Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Pantozol 20, maagsapresistente tabletten 20 mg

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 23513
Registratiehouder: Nycomed


SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN


1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Pantozol ® 20, maagsapresistente tabletten 20 mg

2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

1 maagsapresistente tablet bevat 22, 6 mg pantoprazol-natrium-sesquihydraat, overeenkomend
met 20 mg pantoprazol.


Voor hulpstoffen zie 6.1

3. FARMACEUTISCHE
VORM
Maagsapresistente
tablet.
Een gele, ovale biconvexe gefilmcoate tablet, met aan één zijde in bruin de opdruk "P20"

4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

Voor de behandeling van milde reflux ziekte en daaraan gerelateerde symptomen (b.v.
zuurbranden, zuuroprispingen, pijn bij het slikken).



Voor langdurige behandeling en ter voorkoming van recidieven van reflux-oesofagitis.


Preventie van gastroduodenale ulcera die geïnduceerd zijn door niet-selectieve niet-steroïdale
anti-inflammatoire middelen bij risicopatiënten die continue behandeling met NSAIDs behoeven
(zie rubriek 4.4).

4.2
Dosering en wijze van toediening


- aanbevolen dosering:

Volwassenen en adolescenten (12 jaar en ouder):

Milde reflux ziekte en daaraan gerelateerde symptomen (b.v. zuurbranden, zuuroprispingen, pijn
bij het slikken):

De aanbevolen orale dosering is 1 maagsapresistente tablet Pantozol® 20 per dag.
Symptoomverlichting wordt over het algemeen bereikt binnen 2-4 weken en meestal is een
behandeling van 4 weken nodig voor de genezing van hiermee samenhangende oesofagitis.
Wanneer dit niet het geval is, zal de genezing gewoonlijk bereikt worden na nogmaals 4 weken
behandeling. Wanneer symptoomverlichting bereikt is, kunnen terugkerende symptomen onder
controle worden gehouden door het instellen van een on-demand regime van éénmaal daags
20 mg indien nodig. In geval symptomen met een on-demand behandeling niet naar
tevredenheid onder controle gehouden kunnen worden, zou een omzetting naar continue
therapie overwogen kunnen worden.


Langdurige behandeling en voorkomen van recidieven van reflux-oesofagitis

Voor langdurige behandeling wordt een onderhoudsdosering van 1 maagsapresistente tablet
Pantozol® 20 per dag aangeraden. Wanneer een recidief optreedt, kan de dosering verhoogd
worden naar 40 mg pantoprazol per dag. Pantozol® 40 mg is beschikbaar voor deze
behandeling. Na genezing kan de dosering weer teruggebracht worden naar 20 mg pantoprazol
per dag.


Voor een langdurige behandeling mag de termijn van 1 jaar slechts overschreden worden na
een gedegen beoordeling van het risk/benefit ratio. Er zijn nog onvoldoende gegevens over de
veiligheid van dit geneesmiddel na meerdere jaren toediening.

Volwassenen:
070820 IA/132, II/127, II/130






1





SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN


Preventie van gastroduodenale ulcera die geïnduceerd zijn door niet-selectieve niet-steroïdale
anti-inflammatoire middelen bij risicopatiënten die continue behandeling met NSAIDs behoeven.
De aanbevolen orale dosering is één maagsapresistente tablet Pantozol 20 mg per dag.



Kinderen jonger dan 12 jaar:

Pantozol 20 dient niet te worden toegepast bij kinderen jonger dan 12 jaar omdat er slechts
beperkte gegevens beschikbaar zijn.

Opmerking:

In patiënten met ernstige leverfunctiestoornissen dient de dosering van 20 mg pantoprazol per
dag niet te worden overschreden.


In oudere patiënten en in patiënten met een verminderde nierfunctie is een dosisaanpassing niet
nodig.



- algemene aanwijzingen
Pantozol® 20 maagsapresistente tabletten mogen niet worden gekauwd of fijn gemaakt. Ze
dienen in hun geheel met water voor de maaltijd te worden ingenomen.

4.3 Contra-indicaties
Pantozol® 20 dient niet te worden gebruikt in geval van overgevoeligheid voor het werkzame
bestanddeel en/of een van de andere bestanddelen van Pantozol ® 20.

Pantoprazol mag, net als andere protonpompremmers, niet gelijktijdig worden toegediend met
atazanavir (zie rubriek 4.5).

4.4
Speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

speciale waarschuwingen
Geen


voorzorgen voor het gebruik

De leverenzymwaarden van patiënten met ernstige leverfunctiestoornissen moeten regelmatig
bepaald worden gedurende de behandeling met pantoprazol, in het bijzonder tijdens langdurige
behandeling. Wanneer er een verhoging van de leverenzymwaarden optreedt, moet de
behandeling met Pantozol® 20 worden gestopt.


Het gebruik van Pantozol 20 mg als preventie van gastroduodenale ulcera, die geïnduceerd
worden door niet selectieve niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAID's) moet beperkt
worden tot patiënten die chronische behandeling met NSAID's behoeven en een verhoogd
risico hebben om gastrointestinale complicaties te ontwikkelen.
Het verhoogde risico moet beoordeeld worden aan de hand van individuele risicofactoren zoals
bijvoorbeeld hoge leeftijd (>65 jaar), in de anamnese een maagzweer of duodenale zweer of
gastrointestinale bloedingen.

Pantoprazol kan, zoals alle zuurremmende geneesmiddelen, de absorptie van vitamine B12
(cyanocobalamine) verminderen als gevolg van hypo- of a-chloorhydrie. Hiermee moet rekening
gehouden worden bij patiënten met verminderde lichaamsreserves of bij risicofactoren voor
gereduceerde vitamine B12 absorptie bij langdurige behandeling.

Voor een langdurige behandeling, speciaal wanneer de termijn van 1 jaar wordt overschreden,
dienen patiënten regelmatig gecontroleerd te worden.

Opmerking

Alvorens de behandeling te starten, moet de mogelijkheid van een maligne ulcus ventriculi of
070820 IA/132, II/127, II/130






2





SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN


maligniteit van de slokdarm worden uitgesloten, daar behandeling met pantoprazol de
symptomen hiervan kan maskeren en dientengevolge de diagnose kan vertragen.



Patiënten die na 4 weken niet reageren, dienen onderzocht te worden.

4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Pantozol® 20 kan de absorptie van geneesmiddelen waarvan de biologische beschikbaarheid
pH-afhankelijk is, beïnvloeden (bijv. ketoconazol).

Gelijktijdige toediening van atazanavir 300 mg / ritonavir 100 mg met omeprazol (40 mg
éénmaal daags) of atazanavir 400 mg met lansoprazol (60 mg enkele dosering) aan gezonde
vrijwilligers had een aanzienlijke vermindering van de biologische beschikbaarheid van
atazanavir tot gevolg. De absorptie van atazanavir is pH afhankelijk. Protonpompremmers,
inclusief pantoprazol, mogen daarom niet gelijktijdig worden toegediend met atazanavir (zie
rubriek 4.3).


Pantoprazol wordt in de lever afgebroken via het cytochroom P450 enzymsysteem. Een
interactie van pantoprazol met andere geneesmiddelen of substanties, die via hetzelfde
enzymsysteem worden afgebroken, kan niet worden uitgesloten. Geen klinisch significante
interactie is echter waargenomen in specifieke onderzoeken met een aantal van dergelijke
geneesmiddelen of substanties, namelijk carbamazepine, cafeïne, diazepam, diclofenac,
digoxine, ethanol, glibenclamide, metoprolol, naproxen, nifedipine, fenytoïne, piroxicam,
theofylline en een oraal contraceptivum.

Hoewel er geen interacties zijn waargenomen in klinisch farmacokinetische studies bij
gelijktijdige toediening van fenprocoumon of warfarine, is in een aantal geïsoleerde gevallen
in de post-marketing periode een verandering in INR-waarde waargenomen tijdens
gelijktijdige toediening.
Monitoring van de prothrombine tijd / INR wordt echter aanbevolen bij patiënten die
behandeld worden met anticoagulantia uit de coumarinederivatengroep, na initiatie,
beëindigen of gedurende onregelmatig gebruik van pantoprazol.


De absorptie van pantoprazol verandert niet bij gelijktijdig innemen van antacida.

4.6
Zwangerschap en borstvoeding

De klinische ervaring bij zwangere vrouwen is beperkt. In voortplantingstudies bij dieren werden
geringe symptomen van fetotoxiciteit bij doseringen boven 5 mg/kg waargenomen. Er is geen
informatie over de excretie van pantoprazol in de moedermelk. Pantoprazol dient alleen te
worden gebruikt indien het voordeel voor de moeder zwaarder weegt dan het potentiële risico
voor de foetus/baby.


4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er is geen invloed op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken bekend.

4.8 Bijwerkingen

Frequentie
soms
zelden
zeer zelden

vaak
(>1/1.000,
(<1/1.000,
(<1/10.000, incl.
Orgaan
(>1/100, <1/10)
<1/100)
>1/10.000)
geïsoleerde gevallen)
Systeem
Bloed- en

Leukopenie;
lymfestelsel-
trombocytopenie
aandoeningen
Maagdarmstelsel
pijn in de
Misselijkheid
Droge mond

070820 IA/132, II/127, II/130






3





SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN


Frequentie
soms
zelden
zeer zelden

vaak
(>1/1.000,
(<1/1.000,
(<1/10.000, incl.
Orgaan
(>1/100, <1/10)
<1/100)
>1/10.000)
geïsoleerde gevallen)
Systeem
aandoeningen bovenbuik;
diaree;
obstipatie;
flatulentie
Algemene



perifeer oedeem
aandoeningen en
toedieningsplaats-
stoornissen
Lever- en


Ernstige
galaandoeningen
hepatocellulaire schade
die leidt tot geelzucht
met of zonder leverfalen
Immuunsysteem-


anafylactische
reacties
aandoeningen
waaronder
anafylactische shock.

Onderzoeken


Verhoogde
leverenzymwaarden
(transaminases, -GT);
Verhoogde triglyceriden;
Toename van de
lichaamstemperatuur

Bot-,

Artralgie
Myalgie

skeletspierstelsel-
en bindweefsel
aandoeningen
Zenuwstelsel-
Hoofdpijn Duizeligheid;


aandoeningen
visusstoorniss
en (wazig
zien)
Psychische
Depressie,

stoornissen
hallucinatie,

desoriëntatie
en verwarring,
vooral bij
vatbare
patiënten,
evenals de
verslechtering
van deze
symptomen
indien ze al
aanwezig
waren
Nier- en urineweg-
Interstitiele
nefritis
aandoeningen
Huid- en
Allergische
Urticaria;
Angio-
onderhuid-
reacties zoals
oedeem;
aandoeningen
jeuk en
Ernstige huidreacties
070820 IA/132, II/127, II/130






4





SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN


Frequentie
soms
zelden
zeer zelden

vaak
(>1/1.000,
(<1/1.000,
(<1/10.000, incl.
Orgaan
(>1/100, <1/10)
<1/100)
>1/10.000)
geïsoleerde gevallen)
Systeem
huiduitslag
zoals Stevens Johnson
Syndroom, Erythema
multiforme, Lyell
syndroom;
Fotosensibilisatie

4.9 Overdosering

Symptomen van overdosering bij de mens zijn niet bekend.

Intraveneuze doseringen tot 240 mg in 2 minuten werden goed verdragen.


Indien klinische symptomen van intoxicatie optreden, dienen deze symptomatisch te worden
behandeld.

5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische groep: protonremmers

ATC code: A02BC02


Pantoprazol is een gesubstitueerde benzimidazol welke de zuursecretie in de maag remt door
specifiek op de protonpompen van de pariëtale cellen aan te grijpen.


Pantoprazol wordt omgezet in de actieve vorm in het zure milieu van de pariëtale cellen, waar
het vervolgens het enzym H+/K+-ATP-ase remt, i.e. in het laatste stadium van de zuurproductie
in de maag. De inhibitie is dosisafhankelijk en beïnvloedt zowel de basale als de gestimuleerde
maagzuursecretie. De meeste patiënten zijn binnen twee weken symptoom vrij. Zoals bij andere
protonpomp-remmers en H2-antagonisten, veroorzaakt de behandeling met pantoprazol een
verlaagde zuurgraad in de maag en daardoor een verhoogde gastrinespiegel evenredig met de
verlaagde zuurgraad. De verhoging van de gastrinespiegel is reversibel. Aangezien pantoprazol
distaal van het receptorniveau werkt, is de remming van de maagzuursecretie onafhankelijk van
de soort stimulus (acetylcholine, histamine, gastrine). Pantoprazol heeft na orale en
intraveneuze toediening een gelijk effect.


Gedurende toediening van pantoprazol nemen nuchtere gastrinespiegels toe. Tijdens
kortdurend gebruik zullen de waarden niet boven de normale bovengrens uitkomen. Wanneer
er langdurige behandeling plaatsvindt, verdubbelt de gastrineconcentratie in de meeste
gevallen. Een excessieve toename treedt echter alleen op in zeer zeldzame gevallen. Als
gevolg daarvan wordt in klein aantal gevallen een geringe tot matige stijging in het aantal
specifieke endocriene (ECL) cellen in de maag gezien tijdens een langdurige behandeling
(ongecompliceerde tot adenomatoide hyperplasie). In tegenstelling tot dierexperimentele
bevindingen, kan, op basis van de huidige studies, het ontstaan van atypische hyperplasie en
maagcarcinomen in de mens na behandeling gedurende 1 jaar worden uitgesloten.



Invloed van een behandeling met pantoprazol, die langer dan een jaar duurt, op de endocriene
parameters van de schildklier en op de leverenzymwaarden kan niet volledig worden uitgesloten
gezien de resultaten uit dierexperimenten.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Algemene

farmacokinetiek
070820 IA/132, II/127, II/130






5





SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN



Pantoprazol wordt snel geabsorbeerd en de maximale plasmaconcentratie wordt reeds bereikt
na een enkele orale dosis van 20 mg. Gemiddeld wordt de maximale serumconcentratie van 1-
1,5 g/ml ongeveer 2,0-2,5 uur na toediening bereikt, en deze waarden blijven constant na
meervoudige toediening. Het verdelingsvolume bedraagt ± 0,15 l/kg en de klaring bedraagt ±
0.1 l/kg/uur. De terminale eliminatie-halfwaardetijd is ongeveer 1 uur. Bij enkele personen werd
een vertraagde eliminatie vastgesteld. Vanwege de specifieke binding aan de protonpomp in de
pariëtale cel, correleert de eliminatiehalfwaardetijd niet met het veel langer durende effect
(remming van de zuursecretie).



Er is geen verschil in farmacokinetische eigenschappen na enkelvoudige of herhaalde
toediening. In het doseringsinterval van 10 tot 80 mg bleek de kinetiek lineair na zowel orale als
intraveneuze toediening.


De eiwitbinding van pantoprazol bedraagt ongeveer 98 %. De stof wordt vrijwel uitsluitend
gemetaboliseerd in de lever. De metabolieten worden met name via renale eliminatie
uitgescheiden (± 80 %); de rest wordt via de faeces geëlimineerd. De belangrijkste metaboliet in
zowel serum als urine is het met sulfaat geconjugeerde desmethylpantoprazol. De
halfwaardetijd van de belangrijkste metaboliet (ongeveer 1,5 uur) is niet veel langer dan die van
pantoprazol.

Biologische
beschikbaarheid

Pantoprazol wordt volledig geabsorbeerd na orale toediening. De absolute biologische
beschikbaarheid van de tablet bedraagt ongeveer 77 %. Gelijktijdige inname van voedsel heeft
geen invloed op de AUC en de maximale serumconcentratie en dus op de biologische
beschikbaarheid. Slechts de variabiliteit van de lagtime neemt toe bij gelijktijdige inname van
voedsel.


Eigenschappen in patiënten / speciale groepen

Aanpassing van de dosering is niet nodig wanneer pantoprazol wordt gegeven aan patiënten
met een beperkte nierfunctie (inclusief dialysepatiënten). Zoals bij gezonde vrijwilligers is de
halfwaardetijd van pantoprazol kort. Slechts kleine hoeveelheden pantoprazol worden
gedialyseerd. Hoewel de belangrijkste metaboliet een verlengde halfwaardetijd heeft (2 - 3 uur),
blijft de uitscheiding snel en treedt accumulatie niet op.


Hoewel bij patiënten met levercirrose (klasse A en B volgens Child) de halfwaardetijden tot 3 en
6 uur toenamen en de AUC-waarden met een factor 3 - 5 stegen, nam de maximale
serumconcentratie slechts licht toe met een factor 1,3 ten opzichte van gezonde vrijwilligers.


Ook de lichte stijging van de AUC en Cmax in oudere vrijwilligers ten opzichte van jongere
vrijwilligers is klinisch niet relevant.



Kinderen
Bij enkelvoudige orale toediening van doseringen van 20 mg of 40 mg pantoprazol aan kinderen
in de leeftijd van 5 ­ 16 jaar, waren de AUC en Cmax in de range overeenkomstig de waarden bij
volwassenen.
Bij enkelvoudige i.v. toediening van 0,8 of 1,6 mg/kg pantoprazol bij kinderen in de leeftijd van 2-
16 jaar was er geen significante associatie tussen de pantoprazol klaring en leeftijd of gewicht.
AUC en het verdelingsvolume waren overeenkomstig de data bij volwassenen.

5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Preklinische gegevens gebaseerd op conventionele studies van farmacologische veiligheid,
chronische toxiciteit en genotoxiciteit leverden geen aanwijzingen voor een speciaal risico voor
mensen.

070820 IA/132, II/127, II/130






6





SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN



Gedurende een 2-jaars carcinogeniteitsstudie in de rat, hetgeen correspondeert met een
levenslange behandeling voor ratten, werden neuro-endocriene neoplasmata gevonden.
Daarnaast werden schubvormige celpapillomen aangetroffen in de rattenmagen. Na zorgvuldig
onderzoek tijdens chronische behandeling met hoge doseringen in de rat, kan geconcludeerd
worden dat de vorming van maagcarcinoïden door de gesubstitueerde benzimidazolen een
secundaire reactie is op de sterk gestegen serumgastrinespiegels.



In de tweejaarsstudies werd een verhoogd aantal levertumoren gevonden in ratten (in slechts 1
rattenstudie) en vrouwelijke muizen, dat werd geïnterpreteerd als resultaat van de hoge
metabole afbraak van pantoprazol in de lever.


Een lichte toename van de neoplastische veranderingen in de schildklier werd gevonden in de
groep ratten die werden behandeld met de hoogste dosering (200mg/kg) in een 2 jarige studie.
Het optreden van deze neoplasmata is geassocieerd met de door pantoprazol geïnduceerde
veranderingen in de afbraak van thyroxine in de lever van de rat. Daar de therapeutische
dosering bij de mens laag is, worden er geen bijwerkingen op de schildklier verwacht.


Uit mutageniteitstudies, celtransformatieonderzoeken en een DNA-bindingsstudie kan worden
geconcludeerd dat pantoprazol geen genotoxische eigenschappen heeft.

Onderzoek leverde geen aanwijzingen voor een verminderde vruchtbaarheid of teratogene
effecten. Het passeren van de placenta is onderzocht in ratten en bleek te stijgen bij
toenemende dracht. Als gevolg hiervan neemt de concentratie van pantoprazol in de foetus kort
voor de geboorte toe.

6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1
Lijst van hulpstoffen:


natriumcarbonaat,

mannitol,
crospovidon,

povidon
K25,

povidon K90,
calciumstearaat,

hypromellose,
propyleenglycol,
methacrylzuur-
ethylacrylaat copolymeer 1:1,

polysorbaat 80,
natriumlaurylsulfaat,
triëthylcitraat,


titaandioxide(E 171),

geel ijzeroxide (E 172)

drukinkt (shellac, rood, zwart en geel ijzeroxide (E 172), soja lecithine, titaandioxide E171,
antifoam DC 1510).

6.2
Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar

6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Geen.

070820 IA/132, II/127, II/130






7





SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN


6.5
Aard en inhoud van de verpakking

Verpakkingen:flacons (HDPE flacon en LDPE dop) en doordrukstrips (ALU/ALU-blisters) zonder
kartonnen versteviging, ALU/ALU-blisters met kartonnen versteviging (blister-wallet) met:.

7 maagsapresistente
tabletten
14
en
15 maagsapresistente
tabletten
28
en
30 maagsapresistente
tabletten
56
en
60 maagsapresistente
tabletten
84
maagsapresistente
tabletten
100




maagsapresistente
tabletten

112
maagsapresistente
tabletten


Ziekenhuisverpakkingen: flacons: (HDPE flacon met LDPE dop) en doordrukstrips (ALU/ALU-
blisters) zonder kartonnen versteviging, ALU/ALU-blisters met kartonnen versteviging (blister-
wallet) met:
50 maagsapresistente
tabletten
84 maagsapresistente
tabletten
90
maagsapresistente tabletten
112 maagsapresistente
tabletten
140
maagsapresistente
tabletten



140 (10x14) (5x 28) maagsapresistente tabletten
700
(5x140)
maagsapresistente
tabletten



280 (20x14) (10x28) maagsapresistente tabletten
500

maagsapresistente
tabletten

Niet alle verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6
Instructies voor gebruik en verwerking
Geen.

7
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Nycomed bv
Postbus
31

2130 AA Hoofddorp

8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pantozol® 20 is ingeschreven onder RVG 23513

9.
DATUM VAN GOEDKEURING/VERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
27 juli 2003


10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE SAMENVATTING
24 september 2007


070820 IA/132, II/127, II/130






8





« Vorige

[Pantozol i.v., poeder voor oplossing voor injectie 40 mg]

Volgende »

[Pantozol 20, maagsapresistente tabletten 20 mg]