Risperidon 1 mg/ml PCH, drank
Registratienummer: RVG 106227
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Risperidon 1 mg/ml PCH, drank
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke ml oplossing bevat 1 mg risperidon.
Hulpstoffen:
Elke ml oplossing bevat 105,0 mg sorbitol.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
Drank.
Heldere, kleurloze tot gele oplossing.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Risperidon is geïndiceerd voor de behandeling van schizofrenie.
Risperidon is geïndiceerd voor de behandeling van matig tot ernstige manische episodes bij
bipolaire stoornissen.
Risperidon is geïndiceerd voor de kortdurende behandeling (tot 6 weken) van aanhoudende agressie bij
patiënten met matige tot ernstige ziekte van Alzheimer die niet reageren op niet-farmacologische
methodes en als er gevaar is voor de patiënt of anderen.
Risperidon is geïndiceerd voor de kortdurende symptomatische behandeling (tot 6 weken) van
aanhoudende agressie bij kinderen vanaf 5 jaar en adolescenten met een minder dan gemiddeld
intellectueel functioneren of met mentale retardatie, gediagnosticeerd volgens de DSM-IV-criteria, met
een gedragsstoornis, bij wie de ernst van agressief of ander storend gedrag een farmacologische
behandeling vereist. De farmacologische behandeling dient een integraal onderdeel te vormen van een
uitgebreider behandelingsprogramma, inclusief psychosociale en educatieve interventie. Het wordt
aanbevolen dat risperidon wordt voorgeschreven door een specialist in kinderneurologie en kinder- en
jongerenpsychiatrie of artsen die goed vertrouwd zijn met de behandeling van gedragsstoornissen bij
kinderen en adolescenten.
4.2 Dosering en wijze van toediening
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
2
Schizofrenie
Volwassenen
Risperidon kan eenmaal of tweemaal daags worden ingenomen.
Patiënten dienen te beginnen met risperidon in een dosering van 2 mg/dag. De dosering kan op de
tweede dag worden verhoogd tot 4 mg.
Vervolgens kan de dosering behouden blijven of zo nodig individueel verder worden aangepast. De
meeste patiënten zullen baat hebben bij een dagelijkse dosis tussen 4 en 6 mg. Bij sommige patiënten
kan een langzamere titratie en een lagere start- en onderhoudsdosering aangewezen zijn.
Doses hoger dan 10 mg/dag zijn niet effectiever gebleken dan lagere doses en kunnen leiden tot een
hogere incidentie van extrapiramidale symptomen. De veiligheid van doseringen hoger dan 16 mg per
dag is niet onderzocht en derhalve worden dergelijke doseringen niet aangeraden.
Ouderen
Een startdosis van 0,5 mg tweemaal per dag wordt aanbevolen. Deze dosering kan individueel worden
aangepast met stappen van telkens 0,5 mg tweemaal per dag, tot een dosis van 1 à 2 mg tweemaal per
dag.
Kinderen
Het gebruik van risperidon wordt niet aanbevolen bij kinderen / adolescenten jonger dan 18 jaar met
schizofrenie wegens het ontbreken van klinische gegevens met betrekking tot de werkzaamheid.
Manische episodes bij bipolaire stoornissen
Volwassenen
Risperidon dient eenmaal daags te worden ingenomen, te beginnen met 2 mg risperidon. Indien
aanpassing van de dosis is aangewezen, dient dit te gebeuren in een interval van niet minder dan 24
uur en met stappen van 1 mg per dag. Risperidon kan toegediend worden in flexibele doses over een
bereik van 1 tot 6 mg per dag om de mate van werkzaamheid en verdraagbaarheid bij elke patiënt te
optimaliseren. Dagelijkse doses hoger dan 6 mg risperidon werden niet onderzocht bij patiënten met
manische episodes.
Net als bij alle symptomatische behandelingen, dient het belang van voortzetting van het gebruik van
risperidon voortdurend te worden nagegaan en gerechtvaardigd.
Ouderen
Een startdosis van 0,5 mg tweemaal per dag wordt aanbevolen. Deze dosering kan individueel worden
aangepast met stappen van telkens 0,5 mg tweemaal per dag tot 1 tot 2 mg tweemaal per dag. Omdat
de klinische ervaring bij ouderen beperkt is, dient voorzichtigheid in acht te worden genomen.
Kinderen
Het gebruik van risperidon wordt niet aanbevolen bij kinderen / adolescenten jonger dan 18 jaar met
bipolaire manie door het ontbreken van klinische gegevens met betrekking tot de werkzaamheid.
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
3
Aanhoudende agressie bij patiënten met matige tot ernstige ziekte van Alzheimer
Een tweemaaldaagse startdosis van 0,25 mg wordt aanbevolen. Zo nodig kan deze dosering
individueel worden aangepast met stappen van 0,25 mg tweemaal daags, niet vaker dan om de andere
dag. Voor de meeste patiënten is 0,5 mg tweemaal per dag de optimale dosering. Sommige patiënten
kunnen echter baat hebben bij doseringen tot 1 mg tweemaal daags.
Risperidon mag niet langer dan 6 weken gebruikt worden bij Alzheimerpatiënten met aanhoudende
agressie. Tijdens de behandeling dienen de patiënten regelmatig te worden gecontroleerd en dient de
noodzaak om de behandeling voort te zetten opnieuw te worden beoordeeld.
Gedragsstoornissen
Kinderen en adolescenten van 5 tot 18 jaar
Voor kinderen van 50 kg of zwaarder wordt een startdosis van 0,5 mg eenmaal daags aanbevolen. Zo
nodig kan deze dosering individueel worden aangepast met stappen van 0,5 mg eenmaal daags, niet
vaker dan om de andere dag. Voor de meeste patiënten is 1 mg eenmaal per dag de optimale dosering.
Sommige patiënten kunnen echter baat hebben bij 0,5 mg eenmaal per dag, terwijl anderen 1,5 mg
eenmaal per dag nodig kunnen hebben. Voor kinderen die minder wegen dan 50 kg wordt een
startdosis van 0,25 mg eenmaal daags aanbevolen. Zo nodig kan deze dosering individueel worden
aangepast met stappen van 0,25 mg eenmaal daags, niet vaker dan om de andere dag. Voor de
meeste patiënten is 0,5 mg eenmaal per dag de optimale dosering. Sommige patiënten kunnen echter
baat hebben bij 0,25 mg eenmaal per dag, terwijl anderen 0,75 mg eenmaal per dag nodig kunnen
hebben.
Net als bij alle symptomatische behandelingen, dient het belang van voortzetting van het gebruik van
risperidon voortdurend te worden nagegaan en gerechtvaardigd.
Risperidon wordt niet aanbevolen voor kinderen jonger dan 5 jaar, aangezien er geen ervaring is bij
kinderen jonger dan 5 jaar met deze stoornis.
Nier- en leverinsufficiëntie
Patiënten met nierinsufficiëntie kunnen de actieve antipsychotische fractie in mindere mate elimineren
dan volwassenen met een normale nierfunctie. Bij patiënten met een verminderde leverfunctie is de
concentratie van de vrije fractie van risperidon in het plasma verhoogd.
Bij alle indicaties dienen de startdosis en de daarop volgende doseringen bij patiënten met nier- of
leverinsufficiëntie te worden gehalveerd en dient titratie van de dosis langzamer te gebeuren.
Risperidon dient bij deze groep patiënten met voorzichtigheid te worden gebruikt.
Wijze van toediening
Risperidon dient oraal te worden ingenomen. Voedsel heeft geen invloed op de absorptie van
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
4
risperidon.
Bij het stoppen wordt geadviseerd om de medicatie geleidelijk af te bouwen. Acute
onttrekkingssymptomen, waaronder misselijkheid, braken, transpireren en slapeloosheid werden zeer
zelden beschreven na een plotse stopzetting van hoge doses antipsychotica (zie rubriek 4.8). Recidief
van psychotische symptomen kan ook optreden, en het optreden van onwillekeurige
bewegingsstoornissen (zoals acathisie, dystonie en dyskinesie) werd gemeld.
Overschakelen van andere antipsychotica.
Indien om medische redenen gewenst, wordt het aanbevolen bij het starten van de risperidon therapie
de voorgaande behandeling geleidelijk af te bouwen. Indien het medisch gewenst is over te schakelen
van depot antipsychotica op Risperidon 1 mg/ml PCH, dient men de risperidon-therapie te starten op
het moment van de volgende geplande injectie. Men dient regelmatig na te gaan of bestaande anti-
Parkinson medicatie nog voortgezet moet worden.
Voor instructies over het gebruik van Risperidon 1 mg/ml PCH drank, zie rubriek 6.6.
4.3 Contra-indicaties
Bekende overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Algemene mortaliteit
In een meta-analyse van 17 gecontroleerde studies met atypische antipsychotica, waaronder
risperidon, was de mortaliteit bij oudere patiënten met dementie die werden behandeld met atypische
antipsychotica verhoogd in vergelijking met placebo. In placebogecontroleerde studies met risperidon in
deze populatie bedroeg de incidentie van de mortaliteit 4,0% bij patiënten behandeld met risperidon,
tegenover 3,1% bij patiënten behandeld met placebo. De gemiddelde leeftijd van de patiënten die
overleden was 86 jaar (bereik 67-100).
Gelijktijdig gebruik van furosemide
In de placebogecontroleerde studies met risperidon bij oudere patiënten met dementie werd een
hogere mortaliteit vastgesteld bij patiënten die werden behandeld met een combinatie van
furosemide
en risperidon (7,3%; gemiddelde leeftijd 89 jaar, bereik 75-97) dan bij patiënten behandeld met
risperidon alleen (3,1%; gemiddelde leeftijd 84 jaar, bereik 70-96) of met furosemide alleen (4,1%;
gemiddelde leeftijd 80 jaar, bereik 67-90). De verhoogde mortaliteit bij patiënten behandeld met
furosemide plus risperidon werd in twee van de vier klinische studies gezien.
Gelijktijdig gebruik van risperidon met andere diuretica (voornamelijk thiazidediuretica, gebruikt in lage
dosis) werd niet geassocieerd met gelijkaardige bevindingen.
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
5
Er werd geen pathofysiologisch mechanisme vastgesteld dat deze bevinding kan verklaren en er is
geen consistent patroon van doodsoorzaken vastgesteld. Toch dient men voorzichtig te zijn en de
risico's en voordelen van deze combinatie of gelijktijdige behandeling met andere krachtige diuretica
af te wegen vóór toediening.
Er was geen verhoogde mortaliteit bij patiënten die andere diuretica gebruikten in combinatie met
risperidon. Ongeacht de behandeling was dehydratie een algemene risicofactor voor mortaliteit en dit
dient daarom bij oudere patiënten met dementie te worden vermeden.
Cerebrovasculaire bijwerkingen
In placebogecontroleerde studies bij oudere patiënten met dementie was er een significant hogere
incidentie (ongeveer drievoudig verhoogd) van cerebrovasculaire bijwerkingen zoals `Cerebrovascular
Accidents (CVA's)' (soms met fatale afloop) en `Transient Ischemic Attacks (TIA's)' bij patiënten die
werden behandeld met risperidon in vergelijking met patiënten behandeld met placebo (gemiddelde
leeftijd 85 jaar; bereik 73 tot 97). De gepoolde gegevens uit zes placebogecontroleerde studies bij
voornamelijk oudere patiënten (>65 jaar) met dementie toonden aan dat cerebrovasculaire bijwerkingen
(ernstige en niet-ernstige gevallen samen) optraden bij 3,3% (33/1009) van de patiënten behandeld met
risperidon en bij 1,2% (8/712) van de patiënten behandeld met placebo. De odds-ratio was 2,96 (95%
exact betrouwbaarheidsinterval 1,34; 7,50). Het mechanisme voor dit verhoogde risico is niet bekend.
Een verhoogd risico kan niet uitgesloten worden voor andere antipsychotica of andere
patiëntenpopulaties.
Risperidon dient met de nodige voorzorg gebruikt te worden bij patiënten die risico lopen op een
beroerte. Het risico op cerebrovasculaire bijwerkingen lag significant hoger bij patiënten met gemengde
of vasculaire dementie in vergelijking met de ziekte van Alzheimer. Daarom mogen patiënten met
andere types van dementie dan de ziekte van Alzheimer niet behandeld worden met risperidon. Artsen
wordt aangeraden de risico's en voordelen van het gebruik van risperidon bij oudere patiënten met
dementie na te gaan en daarbij rekening te houden met de risicofactoren voor
cerebrovasculaire aandoeningen bij de individuele patiënt. Patiënten en verzorgers dienen te worden
gewaarschuwd om tekenen en symptomen van mogelijke cerebrovasculaire bijwerkingen, zoals
plotselinge zwakte of verlamming in gezicht, armen of benen, spraakproblemen of problemen met
zien, onmiddellijk te melden. Alle behandelmogelijkheden, inclusief stoppen met risperidon, dienen
onmiddellijk te worden overwogen.
Voor aanhoudende agressie bij patiënten met matige tot ernstige ziekte van Alzheimer mag
risperidon alleen voor korte duur worden gebruikt in aanvulling op niet-farmacologische methodes
waarvan de werkzaamheid beperkt of afwezig was en als er een mogelijk risico is dat de patiënt een
gevaar vormt voor zichzelf en anderen.
Patiënten dienen regelmatig opnieuw te worden beoordeeld, waarbij de noodzaak tot voortzetting van
de behandeling opnieuw moet worden beoordeeld.
Veneuze trombo-embolie (VTE)
Er zijn bij gebruik van antipsychotica gevallen van veneuze trombo-embolie gemeld. Aangezien
patiënten onder behandeling met antipsychotica zich vaak presenteren met verworven risicofactoren
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
6
voor veneuze trombo-embolie, dienen alle mogelijke risicofactoren hiervoor voorafgaand aan en tijdens
de behandeling met risperidon onderkend te worden en voorzorgsmaatregelen getroffen te worden.
Orthostatische hypotensie
Als gevolg van de alfablokkerende eigenschappen van risperidon kan orthostatische hypotensie
optreden, vooral tijdens de initiële dosis-titratie fase. In postmarketing observaties werd klinisch
significante hypotensie gezien bij gelijktijdig gebruik van risperidon en behandeling met
antihypertensiva. Risperidon dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met
cardiovasculaire aandoeningen (bijv. hartfalen, myocardinfarct, geleidingsstoornissen, dehydratie,
hypovolemie, of cerebrovasculaire aandoeningen) en de dosis dient geleidelijk aan te worden getitreerd
zoals wordt aanbevolen (zie rubriek 4.2). Een vermindering van de dosis dient overwogen te worden
indien hypotensie optreedt.
Tardieve dyskinesie/extrapiramidale symptomen (TD/EPS)
Geneesmiddelen met antagonistische activiteit op de dopaminereceptor zijn geassocieerd met de
inductie van tardieve dyskinesie, gekenmerkt door ritmisch optredende onwillekeurige bewegingen,
vooral van de tong en/of het gezicht.
Het optreden van extrapiramidale symptomen is een risicofactor voor tardieve dyskinesie. Indien
tekenen en symptomen van tardieve dyskinesie optreden, dient men te overwegen om te stoppen met
alle antipsychotica.
Maligne neurolepticasyndroom
Het maligne neurolepticasyndroom, gekenmerkt door hyperthermie, spierstijfheid, autonome instabiliteit,
veranderd bewustzijn en verhoogde serumconcentraties van creatinefosfokinase, werd gemeld bij
behandeling met antipsychotica. Bijkomende tekenen kunnen zijn: myoglobinurie (rhabdomyolyse) en
acuut nierfalen. In dit geval dienen alle antipsychotica, ook Risperidon 1 mg/ml PCH, te worden
beëindigd.
Ziekte van Parkinson en Lewy-body-dementie
Artsen dienen de risico's tegen de voordelen af te wegen als ze antipsychotica zoals risperidon,
voorschrijven aan patiënten met de ziekte van Parkinson of met Lewy Body dementie. De ziekte van
Parkinson kan verergeren met risperidon. Deze beide groepen kunnen een verhoogd risico hebben op
maligne neurolepticasyndroom en op een verhoogde gevoeligheid voor antipsychotica; deze patiënten
werden uitgesloten uit het klinische onderzoek. Deze verhoogde gevoeligheid kan zich manifesteren
als verwardheid, afgestomptheid, instabiele houding met veelvuldig vallen, naast extrapiramidale
symptomen.
Hyperglykemie
Hyperglykemie of verergering van reeds bestaande diabetes werd in zeer zeldzame gevallen tijdens de
behandeling met risperidon gemeld. Bij patiënten met diabetes en patiënten met risicofactoren voor het
ontwikkelen van diabetes mellitus wordt een regelmatige klinische opvolging aanbevolen.
Hyperprolactinemie
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
7
Studies in weefselculturen suggereren dat de celgroei in borsttumoren bij de mens mogelijk
gestimuleerd wordt door prolactine. Hoewel er tot op heden geen duidelijk verband met de toediening
van antipsychotica werd aangetoond in klinische en epidemiologische studies, wordt voorzichtigheid
aangeraden bij patiënten met een relevante medische achtergrond. Risperidon dient met
voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met bestaande hyperprolactinemie en bij patiënten met
gedocumenteerde prolactine-afhankelijke tumoren.
Verlenging van het QT-interval
Verlenging van het QT-interval is tijdens postmarketing ervaring zeer zelden gemeld. Zoals met andere
antipsychotica dient men voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van risperidon aan patiënten met een
bekende cardiovasculaire aandoening, QT-verlenging in de familiale voorgeschiedenis, bradycardie of
verstoringen van de elektrolyten (hypokaliëmie, hypomagnesiëmie), aangezien dit het risico van aritmie
kan versterken. Daarnaast dient men eveneens voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van risperidon in
combinatie met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval kunnen verlengen.
Epileptische aanvallen
Risperidon dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten die in het verleden
epileptische aanvallen hebben doorgemaakt of een andere aandoening hebben waardoor hun drempel
voor epileptische aanvallen mogelijk is verlaagd.
Priapisme
Priapisme kan voorkomen bij behandeling met risperidon als gevolg van de blokkade van de alfa-
adrenerge receptoren.
Regulering van de lichaamstemperatuur
Aan antipsychotische geneesmiddelen wordt de eigenschap toegeschreven dat ze het mechanisme om
basale lichaamstemperatuur te verlagen, verminderen. Gepaste zorg wordt aanbevolen als risperidon
wordt voorgeschreven aan patiënten die mogelijk in bepaalde omstandigheden verkeren die kunnen
bijdragen tot een verhoging van de basale lichaamstemperatuur, bijv. overmatige inspanning,
blootstelling aan extreme hitte, gelijktijdige behandeling met anticholinerge activiteit, of onderhevig zijn
aan uitdroging.
Kinderen en adolescenten
Voordat risperidon aan kinderen of adolescenten met gedragsstoornissen wordt voorgeschreven dienen
eerst de lichamelijke en sociale oorzaken van het agressief gedrag achterhaald te worden zoals pijn of
ongepaste verwachtingen uit de omgeving.
Sedatie met risperidon dient nauwgezet opgevolgd te worden bij deze populatie omdat er mogelijke
gevolgen op het leervermogen zijn. Een wijziging in het tijdstip van toediening kan mogelijk de impact
van sedatie op de concentratie van kinderen en adolescenten verbeteren.
Risperidon werd geassocieerd met gemiddelde stijgingen in lichaamsgewicht en Quetelet-index (BMI).
De veranderingen in lichaamslengte tijdens open-label extensiestudies op lange termijn bleven binnen
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
8
de verwachte normen voor de leeftijd. De effecten van risperidongebruik langer dan 1 jaar op de groei
en seksuele rijping werden niet voldoende geëvalueerd.
Vanwege de mogelijke effecten van langdurige hyperprolactinemie op groei en seksuele rijping bij
kinderen en adolescenten, moet een regelmatige klinische controle van de endocrinologische status
overwogen worden, met inbegrip van metingen van lichaamslengte, gewicht, seksuele rijping, opvolging
van menstrueel functioneren en andere mogelijke effecten van prolactine.
Tijdens de behandeling met risperidon moet regelmatig gecontroleerd worden op extrapiramidale
symptomen en andere bewegingsstoornissen.
Voor specifieke doseringsaanbevelingen bij kinderen en adolescenten, zie rubriek 4.2.
Hulpstoffen
Dit geneesmiddel bevat sorbitol. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen of fructose intolerantie
zouden dit geneesmiddel niet moeten gebruiken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Zoals met andere antipsychotica wordt geadviseerd voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van
risperidon in combinatie met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen,
zoals klasse-Ia-antiaritmica (bijv. kinidine, dysopiramide, procaïnamide), klasse-III-antiaritmica (bijv.
amiodaron,
sotalol), tricyclische antidepressiva (bijv.
amitriptyline) tetracyclische antidepressiva
(bijv.
maprotiline), bepaalde antihistaminica, andere antipsychotica, bepaalde antimalariamiddelen
(bijv. kinine en mefloquine), en geneesmiddelen die de elektrolytenbalans verstoren (hypokaliëmie,
hypomagnesiëmie), bradycardie, of die welke het metabolisme van risperidon in de lever remmen.
Deze lijst is indicatief en niet uitputtend.
Mogelijke effecten van Risperidon 1 mg/ml PCH op andere geneesmiddelen
Gezien het verhoogde risico op sedatie dient risperidon voorzichtig te worden gebruikt in combinatie
met andere centraal werkzame stoffen, waaronder met name alcohol, opiaten, antihistaminica en
benzodiazepinen.
Risperidon kan het effect van levodopa en andere dopamine-agonisten verzwakken. Als deze
combinatie noodzakelijk wordt geacht, vooral in het eindstadium van de ziekte van Parkinson, dient de
laagst werkzame dosis voor iedere behandeling te worden voorgeschreven.
Klinisch significante hypotensie werd tijdens de postmarketingfase waargenomen bij gelijktijdig
gebruik van risperidon en behandeling met antihypertensiva.
Risperidon vertoont geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek van
lithium, valproaat,
digoxine of
topiramaat.
Mogelijke effecten van andere geneesmiddelen op Risperidon 1 mg/ml PCH
Voor
carbamazepine werd aangetoond dat het de plasmaconcentratie van de actieve antipsychotische
fractie van risperidon verlaagt. Vergelijkbare effecten kunnen ook worden gezien met
rifampicine,
fenytoïne en
fenobarbital, die ook CYP 3A4-leverenzymen en P-glycoproteïne induceren. Als
carbamazepine of andere inducerende geneesmiddelen van CYP 3A4-leverenzymen/P-glycoproteïne
worden gestart of gestopt, dient de arts de dosering van risperidon opnieuw vast te stellen.
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
9
Fluoxetine en
paroxetine, remmers van CYP 2D6, verhogen de plasmaconcentratie van risperidon,
maar die van de actieve antipsychotische fractie in mindere mate. Naar verwachting kunnen andere
remmers van CYP 2D6, zoals kinidine, de plasmaconcentraties van risperidon op dezelfde manier
beïnvloeden. Als gelijktijdige behandeling met
fluoxetine of
paroxetine wordt gestart of beëindigd,
dient de arts de dosering van risperidon opnieuw vast te stellen.
Verapamil, een remmer van CYP 3A4 en P-glycoproteïne, verhoogt de plasmaconcentratie van
risperidon.
Galantamine en
donepezil vertonen geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek van risperidon
en de actieve antipsychotische fractie.
Fenothiazines, tricyclische antidepressiva en sommige bètablokkers kunnen de plasmaconcentratie van
risperidon verhogen, maar niet de concentratie van de actieve antipsychotische fractie.
Amitriptyline
heeft geen invloed op de farmacokinetiek van de actieve antipsychotische fractie.
Cimetidine en
ranitidine verhogen de biologische beschikbaarheid van risperidon, maar verhogen slechts marginaal
de biologische beschikbaarheid van de actieve antipsychotische fractie.
Erytromycine, een CYP 3A4-
remmer, verandert de farmacokinetiek van risperidon en de actieve antipsychotische fractie niet.
Het in combinatie gebruiken van psychostimulantia (bijv.
methylfenidaat) met risperidon bij
kinderen en adolescenten had geen invloed op de farmacokinetiek en werkzaamheid van risperidon.
Zie rubriek 4.4 betreffende de verhoogde mortaliteit bij oudere patiënten met dementie die gelijktijdig
furosemide krijgen.
Gelijktijdig gebruik van oraal risperidon met
paliperidon wordt afgeraden, aangezien paliperidon de
actieve metaboliet van risperidon is, en de combinatie van deze twee kan leiden tot extra bloostelling
aan de actieve antipsychotische fractie.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van risperidon bij zwangere vrouwen. Volgens
gegevens na het in de handel brengen werden omkeerbare extrapiramidale symptomen waargenomen
bij pasgeborenen na gebruik van risperidon tijdens het laatste trimester van de zwangerschap. Om die
reden dienen pasgeborenen nauwgezet te worden gecontroleerd. Risperidon was niet teratogeen in
onderzoek bij dieren maar er werden wel andere soorten reproductietoxiciteit waargenomen (zie
rubriek 5.3). Het mogelijke risico voor de mens is niet bekend. Daarom mag risperidon niet worden
gebruikt tijdens de zwangerschap, tenzij dit overduidelijk noodzakelijk is. Als het tijdens de
zwangerschap nodig is om te stoppen, dient dit niet abrupt te gebeuren.
Borstvoeding
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
10
In onderzoek bij dieren werden risperidon en 9-hydroxy-risperidon uitgescheiden in de melk. Er werd
aangetoond dat risperidon en 9-hydroxy-risperidon ook bij de mens in kleine hoeveelheden in de melk
worden uitgescheiden. Er zijn geen gegevens beschikbaar over bijwerkingen bij kinderen die
borstvoeding krijgen. Daarom moeten de voordelen van borstvoeding worden afgewogen tegen de
mogelijke risico's voor het kind.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Door de mogelijke effecten op het zenuwstelsel en het zicht (zie rubriek 4.8) kan risperidon geringe
tot matige invloed hebben op het vermogen om voertuigen te besturen en machines te bedienen.
Daarom dient aan de patiënt te worden aanbevolen om geen voertuigen te besturen of machines te
bedienen voordat duidelijk is hoe zij op het geneesmiddel reageren.
4.8 Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen (incidentie 10%) zijn: parkinsonisme, hoofdpijn en
slapeloosheid.
Hieronder staan alle bijwerkingen die in klinisch onderzoek en in de postmarketingfase werden
gemeld. De bijwerkingen worden als volgt uitgedrukt: zeer vaak (1/10), vaak (1/100 tot <1/10),
soms (1/1000 tot <1/100), zelden (1/10.000 tot <1/1000), zeer zelden (<1/10.000), en niet bekend
(kan met de beschikbare klinische studiegegevens niet worden bepaald).
Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt volgens afnemende ernstgraad.
Bijwerkingen per orgaansysteemklasse en frequentie
Onderzoeken
Vaak
Verhoogde prolactineconcentratie in bloeda, Gewichtstoename
Soms
Verlengd QT-interval op elektrocardiogram, Abnormaal elektrocardiogram,
Verhoogde suikerspiegel, Verhoogde transaminasespiegel, Lager aantal witte
bloedcellen, Verhoogde lichaamstemperatuur, Verhoogd aantal eosinofielen,
Verlaagd hemoglobinegehalte, Verhoogde creatinefosfokinaseactiviteit in het bloed
Zelden
Verlaagde lichaamstemperatuur
Hartaandoeningen
Vaak
Tachycardie
Soms
Atrioventriculair blok, Bundeltakblok, Atriumfibrilleren, Sinusbradycardie,
Palpitaties
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Soms
Anemie, Trombocytopenie
Zelden
Granulocytopenie
Niet bekend Agranulocytose
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
11
Zenuwstelselaandoeningen
Zeer vaak Parkinsonismeb, Hoofdpijn
Vaak
Acathisieb, Duizeligheid, Tremorb, Dystonieb, Slaperigheid, Sedatie, Lethargie, Dyskinesiea
Soms
Uitblijven van prikkelrespons, Bewustzijnsverlies, Syncope, Verminderd bewustzijnsniveau,
Cerebrovasculair accident, Voorbijgaande ischemische aanval (TIA), Dysartrie,
Aandachtsstoornissen, Hypersomnia, Posturale duizeligheid, Evenwichtsstoornissen,
Tardieve dyskinesie, Spraakstoornis, Abnormale coördinatie, Hypo-esthesie
Zelden
Maligne neurolepticasyndroom, Diabetisch coma, Cerebrovasculaire stoornis,
Hersenischemie, Bewegingsstoornissen
Oogaandoeningen
Vaak
Wazig zicht
Soms
Conjunctivitis, Oculaire hyperemie, Tranende ogen, Zwelling van de ogen, Droge ogen,
Toegenomen traanproductie, Fotofobie
Zelden
Verminderde gezichtsscherpte, Rollende ogen, Glaucoom
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Soms
Oorpijn, Oorsuizen
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Vaak
Dyspneu, Epistaxis, Hoesten, Verstopte neus, Faryngolaryngeale pijn
Soms
Wheezing (fluitende ademhaling), Aspiratiepneumonie, Longstuwing,
Ademhalingsstoornis, Rochelen, Luchtwegstuwing, Dysfonie
Zelden
Slaapapneusyndroom, Hyperventilatie
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak
Braken, Diarree, Obstipatie, Misselijkheid, Abdominale pijn, Dyspepsie, Droge mond,
Onbehaaglijk gevoel in de maag
Soms
Slikstoornissen, Gastritis, Fecale incontinentie, Fecaloom
Zelden
Darmobstructie, Pancreatitis, Gezwollen lippen, Cheilitis
Stoornissen van de nieren en urinewegen
Vaak
Enuresis
Soms
Dysurie, Urine-incontinentie, Pollakiurie
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak
Rash, Erytheem
Soms
Angio-oedeem, Huidletsel, Huidafwijking, Pruritus, Acne, Huidverkleuring, Alopecia,
Seborroïsche dermatitis, Droge huid, Hyperkeratose
Zelden
Roosvorming
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Vaak
Artralgie, Rugpijn, Pijn in de extremiteiten
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
12
Soms
Spierzwakte, Myalgie, Nekpijn, Zwelling van de gewrichten, Abnormale houding,
Gewrichtsstijfheid, Pijn op de borst van musculoskeletale oorsprong
Zelden
Rhabdomyolyse
Endocriene aandoeningen
Zelden
Excessieve uitscheiding van antidiuretisch hormoon
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Vaak
Toegenomen eetlust, Verminderde eetlust.
Soms
Anorexie, Polydipsie
Zeer zelden Diabetische ketoacidose
Niet bekend Waterintoxicatie
Infecties en parasitaire aandoeningen
Vaak
Pneumonie, Griep, Bronchitis, Infectie van de bovenste ademhalingswegen,
Urineweginfectie
Soms
Sinusitis, Virusinfectie, Oorinfectie, Tonsillitis, Cellulitis, Otitis media, Ooginfectie,
Gelokaliseerde infectie, Acrodermatitis, Luchtweginfectie, Cystitis, Onychomycose
Zelden
Chronische otitis media
Bloedvataandoeningen
Soms Hypotensie, Orthostatische hypotensie, Roodheid
Niet bekend Veneuze trombo-embolisme
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Vaak
Pyrexie, Vermoeidheid, Perifeer oedeem, Asthenie, Pijn op de borst
Soms
Gezichtsoedeem, Gangstoornissen, Abnormaal gevoel, Traagheid, Griepachtige ziekte,
Dorst, Onprettig gevoel op de borst, Rillingen
Zelden
Perifeer oedeem, Hypothermie, Geneesmiddelontwenningssyndroom, Perifere afkoeling
Immuunsysteemaandoeningen
Soms
Overgevoeligheid
Zelden
Overgevoeligheid voor het geneesmiddel
Niet bekend Anafylactische reactie
Lever- en galaandoeningen
Zelden
Geelzucht
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Soms
Amenorroe, Seksuele stoornissen, Erectiele stoornis, Ejaculatiestoornis, Galactorroe,
Gynaecomastie, Menstruatiestoornissen, Vaginale vloed
Niet bekend Priapisme
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
13
Psychische stoornissen
Zeer vaak Slapeloosheid
Vaak
Angst, Agitatie, Slaapstoornis
Soms
Toestand van verwarring, Manie, Afgenomen libido, Lusteloosheid, Zenuwachtigheid
Zelden
Anorgasmie, Vlak affect
a Hyperprolactinemie kan in sommige gevallen leiden tot gynaecomastie, menstruatiestoornissen,
amenorroe en galactorroe.
b Extrapiramidale stoornissen kunnen optreden: Parkinsonisme (speekselvloed, musculoskeletale
stijfheid, parkinsonisme, kwijlen, tandradfenomeen, bradykinesie, hypokinesie, gemaskerd gelaat,
gespannen spieren, akinesie, stijve nek, spierstijfheid, parkinsonachtige gang en abnormale glabella
reflex), acathisie (acathisie, rusteloosheid, hyperkinesie en rusteloze-benensyndroom), tremor,
dykinesie (dyskinesie, spiertrekkingen, choreoathetose, athetose en myoclonus), dystonie.
Dystonie omvat dystonie, spierspasmen, hypertonie, torticollis, onwillekeurige spierbewegingen,
spiercontracties, blefarospasme, oculogyratie, verlamde tong, gezichtsspasme, laryngospasme,
myotonie, opisthotonus, orofaryngeaal spasme, pleurothotonus, tongspasme en kaakklem. Tremor
omvat tremor en parkinsonachtige rusttremor. Het dient te worden opgemerkt dat een breder spectrum
van symptomen is opgenomen, dat niet noodzakelijkerwijs een extrapiramidale oorzaak heeft.
Klasse-effecten
Net als bij andere antipsychotica, zijn er tijdens de postmarketingfase bij risperidon zeer zelden gevallen
van QT-verlenging gemeld. Andere klassegerelateerde effecten op het hart die zijn gemeld bij
antipsychotica die een verlengde QT-tijd vertonen, zijn ventrikelaritmie, ventrikelfibrilleren,
ventrikeltachycardie, plotse dood, hartstilstand en Torsades de Pointes.
Gewichtstoename
In de samengevoegde gegevens van 6- tot 8-weken durende, placebogecontroleerde studies bij
volwassen patiënten met schizofrenie werd vergeleken welk percentage patiënten voldeed aan het
criterium voor gewichtstoename met 7% lichaamsgewicht bij degenen die waren behandeld met
risperidon of met placebo. Uit deze vergelijking kwam een statistisch significant grotere incidentie van
gewichtstoename voor risperidon (18%) dan voor placebo (9%). In de samengevoegde gegevens van
placebogecontroleerde studies van 3 weken bij volwassen patiënten met acute manie was de incidentie
van een gewichtstoename met 7% op eindpunt in de risperidon-groep en de placebogroep
vergelijkbaar (respectievelijk 2,5% en 2,4%), en iets hoger in de groep met actieve controle (3,5%).
In een populatie van kinderen en adolescenten met gedragsstoornissen en ander afwijkend gedrag in
chronische studies nam het gewicht toe met een gemiddelde van 7,3 kg na 12 maanden behandeling.
De verwachte gewichtstoename voor normale kinderen tussen 5 en 12 jaar is 3 tot 5 kg per jaar. Vanaf
een leeftijd van 12-16 jaar blijft de gewichtstoename bij meisjes 3 tot 5 kg per jaar, terwijl jongens
ongeveer 5 kg per jaar in gewicht toenemen.
Aanvullende informatie over bijzondere populaties
Hieronder staan de bijwerkingen beschreven die bij oudere patiënten met dementie of bij kinderen met
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
14
hogere incidentie werden gemeld dan bij volwassenen.
Oudere patiënten met dementie
TIA's en CVA's waren bijwerkingen die in klinische studies werden gemeld met een frequentie van
respectievelijk 1,4% en 1,5% bij oudere patiënten met dementie. Daarnaast werden de volgende
bijwerkingen bij oudere patiënten met dementie gemeld in een frequentie van 5% en in een frequentie
die minstens twee keer zo hoog was als bij andere volwassen populaties: urineweginfectie, perifeer
oedeem, lethargie en hoesten.
Kinderen
De volgende bijwerkingen werden in een frequentie van 5% gemeld bij kinderen (5 tot 17 jaar) en in
een frequentie die minstens tweemaal zo hoog was als in klinische studies bij volwassenen:
slaperigheid/sedatie, vermoeidheid, hoofdpijn, versterkte eetlust, braken, infectie van de bovenste
luchtwegen, neusverstopping, buikpijn, duizeligheid, hoesten, koorts, tremor, diarree en enuresis.
4.9 Overdosering
Symptomen
In het algemeen zijn de gemelde tekenen en symptomen als de bekende farmacologische effecten van
risperidon in overdreven mate. Deze omvatten sufheid en sedatie, tachycardie en hypotensie, en
extrapiramidale symptomen. Bij overdosering werden verlenging van de QT-interval en convulsies
gerapporteerd. Torsades de pointes zijn gemeld bij een gecombineerde overdosering van oraal
risperidon en paroxetine. Bij acute overdosering dient men rekening te houden met de mogelijkheid van
polyfarmacie.
Behandeling
Zorg dat de luchtwegen vrij zijn en vrij blijven en zorg voor een goede zuurstofvoorziening en ventilatie.
Maagspoeling (na intubatie, als de patiënt niet bij bewustzijn is) en toediening van actieve kool samen
met een laxans dienen te worden overwogen, maar alleen als het geneesmiddel minder dan één uur
ervoor werd ingenomen. Er dient direct te worden begonnen met cardiovasculaire opvolging door
middel van een continu ECG om mogelijke aritmieën op te sporen.
Er is geen specifiek antidotum tegen risperidon. Daarom dienen gepaste ondersteunende maatregelen
te worden genomen. Hypotensie en circulatoire collaps dienen te worden behandeld met gepaste
maatregelen zoals intraveneuze toediening van vocht en/of sympathomimetica. Bij ernstige
extrapiramidale symptomen dient een anticholinergicum te worden toegediend. De patiënt dient verder
van nabij medisch te worden opgevolgd tot deze herstelt.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Andere antipsychotica, ATC-code: N05A X08
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
15
Werkingsmechanisme
Risperidon is een selectieve monoaminerge-antagonist met unieke eigenschappen. Het heeft een
sterke affiniteit voor serotonine-5-HT2 en dopamine-D2-receptoren. Risperidon bindt ook aan alfa1-
adrenerge receptoren, en, met lagere affiniteit, aan H1-histamine- en alfa2-adrenerge receptoren.
Risperidon heeft geen affiniteit voor cholinerge receptoren. Hoewel risperidon een krachtige D2-
antagonist is, hetgeen geacht wordt de positieve symptomen van schizofrenie te verbeteren,
veroorzaakt het minder verlaging van de motorische activiteit en inductie van katalepsie dan klassieke
antipsychotica. Evenwicht tussen centraal serotonine- en dopamine-antagonisme zou de kans op
extrapiramidale bijwerkingen kunnen verminderen en de therapeutische activiteit kunnen uitbreiden tot
de negatieve en affectieve symptomen van schizofrenie.
Farmacodynamische effecten
Schizofrenie
De werkzaamheid van risperidon bij een kortdurende behandeling van schizofrenie werd vastgesteld in
vier studies, die 4 tot 8 weken duurden, waarin meer dan 2500 patiënten werden opgenomen die
voldeden aan de DSM-IV criteria voor schizofrenie. In een 6 weken durende, placebogecontroleerde
studie waarbij risperidon werd getitreerd tot doses van maximaal 10 mg/dag tweemaal daags, gaf
risperidon een betere totaalscore op de Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS) dan placebo. In een 8
weken durende, placebogecontroleerde studie met vier vaste doseringen van risperidon (2, 6, 10 en 16
mg/dag, tweemaal daags), hadden alle vier de risperidongroepen betere resultaten op de totaalscore
van de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS) dan placebo. In een 8 weken durende studie
ter vergelijking van de doseringen met vijf vaste doseringen van risperidon (1, 4, 8, 12 en 16 mg/dag,
tweemaal daags), gaven de groepen met 4, 8 en 16 mg/dag betere resultaten op de totaalscore van de
PANSS dan de risperidongroep met 1 mg. In een 4 weken durende placebogecontroleerde studie ter
vergelijking van de doseringen met twee vaste doseringen van risperidon (4 en 8 mg/dag eenmaal
daags), gaven beide risperidon-dosisgroepen betere resultaten dan placebo op diverse PANSS
parameters, waaronder de totaalscore en een maat voor respons (>20% afname van de PANSS
totaalscore). In een langer durende studie waarin patiënten gedurende 1 of 2 jaar werden gevolgd ter
controle op recidieven, werden volwassen ambulante patiënten die hoofdzakelijk voldeden aan de
DSM-IV-criteria voor schizofrenie en die ten minste 4 weken klinisch stabiel waren op een
antipsychotisch geneesmiddel gerandomiseerd voor het krijgen van risperidon 2-8 mg/dag of
haloperidol. Patiënten die risperidon kregen hadden een significant langere tijd tot recidief over deze
periode dan degenen die
haloperidol kregen.
Manische episodes in bipolaire stoornissen
De werkzaamheid van risperidon monotherapie bij de acute behandeling van manische episodes bij
bipolaire stoornis type I werd aangetoond in drie dubbelblinde placebogecontroleerde
monotherapiestudies bij ongeveer 820 patiënten met bipolaire stoornis type I, op basis van de DSM-IV-
criteria. In de drie studies bleek risperidon 1 tot 6 mg/dag (begindosis in twee studies 3 mg en in
één studie 2 mg) significant beter dan placebo op het van tevoren vastgestelde eindpunt, namelijk de
verandering in de Young Mania Rating Scale (YMRS)-totaalscore in week 3 ten opzichte van baseline.
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
16
Secundaire resultaten betreffende de werkzaamheid waren in het algemeen consistent met de primaire
uitkomst. Het percentage patiënten dat op het eindpunt van week 3 een afname op de totaalscore van
de YMRS vertoonde van 50% t.o.v. baseline was voor risperidon significant hoger dan voor placebo.
Een van de drie studies bevatte ook een arm met haloperidol en een dubbelblinde onderhoudsfase van
9 weken. De werkzaamheid bleef gedurende de 9 weken durende onderhoudsbehandeling aanwezig.
De verandering t.o.v. baseline in de totaalscore van de YMRS liet zien dat de verbetering in stand
bleef en in week 12 vergelijkbaar was voor haloperidol en risperidon.
De werkzaamheid van risperidon als adjuvante therapie bij stemmingsstabilisatoren bij de behandeling
van acute manie werd aangetoond in één van twee 3 weken durende dubbelblinde studies bij ongeveer
300 patiënten die voldeden aan de DSM-IV-criteria voor bipolaire stoornis type I. In één 3 weken
durende studie was risperidon 1 tot 6 mg/dag, begonnen met 2 mg/dag, toegevoegd aan lithium of
valproaat, beter dan lithium of valproaat alleen op het van tevoren vastgestelde primaire eindpunt,
namelijk de verandering in de Young Mania Rating Scale (YMRS)-totaalscore in week 3 ten opzichte
van baseline. In een tweede 3 weken durende studie was risperidon 1 tot 6 mg/dag, begonnen met 2
mg/dag, in combinatie met lithium, valproaat of carbamazepine, niet beter dan lithium, valproaat of
carbamazepine alleen wat betreft de verlaging van de YMRS-totaalscore. Een mogelijke verklaring voor
het uitblijven van effect in deze studie was inductie van de klaring van risperidon en 9-hydroxyrisperidon
door carbamazepine, met als gevolg subtherapeutische concentraties van risperidon en 9-hydroxy-
risperidon. Toen de carbamazepinegroep in een post-hocanalyse werd weggelaten, was
risperidon in combinatie met lithium of valproaat wel beter dan lithium of valproaat alleen in het verlagen
van de YMRS-totaalscore.
Aanhoudende agressie bij dementie
De werkzaamheid van risperidon bij de behandeling van gedragsstoornissen bij dementie (Behavioural
and Psychological Symptoms of Dementia: BPSD), waaronder agressiviteit, agitatie, psychose,
hyperactiviteit en affectieve stoornissen werd aangetoond in drie dubbelblinde placebogecontroleerde
studies bij 1150 oudere patiënten met matige tot ernstige dementie. Eén studie bevatte vaste
doseringen risperidon van 0,5, 1 en 2 mg/dag. Twee studies met flexibele dosering bevatten
dosisgroepen voor risperidon van respectievelijk 0,5 tot 4 mg/dag en 0,5 tot 2 mg/dag. Risperidon
vertoonde statistisch significante en klinisch belangrijke werkzaamheid bij de behandeling van agressie
en minder consistentie bij de behandeling van agitatie en psychose bij oudere patiënten met dementie
(zoals gemeten met de Behavioural Pathology in Alzheimer's Disease Rating Scale [BEHAVE-AD] en
de Cohen-Mansfield Agitation Inventory [CMAI]). Het behandeleffect van risperidon was onafhankelijk
van de score op de Mini-Mental State Examination (MMSE) (en bijgevolg van de ernst van de
dementie); sedatieve eigenschappen van risperidon; de aan- of afwezigheid van psychose; het type
dementie: Alzheimer's, vasculair of gemengd. (Zie ook rubriek 4.4.).
Gedragsstoornissen
De werkzaamheid van risperidon bij de kortdurende behandeling van gedragsstoornissen (DBD) werd
aangetoond in twee dubbelblinde placebogecontroleerde studies bij ongeveer 240 patiënten van 5 tot
12 jaar met een DSM-IV-diagnose van DBD en bij wie het intellectueel functioneren op de grens
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
17
("borderline") was, of die in lichte tot matige mate een geestelijke retardatie of een leerstoornis hadden.
In deze twee studies gaf risperidon in een dosis van 0,02 tot 0,06 mg/kg/dag significant betere
resultaten dan placebo op het van tevoren vastgestelde primaire eindpunt, namelijk de verandering in
week 6 t.o.v. baseline in de Conduct Problem -subschaal van de Nisonger-Child Behaviour Rating
Form (N-CBRF).
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Risperidon 1 mg/ml PCH drank is bio-equivalent aan Risperidon filmomhulde tabletten. Risperidon
wordt omgezet tot 9-hydroxyrisperidon, waarvan de farmacologische activiteit hetzelfde is als van
risperidon (zie
Biotransformatie en eliminatie).
Absorptie
Risperidon wordt na orale toediening volledig geabsorbeerd, waarbij piekplasmaconcentraties binnen
1-2 uur worden bereikt. De absolute orale biologische beschikbaarheid van risperidon is 70%
(CV=25%). De relatieve orale biologische beschikbaarheid van risperidon uit een tablet is 94%
(CV=10%) ten opzichte van oplossing. De absorptie wordt niet beïnvloed door voedsel en daarom kan
risperidon worden gegeven met of zonder maaltijd. De steady state van risperidon wordt bij de meeste
patiënten binnen 1 dag bereikt. De steady state van 9-hydroxyrisperidon wordt bereikt binnen 4-5 dagen
dosering.
Distributie
Risperidon wordt snel verdeeld. Het verdelingsvolume bedraagt 1-2 l/kg. In plasma wordt risperidon
gebonden aan
albumine en aan alfa1-zure glycoproteïnen. De plasma-eiwitbinding van risperidon
bedraagt 90%, die van 9-hydroxyrisperidon is 77%.
Biotransformatie en eliminatie
Risperidon wordt door CYP 2D6 omgezet tot 9-hydroxyrisperidon, dat eenzelfde farmacologische
activiteit vertoont als risperidon. Risperidon en 9-hydroxyrisperidon vormen samen de actieve
antipsychotische fractie. CYP 2D6 is onderhavig aan genetisch polymorfisme. Uitgebreide
metaboliseerders met CYP 2D6 zetten risperidon snel om in 9-hydroxyrisperidon, terwijl slechte
metaboliseerders met CYP 2D6 het veel trager omzetten. Hoewel uitgebreide metaboliseerders lagere
concentraties risperidon en hogere concentraties 9-hydroxyrisperidon hebben dan slechte
metaboliseerders, is de gecombineerde farmacokinetiek van risperidon en 9-hydroxyrisperidon (dus
de actieve antipsychotische fractie), na eenmalige en herhaalde toediening vergelijkbaar bij goede en
slechte metaboliseerders van CYP 2D6.
Een andere metabole route van risperidon is N-dealkylering.
In vitro studies met levermicrosomen van
de mens hebben aangetoond dat risperidon in klinisch relevante concentratie de omzetting van
geneesmiddelen door cytochroom-P450-isozymen (waaronder CYP 1A2, CYP 2A6, CYP 2C8/9/10,
CYP 2D6, CYP 2E1, CYP 3A4 en CYP 3A5) niet in aanzienlijke mate remt. Eén week na toediening
is 70% van de dosis uitgescheiden met de urine en 14% met de feces. In urine vertegenwoordigt
risperidon plus 9-hydroxyrisperidon 35-45% van de toegediende dosis. De rest zijn inactieve
metabolieten. Na orale toediening aan psychotische patiënten wordt risperidon geëlimineerd met een
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
18
halfwaardetijd van ongeveer 3 uur. De eliminatiehalfwaardetijd van 9-hydroxyrisperidon en van de
actieve antipsychotische fractie is 24 uur.
Lineariteit
De plasmaconcentratie van risperidon is binnen het therapeutische gebied van de dosis evenredig met
de dosis.
Ouderen, lever- en nierinsufficiëntie
In een studie met enkelvoudige dosering werd gemiddeld een 43% hogere actieve antipsychotische
fractie plasmaconcentratie gezien, een 38% langere halfwaardetijd evenals een afname van de klaring
van de actieve antipsychotische fractie met 30% bij ouderen. Bij patiënten met nierinsufficiëntie werd
een hogere actieve antipsychotische fractie plasmaconcentratie en een verminderde klaring van de
actieve antipsychotische fractie met gemiddeld 60% gezien. De plasmaconcentraties van risperidon
waren normaal bij patiënten met leverinsufficiëntie, maar de gemiddelde vrije fractie van risperidon in
plasma was met ongeveer 35% toegenomen.
Kinderen
De farmacokinetiek van risperidon, 9-hydroxyrisperidon en de actieve antipsychotische fractie bij
kinderen is gelijk aan die bij volwassenen.
Geslacht, ras en roken
Een farmacokinetische populatie-analyse bracht geen duidelijke effecten aan het licht van geslacht, ras
of rookgewoonten op de farmacokinetiek van risperidon of van de actieve antipsychotische fractie.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
In (sub)chronische toxiciteitsstudies, waarbij de toediening werd begonnen aan seksueel onrijpe ratten
en honden, waren dosisafhankelijke effecten aanwezig in de mannelijke en vrouwelijke
geslachtsorganen en de borstklier. Deze effecten waren gerelateerd aan de verhoogde prolactine
concentratie in het serum die een gevolg zijn van de blokkerende activiteit van risperidon op
de dopamine-D2-receptor. Bovendien wijzen weefselkweken erop dat de celgroei in menselijke
borsttumoren gestimuleerd kan worden door prolactine. Risperidon was niet teratogeen bij ratten en
konijnen. In reproductieonderzoek bij ratten met risperidon werden ongewenste effecten gezien op het
paargedrag van de ouders en op het geboortegewicht en de overleving van het nageslacht. Bij ratten
ging intra-uteriene blootstelling aan risperidon gepaard met cognitieve deficits op volwassen leeftijd.
Andere dopamineantagonisten hebben bij toediening aan zwangere dieren negatieve effecten op het
leren en de motorische ontwikkeling van het nageslacht teweeggebracht. Risperidon was in een
testbatterij niet genotoxisch. In orale carcinogeniteitsstudies van risperidon bij ratten en muizen
werden toenames gezien in adenomen van de hypofyse (muis), van de endocriene pancreas (rat) en
van de borstklieren (beide). Deze tumoren kunnen te maken hebben met het langdurige dopamine-D2-
antagonisme en de hyperprolactinemie. De relevantie van deze tumorbevindingen bij knaagdieren voor
het risico bij de mens is niet bekend.
In vitro en
in vivo dierlijke modellen tonen dat bij hoge doses
risperidon het QT-interval kan verlengen, wat werd geassocieerd met een theoretisch hoger risico van
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
19
torsade de pointes bij patiënten.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Benzoëzuur
Sorbitol 70% oplossing
Gezuiverd water
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
Vóór openen: 2 jaar.
Na eerste keer openen: 3 maanden.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Vóór openen: Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
Na eerste keer openen: Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Bruinkleurige glazen flessen met een witte kindveilige plastic polypropylene sluiting.
30 ml en 100 ml van Risperidon 1 mg/ml PCH, drank.
3 ml of 5 ml witte plastic LDPE orale pipet met een schaalverdeling van 0,05 ml.
5 ml witte plastic LDPE orale pipet met een schaalverdeling van 0,1 ml.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Fig 1:
De fles heeft een kinderveilige dop, en moet als volgt geopend worden: Duw de schroefdop omlaag
terwijl u tegelijkertijd een draaiende beweging maakt, tegen de wijzers van de klok in. Draai de dop los
en haal hem van de fles.
Fig 2: Steek de pipet in de fles. Voor de juiste dosering trekt u de bovenste ring van de pipet omhoog,
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
20
terwijl u de onderste ring vasthoudt. Trek de bovenste ring omhoog tot het streepje dat het juiste aantal
milliliters of milligram aangeeft
Fig 3:
Haal de volledige pipet uit de fles, terwijl u de onderste ring vasthoudt. Spuit de pipet leeg in een niet-
alcoholische drank (met uitzondering van thee) door de bovenste ring naar beneden te duwen.
Sluit de fles en maak de pipet schoon met water.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pharmachemie BV
Swensweg 5
2031 GA Haarlem
Nederland
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK
RISPERIDON 1 MG/ML PCH
drank
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
Datum
: 12 april 2010
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
21
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 106227
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING
19 april 2010
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
0410.2v.JK
rvg 106227 SPC 0410.2v.JK