Metoprololsuccinaat Sandoz retard 200, tabletten met gereguleerde afgifte 190 mg
Registratienummer: RVG 32380
Sandoz B.V.
Page 1/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 25, tablet met gereguleerde afgifte 25 mg
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 50, tablet met gereguleerde afgifte 50 mg
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 100, tablet met gereguleerde afgifte 100 mg
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 150, tablet met gereguleerde afgifte 150 mg
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 200, tablet met gereguleerde afgifte 200 mg.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Werkzaam bestanddeel
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 25: een tablet bevat 23,75 mg metoprololsuccinaat,
overeenkomend met 25 mg
metoprololtartraat.
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 50: een tablet bevat 47,5 mg metoprololsuccinaat,
overeenkomend met 50 mg
metoprololtartraat.
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 100: een tablet bevat 95 mg metoprololsuccinaat,
overeenkomend met 100 mg metoprololtartraat.
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 150: een tablet bevat 142,5 mg metoprololsuccinaat,
overeenkomend met 150 mg metoprololtartraat.
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 200: een tablet bevat 190 mg metoprololsuccinaat,
overeenkomend met 200 mg metoprololtartraat.
Hulpstoffen
Zie rubriek 6.1
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tabletten met gereguleerde afgifte.
Uiterlijk Metoprololsuccinaat Sandoz retard 25, 50 en 200:
witte, langwerpige tablet met breukstreep aan beide zijden.
Uiterlijk Metoprololsuccinaat Sandoz retard 100:
lichtgele, langwerpige tablet met breukstreep aan beide zijden.
Uiterlijk Metoprololsuccinaat Sandoz retard 150:
witte, langwerpige tablet.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Hypertensie.
Angina pectoris.
Hartritmestoornissen, met name supraventriculaire tachycardie, verhoogde ventriculaire
frequentie bij atriumfibrilleren en ventriculaire extrasystole.
Bij patiënten met een doorgemaakt hartinfarct, bij wie een aanzienlijk risico aanwezig is op
reïnfarcering of plotselinge dood (o.a. groot infarct, ernstige vroege aritmieën), kan
metoprolol een bijdrage leveren aan de preventie van een reïnfarct en mortaliteit.
Hyperthyreoïdie.
Migraine profylaxe.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Hypertensie
De startdosis is 1 tablet Metoprololsuccinaat Sandoz retard 50, eenmaal daags. Bij
onvoldoende resultaat de dosis verhogen tot 100-200 mg per dag (overeenkomend met 1
tablet Metoprololsuccinaat Sandoz retard 100, 150 of 200). Voor patiënten met een
Sandoz B.V.
Page 2/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
verminderde leverfunctie kan het nodig zijn de dosering te verlagen (bijvoorbeeld tot 1 tablet
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 25).
Angina pectoris
De dosering is afhankelijk van de individuele behoefte, 100-200 mg eenmaal daags
(overeenkomend met 1 tablet Metoprololsuccinaat Sandoz retard 100, 150 of 200). Maximaal 2
tabletten Metoprololsuccinaat Sandoz retard 200 per dag.
Hartritmestoornissen
De gebruikelijke dosering is 100-200 mg verdeeld over de dag (overeenkomend met 1 tablet
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 100, 150 of 200) (. Zo nodig mag deze dosering worden
verhoogd.
Hyperthyreoïdie
De gebruikelijke dosering is 100-200 mg verdeeld over de dag (overeenkomend met 1 tablet
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 100, 150 of 200). Zo nodig mag deze dosering worden
verhoogd.
Migraine profylaxe
De gebruikelijke dosering is 100-200 mg eenmaal daags (overeenkomend met 1 tablet
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 100, 150 of 200)
Myocardinfarct
De orale behandeling kan worden gestart, wanneer de patiënt hemodynamisch is
gestabiliseerd.
De orale therapie wordt aangevangen met de conventionele metoprololtabletten, 2 à 4 maal
daags 50 mg metoprolol - afhankelijk van de reactie van de patiënt - gedurende 2 à 3 dagen.
Hierna wordt overgegaan op een onderhoudstherapie van eenmaal daags 1 tablet
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 200.
Wijze van toediening
Metoprololsuccinaat Sandoz retard tabletten met gereguleerde afgifte mogen niet worden
stukgemaakt of gekauwd, maar moeten als hele of halve tabletten met ruim water worden
ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
2e- en 3e graads AV blok.
Decompensatio cordis, die niet reageert op
digitalis.
Cardiogene shock.
Ernstige perifere arteriële doorbloedingsstoornissen.
Ernstige sinusbradycardie.
'Sick sinus' syndroom.
Bekende overgevoeligheid voor metoprolol of één van de samenstellende bestanddelen.
Gezien de nog beperkte ervaring is behandeling met metoprolol niet geïndiceerd bij patiënten
met een myocardinfarct èn een hartfrequentie < 50/min, een PQ-tijd > 0,24 sec, een
systolische bloeddruk < 100 mm Hg en/of ernstige decompensatio cordis.
4.4 Speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Zoals voor alle bèta-receptorblokkerende middelen geldt, wordt de therapie met metoprolol, als
regel, geleidelijk beëindigd, bijvoorbeeld over een periode van 7-10 dagen in afnemende
doseringen. Plotselinge beëindiging van de therapie kan, met name bij patiënten met een
ischemische hartziekte, een acute verslechtering van de toestand van de patiënt veroorzaken.
Ook kunnen hypertensie en aritmieën ontstaan.
Sandoz B.V.
Page 3/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
Voor het ondergaan van anesthesie moet, indien noodzakelijk, 48 uur van te voren de
toediening van Metoprololsuccinaat Sandoz retard worden beëindigd. Het kan gewenst zijn als
premedicatie een bèta-blokkerende stof toe te passen bij een aantal patiënten die een
chirurgische ingreep moeten ondergaan. Door het hart te beschermen tegen invloeden van
stress kan de bètablokkerende stof een overmatige sympathische stimulatie en hierdoor
stoornissen als aritmieën of acute coronairinsuffciëntie voorkomen. Bij patiënten die
bètablokkers gebruiken, moet voor de anesthesie het anestheticum worden gebruikt, dat het
kleinste negatief inotroop effect heeft. Te allen tijde moet de anesthesist van te voren worden
geïnformeerd over het gebruik van bèta-blokkerende middelen door patiënten die een
chirurgische ingreep moeten ondergaan.
Bij het gebruik van een bèta-blokkerend middel kan een ernstige, soms zelfs
levensbedreigende, verslechtering van de hartfunctie optreden, met name bij patiënten bij wie
de hartwerking afhankelijk is van de aanwezigheid van sympathische steun. Dit komt niet
zozeer vanwege een overmatig bèta-blokkerend effect, maar doordat patiënten met een
marginale hartfunctie een, zelfs geringe, vermindering van de sympathicusactiviteit slecht
verdragen. Hierdoor neemt de inotropie af, daalt de hartfrequentie en vertraagt de AV-
geleiding. Het gevolg kan zijn longoedeem, AV-blok en shock.
In sporadische gevallen kan verergering optreden van een reeds bestaande AV-
geleidingsstoornis, hetgeen mogelijk kan leiden tot een AV-blok.
Bij perifere circulatiestoornissen, zoals de ziekte van Raynaud of claudicatio intermittens kan -
voornamelijk door het bloeddrukverlagende effect - verergering van het ziektebeeld optreden.
dienen met grote voorzichtigheid te worden toegepast indien verergering van het ziektebeeld
optreedt.
Evenals voor andere bètablokkers geldt dat Metoprololsuccinaat Sandoz retard niet mag
worden toegediend bij patiënten met een onbehandelde decompensatio cordis. Eerst moet de
decompensatie onder controle worden gebracht.
Als er gelijktijdige behandeling met digitalis plaatsvindt, moet er rekening mee worden
gehouden, dat beide geneesmiddelen de AV-geleiding vertragen en er dus kans is op AV-
dissociatie. Ook kunnen lichte cardiovasculaire complicaties optreden met duizeligheid,
bradycardie en neiging tot collaberen.
Bij een toenemende bradycardie dient de dosering te worden verlaagd of geleidelijk te worden
gestopt.
Hoewel metoprolol in de gebruikelijk doseringen een minder negatieve invloed op de
bronchiale musculatuur heeft dan de niet-selectieve bètablokkers, blijft voorzichtigheid
geboden.
Bij patiënten met astma bronchiale die met Metoprololsuccinaat Sandoz retard worden
behandeld kunnen, indien nodig, gelijktijdig bronchusverwijdende middelen, die selectief de
bèta2-receptoren stimuleren, zoals b.v. terbutaline, worden voorgeschreven. Als de patiënt al
een bèta2 -receptor stimulerend middel gebruikt, dan kan het soms nodig zijn de dosering
ervan aan te passen.
De dosering van Metoprololsuccinaat Sandoz retard bij de oudere patiënt (met verminderde
nierfunctie) behoeft niet te worden aangepast, omdat metoprolol niet via de nieren wordt
uitgescheiden.
Bij patiënten met ernstige leverfunctiestoornissen kan het nodig zijn om de dosering van
Metoprololsuccinaat Sandoz retard te verlagen.
Sandoz B.V.
Page 4/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
Als Metoprololsuccinaat Sandoz retard wordt voorgeschreven aan een patiënt met een
feochromocytoom dan moet tevens een alfa-blokker erbij worden gegeven.
Bij patiënten die een bètablokker gebruiken zal het optreden van een anafylactische shock
ernstiger kunnen zijn.
Daar bètablokkers de glucosestofwisseling kunnen beïnvloeden, is waakzaamheid geboden bij
patiënten met diabetes mellitus. De beïnvloeding van het glucosemetabolisme en het
maskerend effect op de verschijnselen van hypoglykemie is bij behandeling met metoprolol
kleiner dan bij behandeling met niet-selectieve bètablokkers.
Patiënten met galactose-intolerantie, Lapp lactasedeficiëntie of
glucose-galactose
malabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Metoprolol kan met goed effect worden gebruikt in combinatie met de meeste andere
antihypertensiva.
Calciumantagonisten
Evenals met andere bètablokkers is met Metoprololsuccinaat Sandoz retard een grote mate
van voorzichtigheid geboden bij gelijktijdig gebruik met calciumantagonisten, in het bijzonder
'
calcium entry blokkers', die de contractiliteit en de AV-geleiding negatief beïnvloeden. Dit geldt
vooral voor
verapamil en in mindere mate voor
diltiazem. Bij patiënten met gestoorde
hartfunctie is de combinatie gecontraïndiceerd. Bij gelijktijdig gebruik met dihydropyridine
derivaten, zoals
nifedipine, behoeft men hier minder op bedacht te zijn. Wel kan het
bloeddrukverlagend effect worden versterkt.
Sympathische ganglionblokkers, MAO-remmers of andere
Patiënten die gelijktijdig sympathische ganglionblokkers, MAO-remmers of andere
bètablokkers (ook in oogdruppels) krijgen, moeten onder controle blijven.
Bij patiënten die behandeld worden met
adrenaline en een bètablokker heeft een selectieve
bètablokker minder effect op de bloeddruk dan een niet-selectieve bètablokker.
Clonidine
Gelijktijdig gebruik van clonidine met een niet-selectieve bètablokker, en mogelijk ook met een
selectieve bètablokker, vergroot het risico van 'rebound' hypertensie.
Als clonidine gelijktijdig wordt gegeven, moet bij het staken van de therapie, de clonidine
medicatie nog enige tijd worden voortgezet.
Anti-aritmica
Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van sommige antiaritmica, zoals die van het
kinidine- of het amiodaron-type, omdat hierbij een potentiërend effect op de AV-geleidingstijd
en een negatief inotroop effect mogelijk is.
Enzym-inducerende en -inhiberende middelen
De plasmaspiegel van metoprolol kan worden beïnvloed door enzym-inducerende en enzym-
inhiberende stoffen. De plasmaspiegel wordt verlaagd door
rifampicine en verhoogd door
cimetidine.
Prostaglandinesynthetaseremmers
Gelijktijdig gebruik van bètablokkers met
indometacine kan de bloeddruk verlagende werking
verminderen.
Insuline en orale anti-diabetica
Sandoz B.V.
Page 5/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
Het bloedsuiker verlagende effect van
insuline en orale bloedsuiker verlagende middelen kan
door, met name niet-selectieve bètablokkers, worden versterkt. In zo'n geval moet de dosis van
het orale bloedsuikerverlagende middel worden aangepast.
Inhalatie-anesthetica
Een vergroting van het cardiodepressieve effect door het gelijktijdig toedienen van
inhalatieanesthetica is mogelijk. Echter, omdat beta-blokkade overmatige schommelingen van
de bloeddruk tijdens intubatie kan voorkomen, en snel worden geantagoneerd met
betasympathicomimetica, is gelijktijdig gebruik niet gecontraïndiceerd (zie rubriek 4.4 "Speciale
waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik").
Lidocaïne
Metoprolol kan de klaring van sommige middelen, zoals lidocaïne, doen verminderen.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Over het gebruik van Metoprololsuccinaat Sandoz retard in de zwangerschap bij de mens
bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot
dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dierproeven. Hoewel in de praktijk geen
nadelige effecten van Metoprololsuccinaat Sandoz retard bij gebruik in de zwangerschap
bekend zijn, is op grond van farmacologische werkzaamheid schadelijkheid bij gebruik in de
zwangerschap denkbaar. Bèta-blokkers verminderen de placentaire doorbloeding, hetgeen kan
resulteren in intra-uteriene vruchtdood, partus immaturus en prematurus. Ook kunnen
bijwerkingen (vooral hypoglykemie en bradycardie) bij de foetus en de neonaat optreden. De
kans op cardiale- en pulmonale complicaties bij de neonaat in de postnatale periode is
verhoogd.
Metoprolol wordt via de moedermelk uitgescheiden. Bij normale doseringen is echter de
concentratie van metoprolol in de moedermelk zo gering, dat er geen effecten op de zuigeling
zijn. Derhalve kan Metoprololsuccinaat Sandoz retard, indien noodzakelijk, tijdens de
lactatieperiode worden gebruikt.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen gegevens bekend over een ongunstige invloed op de rijvaardigheid en de
bekwaamheid om machines te gebruiken. Bij het besturen van voertuigen en het bedienen van
machines dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid van het optreden van
bijwerkingen als moeheid of duizeligheid, welke zich bij sommige patiënten kunnen voordoen.
4.8 Bijwerkingen
Meer
dan
10%, zeer
vaak
10%, of minder, maar meer dan 1%,
vaak
1% of minder, maar meer dan 0,1%
soms
0,1% of minder, maar meer dan 0,01%
zelden
0,01% en minder,
zeer zelden inclusief incidentele meldingen
Gewoonlijk wordt metoprolol goed verdragen en bijwerkingen treden niet frequent op. In deze
gevallen waren de bijwerkingen van voorbijgaande aard of verdwenen bij vermindering van de
dosering. Volledigheidshalve volgen hieronder de bijwerkingen die eventueel zouden kunnen
optreden:
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zeer zelden: trombocytopenie.
Psychische stoornissen
Zelden depressie, verminderde alertheid, slaperigheid of slapeloosheid en nachtmerries. Zeer
zelden depersonalisatie.
Sandoz B.V.
Page 6/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
Zenuwstelselaandoeningen
Klachten van vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn. Zelden paresthesieën of spierkramp.
Oogaandoeningen
Zeer zelden zijn gerapporteerd: visusstoornissen, droge en/of geïrriteerde ogen en
conjunctivitis.
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Zeer zelden is gerapporteerd: tinnitus.
Hartaandoeningen
Bradycardie en orthostatische afwijkingen (soms met syncope). Zelden decompensatio cordis,
palpitaties, aritmieën, syndroom van Raynaud, oedeem en precordiale pijn.
In geïsoleerde gevallen hartgeleidingsstoornissen en, bij patiënten met een (reeds tevoren
bestaande) ernstige perifere doorbloedingsstoornis, gangreen.
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Dyspnoe bij inspanning. Zelden bronchospasmen, ook bij patiënten zonder obstructieve
longafwijkingen. Zeer zelden rhinitis.
Maagdarmstelselaandoeningen
Misselijkheid, braken en buikpijn.
Zelden diarree of obstipatie.
Lever- en galaandoeningen
Zeer zelden leverfunctiestoornissen.
Huid- of onderhuidaandoeningen
Zelden huiduitslag (urticaria, psoriasis-achtige en dystrofische huidlesies).
In geïsoleerde gevallen fotosensitiviteit, toegenomen zweetproduktie en haaruitval.
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
In geïsoleerde gevallen: libido- en potentiestoornissen.
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Zeer zelden een droge mond en gewichtstoename.
4.9 Overdosering
Overdosering van metoprolol kan leiden tot ernstige hypotensie, sinusbradycardie,
atrioventriculair blok, decompensatio cordis, cardiogene shock, hartstilstand, bronchospasmen,
bewustzijnsstoornissen (of zelfs coma), misselijkheid, braken en cyanose. Gelijktijdig gebruik
van alcohol, antihypertensiva, kinidine, of barbituraten verergert de symptomen.
20 Minuten tot 2 uur na het innemen doen zich de eerste verschijnselen van de overdosering
voor. Na inname van een overdosis of bij overgevoeligheid dient de patiënt te worden
geobserveerd en behandeld op een intensive-care-afdeling.
Behandeling
Maagspoeling, geactiveerde kool en een laxans kunnen absorptie voorkomen. Beademen kan
noodzakelijk zijn.
Bij bradycardie
atropine of methylatropine toepassen om de nervus vagus te blokkeren. Om
het beta-blokkerende effect tegen te gaan bij ernstige hypotensie, bradycardie en dreigende
decompensatio cordis kan een bèta1-stimulerend middel worden gegeven. B.v. isoprenaline
hydrochloride i.v., met tussenpozen van 2-5 minuten, te beginnen met ca. 5 microgram/minuut
Sandoz B.V.
Page 7/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
totdat het gewenste effect is bereikt. Hypotensie en shock behandelen met plasma/plasma-
vervangingsmiddelen.
In refractaire gevallen kan isoprenaline worden gecombineerd met dopamine,
dobutamine,
metaraminol of
noradrenaline.
Bij onvoldoende resultaat kan i.v. toediening van 1-10 mg glucagon worden overwogen.
Ook kan toediening van calciumionen, alsmede het gebruik van een pacemaker worden
overwogen.
Een bèta2 -receptor stimulerend middel i.v., b.v. terbutaline, kan eventueel worden toegediend
om de bronchospasmen tegen te gaan.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Metoprolol is een bèta1-selectieve (cardioselectieve) receptorblokkerende stof, zonder
stimulerende werking op de bèta-receptoren. Door deze eigenschappen is metoprolol geschikt
voor de behandeling van hypertensie, angina pectoris, hartritmestoornissen, hyperthyreoïdie,
matige tot ernstige decompensatio cordis bij patiënten met een idiopathische gedilateerde
cardiomyopathie en voor de preventie van een recidief infarct en mortaliteit bij patiënten met
een doorgemaakt hartinfarct, bij wie een aanzienlijk risico aanwezig is op reïnfarcering of
plotselinge dood.
Metoprolol geeft een duidelijke bloeddrukdaling bij patiënten met hypertensie, in zowel staande
als in liggende houding. Orthostatische reacties of verstoring van de elektrolytenbalans treden
niet op.
Metoprolol vermindert de frequentie, duur en ernst van zowel ischemie-aanvallen met pijn als
stille ischemie-aanvallen bij patiënten met angina pectoris. Daarnaast verhoogt metoprolol de
inspanningstolerantie.
Metoprolol vermindert de cardiale effecten van een verhoogde sympathicusactiviteit wat in de
eerste plaats leidt tot een verminderd automatisme in de pacemakercellen, alsmede tot een
verlaging van de supraventriculaire geleidingssnelheid. Metoprolol is derhalve effectief bij het
onder controle brengen van de hartfrequentie bij supraventriculaire tachycardie. Bij patiënten
met atriumfibrilleren of atriumfladderen verlaagt metoproloi de ventriculaire frequentie en
vermindert de frequentie van ventriculaire extrasystolen. Voorts is metoprolol effectief bij het
verminderen van de klinische verschijnselen bij hyperthyreoïdie.
Metoprolol verbetert de hartfunctie en voorkomt in sommige gevallen de noodzaak van
harttransplantaties bij lichte tot matige decompensatio cordis (NYHA klasse II en III) bij
patiënten met een idiopathische gedilateerde cardiomyopathie die reeds zijn ingesteld op de
gebruikelijke behandeling. Bij deze patiënten verbeterde behandeling met metoprolol de
kwaliteit van leven en verminderde het aantal ziekenhuisopnames voor decompensatio cordis.
Er zijn onvoldoende gegevens bekend over therapie met metoprolol bij ernstige
decompensatio cordis (NYHA klasse IV) bij patiënten met idiopathische gedilateerde
cardiomyopathie.
Metoprolol heeft een profylactisch effect bij de behandeling van migraine.
In therapeutische doses oefent metoprolol minder invloed uit op de perifere circulatie en de
bronchiale musculatuur dan de niet-cardioselectieve bèta-receptorblokkerende middelen.
Metoprolol kan derhalve toegepast worden bij patiënten met astma bronchiale. Metoprolol kan
soms de luchtwegweerstand bij deze patiënten doen toenemen. In tegenstelling tot bij de
behandeling met niet-cardioselectieve bèta-receptorblokkerende middelen kan een toename
Sandoz B.V.
Page 8/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
van de luchtwegweerstand worden opgeheven door aan de therapie bronchusverwijdende
middelen toe te voegen die selectief de bèta2-receptoren stimuleren zoals b.v. terbutaline.
Metoprolol oefent minder invloed uit op de insuline afgifte en de koolhydraatstofwisseling dan
niet-selectieve, Het wijzigt de cardiovasculaire reactie op hypoglykemie nagenoeg niet en
verlengt evenmin de herstelfase na een hypoglykemie. Metoprolol kan derhalve worden
toegepast bij patiënten met diabetes mellitus.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie en verdeling Metoprolol wordt totaal geabsorbeerd na een orale dosis. Vanwege het extensieve first-pass
metabolisme van metoprolol is de bio-beschikbaarheid na een enkelvoudige orale dosis
ongeveer 50%. De bio-beschikbaarheid van tabletten met verlengde afgifte is ongeveer 20-
30% lager dan die van een conventionele tablet, wat desondanks geen significant klinisch
effect heeft aangezien the AUC waardes (puls) hetzelfde blijven als bij gebruik van een
conventionele tablet. Slechts een klein deel van metoprolol (ongeveer 5-10%) wordt gebonden
aan plasma-eiwitten.
Elke metoprololsuccinaat tablet met verlengde afgifte bevat een groot aantal pellets metoprolol
succinaat met gecontroleerde vrijgifte. Elke pellet is omhuld met een polymeer film die de
vrijgave snelheid van metoprolol controleert.
Een tablet met verlengde afgifte lost snel op en de granules met verlengde afgifte worden
verspreid in het maagdarmkanaal en geven metoprolol vrij met een gelijke snelheid over een
periode van 20 uur. De eliminatie halfwaarde tijd van metoprolol is gemiddeld 3,5 uur (zie
Metabolisme en eliminatie). Daarom geeft een eenmaal daagse toediening en gelijke
concentratie metoprolol in het plasma.
Fysiologische factoren (zoals Ph en peristaltiek) hebben geen effect op de vrijgave snelheid
van metoprolol.
Metabolisme en eliminatie
Metoprolol wordt gemetaboliseerd door oxidatie in de lever. De 3 bekende belangrijkste
metabolieten hebben aangetoond geen significant bèta-blokkerend effect bezitten.
Meer dan 95% van een orale dosis wordt uitgescheiden in de urine. Ongeveer 5% van de
dosis wordt onveranderd uitgescheiden, in geïsoleerde gevallen tot 30%. De plasma eliminatie
halfwaarde tijd van metoprolol is gemiddeld 3,5 uur (uiteenlopend van 1-9 uur). De totale
klaring is ongeveer 1 l/min.
De farmacokinetiek van metoprolol bij ouderen is niet significant verschillend van de
farmacokinetiek die waargenomen is bij een jongere populatie. De systemische bio-
beschikbaarheid en de eliminatie van metoprolol zijn normaal bij patiënten met
nierinsufficiëntie. De eliminatie van de metabolieten is echter wel langzamer dan normaal.
Duidelijke opeenhoping van metabolieten is waargenomen bij patiënten met een glomerulaire
filtratie snelheid (GFR) lager dan 5 ml/min. De opeenhoping van metabolieten versterkt echter
niet het bèta-blokkerende effect van metoprolol.
Een verminderde leverfunctie heeft geen duidelijk effect op de farmacokinetiek van metoprolol
omdat slechts een klein deel van metoprolol wordt gebonden aan eiwitten. Echter, als de
patiënt ernstige levercirrose heeft en een portocavale shunt is de totale klaring ongeveer 0,3
l/min en de AUC waarde ongeveer 6 keer groter dan die bij gezonde personen.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen vermeldenswaardige bijzonderheden.
Sandoz B.V.
Page 9/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
sucrose,
maïszetmeel,
glucose (vloeibaar),
polyacrylaat,
talk (E553B),
magnesiumstearaat (E470b),
microkristallijne cellulose (E460),
crospovidon,
colloïdaal siliciumoxide (E551),
lactose,
hypromellose (E464),
titaandioxide (E171) en
macrogol 4000.
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 100 bevat tevens geel ijzeroxide (E172).
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
18 maanden.
Na openen van de flacon is de houdbaarheid van de tabletten 6 maanden.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Beneden 25°C bewaren.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
De tabletten zijn verpakt in polypropyleen/
aluminium of PVC-aclar/aluminium blisterverpaking
in een kartonnen doosje of in HDPE flacons.
Metoprololsuccinaat Sandoz retard 25, 50, 100, 150 en 200: 10, 20, 28, 30, 50, 50x1 en 90
tabletten met gereguleerde afgifte in doordrukstrips en 30, 100, 250 en 500 tabletten met
gereguleerde afgifte in flacons.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Instructies voor gebruik en verwerking
Geen.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sandoz B.V.
Postbus 10332
1301 AH Almere
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
In het register ingeschreven onder:
RVG 32376 (25 mg),
RVG 32377 (50 mg),
Sandoz B.V.
Page 10/10
Metoprololsuccinaat Sandoz® retard 25/50/100/150/200,
1311-V3
tabletten met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200 mg
1.3.1.1 Summary of Product Characteristics
17 januari 2008
RVG 32378 (100 mg),
RVG 32379 (150 mg),
RVG 32380 (200 mg).
9. DATUM VAN GOEDKEURING/VERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
12 mei 2005
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE SAMENVATTING
1 december 2005.
Laatste gedeeltelijke herziening: 11 februari 2008, betreft rubriek 6.5.
Sandoz en het beeldelement zijn geregistreerde handelsmerken van
Novartis.