Methylfenidaathydrochloride 10 PCH, tabletten 10 mg
Registratienummer: RVG 27252
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Methylfenidaathydrochloride 10 PCH, tabletten 10 mg
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Bevat per tablet 10 mg methylfenidaathydrochloride.
Voor hulpstoffen, zie 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
Tablet. De tablet heeft aan beide zijden een deelstreep.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)
Methylfenidaat is geïndiceerd als onderdeel van een uitgebreid behandelprogramma voor ADHD
(aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit) bij kinderen van 6 jaar en ouder in die gevallen waarbij
uitsluitend orthopedagogie onvoldoende blijkt te zijn. De behandeling moet plaatsvinden onder toezicht
van een specialist op het gebied van gedragsstoornissen bij kinderen. De diagnose moet worden
gesteld in overeenstemming met de criteria van de DSM-IV of de richtlijnen van de ICD-10 en moet
worden gebaseerd op een volledige ziektegeschiedenis en op evaluatie van de patiënt. De diagnose
kan niet alleen worden gesteld op basis van de aanwezigheid van één of meer symptomen.
De specifieke etiologie van dit syndroom is niet bekend, en er is geen op zichzelf staande diagnostische
test beschikbaar. Voor een adequate diagnose is het gebruik noodzakelijk van medische en
gespecialiseerde psychologische, opvoedkundige en sociale bronnen.
Tot een uitgebreid behandelprogramma behoren gewoonlijk psychologische, opvoedkundige en sociale
maatregelen, in combinatie met farmacotherapie, en de behandeling is gericht op het stabiliseren van
kinderen met een gedragssyndroom dat wordt gekenmerkt door symptomen als een chronische
voorgeschiedenis met een korte aandachtsspanne, makkelijk afgeleid worden, emotionele labiliteit,
impulsiviteit, matige tot ernstige hyperactiviteit, lichte neurologische verschijnselen en een afwijkend
EEG. Het kan zijn dat het leervermogen gestoord is, maar dit hoeft niet het geval te zijn.
Behandeling met methylfenidaat is niet bij alle kinderen met ADHD geïndiceerd en het besluit om het
geneesmiddel te gebruiken moet zijn gebaseerd op een zeer grondige beoordeling van de ernst en de
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
2
chroniciteit van de symptomen van het kind in relatie tot de leeftijd.
Het volgen van het juiste onderwijs is van essentieel belang, en psychosociale interventie is
noodzakelijk. Daar waar alleen orthopedagogische maatregelen onvoldoende zijn gebleken, moet de
beslissing om een stimulans voor te schrijven zijn gebaseerd op een zorgvuldige beoordeling van de
ernst van de symptomen van het kind. Volgens de licentie-indicatie en volgens de richtlijnen voor
voorschrijven/diagnostiek moet het gebruik van methylfenidaat altijd op deze manier plaatsvinden.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De behandeling moet worden geïnitieerd onder toezicht van een specialist op het gebied van
gedragsstoornissen bij kinderen en/of adolescenten.
Screening voorafgaand aan de behandeling
Voorafgaand aan het voorschrijven is het noodzakelijk dat er bij de uitgangssituatie een beoordeling
plaatsvindt van de cardiovasculaire status van de patiënt, inclusief bloeddruk en hartfrequentie. Bij het
afnemen van de uitgebreide anamnese moeten ook gelijktijdig toegediende geneesmiddelen worden
genoteerd, net als comorbide medische en psychische stoornissen of symptomen in heden en verleden,
met plotseling cardiaal/onverklaard overlijden in de familiegeschiedenis. Voorafgaand aan de
behandeling moet een nauwkeurige registratie van lengte en gewicht op een groeikaart plaatsvinden
(zie rubrieken 4.3 en 4.4).
Doorlopende bewaking
De groei, de psychische gesteldheid en de cardiovasculaire status moeten continu worden bewaakt (zie
ook rubriek 4.4).
·
De bloeddruk en de hartfrequentie moeten bij elke aanpassing van de dosis en daarna minimaal
eens per 6 maanden in een percentielgrafiek worden genoteerd.
·
De lengte, het gewicht en de eetlust moeten minimaal eens per 6 maanden worden genoteerd
waarbij een groeikaart moet worden bijgehouden;
·
Ontwikkeling van
de novo of verslechtering van reeds bestaande psychische stoornissen moeten
bij elke aanpassing van de dosis en daarna minimaal eens per 6 maanden en bij elk bezoek
worden bewaakt.
Patiënten moeten worden bewaakt vanwege het risico van gebruik voor ontspanning, verkeerd gebruik
en misbruik van methylfenidaat.
Dosistitratie
Bij het begin van de behandeling met methylfenidaat is een zorgvuldige dosistitratie noodzakelijk. Bij
dosistitratie moet met de laagst mogelijke dosis worden gestart.
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
3
Mogelijk zijn er ook andere sterktes van dit geneesmiddel en andere methylfenidaat-bevattende
producten beschikbaar.
Kinderen (ouder dan 6 jaar
De maximale dagelijkse dosering methylfenidaat is 60 mg/dag.
Begin één- of tweemaal per dag (bijvoorbeeld bij het ontbijt en de lunch) met 5 mg en verhoog als dat
nodig is de dosering en de toedieningsfrequentie wekelijks met 5 tot 10 mg per dag. De totale dagelijkse
hoeveelheid dient in meerdere doses te worden toegediend.
De laatste doses dienen over het algemeen niet binnen 4 uur voor de bedtijd te worden toegediend om
inslaapstoornissen te voorkomen. Als het effect van het middel echter te vroeg in de avond afneemt,
kunnen gedragsstoornissen en/of slapeloosheid optreden. Een lage dosering 's avonds kan dit
probleem verhelpen. Hierbij dienen de voor- en nadelen van een lage avonddosering ten opzichte van
inslaapstoornissen te worden afgewogen.
Gebruik op lange termijn (langer dan 12 maanden) bij kinderen en adolescenten
De veiligheid en werkzaamheid van langdurige gebruik van methylfenidaat zijn in gecontroleerde
klinische onderzoeken niet systematisch beoordeeld. De behandeling met methylfenidaat mag niet voor
onbepaalde tijd zijn en dat is ook niet nodig. Behandeling met methylfenidaat wordt gewoonlijk tijdens of
na de puberteit gestopt. De arts die bij patiënten met ADHD kiest voor gebruik van methylfenidaat
gedurende langere tijd (langer dan 12 maanden) moet bij kinderen en adolescenten de bruikbaarheid op
lange termijn van het geneesmiddel door middel van een proefperiode zonder geneesmiddel opnieuw
evalueren om het functioneren van de patiënt zonder farmacotherapie te beoordelen. Het verdient
aanbeveling minimaal eens per jaar patiënten die methylfenidaat gebruiken op immuniteit te controleren
om de toestand van het kind te beoordelen (bij voorkeur tijdens schoolvakanties). De verbetering kan
aanhouden wanneer het gebruik van het geneesmiddel tijdelijk of blijvend wordt gestaakt.
Dosisreductie en staken van de behandeling
Met de behandeling moet worden gestopt als de symptomen na een juiste aanpassing van de dosis
gedurende een periode van één maand niet verbeteren. Als paradoxale verergering van de symptomen
of andere ernstige bijwerkingen optreden, moet de dosis worden gereduceerd of moet de behandeling
worden gestaakt.
Volwassenen
Methylfenidaat is niet geregistreerd voor gebruik bij volwassenen met ADHD. De veiligheid en
werkzaamheid zijn in deze leeftijdsgroep niet vastgesteld.
Ouderen
Het gebruik van methylfenidaat wordt bij oudere patiënten niet aanbevolen. De veiligheid en
werkzaamheid zijn in deze leeftijdsgroep niet vastgesteld.
Kinderen jonger dan 6 jaar
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
4
Het gebruik van methylfenidaat wordt bij kinderen jonger dan 6 jaar niet aanbevolen. De veiligheid en
werkzaamheid zijn in deze leeftijdsgroep niet vastgesteld.
4.3 Contra-indicaties
Bekende overgevoeligheid voor methylfenidaathydrochloride of voor één van de hulpstoffen
·
Glaucoom
·
Feochromocytoom
·
Tijdens behandeling met niet-selectieve irreversibele MAO-remmers
(monoamineoxidaseremmers) of binnen minimaal 14 dagen na stoppen van het gebruik van deze
geneesmiddelen, wegens risico een hypertensieve crisis (zie rubriek 4.5)
·
Hyperthyreoïdie of thyreotoxicose
·
Diagnose van of voorgeschiedenis met ernstige depressie, anorexia nervosa/anorectische
stoornissen, suïcidale neigingen, psychotische symptomen, ernstige stemmingsstoornissen,
manie, schizofrenie of psychopathische/borderline persoonlijkheidsstoornis
·
Diagnose met of voorgeschiedenis met ernstige en episodische (type 1) bipolaire (affectieve)
stoornis die niet goed onder controle is
·
Reeds bestaande cardiovasculaire stoornissen, inclusief ernstige hypertensie, hartfalen, arteriële
occlusieve ziekte, angina, hemodynamische significante congenitale hartziekte,
cardiomyopathieën, myocardinfarct, potentieel levensbedreigende aritmieën en canalopathie
(stoornis veroorzaakt door een disfunctie van de ionenkanalen).
·
Reeds bestaande cerebrovasculaire stoornissen, cerebraal aneurysma, vasculaire afwijkingen
inclusief vasculitis of beroerte.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Behandeling met methylfenidaat is niet bij alle kinderen met ADHD geïndiceerd en het besluit om het
geneesmiddel te gebruiken moet zijn gebaseerd op een zeer grondige beoordeling van de ernst en de
chroniciteit van de symptomen van het kind in relatie tot de leeftijd.
Langdurig gebruik (langer dan 12 maanden ) bij kinderen en adolescenten
De veiligheid en werkzaamheid van langdurige gebruik van methylfenidaat zijn in gecontroleerde
klinische onderzoeken niet systematisch beoordeeld. De behandeling met methylfenidaat mag niet voor
onbepaalde tijd zijn en dat is ook niet nodig. Behandeling met methylfenidaat wordt gewoonlijk tijdens of
na de puberteit gestopt. Patiënten die langdurig worden behandeld (dat wil zeggen langer dan 12
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
5
maanden) moeten in overeenstemming met de richtlijn in rubrieken 4.2 en 4.4 zorgvuldig en
voortdurend worden gecontroleerd op cardiovasculaire status, groei, eetlust, ontwikkeling van de novo
of verergering van reeds bestaande psychische stoornissen. De psychische stoornissen waarop moet
worden gecontroleerd worden hieronder beschreven, en bestaan onder meer uit (maar zijn niet beperkt
tot) motorische of vocale tics, agressief of vijandig gedrag, agitatie, angst, depressie, psychose, manie,
waanvoorstellingen, prikkelbaarheid, gebrek aan spontaniteit, ontwenningsverschijnselen en overmatige
dwangmatige herhaling.
De arts die bij patiënten met ADHD kiest voor gebruik van methylfenidaat gedurende langere tijd (langer
dan 12 maanden) moet bij kinderen en adolescenten de bruikbaarheid op lange termijn van het
geneesmiddel door middel van een proefperiode zonder geneesmiddel opnieuw evalueren om het
functioneren van de patiënt zonder farmacotherapie te beoordelen. Het verdient aanbeveling minimaal
eens per jaar patiënten die methylfenidaat gebruiken op immuniteit te controleren om de toestand van
het kind te beoordelen (bij voorkeur tijdens schoolvakanties). De verbetering kan aanhouden wanneer
het gebruik van het geneesmiddel tijdelijk of blijvend wordt gestaakt.
Gebruik door volwassenen
Methylfenidaat is niet geregistreerd voor gebruik bij volwassenen met ADHD. De veiligheid en
werkzaamheid zijn in deze leeftijdsgroep niet vastgesteld.
Gebruik door ouderen
Methylfenidaat mag niet door oudere patiënten worden gebruikt. De veiligheid en werkzaamheid zijn in
deze leeftijdsgroep niet vastgesteld.
Gebruik door kinderen jonger dan 6 jaar
Methylfenidaat mag niet door kinderen jonger dan 6 jaar worden gebruikt. De veiligheid en
werkzaamheid zijn in deze leeftijdsgroep niet vastgesteld.
Cardiovasculaire status
Bij patiënten die in aanmerking komen voor behandeling met stimulantia moet een zorgvuldige
anamnese worden afgenomen (inclusief een beoordeling van de familiegeschiedenis op plotseling
overlijden of ventriculaire aritmie) en moet een lichamelijk onderzoek voor het bepalen van de
aanwezigheid van een hartziekte plaatsvinden. Ook moet nader onderzoek (bijvoorbeeld
elektrocardiogram en echocardiogram) worden gedaan op hartziekten als de initiële bevindingen op een
dergelijke ziekte wijzen. Patiënten die symptomen ontwikkelen zoals palpitaties, pijn op de borst na
inspanning, niet verklaarde syncope of andere symptomen die wijzen op een hartziekte tijdens
behandeling met stimulantia moeten onmiddellijk een cardiale evaluatie ondergaan.
Uit analyse van de gegevens uit klinisch onderzoek met methylfenidaat bij kinderen en adolescenten
met ADHD bleek dat in vergelijking met de groep die een placebo ontving, een groter deel van de
proefpersonen in de groep met methylfenidaat een verhoging van meer dan 10 mmHg van de
systolische en diastolische bloeddruk doormaakte ten opzichte van de uitgangssituatie. De klinische
consequenties op korte en lange termijn van deze cardiovasculaire effecten bij kinderen en
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
6
adolescenten zijn niet bekend, maar gezien de effecten die in de klinische onderzoeken zijn
waargenomen kan de mogelijkheid van klinische complicaties niet worden uitgesloten.
Voorzichtigheid is geboden bij de behandeling van patiënten bij wie de onderliggende medische
aandoeningen gevaar kunnen opleveren bij een stijging van de bloeddruk of de hartfrequentie.
Zie rubriek 4.3 voor aandoeningen waarbij behandeling met methylfenidaat gecontra-indiceerd is.
De cardiovasculaire status moet zorgvuldig worden bewaakt. De bloeddruk en de hartfrequentie
moeten bij elke aanpassing van de dosis en en daarna minimaal eens per 6 maanden worden
genoteerd in een percentielgrafiek.
Het gebruik van methylfenidaat is gecontra-indiceerd bij bepaalde reeds bestaande cardiovasculaire
stoornissen,
tenzij hierover cardiaal advies is verkregen van de kinderarts (zie rubriek 4.3 'Contra-
indicaties').
Plotseling overlijden en reeds bestaande cardiale structurele afwijkingen of andere ernstige
hartaandoeningen
In relatie tot het gebruik van stimulantia van het centrale zenuwstelsel is bij gebruikelijke doses bij
kinderen, waarvan sommige structurele cardiale afwijkingen of andere ernstige hartproblemen hadden,
plotseling overlijden gemeld. Hoewel sommige ernstige hartproblemen op zichzelf al een verhoogd
risico van plotseling overlijden met zich mee kunnen brengen, worden stimulantia niet aanbevolen bij
kinderen of adolescenten die bekend zijn met structurele cardiale afwijkingen, cardiomyopathie, ernstige
hartritmeafwijkingen of andere ernstige hartproblemen waardoor zij in verhoogde mate gevoelig zijn
voor de sympathicomimetische effecten van een stimulans.
Misbruik en cardiovasculaire voorvallen
Mogelijk bestaat er een verband tussen misbruik van stimulantia van het centraal zenuwstelsel en
plotseling overlijden en andere ernstige cardiovasculaire bijwerkingen.
Cerebrovasculaire stoornissen
Zie rubriek 4.3 voor cerebrovasculaire aandoeningen waarbij behandeling met methylfenidaat gecontra-
indiceerd is. Patiënten met extra risicofactoren (zoals een voorgeschiedenis van cardiovasculaire ziekte,
gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die de bloeddruk verhogen) moeten nadat behandeling met
methylfenidaat is gestart bij elk bezoek op neurologische tekenen en symptomen worden gecontroleerd.
Cerebrale vasculitis lijkt een zeer zeldzame idiosyncratische reactie te zijn op blootstelling aan
methylfenidaat. Er zijn weinig aanwijzingen dat het mogelijk is patiënten met een verhoogd risico te
identificeren en de initiële aanvang van de symptomen kan de eerste indicatie zijn van een onderliggend
klinisch probleem. Een vroege diagnose, gebaseerd op een hoge index of suspicion kan het
onmiddellijke onthouden van methylfenidaat en een vroege behandeling mogelijk maken. De diagnose
moet daarom tijdens behandeling met methylfenidaat bij elke patiënt die nieuwe neurologische
symptomen ontwikkelt die consistent zijn met cerebrale ischemie worden overwogen. Deze symptomen
kunnen onder meer bestaan uit ernstige hoofdpijn, een doof gevoel, zwakte, paralyse en een stoornis
van de coördinatie, het gezichtsvermogen, het spraakvermogen, het taalgebruik of het geheugen.
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
7
Behandeling met methylfenidaat is niet gecontra-indiceerd bij patiënten met hemiplegische cerebrale
parese
Psychische stoornissen
Bij ADHD komt vaak comorbiditeit van psychische aandoeningen voor en hiermee moet bij het
voorschrijven van stimulantia rekening worden gehouden. In geval van psychische symptomen of bij
verergering van een reeds bestaande psychische aandoening mag methylfenidaat alleen worden
gebruikt als de voordelen opwegen tegen het potentiële risico voor de patiënt.
Ontwikkeling of verslechtering van reeds bestaande psychische stoornissen moeten bij elke
aanpassing van de dosis en daarna minimaal eens per 6 maanden en bij elk bezoek worden
bewaakt. Staken van de behandeling kan dan de aangewezen weg zijn.
Verergering van reeds bestaande psychotische of manische symptomen
Bij psychotische patiënten kan toediening van methylfenidaat de symptomen van de gedragsstoornis en
de gedachtenstoornis verergeren.
Optreden van nieuwe psychotische of manische symptomen
Tijdens de behandeling optredende psychotische symptomen (visuele/tactiele/auditieve hallucinaties en
waanvoorstellingen) of manie bij kinderen en adolescenten zonder psychotische ziekten of manie in de
voorgeschiedenis kunnen door stimulantia bij de gebruikelijke doses worden veroorzaakt. Als manische
of psychotische symptomen optreden, moet worden overwogen of er een mogelijk causaal verband is
met het gebruik van methylfenidaat. Staken van de behandeling kan de aangewezen weg zijn.
Agressie of vijandig gedrag
Het ontstaan of verergeren van agressie of vijandigheid kan worden veroorzaakt door behandeling met
stimulantia. Patiënten die beginnen met de behandeling met methylfenidaat moeten bij aanvang van de
behandeling, bij elke aanpassing van de dosis en daarna minimaal eens per 6 maanden en bij elk
bezoek zorgvuldig worden gecontroleerd op het ontstaan van of op de verergering van agressief gedrag
of vijandigheid. Bij patiënten die gedragsveranderingen ervaren, moet de arts de noodzaak van
aanpassing van het behandelregime beoordelen.
Suïcidale neigingen
Patiënten met suïcidale ideatie en suïcidaal gedrag tijdens behandeling van ADHD moeten onmiddellijk
door een arts worden beoordeeld. Overwogen moet worden of sprake is van een verergering van een
onderliggende psychische aandoening en of er een mogelijke causaal verband is met de behandeling
met methylfenidaat. Behandeling van een onderliggende psychische aandoening kan noodzakelijk zijn
en staken van de behandeling met methylfenidaat moet worden overwogen.
Tics
Methylfenidaat wordt in verband gebracht met de aanvang of verergering van motorische en verbale
tics. Ook is melding gemaakt van verergering van het gilles-de-la-tourettesyndroom. De
familiegeschiedenis moet worden beoordeeld, en een klinische evaluatie van tics of het gilles-de-la-
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
8
tourettesyndroom bij kinderen moet aan het gebruik van methylfenidaat voorafgaan. Patiënten moeten
tijdens de behandeling met methylfenidaat regelmatig worden gecontroleerd op het ontstaan of
verergeren van tics.
Bij elke aanpassing van de dosis en daarna minimaal eens per 6 maanden of
bij elk bezoek moet controle hierop plaatsvinden.
Angst, agitatie of spanning
Methylfenidaat wordt in verband gebracht met verergering van reeds bestaande angst, agitatie of
spanning. Klinische evaluatie van angst, agitatie of spanning moet voorafgaan aan het gebruik van
methylfenidaat en patiënten moeten
regelmatig tijdens de behandeling, bij elke aanpassing van de
dosis en daarna minimaal eens per 6 maanden of bij elk bezoek worden gecontroleerd op het
ontstaan of verergeren van deze symptomen.
Vormen van een bipolaire stoornis
Speciale voorzichtigheid is geboden bij gebruik van stimulantia voor de behandeling van ADHD bij
patiënten met een comorbide bipolaire stoornis (inclusief onbehandeld type I bipolaire stoornis of
andere vormen van bipolaire stoornissen) vanwege bezorgdheid over een mogelijke bevordering van
een gemengde/manische episode bij dergelijke patiënten. Voorafgaan aan het starten van de
behandeling met methylfenidaat moeten patiënten met comorbide depressieve symptomen afdoende
worden gescreend om te bepalen of zij een verhoogd risico hebben voor een bipolaire stoornis; een
dergelijke screening moet onder meer een gedetailleerde psychische voorgeschiedenis inhouden,
inclusief een familiegeschiedenis voor wat betreft suïcide, bipolaire stoornissen en depressie.
Een
zorgvuldige controle is bij deze patiënten van essentieel belang (zie boven 'Psychische
stoornissen' en rubriek 4.2). Bij elke aanpassing van de dosis en daarna minimaal eens per 6
maanden of bij elk bezoek moet de patiënt hierop worden gecontroleerd.
Groei
Bij langdurig gebruik van methylfenidaat bij kinderen is een matig-ernstige afname van de
gewichtstoename en een groeiachterstand gemeld.
De effecten van methylfenidaat op de uiteindelijke lengte en het uiteindelijke gewicht zijn momenteel
nog onbekend en worden onderzocht.
Tijdens de behandeling met methylfenidaat moet de groei worden geobserveerd: de lengte, het gewicht
en de eetlust moeten minimaal eens per 6 maanden worden genoteerd waarbij een groeikaart moet
worden bijgehouden. Bij patiënten die niet zoals mag worden verwacht groeien, langer worden of
aankomen kan het noodzakelijk zijn dat de behandeling wordt onderbroken.
Epileptische aanvallen
Methylfenidaat moet met de benodigde voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met epilepsie.
Methylfenidaat kan de convulsieve drempel verlagen bij patiënten met een voorgeschiedenis van
epileptische aanvallen, bij patiënten met eerdere afwijkingen op het EEG bij afwezigheid van
epileptische aanvallen, en in zeldzame gevallen bij patiënten bij wie geen convulsies voorkomen in de
voorgeschiedenis en bij wie zich geen EEG-afwijkingen voordoen. Als de frequentie van de epileptische
aanvallen toeneemt, of als voor het eerst epileptische aanvallen optreden, moet het gebruik van
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
9
methylfenidaat worden gestaakt.
Misbruik, verkeerd gebruik en gebruik voor ontspanning
Patiënten moeten zorgvuldig worden bewaakt vanwege het risico van gebruik voor ontspanning,
verkeerd gebruik en misbruik van methylfenidaat.
Vanwege de kans op misbruik, verkeerd gebruik of gebruik voor ontspanning moet methylfenidaat met
de nodige voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten die bekend zijn met een drugs- of
alcoholverslaving.
Chronisch misbruik van methylfenidaat kan leiden tot een duidelijke tolerantie en tot psychische
afhankelijkheid, wat gepaard gaat met in ernst variërend abnormaal gedrag. Er kunnen duidelijke
psychotische episodes optreden, met name als reactie op parenteraal misbruik.
Bij de beslissing over de behandeling van ADHD moet rekening worden gehouden met de leeftijd van
de patiënt, de aanwezigheid van risicofactoren voor een alcohol/drugsmisbruikstoornis (zoals comorbide
ODD (oppositional-defiant disorder) of een gedragsstoornis en een bipolaire stoornis) en met eerder of
huidig alcohol/drugsmisbruik. Voorzichtigheid is geboden bij emotioneel onstabiele patiënten, zoals
patiënten met een verslaving aan drugs of alcohol in de voorgeschiedenis, omdat deze patiënten de
dosis op eigen initiatief zouden kunnen verhogen.
Voor sommige patiënten met een verhoogd risico voor een alcohol/drugsmisbruikstoornis zijn
methylfenidaat of andere stimulantia mogelijk niet geschikt en moet behandeling met andere middelen
dan stimulantia worden overwogen.
Staken van de behandeling
Na het onderbreken van de behandeling is een zorgvuldig supervisie vereist, omdat de behandeling
mogelijk een depressie en chronische overactiviteit heeft gemaskeerd. Bij sommige patiënten kan een
langdurige follow-up noodzakelijk zijn.
Na staken van de behandeling als gevolg van misbruik is een zorgvuldige supervisie noodzakelijk
omdat een ernstige depressie kan optreden.
Vermoeidheid
Methylfenidaat mag niet worden gebruikt voor preventie of behandeling van normale
vermoeidheidsklachten.
Hulpstoffen: galactose/sucrose-intolerantie
Dit geneesmiddel bevat lactose: patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-
intolerantie, Lapp-lactasedeficiëntie of glucosegalactosemalabsorptie mogen dit geneesmiddel niet
gebruiken.
Kiezen voor het methylfenidaatpreparaat
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
10
De keuze voor een methylfenidaat-bevattend preparaat moet door de behandelend specialist per patiënt
worden gemaakt en is afhankelijk van de beoogde duur van het effect.
Geneesmiddelscreening
Bij laboratoriumtests op amfetaminen kan methylfenidaat een vals-positieve uitslag geven, met name bij
een immunoassay-screeningstest.
Nierinsufficiëntie of leverinsufficiëntie
Er is geen ervaring opgedaan met het gebruik van methylfenidaat bij patiënten met nierinsufficiëntie of
met leverinsufficiëntie.
Hematologische effecten
De veiligheid van een langdurige behandeling met methylfenidaat is niet volledig bekend. In geval van
leukopenie, trombocytopenie, anemie of andere veranderingen, waaronder die veranderingen die een
indicatie zijn voor ernstige nier- of leveraandoeningen, moet staken van de behandeling worden
overwogen.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Farmacokinetische interactie
Het is niet bekend hoe methylfenidaat de plasmaconcentraties van gelijktijdig toegediende
geneesmiddelen beïnvloedt. Daarom is voorzichtigheid geboden bij het combineren van methylfenidaat
met andere geneesmiddelen, met name met die met een smal therapeutisch venster.
Methylfenidaat wordt niet in klinisch relevante mate gemetaboliseerd door cytochroom P450.
Naar verwachting hebben inductoren of remmers van cytochroom P450 geen relevante invloed op de
farmacokinetiek van methylfenidaat. Daar staat tegenover dat de d- en l-enantiomeren van
methylfenidaat cytochroom P450 1A2, 2C8, 2C9, 2C19, 2D6, 2E1 of 3A niet in relevante mate remmen.
Er zijn echter meldingen die erop wijzen dat methylfenidaat het metabolisme remt van
cumarinebevattende anticoagulantia, van anticonvulsiva (zoals
fenobarbital, fenytoïne,
primidon) en van
sommige antidepressiva (tricyclische antidepressiva en selectieve serotonineheropnameremmers). Bij
het starten of stoppen van de behandeling met methylfenidaat kan het noodzakelijk zijn om de dosering
van deze reeds gebruikte geneesmiddelen aan te passen en om de plasmaconcentraties van deze
geneesmiddelen te bepalen (of de stollingstijden bij gebruik van cumarine).
Farmacodynamische interacties
Antihypertensiva
Methylfenidaat kan de werkzaamheid verminderen van geneesmiddelen die worden gebruikt voor de
behandeling van hypertensie.
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
11
Gebruik met geneesmiddelen die de bloeddruk verhogen
Bij patiënten die worden behandeld met methylfenidaat is voorzichtigheid geboden bij gebruik van een
ander geneesmiddel dat ook de bloeddruk kan verhogen (zie ook de rubrieken over cardiovasculaire en
cerebrovasculaire aandoeningen in rubriek 4.4 Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen bij gebruik).
Vanwege een mogelijke hypertensieve crisis is methylfenidaat gecontra-indiceerd bij patiënten die
worden behandeld (momenteel of binnen de voorgaande twee weken) met niet-selectieve, irreversibele
MAO-remmers (zie rubriek 4.3 Contra-indicaties).
Gebruik in combinatie met alcohol
Alcohol kan de ongewenste effecten van psychoactieve geneesmiddelen, inclusief methylfenidaat, op
het centrale zenuwstelsel versterken. Daarom is het raadzaam om tijdens behandeling met
methylfenidaat geen alcohol te nuttigen.
Gebruik met gehalogeneerde anesthetica
Het risico bestaat dat tijdens een operatie een plotselinge stijging van de bloeddruk optreedt. Als er een
operatie is gepland, mag methylfenidaat op de dag van de operatie niet worden gebruikt.
Gebruik met centraal werkende alfa-2-agonisten (zoals clonidine)
Ernstige bijwerkingen, inclusief plotseling overlijden, zijn gemeld bij gelijktijdig gebruik met clonidine. De
veiligheid van gebruik van methylfenidaat in combinatie met clonidine of met andere centraal werkende
alfa-2-agonisten is niet systematisch beoordeeld.
Gebruik met dopaminergica
Bij toediening van methylfenidaat is voorzichtigheid geboden bij gelijktijdig gebruik van dopaminerge
geneesmiddelen, inclusief antipsychotica. Omdat een zeer belangrijke werking van methylfenidaat het
verhogen van de extracellulaire dopaminewaarden is, wordt methylfenidaat mogelijk geassocieerd met
farmacodynamische interacties bij gelijktijdige toediening van directe en indirecte dopamine-agonisten
(inclusief DOPA en tricyclische antidepressiva) of van dopamine-antagonisten inclusief antipsychotica.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn slechts beperkt gegevens beschikbaar over het gebruik van methylfenidaat bij zwangere
vrouwen.
In spontane verslagen van ziektegevallen is neonatale cardiorespiratoire toxiciteit, met name foetale
tachycardie en ademnood, gemeld.
Uit experimenteel onderzoek bij dieren is reproductietoxiciteit gebleken bij maternaal toxische doses (zie
rubriek 5.3).
Het gebruik van methylfenidaat wordt tijdens de zwangerschap niet aanbevolen, tenzij de klinische
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
12
afweging is gemaakt dat het uitstellen van de behandeling een groter risico voor de zwangerschap
inhoudt.
Borstvoeding
Methylfenidaat is aangetroffen in de moedermelk van een vrouw die met methylfenidaat werd
behandeld.
Er is een casusverslag van een kind dat een niet-gespecificeerde daling in het gewicht doormaakte
tijdens de periode van blootstelling, maar weer herstelde en weer in gewicht toenam nadat de moeder
de behandeling met methylfenidaat had gestaakt. Een risico voor de zuigeling die borstvoeding krijgt
kan niet worden uitgesloten.
Besloten moet worden of met het geven van borstvoeding of met de behandeling met methylfenidaat
wordt gestopt/van de behandeling wordt afgezien, waarbij rekening moet worden gehouden met de
voordelen van borstvoeding voor het kind en de voordelen van behandeling voor de moeder.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen
Methylfenidaat kan duizeligheid, slaperigheid en visusstoornissen veroorzaken, inclusief problemen met
de accommodatie, diplopie en wazig zien. Het kan een matige invloed op de rijvaardigheid en op het
gebruik van machines hebben. De patiënt moet worden gewaarschuwd voor deze mogelijke
bijwerkingen en moet het advies krijgen dat wanneer deze bijwerkingen zich voordoen hij mogelijk
gevaarlijke activiteiten moet vermijden, zoals het besturen van voertuigen en het bedienen van
machines.
4.8 Bijwerkingen
In de tabel hieronder zijn alle bijwerkingen gemeld die tijdens klinisch onderzoek zijn waargenomen en
die in de postmarketingfase spontaan zijn gemeld bij gebruik van {Fantasienaam} en die zijn gemeld bij
andere samenstellingen van methylfenidaathydrochloride. Als de frequenties van de bijwerkingen van
{fantasienaam} en de methylfenidaatsamenstelling van elkaar verschilden, werd voor beide databases
de hoogste frequentie gebruikt.
Schatting van frequentie:
zeer vaak ( 1/10)
vaak ( 1/100 tot < 1/10)
soms ( 1/1000 tot < 1/100)
zelden ( 1/10.000 tot < 1/1000)
zeer zelden (< 1/10.000)
niet bekend (kan niet aan de hand van de beschikbare gegevens worden berekend).
Systeem-
Bijwerking
orgaan /
Frequentie
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
13
Zeer vaak
Vaak
Soms
Zelden
Zeer zelden Niet bekend
Infecties en naso-
parasitaire
faryngitis
aan-
doeningen
Bloed- en
anemie,
pancytopenie
lymfestelsel-
leukopenie,
aan-
trombo-
doeningen
cytopenie,
trombo-
cytopenische
purpura
Immuun-
overgevoelig-
systeemaan-
heidsreacties
doeningen
als angio-
neurotisch
oedeem,
ana-
fylactische
reacties,
auriculaire
zwelling,
bulleuze aan-
doeningen,
exfoliatieve
aan-
doeningen,
urticaria,
pruritus,
huiduitslag
en erupties
Stof-
anorexia,
wisselings-
verminderde
en voedings-
eetlust, matig
stoornissen
ernstige
afname van
de gewichts-
toename en
de
lengtegroei
tijdens
langdurig
gebruik bij
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
14
Systeem-
Bijwerking
orgaan /
Frequentie
klasse
Zeer vaak
Vaak
Soms
Zelden
Zeer zelden Niet bekend
kinderen*
Zenuw-
hoofdpijn duizeligheid,
sedatie,
Convulsies,
cerebro-
stelselaan-
dyskinesie, tremor
choreo-
vasculaire
doeningen
psycho-
athetotische stoornissen*
motorische
bewegingen, (inclusief
hyper-
reversibel
vasculitis,
activiteit,
ischemisch hersen-
overmatige
neurologisch bloedingen,
slaperigheid
gebrek
cerebro-
(som-
Neuro-
vasculaire
nolentie)
leptisch
accidenten
maligne
(CVA),
syndroom
cerebrale
(NMS; de
artritis,
meldingen
cerebrale
waren slecht occlusie),
gedocu-
grand mal
menteerd en convulsies*,
in de meeste migraine
gevallen
ontvingen de
patiënten ook
andere
genees-
middelen,
dus de rol
van methyl-
fenidaat
hierbij is
onduidelijk
Psychische Slapeloos-
Anorexia,
Psychotische Manie*, des- Zelfmoord-
Waanvoor-
stoornissen* heid,
affectabiliteit, stoornissen*, oriëntatie,
poging
stellingen*,
nervositeit
agressie*,
auditieve,
libidostoornis (inclusief
gedachte-
angst*,
visuele en
geslaagde
stoornissen*,
depressie*, tactiele
zelfmoord)*, verwardheid,
prikkelbaar- hallucinaties*
depressieve verslaving.
heid,
, boosheid,
stemming
Er zijn
abnormaal
suïcidale
van voorbij-
gevallen
gedrag
ideatie*,
gaande aard, beschreven
stemmings-
abnormale
van misbruik
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
15
Systeem-
Bijwerking
orgaan /
Frequentie
klasse
Zeer vaak
Vaak
Soms
Zelden
Zeer zelden Niet bekend
verandering,
gedachten, en
stemmings-
apathie,
verslaving,
wisselingen,
repetitief
vaker bij
rusteloosheid
gedrag, over- samen-
, huilerigheid,
concentratie stellingen
tics*,
met directe
toename van
afgifte
reeds
bestaande
tics of van
het gilles-de-
la-tourette-
syndroom*,
hyper-
vigilantie,
slaapstoornis
Oog-
Diplopie,
Problemen
aandoeninge
wazig zien
met de
n
visuele
accommo-
datie,
mydriase,
visusstoornis
Hartaan-
Aritmie,
Pijn op de
Angina
Hartstilstand, Supra-
doeningen
tachycardie, borst
pectoris
myocard-
ventriculaire
hart-
infarct
tachycardie,
kloppingen
bradycardie,
ventriculaire
extra-
systolen,
extrasystolen
Bloedvataan- hypertensie
Cerebrale
doeningen*
artritis en/of
occlusie,
perifere kou,
Raynaud-
fenomeen
Ademhalings Hoesten,
dyspneu
stelsel-,
faryngolaryn
borstkas- en
geale pijn
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
16
Systeem-
Bijwerking
orgaan /
Frequentie
klasse
Zeer vaak
Vaak
Soms
Zelden
Zeer zelden Niet bekend
mediastinum-
aan-
doeningen
Maagdarm-
Buikpijn,
obstipatie
stelselaan-
diarree,
doeningen
misselijkheid,
maag-
klachten,
braken,
droge mond
Lever- en gal- Hogere
Afwijkende
aan-
leverenzym-
leverfunctie,
doeningen
waarden
inclusief
hepatisch
coma
Huid- en
Alopecia,
Angioneuroti Hyperhidrose Erythema
onderhuid-
pruritus,
sch oedeem, , maculaire
multiforme,
aan-
huiduitslag, bulleuze aan- huiduitslag, exfoliatieve
doeningen
urticaria
doeningen, erytheem
dermatitis,
exfoliatieve
erythema
aan-
fixatum
doeningen
Bot-, skelet-
artralgie
Myalgie,
spier-
spierstelsel-
spier-
krampen
en
trekkingen
bindweefsel-
aan-
doeningen
Nier- en
Hematurie
urineweg-
aandoeninge
n
Voortplanting Gynaeco-
sstelsel- en
mastie
borstaan-
doeningen
Algemene
Pyrexie,
Pijn op de
Plotseling
Borstklachte
aan-
groei-
borst,
cardiaal
n,
doeningen en
achterstand vermoeidheid
overlijden
hyperpyrexie
toedienings-
bij langdurig
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
17
Systeem-
Bijwerking
orgaan /
Frequentie
klasse
Zeer vaak
Vaak
Soms
Zelden
Zeer zelden Niet bekend
plaatsstoor-
gebruik door
nissen
kinderen*
Onderzoeken Ver-
Hartgeruis,
Verhoogde
anderingen verhoogde
alkalische
in de
leverenzymw
fosfatase-
bloeddruk en aarde
waarde in
de hart-
bloed,
frequentie
verhoogde
(gewoonlijk
bilirubine-
een
waarde in
stijging)*,
bloed, lagere
gewichts-
trombocyten-
verlies*
telling,
abnormale
telling witte
bloedcellen
*Zie rubriek 4.4 'Bijzondere waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik'
4.9 Overdosering
Tekenen en symptomen
Een acute overdosis kan, voornamelijk als gevolg van overstimulatie van het centrale zenuwstelsel en
het sympathische zenuwstelsel, resulteren in braken, agitatie, tremoren, hyperreflexie, spiertrekkingen,
convulsies (mogelijk gevolgd door coma), euforie, verwarring, hallucinaties, delirium, zweten, blozen,
hoofdpijn, hyperpyrexie, tachycardie, hartkloppingen, cardiale aritmieën, hypertensie, mydriasis en
droogheid van de slijmvliezen.
Behandeling
Er is geen specifiek antidotum voor een overdosering methylfenidaat beschikbaar.
De behandeling bestaat uit de juiste ondersteunende maatregelen.
De patiënt moet worden beschermd tegen het zichzelf aandoen van letsel en tegen externe stimuli die
de reeds aanwezige overstimulatie nog zouden kunnen verergeren. Als de tekenen en symptomen niet
te ernstig zijn en als de patiënt bij bewustzijn is, kan de maag worden geleegd door het opwekken van
braken of door maagspoeling. Voordat een maagspoeling wordt verricht, moeten de eventueel
aanwezige agitatie en epileptische aanvallen onder controle zijn en moeten de luchtwegen worden
beschermd. Andere maatregelen voor ontgifting van de maag zijn onder meer toediening van
geactiveerde kool en een purgeermiddel. In geval van ernstige intoxicatie moet een zorgvuldig
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
18
getitreerde dosis benzodiazepine worden gegeven voordat een maagspoeling wordt verricht.
Intensieve zorg moet beschikbaar zijn voor het handhaven van een adequate circulatie en respiratoire
uitwisseling; externe koelprocedures kunnen nodig zijn voor behandeling van hyperpyrexie.
De werkzaamheid van peritoneale dialyse of extracorporale hemodialyse bij een overdosis
methylfenidaat is niet vastgesteld.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: psychoanaleptica, psychostimulantia en noötropica, centraal
werkzame sympathicomimetica, ATC-code: N06B A04.
Werking
Methylfenidaat stimuleert het centraal zenuwstelsel. De werking ervan wordt nog niet volledig begrepen.
Methylfenidaat is een indirect werkend sympathicomimeticum. De farmacologische eigenschappen zijn
amfetamine-achtig.
De remming van MAO-enzymen kan leiden tot een verhoogde concentratie van catecholaminen.
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Absorptie
De werkzame stof methylfenidaathydrochloride wordt snel en vrijwel volledig uit de tabletten
opgenomen. Als gevolg van het sterke first-pass metabolisme bedraagt de systemische
beschikbaarheid slechts 30 % (11 tot 51 %) van de ingenomen hoeveelheid. Als het middel met voedsel
wordt ingenomen, wordt de opname versneld, maar de totaal opgenomen hoeveelheid wordt niet groter.
De maximale plasmaconcentraties van ongeveer 40 nmol/liter (11 µg/ml) worden bereikt één tot twee
uur na toediening van 0,30 mg/kg. De maximale plasmaconcentraties kunnen per persoon evenwel
enorm verschillen. De oppervlakte onder de plasmaconcentratie-tijdcurve (AUC) en de maximale
plasmaconcentratie zijn evenredig aan de toegediende hoeveelheid.
Verdeling
In het bloed worden methylfenidaat en zijn metabolieten verspreid in het plasma (57 %) en de rode
bloedcellen (43 %). Methylfenidaat en zijn metabolieten binden zich slechts voor een klein deel aan
plasma-eiwitten (10 tot 33 %). Het waarneembare distributievolume is berekend op ongeveer 13,1
liter/kg.
Biotransformatie
Biotransformatie van methylfenidaat is snel en uitgebreid. Ongeveer twee uur na toediening van
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
19
methylfenidaat wordt de maximale plasmaconcentratie van PPAA (2-fenyl-2-piperidylazijnzuur) bereikt
die dertig tot vijftig keer zo hoog is als die van ongewijzigde stoffen. De halveringstijd van PPAA is
ongeveer tweemaal zo lang als van methylfenidaat, en de gemiddelde systemische opname is 0,17
liter/h/kg. Van de gehydroxyleerde metabolieten (zoals hydroxymethylfenidaat en hydroxyritalinezuur)
zijn slechts kleine hoeveelheden aangetroffen. De therapeutische activiteit lijkt voornamelijk veroorzaakt
te worden door de moederstof.
Uitscheiding
Methylfenidaat wordt uit het plasma uitgescheiden met een gemiddelde halveringstijd van twee uur, en
de berekende gemiddelde halveringstijd voor verwijdering uit het systeem is 10 liter/h/kg. Binnen 48 tot
96 uur wordt 78 tot 97 % van de dosering met de urine uitgescheiden en 1 tot 3 % in de vorm van
metabolieten in de feces. Niet-omgezet methylfenidaat komt alleen in kleine hoeveelheden in de urine
terecht (<1 %). Het overgrote deel van de inname wordt als PPAA (2-fenyl-2-piperidyl azijnzuur, 60 tot
86 %) met de urine uitgescheiden.
Kenmerken in patiënten
Er zijn geen duidelijke verschillen in het farmacokinetisch gedrag van methylfenidaat bij hyperactieve
kinderen en bij gezonde volwassen vrijwilligers.
Gegevens over de uitscheiding bij patiënten waarbij de nieren normaal functioneren duiden erop dat
uitscheiding door de nieren van niet-omgezet methylfenidaat nauwelijks minder wordt wanneer er
sprake is van een verstoorde nierfunctie. De uitscheiding door de nieren van PPAA zou echter
verminderd kunnen worden.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Carcinogeniteit
In levenslang carcinogeniciteitsonderzoek bij ratten en muizen werd alleen bij de mannetjes een hoger
aantal maligne levertumoren waargenomen. De significantie van deze bevinding voor de mens is niet
bekend.
Methylfenidaat had geen invloed op het reproductievermogen of de fertiliteit bij lage veelvouden van de
klinische dosis.
Ontwikkeling van het embryo/de foetus tijdens de zwangerschap
Methylfenidaat wordt niet als teratogeen beschouwd bij ratten en konijnen. Foetale toxiciteit (dat wil
zeggen overlijden van alle jongen) werd bij maternaal toxische doses bij ratten opgemerkt.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
20
Calciumwaterstoffosfaat (E314), lactose, magnesiumstearaat (E470B), microkristallijn cellulose (E460),
voorverstijfseld maïszetmeel.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaar de tabletten niet boven 25°C, in de originele verpakking.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
De tabletten zijn verpakt in PVC/PE/PVdC-Al blisters à 10, 20, 20 (kliniek verpakking), 30, 40, 50 of 100
stuks.
6.6 Instructies voor gebruik en verwerking
Geen speciale aanwijzingen.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pharmachemie B.V.
Swensweg 5
Postbus 552
2003 RN Haarlem
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 27252
9.
DATUM VAN EERSTE VERGUNNING / VERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
12 maart 2003.
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA
METHYLFENIDAATHYDROCHLORIDE 10 PCH
tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum : 04 januari 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
21
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE SAMENVATTING
Laatste gedeeltelijke herziening: 6 januari 2010
betreft rubriek: 4.1-9, 5.3
0110.4v.MA
rvg 27252 SPC 0110.4v.MA