Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Nifedipine retard 60 mg PCH, tabletten met gereguleerde afgifte

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 100104
Registratiehouder: Pharmachemie


NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
1

1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Nifedipine retard 60 mg PCH, tabletten met gereguleerde afgifte


2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke tablet met gereguleerde afgifte bevat 60 mg nifedipine.

Hulpstof(fen):
Titanium dioxide (E171): kleurstof
Rood ijzeroxide (E172): kleurstof

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Tablet met gereguleerde afgifte.
Ronde, biconvexe tabletten met een licht rode kleur.


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

Symptomatische behandeling van chronisch stabiele angina pectoris als monotherapie of in combinatie
met een -blokker.

Voor de behandeling van alle gradaties van hypertensie.

4.2
Dosering en wijze van toediening

Voor orale toediening.
De behandeling dient voor een optimaal effect zoveel mogelijk op de individuele behoefte van de
patiënt te worden afgestemd.
Afhankelijk van het klinische beeld dient de standaarddosering geleidelijk te worden opgebouwd.

RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
2
De volgende doseringen worden aanbevolen voor volwassenen:

Voor chronisch stabiele angina pectoris (inspanningsangina):

De aanbevolen dosis is één 30 mg tablet eenmaal daags. De dosering kan worden verhoogd op basis
van individuele behoefte tot een maximum van 90 mg eenmaal daags.

Voor hypertensie:
De aanbevolen dosis is één 30 mg tablet eenmaal daags. Indien nodig kan de dosering worden
verhoogd op basis van individuele behoefte tot een maximum van 90 mg eenmaal daags.

De tabletten moeten heel worden doorgeslikt en mogen niet worden doorgebeten, gekauwd of
doorgebroken. De tabletten kunnen het beste 's morgens met een glas water worden ingenomen (geen
grapefruitsap; zie ook rubriek 4.5).
De behandelend arts bepaalt de duur van de behandeling.

Patiënten die zijn overgeschakeld van een andere calciumantagonist dienen te beginnen met de
aanbevolen dosis van 30 mg Nifedipine retard PCH eenmaal daags. De dosis kan verder worden
verhoogd op basis van het klinische beeld.

Verminderde leverfunctie
Bij patiënten met verminderde leverfunctie is zorgvuldige controle noodzakelijk. In ernstige
gevallen kan verlaging van de dosis noodzakelijk zijn.

Verminderde nierfunctie
Voor patiënten met een verminderde nierfunctie hoeft de dosering niet te worden aangepast.

Kinderen en adolescenten
Nifedipine wordt niet aanbevolen voor het gebruik bij kinderen of adolescenten vanwege onvoldoende
gegevens over veiligheid en werkzaamheid.

4.3 Contra-indicaties

- Overgevoeligheid voor nifedipine of andere dihydropyridines, of voor één van de hulpstoffen.
- Zwangerschap (zie ook rubriek 4.6).
- Cardiogene shock, klinisch significante aortastenose, instabiele angina pectoris, of tijdens of
binnen 1 maand na een myocardinfarct.
- Gebruik van rifampicine.

RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
3
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

In uitzonderingsgevallen kan nifedipine aanleiding geven tot ernstige angina pectoris-achtige klachten,
waarschijnlijk ten gevolge van een snelle resorptie en een te abrupte bloeddrukdaling.
Wanneer dit het geval is, dient de behandelend arts hiervan onmiddellijk in kennis te worden gesteld en
de behandeling met nifedipine te worden gestaakt.

Nifedipine kan een bestaande decompensatio cordis verergeren bij:
- patiënten met een obstructie van het outflow traject bij wie een toename van de gradiënt van
de decompensatio kan optreden (bv. aortastenose) (zie ook rubriek 4.3);
- patiënten met een rechtszijdige decompensatio cordis bij wie in sommige gevallen een afname
van cardiale output met toename van vochtretentie kan optreden.

Nifedipine moet met voorzichtigheid worden gebruikt door patiënten met (dreigende) ischemie van de
vingers en/of tenen, omdat mogelijk een verslechtering kan optreden door een verminderde
doorbloeding als gevolg van een verlaging van de perfusiedruk.
Bij patiënten met diarree kan de verblijftijd van de tablet in het maagdarmkanaal en daarmee de
werkingsduur zijn verminderd.
Aangezien bij patiënten met een bestaande, ernstige gastrointestinale vernauwing symptomen van
obstructie kunnen optreden, dient Nifedipine retard PCH niet aan deze patiënten te worden
voorgeschreven.
Symptomen van obstructie zijn ook enkele malen beschreven bij patiënten waarbij gastrointestinale
vernauwing niet is waargenomen. Nifedipine retard PCH moet evenmin aan patiënten met een Kock
Pouch (ileostomie na proctocolectomie) worden voorgeschreven.

Extra voorzichtigheid dient geboden te zijn in het geval van zeer lage bloeddruk (ernstige hypotensie
met een systolische druk van <90 mm Hg).

Voorzichtigheid dient geboden te zijn bij patiënten met hypotensie, aangezien er een risico bestaat voor
een verdere verlaging van de bloeddruk.
De mogelijkheid voor een additief effect, resulterend in posturale hypotensie, moet in acht worden
genomen wanneer Nifedipine retard PCH gebruikt wordt in combinatie met andere -blokkers of
antihypertensiva. Nifedipine retard PCH voorkomt niet de mogelijke rebound effecten na het staken van
een andere antihypertensieve therapie.

Het dient niet te worden gebruikt voor de secondaire preventie van een myocardinfarct.

Het dient niet te worden gebruikt voor acute aanvallen van angina.

Veiligheid in maligne hypertensie is niet beoordeeld.

RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
4
Diabetici die Nifedipine retard PCH gebruiken hebben mogelijk een aanpassing van hun instelling
nodig. In patiënten met een mogelijke hyperglycemie dient nifedipine met voorzichtigheid te worden
gegeven.

In dialysepatiënten met maligne hypertensie en hypovolumie kan een duidelijke vermindering in
bloeddruk optreden.

Patiënten met een zeldzame erfelijke galactose intolerantie, Lapp lactase deficiëntie of glucose-
galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

In vitro fertilisatie
In enkele gevallen van in vitro fertilisatie is verband gelegd tussen het gebruik van calciumantagonisten
zoals nifedipine en reversibele biochemische veranderingen in het kopgedeelte van spermatozoën,
hetgeen kan resulteren in verminderd functioneren van het
sperma. Bij mannen die bij herhaling niet in staat waren tot bevruchting bij in vitro fertilisatie en er geen
andere verklaring kan worden gevonden, kan de oorzaak mogelijk bij calciumantagonisten zoals
nifedipine worden gevonden.

4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Nifedipine wordt gemetaboliseerd via cytochroom P450 3A4 (CYP450 3A4), dat in de darmmucosa en
de lever aanwezig is. Geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze dit enzym remmen of stimuleren
kunnen daardoor de absorptie (na orale toediening) of de eliminatie van nifedipine veranderen.

Stoffen die CYP450 3A4 induceren

Rifampicine
Rifampicine geeft een sterke inductie van CYP450 3A4. Bij toepassing in combinatie met rifampicine
wordt de biologische beschikbaarheid van nifedipine duidelijk verlaagd (verlaging van AUC met 95%)
en daarmee de werkzaamheid verminderd. Gelijktijdig gebruik van nifedipine met rifampicine is daarom
gecontraïndiceerd.

Fenytoïne
Fenytoïne induceert CYP450 3A4. Bij toepassing in combinatie met fenytoïne wordt de biologische
beschikbaarheid van nifedipine verlaagd (verlaging van AUC met ongeveer 70%) en daarmee de
werkzaamheid verminderd. Bij gelijktijdig gebruik van beide geneesmiddelen dient de klinische respons
te worden bewaakt en, zo nodig, een verhoging van de nifedipinedosis te worden overwogen. Indien de
nifedipinedosis is verhoogd bij gelijktijdige toediening van beide geneesmiddelen, dient bij staken van
de fenytoïnebehandeling een verlaging van de nifedipinedosis te worden overwogen.

RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
5
Stoffen die CYP450 3A4 remmen

Grapefruitsap
Grapefruitsap remt CYP450 3A4. Gelijktijdig gebruik van grapefruitsap met nifedipine heeft een
verhoogde plasmaconcentratie van nifedipine tot gevolg vanwege een verminderd first pass effect op
het geneesmiddel . Hierdoor kan de bloeddrukverlagende werking van nifedipine worden versterkt. Bij
regelmatig drinken van grapefruitsap kan dit effect nog tenminste drie dagen aanhouden na de laatste
nuttiging van grapefruitsap. Het drinken van grapefruitsap tijdens een behandeling met nifedipine wordt
afgeraden (zie ook rubriek 5.2).

Cimetidine
Door remming van CYP450 3A4 verhoogt cimetidine de plasmaconcentratie van nifedipine en kan het
antihypertensieve effect van nifedipine worden versterkt. Hiermee moet bij de behandeling van
hypertensie rekening worden gehouden.

Erytromycine, fluoxetine, proteaseremmers en azoolderivaten.
Er is geen klinisch onderzoek gedaan naar een mogelijke interactie tussen nifedipine en werkzame
stoffen die CYP450 3A4 remmen, zoals erytromycine, fluoxetine,
proteaseremmers (amprenavir, indinavir, nelfinavir, ritonavir, saquinavir) en azoolderivaten
(ketoconazol, itraconazol en fluconazol.) Van sommige van deze stoffen, zoals fluoxetine, indinavir en
ritonavir, is aangetoond dat zij in vitro het via CYP450 3A4 verlopende metabolisme van nifedipine
remmen. Indien de genoemde werkzame stoffen samen met nifedipine worden toegediend, kan een
substantiële verhoging van de biologische beschikbaarheid van nifedipine, vanwege een verminderd
first-pass metabolisme en verminderde eliminatie, worden verwacht. Bij gelijktijdige toediening dient de
bloeddruk te worden bewaakt en, indien nodig, een verlaging van de
nifedipinedosis te worden overwogen.

Andere interacties met nifedipine

Carbamazepine, fenobarbital en valproïnezuur
Van sommige werkzame stoffen is aangetoond dat ze door enzyminductie (carbamazepine,
fenobarbital) resp. enzymremming (valproïnezuur) invloed hebben op de plasmaconcentratie van de
structureel verwante calciumantagonist nimodipine. Daarom kan een toename of afname van de
plasmaconcentratie van nifedipine en daarmee een veranderde werkzaamheid niet worden uitgesloten.

Antihypertensiva
Het bloeddrukverlagende effect van nifedipine kan worden versterkt bij gelijktijdige toediening van
andere antihypertensiva.
Wanneer nifedipine gelijktijdig met -receptorblokkeerders wordt toegediend, moet de patiënt
zorgvuldig worden gecontroleerd, omdat ernstige hypotensie kan optreden. Ook kan verergering van
hartfalen optreden.

Kinidine
RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
6
Sommige onderzoeken melden verhoogde plasmaconcentraties van nifedipine bij gelijktijdige
toediening van nifedipine en kinidine, terwijl anderen geen veranderingen in de farmacokinetiek van
nifedipine waarnamen. Indien kinidine wordt toegevoegd aan een bestaande therapie met nifedipine,
dient de bloeddruk nauwkeurig te worden bewaakt. Zo nodig dient de nifedipinedosis te worden
verlaagd (zie ook subrubriek 'Effecten van Nifedipine retard PCH op andere werkzame stoffen').

Quinupristine/Dalfopristine
Gelijktijdige toediening van quinopristine/dalfopristine en nifedipine kan leiden tot verhoogde
plasmaconcentratie van nifedipine (Cmax-stijging met 33% t.o.v. placebo). Bij gelijktijdig gebruik van
beide geneesmiddelen dient de bloeddruk te worden bewaakt en, zo nodig, de nifedipinedosis te
worden verlaagd.

Diltiazem
Diltiazem vermindert de klaring van nifedipine. Bij gelijktijdig gebruik is voorzichtigheid geboden.
Verlaging van de nifedipinedosis kan worden overwogen.

Cisapride
Gelijktijdige toediening van cisapride en nifedipine zou kunnen leiden tot verhoogde plasmaconcentratie
van nifedipine. Bij gelijktijdig gebruik van beide geneesmiddelen dient de bloeddruk te worden bewaakt
en, zo nodig, de nifedipinedosis te worden verlaagd.

Digoxine
Gelijktijdige toediening van nifedipine en digoxine kan leiden tot gereduceerde digoxineklaring en
daardoor een toename in de plasmaconcentratie van digoxine. Als voorzorgsmaatregel moet de patiënt
daarom onderzocht worden op symptomen van overdosering met digoxine en, indien nodig, moet de
glycoside-dosis worden verlaagd, rekening houdend met de plasmaconcentratie van digoxine.

Kinidine
Toegepast in combinatie met nifedipine zijn in het plasma verlaagde concentraties van kinidine of na
onderbreking van de nifedipine-behandeling duidelijk verhoogde concentraties van kinidine
waargenomen in afzonderlijke gevallen. Derhalve wordt aanbevolen om de plasmaconcentratie van
kinidine te bewaken. Indien nodig wordt aanbevolen de kinidinedosis aan te passen wanneer
nifedipine-behandeling wordt toegevoegd aan, of onderbroken tijdens kinidine-therapie (zie ook
subrubriek 'Interacties die van invloed zijn op het gebruik van Nifedipine retard PCH').

Diureticum
Wanneer nifedipine aan een diuretische therapie wordt toegevoegd, kan tijdelijk een versterkt
saluretisch effect optreden en een pre-existente hypokaliëmie worden versterkt.

RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
7
Intraveneus magnesiumsulfaat
Voorzichtigheid moet in acht worden genomen indien nifedipine gelijktijdig toegediend wordt met
intraveneus magnesiumsulfaat. In afzonderlijke gevallen van gelijktijdig gebruik is neuromusculaire
blokkade waargenomen.

Tacrolimus
Van tacrolimus is aangetoond dat metabolisatie via CYP450 3A4 verloopt. Gepubliceerde gegevens
geven aan dat bij gelijktijdige toediening met nifedipine de dosering van tacrolimus in individuele
gevallen lager kan zijn. Bij gelijktijdige toediening van beide geneesmiddelen dienen de tacrolimus
plasmaconcentraties te worden gevolgd en, indien nodig, een verlaging van de tacrolimusdosis te
worden overwogen.

Geneesmiddelen die geen invloed hebben op Nifedipine retard PCH of die niet worden beïnvloed door
Nifedipine retard PCH

Gelijktijdige toediening van nifedipine met 100 mg acetylsalicylzuur, benazepril, candesartancilexetil,
doxazosine, omeprazol, orlistat, pantoprazol, ranitidine, rosiglitazon of triamtereen/hydrochloorthiazide
heeft geen effect op de farmacokinetiek van nifedipine.

Nifedipine in combinatie gegeven met 100 mg acetylsalicylzuur heeft geen invloed op het effect
acetylsalicylzuur op de plaatjes aggregatie en bloedingstijd.
Bij gelijktijdige toediening heeft nifedipine geen effect op de farmacokinetiek van candesartancilexetil,
cerivastatine en irbesartan.

Andere vormen van interactie

Nifedipine kan aanleiding geven tot vals-verhoogde spectrofotometrische waarden van
vanillylamandelzuur in de urine. Echter, bij de HPLC bepaling treedt geen interactie op.

4.6
Zwangerschap en borstvoeding

Over het gebruik van nifedipine tijdens de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens.
Tijdens dierproeven is reproductietoxiciteit waargenomen, bestaande uit embryotoxiciteit en teratogene
effecten bij toxische doseringen voor de moeder. Nifedipine is gecontraïndiceerd tijdens de
zwangerschap (zie ook rubriek 4.3).
Nifedipine dient niet te worden gebruikt door vrouwen die in de nabije toekomst zwanger wensen te
worden (zie ook rubriek 4.4).

Gebruik tijdens borstvoeding
Nifedipine gaat in geringe hoeveelheden over in de moedermelk. Of hierdoor een farmacologisch effect
bij de zuigeling kan optreden, is tot nu toe niet bekend; evenwel wordt als voorzorgsmaatregel
aanbevolen om de borstvoeding te staken.

RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
8
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen

Bij patiënten, waarbij duizeligheid, hoofdpijn, moeheid of misselijkheid optreden, kan het een
verminderd reactievermogen invloed hebben op het vermogen om te rijden of machines te bedienen.
Dit geldt in versterkte mate bij het begin van de behandeling, bij verandering van medicatie en bij
gelijktijdig alcoholgebruik.

4.8 Bijwerkingen

De frequentie van de bijwerkingen zijn geclassificeerd als zeer vaak (>10%); vaak (1-10%); soms (0.1-
1%); zelden (0.01-0.1%) of zeer zelden met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen
(<0.01%).
Bijwerkingen zijn vaak dosis-gerelateerd en komen het meest frequent voor in de eerste paar weken na
aanvang van de therapie.

Hart- en bloedvataandoeningen:
- Zeer vaak:
perifeer oedeem, blozen (roodkleuring van het gezicht)

- Vaak:
angina na abrupt stoppen met nifedipine, toegenomen frequentie of verslechtering van
angina, verergering van myocardiale ischemie inclusief myocardinfarct, palpitaties
(tachycardie ­ versnelde hartslag), congestief hartfalen, hypotensie, orthostatische
hypotensie.

- Soms:
ventriculaire aritmieën, geleidingsstoornissen, verergering van supraventriculaire
aritmieën, verminderde doorbloeding van vingers en tenen in patiënten met Raynaud's
syndroom.

- Zeer zelden: pulmonair oedeem, syncope, hartblokkade.

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen:
- Zeer zelden: pulmonair
oedeem

Maagdarmstelselaandoeningen:
- Vaak:
obstipatie, misselijkheid

- Soms:
oesophagus reflux bij patiënten met systemische sclerose, allergische hepatitis,
verhoogde portale druk bij patiënten met alcoholische cirrhose, tijdelijke verhoging van
leverenzymen.

- Zelden:
bezoars, hyperplasia gingivalis na langdurig gebruik, die volledig verdwijnt na staken
van het gebruik van nifedipine.

Zenuwstelselaandoeningen:
RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
9
- Soms:
paresthesieën van de extremiteiten (armen en benen), onbewuste vingerbewegingen.

- Zeer zelden: depressie.

Bloed- en lymfestelselaandoeningen:
- Zeer zelden: aplastische anemie, toename in serum concentratie van kalium wanneer nifedipine
wordt gecombineerd met propranolol.

Endocriene aandoeningen:
- Zelden:
gynaecomastie bij mannen boven 50 jaar; reversibel na staken van het gebruik.

Huid- en onderhuidaandoeningen:
- Zelden: huiduitslag.

- Zeer zelden: exfoliatieve dermatitis, Steven-Johnsons syndroom, erythema multifome, urticaria,
"fixed drug eruption", pemphigus, phototoxiciteit.

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen:
- Rare:
spierkramp.

Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen:
- Soms:
atrofisch endometrium.

- Zeer zelden: enuresis nocturna, acute, reversibele verslechtering van de nierfunctie bij patiënten
met chronische nierinsufficiëntie.

Oogaandoeningen:
- Soms:
oogreacties zoals oogpijn, tijdelijke visusstoornissen.

Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen:
- Zeer zelden: periorbitaal oedeem, tinnitus.

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
- Zeer vaak:
hoofdpijn, draaierigheid, licht gevoel in het hoofd, sensatie van druk in het hoofd.

- Vaak:
duizeligheid, vermoeidheid.

- Soms:
koorts in de eerste dagen na aanvang van de therapie.

RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
10
4.9 Overdosering

Klinische effecten
- Ernstige hypotensie door vasodilatatie, tachycardie of bradycardie zijn de meest waarschijnlijke
verschijnselen van overdosering.
- Metabolische storingen zoals hyperglycemie, metabole acidose en hypo- of hyperkaliëmie.
- Cardiale effecten zoals hartblokkade, AV dissociatie en asystolie en cardiogene shock met
pulmonair oedeem.
- Andere toxische effecten zijn misselijkheid, braken, sufheid, duizeligheid, verwarring, lethargie,
blozen, hypoxie, hoofdpijn, rode vlekken in het gezicht en bewusteloosheid tot het punt van
coma.


Behandeling
Eliminatie van het werkzaam bestanddeel en herstel van een stabiele cardiovasculaire toestand
hebben prioriteit. Bij orale inname is maagspoeling aangewezen, indien nodig gecombineerd met
doorspoelen van de dunne darm.

Vooral bij intoxicatie met producten met gereguleerde afgifte (Nifedipine retard PCH) dient de eliminatie
zo volledig mogelijk te zijn, ook uit de dunne darm, om de anders onvermijdelijke absorptie van het
werkzame bestanddeel te voorkomen.

Actieve koolstof dient eens per 4 uur gegeven te worden in een dosering van 25g voor volwassenen en
10g voor kinderen, indien nifedipine per ongeluk is ingenomen.

Hemodialyse is niet zinvol, omdat nifedipine zich niet laat dialyseren, maar plasmaferese is aanbevolen
(hoge plasma-eiwitbinding, relatief klein verdelingsvolume).

Bloeddruk, ECG, centrale arteriële druk, "pulmonary wedge pressure", ureum en elektrolieten dienen te
worden gecontroleerd.

Bradycardieën kunnen symptomatisch worden behandeld met atropine of met -sympathicomimetica,
zoals isoprenaline. Bij levensbedreigende bradycardie kan tijdelijk aanbrengen van een pacemaker
gewenst zijn.

RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
11
Hypotensie ten gevolge van cardiogene shock en arteriële vasodilatatie kan worden behandeld met
calcium (10-20 ml calciumgluconaat 10% langzaam i.v. toe te dienen en indien nodig herhalen). Als
resultaat kan het serum-calcium de bovengrens van de normaalwaarde bereiken of overschrijden.
Wanneer de effecten onvoldoende zijn, kan de behandeling worden voortgezet op geleide van ECG
met aanvullende -sympathicomimetica (bv. 0,2 mg isoprenaline langzaam i.v.; indien nodig als continu
infuus met 5 mg/min). Wanneer onvoldoende bloeddrukstijging wordt bereikt met calcium en
isoprenaline, worden additioneel vaatvernauwende sympathicomimetica, zoals dopamine of
noradrenaline toegediend. De dosering van deze stoffen wordt enkel en alleen bepaald door het
bereikte effect.

Aanvullen van het volume dient met zorg te worden uitgevoerd vanwege gevaar voor overbelasting van
het hart.


5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

ATC-code: C08CA05
Farmacotherapeutische categorie: calciumantagonisten

Nifedipine is een calciumantagonist en heeft een spasmolytisch effect op de vaatwand van met name
de coronairarteriën, waardoor het zuurstofaanbod aan de hartspier verbetert. Als arteriële vaatverwijder
verlaagt nifedipine de perifere weerstand, waardoor de perifere doorbloeding verbetert en de belasting
van het hart (afterload) vermindert. Hierdoor is Nifedipine Retard effectief bij angina pectoris en
hypertensie.
In een klinische studie werd het effect van Nifedipine retard tabletten met gereguleerde afgifte
onderzocht op de cardiovasculaire en cerebrovasculaire morbiditeit en mortaliteit.
Het primaire eindpunt was de combinatie van beroerte, myocardinfarct incl. plotselinge dood, hartfalen
en dood t.g.v. een andere cardiovasculaire oorzaak (composiet eindpunt).
RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
12
Dit gerandomiseerde, dubbelblinde, prospectieve onderzoek werd uitgevoerd bij een doorsnee-
populatie van patiënten met hypertensie, die naast een bloeddruk van 150/95 mm Hg of hoger of een
systolische bloeddruk ·· 160 mm Hg tenminste nog één extra cardiovasculaire risicofactor hadden. In
totaal werden 6321 patiënten (55-80 jaar) gedurende 3 tot 4,8 jaar behandeld met Nifedipine retard of
een standaard combinatie van diuretica (hydrochloorthiazide 25 mg + amiloride 5 mg). De resultaten
laten zien dat Nifedipine retard zowel een vergelijkbaar bloeddrukverlagend effect als een vergelijkbaar
primair preventief effect heeft op bovengenoemd gecombineerd eindpunt. Separate analyse van de
individuele eindpunten laat geringe verschillen in incidentie zien tussen de groep behandeld met
nifedipine resp. met diuretica betreffende beroerte (2,0% versus 2,3%), myocardinfarct (2,9% versus
2,7%) en dood t.g.v. een andere cardiovasculaire aandoening (0,4% versus 0,4%). De incidentie van
hartfalen toont een verschil tussen beide behandelingen (0,9% versus 0,3%). Gezien de opzet van de
studie kunnen aan de uitkomsten van de separate analyse geen vergaande conclusies worden
verbonden. Verder was het aantal gerapporteerde symptomatische bijwerkingen in de groep behandeld
met nifedipine hoger dan in de controle groep. Dit kon vooral worden toegeschreven aan een
toegenomen incidentie van perifere oedemen. Het aantal ernstige bijwerkingen, alsmede het aantal
gerapporteerde metabool gerelateerde bijwerkingen als hypokaliëmie, hyponatriëmie en hyperuremie
was in de groep behandeld met nifedipine lager.

5.2 Farmacokinetische
gegevens

Absorptie
Nifedipine wordt snel en vrijwel volledig geabsorbeerd (>90%). De biologische beschikbaarheid is
ongeveer 40-60%.
De galenische formulering van de Nifedipine retard is van dien aard, dat de werkzame stof over een
periode van 16 tot 18 uur in een praktisch constante snelheid in de darm wordt afgegeven. Op grond
hiervan kan worden volstaan met een éénmaal daagse dosering. Een nagenoeg constante
afgiftesnelheid geeft een relatief constante concentratie van werkzame stof in het plasma zonder grote
verschillen tussen maximale en minimale spiegels.
De Nifedipine retard PCH tabletten vereisen een zekere aanlooptijd (2-4 uur) voordat de werkzame stof
kan ontsnappen uit de tablet.
Verder ondergaat de werkzame stof, zoals bij alle orale toedieningen, een first pass-effect.
Steady-state-concentraties worden reeds na inname van de tweede Nifedipine retard PCH-tablet
bereikt.

Grapefruitsap vermindert het first-pass effect op nifedipine bij gelijktijdig gebruik (zie ook rubriek 4.5).
De farmacokinetiek van nifedipine in de vorm van de Nifedipine retard PCH tablet is in het
doseringsbereik van 30 mg tot 180 mg lineair.
Op basis van de resultaten van de bioequivalentiestudies kunnen de Nifedipine retard PCH 30 mg en
60 mg tabletten zondermeer als bioequivalent worden beschouwd met het referentieproduct Adalat
OROS, zowel nuchter als na een maaltijd.
RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
13
Aangezien het is aangetoond dat Nifedipine retard PCH tabletten bioequivalent zijn met het nifedipine
bevattende product Adalat OROS, zijn de Nifedipine retard PCH tabletten te allen tijde uitwisselbaar
met Adalat OROS tabletten.

Distributie
Zowel nifedipine als de metabolieten ervan, zijn in het plasma voor het grootste deel (92-98%) aan
eiwitten gebonden.

Biotransformatie
Nifedipine ondergaat een first-pass metabolisme door de lever van 30-40%.
Nifedipine wordt vrijwel geheel (> 90%) gemetaboliseerd; circa 70-80% wordt met de urine
uitgescheiden.
De twee belangrijkste metabolieten zijn de pyridine-3-carbonzuur-metaboliet en een 2-hydroxymethyl-
pyridine-3-carbonzuur-metaboliet of afhankelijk van de pH hiervan de lactonvorm. De metabolieten zijn
farmacologisch inactief en niet toxisch.

Eliminatie
Nifedipine heeft een korte halfwaardetijd van ongeveer 2-4 uur. Na afgifte en absorptie van de laatste
dosis neemt de plasmaconcentratie af met dezelfde eliminatiehalfwaardetijd als waargenomen bij orale
formuleringen.
Bij patiënten met een leverfunctiestoornis is de eliminatiehalfwaardetijd duidelijk verlengd en de totale
klaring verlaagd. In ernstige gevallen kan een dosisverlaging noodzakelijk zijn.

5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig
van conventionele studies op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering,
genotoxiciteit en carcinogeen potentieel.

Tijdens studies in muizen, ratten en konijnen werden in sommige gevallen teratogene effecten en
embryotoxiciteit geïnduceerd bij doses die toxisch waren voor de moeder.


RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
14
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1
Lijst van hulpstoffen

carbomeer, colloidaal siliciumdioxide (E551), hypromellose (E464), lactosemonohydraat,
magnesiumstearaat (E572), methacrylzuur copolymeer, macrogol, povidon (E1201), rood ijzeroxide
(E172), talk (E553b), titaandioxide (E171)

6.2
Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar

6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de originele verpakking.

6.5
Aard en inhoud van de verpakking

Kartonnen vouwdoosje met doordrukstrips bestaande uit: PVC/PVDC en aluminiumfolie.
Nifedipine retard 60 mg PCH is verkrijgbaar als tabletten met gereguleerde afgifte in een verpakking
van 28, 30, 60 of 90 tabletten en in eenheidsafleververpakking van 50 stuks.
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten.

7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Pharmachemie B.V.
Swensweg 5
Postbus 552
2003 RN Haarlem


8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 100104 ­ Nifedipine retard 60 mg PCH, tabletten met gereguleerde afgifte

RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV

NIFEDIPINE RETARD 60 MG PCH
Tabletten met gereguleerde afgifte

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 10 december 2007
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
15

9.
DATUM VAN EERSTE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING

04 september 2007


10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 6.5: 4 juni 2008





1207.4v.TV
RVG100104_1.3.1_1207.4v.TV





« Vorige

[Nifedipine retard 30 mg PCH, tabletten met gereguleerde afgifte]

Volgende »

[Nifedipine retard 60 mg PCH, tabletten met gereguleerde afgifte]