Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Rifadin poeder voor infusievloeistof 600 mg

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 08755
Registratiehouder: Sanofi-Aventis


1. 
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
 
Rifadin, poeder voor infusievloeistof 600 mg 
 
 
2. 
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
Rifadin poeder voor infusievloeistof heeft als werkzaam bestanddeel rifampicine
Rifadin poeder voor infusievloeistof bevat 600 mg rifampicine
 
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
 
3. 
FARMACEUTISCHE VORM 
 
Rifadin poeder voor infusievloeistof wordt geleverd in een flacon van 20 ml à 600 mg rifampicine met een 
begeleidende ampul à 10 ml oplosmiddel (water voor injectie). 
 
 
4. 
KLINISCHE GEGEVENS 
 
4.1  Therapeutische indicaties 
 
Tuberculose en lepra 
Alle vormen van tuberculose (zowel pulmonaal als extrapulmonaal) en alle vormen van lepra zowel de 
paucibacillaire als de multibacillaire lepra, veroorzaakt door mycobacteriën die gevoelig zijn voor 
rifampicine. 
Het gebruik van Rifadin poeder voor infusievloeistof is geïndiceerd bij de behandeling van patiënten: 

die orale therapie niet verdragen (gastro-intestinale stoornissen) 

waarbij de absorptie gestoord is (malabsorptiestoornissen) of 

die orale therapie (tijdelijk) niet tot zich kunnen nemen (post-operatieve of comateuze patiënten). 
In verband met het optreden van resistentie moet rifampicine altijd worden gecombineerd met andere 
tuberculostatica of antileprotica. 
 
De betreffende nationale richtlijnen voor het gebruik van rifampicine bij tuberculose en bij lepra dienen te 
worden gevolgd. 
 
Andere infecties 
In uitzonderingsgevallen kan van rifampicine gebruik worden gemaakt bij de behandeling van acute infecties 
veroorzaakt door voor rifampicine gevoelige micro-organismen. Brucella infecties. 
 
In verband met de mogelijkheid van snel optredende resistentie moet rifampicine altijd in combinatie met 
andere antibiotica worden gegeven en alleen voor een kortdurende behandeling. 
 
4.2  Dosering en wijze van toediening 
 
Tuberculose 
Volwassenen:  
De aanbevolen dagelijkse dosering is: 

Patiënten < 50 kg: 450 mg rifampicine. 

Patiënten ≥ 50 kg: 600 mg rifampicine. 
Toe te dienen met behulp van een langzaam lopend infuus. De aanbevolen infusietijd bedraagt 1 tot 3 uur.  
 

Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

Kinderen (ouder dan 1 jaar): 
De dagelijkse dosis is over het algemeen 10-20 mg/kg lichaamsgewicht toe te dienen als aangegeven onder 
volwassenen in één enkel langzaam lopend infuus; echter niet hoger dan 600 mg per dag
 
Kinderen (jonger dan 1 jaar):  
De dagelijkse dosis is over het algemeen 10 mg/kg lichaamsgewicht toe te dienen als aangegeven onder 
volwassenen in één enkel langzaam lopend infuus. 
 
Rifampicine moet altijd worden gecombineerd met andere tuberculostatica. 
 
Lepra 
Volwassenen:  
De aanbevolen dagelijkse dosering is: 

Patiënten < 50 kg: 450 mg rifampicine. 

Patiënten ≥ 50 kg: 600 mg rifampicine. 
Toe te dienen met behulp van een langzaam lopend infuus. De aanbevolen infusietijd bedraagt 1 tot 3 uur.  
 
Kinderen (ouder dan 1 jaar):  
De dagelijkse dosis is over het algemeen 10-20 mg/kg lichaamsgewicht toe te dienen als aangegeven onder 
volwassenen in één enkel langzaam lopend infuus; echter niet hoger dan 600 mg per dag. 
 
Kinderen (jonger dan 1 jaar):  
De dagelijkse dosis is over het algemeen 10 mg/kg lichaamsgewicht toe te dienen als aangegeven onder 
volwassenen in één enkel langzaam lopend infuus. 
 
Rifampicine moet altijd worden gecombineerd met andere antileprotica. 
 
Brucellose 
Volwassenen:  
De aanbevolen dagelijkse dosering is 900 mg. 
Toe te dienen met behulp van een langzaam lopend infuus. De aanbevolen infusietijd bedraagt 1 tot 3 uur.  
 
Kinderen:  
De dagelijkse dosis is niet vastgesteld.  
 
In geval van Brucellose, moet rifampicine altijd worden gecombineerd met een tetracycline-derivaat 
(bijvoorbeeld doxycycline). 
 
Andere infecties 
Volwassenen:  
Afhankelijk van de ernst van de ziekte, is de dagelijkse dosis 600-1200 mg per dag, toe te dienen in één 
infuus, of te verdelen over twee langzaam lopende infusies; de aanbevolen infusietijd bedraagt 1 tot 3 uur.  
 
Kinderen:  
De dagelijkse dosis is niet vastgesteld. 
 
In verband met de mogelijkheid van snel optredende resistentie moet rifampicine altijd in combinatie met 
andere antibiotica worden gegeven. 
 
Patiënten met een gestoorde leverfunctie 
Bij patiënten met een gestoorde leverfunctie (in het bijzonder bij chronisch alcoholisme of levercirrose) dient 
rifampicine in geval van noodzaak en onder streng medisch toezicht te worden toegediend (zie rubriek 4.4). 
 

Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

Patiënten met nierfunctiestoornissen  
De dosering behoeft niet te worden aangepast. 
 
Ouderen 
Individuele aanpassing van de dosering kan noodzakelijk zijn. 
 
Wijze van toediening 
Rifadin poeder voor infusievloeistof wordt toegediend door middel van langzame infusie. De aanbevolen 
infusietijd bedraagt 1 - 3 uur. Zie rubriek 6.6 voor de bereiding van een intraveneus infuus. 
Andere geneesmiddelen mogen niet gelijktijdig met het infuus worden toegediend. 
 
4.3  Contra-indicaties 
 

Overgevoeligheid voor rifampicine of andere rifamycinen of overgevoeligheid voor overige 
bestanddelen van het preparaat.  

Geelzucht.  

Acute nierinsufficiëntie, trombocytopenie of hemolytische anemie als gevolg van rifampicine toediening 
in de anamnese. 

Gelijktijdige behandeling met voriconazol en proteaseremmers, met uitzondering van ritonavir indien 
toegediend als volledige dosering of 600 mg tweemaal daags (zie rubriek 4.5). 
 
4.4  Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
 
Waarschuwingen 
Bij volwassenen die behandeld worden voor tuberculose met rifampicine, dienen de basiswaarden voor 
leverenzymen, bilirubine, serumcreatinine, volledige bloedwaarden en bloedplaatjes gemeten te worden. Het 
testen van de basiswaarden is niet noodzakelijk bij kinderen tenzij een complicerende factor bekend is of 
klinisch wordt verwacht. 
Patiënten dienen minstens 1 keer per maand tijdens de behandeling te worden gezien en dienen specifiek 
gevraagd te worden naar symptomen die geassocieerd worden met bijwerkingen. Alle patiënten met 
afwijkingen moeten, indien nodig, gevolgd worden, inclusief laboratoriumtesten. 
 
Daar immunologische reacties, inclusief anafylaxie (zie rubriek 4.8), kunnen voorkomen bij 
intermitterende therapie (minder dan 2 tot 3 keer per week) en na hervatten van de therapie na uitval 
moeten patiënten nauwlettend worden gecontroleerd. Patiënten moeten worden gewaarschuwd de therapie 
niet te onderbreken. 
 
De behandeling met Rifadin dient onmiddellijk gestopt te worden, als zich ernstige acute 
overgevoeligheidsreacties voordoen, zoals trombocytopenie, purpura, hemolytische anemie, dyspneu en 
astma-achtige aanvallen, shock of nierfalen. Dit zijn bijwerkingen die rifampicine in uitzonderlijke 
situaties kan uitlokken. Patiënten die zulke complicaties ontwikkelen, dienen nooit meer met rifampicine 
behandeld te worden (zie rubriek 4.3). 
 
De behandeling met Rifadin dient gestopt te worden als zich andere signalen van overgevoeligheid 
voordoen, zoals koorts of huidreacties. Om veiligheidsredenen dient de behandeling niet voortgezet te 
worden met rifampicine. 
 
Voorzorgen 
Lever 
Patiënten met een verminderde leverfunctie dienen met voorzichtigheid en onder streng medisch toezicht 
behandeld te worden (zie rubriek 4.3). Bij deze patiënten verdient het aanbeveling de dosering te verlagen, 
het aantal chemotherapeutica en de dosering daarvan tot een minimum te beperken (speciaal in het geval van 
hepatotoxische stoffen) en de leverfunctie te controleren, met name serumglutamaatpyruvaattransaminase 

Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

(SGPT/ALAT) en serumglutamaatoxaalacetaattransaminase (SGOT/ASAT). Controle dient uitgevoerd te 
worden vóór aanvang van de therapie en vervolgens wekelijks of om de twee weken herhaald te worden 
gedurende de therapie. Bepaling van serumspiegels van rifampicine kan een bijdrage leveren aan de 
optimalisering van de dosis. Indien zich signalen van leverbeschadiging voordoen dient de behandeling met 
Rifadin te worden gestopt.  
Zowel in deze gevallen als bij bejaarden, ondervoede patiënten en bij zuigelingen moet voorzichtigheid in 
acht worden genomen, wanneer rifampicine met isoniazide (INH) wordt gecombineerd. 
 
In enkele gevallen kan tijdens de eerste dagen van de behandeling een hyperbilirubinemie ontstaan als 
gevolg van het competitieve gebruik (door rifampicine en bilirubine) van de uitscheidingswegen van de lever 
op cellulair niveau. Een gematigde toename van de bilirubine en/of transaminase is op zichzelf geen 
aanwijzing om de behandeling te onderbreken. De beslissing dient liever genomen te worden na herhaling 
van deze leverfunctietesten, waarbij de trend in de niveaus wordt gevolgd en deze in samenhang met de 
klinische conditie van de patiënt wordt beschouwd (zie rubriek 4.3). 
 
Verminderde nierfunctie 
Bij patiënten met nierfunctiestoornissen is de klaring van rifampicine verminderd, maar niet in die mate dat 
bij deze patiënten de normale therapeutische dosis moet worden aangepast. 
 
Porfyrie 
Rifampicine heeft enzyminducerende eigenschappen, waaronder activering van delta-
aminolaevulinezuursynthetase. Exacerbatie van porfyrie is gerapporteerd bij gebruik van rifampicine. 
 
Contraceptie 
Door de leverenzym-inducerende eigenschappen van rifampicine wordt de betrouwbaarheid van orale 
anticonceptiva twijfelachtig. Aanvullende, niet-hormonale contraceptieve middelen moeten worden gebruikt 
om een mogelijke zwangerschap tijdens de behandeling met rifampicine te voorkomen (zie rubriek 4.5). 
 
Overig 
Toediening van rifampicine veroorzaakt een rode verkleuring van urine, zweet, speeksel, traanvocht, sputum 
en moedermelk. Alhoewel dit op zich een onschuldig verschijnsel is kan rifampicine echter wel een 
blijvende verkleuring van zachte contactlenzen en kleding geven. Patiënten dienen hiervoor gewaarschuwd 
te worden. 
 
Bij behandeling van infecties met bèta-hemolytische streptokokken groep A moet na beëindiging van de 
behandeling de uitroeiing van het micro-organisme bacteriologisch worden bevestigd. Onder klinische 
genezing kunnen sommige streptokokken overleven ten gevolge van de ontwikkeling van secundaire 
resistentie. 
 
In geval van recidief dient een bacteriologische test te worden gedaan voordat therapie met rifampicine 
wordt gestart/herstart. 
 
Rifampicine is niet geïndiceerd voor de behandeling van aspecifieke longaandoeningen. Monotherapie van 
een (gemaskeerd) tuberculeus proces kan resistentie van de tuberkel bacil voor rifampicine in de hand 
werken. 
 
Rifampicine vertoont geen kruisresistentie met andere antibiotica met uitzondering van de rifamycinen. 
 
Rifadin poeder voor infusievloeistof 
Rifadin poeder voor infusievloeistof is alleen bedoeld voor intraveneuze infusie en dient niet 
intramusculair of subcutaan te worden toegediend. Vermijd extravasatie gedurende de toediening; lokale 
irritatie en ontsteking als gevolg van extravasculaire infiltratie van de infusievloeistof zijn waargenomen. 
Wanneer deze optreden, moet de infusie worden beëindigd en herstart op een andere plek. 

Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

 
4.5  Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Invloed van Rifadin op andere geneesmiddelen 
Rifampicine is de meest sterke inductor van  het cytochroom P450 systeem (CYP450), met name van de 
twee subfamilies CYP3A en CYPC, welke meer dan 86% van de isoenzymen van CYP450 
vertegenwoordigen. Derhalve kan rifampicine het metabolisme doen toenemen van vele gelijktijdig 
toegediende geneesmiddelen die, geheel of gedeeltelijk, worden gemetaboliseerd door deze twee subfamilies 
van CYP450. Rifampicine induceert bovendien ook UDP-glucuronyltransferase, een ander enzym betrokken 
bij het metabolisme van diverse geneesmiddelen. Om de optimale therapeutische bloedspiegels te 
handhaven, kan het nodig zijn om de doseringen van middelen die door deze enzymen worden 
gemetaboliseerd, aan te passen wanneer gestart of gestopt wordt met de gelijktijdige toediening van 
rifampicine.  
 
De enzyminducerende effecten van rifampicine bereiken een piek binnen 10 dagen en nemen geleidelijk af 
over een periode van 2 of meer weken na het stoppen van de rifampicine behandeling. Deze factoren moeten 
in acht worden genomen als de dosis van andere geneesmiddelen wordt verhoogd tijdens de behandeling met 
Rifadin. 
 
Onderstaande tabel bevat voorbeelden van geneesmiddelen die door cytochroom P450 enzymen worden 
gemetaboliseerd: 
 
Therapeutische klasse 
Voorbeelden van geneesmiddelen die door cytochroom P450 enzymen 
worden gemetaboliseerd 

Middelen bij infectieziekten 
Anti-retrovirale middelen 
 
  -  zidovudine 
 
  -  proteaseremmers, zoals amprenavir, indinavir, nelfinavir, 
ritonavir en saquinavir 
 
  -  nonnucleoside reverse transcriptase remmers, zoals nevirapine 
en efavirenz 
 
Antischimmel middelen, zoals fluconazolitraconazol en ketoconazol 
 
Macrolide antibiotica, zoals claritromycine en telithromycine 
 Fluorochinolonen 
 atovaquone 
 chlooramfenicol 
 dapson 
 doxycycline 
 kinine 
 mefloquine 
 praziquantel 
 
 
Middelen bij cardiovasculaire 
 
aandoeningen 
Orale anticoagulantia, zoals warfarine 
 
Anti-aritmica, zoals disopyramide, mexilitine, kinidine, propafenon en 
tocaïnide 
 
Bètablokkers, zoals propranolol en metoprolol 
 
Calciumkanaalblokkers, zoals diltiazem, nifedipine en verapamil 
 
Hartglycosiden, zoals digoxine 
 clofibraat 
 enalapril 
 losartan 
 

Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

Therapeutische klasse 
Voorbeelden van geneesmiddelen die door cytochroom P450 enzymen 
worden gemetaboliseerd 

Narcotica Narcotische 
analgetica 
 methadon 
 
 
Hormonale therapie 
Anti-oestrogenen, zoals tamoxifen en toremifen 
 Oestrogenen 
 Orale 
anticonceptiva 
 Progestinen 
 gestrinon 
 levothyroxine 
 
 
Psychotrope middelen 
Antipsychotica, zoals: haloperidol en quetiapine 
 Barbituraten 
 Benzodiazepinen, 
zoals 
diazepam 
 
Benzodiazepine-gerelateerde middelen, zoals zopiclon en zolpidem 
 
Tricyclische antidepressiva, zoals amytriptyline en nortriptyline 
 
 
Middelen bij diabetes 
Sulfonylureumderivaten, zoals tolbutamie, glimepiride en repaglinide 
 Thiazolidinedionen: 
rosiglitazon 
 
 
Immunosupressiva Corticosteroïden 
 ciclosporine 
 tacrolimus 
 
 
Overige 
Anti-epileptica, zoals fenytoïne en lamotrigine 
 Selectieve 
5-HT3- receptor antagonisten: ondansetron 
 
Statinen, zoals simvastatine en fluvastatine 
 irinotecan 
 riluzol 
 theofylline 
 
Patiënten die systemische hormonale contraceptiva gebruiken, wordt geadviseerd over te stappen op niet-
hormonale methoden om zwangerschap tegen te gaan tijdens de rifampicine-behandeling (zie ook rubriek 
4.4). 
 
Gebruik van de volgende geneesmiddelen gelijktijdig met Rifadin is gecontraïndiceerd: voriconazol en 
proteaseremmers, met uitzondering van ritonavir indien gegeven als volledige dosis of 600 mg tweemaal 
daags (zie rubriek 4.3). De kans op levertoxiciteit is verhoogd wanneer rifampicine gelijktijdig wordt 
toegediend met de combinatie saquinavir/ritonavir. Daarom is gelijktijdig gebruik van Rifadin met 
saquinavir/ritonavir ook gecontraïndiceerd. 
 
Gelijktijdige toediening van rifampicine en atovaquone resulteerde in verlaagde plasmaconcentratie 
atovaquone (ca. 50%) en verhoogde concentraties rifampicine (ca. 37%). 
 
Gelijktijdig gebruik van rifampicine en ketoconazol kan resulteren in verlaagde plasmaconcentraties van 
ketoconazol en rifampicine. Deze combinatie moet zoveel mogelijk worden vermeden, aangezien ze elkaars 
metabolisme beïnvloeden. Hierdoor is het niet mogelijk om een geschikt doseringsadvies te geven. 

Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

 
Gelijktijdig gebruik van rifampicine en enalapril heeft in één gedocumenteerde patiënt geresulteerd in 
verlaagde serumconcentraties van enalaprilaat, de actieve metaboliet van enalapril. Dosisaanpassingen 
kunnen nodig zijn indien dit geïndiceerd is bij de klinische toestand van de patiënt. 
 
Wanneer rifampicine gelijktijdig wordt gegeven met halothaan of isoniazide, is de kans op levertoxiciteit 
verhoogd. Gelijktijdig gebruik van rifampicine en halothaan dient vermeden te worden.  
Patiënten die zowel rifampicine als isoniazide krijgen toegediend, dienen nauwkeurig gecontroleerd te 
worden op levertoxiciteit. 
 
Bij gelijktijdige toediening kan rifampicine de concentraties van coumarine anticoagulantia verminderen. 
Aanbevolen wordt om de protrombinetijd dagelijks of zo vaak als nodig te meten en, indien nodig, de 
dosering aan te passen. 
 
Invloed van andere geneesmiddelen op Rifadin 
Antacida beïnvloeden de absorptie van rifampicine. Dagelijkse doseringen van rifampicine dienen minstens 
1 uur vóór de inname van antacida gegeven te worden. 
 
Probenecid toegediend vóór rifampicine kan de serumspiegels van rifampicine verhogen. 
 
Bij gelijktijdig gebruik kunnen bacteriostatische antibiotica de werkzaamheid van bactericide antibiotica 
zoals rifampicine antagoneren, met name bij de behandeling van acute infecties. 
 
Laboratorium en diagnostische testen 
Therapeutische serumconcentraties van rifampicine blijken storend te kunnen werken op microbiologische 
assays voor aantoning van serumspiegels van foliumzuur en vitamine B12. Het gebruik van alternatieve 
bepalingen moet worden overwogen.  
 
Tijdelijke verhoging van broomsulftaleïne en serum bilirubine zijn waargenomen. Het verdient daarom 
aanbeveling deze testen vóór de dagelijkse dosis rifampicine of 24 uur na de laatst toegediende dosis uit te 
voeren. 
 
Uitscheiding van contrastmiddelen via de gal kan verminderd zijn door rifampicine. Deze testen moeten 
daarom vóór de ochtenddosis van rifampicine worden uitgevoerd. 
 
4.6  Zwangerschap en borstvoeding 
 
Over het gebruik van rifampicine in de zwangerschap bij de mens bestaan beperkte gegevens om de 
mogelijke schadelijkheid te beoordelen. In dierproeven is dit geneesmiddel schadelijk gebleken (zie rubriek 
5.3).  
Gedurende de zwangerschap mag Rifadin alleen worden gebruikt indient het strikt noodzakelijk is de patiënt 
te behandelen. 
Indien Rifadin gedurende de laatste weken van de zwangerschap wordt gebruikt, kan dit postnatale 
bloedingen bij moeder en pasgeborene veroorzaken. Behandeling van moeder en kind met vitamine K kan 
dan aangewezen zijn. 
 
Hoewel rifampicine in kleine hoeveelheden in de moedermelk overgaat, zijn geen schadelijke invloeden op 
zuigelingen vastgesteld. Indien het noodzakelijk is de moeder met dit geneesmiddel te behandelen, kan 
borstvoeding worden gehandhaafd. 
 

Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

4.7  Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen 
 
Gezien de omstandigheden waaronder dit geneesmiddel wordt toegepast zijn waarschuwingen niet van 
belang. 
 
4.8  Bijwerkingen 
 
Bijwerkingen kunnen in de volgende frequenties voorkomen: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), 
soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan 
met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). 
 
Bloed- en lymfestelselaandoeningen 
Zelden: 

Diffuse intravasculaire coagulatie. 
Zeer zelden: 

Agranulocytose. 
Niet bekend: 

Trombocytopenie*. 

Eosinofilie, leukopenie. 
 
* met of zonder purpura (gewoonlijk in geval van intermitterende therapie) maar is reversibel na staken van 
de therapie. Hersenbloedingen, al dan niet fataal, zijn gemeld indien rifampicine therapie werd 
gecontinueerd of werd hervat na het optreden van purpura. 
 
Immuunsysteemaandoeningen 
Niet bekend: 
-  Influenza-achtige ziekte*. 
-  Kortademigheid, piepende ademhaling. 
-  Bloeddrukdaling, shock. 
-  Acute hemolytische anemie. 
-  Anafylaxie. 
 
* episodes met koorts, rillingen, hoofdpijn, duizeligheid en botpijnen en dat voornamelijk optreedt 
gedurende de 3e tot 6e maand van de behandeling. De incidentie van het syndroom varieert maar kan in 50% 
van de patiënten optreden die per week één dosis van 25 mg/kg of meer ontvangen. 
 
Endocriene aandoeningen 
Zelden: 

Bijnierinsufficiëntie* 
 
* bij patiënten met aangetaste bijnierfunctie. 
 
Psychische stoornissen 
Zelden: 

Psychosen. 
 
Maagdarmstelselaandoeningen 
Niet bekend: 

Misselijkheid, buikpijn, braken en diarree.  

Pseudomembraneuze colitis. 
 

Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

Voedings- en stofwisselingsstoornissen 
Niet bekend: 

Anorexie. 
 
Lever- en galaandoeningen 
Zelden: 

Icterus, hepatorenaal syndroom. 
Niet bekend: 

Hepatitis (zie rubriek 4.4).  
 
Huid- en onderhuidaandoeningen 
Zelden: 

Pemfigoïde reactie, erythema multiforme waaronder Stevens-Johnsons syndroom, toxisch epidermale 
necrolyse en vasculitis. 
Niet bekend: 

Blozen, jeuk, huiduitslag.  

Urticaria en ernstigere huidreacties door overgevoeligheid.  
 
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen 
Niet bekend: 

Spierzwakte en myopathie. 
 
Nier- en urinewegaandoeningen 
Niet bekend: 
-  Acute nierinsufficiëntie (meestal door acute tubulaire necrose of acute interstitiële nefritis). 
 
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen 
Niet bekend: 

Menstruatiestoornissen. 
 
Congenitale, familiale en genetische aandoeningen 
Niet bekend: 
-  Exacerbatie van porfyrie (zie rubriek 4.4). 
 
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen 
Niet bekend: 

Oedeem. 

Rode verkleuring van urine, zweet, speeksel, traanvocht, sputum en moedermelk.. 

Flebitis, pijn op de plaats van de injectie (bij intraveneuze toediening). 
 
4.9  Overdosering 
 
Symptomen 
Misselijkheid, braken, buikpijn, pruritus, hoofdpijn en toenemende lethargie kunnen optreden korte tijd na 
inname van een te grote dosis rifampicine. Tijdelijke verhoging van leverenzymen en/of bilirubine kan 
voorkomen. Bruinrode of oranje verkleuring van huid, urine, zweet, speeksel, tranen en ontlasting kan 
voorkomen en de verkleuring is evenredig met de toegediende dosis. Faciale en periorbitale oedeem zijn 
tevens gerapporteerd in pediatrische patiënten. Hypotensie, sinus tachycardie, ventriculaire arythmiëen, 
hartaanvallen en hartstilstand zijn gerapporteerd in sommige fatale gevallen. 
 
Enkele uren na inname van een ernstige overdosis kunnen geelzucht en leververgroting optreden. Personen 
met een (voorafgaande) leverschade hebben een grotere kans op het ontwikkelen van meer uitgesproken 
leverfunctiestoornissen. 

Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

 
Niet-fatale acute overdoses bij volwassenen zijn gemeld met doses tussen 9 en 12 gram rifampicine.   Fatale 
acute overdoses bij volwassenen zijn gemeld met doses tussen 14 en 60 gram. Niet-fatale overdoses van 100 
mg/kg voor één of twee doses in pediatrische patiënten met leeftijd tussen 1 en 4 jaar zijn gemeld. 
 
Behandeling 
Bij intoxicatie is opname in een ziekenhuis geïndiceerd. 
Anti-emetica kunnen nodig zijn in geval van ernstige, persisterende misselijkheid en braken. Actieve diurese 
(waarbij vochtinname en -uitscheiding worden gemeten) bevordert de uitscheiding van het geneesmiddel. 
Bij patiënten met voorheen adequate leverfuncties zal zeer waarschijnlijk herstel van de levergrootte en 
leverfunctie intreden binnen 72 uur met een snelle normalisatie daarna. Intensieve ondersteunende 
maatregelen (zoals beademing) moeten worden aangewend en individuele symptomen moeten worden 
bestreden zodra deze optreden. Alhoewel niet bij de mens waargenomen, wijzen dierexperimentele studies in 
de richting van een mogelijke neuro-depressieve werking bij zeer hoge doses rifampicine. 
 
 
5. 
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN 
 
5.1  Farmacodynamische eigenschappen 
 
Farmacotherapeutische categorie: Middelen tegen tuberculose; ATC code: J04AB02 
 
Werkingsmechanisme 
Rifampicine oefent, zowel in vitro als in vivo, bactericide effecten uit op Mycobacterium tuberculosis. Het 
vertoont ook een variabele activiteit tegen andere atypische species van Mycobacterium. 
Rifampicine is ook werkzaam tegen Mycobacterium leprae, alsmede tegen verscheidene andere Gram-
positieve en Gram-negatieve bacteriën. 
In vivo oefent rifampicine zijn bactericide effect niet alleen uit op micro-organismen in de extracellulaire 
ruimten, maar ook in de intracellulaire ruimten. 
Rifampicine remt de DNA-afhankelijke RNA-polymerase van gevoelige bacteriestammen, echter zonder 
aantasting van de enzymatische systemen van de gastheer. 
 
Resistentiemechanismen 
Resistentie in Mycobacterium tuberculosis ontstaat door het optreden van sequentiële mutaties in bepaalde 
genen. Mutaties ontstaan spontaan door de natuurlijke mutatiesnelheid van genomisch DNA. 
Resistentie tegen rifampicine ontwikkelt zich met een snelheid van 10-9. In 95% van de gevallen ontstaat 
resistentie door nucleotide substituties in een 81 baseparen lange core regio van rpoB, de β-subunit van het 
DNA-afhankelijke RNA-polymerase, waardoor de bindingsaffiniteit voor rifampicine verandert. 
Tegen rifampicine resistente bacteriën vertonen geen kruisresistentie ten opzicht van andere antibiotica, met 
uitzondering van de rifamycines.  
Microbiologische gevoeligheid 
De gevoeligheidsbreekpunten voor rifampicine zoals vastgesteld door de Commissie Richtlijnen 
Gevoeligheidsbepalingen (CRG) zijn ≤ 1 mg/l voor gevoelige bacteriestammen en > 1 mg/l voor resistente 
bacteriestammen. 
Ter illustratie volgt hieronder een tabel bacteriestammen die in vitro gevoelig zijn voor rifampicine: 
 
Mycobacterium tuberculosis 
Staphylococcus aureus 
Neisseria meningitidis 
Brucella spp 
Mycobacterium leprae 
 
10 
Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

De prevalentie van resistentie kan zowel geografisch als in tijd variëren. Lokale informatie omtrent 
resistentie is gewenst, in het bijzonder wanneer ernstige infecties behandeld worden. Indien nodig dient 
advies van een deskundige te worden ingeroepen, in het bijzonder wanneer de lokale prevalentie van 
resistentie zodanig is dat gebruik van het middel bij op zijn minste sommige typen infecties twijfelachtig is. 
 
5.2  Farmacokinetische gegevens  
 
Na intraveneuze toediening worden de maximale bloedspiegels tegen het einde van de infusie bereikt en 
deze zijn van dezelfde orde van grootte als de bloedspiegels bij orale toediening van dezelfde dosis. Zo 
wordt bij intraveneuze toediening van 600 mg rifampicine bij een één uur durende infusie een serumspiegel 
van 14 µg/ml en bij een drie uur durende infusie een serumspiegel van 7 µg/ml bereikt. 
 
Distributie 
Rifampicine wordt voor 70-80% aan plasma-eiwit gebonden. Het schijnbaar verdelingsvolume bedraagt 1,6  
±  0,2  l/kg, afhankelijk van de hoogte van de dosering. Rifampicine diffundeert goed naar de meeste 
lichaamsweefsels, de concentraties van rifampicine in de lever, milt, nieren en het longweefsel, zijn hoger 
dan de serumspiegel. In het pleuravocht is de concentratie nagenoeg gelijk aan de serumconcentratie. 
Rifampicine passeert de placenta en de serumconcentratie in de foetus stelt zich in op een derde van de 
serumconcentratie van de moeder. De tot dusver beschikbare gegevens tonen aan, dat na orale of 
intraveneuze toediening van 600 mg rifampicine in het cerebrospinaalvocht concentraties worden verkregen 
die hoger zijn dan de MRC's van de meest voorkomende pathogene kiemen, die meningitis kunnen 
veroorzaken. In het exsudaat van de ontstekingshaarden heeft rifampicine een uitstekend 
penetratievermogen. Ook in het beenweefsel diffundeert rifampicine en vooral in de epifysen, waar de 
concentraties driemaal hoger zijn dan in de diafysen. 
 
Biotransformatie 
In de mens, in het bijzonder in de lever, wordt rifampicine gedeeltelijk gemetaboliseerd tot desacetyl-
rifampicine. Dit afbraakprodukt bezit dezelfde antimicrobiële werking als rifampicine en is de voornaamste 
fractie in de gal. Andere metabolieten zoals formyl-rifampicine worden tezamen met desacetyl-rifampicine 
in de urine aangetroffen. 
 
Eliminatie 
De eliminatiehalfwaardetijd bedraagt aan het begin van de behandeling, afhankelijk van de toegediende 
dosis, 3-5 uur, deze neemt na 2-4 weken af tot 2-3 uur. Waarschijnlijk is dit een gevolg van een verhoogde 
uitscheiding in de gal. Rifampicine wordt voor 30% in de urine uitgescheiden en voor het overige in de gal. 
Rifampicine dat in de gal wordt uitgescheiden, wordt slechts in geringe mate teruggeresorbeerd. 
 
5.3  Gegevens uit het preklinischveiligheidsonderzoek 
 
Carcinogeniteit 
Bij vrouwelijke muizen van een stam met een bekende aanleg voor hepatomen werd een significante 
toename van zulke tumoren waargenomen na 1 jaar behandeling met rifampicine in hoeveelheden, die 
equivalent waren aan 2 à 10 maal de maximale klinische doses. Bij muizen van een andere stam, die 
gedurende 1 jaar en bij bij ratten, die gedurende 2 jaar behandeld waren, werd geen significante toename 
vastgesteld van het aantal tumoren van welk type dan ook. 
 
Reproductietoxiciteit 
Bij hoge dagelijkse doses bleek rifampicine bij muizen en ratten in zoverre teratogeen te zijn, dat spina bifida 
en een gespleten gehemelte vaker voorkwamen. Er is ook een studie uitgevoerd bij ratten waarin een hoge 
dosering geen teratogene effecten veroorzaakte. Bij konijnen werd geen teratogeen effect geconstateerd. Bij 
alle drie de diersoorten traden na toediening van hoge doseringen aspecifieke embryotoxische effecten op. 
 
11 
Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

Genotoxiciteit 
In verscheidene kortdurende in vitro en in vivo testen induceerde rifampicine geen mutagene effecten. In 
humane volbloedkweken werd een significante toename van het aantal chromosomale afwijkingen 
aangetroffen. In beenmergcellen van de muis zijn sister chromatid exchanges waargenomen. Ook werd in 
spermatocyten van muizen een verhoogde incidentie van chromosomale aberraties waargenomen. 
 
 
6. 
FARMACEUTISCHE GEGEVENS 
 
6.1  Lijst van hulpstoffen 
 
Rifadin poeder voor infusievloeistof 600 mg: 
Natriumsulfoxylaatformaldehyde 
Natriumhydroxide. 
 
Ampul met oplosmiddel: 
Water voor injectie. 
 
6.2  Gevallen van onverenigbaarheid 
 
Intraveneuze oplossingen die natriumbicarbonaat bevatten en/of natriumlactaat zijn onverenigbaar met 
rifampicine en mogen dus niet worden gebruikt. 
Andere geneesmiddelen mogen niet gelijktijdig met het infuus worden toegediend. 
 
6.3  Houdbaarheid 
 
2 jaar. 
De preparaten mogen na de op de verpakking aangegeven vervaldatum niet meer worden gebruikt. 
Het infuus moet binnen 6 uur na bereiding worden toegediend. 
 
6.4  Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
 
Bewaren beneden 25°C. 
 
6.5  Aard en inhoud van de verpakking 
 
Rifadin poeder voor infusievloeistof wordt geleverd in een glazen flacon van 20 ml van 600 mg rifampicine 
met een begeleidende ampul à 10 ml oplosmiddel (pyrogeenvrij water). De flacon is voorzien van een blauw 
plastic kapje. 
 
6.6  Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies 
 
Rifadin poeder voor infusievloeistof bestaat uit een flacon met 600 mg rifampicine en een ampul met 10 ml 
oplosmiddel. De flacon is voorzien van een blauw plastic kapje. Het Rifadin druppelinfuus wordt als volgt 
bereid:  
1.  Verwijder met een injectiespuit al het oplosmiddel uit de ampul. 
2.  Verwijder het plastic kapje met de duim van de flacon. 
3.  Injecteer het oplosmiddel volledig in de flacon. 
4.  Schud de flacon goed gedurende 30 seconden. 
5.  Verwijder de aldus verkregen 10,56 ml rifampicine oplossing met een injectiespuit uit de flacon. 
6.  De concentratie van een zorgvuldig bereide oplossing bevat 56,8 mg/ml rifampicine. Voeg de oplossing 
toe aan 500 ml van een 5% glucose oplossing. 
 
12 
Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 

Als infusiemedium wordt een 5% glucose oplossing (geschikt voor infusie) aanbevolen. Het infuus moet 
binnen 6 uur na bereiding worden toegediend. De aanbevolen infusietijd bedraagt 1 - 3 uur. 
 
Alle ongebruikte producten of afvalmaterialen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale 
voorschriften. 
 
 
7. 
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
sanofi-aventis Netherlands B.V. 
Kampenringweg 45 D-E 
2803 PE Gouda 
 
 
8. 
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
RVG 08755. 
 
 
9. 
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE 
VERGUNNING 

 
28 juni 1982  
 
 
10.  DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST  
 
Laatste volledige herziening: 17 augustus 2010 
 
13 
Rifadin poeder voor infusievloeistof SPC juni 10 





« Vorige

[Rifadin omhulde tabletten 600 mg]

Volgende »

[Rifadin poeder voor infusievloeistof 600 mg]