een onderzoek bij gezonde vrijwilligers zorgde lopinavir/ritonavir globaal voor een halvering van de
plasmaconcentraties van lamotrigine, waarschijnlijk via inductie van de glucuronidering. Bij patiënten die
tegelijkertijd werden behandeld met lopinavir/ritonavir dient het aanbevolen behandelschema te worden
gevolgd (zie rubriek 4.2).
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
19

4.6 Zwangerschap en borstvoeding

Risico gerelateerd aan anti-epileptica in het algemeen

Aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd dient het advies van een specialist te worden gegeven. De
noodzaak van behandeling met anti-epileptica moet worden beoordeeld wanneer een vrouw van plan is
zwanger te worden. Het plotseling staken van de behandeling met anti-epileptica moet worden
vermeden bij vrouwen die voor epilepsie behandeld worden, aangezien dit kan leiden tot
doorbraakinsulten die ernstige gevolgen zouden kunnen hebben voor de vrouw en het ongeboren kind.

Het risico op congenitale misvormingen is verhoogd met een factor 2 tot 3 bij de kinderen van moeders
die met anti-epileptica behandeld werden, vergeleken met de verwachte incidentie van circa 3% in de
algemene populatie. De meest gemelde defecten zijn gespleten lip, cardiovasculaire misvormingen en
defecten van de neurale buis. Behandeling met meerdere anti-epileptica tegelijkertijd is geassocieerd
met een hoger risico op congenitale misvormingen dan monotherapie en daarom moet, indien mogelijk,
voor monotherapie worden gekozen.

Risico gerelateerd aan lamotrigine

Zwangerschap

Epidemiologische onderzoeken waarbij in totaal circa 2.000 vrouwen gedurende de zwangerschap
waren blootgesteld aan monotherapie met lamotrigine, kunnen een verhoogd risico op congenitale
misvormingen niet uitsluiten. Eén studierapport heeft een verhoogde incidentie van gespleten
verhemeltes gemeld. Gegevens van andere databases hebben deze bevinding niet bevestigd. Uit
dieronderzoek is ontwikkelingstoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3).

Als behandeling met lamotrigine tijdens de zwangerschap nodig wordt geacht, wordt de laagst mogelijke
therapeutische dosering aanbevolen.

Lamotrigine heeft een licht remmend effect op de dihydrofoliumzuurreductase en zou daarom in theorie
kunnen leiden tot een verhoogd risico op embryofoetale schade door verlaging van de
foliumzuurspiegels (zie rubriek 4.4). Foliumzuursuppletie in de periode waarin men probeert zwanger te
worden en gedurende de vroege zwangerschap wordt sterk aanbevolen.

Fysiologische veranderingen gedurende de zwangerschap kunnen van invloed zijn op de
lamotriginespiegels en/of het therapeutisch effect. Er zijn meldingen geweest van daling van de
lamotrigineplasmaspiegels tijdens de zwangerschap met een mogelijk risico op het verlies van de
controle op de aanvallen. Na de geboorte kunnen de lamotriginespiegels snel stijgen met een risico op
dosis-gerelateerde bijwerkingen. Daarom dienen de serumspiegels van lamotrigine vóór, tijdens en na
de zwangerschap en vlak na de bevalling gevolgd te worden. Zonodig dient de dosis te worden
aangepast om de lamotriginespiegel van vóór de zwangerschap te handhaven of te worden aangepast
rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
20
op geleide van de klinische respons. Bovendien dient na de geboorte gecontroleerd te worden op
dosisgerelateerde bijwerkingen.

Borstvoeding

Gegevens tonen aan dat lamotrigine wordt uitgescheiden in de moedermelk. Bij sommige zuigelingen
die borstvoeding krijgen, kunnen zodanige serumconcentraties lamotrigine bereikt worden, dat
farmacologische effecten kunnen optreden.

De mogelijke voordelen van borstvoeding moeten worden afgewogen tegen de potentiële risico's op
bijwerkingen die bij de zuigeling kunnen optreden. Indien een vrouw besluit borstvoeding te geven
terwijl zij lamotrigine gebruikt, dan dient de zuigeling te worden gecontroleerd op bijwerkingen.

Vruchtbaarheid

Uit dieronderzoek is geen afwijking in de vruchtbaarheid gebleken (zie rubriek 5.3).

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Aangezien de individuele reactie op de behandeling met anti-epileptica varieert, dienen patiënten die
Lamotrigine gebruiken om hun epilepsie te behandelen, hun arts te raadplegen met specifieke vragen
omtrent autorijden en epilepsie.

Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen
om machines te bedienen. Twee onderzoeken bij vrijwilligers hebben aangetoond dat het effect van
lamotrigine op de fijne visuele motorische coördinatie, de oogbewegingen, het slingerend lichaam en de
subjectieve sedatieve effecten niet verschilde van het placeboeffect. In klinische onderzoeken met
lamotrigine zijn bijwerkingen met een neurologisch karakter zoals duizeligheid en diplopie gemeld.
Daarom dienen patiënten die met Lamotrigine behandeld worden eerst na te gaan welk effect de
behandeling op hen heeft voordat zij gaan autorijden of machines bedienen.

4.8 Bijwerkingen

De bijwerkingen zijn onderverdeeld in rubrieken met betrekking tot epilepsie en bipolaire aandoening,
gebaseerd op de gegevens die momenteel beschikbaar zijn. Beide rubrieken dienen echter
geraadpleegd te worden indien naar het algehele veiligheidsprofiel van lamotrigine wordt gekeken.

Bijwerkingen zijn gerangschikt naar frequentie gebruik makend van de hier vermelde conventie: zeer
vaak ( 1/10), vaak ( 1/100, < 1/10), soms ( 1/1.000, < 1/100), zelden ( 1/10.000, < 1/1.000), zeer
zelden (< 1/10.000).

Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

Epilepsie

rvg 33360-5 SPC 0709.5v.EB


LAMOTRIGINE DISPERS 2 - 5 - 25 - 50 - 100 ­ 200 MG PCH
dispergeerbare tabletten

Module I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 juli 2009
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde :
21
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zeer zelden:
hematologische afwijkingen, waaronder neutropenie, leukopenie,



« Vorige

[Lamotrigine Dispers 100 mg PCH, dispergeerbare tabletten]

Volgende »

[Lamotrigine Dispers 200 mg PCH, dispergeerbare tabletten]