Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Metoprololsuccinaat retard 50 A, tabletten met gereguleerde afgifte 47,5 mg

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 106206
Registratiehouder: Apothecon


Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics

1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Metoprololsuccinaat retard 25 A tabletten met gereguleerde afgifte 23,75 mg
Metoprololsuccinaat retard 50 A tabletten met gereguleerde afgifte 47,5 mg
Metoprololsuccinaat retard 100 A tabletten met gereguleerde afgifte 95 mg
Metoprololsuccinaat retard 200 A tabletten met gereguleerde afgifte 190 mg


2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Metoprololsuccinaat retard 25 A bevat per tablet 23,75 mg metoprololsuccinaat, overeenkomend met
25 mg metoprololtartraat
Metoprololsuccinaat retard 50 A bevat per tablet 47,5 mg metoprololsuccinaat, overeenkomend met 50
mg metoprololtartraat
Metoprololsuccinaat retard 100 A bevat per tablet 95 mg metoprololsuccinaat, overeenkomend met
100 mg metoprololtartraat
Metoprololsuccinaat retard 200 A bevat per tablet 190 mg metoprololsuccinaat, overeenkomend met
200 mg metoprololtartraat

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Metoprololsuccinaat retard 25 A zijn witte, ovale tabletten met gereguleerde afgifte met een
breukstreep aan beide zijden.
Metoprololsuccinaat retard 50 A zijn witte, ovale tabletten met gereguleerde afgifte met een
breukstreep aan beide zijden.
Metoprololsuccinaat retard 100 A zijn witte, ovale tabletten met gereguleerde afgifte met een
breukstreep aan beide zijden.
Metoprololsuccinaat retard 200 A zijn witte, ovale tabletten met gereguleerde afgifte met een
breukstreep aan beide zijden.

De tablet kan in twee gelijke helften worden verdeeld.

4. KLINISCHE

GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

- Hypertensie.
- Angina pectoris.
- Hartritmestoornissen, met name supraventriculaire tachycardie, verhoogde ventriculaire
frequentie bij atriumfibrilleren en ventriculaire extrasystole.
- Bij patiënten met een doorgemaakt hartinfarct, bij wie een aanzienlijk risico aanwezig is op
reïnfarcering of plotselinge dood (o.a. groot infarct, ernstige vroege aritmieën), kan metoprolol
een bijdrage leveren aan de preventie van een reïnfarct en mortaliteit.
- Hyperthyreoïdie.
- Migraine profylaxe.
- Symptomatisch, mild tot ernstig chronisch hartfalen met verminderde systolische
ventrikelfunctie (ejectiefractie 40%) als aanvulling ACE-remmers, diuretica en optioneel,
hartglycosiden, zowel ter verlaging van de mortaliteit als ter vermindering van het aantal
ziekenhuisopnames.

4.2 Dosering en wijze van toediening

version 2009/07
page 1

Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics

Dosering

Hypertensie
De startdosis is 1 tablet Metoprololsuccinaat retard 50 A, eenmaal daags. Bij onvoldoende resultaat te
verhogen tot 1 tablet Metoprololsuccinaat retard 100 A eenmaal daags, in sommige gevallen eventueel
tot 1 tablet Metoprololsuccinaat retard 200 A eenmaal daags.

Angina pectoris
De dosering is afhankelijk van de individuele behoefte, 1 tablet Metoprololsuccinaat retard 100 A of 1
tablet Metoprololsuccinaat retard 200 A eenmaal daags. Maximaal 2 tabletten Metoprololsuccinaat
retard 200 A per dag.

Hartritmestoornissen
De gebruikelijke dosering is 1-2 tabletten Metoprololsuccinaat retard 100 A verdeeld over de dag.
Zonodig mag deze dosering worden verhoogd.
Hyperthyreoïdie
De gebruikelijke dosering is 1-2 tabletten Metoprololsuccinaat retard 100 A verdeeld over de dag.
Zonodig mag deze dosering worden verhoogd.

Migraine profylaxe
De gebruikelijke dosering is 1 tablet Metoprololsuccinaat retard 100 A of 1 tablet Metoprololsuccinaat
retard 200 A eenmaal daags.

Myocardinfarct
De orale behandeling kan worden gestart, wanneer de patiënt hemodynamisch is gestabiliseerd.
De orale therapie wordt aangevangen met de conventionele metoprololtabletten, 2 à 4 maal daags 50
mg metoprolol - afhankelijk van de reactie van de patiënt - gedurende 2 à 3 dagen. Hierna wordt
overgegaan op een onderhoudstherapie van eenmaal daags 1 tablet Metoprololsuccinaat retard 200 A.

Chronisch hartfalen
De dosering Metoprololsuccinaat retard A dient individueel bepaald te worden wanneer de patiënt
gestabiliseerd is met behulp van andere therapie tegen hartfalen. Als startdosis wordt éénmaal daags 25
mg gedurende de eerste 2 weken aanbevolen. Het wordt aanbevolen dat patiënten met NYHA klasses
III-IV de eerste week met een halve 25 mg tablet beginnen. De dosis kan vervolgens om de week
verdubbeld worden tot een maximum dosis van 200 mg Metoprololsuccinaat retard A éénmaal daags
(of tot de maximaal getolereerde dosis). De streefdosis bij langdurige behandeling is 200 mg
Metoprololsuccinaat retard A éénmaal daags, dan wel de maximaal getolereerde dosis.
Bij ieder dosis niveau dient de patiënt zorgvuldig geëvalueerd te worden met betrekking tot het
verdragen van de medicatie. In geval van hypotensie kan een verlaging van de gelijktijdig gebruikte
medicatie nodig zijn. Initiële hypotensie wil niet noodzakelijkerwijs zeggen dat de dosis niet verdragen
zal worden bij chronische behandeling, maar totdat de patiënt gestabiliseerd is dient een lagere dosis
gegeven te worden.

Wijze van toediening
Metoprololsuccinaat retard A, tabletten met verlengde afgifte, mogen niet worden stukgemaakt of
gekauwd, maar moeten als hele of halve tabletten met ruim water worden ingenomen.

4.3 Contra-indicaties

- Overgevoeligheid voor metoprololsuccinaat FP of voor één van de hulpstoffen.
- 2e- en 3e graads AV blok.
- Niet gestabiliseerd of acuut hartfalen met longoedeem of hypotensie.
- Continue of intermitterende inotrope therapie d.m.v. beta-receptor agonisten.
- Cardiogene shock.
- Ernstige perifere arteriële doorbloedingsstoornissen.
version 2009/07
page 2

Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics

- Ernstige sinusbradycardie.
- `Sick sinus' syndroom.

Gezien de nog beperkte ervaring is behandeling met metoprolol niet geïndiceerd bij patiënten met een
myocardinfarct èn een hartfrequentie 50/min, een PQ-tijd > 0,24 sec, een systolische bloeddruk <
100 mm Hg en/of ernstige decompensatio cordis.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik


Abrupte beëindiging van bèta-blokkade kan gevaarlijk zijn, vooral in patiënten met een hoog risico en
dient derhalve vermeden te worden. Wanneer het nodig is de behandeling met Metoprololsuccinaat
retard A te beëindigen, dan dient dit als regel geleidelijk te gebeuren gedurende ten minste 2 weken,
door de dosering stapsgewijs te halveren totdat tenslotte een halve 25 mg tablet ingenomen wordt.
Deze laagste dosering dient tenminste 4 dagen genomen te worden alvorens de behandeling te stoppen.
Wanneer zich symptomen voordoen wordt een langzamer afbouwschema aanbevolen. Plotselinge
beëindiging van bèta-blokkade kan chronisch hartfalen verergeren en het risico op een hartinfarct en
plotselinge dood vergroten.

Voor het ondergaan van anesthesie moet, indien noodzakelijk, 48 uur van te voren de toediening van
Metoprololsuccinaat retard A worden beëindigd. Het kan gewenst zijn als premedicatie een beta-
blokkerende stof toe te passen bij een aantal patiënten die een chirurgische ingreep moeten ondergaan.
Door het hart te beschermen tegen invloeden van stress kan de beta-blokkerende stof een overmatige
sympathische stimulatie en hierdoor stoornissen als aritmieën of acute coronairinsufficiëntie
voorkomen. Bij patiënten die beta-blokkers gebruiken, moet voor de anesthesie het anestheticum
worden gebruikt, dat het kleinste negatief inotroop effect heeft. Te allen tijde moet de anesthesist van
te voren worden geïnformeerd over het gebruik van beta-blokkerende middelen door patiënten die een
chirurgische ingreep moeten ondergaan.

Bij het gebruik van een beta-blokkerend middel kan een ernstige, soms zelfs levensbedreigende,
verslechtering van de hartfunctie optreden, met name bij patiënten bij wie de hartwerking afhankelijk
is van de aanwezigheid van sympathische steun. Dit komt niet zozeer vanwege een overmatig beta-
blokkerend effect, maar doordat patiënten met een marginale hartfunctie een, zelfs geringe,
vermindering van de sympathicusactiviteit slecht verdragen. Hierdoor neemt de inotropie af, daalt de
hartfrequentie en vertraagt de AV-geleiding. Het gevolg kan zijn longoedeem, AV-blok en shock.
In sporadische gevallen kan verergering optreden van een reeds bestaande AV-geleidingsstoornis,
hetgeen mogelijk kan leiden tot een AV-blok.

Bij perifere circulatiestoornissen, zoals de ziekte van Raynaud of claudicatio intermittens kan -
voornamelijk door het bloeddrukverlagende effect - verergering van het ziektebeeld optreden. Beta-
blokkers dienen met grote voorzichtigheid te worden toegepast indien verergering van het ziektebeeld
optreedt.

Evenals voor andere beta-blokkers geldt dat Metoprololsuccinaat retard A niet mag worden toegediend
bij patiënten met een onbehandelde decompensatio cordis. Eerst moet de decompensatie onder
controle worden gebracht.

Als er gelijktijdige behandeling met digitalis plaatsvindt, moet er rekening mee worden gehouden, dat
beide geneesmiddelen de AV-geleiding vertragen en er dus kans is op AV-dissociatie. Ook kunnen
lichte cardiovasculaire complicaties optreden met duizeligheid, bradycardie en neiging tot collaberen.

Bij een toenemende bradycardie dient de dosering te worden verlaagd of geleidelijk te worden gestopt.
Hoewel metoprolol in de gebruikelijk doseringen een minder negatieve invloed op de bronchiale
musculatuur heeft dan de niet-selectieve beta-blokkers, blijft voorzichtigheid geboden.
Bij patiënten met astma bronchiale die met Metoprololsuccinaat retard A worden behandeld kunnen,
indien nodig, gelijktijdig bronchusverwijdende middelen, die selectief de bèta2-receptoren stimuleren,
version 2009/07
page 3

Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics

zoals b.v. terbutaline, worden voorgeschreven. Als de patiënt al een bèta2-receptor stimulerend middel
gebruikt, dan kan het soms nodig zijn de dosering ervan aan te passen.

De dosering van Metoprololsuccinaat retard A bij de oudere patiënt (met verminderde nierfunctie)
behoeft niet te worden aangepast, omdat metoprolol niet via de nieren wordt uitgescheiden.

Bij patiënten met ernstige leverfunctiestoornissen kan het nodig zijn om de dosering van
Metoprololsuccinaat retard A te verlagen.

Als Metoprololsuccinaat retard A wordt voorgeschreven aan een patiënt met een feochromocytoom
dan moet tevens een alfa-blokker erbij worden gegeven.

Bij patiënten die een beta-blokker gebruiken zal het optreden van een anafylactische shock ernstiger
kunnen zijn.

Daar beta-blokkers de glucosestofwisseling kunnen beïnvloeden, is waakzaamheid geboden bij
patiënten met diabetes mellitus. De beïnvloeding van het glucosemetabolisme en het maskerend effect
op de verschijnselen van hypoglykemie is bij behandeling met metoprolol kleiner dan bij behandeling
met niet-selectieve beta-blokkers.

Bij de volgende groepen patiënten bestaat geen ervaring bij de behandeling met hartfalen, namelijk:
· patiënten ouder dan 80 jaar
· restrictieve en hypertrofische cardiomyopathie
· hemodynamisch significante organische hartklepaandoening
· sterk verminderde lever- en nierfunctie
· myocard infarct binnen 3 maanden.
· patiënten met een aangeboren hartafwijking

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Metoprolol kan met goed effect worden gebruikt in combinatie met de meeste andere antihypertensiva.

Calciumantagonisten
Evenals met andere beta-blokkers is met Metoprololsuccinaat retard A een grote mate van
voorzichtigheid geboden bij gelijktijdig gebruik met calciumantagonisten, in het bijzonder `calcium
entry blokkers', die de contractiliteit en de AV-geleiding negatief beïnvloeden. Dit geldt vooral voor
verapamil en in mindere mate voor diltiazem. Bij patiënten met gestoorde hartfunctie is de combinatie
gecontraïndiceerd Bij gelijktijdig gebruik met dihydropyridine derivaten, zoals nifedipine, behoeft
men hier minder op bedacht te zijn. Wel kan het bloeddrukverlagend effect worden versterkt.

Sympathische ganglionblokkers MAO-remmers of andere beta-blokkers
Patiënten die gelijktijdig sympathische ganglionblokkers, MAO-remmers of andere beta-blokkers (ook
in oogdruppels) krijgen, moeten onder controle blijven.

Bij patiënten die behandeld worden met adrenaline en een beta-blokker heeft een selectieve beta-
blokker minder effect op de bloeddruk dan een niet-selectieve beta-blokker.

Clonidine
Gelijktijdig gebruik van clonidine met een niet-selectieve beta-blokker, en mogelijk ook met een
selectieve beta-blokker, vergroot het risico van 'rebound' hypertensie.
Als clonidine gelijktijdig wordt gegeven, moet bij het staken van de therapie, de clonidine medicatie
nog enige tijd worden voortgezet.

Anti-aritmica
Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van sommige antiaritmica, zoals die van het
version 2009/07
page 4

Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics

kinidine- of het amiodaron-type, omdat hierbij een potentiërend effect op de AV-geleidingstijd en een
negatief inotroop effect mogelijk is.

Enzym-inducerende en -inhiberende middelen
De plasmaspiegel van metoprolol kan worden beïnvloed door enzym-inducerende en enzym-
inhiberende stoffen. De plasmaspiegel wordt verlaagd door rifampicine en verhoogd door cimetidine.

Prostaglandinesynthetaseremmers
Gelijktijdig gebruik van beta-blokkers met indometacine kan de bloeddruk verlagende werking
verminderen.

Insuline en orale anti-diabetica
Het bloedsuiker verlagende effect van insuline en orale bloedsuiker verlagende middelen kan door
beta-blokkers, met name niet-selectieve beta-blokkers, worden versterkt. In zo'n geval moet de dosis
van het orale bloedsuikerverlagende middel worden aangepast.

Inhalatie-anesthetica
Een vergroting van het cardiodepressieve effect door het gelijktijdig toedienen van inhalatie-
anesthetica is mogelijk. Echter, omdat beta-blokkade overmatige schommelingen van de bloeddruk
tijdens intubatie kan voorkomen, en snel worden geantagoneerd met beta-sympathicomimetica, is
gelijktijdig gebruik niet gecontraïndiceerd (zie rubriek 'Speciale waarschuwingen en bijzondere
voorzorgen bij gebruik').

Lidocaïne
Metoprolol kan de klaring van sommige middelen, zoals lidocaïne, doen verminderen.

4.6 Zwangerschap en borstvoeding

Over het gebruik van metoprolol tijdens de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens
om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen voor een verhoogd
risico op aangeboren afwijkingen bij de mens. Dierproeven hebben geen schadelijke effecten op de
reproductie aangetoond. Op basis van de farmacologische werkzaamheid moet, bij gebruik later in de
zwangerschap, rekening worden gehouden met mogelijke bijwerkingen bij de foetus en neonaat (met
name hypoglycemie, hypotensie en bradycardie). Bèta-blokkers kunnen de placentaire doorbloeding
verlagen. Terughoudendheid moet worden betracht bij het gebruik van metoprolol tijdens
zwangerschap.

Metoprolol wordt via de moedermelk uitgescheiden. Bij therapeutische doses krijgt een kind dat per
dag 1 liter moedermelk consumeert een dosis van minder dan 1 mg metoprolol. Hoewel de
concentratie van metoprolol zeer gering is, moet bij zuigelingen die borstvoeding ontvangen van een
patiënt die met metoprolol behandeld wordt, zorgvuldig worden gecontroleerd of er symptomen van
bèta-blokkade optreden.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er zijn geen gegevens bekend over de invloed van Metoprololsuccinaat retard A op de rijvaardigheid
en op het vermogen om machines te bedienen. Bij het besturen van voertuigen en het bedienen van
machines dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid van het optreden van bijwerkingen
als moeheid of duizeligheid, welke zich bij sommige patiënten kunnen voordoen.

4.8 Bijwerkingen

Gewoonlijk wordt metoprolol goed verdragen en bijwerkingen treden niet frequent op. In deze
gevallen waren de bijwerkingen van voorbijgaande aard of verdwenen bij vermindering van de
dosering. De volgende bijwerkingen zijn gemeld tijdens klinisch onderzoek, of gerapporteerd na
version 2009/07
page 5

Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics

routinematig gebruik. In veel gevallen is een definitieve relatie met het gebruik van metoprolol (-
succinaat) niet vastgesteld.

De volgende definities van frequenties worden gebruikt:
Zeer vaak (1/10), vaak (1/100, <1/10), soms (1/1.000, <1/100), zelden (1/10.000, <1/1.000) en
zeer zelden (1/10.000), met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen.

Hartaandoeningen
Vaak: Bradycardie en orthostatische afwijkingen (zeer zelden met syncope), koude handen en voeten,
syndroom van Raynaud, palpitaties.
Soms: verslechtering van symptomen van hartfalen, eerstegraads hartblok, oedeem en precordiale pijn.
Zelden: hartgeleidingsstoornissen, hartarritmieën.
Zeer zelden: bij patiënten met een (reeds tevoren bestaande) ernstige perifere doorbloedingsstoornis,
gangreen.

Zenuwstelselaandoeningen
Zeer vaak: vermoeidheid.
Vaak: duizeligheid, hoofdpijn.
Soms: paresthesieën, spierkrampen.

Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak: misselijkheid, buikpijn, diarree, obstipatie.
Soms: braken.
Zelden: droge mond.
Zeer zelden: smaakstoornissen.

Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zeer zelden: trombocytopenie.

Lever- en galaandoeningen
Zelden: leverfunctiestoornissen.
Zeer zelden: hepatitis.

Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Soms: gewichtstoename.

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Zeer zelden: arthralgie.

Psychische stoornissen
Soms: depressie, verminderde alertheid, slaperigheid of slapeloosheid, nachtmerries.
Zelden: nervositeit, angst, impotentie/sexuele dysfunctie.
Zeer zelden: amnesie/geheugenverlies, verwardheid, hallucinaties, depersonalisatie.

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Vaak: dyspnoe bij inspanning.
Soms: bronchospasmen, ook bij patiënten zonder obstructieve longafwijkingen.
Zelden: rhinitis.

Oogaandoeningen
Zelden: visusstoornissen, droge en/of geïrriteerde ogen, conjunctivitis.

Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Zeer zelden: tinnitus.

version 2009/07
page 6

Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics

Huid- en onderhuidaandoeningen
Soms: vluchtige huiduitslag (urticaria, psoriasis-achtige of dystrofische huidlesies), toegenomen
zweetproductie.
Zelden: haaruitval.
Zeer zelden: fotosensitiviteit, verergering van psoriasis.

Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Zeer zelden: libido- en potentiestoornissen.

4.9 Overdosering

Symptomen
Overdosering van metoprolol kan leiden tot ernstige hypotensie, sinusbradycardie, atrioventriculair
blok, decompensatio cordis, cardiogene shock, hartstilstand, bronchospasmen, bewustzijnsstoornissen
(of zelfs coma), misselijkheid, braken en cyanose.

In het algemeen doen de eerste symptomen zich voor binnen een aantal uren na overdosering.
Patiënten met een ernstige intoxicatie met bedreiging van de vitale functies dienen op een intensive
care behandeld te worden.

Behandeling
Maagspoeling en geactiveerde kool kunnen absorptie voorkomen. Beademen kan noodzakelijk zijn.
Bij bradycardie atropine of methylatropine toepassen om de nervus vagus te blokkeren. Om het beta-
blokkerende effect tegen te gaan bij ernstige hypotensie, bradycardie en dreigende decompensatio
cordis kan een bèta1-stimulerend middel worden gegeven, b.v. isoprenaline hydrochloride i.v.
Hypotensie en shock behandelen met plasma/plasma-vervangingsmiddelen.
In refractaire gevallen kan isoprenaline worden gecombineerd met dopamine, dobutamine,
metaraminol of noradrenaline.

Bij onvoldoende resultaat kan i.v. toediening van glucagon worden overwogen. Ook kan toediening
van calciumionen, alsmede het gebruik van een pacemaker worden overwogen.

5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: antihypertensiva, ATC-code: CO7ABO2

Metoprolol is een bèta1-selectieve (cardioselectieve) receptorblokkerende stof, zonder stimulerende
werking op de beta-receptoren. Door deze eigenschappen is metoprolol geschikt voor de behandeling
van hypertensie, angina pectoris, hartritmestoornissen, hyperthyreoïdie, matige tot ernstige
decompensatio cordis bij patiënten met een idiopathische gedilateerde cardiomyopathie en voor de
preventie van een recidief infarct en mortaliteit bij patiënten met een doorgemaakt hartinfarct, bij wie
een aanzienlijk risico aanwezig is op reïnfarcering of plotselinge dood.

Metoprolol geeft een duidelijke bloeddrukdaling bij patiënten met hypertensie, in zowel staande als in
liggende houding. Orthostatische reacties of verstoring van de elektrolytenbalans treden niet op.

Metoprolol vermindert de frequentie, duur en ernst van zowel ischemie-aanvallen met pijn als stille
ischemie-aanvallen bij patiënten met angina pectoris. Daarnaast verhoogt metoprolol de
inspanningstolerantie.

Metoprolol vermindert de cardiale effecten van een verhoogde sympathicusactiviteit wat in de eerste
plaats leidt tot een verminderd automatisme in de pacemakercellen, alsmede tot een verlaging van de
supraventriculaire geleidingssnelheid. Metoprolol is derhalve effectief bij het onder controle brengen
version 2009/07
page 7

Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics

van de hartfrequentie bij supraventriculaire tachycardie. Bij patiënten met atriumfibrilleren of
atriumfladderen verlaagt metoprolol de ventriculaire frequentie en vermindert de frequentie van
ventriculaire extrasystolen. Voorts is metoprolol effectief bij het verminderen van de klinische
verschijnselen bij hyperthyreoïdie.

Metoprolol verbetert de hartfunctie en voorkomt in sommige gevallen de noodzaak van
harttransplantaties bij lichte tot matige decompensatio cordis (NYHA klasse II en III) bij patiënten met
een idiopathische gedilateerde cardiomyopathie die reeds zijn ingesteld op de gebruikelijke
behandeling. Bij deze patiënten verbeterde behandeling met metoprolol de kwaliteit van leven en
verminderde het aantal ziekenhuisopnames voor decompensatio cordis. Er zijn onvoldoende gegevens
bekend over therapie met metoprolol bij ernstige decompensatio cordis (NYHA klasse IV) bij
patiënten met idiopathische gedilateerde cardiomyopathie.

In patiënten met symptomatisch, mild tot ernstig chronisch hartfalen met verminderde systolische
ventrikelfunctie (ejectiefractie 40%) als aanvulling op ACE-remmers, diuretica en optioneel,
hartglycosiden, verhoogt Metoprololsuccinaat retard A de overlevingskans en vermindert
Metoprololsuccinaat retard A het aantal ziekenhuisopnames. In de MERIT_HF studie werden 3991
patiënten ingesloten, waarvan 41% (N=1636) in NYHA klasse II, 55,5% (N=2210) in NYHA klasse
III en 3,6% (N=145) in NYHA klasse IV. De totale mortaliteit werd gereduceerd van 11% naar 7,2%
(relatieve vermindering 34%). Dit berustte zowel op een vermindering van plotselinge dood als van
sterfte als gevolg van verergerd hartfalen. Het aantal patiënten dat in het ziekenhuis werd opgenomen
in verband met hartfalen nam af van 14,7% naar 10,0% (relatieve vermindering 32%). Er trad een
significante verbetering van de symptomen van hartfalen (NYHA) op. In ander onderzoek bij patiënten
met hartfalen verhoogde Metoprololsuccinaat retard A de ejectiefractie en werd een verdere toename
van de linker ventriculaire systolische en diastolische volumina geremd.

Metoprolol heeft een profylactisch effect bij de behandeling van migraine.

In therapeutische doses oefent metoprolol minder invloed uit op de perifere circulatie en de bronchiale
musculatuur dan de niet-cardioselectieve beta-receptorblokkerende middelen. Metoprolol kan derhalve
toegepast worden bij patiënten met astma bronchiale. Metoprolol kan soms de luchtwegweerstand bij
deze patiënten doen toenemen. In tegenstelling tot bij de behandeling met niet-cardioselectieve beta-
receptorblokkerende middelen kan een toename van de luchtwegweerstand worden opgeheven door
aan de therapie bronchusverwijdende middelen toe te voegen die selectief de bèta2-receptoren
stimuleren zoals b.v. terbutaline. Metoprolol oefent minder invloed uit op de insuline afgifte en de
koolhydraatstofwisseling dan niet-selectieve beta-blokkers. Het wijzigt de cardiovasculaire reactie op
hypoglykemie nagenoeg niet en verlengt evenmin de herstelfase na een hypoglykemie. Metoprolol kan
derhalve worden toegepast bij patiënten met diabetes mellitus.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Metoprololsuccinaat retard A zijn tabletten met gereguleerde afgifte.
Een tablet bestaat uit een systeem met microgranules die metoprololsuccinaat bevatten. Elke
microgranule is omhuld met een membraan die de vrijgifte van de werkzame stof regelt.
Na inname van Metoprololsuccinaat retard A valt de tablet snel uiteen, waarna de microgranules over
een groot oppervlak van het maag-darmkanaal worden verdeeld. Metoprolol wordt in het gehele maag-
darmkanaal goed geabsorbeerd, waardoor over een periode van 24 uur gelijkmatige
serumconcentraties worden verkregen.
Metoprololsuccinaat retard A tabletten mogen niet worden stukgemaakt of gekauwd, maar moeten in
hun geheel met wat water worden ingenomen.

Absorptie en verdeling
Metoprolol wordt na orale toediening volledig geabsorbeerd. Ten gevolge van het zogenaamde 'first
pass' effect komt ongeveer 50% van de dosis in de algemene circulatie.
De totale klaring bedraagt ongeveer 1 l/minuut. De binding aan plasma-eiwitten bedraagt ca 5-10%.
version 2009/07
page 8

Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics


Metabolisme en eliminatie
De eliminatiehalfwaardetijd bedraagt gemiddeld 3-5 uur. Metoprolol wordt hoofdzakelijk in de lever
omgezet in vrijwel onwerkzame bestanddelen. Slechts 5% van de dosis wordt onveranderd via de
nieren uitgescheiden.

Nierfunctiestoornissen hebben nagenoeg geen invloed op de biologische beschikbaarheid van
metoprolol. Bij levercirrose is de totale klaring verlaagd en de AUC verhoogd. Bij ouderen zijn de
plasmaspiegels niet verschillend van die van jongeren.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Geen vermeldenswaardige bijzonderheden.

6. FARMACEUTISCHE

GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Samenstelling kern:
mikrokristallijne cellulose (E460)
ethylcellulose (E462)
methylcellulose (E461)
glycerol (E422)
maïszetmeel
magnesiumstearaat (E572)

Samenstelling coating:
stearinezuur (E570)
titaandioxide (E171)
mikrokristallijne cellulose (E460)
hypromellose (E464)

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

PVC/PE/PVDC/Aluminium blisterverpakkingen van 10, 14, 20, 28, 30, 50, 50x1 (EAV), 56, 60, 98,
100 tabletten.

Niet alle verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten.

version 2009/07
page 9

Metoprololsuccinaat retard 25/50/100/200 Module
1.3.1.1


Summary of Product Characteristics

7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Apothecon B.V
Nijverheidsweg 3
3771 ME Barneveld

8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Metoprololsuccinaat retard 25 A is in het register ingeschreven onder RVG 106205
Metoprololsuccinaat retard 50 A is in het register ingeschreven onder RVG 106206
Metoprololsuccinaat retard 100 A is in het register ingeschreven onder RVG 102063
Metoprololsuccinaat retard 200 A is in het register ingeschreven onder RVG 102323

9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING


21 mei 2008 (RVG 102063 en 102323)
16 december 2009 (RVG 106205 en 106206)

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST


version 2009/07
page 10





« Vorige

[Metoprololsuccinaat retard 25 A, tabletten met gereguleerde afgifte 23,75 mg]

Volgende »

[Metoprololsuccinaat retard 50 A, tabletten met gereguleerde afgifte 47,5 mg]