Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Mirasol 45 mg, orodispergeerbare tabletten

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 33285
Registratiehouder: Krka


1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 
 
1. 
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
 
Mirasol 15 mg orodispergeerbare tabletten 
Mirasol 30 mg orodispergeerbare tabletten 
Mirasol 45 mg orodispergeerbare tabletten 
 
 
2. 

KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
Elke orodispergeerbare tablet bevat 15 mg, 30 mg of 45 mg mirtazapine. 
Hulpstoffen: 
15 mg orodispergeerbare tablet: 
Een orodispergeerbare tablet bevat 35.62 mg lactose, 4.9 - 13.8 mg sorbitol en 1.6 mg aspartaam. 
30 mg orodispergeerbare tablet: 
Een orodispergeerbare tablet bevat 71.25 mg lactose, 9.9 - 27.7 mg sorbitol en 3.2 mg aspartaam. 
45 mg orodispersible tablet: 
Een orodispergeerbare tablet bevat 106.87 mg lactose, 14.8 - 41.5 mg sorbitol en 4.8 mg aspartaam. 
 
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
 
3. FARMACEUTISCHE 
VORM 
 
Orodispergeerbare tablet. 
 
Witte, ronde, biconvexe orodispergeerbare tabletten. 
 
 
4. KLINISCHE 
GEGEGEVENS 
 
4.1 Therapeutische 
indicaties 
 
Behandeling episodes van zware depressie. 
 
4.2  Dosering en wijze van toediening 
 
Volwassenen 
De werkzame dosis ligt gewoonlijk tussen 15 en 45 mg per dag; de begindosis is 15 of 30 mg. 
Mirtazapine begint over het algemeen na 1 tot 2 weken te werken. De respons zal bij behandeling met 
een doorgaans adequate dosering in de loop van 2 tot 4 weken inzetten. Bij onvoldoende respons kan 
de dosering worden verhoogd tot de maximale dosering. Wanneer dan na nog eens 2 tot 4 weken nog 
geen respons optreedt, dient de behandeling te worden gestaakt. 
 
Ouderen 
Het doseringsadvies is gelijk aan dat van volwassenen. Bij oudere patiënten dient dosisverhoging 
onder nauwkeurige controle plaats te vinden om een bevredigende en veilige werking te krijgen. 
 
Kinderen en adolescenten beneden 18 jaar 
Mirasol dient niet gebruikt te worden bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar (zie rubriek 4.4). 
 
Nierinsufficiëntie 
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 1 of 10  
 

1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 
De klaring van mirtazapine kan verlaagd zijn bij patiënten met matige tot ernstige nierfunctiestoornis 
(creatinineklaring < 40 ml/min). Bij het voorschrijven van Mirasol aan deze categorie patiënten moet 
hiermee rekening gehouden worden (zie rubriek 4.4). 
 
Leverinsufficiëntie 
De klaring van mirtazapine kan verlaagd zijn bij patiënten met leverinsufficiëntie. Bij het 
voorschrijven van Mirasol aan deze categorie patiënten moet hiermee rekening gehouden worden, met 
name bij ernstige leverinsufficiëntie, omdat er bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie geen 
onderzoek is gedaan (zie rubriek 4.4). 
 
Mirtazapine heeft een eliminatiehalfwaardetijd van 20-40 uur en daarom is Mirasol geschikt om 
éénmaal daags te worden toegediend. Hierbij heeft de inname 's avonds bij het naar bed gaan de 
voorkeur. 
Mirasol kan ook verdeeld in twee doses worden gegeven (éénmaal 's ochtends en éénmaal 's avonds, 
de hogere dosis moet 's avonds ingenomen worden). 
De tabletten moeten oraal worden ingenomen. De tablet zal uiteenvallen en kan zonder water worden 
ingenomen 
 
Patiënten met een depressie moeten gedurende een voldoende lange periode van tenminste 6 maanden 
behandeld worden om er zeker van te zijn dat ze symptoomvrij zijn. 
 
Het wordt aanbevolen de behandeling met mirtazapine geleidelijk af te bouwen om 
onttrekkingsverschijnselen te voorkomen (zie rubriek 4.4). 
 
4.3 Contra-indicaties 
 
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen. 
Gelijktijdig gebruik van mirtazapine met monoamine-oxidaseremmers (MAO-remmers) (zie rubriek 
4.5). 
 
4.4  Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
 
Gebruik bij kinderen en adolescenten beneden de 18 jaar 
Mirasol dient niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten jonger dan 18 
jaar. Suïcidaal gedrag (zelfmoordpogingen en zelfmoordgedachten) en vijandigheid (voornamelijk 
agressie, oppositioneel gedrag en woede) werd vaker waargenomen in klinische studies bij kinderen en 
adolescenten die behandeld werden met antidepressiva dan bij degenen die behandeld werden met 
placebo. Indien, op grond van een klinische noodzaak, desondanks een besluit wordt genomen om te 
behandelen, dan dient de patiënt zorgvuldig gecontroleerd te worden op het optreden van suïcidale 
symptomen. Daarnaast ontbreken lange-termijn veiligheidsgegevens bij kinderen en adolescenten over 
groei, ontwikkeling en gedrags- en cognitieve ontwikkeling. 
 
Suïcide/suïcidale gedachten of verergering van de aandoening 
Depressie wordt geassocieerd met een verhoogd risico op suïcidale gedachten, zelfverwonding en 
suïcide (aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen). Dit risico blijft bestaan tot een significante remissie 
optreedt. Omdat het mogelijk is dat gedurende de eerste paar weken of langer geen verbetering 
optreedt, moeten patiënten zeer goed geobserveerd worden tot een dergelijke verbetering wel optreedt. 
Het is algemene klinische ervaring dat het risico op suïcide in de vroege stadia van het herstel kan 
toenemen. 
Van patiënten met een voorgeschiedenis van aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen, of patiënten die 
voorafgaand aan het begin van de behandeling een significante mate van suïcidale ideeën vertonen, is 
bekend dat ze een groter risico lopen op het ontwikkelen van suïcidale gedachten of suïcidepogingen 
en deze patiënten moeten tijdens de behandeling zeer goed gemonitord worden. Een meta-analyse van 
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 2 of 10  
 

1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 
placebo-gecontroleerde klinische onderzoeken naar antidepressiva bij volwassen patiënten met 
psychiatrische stoornissen toonde een toegenomen risico op suïcidaal gedrag bij het gebruik van 
antidepressiva aan vergeleken met placebo bij patiënten jonger dan 25 jaar oud. 
 
Patiënten in het bijzonder hoogrisico patiënten, dienen nauwkeurig gevolgd te worden tijdens 
behandeling met deze geneesmiddelen, in het bijzonder in het begin van de behandeling en na 
dosisaanpassingen. Patiënten (en zorgverleners van patiënten) moeten op de hoogte worden gebracht 
van de noodzaak om te letten op klinische verergering, suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten en 
ongewone gedragsveranderingen en de noodzaak om onmiddellijk medisch advies in te winnen als 
deze symptomen zich voordoen. 
In verband met de kans op suïcide, vooral in het begin van de behandeling, moet slechts een beperkte 
hoeveelheid Mirasol aan de patiënt worden meegegeven. 
 
Beenmergdepressie 
Beenmergdepressie, doorgaans in de vorm van granulocytopenie of agranulocytose, is waargenomen 
tijdens gebruik van Mirasol. Tijdens klinisch onderzoek met Mirasol is er sporadisch reversibele 
agranulocytose gemeld. In de periode na marktintroductie zijn met Mirasol zeer zeldzame gevallen 
gemeld van agranulocytose, meestal reversibel, in enkele gevallen echter fataal. Meestal betroffen de 
fatale gevallen patiënten ouder dan 65 jaar. De arts dient daarom alert te zijn op het optreden van 
verschijnselen die op een infectie wijzen, zoals koorts, keelpijn en stomatitis; bij het optreden hiervan 
moet de behandeling worden gestaakt en het bloedbeeld worden gecontroleerd. 
 
Geelzucht 
Bij het optreden van geelzucht dient de behandeling te worden gestaakt. 
 
Aandoeningen waarbij toezicht is vereist 
Voorzichtig doseren alsmede regelmatige en zorgvuldige controle is noodzakelijk bij patiënten met: 
─  epilepsie en organisch hersensyndroom: Hoewel uit klinische ervaring blijkt dat epileptische 
aanvallen, net als bij andere antidepressiva, zelden voorkomen tijdens mirtazapine gebruik, dient 
men waakzaam te zijn bij initieel gebruik van Mirasol bij patiënten met een voorgeschiedenis van 
epileptische aanvallen. De behandeling dient te worden gestaakt bij elke patiënt die epileptische 
aanvallen ontwikkelt of wanneer de frequentie van aanvallen toeneemt. 
─  leverfunctiestoornis: na een eenmalige orale dosis mirtazapine van 15 mg was de klaring van 
mirtazapine bij patiënten met milde tot matige leverinsufficiëntie ongeveer 35% lager dan bij 
mensen met een normale leverfunctie. De gemiddelde plasmaconcentratie van mirtazapine was 
ongeveer 55% hoger. 
─  nierfunctiestoornis: na een eenmalige orale dosis mirtazapine van 15 mg bij patiënten met matige 
(creatinineklaring < 40 ml/min) en ernstige (creatinineklaring ≤10 ml/min) nierfunctiestoornis was 
de klaring van mirtazapine respectievelijk ongeveer 30% en 50% lager dan bij mensen met een 
normale nierfunctie. De gemiddelde plasmaconcentratie van mirtazapine was respectievelijk 
ongeveer 55% en 115% hoger. Bij patiënten met lichte nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 80 
ml/min) werden ten opzichte van de controlegroep geen significante verschillen gevonden. 
─  hartaandoeningen, zoals geleidingsstoornissen, angina pectoris en recent myocardinfarct, waarbij 
de normale voorzorgsmaatregelen in acht dienen te worden genomen en gelijktijdig toegediende 
geneesmiddelen zorgvuldig dienen te worden gedoseerd. 
─  lage bloeddruk. 
─  diabetes mellitus: bij patiënten met diabetes kunnen antidepressiva de glykemische controle 
veranderen. De dosering van insuline en/of orale hypoglykemische middelen moet mogelijk 
worden aangepast en nauwgezette controle wordt aanbevolen. 
 
Zoals ook geldt voor andere antidepressiva moet voorts rekening worden gehouden met het volgende: 
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 3 of 10  
 

1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 
─  een verergering van psychotische symptomen kan optreden wanneer antidepressiva worden 
toegepast bij patiënten met schizofrenie of andere psychotische stoornissen; paranoïde gedachten 
kunnen worden geïntensiveerd. 
─  wanneer de depressieve fase van een bipolaire stoornis wordt behandeld, kan deze overgaan in de 
manische fase. Patiënten met een voorgeschiedenis van manie/hypomanie moeten goed gevolgd 
worden. Mirtazapine dient te worden gestaakt bij iedere patiënt die overgaat in een manische fase. 
─  hoewel Mirasol niet verslavend is, blijkt uit gegevens na marktintroductie dat abrupt afbreken van 
de behandeling na langdurige toediening soms leidt tot onttrekkingsverschijnselen. 
De meeste onttrekkingsverschijnselen zijn licht en zelflimiterend. De meest waargenomen 
onttrekkingsverschijnselen zijn duizeligheid, agitatie, angst, hoofdpijn en misselijkheid. Hoewel 
deze verschijnselen zijn gemeld als onttrekkingsverschijnselen, dient men zich te realiseren dat 
deze symptomen gerelateerd kunnen zijn aan de onderliggende ziekte. Zoals geadviseerd in 
rubriek 4.2, wordt aanbevolen de behandeling met mirtazapine geleidelijk af te bouwen. 
─  voorzichtigheid is geboden bij patiënten met mictiestoornissen als prostaathypertrofie en bij 
patiënten met acuut nauwe-kamerhoekglaucoom en verhoogde intraoculaire druk (hoewel er 
weinig kans is op problemen met Mirasol vanwege de zeer zwakke anticholinerge werking ervan). 
─  acathisie/psychomotorische rusteloosheid: Het gebruik van antidepressiva wordt geassocieerd met 
de ontwikkeling van acathisie, een aandoening die gekenmerkt wordt door subjectieve 
onaangename rusteloosheid en drang om te bewegen gepaard gaande met het niet kunnen stilzitten 
of stilstaan. Hierop is de meeste kans in de eerste weken van de behandeling. Bij patiënten die 
deze symptomen ontwikkelen, kan een verhoging van de dosis schadelijk zijn. 
 
Hyponatriëmie 
Hyponatriëmie, waarschijnlijk als gevolg van inadequate secretie van het antidiuretisch hormoon 
(SIADH), is zeer zelden gerapporteerd bij gebruik van mirtazapine. Voorzichtigheid is geboden bij 
patiënten met een verhoogd risico, zoals oudere patiënten of patiënten die gelijktijdig behandeld 
worden met geneesmiddelen die bekend staan hyponatriëmie te veroorzaken. 
 
Serotoninesyndroom 
Interactie met serotonerg werkzame stoffen: wanneer selectieve serotonineheropnameremmers 
(SSRI's) gelijktijdig met andere serotonerg werkzame stoffen worden toegediend, kan het 
serotoninesyndroom optreden (zie rubriek 4.5). Symptomen van het serotoninesyndroom kunnen zijn: 
hyperthermie, rigiditeit, myoclonus, autonome instabiliteit mogelijk met snelle veranderingen in vitale 
te leidend tot delirium en coma. Uit gegevens na marktintroductie blijkt dat in zeer zeldzame gevallen 
bij patiënten die alleen mirtazapine gebruiken, het serotoninesyndroom kan optreden (zie rubriek 4.8). 
 
Oudere patiënten 
Oudere patiënten zijn vaak gevoeliger voor met name de bijwerkingen van antidepressiva; gedurende 
het klinisch onderzoek met mirtazapine zijn bijwerkingen bij oudere patiënten niet vaker 
waargenomen dan bij andere leeftijdscategorieën. 
 
Mirasol bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapp 
lactase-deficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. 
 
Mirasol bevat sorbitol. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie dienen 
dit geneesmiddel niet geneesmiddel niet te gebruiken. 
 
Mirasol bevat aspartaam, een bron van fenylalanine. Dit kan schadelijk zijn voor patiënten met 
fenylketonurie. 
 
4.5  Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Farmacodynamische interacties 
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 4 of 10  
 

1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 

Mirtazapine dient niet gelijktijdig met MAO-remmers gebruikt te worden of binnen twee 
weken na het stoppen van de behandeling met MAO-remmers. Omgekeerd geldt dat 
patiënten die behandeld zijn met mirtazapine, pas na twee weken met MAO-remmers 
mogen worden behandeld (zie rubriek 4.3). 

Bovendien kan, zoals met SSRI's, gelijktijdig gebruik van andere serotonerge actieve 
stoffen (L-tryptofaan, triptanen, tramadol, linezolid, SSRI's, venlafaxine, lithium en 
preparaten met Sint Janskruid-Hypericum perforatum) leiden tot met serotonine 
geassocieerde effecten (serotoninesyndroom: zie rubriek 4.4). Voorzichtigheid is geboden 
en zorgvuldige klinische controle is nodig als deze actieve stoffen gelijktijdig met 
mirtazapine worden gebruikt. 

Mirtazapine kan de sederende werking van benzodiazepinen en andere sedativa (met name 
de meeste antipsychotica, H1-antihistaminica, opioïden) versterken. Voorzichtigheid is 
geboden wanneer deze geneesmiddelen samen met mirtazapine worden voorgeschreven.  

Mirtazapine kan de centraal dempende werking van alcohol versterken. Aan patiënten moet 
daarom worden geadviseerd het gebruik van alcoholhoudende dranken tijdens het gebruik 
van mirtazapine te vermijden. 

Mirtazapine in een dosis van 30 mg per dag veroorzaakte een kleine, maar statistisch 
significante toename van de INR (International Normalized Ratio) bij proefpersonen die 
met warfarine werden behandeld. Omdat niet kan worden uitgesloten dat bij gebruik van 
hogere doses mirtazapine het effect groter zal zijn, is het raadzaam de INR te controleren bij 
gelijktijdig gebruik van warfarine met mirtazapine. 
 
Farmacokinetische interacties 

Carbamazepine en fenytoïne, stoffen die CYP3A4 induceren, verhoogden de klaring van 
mirtazapine ongeveer tweemaal, resulterend in een daling van de gemiddelde plasmaspiegels 
van mirtazapine met respectievelijk 60% en 45%. Wanneer carbamazepine of een andere stof 
die het levermetabolisme induceert (zoals rifampicine) aan de behandeling met mirtazapine 
wordt toegevoegd, kan het nodig zijn de mirtazapine dosis te verhogen. Indien de behandeling 
met een dergelijk geneesmiddel wordt beëindigd, kan het nodig zijn de mirtazapine dosis te 
verlagen. 

Gelijktijdige toediening van de sterke CYP3A4 remmer ketoconazol verhoogde de 
piekplasmaspiegels en de AUC met respectievelijk ongeveer 40% en 50%. 

Als cimetidine (zwakke CYP1A2, CYP2D6 en CYP3A4 remmer) gelijktijdig wordt toegediend 
met mirtazapine zou de gemiddelde plasmaconcentratie van mirtazapine met meer dan 50% 
kunnen verhogen. Voorzichtigheid is geboden en de dosis dient mogelijk verlaagd te worden bij 
gelijktijdige toediening van mirtazapine en sterke CYP3A4-remmers, HIV-proteaseremmers, 
azolantimycotica, erytromycine, cimetidine of nefazodon. 

Interactiestudies duidden niet op relevante farmacokinetische effecten bij gelijktijdige 
behandeling met mirtazapine en paroxetine, amitriptyline, risperidon of lithium. 
 
4.6  Zwangerschap en borstvoeding 
 
Beperkte gegevens over het gebruik van mirtazapine bij zwangere vrouwen laten geen verhoogd risico 
op congenitale misvorming zien. Studies bij dieren hebben geen teratogene effecten van klinische 
relevantie aangetoond, ontwikkelingstoxiciteit is echter wel waargenomen (zie rubriek 5.3). 
Voorzichtigheid is geboden wanneer Mirasol wordt voorgeschreven aan zwangere vrouwen. Als 
Mirasol wordt gebruikt tot aan, of tot kort voor de geboorte, wordt postnatale controle van de neonaat 
op mogelijke onttrekkingsverschijnselen aanbevolen. 
Uit dierexperimenteel onderzoek en beperkte gegevens bij de mens blijkt dat mirtazapine slechts in 
geringe mate wordt uitgescheiden in de moedermelk. Een beslissing over voortzetting/stopzetting van 
borstvoeding of voortzetting/stopzetting van de behandeling met Mirasol dient te worden genomen 
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 5 of 10  
 

1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 
met inachtneming van de voordelen van borstvoeding voor het kind en de voordelen van behandeling 
met Mirasol voor de moeder. 
 
4.7  Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
 
 
Mirasol heeft een kleine tot matige invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te 
bedienen. Mirasol kan het concentratie- en reactievermogen nadelig beïnvloeden (met name in de 
beginfase van de behandeling). Als deze klachten optreden moeten patiënten potentieel gevaarlijke 
handelingen vermijden die alertheid en een goede concentratie vereisen, zoals het besturen van een 
motorvoertuig of het bedienen van machines. 
 
4.8  Bijwerkingen 
 
Depressieve patiënten vertonen een aantal symptomen die samenhangen met de status van de 
ziekte. Het is daarom soms moeilijk te bepalen welke symptomen voortkomen uit de ziekte zelf of 
een gevolg zijn van de behandeling met Mirasol. 
 
De meest gemelde bijwerkingen, die optraden bij meer dan 5% van de patiënten in 
gerandomiseerde, placebogecontroleerde onderzoeken met mirtazapine (zie hieronder), zijn 
somnolentie, sedatie, droge mond, gewichtstoename, toename van de eetlust, duizeligheid en 
vermoeidheid. 
 
Alle gerandomiseerde, placebogecontroleerde onderzoeken bij patiënten (inclusief andere indicaties 
dan depressie in engere zin) zijn geëvalueerd op bijwerkingen van mirtazapine. De meta-analyse 
omvatte 20 onderzoeken, met een geplande behandelingsduur van maximaal 12 weken, met 1501 
patiënten (134 persoonjaren) die maximaal 60 mg mirtazapine kregen toegediend en 850 patiënten (79 
persoonjaren) die een placebo kregen. Verlengingsfases van deze onderzoeken zijn uitgesloten om de 
vergelijkbaarheid met de placebobehandeling te kunnen handhaven. 
Tabel 1 toont de incidentie per categorie van bijwerkingen die in klinische onderzoeken tijdens de 
behandeling met mirtazapine statistisch significant vaker optraden dan met placebo, aangevuld met 
spontaan gerapporteerde bijwerkingen. De frequenties van de spontaan gerapporteerde bijwerkingen 
zijn gebaseerd op het meldingspercentage van deze bijwerkingen in klinische onderzoeken. De 
frequentie van spontaan gerapporteerde bijwerkingen waarvan geen gevallen 
in gerandomiseerde, placebogecontroleerde patiëntonderzoeken met mirtazapine zijn waargenomen, is 
ingedeeld als 'onbekend'. 
 
Tabel 1. Bijwerkingen van mirtazapine 
 
Systeem/ 

Zeer vaak 
Vaak 
Soms 
Zelden 
Frequentie 
orgaan- 
(≥1/10) 
(≥1/100 tot 
(≥1/1,000 tot  (≥1/10,000  onbekend 
klasse 
<1/10) 
<1/100) 
tot 
<1/1,000)
 
Onderzoeken 
Gewichtstoe-   
 
 
 
 
name1 
Bloed- en 
    
Beenmergdepressie 
lymfestelsel- 
(granulocytopenie, 
aandoeningen 
 agranulocytose, 
 aplastische 
 anemie, thrombo- 
 cytopenie) 
Eosinophilie 
Zenuwstelsel-
Somnolentie 
Lethargie1 
Paraesthesie2  Myoclonus Convulsies 
aandoeningen 
1, 4 
Duizeligheid 
Rusteloze 
(insulten) 
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 6 of 10  
 

1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 
Sedatie1, 4 
Tremor benen 
Serotoninesyndroom 
Hoofdpijn2 
Syncope 
Orale paraesthesie 
 
Maagdarmstelsel-
Droge mond 
Misselijkheid Orale hypo-
 Mondoedeem 
aandoeningen 

esthesie 
Diarree2 
Braken2 
Huid- en 
 Exantheem2 
 
 
 
onderhuid-
aandoeningen 
Skeletspierstelsel- 

 Arthralgie 
 
 
 
en bindweefsel-
Myalgie 
aandoeningen 
Rugpijn1 
Voedings- en 
Toename van     
Hyponatriëmie 
stofwisselings-
de eetlust1 
stoornissen 
Bloedvat-

 Orthosta-
Hypotensie2 
 
 
aandoeningen 
tische 
hypotensie 
Algemene 
 Perifeer 
 
 
 
aandoeningen en 
oedeem1 
toedieningsplaats-
Vermoeid-
stoornissen 
heid 
Lever- en 
   Verhogin-
 
galaandoeningen 
gen in 
serum- 
transami-
nasen 
Psychische 
 Abnormale 
Nachtmer-
 Suïcidale 
stoornissen 
dromen 
ries2 
ideevorming6 
Verwardheid  Manie 
Suïcidaal gedrag6 
Angst2, 5 
Agitatie2 
Slapeloos-
Hallucinaties 
heid3, 5 
Psycho-
motorische 
rusteloos- 
heid (incl. 
acathisie, 
hyperkinesie) 
Endocriene 
    
Antidiuretisch 
aandoeningen 
hormoon 
secretiedeficiëntie 
1 In klinische onderzoeken traden deze bijwerkingen tijdens de behandeling met mirtazapine statistisch 
significant vaker op dan met placebo. 
2 In klinische onderzoeken traden deze bijwerkingen tijdens de behandeling met placebo vaker op dan 
met mirtazapine, hoewel niet statistisch significant vaker. 
3 In klinische onderzoeken traden deze bijwerkingen tijdens de behandeling met placebo statistisch 
significant vaker op dan met mirtazapine. 
4 N.B. Verlaging van de dosis leidt in het algemeen niet tot minder somnolentie/sedatie maar doet wel 
afbreuk aan de antidepressieve werking. 
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 7 of 10  
 

1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 
5 Tijdens behandeling met antidepressiva kunnen zich in het algemeen angst en slapeloosheid (die 
symptomen van depressie kunnen zijn) ontwikkelen of versterkt worden. Tijdens behandeling met 
mirtazapine is de ontwikkeling of verergering van angst en slapeloosheid gemeld. 
6 Er zijn gevallen van suïcidale ideevorming en suïcidaal gedrag tijdens de behandeling met 
mirtazapine of vlak na het stoppen van de behandeling (zie rubriek 4.4). 
 
Bij laboratoriumbepalingen in klinische onderzoeken is een tijdelijke verhoging van transaminasen en 
gammaglutamyltransferase waargenomen (hoewel hieraan gerelateerde bijwerkingen met mirtazapine 
niet statistisch significant vaker zijn gemeld dan met placebo). 
 
4.9 Overdosis
 
 
Huidige ervaringen met betrekking tot overdosering met mirtazapine alleen geven aan dat de 
symptomen doorgaans mild zijn. Depressie van het centrale zenuwstelsel met desoriëntatie en 
verlengde sedatie, alsmede tachycardie en lichte hyper- of hypotensie, zijn waargenomen. Echter er 
bestaat een kans op een ernstiger verloop (inclusief dodelijke afloop) bij doseringen veel hoger dan de 
therapeutische dosis, met name bij gemengde overdoseringen. 
In geval van overdosering moet de geëigende symptomatische en ondersteunende behandeling voor de 
vitale functies worden gegeven. Geactiveerde kool of maagspoeling dient ook te worden overwogen. 
 
 
5. FARMACOLOGISCHE 
EIGENSCHAPPEN 
 
5.1   Farmacodynamische eigenschappen
 
 
Farmacotherapeutische categorie: overige antidepressiva, ATC code: N06AX11 
 
Mirtazapine heeft een centraal antagonistische werking op presynaptische α2-receptoren, hetgeen de 
centraal noradrenerge en serotonerge neurotransmissie bevordert. De versterking van de serotonerge 
neurotransmissie verloopt specifiek via 5-HT1-receptoren, aangezien 5-HT2- en 5-HT3-receptoren 
door mirtazapine worden geblokkeerd. Aangenomen wordt dat beide enantiomeren van mirtazapine 
bijdragen aan de antidepressieve werking, de S(+)-enantiomeer via blokkade van α2- en 5-HT2- 
receptoren en de R(-)-enantiomeer via blokkade van 5-HT3-receptoren. 
Mirtazapine is een histamine-H1-receptorantagonist. Dit verklaart het sederende effect van het middel. 
Het heeft vrijwel geen anticholinerge activiteit. Mirtazapine veroorzaakt in therapeutische doseringen 
vrijwel geen cardiovasculaire effecten. 
 
5.2 Farmacokinetische 
eigenschappen 
 
Na orale toediening van Mirasol wordt de werkzame stof, mirtazapine, snel en goed geabsorbeerd 
(biologische beschikbaarheid ≈ 50%). De maximale plasmaconcentratie wordt ongeveer twee uur na 
toediening bereikt. Mirtazapine is in plasma voor ongeveer 85% aan eiwit gebonden. De gemiddelde 
eliminatiehalfwaardetijd ligt tussen 20 en 40 uur. Incidenteel zijn langere halfwaardetijden, tot 65 uur, 
waargenomen. Kortere halfwaardetijden zijn bij jonge mannen gezien. 
De eliminatiehalfwaardetijd is voldoende om de éénmaal-per-dag toediening te rechtvaardigen. Na 3-4 
dagen wordt een evenwicht bereikt, waarna geen verdere accumulatie optreedt. De farmacokinetiek 
van mirtazapine is lineair binnen het geadviseerde dosisbereik. De farmacokinetiek van mirtazapine 
wordt niet beïnvloed door de inname van voedsel. 
 
Mirtazapine wordt vrijwel volledig gemetaboliseerd en binnen enkele dagen uitgescheiden met de 
urine en de feces. De voornaamste ornzettingsroutes zijn demethylering en oxidatie, gevolgd door 
conjugatie. In-vitro-onderzoek niet humane levermicrosomen laat zien dat de cytochroom P450 
enzymen CYP2D6 en CYP1A2 betrokken zijn bij de omzetting in de 8-hydroxymetaboliet van 
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 8 of 10  
 

1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 
mirtazapine, terwijl CYP3A4 als verantwoordelijk enzym wordt gezien voor de omzetting in de N-
demethyl- en N-oxidemetabolieten. De demethylmetaboliet is farmacologisch actief en blijkt een 
vergelijkbaar farmacokinetisch profiel te bezitten als mirtazapine zelf. 
De klaring van mirtazapine kan zijn verlaagd als gevolg van nier- of leverfunctiestoornis. 
 
5.3  Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
 
 
Niet-klinische gegevens uit conventionele studies op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit 
bij herhaalde dosering, carcinogeniteit of genotoxiciteit duiden niet op een speciaal risico voor 
mensen. In studies op gebied van reproductietoxiciteit bij ratten en konijnen werden geen teratogene 
effecten waargenomen. Bij een tweemaal zo hoge systemische blootstelling als de maximale humane 
therapeutische blootstelling was er een toename van post-implantatie verlies, een afname in 
geboortegewicht van jongen en een afname in overleving van jongen gedurende de eerste drie dagen 
van lactatie bij ratten. 
Mirtazapine was niet genotoxisch in een serie testen waarbij genmutaties, chromosoom- en DNA-
schade zijn onderzocht. In carcinogeniciteitsstudies bij ratten en muizen werden respectievelijk 
schildkliertumoren en hepatocellulaire neoplasmata waargenomen. Het ontstaan hiervan wordt 
beschouwd als een soortspecitieke, niet-genotoxische respons, geassocieerd met langdurige 
behandeling met hoge doses van leverenzyminducerende stoffen. 
 
 
6. FARMACEUTISCHE 

GEGEVENS 
 
6.1  Lijst van hulpstoffen 
 
Lactose monohydraat 
Ethylcellulose 
Mannitol (E421) 
Sorbitol (E420) 
Crospovidon 
Watervrij colloidaal silicium 
Sinaasappel aroma (bevat maltodextrines, gemodifieerd maïszetmeel) 
Aspartaam (E951) 
Magnesiumstearaat 
 
6.2  Gevallen van onverenigbaarheid 
 
Niet van toepassing. 
 
6.3 Houdbaarheid 
 
3 jaar. 
 
6.4  Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
 
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen het licht en het vocht. 
 
6.5  Nature and contents of container 
 
OPA/Al/PVC//AL folie geperforeerde doseringsblister. 
 
Verpakkingsgrootte: 6, 10, 12, 14, 18, 20, 28, 30, 48, 50, 56, 60, 70, 90, 96, 100, 100x1, 
180 orodispergeerbare tabletten. 
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 9 of 10  
 

1.3.1 Mirtazapine 
SPC, Labeling and Package Leaflet   
NL           
 
 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht. 
 
6.6  Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen 
 
Geen bijzondere vereisten. 
 
 
7. 
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
KRKA, d.d., Novo mesto, Šmarješka cesta 6, 8501 Novo mesto, Slovenië 
 
 
8. 
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
15 mg: 
RVG 33283
30 mg: 
RVG 33284
45 mg: 
RVG 33285
 
 
9. 
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN 
DE VERGUNNING
 
 
18/12/2006
 
 
10.  DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 
 
 Volledige herziening van de tekst: 26 augustus 2009
SmPCPIL006210/1 
26.08.2009 – Updated: 26.08.2009 
Page 10 of 10  
 





« Vorige

[Mirasol 30 mg, orodispergeerbare tabletten]

Volgende »

[Mirasol 45 mg, orodispergeerbare tabletten]