Norditropin SimpleXx 15 mg/1,5 ml, oplossing voor injectie
Registratienummer: RVG 24225
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Norditropin SimpleXx 5mg/1,5ml, oplossing voor injectie
Norditropin SimpleXx 10 mg/1,5ml, oplossing voor injectie
Norditropin SimpleXx 15 mg/1,5ml, oplossing voor injectie
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Norditropin SimpleXx 5 mg/1,5ml
Een ml oplossing bevat 3,3 mg
somatropine Norditropin SimpleXx 10 mg/1,5ml
Een ml oplossing bevat 6,7 mg somatropine
Norditropin SimpleXx 15 mg/1,5ml
Een ml oplossing bevat 10 mg somatropine
Somatropine (van recombinant-DNA-oorsprong, geproduceerd in E-coli)
1 mg somatropine komt overeen met 3 IE (Internationale Eenheden) somatropine
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie
Heldere, kleurloze oplossing
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Kinderen:
Vertraagde groei ten gevolge van onvoldoende groeihormoon productie
Vertraagde groei bij meisjes ten gevolge van gonadale disgenesie (syndroom van Turner)
Vertraagde groei bij prepuberale kinderen ten gevolge van chronische nierziekte.
Groeistoornissen bij kleine kinderen (huidige lengte SDS < -2,5 en met een voor de ouderlengte
gecorrigeerde lengte SDS < -1), die bij de geboorte te klein of te licht zijn voor de duur van de
zwangerschap (SGA / small for gestational age), met een geboortegewicht en/of -lengte minder dan -2
SD en die op een leeftijd van 4 jaar of later nog geen inhaalgroei hebben vertoond (groeisnelheid SDS
< 0 gedurende het laatste jaar).
Volwassenen:
Duidelijk aanwezige groeihormoondeficiëntie bij personen met een bekende hypothalamus-/hypofyse-
afwijking (een andere asdeficiëntie dan prolactine), aangetoond middels een provocatietest, nadat
adequate substitutietherapie voor elke andere deficiënte as heeft plaatsgevonden.
Groeihormoondeficiëntie vanaf de jeugd, die is herbevestigd met behulp van twee provocatietests.
1
Bij volwassenen verdient de insulinetolerantietest de eerste keus als diagnostische test. Indien de
insulinetolerantietest is gecontraïndiceerd, moeten andere provocatietests worden uitgevoerd; hierbij
wordt aanbevolen gebruik te maken van een gecombineerde arginine-groeihormoon releasing
hormoon-test. Eveneens kan een argininetest of een glucagontest worden overwogen; deze beide testen
bezitten evenwel een geringere diagnostische waarde dan de insulinetolerantie-test.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Norditropin dient uitsluitend te worden voorgeschreven door artsen met specialistische kennis van de
therapeutische indicaties.
De dosering is individueel en dient altijd te worden aangepast in overeenstemming met de klinische en
biochemische respons van de persoon in kwestie op de behandeling.
Algemeen aanbevolen doseringen:
Kinderen:
Groeihormoondeficiëntie
25-35g/kg/dag of 0,7-1,0 mg/m2/dag
Gelijk aan: 0,07-0,1 IE/kg/dag (2-3 IE/m2/dag)
Syndroom van Turner
45-67g/kg/dag of 1,3-2,0 mg/m2/dag
Gelijk aan: 0,13-0,2 IE/kg/dag (3,9-6 IE/m2/dag)
Chronische nierziekte
50g/kg/dag of 1,4 mg/m2/dag
Gelijk aan: 0,14 IE/kg/dag (4,3 IE/m2/dag)
Te klein voor de duur van de zwangerschap (SGA)
35g/kg/dag of 1,0 mg/m2/dag
Gelijk aan: 0,1 IE/kg/dag (3 IE/m2/dag)
Een dosis van 0,035 mg/kg/dag wordt gewoonlijk aanbevolen tot de eindlengte is bereikt, zie rubriek
5.1.
De behandeling dient te worden onderbroken, als de verandering van de groeisnelheid-SDS,
voorafgaand aan de behandeling tot aan het eind van het eerste jaar van behandeling, kleiner is dan +1.
De behandeling dient te worden onderbroken als de groeisnelheid < 2 cm/jaar is en, als bevestiging
noodzakelijk is, botleeftijd > 14 jaar (meisjes) of > 16 jaar (jongens) is, overeenkomend met het
sluiten van de epifysairschijven.
Volwassenen:
Suppletietherapie bij volwassenen
De dosering moet worden aangepast aan de individuele behoefte van de patiënt. Het wordt aanbevolen
de behandeling te beginnen met een lage dosis van 0,1 - 0,3 mg/dag (overeenkomend met 0,3 - 0,9
IE/dag). Het wordt aanbevolen de dosering geleidelijk per maand te verhogen, afhankelijk van de
klinische respons en de door de patiënt ervaren bijwerkingen. Serum insulin-like growth factor I (IGF-
1) kan gebruikt worden als richtlijn om de dosis aan te passen. De doseringsbehoefte neemt af met het
ouder worden.
De onderhoudsdoseringen kunnen per patiënt aanzienlijk verschillen, maar zullen vrijwel nooit een
dosis van 1,0 mg/dag (overeenkomend met 3 IE/dag) overschrijden.
In het algemeen wordt aanbevolen de dagelijkse subcutane dosis `s avonds toe te dienen. De plaats van
de injectie moet worden gewisseld om lipoatrofie te voorkomen.
2
4.3 Contra-indicaties Iedere aanwijzing voor een actieve maligne tumor.
Intracraniële nieuwvormingen moeten
inactief zijn en tumorbehandeling moet zijn voltooid voordat de
groeihormoontherapie wordt begonnen.
Zwangerschap en borstvoeding, zie 4.6.
Patiënten met een acute kritische aandoening, die leiden aan complicaties ten gevolge van een open
hartoperatie, buikoperatie, meervoudig trauma ten gevolge van een ongeval, acute
ademhalingsstoornis of vergelijkbare aandoeningen, dienen niet te worden behandeld met Norditropin.
Overgevoeligheid voor somatropine of één van de hulpstoffen.
Bij kinderen met chronische nierziekte dient de behandeling met Norditropin SimpleXx te worden
gestaakt bij niertransplantatie.
4.4 Bijzondere
waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik
Kinderen die met Norditropin SimpleXx worden behandeld dienen regelmatig te worden onderzocht
door een arts met specialistische kennis van groei bij kinderen. De behandeling met Norditropin
SimpleXx dient alleen te worden gestart door artsen met specialistische kennis van
groeihormoondeficiëntie en de behandeling hiervan. Dit geldt ook voor de behandeling van het
syndroom van Turner, van chronische nierziekte en van kinderen die te klein zijn voor de duur van de
zwangerschap (SGA). Er zijn geen gegevens beschikbaar over de te verwachten eindlengte bij het
gebruik van Norditropin bij kinderen met chronische nierziekte.
Stimulatie van de groei van het skelet kan bij kinderen alleen worden verwacht zolang de
epifysairschijven niet gesloten zijn.
De dosering bij kinderen met chronische nierziekte is individueel en dient te worden aangepast op
basis van de individuele respons op de behandeling. De groeistoornis dient duidelijk te zijn vastgesteld
vóór behandeling met Norditropin SimpleXx door het volgen van de groei tijdens een optimale
behandeling van de nieraandoening gedurende meer dan 1 jaar. Conservatieve behandeling van uremie
met de gebruikelijke medicatie en zo nodig met dialyse dient te worden gehandhaafd tijdens de
behandeling met Norditropin SimpleXx.
Patiënten met een chronische nierziekte vertonen gewoonlijk een afname in nierfunctie als onderdeel
van het natuurlijke beloop van hun ziekte. Tijdens de behandeling met Norditropin SimpleXx dient
men echter uit voorzorg te letten op een excessieve afname van de nierfunctie, of een toename in de
glomerulaire filtratiesnelheid (die kan duiden op hyperfiltratie).
Bij kleine kinderen die te klein voor de duur van de zwangerschap geboren zijn (SGA), moeten andere
medische oorzaken of behandelingen, die de groeistoornis zouden kunnen verklaren, uitgesloten
worden voor aanvang van de behandeling.
Gezien het effect van somatropine op het koolhydraatmetabolisme, dienen patiënten gecontroleerd te
worden op symptomen van glucose-intolerantie.
Bij kinderen met het syndroom van Turner en bij kinderen die te klein voor de duur van de
zwangerschap geboren zijn (SGA), wordt aanbevolen de nuchtere
insuline en bloedglucose te meten
voor aanvang van de behandeling en jaarlijks daarna. Bij patiënten met een verhoogd risico op
diabetes mellitus (bijvoorbeeld diabetes in de familie, obesitas, ernstige insulineresistentie, acanthosis
nigricans) dient een orale glucosetolerantietest (OGTT) te worden uitgevoerd. Indien diabetes wordt
geconstateerd, dient groeihormoon niet te worden toegediend.
3
Bij kinderen met het syndroom van Turner en bij kinderen die te klein voor de duur van de
zwangerschap geboren zijn (SGA), wordt aanbevolen de IGF-1 spiegel te meten voor aanvang van de
behandeling en twee maal per jaar nadien. Als bij herhaalde meting de IGF-1 spiegels +2 SD
overschrijden in vergelijking tot de referentiewaarden voor leeftijd en puberteitsstadium, dient de dosis
te worden verminderd om een IGF-1 spiegel te verkrijgen die binnen het normale bereik ligt.
Ervaring met aanvang van groeihormoonbehandeling bij SGA kinderen rond de start van de puberteit
is beperkt. Het wordt daarom niet aanbevolen te starten met groeihormoonbehandeling rond de start
van de puberteit.
Ervaring met kinderen met het Silver-Russell syndroom is beperkt.
Een gedeelte van de lengtewinst die is behaald bij groeihormoonbehandeling van SGA kinderen kan
verloren gaan, als de behandeling wordt gestopt voordat de eindlengte is bereikt.
Gedurende de behandeling met Norditropin SimpleXx kan de serumspiegel van thyroxine dalen als
gevolg van een verhoogde perifere dejodering van T4 naar T3.
Bij patiënten met een progressief ontwikkelende aandoening van de hypofyse kan zich hypothyreoïdie
ontwikkelen.
Patiënten met het syndroom van Turner hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van primaire
hypothyreoïdie, die met anti-thyreoid antilichamen in verband wordt gebracht. Aangezien
hypothyreoïdie de werking van Norditropin SimpleXx beïnvloedt, dient de schildklierfunctie
regelmatig te worden gecontroleerd en moet zo nodig een behandeling worden ingesteld met
schildklierhormoon.
Controle van de groei van handen en voeten wordt aanbevolen bij patiënten met het syndroom van
Turner, die behandeld worden met groeihormoon, en indien versterkte groei wordt waargenomen dient
een dosisvermindering naar het laagste segment van het doseringsgebied te worden overwogen.
Meisjes met het syndroom van Turner hebben over het algemeen een verhoogd risico van otitis media,
vandaar dat wordt aanbevolen ten minste een maal per jaar een otologisch onderzoek te verrichten.
Bij patiënten die met
insuline worden behandeld kan het nodig zijn de insulinedosering aan te passen
na aanvang van de behandeling met Norditropin SimpleXx.
Patiënten met een groeihormoontekort als gevolg van een intracraniële laesie, dienen herhaaldelijk
onderzocht te worden op voortschrijden of terugkeren van het onderliggende ziekteproces.
Leukemie is gerapporteerd bij een klein aantal patiënten met groeihormoondeficiëntie, waarvan
sommige patiënten werden behandeld met somatropine. Op basis van wereldwijde beoordeling
gedurende 10 jaar is er geen verhoogd risico op het ontwikkelen van leukemie tijdens behandeling met
somatropine. Bij patiënten in volledige remissie van een tumor of maligne aandoening is de
behandeling met groeihormoon niet in verband gebracht met een verhoogde kans op terugkeer van de
aandoening. Desondanks dienen patiënten, die een volledige remissie van een maligne aandoening
hebben bereikt, nauwgezet te worden gecontroleerd op eventuele terugkeer van deze aandoening nadat
de behandeling met Norditropin SimpleXx is gestart.
Scoliose kan bij ieder snelgroeiend kind verergeren. Tekenen van scoliose moeten worden
gecontroleerd gedurende de behandeling. Groeihormoonbehandeling heeft echter geen toename van de
incidentie of ernst van scoliose laten zien.
In het geval van ernstige of terugkerende hoofdpijn, visus problemen, misselijkheid en/of braken,
wordt aanbevolen een funduscopie uit te voeren om papil-oedeem uit te sluiten. Indien papil-oedeem
wordt bevestigd, moet het bestaan van goedaardige intracraniële hypertensie worden overwogen en
dient, indien nodig, de groeihormoontherapie te worden onderbroken.
4
Op dit moment zijn er onvoldoende gegevens om aan te geven hoe het klinisch beleid moet zijn
wanneer de intracraniële hypertensie weer is verdwenen. Indien de groeihormoontherapie wordt
hervat, is een zorgvuldige begeleiding en controle op symptomen van intracraniële hypertensie
noodzakelijk.
Groeihormoondeficiëntie bij volwassenen is een levenslang durende aandoening, die ook levenslang
behandeld dient te worden. Er dient echter rekening mee gehouden te worden dat er nog slechts
beperkt ervaring is opgedaan bij patiënten ouder dan 60 jaar en bij volwassenen, die gedurende een
periode van langer dan vijf jaar werden behandeld voor groeihormoondeficiëntie.
In twee placebo-gecontroleerde klinische studies bij patiënten in intensive care afdelingen is een
verhoogde mortaliteit aangetoond bij patiënten, die lijden aan een acute kritische aandoening ten
gevolge van complicaties van open hartoperatie, buikoperatie, meervoudig trauma ten gevolge van een
ongeval of acute ademhalingsstoornis, die werden behandeld met een hoge dosering somatropine (5,3
8 mg/dag). De veiligheid van het continueren van behandeling met groeihormoon bij patiënten bij
wie een vervangingsdosis wordt toegediend voor de goedgekeurde indicaties, die gelijktijdig lijden
aan deze aandoeningen, is niet vastgesteld. Derhalve dient het mogelijke voordeel van continuering
van de behandeling met groeihormoon bij patiënten met een acute kritische aandoening te worden
afgewogen tegen het mogelijke risico.
Uit een open-label, gerandomiseerde klinische studie (doseringsgebied 45-90 µg/kg/dag) onder
patiënten met syndroom van Turner bleek een tendens tot een dosisafhankelijk risico voor otitis
externa en otitis media. De toename van oorinfecties leidde niet tot meer ooroperaties/het vaker
plaatsen van buisjes vergeleken met de groep die een lagere dosis ontving bij deze studie.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Gelijktijdige behandeling met glucocorticoïden kan de groei vertragen en daardoor de
groeibevorderende werking van Norditropin SimpleXx tegenwerken. Het effect van groeihormoon op
de eindlengte kan ook worden beïnvloed door aanvullende behandeling met andere hormonen,
bijvoorbeeld gonadotropine, anabole steroïden, oestrogeen en schildklierhormoon.
4.6 Zwangerschap
en
borstvoeding
Op dit moment is er onvoldoende bekend over de veiligheid van somatropinegebruik tijdens de
zwangerschap. De mogelijkheid dat somatropine wordt uitgescheiden in moedermelk kan niet worden
uitgesloten.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen Geen invloed op de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Patiënten met groeihormoondeficiëntie worden gekarakteriseerd door extracellulair volumetekort. Als
met de behandeling met somatropine wordt aangevangen wordt dit tekort gecorrigeerd. Vochtretentie
met perifeer oedeem kan optreden met name bij volwassenen. Carpale tunnel-syndroom treedt soms
op, maar kan voorkomen bij volwassenen. De symptomen zijn meestal van voorbijgaande aard en
afhankelijk van de dosering en kunnen geleidelijke verlaging van de dosering vereisen.
Lichte arthralgie, spierpijn en paresthesie kunnen optreden, maar deze klachten gaan meestal vanzelf
voorbij.
Bij kinderen treden bijwerkingen soms of zelden op.
5
Ervaring in klinische studies:
Orgaan-
Zeer vaak (>1/10) Vaak
>1/100;
Soms >1/1000;
Zelden
systeemklassen
<1/10
<1/100
>1/10.000;
<1/1000
Voedings- en
Bij volwassenen
stofwisselingsstoor-
diabetes mellitus
nissen
type 2 (zie Ervaring
na toelating op de
geneesmiddelen-
markt)
Zenuwstelsel-
Bij volwassenen
Bij volwassenen
aandoeningen
hoofdpijn en
carpale tunnel-
paraesthesie
syndroom. Bij
kinderen hoofdpijn.
Huid- en onderhuid-
Bij volwassenen
Bij kinderen
aandoeningen
pruritus
aspecifieke
uitslag
Skeletspierstelsel-,
Bij volwassenen
Bij volwassenen
Bij kinderen
bindweefsel- en
arthralgie,
spierstijfheid
arthralgie en
botaandoeningen
gewrichtsstijfheid
myalgie
en myalgie
Algemene
Bij volwassenen
Bij volwassenen en Bij kinderen
aandoeningen en
perifeer oedeem
kinderen pijn op de perifeer oedeem
aandoeningen van
(zie tekst
injectieplaats. Bij
de toedieningsplaats hierboven)
kinderen
aspecifieke reactie
op de injectieplaats.
Bij kinderen met syndroom van Turner is een versterkte groei van handen en voeten tijdens
behandeling met groeihormoon gemeld.
Bij één open-label gerandomiseerde klinische studie werd bij patiënten met het syndroom van Turner
die met hoge doses Norditropin werden behandeld een tendens tot een verhoogde incidentie van otitis
media waargenomen. De toename van oorinfecties leidde echter niet tot meer ooroperaties/het vaker
plaatsen van buisjes vergeleken met de groep die een lagere dosis ontving bij deze studie.
Ervaring na toelating op de geneesmiddelenmarkt:
Zeer zelden zijn gevallen van overgevoeligheidsreacties gerapporteerd (zie rubriek 4.3).
Vorming van antilichamen tegen somatropine is zelden waargenomen gedurende behandeling met
Norditropin. De titers en bindingscapaciteit van deze antilichamen zijn zeer gering gebleken en hebben
de groeirespons op Norditropin niet gehinderd.
Zeer zelden is een verlaging van de plasmaspiegel van thyroxine gerapporteerd gedurende behandeling
met Norditropin, zie rubriek 4.4. Gedurende behandeling met Norditropin kan een verhoogde
alkalische fosfatase-spiegel in het bloed worden waargenomen.
6
Bij kinderen die met groeihormoon behandeld werden, zijn epifysiolyse van de femurkop en de ziekte
van Legg-Calvé-Perthes gerapporteerd. Epifysiolyse van de femurkop kan frequenter voorkomen bij
patiënten met endocriene aandoeningen. De ziekte van Legg-Calvé-Perthes kan frequenter voorkomen
bij personen die een kleine gestalte hebben. Het is niet bekend of de frequentie van deze medische
condities hoger ligt bij kinderen die met groeihormoon worden behandeld. Deze aandoeningen kunnen
zich openbaren in de vorm van mank lopen of pijnklachten aan heup of knie. Artsen en ouders dienen
alert te zijn op deze mogelijkheid.
Zeer zelden is goedaardige intracraniële hypertensie gerapporteerd.
Zeer zelden is diabetes mellitus type 2 gerapporteerd, maar in het merendeel van de beschikbare
literatuur wordt geen verhoogde incidentie of diabetes aangetoond die verband houdt met behandeling
met somatropine.
4.9 Overdosering Informatie over overdosering en vergiftiging ontbreekt.
Acute overdosering kan in eerste instantie leiden tot hypoglycaemie en vervolgens tot hyperglycaemie.
De verlaagde bloedglucosespiegels werden biochemisch vastgesteld, maar zonder dat klinische
verschijnselen van hypoglycaemie werden waargenomen. Langdurige overdosering kan leiden tot de
klinische verschijnselen en symptomen, zoals die bekend zijn bij een teveel aan humaan
groeihormoon.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen Farmacotherapeutische categorie: Somatropine en somatropine-agonisten. ATC-code: H01AC01.
Norditropin SimpleXx bevat somatropine; dit is humaan groeihormoon, geproduceerd met behulp van
recombinant DNA-technologie. Het is een anabool peptide bestaande uit 191 aminozuren dat wordt
gestabiliseerd door twee zwavelbruggen en met een molecuulgewicht van ongeveer 22.000 Dalton.
De hoofdwerking van somatropine is het stimuleren van bot- en somatische groei. Daarnaast heeft het
een belangrijke invloed op metabole processen in het lichaam.
Indien groeihormoondeficiëntie wordt behandeld, treedt een normalisering van de
lichaamssamenstelling op met als resultaat een toename van het vetvrije weefsel en een afname van de
vetmassa.
Somatropine oefent de meeste effecten uit via insulin-like growth factor I (IGF-1), dat in weefsels in
het hele lichaam, maar voornamelijk in de lever geproduceerd wordt.
Meer dan 90% van het IGF-1 wordt gebonden aan bindingseiwitten (IGFBP) waarvan IGFBP-3 de
belangrijkste is.
Het lipolytisch en eiwitsparend effect van het hormoon is van bijzonder belang tijdens stress.
Somatropine verhoogt ook de botomzetting meetbaar via een verhoging van de plasmaspiegels van
biochemische bot-"markers". Bij volwassenen treedt een geringe afname van de botmassa op
gedurende de eerste maanden van de behandeling met somatropine als gevolg van toegenomen
botresorptie, maar bij voortzetten van de behandeling neemt de botmassa toe.
7
In klinisch onderzoek bij kleine kinderen die te klein voor de duur van de zwangerschap geboren zijn
(SGA), zijn doseringen van 0,033 - 0,067 mg/kg/dag gebruikt voor de behandeling tot eindlengte. Bij
56 patiënten die continue werden behandeld en die (bijna) de eindlengte hebben bereikt, is de
gemiddelde lengteverandering vanaf de start van de behandeling +1,90 SDS (0,033 mg/kg/dag) en +
2,19 SDS (0,067 mg/kg/dag). Literatuurgegevens over onbehandelde kinderen zonder vroege spontane
catch-up groei suggereren een late groei van 0,5 SDS. Langetermijn veiligheidsgegevens zijn nog
beperkt.
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Na intraveneuze infusie van Norditropin (33 ng/kg/min gedurende 3 uur) bij negen
groeihormoondeficiënte patiënten, werden de volgende waarden gevonden: de plasmahalfwaardetijd
was 21,1 ± 1,7 min., de metabole klaringssnelheid was 2,33 ± 0,58 ml/kg/min. en het
verdelingsvolume was 67,6 ± 14,6 ml/kg.
Subcutane injectie van Norditropin SimpleXx (2,5 mg/m²) bij 31 gezonde personen (bij wie de
endogene somatropine was onderdrukt door continue infusie van somatostatine) gaf het volgende
resultaat:
Een maximale concentratie van humaan groeihormoon (42-46 ng/ml) na ongeveer 4 uur. Daarna
daalde de concentratie van humaan groeihormoon met een halfwaardetijd van ongeveer 2,6 uur.
Daarnaast werd aangetoond dat de verschillende sterktes van Norditropin SimpleXx onderling
bioequivalent zijn en bioequivalent zijn met conventionele Norditropin na subcutane injectie bij
gezonde personen.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek De algemene farmacologische effecten op het centrale zenuwstelsel, op het cardiovasculaire systeem
en op het ademhalingssysteem na toediening van Norditropin SimpleXx zijn onderzocht bij muizen en
ratten. Dit onderzoek is uitgevoerd met Norditropin SimpleXx, nadat het product al dan niet versneld
was ontleed. Ook de nierfunctie werd onderzocht. Het ontlede product vertoonde geen verschillen in
vergelijking met Norditropin SimpleXx en Norditropin. Bij alle drie preparaten werd de verwachte
dosisafhankelijke afname van het urinevolume en retentie van natrium- en chloride-ionen
waargenomen.
Bij ratten zijn gelijke farmacokinetische eigenschappen tussen Norditropin SimpleXx en Norditropin
aangetoond. Ook is de bioequivalentie aangetoond van ontlede Norditropin SimpleXx ten opzichte van
niet ontlede Norditropin SimpleXx.
Bij het uitvoeren van enkelvoudige en herhaalde dosis-toxiciteitsonderzoeken en lokale
tolerantiestudies is noch van Norditropin SimpleXx noch van het ontlede product enig toxisch effect of
beschadiging van spierweefsel aangetoond.
De toxiciteit van poloxameer 188 is onderzocht bij muizen, ratten, konijnen en honden. Daarbij zijn
geen toxicologisch relevante verschijnselen opgetreden. Poloxameer 188 wordt snel geabsorbeerd van
de injectieplaats, waarbij geen significante hoeveelheid achterblijft op de injectieplaats. Poloxameer
188 wordt voornamelijk via de urine uitgescheiden.
8
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst
van
hulpstoffen
Mannitol Histidine
Poloxameer188
Fenol
Water voor injecties
Zoutzuur voor aanpassing van de pH
Natriumhydroxide voor aanpassing van de pH.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid In verband met het ontbreken van onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met
andere geneesmiddelen gemengd worden.
6.3 Houdbaarheid Norditropin SimpleXx 5mg/1,5ml en 10mg/1,5ml:
De houdbaarheid is 2 jaar.
Na eerste gebruik: maximaal 28 dagen bewaren in een koelkast (2°C 8°C). Ook kan
het
geneesmiddel maximaal 21 dagen bewaard worden bij een temperatuur beneden 25°C.
Norditropin SimpleXx 15 mg/1,5ml:
De houdbaarheid is 2 jaar.
Na eerste gebruik: maximaal 28 dagen bewaren in een koelkast (2°C 8°C).
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Norditropin SimpleXx 5mg/1,5ml en 10mg/1,5ml:
Voor het in gebruik nemen: bewaren in een koelkast (2°C 8°C) in de originele verpakking, ter
bescherming tegen licht. Niet bevriezen.
Tijdens het gebruik kan het product maximaal 28 dagen in een koelkast (2°C 8°C) worden bewaard,
of maximaal 21 dagen worden bewaard bij een temperatuur beneden 25°C. Bewaar de patroon tijdens
gebruik in de pen (NordiPen). Niet bevriezen.
Norditropin SimpleXx 15 mg/1,5ml:
Voor het in gebruik nemen: bewaren in een koelkast (2°C 8°C) in de originele verpakking, ter
bescherming tegen licht. Niet bevriezen.
Tijdens het gebruik kan het product maximaal 28 dagen in een koelkast (2°C 8°C) worden bewaard.
Bewaar de patroon tijdens gebruik in de pen (NordiPen). Niet bevriezen.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
Norditropin SimpleXx 5 mg/1,5 ml:
5 mg in 1,5 ml oplossing in een patroon (type 1 glas), aan de onderzijde afgesloten met een rubber
stop (Type I rubber afsluitingen) in de vorm van een zuiger en aan de bovenzijde met een
gelamineerde rubber schijfvormige stop (Type I rubber afsluitingen) in combinatie met een
aluminium afsluitkapje. Het aluminium afsluitkapje is voorzien van een gekleurde dop (oranje).
Verpakkingsgrootte van 1, 3 en 5 patronen.
9
Norditropin SimpleXx 10 mg/1,5 ml:
10 mg in 1,5 ml oplossing in een patroon (type 1 glas), aan de onderzijde afgesloten met een rubber
stop (Type I rubber afsluitingen) in de vorm van een zuiger en aan de bovenzijde met een
gelamineerde rubber schijfvormige stop (Type I rubber afsluitingen) in combinatie met een aluminium
afsluitkapje. Het aluminium afsluitkapje is voorzien van een gekleurde dop (blauw).
Verpakkingsgrootte van 1, 3 en 5 patronen.
Norditropin SimpleXx 15 mg/1,5 ml:
15 mg in 1,5 ml oplossing in een patroon (type 1 glas), aan de onderzijde afgesloten met een rubber
stop (Type I rubber afsluitingen) in de vorm van een zuiger en aan de bovenzijde met een
gelamineerde rubber schijfvormige stop (Type I rubber afsluitingen) in combinatie met een aluminium
afsluitkapje. Het aluminium afsluitkapje is voorzien van een gekleurde dop (groen).
Verpakkingsgrootte van 1, 3 en 5 patronen.
De patronen zijn in blisterverpakking in een doos verpakt.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies De patiënt dient zijn handen goed te wassen met water en zeep en/of met een desinfecterend middel
alvorens Norditropin te gebruiken. Norditropin dient slechts zeer voorzichtig te worden omgezwenkt.
Norditropin SimpleXx 5 mg/1,5 ml, 10 mg/1,5 ml en 15 mg/1,5 ml dienen uitsluitend te worden
voorgeschreven voor gebruik in combinatie met de bijbehorende NordiPen (respectievelijk NordiPen
5, 10 en 15).
Norditropin SimpleXx mag niet worden gebruikt indien de groeihormoonoplossing voor injectie niet
helder en kleurloos is.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Novo Nordisk B.V.
Flemingweg 18
2408 AV Alphen aan den Rijn
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Norditropin SimpleXx 5 mg/1,5 ml: RVG 24223
Norditropin SimpleXx 10 mg/1,5 ml: RVG 24224
Norditropin SimpleXx 15 mg/1,5 ml: RVG 24225
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
Datum eerste verlening:
18 oktober 1999
Datum hernieuwing:
15 januari 2009
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste volledige herziening: 04 januari 2010
10