Risperidon 4 mg PCH, filmomhulde tabletten
Registratienummer: RVG 35245
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Risperidon 1 mg PCH, filmomhulde tabletten
Risperidon 2 mg PCH, filmomhulde tabletten
Risperidon 3 mg PCH, filmomhulde tabletten
Risperidon 4 mg PCH, filmomhulde tabletten
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 mg: bevat 1 mg risperidon per filmomhulde tablet
2 mg: bevat 2 mg risperidon per filmomhulde tablet
3 mg: bevat 3 mg risperidon per filmomhulde tablet
4 mg: bevat 4 mg risperidon per filmomhulde tablet
Hulpstoffen:
1 mg: bevat 154 mg lactose per filmomhulde tablet
2 mg: bevat 153 mg lactose per filmomhulde tablet
3 mg: bevat 230 mg lactose per filmomhulde tablet
4 mg: bevat 306 mg lactose per filmomhulde tablet
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
Filmomhulde tablet.
1 mg: Witte, ronde, afgeschuinde biconvexe tabletten met breukstreep, met de inscriptie "RIS" boven
de breukstreep en "1" onder de breukstreep aan de ene zijde, glad aan de andere zijde.
2 mg: Lichtbruine, ronde, afgeschuinde biconvexe tabletten met breukstreep, met de inscriptie "RIS"
boven de breukstreep en "2" onder de breukstreep aan de ene zijde, glad aan de andere zijde.
3 mg: Gele ronde, afgeschuinde biconvexe tabletten met breukstreep, met de inscriptie "RIS" boven de
breukstreep en "3" onder de breukstreep aan de ene zijde, glad aan de andere zijde.
4 mg: Lichtgroene, ronde, afgeschuinde biconvexe tabletten met breukstreep, met de inscriptie "RIS"
boven de breukstreep en "4" onder de breukstreep aan de ene zijde, glad aan de andere zijde.
De tablet kan verdeeld worden in gelijke helften.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
2
4.1 Therapeutische
indicaties
-
Risperidon PCH is geïndiceerd voor de behandeling van schizofrenie
-
Risperidon PCH is geïndiceerd voor de behandeling van matig tot ernstige manische episodes bij
bipolaire stoornissen
-
Risperidon PCH is geïndiceerd voor de kortdurende behandeling (tot 6 weken) van aanhoudende
agressie bij patiënten met matige tot ernstige ziekte van Alzheimer die niet reageren op niet-
farmacologische methodes en als er gevaar is voor de patiënt of anderen.
-
Risperidon PCH is geïndiceerd voor de kortdurende symptomatische behandeling (tot 6 weken)
van aanhoudende agressie bij kinderen vanaf 5 jaar en adolescenten met een minder dan
gemiddeld intellectueel functioneren of met mentale retardatie, gediagnosticeerd volgens de
DSM-IV-criteria, met een gedragsstoornis, bij wie de ernst van agressief of ander storend gedrag
een farmacologische behandeling vereist. De farmacologische behandeling dient een integraal
onderdeel te vormen van een uitgebreider behandelingsprogramma, inclusief psychosociale en
educatieve interventie. Het wordt aanbevolen dat risperidon wordt voorgeschreven door een
specialist in kinderneurologie en kinder- en jongerenpsychiatrie of door artsen die goed
vertrouwd zijn met de behandeling van gedragsstoornissen bij kinderen en adolescenten.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Schizofrenie
Volwassenen
Risperidon PCH kan eenmaal of tweemaal daags worden ingenomen.
Patiënten dienen te beginnen met risperidon in een dosering van 2 mg/dag. De dosering kan op de
tweede dag worden verhoogd tot 4 mg. Vervolgens kan de dosering gelijk blijven of zo nodig individueel
verder worden aangepast. De meeste patiënten zullen baat hebben bij een dagelijkse dosis tussen 4 en
6 mg. Bij sommige patiënten kan een langzamere titratie en een lagere start- en onderhoudsdosering
aangewezen zijn.
Doseringen hoger dan 10 mg/dag zijn niet effectiever gebleken dan lagere doseringen en kunnen
leiden tot een hogere incidentie van extrapiramidale symptomen. De veiligheid van doseringen hoger
dan 16 mg per dag is niet onderzocht en daarom worden dergelijke doseringen niet aangeraden.
Ouderen
Een startdosering van 0,5 mg tweemaal daags wordt aanbevolen. Deze dosering kan individueel
worden aangepast met stappen van telkens 0,5 mg tweemaal daags, tot een dosis van 1 à 2 mg
tweemaal daags.
Kinderen
Het gebruik van risperidon wordt niet aanbevolen bij kinderen/adolescenten jonger dan 18 jaar met
schizofrenie vanwege het ontbreken van klinische gegevens over de werkzaamheid.
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
3
Manische episodes bij bipolaire stoornissen
Volwassenen
Risperidon PCH dient eenmaal daags te worden ingenomen, te beginnen met 2 mg risperidon. Indien
aanpassing van de dosis is aangewezen, dient dit te gebeuren met een interval van niet minder dan
24 uur en met stappen van 1 mg per dag. Risperidon kan toegediend worden in flexibele doses over
een bereik van 1 tot 6 mg per dag om de behandeling te optimaliseren volgens de mate van
werkzaamheid en verdraagbaarheid van elke patiënt. Dagelijkse doses hoger dan 6 mg risperidon zijn
niet onderzocht bij patiënten met manische episodes.
Net als bij andere symptomatische behandelingen, dient het belang van voortzetting van het gebruik
van Risperidon PCH voortdurend te worden nagegaan en gerechtvaardigd.
Ouderen
Een startdosering van 0,5 mg tweemaal daags wordt aanbevolen. Deze dosering kan individueel
worden aangepast met stappen van telkens 0,5 mg tweemaal daags tot 1 tot 2 mg tweemaal daags.
Omdat de klinische ervaring bij ouderen beperkt is, dient voorzichtigheid in acht te worden genomen.
Kinderen
Het gebruik van risperidon wordt niet aanbevolen bij kinderen/adolescenten jonger dan 18 jaar met
bipolaire manie vanwege het ontbreken van klinische gegevens over de werkzaamheid.
Aanhoudende agressie bij patiënten met matige tot ernstige ziekte van Alzheimer
Een tweemaaldaagse startdosis van 0,25 mg wordt aanbevolen. Zo nodig kan deze dosering
individueel worden aangepast met stappen van 0,25 mg tweemaal daags, niet vaker dan om de andere
dag. Voor de meeste patiënten is 0,5 mg tweemaal daags de optimale dosering. Sommige patiënten
kunnen echter baat hebben bij doseringen tot 1 mg tweemaal daags.
Risperidon PCH mag niet langer dan 6 weken gebruikt worden bij Alzheimerpatiënten met
aanhoudende agressie. Tijdens de behandeling dienen de patiënten regelmatig te worden
gecontroleerd en dient de noodzaak om de behandeling voort te zetten opnieuw te worden beoordeeld.
Gedragsstoornissen
Kinderen en adolescenten van 5 tot 18 jaar
Voor kinderen van 50 kg of zwaarder wordt een startdosis van 0,5 mg eenmaal daags aanbevolen. Zo
nodig kan deze dosering individueel worden aangepast met stappen van 0,5 mg eenmaal daags, niet
vaker dan om de andere dag, indien nodig. Voor de meeste patiënten is 1 mg eenmaal daags de
optimale dosering. Sommige patiënten kunnen echter baat hebben bij 0,5 mg eenmaal daags, terwijl
anderen 1,5 mg eenmaal daags nodig kunnen hebben. Voor kinderen die minder wegen dan 50 kg
wordt een startdosis van 0,25 mg eenmaal daags aanbevolen. Zo nodig kan deze dosering individueel
worden aangepast met stappen van 0,25 mg eenmaal daags, niet vaker dan om de andere dag. Voor
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
4
de meeste patiënten is 0,5 mg eenmaal daags de optimale dosering. Sommige patiënten kunnen echter
baat hebben bij 0,25 mg eenmaal daags, terwijl anderen 0,75 mg eenmaal daags nodig kunnen
hebben.
Net als bij andere symptomatische behandelingen, dient het belang van voortzetting van het gebruik
van Risperidon PCH voortdurend te worden nagegaan en gerechtvaardigd.
Risperidon PCH wordt niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 5 jaar, aangezien er geen ervaring is bij
kinderen jonger dan 5 jaar met deze stoornis.
Nier- en leverinsufficiëntie
Patiënten met nierinsufficiëntie kunnen de actieve antipsychotische fractie in mindere mate elimineren
dan volwassenen met een normale nierfunctie. Bij patiënten met een verminderde leverfunctie is de
concentratie van de vrije fractie van risperidon in het plasma verhoogd.
Bij alle indicaties dienen de startdosis en de daarop volgende doseringen bij patiënten met nier- of
leverinsufficiëntie te worden gehalveerd en dient titratie van de dosis langzamer te gebeuren.
Risperidon PCH dient bij deze groep patiënten met voorzichtigheid te worden gebruikt.
Wijze van toediening
Risperidon PCH dient oraal te worden ingenomen. Voedsel heeft geen invloed op de absorptie van
Risperidon PCH.
Bij het stoppen wordt geadviseerd om de medicatie geleidelijk af te bouwen. Acute onttrekkings-
symptomen, waaronder misselijkheid, braken, transpireren en slapeloosheid zijn zeer zelden
beschreven na het plotseling stopzetten van hooggedoseerde antipsychotica (zie rubriek 4.8). Recidief
van psychotische symptomen kan ook optreden, en het optreden van onwillekeurige bewegings-
stoornissen (zoals acathisie, dystonie en dyskinesie) is gemeld.
Overschakelen van andere antipsychotica
Indien om medische redenen gewenst, wordt het aanbevolen om bij het starten van de Risperidon
PCH-therapie de voorgaande behandeling geleidelijk af te bouwen. Indien het medisch gewenst is over
te schakelen van depot-antipsychotica op Risperidon PCH, dient met de Risperidon PCH-therapie te
starten op het moment van de volgende geplande injectie. Men dient regelmatig na te gaan of
bestaande anti-Parkinsonmedicatie nog voortgezet moet worden.
4.3 Contra-indicaties
Bekende overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
5
Oudere patiënten met dementie
Algemene mortaliteit
In een meta-analyse van 17 gecontroleerde studies met atypische antipsychotica, waaronder oraal
risperidon, was de mortaliteit bij oudere patiënten met dementie die werden behandeld met atypische
antipsychotica verhoogd in vergelijking met placebo. In placebogecontroleerde studies met oraal
risperidon in deze populatie bedroeg de incidentie van de mortaliteit 4,0% bij patiënten behandeld met
oraal risperidon, tegenover 3,1% bij patiënten behandeld met placebo. De odds-ratio was 1,21 (95%
exact betrouwbaarheidsinterval 0,7; 2,1). De gemiddelde leeftijd van de patiënten die overleden was
86 jaar (bereik 67-100).
Gelijktijdig gebruik van furosemide
In de placebogecontroleerde studies met risperidon bij oudere patiënten met dementie werd een
hogere mortaliteit vastgesteld bij patiënten die werden behandeld met een combinatie van
furosemide
en risperidon (7,3%; gemiddelde leeftijd 89 jaar, bereik 75-97) dan bij patiënten behandeld met
risperidon alleen (3,1%; gemiddelde leeftijd 84 jaar, bereik 70-96) of met furosemide alleen (4,1%;
gemiddelde leeftijd 80 jaar, bereik 67-90). De verhoogde mortaliteit bij patiënten behandeld met
furosemide plus risperidon werd in twee van de vier klinische studies gezien. Gelijktijdig gebruik van
risperidon met andere diuretica (voornamelijk thiazidediuretica, gebruikt in lage dosis) werd niet
geassocieerd met gelijkaardige bevindingen.
Er werd geen pathofysiologisch mechanisme vastgesteld dat deze bevinding kan verklaren en er is
geen consistent patroon van doodsoorzaken vastgesteld. Toch dient men voorzichtig te zijn en de
risico's en voordelen van deze combinatie of gelijktijdige behandeling met andere krachtige diuretica af
te wegen vóór toediening.
Er was geen verhoogde mortaliteit bij patiënten die andere diuretica gebruikten in combinatie met
risperidon. Ongeacht de behandeling was dehydratie een algemene risicofactor voor mortaliteit en dit
dient daarom bij oudere patiënten met dementie te worden vermeden.
Cerebrovasculaire bijwerkingen
In placebogecontroleerde studies bij oudere patiënten met dementie was er een significant hogere
incidentie van cerebrovasculaire bijwerkingen zoals `Cerebrovascular Accidents (CVA's)' (soms met
fatale afloop) en `Transient Ischemic Attacks (TIA)'s bij patiënten die werden behandeld met risperidon
in vergelijking met patiënten behandeld met placebo (gemiddelde leeftijd 85 jaar; bereik 73 tot 97). De
gepoolde gegevens uit zes placebogecontroleerde studies bij voornamelijk oudere patiënten (>65 jaar)
met dementie toonden aan dat cerebrovasculaire bijwerkingen (ernstige en niet-ernstige gevallen
samen) optraden bij 3,3% (33/1009) van de patiënten behandeld met risperidon en bij 1,2% (8/712) van
de patiënten behandeld met placebo. De odds-ratio was 2,96 (95% exact betrouwbaarheidsinterval
1,34; 7,50). Het mechanisme voor dit verhoogde risico is niet bekend. Een verhoogd risico kan niet
uitgesloten worden voor andere antipsychotica of andere patiëntpopulaties. Risperidon dient met de
nodige voorzorg gebruikt te worden bij patiënten die risico lopen op een beroerte.
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
6
Het risico op cerebrovasculaire aandoeningen (CVA) lag significant hoger bij patiënten met gemengde
of vasculaire dementie in vergelijking met de ziekte van Alzheimer. Daarom mogen patiënten met
andere types van dementie dan de ziekte van Alzheimer niet behandeld worden met risperidon.
Artsen wordt aangeraden om de risico's en voordelen van het gebruik van risperidon bij oudere
patiënten met dementie na te gaan en daarbij rekening te houden met de risicofactoren voor CVA bij de
individuele patiënt. Patiënten en verzorgers dienen te worden gewaarschuwd om tekenen en
symptomen van mogelijke cerebrovasculaire bijwerkingen, zoals plotselinge zwakte of verlamming in
gezicht, armen of benen, spraakproblemen of problemen met zien, onmiddellijk te melden. Alle
behandelmogelijkheden, inclusief stoppen met risperidon, dienen onmiddellijk te worden overwogen.
Voor aanhoudende agressie bij patiënten met matige tot ernstige ziekte van Alzheimer mag risperidon
alleen voor korte duur worden gebruikt in aanvulling op niet-farmacologische methodes waarvan de
werkzaamheid beperkt of afwezig was en als er een mogelijk risico is dat de patiënt een gevaar vormt
voor zichzelf of anderen.
Patiënten dienen regelmatig opnieuw te worden beoordeeld, waarbij de noodzaak tot voortzetting van
de behandeling opnieuw moet worden beoordeeld.
Veneuze trombo-embolie
Er zijn bij gebruik van antipsychotica gevallen van veneuze trombo-embolie gemeld. Aangezien
patiënten onder behandeling met antipsychotica zich vaak presenteren met verworven risicofactoren
voor veneuze trombo-embolie, dienen alle mogelijke risicofactoren hiervoor voorafgaand aan en tijdens
de behandeling met risperidon onderkend te worden en voorzorgsmaatregelen getroffen te worden.
Orthostatische hypotensie
Als gevolg van de alfablokkerende eigenschappen van risperidon kan orthostatische hypotensie
optreden, vooral tijdens het begin van de behandeling. In postmarketingobservatie werd klinisch
significante hypotensie gezien bij gelijktijdig gebruik van risperidon en behandeling met
antihypertensiva. Risperidon dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met
cardiovasculaire aandoeningen (bijv. hartfalen, myocardinfarct, geleidingsstoornissen, dehydratie,
hypovolemie of cerebrovasculaire aandoeningen) en de dosis dient geleidelijk aan te worden getitreerd
zoals wordt aanbevolen (zie rubriek 4.2). Een vermindering van de dosis dient overwogen te worden
indien hypotensie optreedt.
Tardieve dyskinesie/extrapiramidale symptomen (TD/EPS)
Geneesmiddelen met antagonistische activiteit op de dopaminereceptor zijn geassocieerd met de
inductie van tardieve dyskinesie, gekenmerkt door ritmisch optredende onwillekeurige bewegingen,
vooral van de tong en/of het gezicht. Het optreden van extrapiramidale symptomen is een risicofactor
voor tardieve dyskinesie. Indien tekenen en symptomen van tardieve dyskinesie optreden, dient men te
overwegen om te stoppen met alle antipsychotica.
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
7
Maligne neurolepticasyndroom
Het maligne neurolepticasyndroom, gekenmerkt door hyperthermie, spierstijfheid, autonome
instabiliteit, veranderd bewustzijn en verhoogde serumconcentraties van creatinefosfokinase, werd
gemeld bij behandeling met antipsychotica. Bijkomende tekenen kunnen zijn: myoglobinurie
(rhabdomyolyse) en acuut nierfalen. In dit geval dienen alle antipsychotica, ook risperidon, te worden
beëindigd.
Ziekte van Parkinson en Lewy-body-dementie
Artsen dienen de risico's tegen de voordelen af te wegen als ze antipsychotica zoals risperidon,
voorschrijven aan patiënten met de ziekte van Parkinson of met Lewy-body-dementie. De ziekte van
Parkinson kan verergeren met risperidon. Deze beide groepen kunnen een verhoogd risico hebben op
maligne neurolepticasyndroom en op een verhoogde gevoeligheid voor antipsychotica; deze patiënten
werden uitgesloten uit het klinische onderzoek. Deze verhoogde gevoeligheid kan zich manifesteren als
verwardheid, afgestomptheid, instabiele houding met veelvuldig vallen, naast extrapiramidale
symptomen.
Hyperglykemie
Hyperglykemie of verergering van reeds bestaande diabetes is in zeer zeldzame gevallen tijdens de
behandeling met risperidon gemeld. Bij patiënten met diabetes en patiënten met risicofactoren voor het
ontwikkelen van diabetes mellitus wordt een regelmatige klinische opvolging aanbevolen.
Hyperprolactinemie
Studies in weefselculturen suggereren dat de celgroei in borsttumoren bij de mens mogelijk
gestimuleerd wordt door prolactine. Hoewel er tot op heden geen duidelijk verband met de toediening
van antipsychotica werd aangetoond in klinische en epidemiologische studies, wordt voorzichtigheid
aangeraden bij patiënten met een relevante medische achtergrond. Risperidon dient met
voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met bestaande hyperprolactinemie en bij patiënten met
gedocumenteerde prolactine-afhankelijke tumoren.
Verlenging van het QT-interval
Verlenging van het QT-interval is tijdens postmarketingervaring zeer zelden gemeld. Net als bij andere
antipsychotica dient men voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van risperidon aan patiënten met een
bekende cardiovasculaire aandoening, QT-verlenging in de familiale voorgeschiedenis, bradycardie of
verstoringen van de elektrolytenbalans (hypokaliëmie, hypomagnesiëmie), aangezien dit het risico van
aritmie kan versterken. Daarnaast dient men eveneens voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van
risperidon in combinatie met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval kunnen
verlengen.
Epileptische aanvallen
Risperidon dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten die in het verleden epileptische
aanvallen hebben doorgemaakt of een andere aandoening hebben waardoor hun drempel voor
epileptische aanvallen mogelijk is verlaagd.
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
8
Priapisme
Priapisme kan voorkomen bij behandeling met risperidon als gevolg van de blokkade van de alfa-
adrenerge receptoren.
Regulering van de lichaamstemperatuur
Aan antipsychotische geneesmiddelen wordt de eigenschap toegeschreven dat ze het mechanisme om
basale lichaamstemperatuur te verlagen, verminderen. Gepaste zorg wordt aanbevolen als risperidon
wordt voorgeschreven aan patiënten die mogelijk in bepaalde omstandigheden verkeren die kunnen
bijdragen tot een verhoging van de basale lichaamstemperatuur, bijv. overmatige inspanning,
blootstelling aan extreme hitte, gelijktijdige behandeling met anticholinerge activiteit, of onderhevig zijn
aan uitdroging.
Kinderen en adolescenten
Voordat risperidon aan kinderen of adolescenten met gedragsstoornissen wordt voorgeschreven
dienen eerst de lichamelijke en sociale oorzaken van het agressieve gedrag achterhaald te worden
zoals pijn of ongeschikte verwachtingen uit de omgeving.
Sedatie met risperidon dient nauwgezet opgevolgd te worden bij deze populatie omdat er mogelijke
gevolgen op het leervermogen zijn. Een wijziging in het tijdstip van toediening kan mogelijk de impact
van sedatie op de concentratie van kinderen en adolescenten verbeteren.
Risperidon werd in verband gebracht met gemiddelde stijgingen in lichaamsgewicht en Quetelet-index
(BMI). De veranderingen in lichaamslengte tijdens open-label extensiestudies op lange termijn bleven
binnen de verwachte normen voor de leeftijd. De effecten van risperidongebruik langer dan 1 jaar op de
groei en seksuele rijping zijn niet voldoende geëvalueerd.
Vanwege de mogelijke effecten van langdurige hyperprolactinemie op groei en seksuele rijping bij
kinderen en adolescenten, moet een regelmatige klinische controle van de endocrinologische status
overwogen worden, met inbegrip van metingen van lichaamslengte, gewicht, seksuele rijping, opvolging
van menstrueel functioneren en andere mogelijke effecten van prolactine.
Tijdens de behandeling met risperidon moet regelmatig gecontroleerd worden op extrapiramidale
symptomen en andere bewegingsstoornissen.
Voor specifieke doseringsaanbevelingen bij kinderen en adolescenten, zie rubriek 4.2.
Hulpstoffen
Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke galactose-intolerantie, Lapp-
lactasedeficiëntie of glucose-galactose-malabsorptiesyndroom dienen dit geneesmiddel niet in te
nemen.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Net als bij andere antipsychotica wordt geadviseerd voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
9
risperidon in combinatie met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen,
zoals klasse-Ia-antiaritmica (bijv. kinidine, dysopiramide, procaïnamide), klasse-III-antiaritmica (bijv.
amiodaron,
sotalol), tricyclische antidepressiva (bijv.
amitriptyline), tetracyclische antidepressiva (bijv.
maprotiline), bepaalde antihistaminica, andere antipsychotica, bepaalde middelen tegen malaria (bijv.
kinine en mefloquine), en geneesmiddelen die de elektrolytenbalans verstoren (hypokaliëmie,
hypomagnesiëmie), bradycardie, of die welke het metabolisme van risperidon in de lever remmen.
Deze lijst is indicatief en niet uitputtend.
Mogelijke effecten van Risperidon PCH op andere geneesmiddelen
Gezien het verhoogde risico op sedatie dient risperidon voorzichtig te worden gebruikt in combinatie
met andere centraal werkzame geneesmiddelen, waaronder met name alcohol, opiaten, antihistaminica
en benzodiazepinen.
Risperidon kan het effect van levodopa en andere dopamine-agonisten verzwakken. Als deze
combinatie noodzakelijk wordt geacht, vooral in het eindstadium van de ziekte van Parkinson, dient de
laagst werkzame dosis voor iedere behandeling te worden voorgeschreven.
Risperidon kan het effect versterken van alcohol. Patiënten moeten daarom het advies krijgen geen
alcohol te gebruiken.
Klinisch significante hypotensie werd tijdens de postmarketingfase waargenomen bij gelijktijdig gebruik
van risperidon en behandeling met antihypertensiva.
Risperidon vertoont geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek van
lithium, valproaat,
digoxine
of
topiramaat.
Mogelijke effecten van andere geneesmiddelen op Risperidon PCH
Voor
carbamazepine is aangetoond dat het de plasmaconcentratie van de actieve antipsychotische
fractie van risperidon verlaagt. Vergelijkbare effecten kunnen ook worden gezien met
rifampicine,
fenytoïne en
fenobarbital, die ook CYP 3A4-leverenzymen en P-glycoproteïne induceren. Als
carbamazepine of andere inducerende geneesmiddelen van CYP 3A4-leverenzymen/P-glycoproteïne
worden gestart of gestopt, dient de arts de dosering van risperidon opnieuw vast te stellen.
Fluoxetine en
paroxetine, remmers van CYP 2D6, verhogen de plasmaconcentratie van risperidon,
maar die van de actieve antipsychotische fractie in mindere mate. Naar verwachting kunnen andere
remmers van CYP 2D6, zoals kinidine of
haloperidol, de plasmaconcentraties van risperidon op een
vergelijkbare manier beïnvloeden. Als gelijktijdige behandeling met
fluoxetine of
paroxetine wordt
gestart of beëindigd, dient de arts de dosering van risperidon opnieuw vast te stellen.
Verapamil, een remmer van CYP 3A4 en P-glycoproteïne, verhoogt de plasmaconcentratie van
risperidon.
Galantamine en
donepezil vertonen geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek van risperidon
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
10
en de actieve antipsychotische fractie.
Fenothiazines, tricyclische antidepressiva en sommige bètablokkers kunnen de plasmaconcentratie van
risperidon verhogen, maar niet de concentratie van de actieve antipsychotische fractie.
Amitriptyline
heeft geen invloed op de farmacokinetiek van risperidon of van de actieve antipsychotische fractie.
Cimetidine en
ranitidine verhogen de biologische beschikbaarheid van risperidon, maar verhogen
slechts marginaal de biologische beschikbaarheid van de actieve antipsychotische fractie.
Erytromycine, een CYP 3A4-remmer, verandert de farmacokinetiek van risperidon en de actieve
antipsychotische fractie niet.
Het in combinatie gebruiken van psychostimulantia (bijv.
methylfenidaat) met risperidon bij kinderen en
adolescenten had geen invloed op de farmacokinetiek en werkzaamheid van risperidon.
Zie rubriek 4.4 betreffende de verhoogde mortaliteit bij oudere patiënten met dementie die gelijktijdig
furosemide krijgen.
Gelijktijdig gebruik van oraal risperidon met
paliperidon wordt ontraden, aangezien paliperidon de
actieve metaboliet van risperidon is en de combinatie van deze twee kan leiden tot extra blootstelling
aan de actieve antipsychotische fractie.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van risperidon bij zwangere vrouwen. Volgens post-
marketinggegevens werden omkeerbare extrapiramidale symptomen waargenomen bij pasgeborenen
na gebruik van risperidon tijdens het laatste trimester van de zwangerschap. Om die reden dienen
pasgeborenen nauwgezet te worden gecontroleerd. Risperidon was niet teratogeen in onderzoek bij
dieren maar er werden wel andere soorten reproductietoxiciteit waargenomen (zie rubriek 5.3). Het
mogelijke risico voor de mens is niet bekend. Daarom mag risperidon niet worden gebruikt tijdens de
zwangerschap, tenzij dit overduidelijk noodzakelijk is. Als het tijdens de zwangerschap nodig is om te
stoppen, dient dit niet abrupt te gebeuren.
Borstvoeding
In onderzoek bij dieren werden risperidon en 9-hydroxy-risperidon uitgescheiden in de melk. Het is
aangetoond dat risperidon en 9-hydroxy-risperidon ook bij de mens in kleine hoeveelheden in de
moedermelk worden uitgescheiden. Er zijn geen gegevens beschikbaar over bijwerkingen bij kinderen
die borstvoeding krijgen. Daarom moeten de voordelen van borstvoeding worden afgewogen tegen de
mogelijke risico's voor het kind.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Door de mogelijke effecten op het zenuwstelsel en het zicht (zie rubriek 4.8) kan risperidon geringe tot
matige invloed hebben op het vermogen om voertuigen te besturen en machines te bedienen. Daarom
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
11
moet aan de patiënt worden aanbevolen om geen voertuigen te besturen of machines te bedienen
voordat duidelijk is hoe hij of zij op het geneesmiddel reageert.
4.8 Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen (incidentie 10%) zijn: parkinsonisme, hoofdpijn en
slapeloosheid.
Hieronder staan alle bijwerkingen die in klinisch onderzoek en in de post-marketing werden gemeld. De
bijwerkingen worden als volgt uitgedrukt: zeer vaak (1/10), vaak (1/100 tot <1/10), soms (1/1000
tot <1/100), zelden (1/10,000 tot <1/1000), zeer zelden (<1/10,000), en onbekend (niet te schatten op
basis van de gegevens uit klinisch onderzoek).
Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt volgens afnemende ernstgraad.
Bijwerkingen per orgaansysteemklasse en frequentie
Onderzoeken
Vaak
Verhoogde prolactineconcentratie in bloeda, Gewichtstoename
Soms
Verlengd QT-interval op elektrocardiogram, Abnormaal elektrocardiogram, Verhoogde
bloedsuikerspiegel, Verhoogde transaminasespiegel, Lager aantal witte bloedcellen,
Verhoogde lichaamstemperatuur, Verhoogd aantal eosinofielen, Verlaagd
hemoglobinegehalte, Verhoogde creatinefosfokinaseactiviteit in het bloed
Zelden
Verlaagde lichaamstemperatuur
Hartaandoeningen
Vaak
Tachycardie
Soms
Atrioventriculair blok, Bundeltakblok, Atriumfibrilleren, Sinusbradycardie, Palpitaties
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Soms
Anemie, Trombocytopenie
Zelden
Granulocytopenie
Niet bekend Agranulocytose
Zenuwstelselaandoeningen
Zeer vaak
Parkinsonismeb, Hoofdpijn
Vaak
Acathisieb, Duizeligheid, Tremorb, Dystonieb, Slaperigheid, Sedatie, Lethargie,
Dyskinesiea
Soms
Uitblijven van prikkelrespons, Bewustzijnsverlies, Syncope, Verminderd
bewustzijnsniveau, Cerebrovasculair accident, Voorbijgaande ischemische aanval
(TIA), Dysartrie, Aandachtsstoornissen, Hypersomnia, Posturale duizeligheid,
Evenwichtsstoornissen, Tardieve dyskinesie, Spraakstoornis, Abnormale coördinatie,
Hypesthesie
Zelden
Maligne neurolepticasyndroom, Diabetische coma, Cerebrovasculaire stoornis,
Hersenischemie, Bewegingsstoornissen
Oogaandoeningen
Vaak Wazig
zicht
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
12
Soms
Conjunctivitis, Oculaire hyperemie, Tranende ogen, Zwelling van de ogen, Droge ogen,
Toegenomen traanproductie, Fotofobie
Zelden
Verminderde gezichtsscherpte, Rollende ogen, Glaucoom
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Soms
Oorpijn, Oorsuizen
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Vaak
Dyspnoe, Epistaxis, Hoesten, Verstopte neus, Faryngolaryngeale pijn
Soms
Wheezing (fluitende ademhaling), Aspiratiepneumonie, Longstuwing,
Ademhalingsstoornis, Rochelen, Luchtwegstuwing, Dysfonie
Zelden
Slaapapnoesyndroom, Hyperventilatie
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak
Braken, Diarree, Constipatie, Misselijkheid, Abdominale pijn, Dyspepsie, Droge mond,
Onbehaaglijk gevoel in de maag
Soms
Slikstoornissen, Gastritis, Fecale incontinentie, Fecaloom
Zelden
Darmobstructie, Pancreatitis, Gezwollen lippen, Cheilitis
Nier- en urinewegaandoeningen
Vaak
Enuresis
Soms
Dysurie, Urine-incontinentie, Pollakiurie
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak
Huiduitslag, Erytheem
Soms
Angio-oedeem, Huidletsel, Huidstoornissen, Pruritus, Acne, Huidverkleuring, Alopecia,
Seborroeïsche dermatitis, Droge huid, Hyperkeratose
Zelden Roosvorming
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Vaak
Artralgie, Rugpijn, Pijn in de extremiteiten
Soms
Spierzwakte, Myalgie, Nekpijn, Zwelling van de gewrichten, Abnormale houding,
Gewrichtsstijfheid, Pijn op de borst van musculoskeletale oorsprong
Zelden
Rhabdomyolyse
Endocriene aandoeningen
Zelden
Verstoorde huishouding van antidiuretisch hormoon (SIADH)
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Vaak
Toegenomen eetlust, Verminderde eetlust
Soms
Anorexie, Polydipsie
Zeer zelden
Diabetische ketoacidose
Niet bekend
Waterintoxicatie
Infecties en parasitaire aandoeningen
Vaak
Pneumonie, Griep, Bronchitis, Infectie van de bovenste luchtwegen, Urineweginfectie
Soms
Sinusitis, Virusinfectie, Oorinfectie, Tonsillitis, Cellulitis, Otitis media, Ooginfectie,
Gelokaliseerde infectie, Acarodermatitis, Luchtweginfectie, Cystitis, Onychomycose
Zelden
Chronische otitis media
Bloedvataandoeningen
Soms
Hypotensie, Orthostatische hypotensie, Roodheid
Niet bekend
Veneuze trombo-embolie
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
13
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Vaak
Pyrexie, Vermoeidheid, Perifeer oedeem, Asthenie, Pijn op de borst
Soms
Gezichtsoedeem, Gangstoornissen, Abnormaal gevoel, Traagheid, Griepachtige
ziekte, Dorst, Onprettig gevoel op de borst, Rillingen
Zelden
Gegeneraliseerd oedeem, Hypothermie, Ontwenningsverschijnselen, Perifere afkoeling
Immuunsysteemaandoeningen
Soms
Overgevoeligheid
Zelden
Overgevoeligheid voor het geneesmiddel
Niet bekend
Anafylactische reactie
Lever- en galaandoeningen
Zelden
Geelzucht
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Soms
Amenorroe, Seksuele stoornissen, Erectiestoornis, Ejaculatiestoornis, Galactorroe,
Gynecomastie, Menstruatiestoornissen, Vaginale vloed
Niet bekend
Priapisme
Psychische stoornissen
Zeer vaak
Slapeloosheid
Vaak
Angst, Agitatie, Slaapstoornis
Soms
Toestand van verwarring, Manie, Afgenomen libido, Lusteloosheid, Zenuwachtigheid
Zelden
Anorgasmie, Gevoelsvervlakking
a Hyperprolactinemie kan in sommige gevallen leiden tot gynecomastie, menstruatiestoornissen,
amenorroe en galactorroe.
b Extrapiramidale stoornissen kunnen optreden: Parkinsonisme (speekselvloed, musculoskeletale
stijfheid, parkinsonisme, kwijlen, tandradfenomeen, bradykinesie, hypokinesie, gemaskerd gelaat,
gespannen spieren, akinesie, stijve nek, spierstijfheid, parkinsonachtige gang en abnormale glabella
reflex), acathisie (acathisie, rusteloosheid, hyperkinesie en rusteloze-benensyndroom), tremor,
dyskinesie (dyskinesie, spiertrekkingen, choreoathetose, athetose en myoclonus), dystonie.
Dystonie omvat dystonie, spierspasmen, hypertonie, torticollis, onwillekeurige spierbewegingen,
spiercontracties, blefarospasme, oculogyratie, verlamde tong, gezichtsspasme, laryngospasme,
myotonie, opisthotonus, orofaryngeaal spasme, pleurothotonus, tongspasme en kaakklem. Tremor
omvat tremor en parkinsonachtige rusttremor. Het dient te worden opgemerkt dat een breder spectrum
van symptomen is opgenomen, dat niet noodzakelijkerwijs een extrapiramidale oorzaak heeft.
Hieronder staat een lijst met aanvullende bijwerkingen die geassocieerd worden met risperidon, die als
bijwerkingen zijn benoemd tijdens klinische studies waarmee de langwerkende injecteerbare vorm
van risperidon werd onderzocht maar die niet als bijwerking werden bepaald in de klinische studies
waarbij orale risperidon werd onderzocht. In deze tabel zijn de bijwerkingen die specifiek te maken
hebben met de formulatie of de toediening per injectie van risperidon niet opgenomen.
Aanvullende bijwerkingen gemeld bij de langwerkende injecteerbare vorm van risperidon maar niet bij
orale risperidon, per orgaansysteemklasse
Onderzoeken
Gewichtsafname, Verhoogde gamma-glutamyltransferase, verhoogde leverenzymen
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
14
Hartaandoeningen
Bradycardie
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Neutropenie
Zenuwstelselaandoeningen
Paresthesie, Convulsie
Oogaandoeningen
Blefarospasme
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Vertigo
Maagdarmstelselaandoeningen
Tandpijn, Spasme van de tong
Huid- en onderhuidaandoeningen
Eczeem
Bot-, skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Pijn in de bil
Infecties en parasitaire aandoeningen
Infectie van de lagere luchtwegen, Infectie, Gastro-enteritis, Subcutaan abces
Letsel en intoxicaties
Vallen
Bloedvataandoeningen
Hypertensie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Pijn
Psychische stoornissen
Depressie
Klasse-effecten
Net als bij andere antipsychotica, zijn er tijdens de postmarketingfase bij risperidon zeer zelden
gevallen van QT-verlenging gemeld. Andere klassegerelateerde effecten op het hart die zijn gemeld bij
antipsychotica die het QT-interval verlengen, zijn ventrikelaritmie, ventrikelfibrilleren,
ventrikeltachycardie, plotse dood, hartstilstand en torsade de pointes.
Gewichtstoename
In de samengevoegde gegevens van 6- tot 8-weken durende, placebogecontroleerde studies bij
volwassen patiënten met schizofrenie werd gekeken welk percentage patiënten voldeed aan het
criterium voor gewichtstoename met 7% lichaamsgewicht bij degenen die waren behandeld met
risperidon vergeleken met placebo. Uit deze vergelijking kwam een statistisch significant grotere
incidentie van gewichtstoename voor risperidon (18%) dan voor placebo (9%). In de samengevoegde
gegevens van placebogecontroleerde studies van 3 weken bij volwassen patiënten met acute manie
was de incidentie van een gewichtstoename met 7% op eindpunt in de risperidongroep en de
placebogroep vergelijkbaar (respectievelijk 2,5% en 2,4%) en iets hoger in de groep met actieve
controle (3,5%).
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
15
In een populatie van kinderen en adolescenten met gedragsstoornissen en ander afwijkend gedrag in
chronische studies nam het gewicht toe met een gemiddelde van 7,3 kg na 12 maanden behandeling.
De verwachte gewichtstoename voor normale kinderen tussen 5 en 12 jaar is 3 tot 5 kg per jaar. Vanaf
een leeftijd van 12-16 jaar blijft de gewichtstoename bij meisjes 3 tot 5 kg per jaar, terwijl jongens
ongeveer 5 kg per jaar in gewicht toenemen.
Aanvullende informatie over bijzondere populaties
Hieronder staan de bijwerkingen beschreven die bij oudere patiënten met dementie of bij kinderen met
hogere incidentie werden gemeld dan bij volwassenen.
Oudere patiënten met dementie
TIA's en CVA's waren bijwerkingen die in klinische studies werden gemeld met een frequentie van
respectievelijk 1,4% en 1,5% bij oudere patiënten met dementie. Daarnaast werden de volgende
bijwerkingen bij oudere patiënten met dementie gemeld in een frequentie van 5% en in een
frequentie die minstens twee keer zo hoog was als bij andere volwassen populaties: urineweginfectie,
perifeer oedeem, lethargie en hoesten.
Kinderen
De volgende bijwerkingen werden in een frequentie van 5% gemeld bij kinderen (5 tot 17 jaar) en in
een frequentie die minstens tweemaal zo hoog was als in klinische studies bij volwassenen:
slaperigheid/sedatie, vermoeidheid, hoofdpijn, versterkte eetlust, braken, infectie van de bovenste
luchtwegen, neusverstopping, buikpijn, duizeligheid, hoesten, koorts, tremor, diarree, en enuresis.
4.9 Overdosering
Symptomen
Over het algemeen zijn de gemelde tekenen en symptomen als de bekende farmacologische effecten
van risperidon in overdreven mate. Deze omvatten sufheid en sedatie, tachycardie en hypotensie, en
extrapiramidale symptomen. Bij overdosering zijn verlenging van het QT-interval en convulsies gemeld.
Torsade de pointes is gemeld bij een gecombineerde overdosering van oraal risperidon en paroxetine.
Bij acute overdosering dient men rekening te houden met de mogelijkheid van polyfarmacie.
Behandeling
Zorg dat de luchtwegen vrij zijn en vrij blijven en zorg voor een goede zuurstofvoorziening en ventilatie.
Maagspoeling (na intubatie, als de patiënt niet bij bewustzijn is) en toediening van actieve kool samen
met een laxans dienen te worden overwogen, maar alleen als het geneesmiddel minder dan één uur
ervoor is ingenomen. Er dient direct te worden begonnen met cardiovasculaire opvolging door middel
van een continu ecg om mogelijke aritmieën op te sporen.
Er is geen specifiek antidotum tegen risperidon. Daarom dienen gepaste ondersteunende maatregelen
te worden genomen. Hypotensie en circulatoire collaps dienen te worden behandeld met gepaste
maatregelen zoals intraveneuze toediening van vocht en/of sympathomimetica. Bij ernstige
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
16
extrapiramidale symptomen dient een anticholinergicum te worden toegediend. De patiënt dient verder
van nabij medisch te worden opgevolgd tot deze herstelt.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Overige antipsychotica
ATC-code: N05AX08
Werkingsmechanisme
Risperidon is een selectieve monoaminerge-antagonist met unieke eigenschappen. Het heeft een
sterke affiniteit voor serotonine-5-HT2- en dopamine-D2-receptoren. Risperidon bindt ook aan alfa1-
adrenerge receptoren, en, met lagere affiniteit, aan H1-histamine- en alfa2-adrenerge receptoren.
Risperidon heeft geen affiniteit voor cholinerge receptoren. Hoewel risperidon een krachtige D2-
antagonist is, hetgeen geacht wordt de positieve symptomen van schizofrenie te verbeteren,
veroorzaakt het minder verlaging van de motorische activiteit en inductie van katalepsie dan klassieke
antipsychotica. Evenwicht tussen centraal serotonine- en dopamine-antagonisme zou de kans op
extrapiramidale bijwerkingen kunnen verminderen en de therapeutische activiteit kunnen uitbreiden tot
de negatieve en affectieve symptomen van schizofrenie.
Farmacodynamische effecten
Schizofrenie
De werkzaamheid van risperidon bij een kortdurende behandeling van schizofrenie werd vastgesteld in
vier studies, die 4 tot 8 weken duurden, waarin meer dan 2500 patiënten werden opgenomen die
voldeden aan de DSM-IV criteria voor schizofrenie. In een 6 weken durende, placebogecontroleerde
studie waarbij risperidon werd getitreerd tot doses van maximaal 10 mg/dag tweemaal daags, gaf
risperidon een betere totaalscore op de Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS) dan placebo. In een
8 weken durende, placebogecontroleerde studie met vier vaste doseringen van risperidon (2, 6, 10 en
16 mg/dag, tweemaal daags), hadden alle vier de risperidongroepen betere resultaten op de
totaalscore van de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS) dan placebo. In een 8 weken
durende studie ter vergelijking van de doseringen met vijf vaste doseringen van risperidon (1, 4, 8, 12
en 16 mg/dag, tweemaal daags), gaven de groepen met 4, 8 en 16 mg/dag betere resultaten op de
totaalscore van de PANSS dan de risperidongroep met 1 mg. In een 4 weken durende
placebogecontroleerde studie ter vergelijking van de doseringen met twee vaste doseringen van
risperidon (4 en 8 mg/dag eenmaal daags), gaven beide risperidon-dosisgroepen betere resultaten dan
placebo op diverse PANSS-parameters, waaronder de totaalscore en een maat voor respons (>20%
afname van de PANSS-totaalscore). In een langer durende studie waarin patiënten gedurende 1 of 2
jaar werden gevolgd ter controle op recidieven, werden volwassen ambulante patiënten die
hoofdzakelijk voldeden aan de DSM-IV-criteria voor schizofrenie en die ten minste 4 weken klinisch
stabiel waren op een antipsychotisch geneesmiddel gerandomiseerd voor het krijgen van risperidon 2-8
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
17
mg/dag of
haloperidol. Patiënten die risperidon kregen hadden een significant langere tijd tot recidief
over deze periode dan degenen die haloperidol kregen.
Manische episodes bij bipolaire stoornissen
De werkzaamheid van risperidon monotherapie bij de acute behandeling van manische episodes bij
bipolaire stoornis type I werd aangetoond in drie dubbelblinde placebogecontroleerde
monotherapiestudies bij ongeveer 820 patiënten met bipolaire stoornis type I, op basis van de DSM-IV-
criteria. In de drie studies bleek risperidon 1 tot 6 mg/dag (begindosis in twee studies 3 mg en in één
studie 2 mg) significant beter dan placebo op het van tevoren vastgestelde eindpunt, namelijk de
verandering in de Young Mania Rating Scale (YMRS)-totaalscore in week 3 ten opzichte van baseline.
Secundaire resultaten betreffende de werkzaamheid waren in het algemeen consistent met de primaire
uitkomst. Het percentage patiënten dat op het eindpunt van week 3 een afname op de totaalscore van
de YMRS vertoonde van 50% t.o.v. baseline was voor risperidon significant hoger dan voor placebo.
Een van de drie studies bevatte ook een arm met haloperidol en een dubbelblinde onderhoudsfase van
9 weken. De werkzaamheid bleef gedurende de 9 weken durende onderhoudsbehandeling aanwezig.
De verandering t.o.v. baseline in de totaalscore van de YMRS liet zien dat de verbetering in stand bleef
en in week 12 vergelijkbaar was voor haloperidol en risperidon.
De werkzaamheid van risperidon als adjuvante therapie bij stemmingsstabilisatoren bij de behandeling
van acute manie werd aangetoond in één van twee 3 weken durende dubbelblinde studies bij ongeveer
300 patiënten die voldeden aan de DSM-IV-criteria voor bipolaire stoornis type I. In één 3 weken
durende studie was risperidon 1 tot 6 mg/dag, begonnen met 2 mg/dag, toegevoegd aan lithium of
valproaat, beter dan lithium of valproaat alleen op het van tevoren vastgestelde primaire eindpunt,
namelijk de verandering in de Young Mania Rating Scale (YMRS)-totaalscore in week 3 ten opzichte
van baseline. In een tweede 3 weken durende studie was risperidon 1 tot 6 mg/dag, begonnen met
2 mg/dag, in combinatie met lithium, valproaat of carbamazepine, niet beter dan lithium, valproaat of
carbamazepine alleen wat betreft de verlaging van de YMRS-totaalscore. Een mogelijke verklaring voor
het uitblijven van effect in deze studie was inductie van de klaring van risperidon en 9-hydroxy-
risperidon door carbamazepine, met als gevolg subtherapeutische concentraties van risperidon en 9-
hydroxy-risperidon. Toen de carbamazepinegroep in een post-hoc-analyse werd weggelaten, was
risperidon in combinatie met lithium of valproaat wel beter dan lithium of valproaat alleen in het
verlagen van de YMRS-totaalscore.
Aanhoudende agressie bij dementie
De werkzaamheid van risperidon bij de behandeling van gedragsstoornissen bij dementie (Behavioural
and Psychological Symptoms of Dementia: BPSD), waaronder agressiviteit, agitatie, psychose,
hyperactiviteit en affectieve stoornissen, werd aangetoond in drie dubbelblinde placebogecontroleerde
studies bij 1150 oudere patiënten met matige tot ernstige dementie. Eén studie bevatte vaste
doseringen risperidon van 0,5, 1 en 2 mg/dag. Twee studies met flexibele dosering bevatten
dosisgroepen voor risperidon van respectievelijk 0,5 tot 4 mg/dag en 0,5 tot 2 mg/dag.
Risperidon vertoonde statistisch significante en klinisch belangrijke werkzaamheid bij de behandeling
van agressie en minder consistentie bij de behandeling van agitatie en psychose bij oudere patiënten
met dementie (zoals gemeten met de Behavioural Pathology in Alzheimer's Disease Rating Scale
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
18
[BEHAVE-AD] en de Cohen-Mansfield Agitation Inventory [CMAI]). Het behandeleffect van risperidon
was onafhankelijk van: de score op de Mini-Mental State Examination (MMSE) (en bijgevolg van de
ernst van de dementie); sedatieve eigenschappen van risperidon; de aan- of afwezigheid van
psychose; het type dementie: Alzheimer's, vasculair of gemengd. (Zie ook rubriek 4.4.)
Gedragsstoornissen
De werkzaamheid van risperidon bij de kortdurende behandeling van gedragsstoornissen (DBD) werd
aangetoond in twee dubbelblinde placebogecontroleerde studies bij ongeveer 240 patiënten van 5 tot
12 jaar met een DSM-IV-diagnose van DBD en bij wie het intellectueel functioneren op de grens
("borderline") was, of die in lichte tot matige mate een geestelijke retardatie of een leerstoornis hadden.
In deze twee studies gaf risperidon in een dosis van 0,02 tot 0,06 mg/kg/dag significant betere
resultaten dan placebo op het van tevoren vastgestelde primaire eindpunt, namelijk de verandering in
week 6 t.o.v. baseline in de Conduct Problem-subschaal van de Nisonger-Child Behaviour Rating Form
(N-CBRF).
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Risperidon wordt omgezet in 9-hydroxy-risperidon, waarvan de farmacologische activiteit vergelijkbaar
is met die van risperidon (zie
Biotransformatie en eliminatie).
Absorptie
Risperidon wordt na orale toediening volledig geabsorbeerd, waarbij piekplasmaconcentraties binnen 1-
2 uur worden bereikt. De absolute orale biologische beschikbaarheid van risperidon is 70% (CV=25%).
De relatieve orale biologische beschikbaarheid van risperidon uit een tablet is 94% (CV=10%) ten
opzichte van oplossing. De absorptie wordt niet beïnvloed door voedsel en daarom kan risperidon
worden gegeven met of zonder maaltijd. De steady state van risperidon wordt bij de meeste patiënten
binnen 1 dag bereikt. De steady state van 9-hydroxy-risperidon wordt bereikt binnen 4-5 dagen
dosering.
Distributie
Risperidon wordt snel verdeeld. Het verdelingsvolume bedraagt 1-2 l/kg. In plasma wordt risperidon
gebonden aan
albumine en aan alfa1-zure glycoproteïnen. De plasma-eiwitbinding van risperidon
bedraagt 90%, die van 9-hydroxy-risperidon is 77%.
Biotransformatie en eliminatie
Risperidon wordt door CYP 2D6 omgezet in 9-hydroxy-risperidon, dat eenzelfde farmacologische
activiteit vertoont als risperidon. Risperidon en 9-hydroxy-risperidon vormen samen de actieve
antipsychotische fractie. CYP 2D6 is onderhavig aan genetisch polymorfisme. Uitgebreide
metaboliseerders met CYP 2D6 zetten risperidon snel om in 9-hydroxy-risperidon, terwijl slechte
metaboliseerders met CYP 2D6 het veel trager omzetten. Hoewel uitgebreide metaboliseerders lagere
concentraties risperidon en hogere concentraties 9-hydroxyrisperidon hebben dan slechte
metaboliseerders, is de gecombineerde farmacokinetiek van risperidon en 9-hydroxyrisperidon (dus de
actieve antipsychotische fractie), na eenmalige en herhaalde toediening vergelijkbaar bij goede en
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
19
slechte metaboliseerders van CYP 2D6.
Een andere metabolisatieweg van risperidon is N-dealkylering.
In vitro studies met levermicrosomen
van de mens hebben aangetoond dat risperidon in klinisch relevante concentratie de omzetting van
geneesmiddelen door cytochroom-P450-isozymen (waaronder CYP 1A2, CYP 2A6, CYP 2C8/9/10,
CYP 2D6, CYP 2E1, CYP 3A4 en CYP 3A5) niet in aanzienlijke mate remt. Eén week na toediening is
70% van de dosis uitgescheiden met de urine en 14% met de feces. In urine vertegenwoordigt
risperidon plus 9-hydroxy-risperidon 35-45% van de toegediende dosis. De rest is inactieve
metabolieten. Na orale toediening aan psychotische patiënten wordt risperidon geëlimineerd met een
halfwaardetijd van ongeveer 3 uur. De eliminatiehalfwaardetijd van 9-hydroxyrisperidon en van de
actieve antipsychotische fractie is 24 uur.
Lineariteit
De plasmaconcentratie van risperidon is binnen het therapeutische gebied van de dosis evenredig met
de dosis.
Ouderen, lever- en nierinsufficiëntie
In een studie met enkelvoudige dosering werd gemiddeld een 43% hogere plasmaconcentratie van de
actieve antipsychotische fractie gezien, een 38% langere halfwaardetijd evenals een afname van de
klaring van de actieve antipsychotische fractie met 30% bij ouderen. Bij patiënten met nierinsufficiëntie
werd een hogere plasmaconcentratie van de actieve antipsychotische fractie en een verminderde
klaring van de actieve antipsychotische fractie met gemiddeld 60% gezien. De plasmaconcentraties van
risperidon waren normaal bij patiënten met leverinsufficiëntie, maar de gemiddelde vrije fractie van
risperidon in plasma was met ongeveer 35% toegenomen.
Kinderen
De farmacokinetiek van risperidon, 9-hydroxy-risperidon en de actieve antipsychotische fractie bij
kinderen is vergelijkbaar met die bij volwassenen.
Geslacht, ras en roken
Een farmacokinetische populatie-analyse bracht geen duidelijke effecten aan het licht van geslacht, ras
of rookgewoonten op de farmacokinetiek van risperidon of van de actieve antipsychotische fractie.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
In (sub)chronische toxiciteitsstudies, waarbij de toediening werd begonnen aan seksueel onrijpe ratten
en honden, waren dosisafhankelijke effecten aanwezig in de mannelijke en vrouwelijke
geslachtsorganen en de borstklier. Deze effecten waren gerelateerd aan de verhoogde
prolactineconcentratie in het serum die een gevolg zijn van de blokkerende activiteit van risperidon op
de dopamine-D2-receptor. Bovendien wijzen weefselkweken erop dat de celgroei in menselijke
borsttumoren gestimuleerd kan worden door prolactine. Risperidon was niet teratogeen bij ratten en
konijnen. In reproductieonderzoek bij ratten met risperidon werden bijwerkingen gezien op het
paargedrag van de ouders en op het geboortegewicht en de overleving van het nageslacht. Bij ratten
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
20
ging intra-uteriene blootstelling aan risperidon gepaard met cognitieve deficits op volwassen leeftijd.
Andere dopamine-antagonisten hebben bij toediening aan zwangere dieren negatieve effecten op het
leren en de motorische ontwikkeling van het nageslacht teweeggebracht. Risperidon was in testbatterij
niet genotoxisch. In orale carcinogeniteitsstudies van risperidon bij ratten en muizen werden toenames
gezien in adenomen van de hypofyse (muis), van de endocriene pancreas (rat) en van de borstklieren
(beide soorten). Deze tumoren kunnen te maken hebben met het langdurige dopamine-D2-antagonisme
en de hyperprolactinemie. De relevantie van deze tumorbevindingen bij knaagdieren voor het risico bij
de mens is niet bekend.
In vitro en
in vivo diermodellen laten zien dat bij hoge doses risperidon het QT-
interval kan verlengen, wat werd geassocieerd met een theoretisch hoger risico van torsade de pointes
bij patiënten.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Tabletkern
Lactosemonohydraat
Natriumlaurylsulfaat
Siliciumdioxide
Microkristallijn cellulose
Gepregelatineerd maiszetmeel
Natriumzetmeelglycolaat (Type A)
Magnesiumstearaat
Omhulling
Titaandioxide (E171)
Macrogol 6000
Macrogol 400
1 mg:
Hypromellose
2 mg:
Hypromellose
Rood ijzeroxide (E172)
Geel ijzeroxide (E172)
3 mg:
Hypromellose
Chinolinegeel (E104)
4 mg:
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
21
Hypromellose
Geel ijzeroxide (E172)
Chinolinegeel (E104)
Indigotine (E132)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
blister (kleurloos transparant PVC/PVDC/Al), doosje van papier
1 mg: 6, 10, 20, 30, 50, 60, 100, 100 (5x20) (ziekenhuisverpakking), 500 filmomhulde tabletten en
eenheidsafleververpakkingen à 50 (50x1) filmomhulde tabletten
2 & 3 mg: 10, 20, 30, 50, 60, 100, 100 (5x20) (ziekenhuisverpakking), 500 filmomhulde tabletten en
eenheidsafleververpakkingen à 50 (50x1) filmomhulde tabletten
4 mg: 10, 20, 30, 50, 60, 100, 100 (5x20) (ziekenhuisverpakking), 500 filmomhulde tabletten en
eenheidsafleververpakkingen à 50 (50x1) filmomhulde tabletten
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pharmachemie BV
Swensweg 5
2031 GA Haarlem
Nederland
RISPERIDON 1 - 2 - 3 4 MG PCH
filmomhulde tabletten
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS
1.3.1 :
Productinformatie
Bladzijde
:
22
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 35242, filmomhulde tabletten 1 mg
RVG 35243, filmomhulde tabletten 2 mg
RVG 35244, filmomhulde tabletten 3 mg
RVG 35245, filmomhulde tabletten 4 mg
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING
11 september 2007
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke herziening: betreft rubriek: 4.4 en 4.8 14 april 2010