Motilium zetpillen voor volwassenen 60 mg, zetpillen
Registratienummer: RVG 07683
Deel IB1 Motilium
v1.1.0
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Motilium omhulde tabletten 10 mg;
Motilium suspensie voor oraal gebruik 1 mg/ml;
Motilium zetpillen voor zuigelingen 10 mg;
Motilium zetpillen voor kinderen 30 mg;
Motilium zetpillen voor volwassenen 60 mg.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Eén omhulde tablet bevat 12,7 mg
domperidonmaleaat overeenkomend met 10 mg
domperidon.
De suspensie voor oraal gebruik bevat 1 mg
domperidon per ml.
Eén zetpil bevat 10 mg, 30 mg of 60 mg domperidon.
Voor hulpstoffen, zie 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Omhulde tabletten. Witte tot licht-crèmekleurige, biconvexe, ronde tablet.
Suspensie voor oraal gebruik - Witte, homogene suspensie.
Zetpillen - Witte tot licht gele zetpillen.
4. KLINISCHE GEGEVENS 4.1 Therapeutische indicaties Volwassenen
· Het verlichten van de symptomen van misselijkheid en braken, epigastrisch gevoel van `volheid',
een vervelend gevoel in de bovenbuik, regurgitatie van de maaginhoud.
Kinderen
· Het verlichten van de symptomen van misselijkheid en braken.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Aanbevolen wordt de orale vorm van Motilium vóór de maaltijden in te nemen. Bij inname na de
maaltijden is de absorptie van het geneesmiddel iets vertraagd.
Volwassenen en adolescenten (ouder dan 12 jaar en met een lichaamsgewicht van 35 kg of meer)
De initiële duur van de behandeling is 4 weken. Na deze 4 weken moeten patiënten opnieuw
geëvalueerd worden en de noodzaak voor een voortzetting van de therapie moet beoordeeld worden.
· Tabletten
1 tot 2 tabletten van 10 mg 3 tot 4 maal per dag met een maximale dagelijkse dosis van 80 mg.
· Suspensie voor oraal gebruik
10 ml tot 20 ml (van de suspensie voor oraal gebruik à 1 mg domperidon per ml) 3 tot 4 maal per dag
met een maximale dagelijkse dosis van 80 ml.
· Zetpillen
zetpillen van 60 mg twee maal per dag.
Zuigelingen en kinderen
· Tabletten, Suspensie voor oraal gebruik
0,25 0,5 mg/kg 3 tot 4 maal per dag met een maximale dagelijkse dosis van 2,4 mg/kg (maar niet meer
dan 80 mg per dag).
De tabletten zijn ongeschikt voor kinderen die minder wegen dan 35 kg.
1/7
Deel IB1 Motilium
v1.1.0
· Zetpillen
De totale dagelijkse dosis is afhankelijk van het gewicht van het kind.
Voor een kind met een gewicht van 5-15 kg: 10 mg zetpillen tweemaal per dag.
Voor een kind met een gewicht van meer dan 15 kg: 30 mg zetpillen tweemaal per dag.
De zetpillen zijn niet geschikt voor kinderen die minder dan 5 kg wegen.
4.3 Contra-indicaties
Motilium is gecontraïndiceerd in de volgende omstandigheden:
· Bekende overgevoeligheid voor domperidon of voor één van de hulpstoffen.
· Prolactine-secreterende hypofysetumor (prolactinoma).
Motilium mag niet worden gebruikt wanneer stimulatie van de maagmotiliteit schadelijk zou kunnen
zijn, zoals bij een
gastro-intestinale bloeding, mechanische obstructie of perforatie.
4.4 Speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Voorzorgen bij gebruik
De omhulde tabletten bevatten lactose en kunnen ongeschikt zijn voor patiënten met lactose-
intolerantie, galactosemie of
glucose/galactosemalabsorptie.
De suspensie voor oraal gebruik bevat sorbitol en kan ongeschikt zijn voor patiënten met sorbitol-
intolerantie.
De zetpillen bevatten butylhydroxyanisol. Dit kan ogen, huid, mond- en neusslijmvliezen irriteren.
Gebruik gedurende de borstvoedingperiode
De totale hoeveelheid domperidon die wordt uitgescheiden in de melk van vrouwen die borstvoeding
geven, is naar verwachting niet meer dan 7µg per dag bij het hoogste, aanbevolen doseringsregime.
Het is niet bekend of dit schadelijk is voor de baby. Daarom wordt het gebruik van Motilium niet
aanbevolen voor moeders die borstvoeding geven.
Gebruik bij zuigelingen
Neurologische bijwerkingen zijn zeldzaam (zie rubriek "Bijwerkingen"). Omdat de metabole functies en
bloed-hersenbarrière tijdens de eerste levensmaanden nog niet volledig zijn ontwikkeld, is het risico
op neurologische bijwerkingen groter bij jonge kinderen. Daarom wordt het aanbevolen de dosis
nauwkeurig te bepalen en strikt te volgen bij baby's, zuigelingen, peuters en kleine kinderen.
Overdosering kan extrapiramidale verschijnselen veroorzaken bij kinderen, maar andere oorzaken
dienen eveneens in overweging genomen te worden.
Gebruik bij leverstoornissen
Omdat domperidon in sterke mate in de lever wordt gemetaboliseerd, dient Motilium niet te worden
gebruikt bij patiënten met een leverfunctiestoornis.
Nierinsufficiëntie
Bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (serumcreatinine > 6 mg/100 ml, d.w.z.> 0,6 m mol/l) was
de eliminatiehalfwaardetijd van domperidon verhoogd van 7,4 uur tot 20,8 uur, maar de
plasmaspiegels van het geneesmiddel waren lager dan bij gezonde vrijwilligers. Omdat zeer weinig
onveranderd geneesmiddel via de nieren wordt uitgescheiden, is het onwaarschijnlijk dat de dosis bij
éénmalige toediening aan patiënten met nierinsufficiëntie dient te worden aangepast. Bij herhaalde
toediening dient de doseringsfrequentie echter te worden verminderd tot 1 of 2 keer per dag,
afhankelijk van de ernst van de nierfunctiestoornis, en moet de dosis eventueel worden verlaagd.
Dergelijke patiënten die langdurig Motilium krijgen, moeten regelmatig worden gecontroleerd.
Gebruik samen met krachtige CYP3A4-remmers:
2/7
Deel IB1 Motilium
v1.1.0
De gelijktijdige toediening met oraal ketoconazole,
erythromycine of andere krachtige CYP3A4-
remmers die het QTc-interval verlengen, moet worden vermeden (zie rubriek 4.5: Interacties met
andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
De belangrijkste metabole route van domperidon is via CYP3A4. In-vitro gegevens suggereren dat
gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die dit enzym significant remmen, kan leiden tot een
verhoogde plasmaspiegel van domperidon.
Afzonderlijk
in vivo farmacokinetisch-farmacodynamisch interactieonderzoek met oraal toegediend
ketoconazole of oraal toegediend erythromycine bij gezonde proefpersonen bevestigt een duidelijke
inhibitie door deze geneesmiddelen van het door CYP3 A4 gemedieerde "first pass"-metabolisme van
domperidone.
Bij combinatie met oraal toegediend domperidone, 10 mg viermaal daags, en ketoconazole, 200 mg
tweemaal daags, werd een gemiddelde verlenging van het QTc-interval waargenomen van 9,8 msec
tijdens de observatieperiode, met veranderingen op sommige tijdstippen van 1,2 tot 17,5 msec. Bij
combinatie met domperidone, 10 mg viermaal daags, en oraal toegediend erythromycine, 500 mg
driemaal daags, werd de gemiddelde QTc tijdens de observatieperiode verlengd met 9,9 msec, met
veranderingen op sommige tijdstippen van 1,6 tot 14,3 msec. Zowel de Cmax als de AUC van
domperidone bij steady state waren ongeveer verdrievoudigd in elk van deze interactieonderzoeken.
In deze onderzoeken leidde domperidone als orale monotherapie bij een toediening van 10 mg
viermaal daags tot een verlenging van het gemiddelde QTc-interval met 1,6 msec
(ketoconazolestudie) en 2,5 msec (erythromycinestudie), terwijl ketoconazole als monotherapie (200
mg tweemaal daags) en erythromycine als monotherapie (500 mg driemaal daags) leidden tot
stijgingen van het QTc van respectievelijk 3,8 en 4,9 msec tijdens de observatieperiode.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Er zijn maar beperkte postmarketing gegevens beschikbaar over het gebruik van domperidon bij
zwangere vrouwen. Een studie in ratten heeft reproductietoxiciteit aangetoond bij hoge, maternaal
toxische dosissen. Het potentiële risico bij mensen is niet bekend. Motilium dient daarom alleen tijdens
de zwangerschap gebruikt te worden wanneer dit op grond van het verwachte therapeutische
voordeel gerechtvaardigd is.
Het geneesmiddel wordt in de melk van zogende ratten uitgescheiden (hoofdzakelijk als metabolieten:
piekconcentratie van 40 en 800 ng/ml na resp. orale en intraveneuze toediening van 2,5 mg/kg). De
domperidon concentraties in de melk van vrouwen die borstvoeding geven zijn 10 tot 50% van de
corresponderende plasmaconcentraties en zijn naar verwachting niet hoger dan 10 ng/ml. De totale
hoeveelheid domperidon die wordt uitgescheiden in de moedermelk, is naar verwachting niet meer
dan 7 µg per dag bij het hoogste aanbevolen doseringsregime. Het is niet bekend of dit schadelijk is
voor de baby. Daarom wordt het gebruik van Motilium niet aanbevolen voor moeders die borstvoeding
geven.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen Motilium heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en het vermogen om
machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen worden gerangschikt volgens frequentie en als volgt uitgedrukt:
zeer vaak (> 1/10)
vaak (> 1/100, < 1/10)
soms (> 1/1000, < 1/100)
zelden (> 1/10.000, < 1/1000)
zeer zelden (< 1/10.000), inclusief geïsoleerde meldingen
·
Immuunsysteemaandoeningen: zeer zelden (< 1/10.000): allergische reacties zoals anafylaxie,
3/7
Deel IB1 Motilium
v1.1.0
anafylactische shock, anafylactische reactie, urticaria en angio-oedeem.
·
Endocriene aandoeningen:
zelden (> 1/10.000, < 1/1000): verhoogde prolactine-spiegels.
·
Zenuwstelselaandoeningen: zeer zelden (< 1/10.000): extrapiramidale bijwerkingen.
·
Maagdarmstelselaandoeningen: zelden (> 1/10.000, < 1/1000): gastro-intestinale stoornissen,
zeer zelden voorbijgaande darmkrampen inbegrepen; zeer zelden (< 1/10.000): diarree.
·
Hartaandoeningen: verlenging van het QTc-interval (frequentie niet bekend)
zeer zelden (<1/10.000): ventrikelaritmie.
·
Huid- en onderhuidaandoeningen: zeer zelden (< 1/10.000): pruritus, huiduitslag.
·
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen: zelden (> 1/10.000, < 1/1000): galactorroe,
gynaecomastie, amenorroe.
Omdat de hypofyse buiten de bloed-hersenbarrière ligt, kan domperidon aanleiding geven tot
verhoogde plasma prolactine-spiegels. In zeldzame gevallen kan deze hyperprolactinaemie leiden tot
neuro-endocrinologische bijwerkingen zoals galactorroe, gynaecomastie en amenorroe.
Extrapiramidale bijwerkingen zijn zeer zeldzaam bij baby's en jonge kinderen, en uitzonderlijk bij
volwassenen. Deze bijwerkingen verdwijnen spontaan en volledig zodra de therapie wordt gestaakt.
4.9 Overdosering Symptomen
De symptomen van overdosering kunnen bestaan uit: sufheid, desoriëntatie en extrapiramidale
reacties, vooral bij kinderen.
Behandeling
Er is geen specifiek antidotum voor domperidon, maar in geval van overdosering kunnen
maagspoeling en toediening van geactiveerde kool nuttig zijn. Strikt medisch toezicht en
ondersteunende behandeling worden aanbevolen.
Anticholinerge anti-parkinsonmiddelen kunnen nuttig zijn voor het behandelen van extrapiramidale
reacties.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen Farmacotherapeutische groep: Propulsiva, ATC-code: A03F A03.
Domperidon is een dopamine-antagonist met anti-emetische eigenschappen. Domperidon passeert
niet gemakkelijk de bloed-hersenbarrière. Bij mensen die domperidon gebruiken zijn extrapiramidale
effecten, met name bij volwassenen, heel zeldzaam, maar domperidon stimuleert wel de afgifte van
prolactine uit de hypofyse. De anti-emetische werking is waarschijnlijk te danken aan een combinatie
van perifere (gastrokinetische) effecten en antagonisme van dopaminereceptoren in de
chemoreceptor-triggerzone, die buiten de bloed-hersenbarrière in de area postrema is gelegen.
Dierstudies, en ook de lage concentraties die in de hersenen worden gevonden, wijzen erop dat
domperidon hoofdzakelijk een perifeer effect heeft op de dopaminereceptoren.
Studies bij mensen hebben aangetoond dat oraal domperidon de lagere oesophageale druk verhoogt,
de antroduodenale motiliteit verbetert, alsook de maaglediging versnelt. Domperidon heeft geen effect
op de maagsecretie.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Bij nuchtere proefpersonen wordt domperidon na orale toediening snel geabsorbeerd, met
piekplasmaconcentraties na 30 tot 60 minuten. De lage absolute biologische beschikbaarheid van
oraal toegediende domperidon (ongeveer 15%) wordt veroorzaakt door een uitgebreid first-pass
metabolisme in de darmwand en de lever. Hoewel de biologische beschikbaarheid bij normale
proefpersonen hoger is wanneer ze domperidon na de maaltijd innemen, dienen patiënten met gastro-
intestinale klachten domperidon 15-30 minuten vóór de maaltijd in te nemen. Naarmate de
4/7
Deel IB1 Motilium
v1.1.0
zuurtegraad van de maag lager is, is de absorptie van domperidon lager. De orale biologische
beschikbaarheid vermindert door eerdere gelijktijdige toediening van
cimetidine en
natriumbicarbonaat. De piekabsorptietijd is iets vertraagd en de AUC iets verhoogd wanneer het orale
geneesmiddel na een maaltijd wordt ingenomen.
Na rectale toediening van zetpillen van 60 mg domperidon wordt een plateau bereikt met
domperidon-plasmaconcentraties van ongeveer 20 ng/ml, die van 1 tot 5 uur na de toediening
aanhouden. Alhoewel de piekplasmaconcentraties slechts ongeveer een derde zijn van de orale dosis
is de gemiddelde rectale biologische beschikbaarheid van 12,4% goed vergelijkbaar met die na orale
toediening.
Distributie
Oraal domperidon lijkt niet te accumuleren, noch zijn eigen metabolisme te induceren; een piek
plasmaspiegel na 90 minuten van 21 ng/ml na twee weken orale toediening van 30 mg per dag was
bijna gelijk aan die van 18 ng/ml na de eerste dosis. Domperidon is voor 91-93% gebonden aan
plasmaeiwitten. Distributiestudies met radioactief gelabeld geneesmiddel bij dieren toonden een
weefselverdeling aan, maar een lage hersenconcentratie. Bij ratten passeren geringe hoeveelheden
van het geneesmiddel de placenta.
Metabolisme
Domperidon ondergaat een snel en uitgebreid levermetabolisme door hydroxylering en N-dealkylering.
In-vitro-metabolisme-experimenten met diagnostische remmers toonden aan dat CYP3A4, een
belangrijke vorm van cytochroom P-450, een rol speelt bij de N-dealkylering van domperidon, terwijl
CYP3A4, CYP1A2 en CYP2E1 een rol spelen bij de aromatische hydroxylering van domperidon.
Excretie
De urinaire en fecale excretie bedragen respectievelijk 31 en 66% van de oraal toegediende dosis.
Het gedeelte van het geneesmiddel dat onveranderd wordt uitgescheiden, is klein (10% van de fecale
excretie en ongeveer 1% van de urinaire excretie). De plasmahalfwaardetijd na een éénmalige orale
dosis bij gezonde proefpersonen bedraagt 7-9 uur, maar is bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie
langer.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek Elektrofysiologische in-vitro- en
in-vivo studies tonen voor domperidon globaal een matig risico op het
verlengen van het QT-interval aan bij de mens. In in-vitro-experimenten met geïsoleerde cellen
getransfecteerd met HERG en in geïsoleerde myocyten van cavia's, lagen de blootstellingsratio's
tussen het 5- en 30-voudige. Dit was gebaseerd op de IC50-waarden voor de remming van geleiding
door Ikr-ionenkanalen , vergeleken met de vrije plasmaconcentraties bij de mens na toediening van de
maximale dagelijkse dosis van 20 mg (viermaal per dag). De blootstellingsmarges voor de verlenging
van de actiepotentiaal in
in vitro-experimenten op geïsoleerde hartweefsels lagen tot 17 maal hoger
dan de vrije plasmaconcentraties bij mensen bij de maximale dagelijkse dosis (20 mg viermaal per
dag). De veiligheidsmarges in
in vitro-pro-aritmische modellen (geïsoleerd Langendorff geïrrigeerd
hart) en in
in vivo-model en (hond, cavia, konijnen, gesensitiseerd voor
torsades de pointes)
bedroegen meer dan het 17-voudige van de vrije plasmaconcentraties bij mensen bij de maximale
dagelijkse dosis (20 mg viermaal per dag). In geval van een remming van het metabolisme via
CYP3A4 kunnen de vrije plasmaconcentraties van domperidon tot tienmaal hoger worden.
Bij hoge, maternaal toxische doses (meer dan 40 maal de aanbevolen dosis bij mensen), werden
teratogene effecten bij de rat waargenomen. Er werden geen teratogene effecten waargenomen bij
muizen en konijnen.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Omhulde tabletten Kern: lactose, maïszetmeel, microkristallijne cellulose (E 460), gepregelatiniseerd aardappelzetmeel,
povidon K90, magnesiumstearaat, colloïdaal siliciumdioxide, polysorbaat 20.
Coating: hypromel ose (E 464), propyleenglycol (E 490).
Suspensie voor oraal gebruik
5/7
Deel IB1 Motilium
v1.1.0
Sorbitol (E 420), microkristallijne cellulose (E 460) en carboxymethylcellulose-natrium (E 466),
polysorbaat 20, natriumsaccharine, methylparahydroxybenzoaat (E 218), propylparahydroxybenzoaat
(E 216), natriumhydroxide, water.
Zetpillen à 10 mg, 30 mg en 60 mg:
Polyethyleenglycol 4000, polyethyleenglycol 400, polyethyleenglycol 1000, wijnsteenzuur (E 334),
butylhydroxyanisol (E 320).
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
Motilium omhulde tabletten: 5 jaar
Motilium suspensie voor oraal gebruik: 3 jaar. Na aanbreken van de verpakking is de suspensie nog
3 maanden houdbaar.
Motilium-zetpillen: 2 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren Omhulde tabletten en zetpillen: niet bewaren boven 25 °C.
Suspensie voor oraal gebruik: niet bewaren boven 25 °C, niet in de koelkast bewaren.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Doos met 60 omhulde tabletten in PVC/Al-strips.
Doos met 50 omhulde tabletten in PVC/Al EAV-strips.
Bruin glazen fles met 200 ml suspensie voor oraal gebruik (met maatdopje; maatstreepjes voor 2,5, 5
en 10 ml).
Doos met 6 zetpillen `zuigelingen' à 10 mg domperidon in PVC/PE-strip.
Doos met 6 zetpillen `kinderen' à 30 mg domperidon in PVC/PE-strip.
Doos met 6 zetpillen `volwassenen' à 60 mg domperidon in PVC/PE-strip.
6.6 Instructies voor gebruik en verwerking
Suspensie voor oraal gebruik
Voor elk gebruik de inhoud van de fles volledig mengen, met een zachte beweging om de vorming van
schuim te voorkomen.
kinderveilige schroefdop (met bijbehorende maatdop)
Gebruiksaanwijzing openen kinderveilige dop
De fles heeft een kinderveilige dop. Deze is te openen als volgt:
druk de plastic schroefdop naar beneden en draai tegelijkertijd
de dop tegen de richting van de klok in.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Johnson & Johnson Consumer B.V.
Rooseveltweg, 15
1314SJ Almere
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Omhulde tabletten RVG 07678
Suspensie voor oraal gebruik RVG 07679
Zetpillen à 10 mg RVG 07681
Zetpillen à 30 mg RVG 07682
Zetpillen à 60 mg RVG 07683
6/7
Deel IB1 Motilium
v1.1.0
9. DATUM VAN DE GOEDKEURING/VERNIEUWING VAN DE VERGUNNING 6 april 1979
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE SAMENVATTING
1 december 2009.
Laatste herziening betreft rubriek 7.
7/7