Metformine HCl 500 PCH, filmomhulde tabletten 500 mg
Registratienummer: RVG 10500
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Metformine HCl 500 PCH, filmomhulde tabletten 500 mg.
Metformine HCl 850 PCH, filmomhulde tabletten 850 mg.
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Metformine HCl 500 PCH bevat 500 mg metformine hydrochloride per tablet
Metformine HCl 850 PCH bevat 850 mg metformine hydrochloride per tablet
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
Filmomhulde tabletten.
Metformine HCl 500 PCH: witte tot geelwitte, filmomhulde, ovale tabletten, met aan de ene zijde de
opdruk "93" en aan de andere zijde de opdruk "48".
Metformine HCl 850 PCH: witte tot geelwitte, filmomhulde, ovale tabletten, met aan de ene zijde de
opdruk "93" en aan de andere zijde de opdruk "49".
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
- Behandeling van type-Il-diabetes, met name bij patiënten met overgewicht, wanneer de
bloedsuikerspiegel met alleen dieet en lichaamsbeweging onvoldoende kan worden gereguleerd.
Bij volwassenen kan Metformine HCl 1000 PCH als monotherapie of in combinatie met andere
orale antidiabetica of
insuline gebruikt worden.
- Bij kinderen vanaf 10 jaar en adolescenten kan Metformine HCl 1000 PCH als monotherapie of in
combinatie met
insuline gebruikt worden.
Er is een vermindering van complicaties aangetoond bij volwassen type-Il-diabetespatiënten met
overgewicht die na een falend dieet behandeld worden met metformine als eerstelijn-therapie (zie 5.1
"Farmacodynamische eigenschappen").
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
2
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
Monotherapie en combinatie met andere orale antidiabetica
- De gemiddelde aanvangsdosering is 1 tablet 2 à 3 keer per dag toegediend tijdens of na de
maaltijd. De dosering wordt na 10 tot 15 dagen op basis van de bloedsuikerspiegel aangepast. Een
geleidelijke verhoging van de dosering kan de gastrointestinale tolerantie verbeteren.
De maximaal aanbevolen dosering metformine is 3 g per dag.
- Indien wordt overwogen over te stappen van een ander oraal antidiabeticum: stop de toediening
van het andere middel en start met metformine in de bovengenoemde dosering.
Combinatie met insuline
Metformine en insuline kunnen in combinatietherapie worden gebruikt voor een betere
bloedglucosespiegelcontrole. Metformine wordt in de gebruikelijke aanvangsdosering van 1 tablet 2 à 3
keer per dag toegediend, terwijl de insulinedosering op basis van de bloedglucosespiegel wordt
aangepast.
Ouderen
Vanwege de mogelijk verminderde nierfunctie bij oudere personen, dient de dosering van metformine
aan de nierfunctie te worden aangepast. Een regelmatige controle van de nierfunctie is noodzakelijk
(zie 4.4 "Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik").
Kinderen adolescenten
Monotherapie en combinatie met insuline
-
Metformine HCl 1000 PCH kan worden gebruikt bij kinderen vanaf 10 jaar en adolescenten.
-
De gebruikelijke startdosis is één tablet van 500 mg of 850 mg éénmaal daags tijdens of na de
maaltijd.
-
Na 10 tot 15 dagen dient de dosis aangepast te worden aan de hand van bloedglucosebepalingen.
Een geleidelijke verhoging van de dosering kan de gastro-intestinale tolerantie verbeteren. De
maximaal aanbevolen dosering metformine is 2 g per dag, in twee of drie giften.
Kinderen tot 10 jaar
Vanwege gebrek aan gegevens dient Metformine HCl PCH niet te worden toegepast bij kinderen tot 10
jaar.
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
3
4.3 Contra-indicaties
-
Overgevoeligheid voor
metforminehydrochloride of voor één van de hulpstoffen
-
Keto-acidose, precoma diabeticum
-
Nierfalen of nierdysfunctie (bijvoorbeeld serumcreatinine >135 mol/l bij mannen en > 110 mol/l
bij vrouwen)
-
Acute aandoeningen waarbij een risico van verandering van de nierfunctie bestaat, zoals
- dehydratie
- ernstige infectie
- shock
- intravasculaire toediening van jodiumhoudende contrastmiddelen (zie 4.4 "Bijzondere
waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik")
-
Acute of chronische aandoeningen die weefselhypoxie kunnen veroorzaken
- hartfalen of pulmonaire insufficiëntie
- recent
hartinfarct
- shock
-
Leverinsufficiëntie, acute alcoholvergiftiging, alcoholisme
- Borstvoeding.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Lactaatacidose
Lactaatacidose is een zeldzame maar ernstige stofwisselingscomplicatie (hoge mortaliteit indien niet
vroegtijdig behandeld) die zich kan voordoen bij accumulatie van metformine. Gerapporteerde gevallen
van lactaatacidose bij patiënten die met metformine werden behandeld, zijn primair vastgesteld bij
diabetespatiënten met significant nierfalen. De incidentie van lactaatacidose kan en moet verlaagd
worden door tevens nauwgezet andere risicofactoren te beoordelen zoals: slecht gereguleerde
diabetes, ketose, langdurig vasten, overmatig alcoholgebruik, leverinsufficiëntie en alle
omstandigheden die geassocieerd worden met hypoxie.
Diagnostiek
Lactaatacidose wordt gekenmerkt door acidotische dyspneu, abdominale pijn en hypothermie gevolgd
door een comateuze toestand. De laboratoriumdiagnostiek steunt op: een verlaagde bloed-pH, een
plasmalactaatspiegel van meer dan 5 mol/l, een verhoogde anion gap en Iactaatlpyruvaat ratio. Bij
verdenking op metabole acidose moet de toediening van metformine gestopt worden en dient de
patiënt onmiddellijk in het ziekenhuis te worden opgenomen (zie 4.9 "Overdosering").
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
4
Nierfunctie
Omdat metformine door de nieren wordt uitgescheiden, dient de serumcreatininewaarde voor de
aanvang van de behandeling te worden bepaald en daarna regelmatig te worden gecontroleerd
- minstens een keer per jaar bij patiënten met een normale nierfunctie
- minstens twee tot vier keer per jaar bij patiënten bij wie de creatininewaarde tegen de bovengrens
zit en bij ouderen.
Bij oudere patiënten komt een verminderde nierfunctie vaker voor en is deze asymptomatisch.
Bijzondere voorzichtigheid is geboden in situaties waarin kans op een vermindering van de nierfunctie
bestaat, bijvoorbeeld aan het begin van een antihypertensieve behandeling, een behandeling met
diuretica of bij aanvang van een behandeling met NSAIDs.
Toediening van jodiumhoudende contrastvloeistoffen
Omdat intravasculaire toediening van jodiumhoudende contrastvloeistoffen bij radiologisch onderzoek
tot nierfalen kan leiden, dient de behandeling met metformine voor of op het moment van het
onderzoek te worden onderbroken tot 48 uur na het onderzoek, en mag alleen worden voortgezet
nadat de nierfunctie is gecontroleerd en normaal is bevonden.
Chirurgische ingrepen
De behandeling met metforminehydrochloride dient 48 uur voor electieve chirurgie onder algehele
anesthesie te worden onderbroken en dient normaal gesproken niet eerder dan 48 uur na de ingreep te
worden hervat.
Kinderen en adolescenten
De diagnose van type-II-diabetes dient bevestigd te worden alvorens de behandeling met metformine
wordt opgestart.
Er is geen effect waargenomen op de groei en de puberteit tijdens gecontroleerde klinische studies
gedurende een jaar, maar er zijn geen lange-termijngegevens over deze specifieke punten
beschikbaar. Daarom wordt een zorgvuldige follow up aangeraden naar het effect van metformine op
deze parameters bij kinderen die met metformine behandeld worden, met name bij kinderen die nog
niet in de puberteit zijn.
Kinderen tussen 10 en 12 jaar
Slechts 15 kinderen tussen 10 en 12 jaar werden geïnduceerd in de gecontroleerde klinische studie
uitgevoerd bij kinderen en adolescenten. Hoewel de werkzaamheid en veiligheid van metformine bij
kinderen tussen 10 en 12 jaar niet verschilde van de werkzaamheid en veiligheid bij oudere kinderen,
wordt bijzondere voorzichtigheid aangeraden wanneer het wordt voorgeschreven aan kinderen in de
leeftijd van 10 tot 12 jaar.
Andere voorzorgsmaatregelen
- Patiënten dienen door te gaan met hun dieet met een regelmatige verdeling van inname van
koolhydraten gedurende de dag. Patiënten met overgewicht dienen hun caloriearm dieet voort te
zetten.
- De gebruikelijke laboratoriumtests voor controle van de diabetes moeten regelmatig worden
uitgevoerd.
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
5
- Metformine alleen veroorzaakt nooit hypoglycemie, men moet echter oppassen wanneer
metformine wordt gebruikt in combinatie met insuline of sulfonylureumderivaten.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Afgeraden combinaties
Alcohol (zie 4.4. "Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik)
Toegenomen risico van lactaatacidose bij acute alcoholvergiftiging, met name in geval van
-
vasten of ondervoeding
-
leverinsufficiëntie.
Vermijd het gebruik van alcoholische dranken en alcoholhoudende geneesmiddelen.
Jodiumhoudende contrastmiddelen (zie 4.4. "Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik)
De intravasculaire toediening van jodiumhoudende contrastmiddelen kan tot nierfalen lijden, wat kan
resulteren in een accumulatie van metformine en een risico van lactaatacidose.
De behandeling met metformine moet voor of op het moment van het onderzoek worden onderbroken
en mag pas 48 uur na het onderzoek worden voortgezet, en alleen nadat de nierfunctie gecontroleerd
is en normaal is bevonden.
Combinaties die speciale voorzorgsmaatregelen vereisen
Glucocorticosteroïden (systemisch en lokale toediening), 2-agonisten en diuretica hebben een
intrinsieke hyperglycemische werking. Informeer de patiënt en monitor de bloedglucosespiegel vaker,
vooral bij het begin van de behandeling. Pas, indien noodzakelijk, de dosering van het antidiabeticum
tijdens en bij beëindiging van de behandeling met het andere geneesmiddel aan.
ACE-remmers kunnen de bloedglucosewaarden verlagen. Pas, indien noodzakelijk, de dosering van
het antidiabeticum tijdens en bij beëindiging van de behandeling met het andere geneesmiddel aan.
4.6
Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Tot op heden zijn er geen relevante epidemiologische gegevens beschikbaar. Uit dieronderzoek is
geen schadelijk effect gebleken tijdens de zwangerschap, de embryonale en foetale ontwikkeling, de
bevalling of postnatale ontwikkeling (zie ook 5.3 "Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek").
Indien de patiënte van plan is zwanger te worden en ook gedurende de zwangerschap dient de
diabetes niet met metformine maar met insuline te worden behandeld om de bloedsuikerspiegel zo
normaal mogelijk te houden om zo het risico van misvorming van de foetus door abnormale
bloedglucosewaarden te verminderen.
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
6
Borstvoeding
Metformine wordt uitgescheiden in de melk van zogende ratten. Dergelijke gegevens zijn niet
beschikbaar voor de mens en er dient gekozen te worden om te stoppen met borstvoeding of te
stoppen met het gebruik van metformine, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van het
middel voor de moeder.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Metformine HCl PCH als monotherapie leidt niet tot hypoglycemie en heeft dus geen invloed op het
vermogen voertuigen te besturen en machines te bedienen.
lndien metformine wordt gebruikt in combinatie met andere antidiabetica (sulfonylureumderivaten,
insuline,
repaglinide), dient de patiënt te worden gewaarschuwd voor een eventuele hypoglycemie.
4.8
Bijwerkingen
Zeer vaak (1/10)
Vaak (1/100, <1/10)
Soms (1/1.000, <1/100)
Zelden (1/10.000, <1/1.000)
Zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Zeer zelden, inclusief incidentele meldingen (<1/10.000)
Lactaatacidose (zie 4.4. "Bijzonder waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik"), een afname van de
vitamine B12 resorptie met een vermindering van serumwaarden is geconstateerd bij patiënten die
langdurig met metformine worden behandeld en dit lijkt over het algemeen zonder klinische
significantie.
Maagdarmstelselaandoeningen
Zeer vaak (1/10) Misselijkheid, braken, diarree, buikpijn, verlies van eetlust. Deze verschijnselen
komen meestal in het begin van de behandeling voor en ze verdwijnen in de meeste gevallen weer
vanzelf. Om deze bijwerkingen te voorkomen wordt aanbevolen om metformine in 2 of 3 dagelijkse
doseringen tijdens of na de maaltijd te nemen. Een langzame verhoging van de dosering kan ook de
gastro-intestinale tolerantie verbeteren.
Vaak (1/100, <1/10)
Metaalachtige smaak.
Lever- en galaandoeningen
Niet bekend
Hepatitis.
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
7
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zeer zelden, inclusief incidentele meldingen (<1/10.000) Pruritus, urticaria, mild erytheem bij sommige
overgevoelige patiënten.
Onderzoeken
Niet bekend
Abnormale leverfunctie waarden.
In gepubliceerde en post-marketing gegevens en tijdens gecontroleerde klinische onderzoeken in een
beperkte pediatrische populatie in de leeftijd van 10 tot 16 jaar, die gedurende 1 jaar behandeld werd,
waren de gemelde bijwerkingen wat betreft de aard en de ernst vergelijkbaar met de gemelde
bijwerkingen bij volwassenen.
4.9 Overdosering
Zelfs bij doseringen tot 85 g metformine is geen hypoglycemie waargenomen, hoewel in dergelijke
omstandigheden zich wel lactaatacidose voordeed. Een hoge overdosering of aanwezigheid van een
geassocieerd risico kunnen leiden tot lactaatacidose. Lactaatacidose is een medisch noodgeval en
moet in een ziekenhuis behandeld worden. Het meest effectief is hemodialyse van lactaat en
metformine.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie : orale bloedglucoseverlagende middelen, biguaniden
ATC-code: A10BA02.
Metformine is een biguanide met bloedglucoseverlagende effecten en verlaagt zowel basale als
postprandiale plasmaglucosewaarden. Het stimuleert de insulineafscheiding niet en veroorzaakt dus
geen hypoglycemie.
Metformine kan volgens 3 mechanismen werken
- vermindering van de productie van
glucose in de lever door remming van de gluconeogenese en
glycogenolyse in de spieren
- door verhoging van de insulinegevoeligheid, verbetering van de perifere glucoseopname en het
glucosegebruik
- vertraging van de resorptie van glucose in de darmen.
Metformine stimuleert de intracellulaire glycogeensynthese door inwerking op glycogeensynthetase.
Metformine verhoogt de transportcapaciteit van alle typen van membraan glucose-transporters (GLUT).
Bij de mens heeft metformine een gunstige invloed op de vetstofwisseling, onafhankelijk van de
werking op de glycemie. Dit is voor therapeutische doseringen aangetoond in gecontroleerde klinische
studies op de middellange en lange termijn: metformine verlaagt totaal cholesterol, LDL-cholesterol en
triglyceridespiegels.
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
8
Klinische werkzaamheid
Een prospectieve, gerandomiseerde (UKPDS) studie heeft het lange-termijnvoordeel van intensieve
bloedplasmaregulatie bij type-II-diabetes aangetoond.
Analyse van de resultaten van patiënten met overgewicht behandeld met metformine na falen van
alleen dieet toonde:
- een significante afname van het absolute risico van elke diabetes gerelateerde complicatie in de
metforminegroep (29,8 voorvallen/1000 patiëntjaren) vergeleken met dieet alleen (43,3
voorvallen/1000 patiëntjaren), p=0,0023, en vergeleken met de groepen behandeld met
sulfonylureumderivaten of insulinemonotherapie (40,1 voorvallen/1000 patiëntjaren), p=0,0034
- een significante afname van het absolute risico van diabetes gerelateerde mortaliteit: metformine
7,5 voorvallen/1000 patiëntjaren, alleen dieet 12,7 voorvallen/1000 patiëntjaren, p=0,017
- een significante afname van het absolute risico van totale mortaliteit:
metformine 13,5 voorvallen/1000 patiëntjaren vergeleken met alleen dieet 20,6 voorvallen/1000
patiëntjaren (p=0,011), en vergeleken met de gecombineerde sulfonylureumderivaten- en
insulinemonotherapiegroepen 18,9 voorvallen/1000 patiëntjaren (p=0,021)
- een significante afname van het absolute risico van myocardinfarct: metformine 11 voorvallen/1000
patiëntjaren, alleen dieet 18 voorvallen/1000 patiëntjaren (p=0,01).
Voor metformine gebruikt als tweedelijnstherapie in combinatie met sulfonylureumderivaten is het
klinisch voordeel niet aangetoond.
Bij type-I-diabetes is de combinatie van metformine en insuline gebruikt bij geselecteerde patiënten,
maar het klinisch nut van deze combinatie is niet formeel bevestigd.
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Absorptie
Na orale toediening heeft metformine een tmax van 2.5 uur. De absolute biologische beschikbaarheid
van metformine na toediening van tabletten van 500 mg of 850 mg is ongeveer 50 à 60 % bij gezonde
proefpersonen. Na orale toediening was de niet-geabsorbeerde fractie teruggevonden in de feces 20-
30%.
Na orale toediening is de metformine-absorptie verzadigbaar en onvolledig. Aangenomen wordt dat de
farmacokinetiek van metformine-absorptie niet lineair is.
Bij de gebruikelijke dosering en doseringsschema van metformine worden de steady state
plasmaconcentraties binnen 24 tot 48 uur bereikt, deze zijn over het algemeen minder dan 1 mcg/ml.
Bij gecontroleerde klinische studies kwamen de geobserveerde maximale plasmaconcentraties van
metformine (Cmax) niet boven de 4 mcg/ml, zelfs bij maximale doseringen.
Voedsel veroorzaakt een vermindering en een lichte vertraging van de absorptie van metformine. Na
toediening van een dosis van 850 mg werd een afname van de piekconcentratie met 40 %
geconstateerd, een vermindering van 25 % van de AUC (area under the curve) en een verlenging van
35 minuten tot de piekconcentratie. De klinische relevantie van de verlaging van deze parameters is
onbekend.
Verdeling
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
9
De plasma-eiwitbinding is te verwaarlozen. Metformine verdeelt zich in de erytrocyten. De
piekconcentratie in het bloed is lager dan in het plasma en verschijnt ongeveer op hetzelfde moment.
De erytrocyten lijken een secundair distributiecompartiment. De gemiddelde Vd ligt tussen 63-276 l.
Metabolisme
Metformine wordt onveranderd uitgescheiden in de urine. Bij de mens is geen enkele metaboliet
geïdentificeerd.
Uitscheiding
De renale klaring van metformine is >
400 mI/min, dit geeft aan dat metformine wordt geëlimineerd door
glomerulaire filtratie en tubulaire secretie. Na orale toediening is de uiteindelijke eliminatiehalfwaardetijd
ongeveer 6,5 uur.
Bij een gestoorde nierfunctie is de renale klaring lager evenredig met de creatinineklaring, zo wordt de
eliminatiehalfwaardetijd verlengd, hetgeen Ieidt tot verhoogde metforminespiegels in het plasma.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Uit preklinisch onderzoek naar veiligheidsfarmacologie, herhaalde dosistoxiciteit, genotoxiciteit,
carcinogeenpotentieel, reproductietoxiciteit blijken geen bijzondere risico's voor de mens.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Povidon (E1201), colloïdaal siliciumdioxide, magnesiumstearaat (E470b), methylhydroxypropylcellulose,
titaandioxide (E171),
macrogol.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30°C, in de oorspronkelijke verpakking
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Stripverpakking (PVC/PVDC/Al) à 28, 30, 50, 56, 60, 84, 90, 100, 120 of 500 stuks, flacon (PE) à 250,
500 of 1000 stuks en in eenheidsafleververpakking à 50 stuks.
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW
METFORMINE HCl 500 PCH
METFORMINE HCl 850 PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 25 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
10
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pharmachemie B.V.
Swensweg 5
Postbus 552
2003 RN Haarlem
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 10500, filmomhulde tabletten 500 mg.
RVG 26048, filmomhulde tabletten 850 mg.
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING
RVG 10500: 17 oktober 1983.
RVG 26048: 16 juli 2001.
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste volledige herziening: 2 oktober 2008
0808.16v.HW
rvg 10500_26048 SPC 1.3.1 0808.16v.HW