Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Omeprazol 40 mg PCH, poeder voor oplossing voor infusie

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 34735
Registratiehouder: Pharmachemie



OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Omeprazol 40 mg PCH, poeder voor oplossing voor infusie


2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke injectieflacon met poeder voor oplossing voor infusie bevat 42,6 mg omeprazolnatrium
overeenkomend met 40 mg omeprazol. 1 ml gereconstitueerde oplossing voor infusie bevat 0,426 mg
omeprazolnatrium, overeenkomend met 0,40 mg omeprazol.

Hulpstoffen: Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Poeder voor oplossing voor infusie.
Wit gevriesdroogd poeder.
Het gereconstitueerde product is helder en vrij van zichtbare deeltjes.
pH van de oplossing:
8,0 ­ 10,0
Osmolariteit van de oplossing: 280,0 ­ 320,0 mosmol/l


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

Maagzuurremmende behandeling bij ernstig zieke patiënten wanneer orale therapie niet geschikt is,
met:
-
Reflux oesofagitis
-
Ulcus duodeni of benigne ulcus ventriculi
-
Zollinger-Ellison syndroom

4.2
Dosering en wijze van toediening

Dosering (alleen voor volwassenen)

Behandeling van patiënten waneer orale therapie niet geschikt is, bv. ernstig zieke patiënten met reflux

oesofagitis, ulcus duodeni of ulcus ventriculi:
Omeprazol 40 mg PCH éénmaal daags als intraveneus infuus wordt aanbevolen gedurende maximaal
5 dagen. Het i.v. infuus geeft een onmiddellijke daling van de zuurgraad in de maag en een gemiddelde
afname van de zuurproductie van ca. 90% in 24 uur.
Zollinger-Ellison syndroom:


rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
2
De klinische ervaring bij Zollinger-Ellison syndroom is beperkt (zie rubriek 5.1).
De aanbevolen aanvangsdosering is 60 mg Omeprazol PCH als intraveneus infuus.
Een hogere dagdosering kan nodig zijn en de dosering dient individueel te worden aangepast. Bij een
dosis hoger dan 60 mg per dag dient de dagdosering verdeeld te worden over twee toedieningen.

Toediening
Omeprazol 40 mg PCH poeder voor oplossing voor infusie is slechts voor intraveneuze toediening en
mag via geen enkele andere route worden toegediend.
Omeprazol 40 mg PCH poeder voor oplossing voor infusie dient alleen te worden opgelost in ofwel 100
ml fysiologische zoutoplossing voor infusie ofwel 100 ml 5% glucose-oplossing voor infusie. Andere
vloeistoffen voor i.v. infusie dienen niet te worden gebruikt (zie rubriek 6.6).
Gebruik onmiddellijk (i.e. binnen 3 uur) na reconstitutie om microbiologische redenen. Alle ongebruikte
resten dienen vernietigd te worden. De toedieningsduur dient 20-30 minuten te zijn.
Voor een dosis van 20 mg dient de helft van de gereconstitueerde oplossing te worden gebruikt en alle
ongebruikte oplossing dient vernietigd te worden.

Ouderen:
Aanpassing van de dosis is niet nodig.

Kinderen:
Er is beperkte ervaring met het gebruik bij kinderen. Omeprazol dient niet te worden gebruikt bij
kinderen jonger dan 1 jaar, omdat daarover geen gegevens beschikbaar zijn.

De doseringsadviezen zijn als volgt:
Leeftijd Gewicht Dosering
1 jaar
10-20 kg eenmaal daags 10 mg


De dosering kan zo nodig worden verhoogd tot eenmaal daags 20 mg.
2 jaar
>20 kg
eenmaal daags 20 mg


De dosering kan zo nodig worden verhoogd tot eenmaal daags 40 mg.

Verminderde nierfunctie:
De dosering behoeft niet te worden aangepast bij patiënten met een verminderde nierfunctie.

Verminderde leverfunctie:

Omdat de plasmahalfwaardetijd bij patiënten met een verminderde leverfunctie is toegenomen, is
aanpassing van de dosis nodig. Een dagdosering van 10 mg - 20 mg kan voldoende zijn.

4.3 Contra-indicaties

-
Overgevoeligheid voor omeprazol of voor (één van) de hulpstof(fen)
-
Omeprazol dient niet met atazanavir te worden toegediend wegens een substantiële verlaging
van de beschikbaarheid van atazanavir (zie rubriek 4.5)



rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
3
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Bij patiënten met een ulcus pepticum dient de Helicobacter pylori-status bepaald te worden indien dit
relevant is. Bij patiënten waarvan bekend is dat zij Helicobacter pylori-drager zijn, dient de behandeling
primair gericht te zijn op eliminatie van deze bacterie door eradicatietherapie.

Wanneer een ulcus ventriculi vermoed wordt, dient de mogelijkheid van een maligne aandoening
uitgesloten te worden voordat behandeling met Omeprazol 40 mg PCH ingesteld wordt, aangezien
deze behandeling de symptomen kan maskeren en de diagnose kan vertragen.

De diagnose van reflux oesofagitis dient endoscopisch bevestigd te worden.

Een afgenomen zuurgraad in de maag, ongeacht de oorzaak - inclusief protonpompremmers - verhoogt
het aantal bacteriën dat normaal gesproken in het maagdarmkanaal aanwezig is. Behandeling met
zuurremmende middelen kan leiden tot een licht toegenomen risico op maagdarm-infecties, zoals
Salmonella en Campylobacter.

Bij patiënten met een ernstig verminderde leverfunctie dienen de leverenzym-waarden periodiek
gecontroleerd te worden gedurende de behandeling met omeprazol.

Bij een combinatiebehandeling dient ook voorzichtigheid betracht te worden bij patiënten met
verminderde nier- of leverfunctie (voor doseringsvoorschrift zie rubriek 4.2).

Omeprazol dient niet bij peuters en kinderen onder 1 jaar toegepast te worden (zie rubriek 4.2).

Blindheid en doofheid zijn beschreven bij gebruik van de injectie formulering van omeprazol; daarom
wordt bij ernstig zieke patiënten aanbevolen het gezichtsvermogen en gehoor te controleren.

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol (23 mg) natrium per dosis, d.w.z. is in wezen "natriumvrij".

4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Onderzoek naar Interacties is alleen bij volwassenen uitgevoerd.

Effecten van omeprazol op de farmacokinetiek van andere geneesmiddelen:
Geneesmiddelen met pH-afhankelijke absorptie
-
Atazanavir: Gelijktijdig gebruik van omeprazol (eenmaal daags 40 mg) en atazanavir 300
mg/ritonavir 100 mg door gezonde vrijwilligers gaf een substantiële verlaging van
beschikbaarheid van atazanavir (ongeveer 75% afname van AUC, Cmax en Cmin). Verhoging
van de dosis atazanavir tot 400 mg kon de invloed van omeprazol op de beschikbaarheid van
atazanavir niet compenseren. Daarom dienen protonpomremmers, waaronder omeprazol, niet
gelijktijdig gebruikt te worden met atazanavir. Hoewel dit niet is onderzocht, kunnen andere
dagelijkse doses omeprazol mogelijk vergelijkbare effecten geven. Daarom is gelijktijdig gebruik


rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
4
van elke andere dosis omeprazol tevens gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

-
Ketoconazol en itraconazol: De opname van ketoconazol en itraconazol uit het maagdarmstelsel
wordt bevorderd door aanwezigheid van maagzuur. Toediening van omeprazol kan tot
subtherapeutische concentraties van ketoconazol en itraconazol leiden. De combinatie dient te
worden vermeden.

-
Digoxine: Gelijktijdige toediening van omeprazol en digoxine bij gezonde personen leidde tot een
10% toename van de biologische beschikbaarheid van digoxine. Van deze toename worden voor
de meeste patiënten geen klinische gevolgen verwacht; bij ouderen moet echter voorzichtigheid
worden betracht.

Geneesmiddelen die door CYP2C19 en CYP2C9 worden gemetaboliseerd (inclusief warfarine en
fenytoïne):
Aangezien omeprazol wordt gemetaboliseerd in de lever door het cytochroom P450 enzymsysteem,
kan het de iso-enzymen CYP2C19 en CYP2C9 remmen, waardoor de plasmaspiegels van andere
geneesmiddelen die door deze enzymen gemetaboliseerd worden kunnen stijgen. Dit is waargenomen
voor diazepam (en ook voor andere benzodiazepinen als triazolam of flurazepam), fenytoïne en
warfarine. Periodieke controle van patiënten die worden behandeld met warfarine of fenytoïne wordt
aanbevolen en bij starten en staken van de behandeling met omeprazol kan een dosisaanpassing van
warfarine of fenytoïne nodig zijn. Andere geneesmiddelen die mogelijk beïnvloed worden zijn
hexobarbital, citalopram, imipramine, clomipramine, etc.

Disulfiram: Omeprazol kan het levermetabolisme van disulfiram remmen. Enkele mogelijk gerelateerde
gevallen van spierstijfheid zijn beschreven.

Ciclosporine: Er zijn tegenstrijdige gegevens over de interactie van omeprazol met ciclosporine.
Daarom dienen plasmaspiegels van cyclosporine gecontroleerd te worden bij patiënten die met
omeprazol behandeld worden, omdat een toename van de ciclosporinespiegel mogelijk is.

Tacrolimus: Hoewel tegenstrijdige gegevens zijn gemeld, kan gelijktijdige toediening van omeprazol en
tacrolimus de tacrolimusspiegels doen stijgen. Daarom dient deze combinatie met voorzichtigheid te
worden toegepast.

Claritromycine: Plasmaconcentraties van omeprazol en claritromycine nemen toe bij gelijktijdige
inname.

Vitamine B12: Omeprazol kan de orale absorptie van vitamine B12 reduceren. Hier dient rekening mee
te worden gehouden bij patiënten met een lage basis-waarde hiervan, die een langdurige behandeling
met omeprazol moeten ondergaan.

Sint-janskruid: Vanwege een mogelijk klinisch significante interactie dient sint-janskruid niet gelijktijdig
met omeprazol gebruikt te worden.


rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
5

Overige geneesmiddelen en alcohol: Er is geen bewijs voor een interactie tussen omeprazol en
caffeine, propranolol, theofylline, metoprolol, lidocaïne, kinidine, fenacetine, estradiol, amoxicilline,
budesonide, diclofenac, metronidazol, naproxen, piroxicam of antacida. De absorptie van omeprazol
wordt niet beïnvloed door alcohol.

Voriconazol: Voriconazol verhoogde de Cmax en AUC van omeprazol met respectievelijk 116% en
280%. Wanneer voriconazol wordt gestart bij patiënten die al omeprazol gebruiken, wordt aanbevolen
om de dosis omeprazol te halveren. Het metabolisme van CYP2C19 substraat protonpompremmers
kan ook worden geremd door voriconazol.

4.6
Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap
De ervaring met het gebruik van omeprazol tijdens de zwangerschap is beperkt. Er zijn tot nu toe geen
aanwijzingen voor een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten van
omeprazol op de zwangerschap of het ongeboren kind. Experimenteel onderzoek bij dieren wijst geen
directe of indirecte schadelijke effecten uit voor voortplanting.
Omeprazol 40 mg PCH dient niet tijdens de zwangerschap te worden voorgeschreven, tenzij strikt
noodzakelijk.

Borstvoeding

Omeprazol wordt uitgescheiden in de moedermelk. Er moet worden besloten de borstvoeding of de
behandeling met Omeprazol 40 mg PCH te continueren/staken, waarbij rekening wordt gehouden met
het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw.

4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen
om machines te bedienen. Behalve bijwerkingen op het centrale zenuwstelsel of gezichtsvermogen (zie
4.8) wordt echter geen invloed van omeprazol op de rijvaardigheid verwacht.

4.8 Bijwerkingen

Omeprazol 40 mg PCH wordt goed verdragen en de bijwerkingen waren in het algemeen mild en
reversibel.

De volgende zijn gemeld als bijwerkingen in klinisch onderzoek of bij normaal gebruik, maar in veel
gevallen is een verband met de behandeling met omeprazol niet vastgesteld.

De volgende frequentie-definities zijn toegepast:
Zeer vaak (1/10)
Vaak (1/100, <1/10)


rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
6
Soms (1/1.000, <1/100)
Zelden (1/10.000, <1/1.000)
Zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Maagdarmstelselaandoeningen:
-
Vaak: diarree, obstipatie, buikpijn, misselijkheid/braken, flatulentie
-
Soms: smaakstoornissen
-
Zelden: droge mond, stomatitis en gastro-intestinale candidiasis, bruin-zwarte verkleuring van de
tong en pancreatitis

Zenuwstelselaandoeningen:
-
Vaak: hoofdpijn, duizeligheid, sufheid, slapeloosheid, vertigo
-
Soms: paresthesie
-
Zelden: reversibele geestelijke verwarring, agitatie, agressiviteit, depressiviteit en hallucinaties,
met name bij ernstig zieke patiënten

Endocriene aandoeningen:
-
Zelden: gynaecomastie

Bloed- en lymfestelselaandoeningen:
-
Zelden: leukopenie, trombocytopenie, agranulocytose, pancytopenie en hemolytische anemie

Lever- en galaandoeningen:
-
Soms: stijging van leverenzymen
-
Zelden: encefalopathie bij patiënten met bestaande ernstige leverziekte, hepatitis met of zonder
geelzucht, leverfalen

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen:
-
Zelden: gewrichtspijn, spierzwakte en myalgie

Huid- en onderhuidaandoeningen:
-
Soms: rash en/of jeuk, urticaria
-
Zelden: lichtovergevoeligheid, erythema multiforme, syndroom van Stevens-Johnson, syndroom
van Lyell, alopecia



rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
7
Andere bijwerkingen:
-
Soms: malaise
-
Zelden: overgevoeligheidsreacties zoals angioedeem, koorts, bronchospasmen, interstitiële
nefritis en anafylactische shock; meer zweten, perifeer oedeem, visuele stoornissen,
smaakstoornissen en hyponatriëmie

In sporadische gevallen zijn irreversibele visusstoornissen gemeld bij zeer ernstig zieke patiënten die
behandeld werden met Omeprazol 40 mg PCH poeder voor oplossing voor infusie, in het bijzonder bij
hoge doseringen. Een causaal verband is echter niet aangetoond.

De veiligheid van omeprazol is bepaald bij in totaal 310 kinderen van 0 tot 16 jaar met zuurgerelateerde
aandoeningen. Er zijn beperkte veiligheidsgegevens van 46 kinderen die een onderhoudsbehandeling
met omeprazol kregen tijdens een klinische studie voor ernstige erosieve oesofagitis gedurende
maximaal 749 dagen. Het bijwerkingenprofiel was in het algemeen hetzelfde als bij volwassenen bij
korte- en ook bij langetermijnbehandeling. Er zijn geen langetermijngegevens met betrekking tot het
effect van behandeling met omeprazol op de puberteit en groei.

4.9 Overdosering

Intraveneuze doseringen tot 270 mg op één dag en tot 650 mg gegeven over drie dagen zijn
toegediend in klinisch onderzoek, zonder enige dosisgerelateerde bijwerking.


5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Protonpompremmers
ATC-code:

A02BC01

Omeprazol vermindert de maagzuursecretie door een uniek werkingsmechanisme. Het is een
specifieke remmer van de protonpomp in de pariëtale cellen van de maag. Het werkt snel en geeft een
reversibele controle van de maagzuursecretie met een eenmaal daagse dosering.
Intraveneuze toediening van omeprazol geeft een snelle en effectieve remming van de
maagzuurproductie en een gemiddelde afname van ca. 90% over een periode van 24 uur bij ulcus
duodeni patiënten. Een enkelvoudige dosis van 40 mg i.v. heeft, over een periode van 24 uur, ongeveer
hetzelfde effect op zuurgraad in de maag als herhaalde orale toediening van 20 mg eenmaal per dag.
Een hogere dosis van tweemaal daags 60 mg i.v. is gebruikt in een klinisch onderzoek bij patiënten met
Zolinger-Ellison syndroom.

Plaats en mechanisme van werking
Omperazol is een zwakke base en wordt geconcentreerd en omgezet in de werkzame vorm in het zure
milieu van de intracellulaire canaliculi in de pariëtale cellen, waar het de protonpomp, het enzym H+/K+-


rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
8
ATPase remt. Dit effect op de laatste stap van het proces van de maagzuurproductie is dosisafhankelijk
en zorgt voor effectieve remming van zowel de basale als de gestimuleerde zuursecretie, onafhankelijk
van de stimulus.
Alle waargenomen farmacodynamische effecten kunnen worden verklaard door het effect van
omeprazol op de zuursecretie.
Tijdens behandeling met omeprazol is geen tachyfylaxie waargenomen.

Pediatrische gegevens
In een niet-gecontroleerd onderzoek bij kinderen (1 tot 16 jaar oud) met ernstige reflux oesofagitis
verbeterde omeprazol in doses van 0,7 tot 1,4 mg/kg de mate van oesofagitis in 90% van de gevallen
en verminderde de symptomen van de reflux significant. In een enkel-blind onderzoek werden kinderen
van 0­24 maanden met klinisch vastgesteld GORZ behandeld met 0,5 , 1,0 of 1,5 mg omeprazol/kg.
De frequentie van braak/regurgitatie perioden daalde met 50% na 8 weken behandeling, onafhankelijk
van de dosis.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Distributie
Het verdelingsvolume van omeprazol in het lichaam is relatief beperkt (0,3 l/kg lichaamsgewicht) en
komt overeen met het extracellulaire volume. Ongeveer 95% is gebonden aan eiwit.

Metabolisme en eliminatie
Omeprazol wordt volledig gemetaboliseerd, hoofdzakelijk in de lever door CYP2C19.
Na intraveneuze toediening van 40 mg omeprazol gedurende 5 dagen steeg de absolute biologische
beschikbaarheid met ongeveer 50%; dit kan worden verklaard door een verminderde hepatische klaring
ten gevolge van saturatie van het enzym CYP2C19. In het plasma worden sulfon-, sulfide-, en hydroxy-
omeprazol aangetroffen. Deze metabolieten hebben geen significant effect op de zuursecretie.
Ongeveer 20% van de toegediende dosis wordt via de faeces uitgescheiden en de overgebleven 80%
wordt via de urine als metabolieten uitgescheiden. De twee belangrijkste metabolieten in de urine zijn
hydroxy-omeprazol en het corresponderende carbonzuur. De plasma-halfwaardetijd bedraagt circa 40
minuten en de totale plasmaklaring is 0,3 tot 0,6 l/min.

Verband tussen plasmaconcentratie en effect
Omeprazol cumuleert als zwakke base in het zure milieu van het intracellulaire kanaalsysteem van de
pariëtaalcellen. In deze zure omgeving wordt omeprazol geprotoneerd en omgezet in de actieve
verbinding omeprazolsulfenamide. De actieve substantie bindt covalent aan de protonpomp van de
maag (H+/K+-ATPase), gelegen aan de secretoire zijde van de pariëtaalcellen en remt zijn activiteit. De
duur van de remming van de zuursecretie is hierdoor substantieel langer dan de periode waarin
omeprazolbase aanwezig is in het plasma. De mate van zuursecretieremming is direct gecorreleerd
aan oppervlakte onder de plasmaconcentratie-tijdcurve (AUC), maar niet aan de plasmaconcentratie op
elk willekeurig tijdstip.

Speciale patiëntengroepen


rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
9
Ouderen:
De biologische beschikbaarheid van omeprazol is bij ouderen licht verhoogd en de eliminatiesnelheid is
licht verminderd. Maar individuele waarden zijn bijna gelijk aan die van jonge gezonde personen en er
is geen indicatie dat ouderen een verminderde tolerantie hebben voor omeprazol in normale
doseringen.

Kinderen:
Bij behandeling van pediatrische patiënten vanaf een leeftijd van 2 jaar met de aanbevolen doseringen
zijn de resulterende plasmaspiegels vergelijkbaar met die bij volwassenen.

Tijdens behandeling van kinderen vanaf 1 jaar met de aanbevolen doses werden dezelfde
plasmaspiegels bereikt als bij volwassenen. Bij kinderen jonger dan 6 maanden is de klaring van
omeprazol laag door het lage vermogen om omeprazol te metaboliseren.

Verminderde nierfunctie:
De farmacokinetiek van omeprazol bij patiënten met nierinsufficiëntie en bij gezonde mensen was zeer
vergelijkbaar. Maar omdat renale eliminatie de belangrijkste vorm van excretie van de metabolieten van
omeprazol is, wordt de eliminatiesnelheid gereduceerd tot een niveau dat overeenkomt met de reductie
van de nierfunctie. Cumulatie kan worden voorkomen, indien omeprazol eenmaal daags wordt
gegeven.

Verminderde leverfunctie
Bij patiënten met een chronische leverziekte is de klaring van omeprazol verminderd en de plasma-
halfwaardetijd kan toegenomen zijn tot circa 3 uur. De biologische beschikbaarheid kan bij deze
patiënten meer dan 90% zijn.
Toediening van omeprazol in een dosering van 20 mg eenmaal per dag gedurende 4 weken werd goed
verdragen en er werd geen cumulatie van omeprazol of van zijn metabolieten waargenomen.
Langzame CYP2C19 metaboliseerders:
Bij een klein aantal patiënten (langzame CYP2C19 metaboliseerders) met een gencodering voor een
niet-functionerend CYP2C19 enzym is een verminderde eliminatie van omeprazol waargenomen. Bij
deze patiënten kan de terminale eliminatiehalfwaardetijd tot ongeveer 3 keer de normale waarde zijn en
de oppervlakte onder de plasmaconcentratie-tijdcurve (AUC) kan tot een factor 10 toenemen.

5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Gegevens uit preklinisch veiligheidsonderzoek brachten geen speciale risico´s voor de mens aan het
licht, gebaseerd op conventioneel onderzoek naar farmacologische veiligheid, toxiciteit na herhaalde
dosering, genotoxiciteit, carcinogiteit en reproductietoxiciteit.

ECL-cel hyperplasie in de maag en carcinoïden zijn waargenomen in studies bij ratten die levenslang
behandeld werden met omeprazol of partiële fundectomie hadden ondergaan. Deze veranderingen zijn
het resultaat van continue hypergastrinaemie als gevolg van zuurremming.



rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
10
In mutageniteitsonderzoek (in vitro en in vivo) werden geen klinisch relevante resultaten gevonden.


6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1
Lijst van hulpstoffen

Natriumhydroxide (voor pH instelling)
Dinatriumedetaat (E386)
Water voor injectie

6.2
Gevallen van onverenigbaarheid

In verband met het ontbreken van onderzoek naar onverenigbaarheden mag dit geneesmiddel niet met
andere geneesmiddelen gemengd worden.

6.3 Houdbaarheid

2 jaar

De chemische en fysische stabliliteit bij 25°C gedurende 12 uur is aangetoond na verdunning met
steriele 0,9% natriumchloride-oplossing en gedurende 6 uur na verdunning met 5% glucose-oplossing.
Om microbiologische redenen dient het product onmiddellijk te worden gebruikt. Als het niet
onmiddellijk wordt gebruikt, zijn de bewaartermijnen en ­omstandigheden de verantwoordelijkheid van
de gebruiker en is normaal gesproken niet langer dan 24 uur bij 2 tot 8°C, tenzij reconstitutie onder
gecontroleerde en aseptische omstandigheden is uitgevoerd.

6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Poeder voor oplossing voor infusie:
De injectieflacon in de omdoos bewaren ter bescherming tegen licht

Gereconstitueerd product:
Voor de bewaarcondities van het opgeloste geneesmiddel, zie rubriek 6.3

6.5
Aard en inhoud van de verpakking

Verpakking met 1 of 5 doorzichtige, kleurloze glazen injectieflacons (Type I, Ph. Eur.), die elk 40 mg
omeprazol bevatten.
De injectieflacons zijn afgesloten met broombutyl stoppers.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies


rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
11

De hele inhoud van elke injectieflacon dient te worden opgelost in ongeveer 5 ml en dan direct verdund
tot 100 ml. Daarvoor dient 0,9% natriumchloride-oplossing of 5% glucose-oplossing te worden gebruikt.
Er dienen geen andere oplossingen voor i.v. infusie te worden gebruikt.
Slechts gebruiken voor één patiënt, voor één behandeling.

Niet gebruiken als er deeltjes aanwezig zijn in de verdunde oplossing.

Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.

Bereiding:
1.
Zuig ongeveer 5 ml infuusoplossing op uit de infuuszak (PVC) met een injectiespuit.
2.
Voeg de infuusoplossing toe aan de injectieflacon met gevriesdroogd omeprazol, meng grondig
totdat alle omeprazol is opgelost.
3.
Zuig de omeprazoloplossing weer op in de injectiespuit.
4.
Injecteer de oplossing in de infuuszak (PVC).
5.
Herhaal 1-4 om er zeker van te zijn dat alle omeprazol van de injectieflacon naar de infuuszak
(PVC) is overgebracht.

Alternatieve bereiding voor infusen in flexibele verpakking:
1.
Gebruik een tweezijdige transfernaald en prik deze in het injectiemembraan van de infuuszak.
Prik het andere uiteinde van de naald in de injectieflacon met gevriesdroogd omeprazol.
2.
Los de omeprazol op door de infuusvloeistof heen en weer te pompen tussen de infuuszak en de
injectieflacon.
3.
Zorg dat alle omeprazol opgelost is.


7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Pharmachemie BV
Swensweg 5
Postbus 552
2003 RN Haarlem



rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV


OMEPRAZOL 40 MG PCH
poeder voor oplossing voor infusie

MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 15 augustus 2008
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
12

8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN


RVG 34735, poeder voor oplossing voor infusie 40 mg


9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING

27 Augustus 2008


10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST



0808.2v.AV



rvg 34735 SPC 1.3.1 0808.2v.AV





« Vorige

[Omeprazol Polpharma 40 mg, poeder voor oplossing voor infusie]

Volgende »

[Omeprazol 40 mg PCH, poeder voor oplossing voor infusie]