Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Serevent 50 Diskus, inhalatiepoeder 50 microgram/dosis

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 26950//18150
Registratiehouder: Delphi Pharmaceuticals


Serevent 50 Diskus (versie 1.0 ) d.d. 6-7-2010























SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
1

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Serevent 50 Diskus, inhalatiepoeder 50 microgram/dosis, voorverdeeld

2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke afzonderlijke dosis Serevent bevat:
50 microgram salmeterol (als salmeterolxinafoaat). Dit komt overeen met 50 microgram salmeterol per dosis.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Inhalatiepoeder, voorverdeeld


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

Als regelmatige symptomatische aanvullende behandeling van reversibele luchtwegobstructie bij patiënten
met astma, waaronder patiënten met nachtelijk astma die met inhalatiecorticosteroïden in overeenstemming
met de huidige behandelrichtlijnen de astma niet onder controle hebben. Voor de behandeling van chronische
obstructieve longziekte (COPD). Ter voorkoming van inspanningsastma.
4.2 Dosering en wijze van toediening

Serevent Diskus is alleen bestemd voor gebruik per inhalatie.
Serevent Diskus moet regelmatig worden gebruikt. De volledige voordelen van de behandeling worden
zichtbaar na verschillende doseringen van het geneesmiddel. Omdat er bijwerkingen geassocieerd worden
met overmatige dosering van deze geneesmiddelenklasse, mag de dosering of toedieningsfrequentie alleen
worden verhoogd op medisch advies.

De aanbevolen dosering is als volgt:
Astma

Volwassenen en adolescenten van 12 jaar en ouder:
Tweemaal daags een inhalatie van 50 microgram salmeterol.
Astmapatiënten met een ernstiger luchtwegobstructie kunnen baat hebben bij tweemaal daags tot twee
inhalaties met 50 microgram salmeterol.
Kinderen van 4 jaar en ouder:
Tweemaal daags een inhalaties van 50 microgram salmeterol.
QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
2

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010

Kinderen jonger dan 4 jaar:
Serevent Diskus wordt afgeraden voor gebruik bij kinderen jonger dan vier jaar aangezien er onvoldoende
gegevens over de veiligheid en werkzaamheid zijn.

COPD

Volwassenen:
Tweemaal daags een inhalatie van 50 microgram salmeterol.
Kinderen:
Er is geen relevante indicatie voor gebruik van Serevent Diskus bij kinderen.

Speciale patiëntgroepen:
Het is niet nodig de dosering bij ouderen of bij patiënten met een nierfunctiestoornis aan te passen. Er zijn
nog geen gegevens beschikbaar met betrekking tot gebruik van Serevent bij patiënten met een
leverfunctiestoornis.
Gebruik van de Diskus
Door het hendeltje naar achteren te duwen is de Diskus klaar voor gebruik. Het mondstuk moet in de mond
geplaatst worden en omsloten worden met de lippen. De dosering kan nu geïnhaleerd worden, waarna de
Diskus kan worden gesloten.

4.3 Contra-indicaties

Serevent Diskus is gecontra-indiceerd bij patiënten met overgevoeligheid voor salmeterolxinafoaat of voor
de hulpstof (zie rubriek 6.1).
4.4 Bijzondere
waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik

De behandeling van astma volgt normaal gesproken een stapgewijs behandelingsschema, waarbij de respons
van de patiënt klinisch en door longfunctietesten gecontroleerd moet worden.

Salmeterol is niet geschikt (en is niet voldoende effectief) voor initiële behandeling van astma. Salmeterol is
geen vervanging van orale of inhalatiecorticosteroïden. Het gebruik van salmeterol is een aanvulling hierop.
De patiënt moet worden gewaarschuwd niet te stoppen met de steroïdenbehandeling en deze niet te
verminderen zonder medisch advies, zelfs als hij/zij zich beter voelt door de behandeling met salmeterol.

Salmeterol mag niet worden gebruikt voor het behandelen van acute astmasymptomen, waarvoor een snelle
en kortwerkende inhalatiebronchusverwijder is vereist. De patiënt moet worden geadviseerd het
geneesmiddel dat wordt gebruikt voor verlichting van acute astmasymptomen te allen tijde bij zich te
hebben.
Toenemend gebruik van kortwerkende bronchusverwijders om de symptomen van astma te verminderen,
duidt op een verslechtering van de controle over de astma. De patiënt moet worden geïnstrueerd medisch
advies te vragen als de behandeling met kortwerkende bronchusverwijders minder effectief wordt of als er
meer inhalaties nodig zijn dan gewoonlijk. In dit geval moet de patiënt worden beoordeeld en moet een
sterkere anti-inflammatoire behandeling (bijv. hogere doseringen inhalatiecorticosteroïden of een kuur van
orale corticosteroïden) worden overwogen. Ernstige exacerbaties van astma moeten worden behandeld op de
gebruikelijke manier.
Hoewel Serevent in de behandeling kan worden toegevoegd, als corticosteroíden per inhalatie onvoldoende
controle van astmasymptomen geven, moet de behandeling van patiënten niet met Serevent worden
begonnen tijdens een acute ernstige exacerbatie van astma of als er sprake is van een significant
verslechterend of acuut achteruitgaande astma.
QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
3

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010

Tijdens behandeling met Serevent kunnen ernstige astma-gerelateerde bijwerkingen voorkomen. De patiënt
moet worden verzocht met de medicatie door te gaan en voor medisch advies een arts te raadplegen als de
astmasymptomen niet onder controle kunnen worden gebracht of erger worden nadat met Serevent werd
gestart.
Plotselinge en progressieve verslechtering van de astma kan levensbedreigend zijn en de patiënt moet met
spoed medisch worden beoordeeld. Een behandeling met een hogere dosis corticosteroïd moet worden
overwogen. Onder deze omstandigheden is het dagelijks controleren van de peakflow raadzaam. Als
onderhoudsbehandeling van astma moet Serevent worden toegediend in combinatie met inhalatie- of orale
corticosteroïden. Langwerkende luchtwegverwijders mogen niet de enige of belangrijkste behandeling zijn
bij de onderhoudsbehandeling van astma (zie rubriek 4.1).
Als astmasymptomen eenmaal onder controle zijn, kan worden overwogen om de dosis Serevent geleidelijk
te verlagen. Het is van belang om patiënten regelmatig terug te zien als de behandeling wordt afgebouwd. De
laagst werkzame dosis van Serevent moet worden gebruikt.
Serevent moet met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met thyreotoxicose.
Verhoogde bloedglucosespiegels (zie rubriek 4.8) zijn in zeer zeldzame gevallen waargenomen. Hiermee
moet rekening worden gehouden bij het voorschrijven aan patiënten met diabetes mellitus in hun medische
voorgeschiedenis.
Cardiovasculaire effecten, zoals toegenomen systolische bloeddruk en hartfrequentie worden in zeldzame
gevallen waargenomen bij alle sympathicomimetische geneesmiddelen, vooral bij hogere dan therapeutische
doseringen. Daarom moet Serevent met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een bestaande
cardiovasculaire aandoening.
Mogelijk ernstige hypokaliëmie kan het gevolg zijn van behandeling met bèta-2-agonisten. Uiterste
voorzichtigheid is raadzaam bij acuut ernstige astma omdat dit effect kan worden versterkt door hypoxie en
door gelijktijdige behandeling met xanthinederivaten, steroïden en diuretica. De serumkaliumspiegels
moeten in dergelijke situaties in de gaten worden gehouden.

Resultaten van een grote klinische studie (de Salmeterol Multi-Center Asthma Research Trial, SMART)
wezen erop dat het risico op ernstige luchtweg gerelateerde problemen of overlijden bij Afro-Amerikaanse
patiënten groter is met salmeterol dan met placebo (zie rubriek 5.1).
Het is onbekend of dit te wijten is aan farmacogenetische factoren of andere oorzaken. Patiënten met
negroïd-Afrikaanse of Afro-Caribische voorouders moet daarom worden verzocht door te gaan met de
medicatie en voor medisch advies een arts te raadplegen als de astmasymptomen niet onder controle blijven
of erger worden tijdens het gebruik van Serevent.

Gelijktijdig gebruik van systemisch ketoconazol verhoogt de systemische blootstelling aan salmeterol
significant. Dit kan leiden tot een verhoogde incidentie van systemische effecten (bijv. verlenging van het
QTc-interval en hartkloppingen). Gelijktijdige behandeling met ketoconazol of andere krachtige CYP3A4-
remmers dient te worden vermeden, tenzij de voordelen van de salmeterolbehandeling opwegen tegen het
mogelijk toegenomen risico van systemische bijwerkingen (zie rubriek 4.5).
De patiënt moet worden geïnformeerd over het gebruik van de Diskus en zijn/haar techniek moet worden
gecontroleerd om optimale aflevering van het geneesmiddel in de longen te garanderen.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Bèta-adrenerge blokkers kunnen het effect van salmeterol verzwakken of neutraliseren. Zowel niet-selectieve
als selectieve bètablokkers dienen te worden vermeden, tenzij er dwingende redenen zijn om deze te
gebruiken.

QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
4

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010

Mogelijk ernstige hypokaliëmie kan het gevolg zijn van behandeling met bèta-2--agonisten. Bijzondere
voorzichtigheid is geboden bij acuut ernstig astma, omdat dit effect kan worden versterkt door gelijktijdige
behandeling met xanthinederivaten, steroïden en diuretica.
Krachtige CYP3A4-remmers
Gelijktijdige toediening van ketoconazol (400 milligram oraal eenmaal daags) en salmeterol (50 microgram
geïnhaleerd tweemaal daags ) bij 15 gezonde personen gedurende zeven dagen, resulteerde in een
significante toename in plasma-salmeterolblootstelling (1,4-voudige Cmax en 15-voudige AUC). Dit kan
leiden tot een verhoogde incidentie van andere systemische effecten van salmeterolbehandeling (bijv.
verlenging van het QTc-interval en hartkloppingen) vergeleken met alleen een salmeterol- of
ketoconazolbehandeling (zie rubriek 4.4).

Klinisch significante effecten op de bloeddruk, hartfrequentie, bloedglucose- en bloedkaliumgehaltes werden
niet waargenomen. Gelijktijdige toediening met ketoconazol verhoogde de eliminatiehalfwaardetijd van
salmeterol niet en verhoogde de accumulatie van salmeterol bij herhaalde dosering ook niet.

De gelijktijdige toediening van ketoconazol moet vermeden te worden, tenzij de voordelen opwegen tegen
het mogelijk toegenomen risico op systemische bijwerkingen van de salmeterolbehandeling. Er is
waarschijnlijk een vergelijkbaar risico op interactie met andere krachtige CYP3A4-remmers (bijv.
itraconazol, telithromycine, ritonavir).

Matige CYP3A4-remmers
Gelijktijdige toediening van erythromycine (500 milligram oraal driemaal daags) en salmeterol (50
microgram geïnhaleerd tweemaal daags ) bij 15 gezonde personen gedurende zes dagen, resulteerde in een
kleine maar niet-significante toename in salmeterolblootstelling (1,4-voudige Cmax en 1,2-voudige AUC).
Gelijktijdige toediening met erythromycine is niet in verband gebracht met ernstige bijwerkingen.

4.6 Zwangerschap

en
borstvoeding

Er zijn beperkte gegevens (minder dan 300 uitkomsten van zwangerschappen) over het gebruik van
salmeterol bij zwangere vrouwen.
Onderzoek bij dieren heeft geen aanwijzing gegeven van direct of indirect schadelijke effecten met
betrekking tot reproductietoxiciteit met uitzondering van enige schadelijke effecten op de foetus, bewezen bij
zeer hoge doseringen (zie rubriek 5.3).
Als voorzorgsmaatregel is het aan te bevelen om het gebruik van Serevent tijdens de zwangerschap te
vermijden.
Beschikbare farmacodynamische/toxicologische gegevens bij dieren hebben de uitscheiding van salmeterol
in de moedermelk aangetoond. Een risico voor de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Een beslissing om de borstvoeding te discontinueren òf om de therapie met Serevent te discontinueren of om
hiervan af te zien, moet genomen worden na afweging van het voordeel van borstvoeding voor het kind en
het voordeel van de therapie voor de vrouw.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen

De bijwerkingen worden hieronder vermeld per systeem/orgaanklasse en frequentie. De frequenties worden
als volgt gedefinieerd: zeer vaak ( 1/10), vaak (1/100 en <1/10), soms (1/1.000 en <1/100), zelden
QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
5

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010

(1/10.000 en <1/1.000) en zeer zelden (<1/10.000), inclusief geïsoleerde meldingen. Vaak en soms
voorkomende bijwerkingen werden over het algemeen vastgesteld aan de hand van gegevens van klinische
trials. De incidentie bij placebo werd buiten beschouwing gelaten. Zeer zelden voorkomende bijwerkingen
worden over het algemeen vastgesteld aan de hand van spontane postmarketing gegevens.
De volgende frequenties zijn schattingen bij de standaarddosering van tweemaal daags 50 microgram.
Frequenties bij de hogere dosering van tweemaal daags 100 microgram werden waar van toepassing ook in
aanmerking genomen.

Systeem/orgaanklasse
Bijwerking
Frequentie
Immuunsysteemaandoeningen Overgevoeligheidsreacties
met

de volgende verschijnselen:



Huiduitslag (jeuk en roodheid)
Soms


Anafylactische reacties,

waaronder oedeem en angio-
Zeer zelden
oedeem, bronchospasmen en
anafylactische shock
Voedings- en
Hypokaliëmie
Zelden
stofwisselingsstoornissen



Hyperglykemie
Zeer zelden
Psychische stoornissen
Nervositeit
Soms


Slapeloosheid
Zelden
Zenuwstelselaandoeningen Hoofdpijn
Vaak


Tremor
Vaak
Duizeligheid
Zelden
Hartaandoeningen
Hartkloppingen
Vaak






Tachycardie
Soms


Hartritmestoornissen
Zeer zelden
(waaronder atriumfibrilleren,
supraventriculaire tachycardie
en extrasystolen)
Ademhalingsstelsel-, borstkas-
Orofaryngeale irritatie
Zeer zelden
en mediastinumaandoeningen


Paradoxale bronchospasmen
Zeer zelden
Maagdarmstelselaandoeningen Misselijkheid
Zeer
zelden
Skeletspierstelsel- en
Spierkrampen
Vaak
bindweefselaandoeningen


Artralgie
Zeer zelden
Algemene aandoeningen en
Niet-specifieke pijn op de borst Zeer zelden
toedieningsplaatsstoornissen

De farmacologische bijwerkingen van behandeling met bèta-2-agonisten, zoals tremor, hoofdpijn en
hartkloppingen, zijn gemeld, maar deze zijn meestal van voorbijgaande aard en nemen af met regelmatige
behandeling. Tremor en tachycardie komen vaker voor als de doseringen hoger zijn dan tweemaal daags
50 microgram.

QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
6

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010

Net als met andere inhalatiebehandelingen kunnen paradoxale bronchospasmen optreden met een
onmiddellijk toenemende piepende ademhaling en een daling van peak expiratory flow rate (PEFR) na
toediening. Deze toestand moet onmiddellijk worden behandeld met een snelwerkende inhalatie
luchtwegverwijder. Het gebruik van Serevent Diskus moet onmiddellijk worden beëindigd, de patiënt moet
worden beoordeeld en indien nodig moet een alternatieve behandeling worden toegepast (zie rubriek 4.4).

4.9 Overdosering


De tekenen en symptomen van een salmeterol overdosis zijn duizeligheid, toenames in de systolische
bloeddruk, tremor, hoofdpijn en tachycardie. De geprefereerde antidota zijn cardioselectieve bètablokkers,
die met de uiterste voorzichtigheid moeten worden gebruikt bij patiënten met een voorgeschiedenis van
bronchospasmen.
Daarnaast kan hypokaliëmie optreden en daarom moeten de serumkaliumspiegels regelmatig worden
gecontroleerd. Het aanvullen van kalium moet worden overwogen.


5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische groep: selectieve ß2-adrenoreceptoragonisten
ATC-code: R03AC12
Salmeterol is een selectieve langwerkende (12 uur) bèta-2-adrenoreceptoragonist met een lange zijketen die
zich bindt aan de exo-site van de receptor.
Deze farmacologische eigenschappen van salmeterol bieden een effectievere bescherming tegen
luchtwegvernauwing veroorzaakt door histamine en ze produceren een langere periode van
luchtwegverwijdering (die ongeveer 12 uur duurt) dan de aanbevolen doseringen traditionele kortwerkende
beta-2-agonisten. Bij mensen remt salmeterol de vroege- en late-fasereactie op geïnhaleerd allergeen; de
laatstgenoemde houdt gedurende 30 uur na één dosering aan als het luchtwegverwijdend effect niet langer
merkbaar is. Eén enkele dosering salmeterol verzwakt de bronchiale hyperresponsiviteit. Deze
eigenschappen geven aan, dat salmeterol een extra niet-luchtwegverwijdende werking heeft, echter de
volledige klinische significantie is nog niet geheel duidelijk. Het mechanisme verschilt van het anti-
inflammatoire effect van corticosteroïden, waardoor de behandeling hiermee niet moet worden beëindigd of
verlaagd als salmeterol wordt voorgeschreven.

Salmeterol is onderzocht voor de behandeling van aandoeningen die worden geassocieerd met COPD en er is
aangetoond dat het de symptomen, longfunctie en kwaliteit van leven verbetert.

Klinische studies met Serevent bij astma

De Salmeterol Multi-center Asthma Research Trial (SMART)

SMART was een multi-centre, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie met parallelle
onderzoeksgroepen, met een studieduur van 28 weken, die in de VS werd uitgevoerd. Ter aanvulling op de
gebruikelijke astmamedicatie werden 13.176 patiënten gerandomiseerd voor salmeterol (tweemaal daags
50 microgram) en 13.179 voor placebo. Patiënten met astma werden in de studie opgenomen als ze 12 jaar of
ouder waren, en astmamedicatie gebruikten (behalve LABA). De basale waarde voor
inhalatiecorticosteroïden- (ICS) gebruik aan het begin van de studie werd genoteerd, echter dit was
gedurende de studie niet vereist. Het primaire eindpunt in SMART was het aantal patiënten dat overleed aan
luchtweg gerelateerde problemen gecombineerd met het aantal patiënten met luchtweg gerelateerde
levensbedreigende ervaringen.
QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
7

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010





De voornaamste resultaten van SMART: het primaire eindpunt
Patiëntengroep
Aantal primaire eindpunt-
Relatief Risico
(95%
gebeurtenissen/aantal patiënten
betrouwbaar-
salmeterol
placebo
heidsinterval)
Alle patiënten
50/13.176
36/13.179
1,40 (0,91, 2,14)
Patiënten met steroïden per inhalatie
23/6.127
19/6.138
1,21 (0,66, 2,23)
Patiënten die geen steroïden per
27/7.049 17/7.041 1,60
(0,87,
2,93)
inhalatie gebruikten
Afrikaans-Amerikaanse patiënten
20/2.366
5/2.319
4,10 (1,54, 10,90)
(Risico is vet afgedrukt bij statistische significantie op 95% betrouwbaarheidsniveau)

De voornaamste resultaten van SMART: basale waarde voor het gebruik van steroïd per inhalatie: secundaire
eindpunten

Aantal secundaire eindpunt-
Relatief Risico
gebeurtenissen/aantal
(95% betrouwbaar-
patiënten
heidsinterval)
salmeterol
placebo
Luchtweggerelateerde overlijdens
Patiënten met steroïden per inhalatie
10/6.127
5/6.138
2,01 (0,69, 5,86)
Patiënten die geen steroïden per inhalatie 14/7.049 6/7.041 2,28
(0,88,
5,94)
gebruikten
Astma-gerelateerde overlijdens of patiënten met levensbedreigende ervaringen
Patiënten met steroïden per inhalatie
16/6.127
13/6.138
1.24 (0,60, 2,58)
Patiënten die geen steroïden per 21/7.049
9/7.041
2,39 (1,10, 5,22)
inhalatie gebruikten
Astma-gerelateerde overlijdens
Patiënten met steroïden per inhalatie
4/6.127
3/6.138
1,35 (0,30, 6,04)
Patiënten die geen steroïden per inhalatie 9/7.049 0/7.041 *
gebruiktenn
(*= kon niet worden berekend vanwege geen gebeurtenissen in de placebogroep. Risico is vet afgedrukt bij statistische
significatie op 95% niveau. De secundaire eindpunten in bovenstaande tabel waren statistisch significant bij analyse
van de gehele populatie). De gecombineerde secundaire eindpunten van overlijden ongeacht de oorzaak, of levens-
bedreigende ervaringen, overlijden ongeacht de oorzaak of ziekenhuisopname ongeacht de oorzaak bereikte geen
statistische significantie bij analyse in de gehele populatie.

Klinische studies met Serevent bij COPD

TORCH-studie

TORCH was een drie jaar durende studie om het effect te meten van een behandeling met Seretide Diskus
50/500 microgram tweemaal daags, salmeterol Diskus 50 microgram daags, 500 microgram
fluticasonpropionaat (FP) Diskus tweemaal daags of placebo op totale mortalitiet bij COPD-patiënten.
COPD -patiënten met een FEV1 basaalwaarde < 60% van de voorspelde normale longfunctie (vóór het
gebruik van een luchtwegverwijder), werden gerandomiseerd voor dubbelblinde medicatie. Gedurende de
QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
8

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010

studie was het patiënten toegestaan om de gebruikelijke COPD-therapie te gebruiken, met uitzondering van
andere corticosteroïden per inhalatie, langwerkende bronchusverwijders en langdurig toegediende
systemische corticosteroïden. Overleving na drie jaar werd bepaald voor alle patiënten ongeacht het stoppen
van de studiemedicatie. Het primaire eindpunt was reductie van de totale mortaliteit na drie jaar voor
Seretide vs. placebo.


Placebo
Salmeterol 50
FP 500
Seretide 50/500
N = 1.524
N = 1.521
N = 1.534
N = 1.533
Totale mortaliteit na drie jaar
Aantal overlijdens
231
(15,2%)
205
(13,5%) 246
(16,0%) 193
(12,6%)
(%)
Relatief risico vs

0,897
1,060
0,825
placebo (BI's)
n.v.t.
(0,73, 1,06)
(0,89, 1,27)
(0,68, 1,00)
p-waarde

0,180
0,525
0,052 1
Relatief risico

0,932
0,774

Seretide 50/500 vs
n.v.t.
(0,77, 1,13)
(0,64, 0,93)
n.v.t.
componenten (BI's)

0,481
0,007
p-waarde
1. Niet significante p-waarde na correctie voor 2 interim analyses van de primaire effectiviteit vergelijking uit een log-
rank analyse gestratificeerd voor rokers

In vergelijking met placebo was er een trend naar verbeterde overleving na drie jaar bij personen die werden
behandeld met Seretide; deze trend bereikte echter het statistische significantieniveau p0,05 niet. Het
percentage patiënten dat overleed binnen drie jaar door COPD-gerelateerde oorzaken was 6,0% voor
placebo, 6,1% voor salmeterol, 6,9% voor FP en 4,7% voor Seretide.

In vergelijking met behandeling met salmeterol, FP en placebo was het gemiddelde aantal matig tot ernstige
exacerbaties per jaar met Seretide significant gereduceerd (gemiddelde incidentie in de Seretide groep is 0,85
in vergelijking met 0,97 in de salmeterol-groep, 0,93 in de FP-groep en 1,13 in de placebo-groep). Dit kan
worden vertaald naar een 25% reductie in de incidentie van matig tot ernstige exacerbaties (95% BI: 19% -
31%; p<0,001) in vergelijking met placebo, 12% reductie in vergelijking met salmeterol (95% BI: 5% - 19%,
p=0,002) en 9% reductie in vergelijking met FP (95% BI: 1% - 16%, p=0,024). Salmeterol en FP
reduceerden significant de incidentie van exacerbaties in vergelijking met placebo met respectievelijk 15%
(95% BI: 7% - 22%; p<0,001) en 18% (95% BI: 11% - 24%; p<0,001).

In vergelijking met placebo was de gezondheid gerelateerde kwaliteit-van-leven, zoals gemeten met de `St.
George Respiratory Questionnaire'(SGRQ) verbeterd met alle actieve behandelingen. De gemiddelde
verbetering gedurende drie jaar voor Seretide vergeleken met placebo was - 3,1 eenheden (95% BI: - 4,1 tot -
2,1; p<0,001); vergeleken met salmeterol was dit -2,2 eenheden (p<0,001) en vergeleken met FP was deze -
1,2 eenheden (p=0,017). Een afname van 4 eenheden wordt als klinisch relevant beschouwd.

De geschatte driejaars voorspelling voor het krijgen van een pneumonie, gemeld als bijwerking, was 12,3%
voor placebo, 13,3% voor salmeterol, 18,3% voor FP en 19,6% voor Seretide (Relatief risico voor Seretide
vs placebo: 1,64, 95% BI: 1,33 ­ 2,01, p<0,001). Er was geen toename in pneumonie-gerelateerd overlijden;
het aantal doden tijdens behandeling, dat primair aan pneumonie werd toegekend, was 7 voor placebo, 9 voor
salmeterol-groep, 13 voor FP en 8 voor Seretide.
Er was geen significant verschil in de kans op botbreuken (5,1% placebo, 5,1% salmeterol, 5,4% FP, en
6,3% Seretide); Het Relatief Risico voor Seretide vs. placebo: 1,22(95% BI: 0,87 ­ 1,72, p = 0,248).

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
9

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010

Salmeterol is lokaal werkzaam in de longen. Plasmaspiegels zijn dus niet gerelateerd aan het therapeutisch
effect. Bovendien zijn er slechts beperkte farmacokinetische gegevens over salmeterol beschikbaar vanwege
de technische problemen bij het bepalen van de zeer lage (ongeveer 200 picogram/ ml of minder)
plasmaspiegels die na een geïnhaleerde dosering worden bereikt.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek


De enige resultaten bij experimentele onderzoeken met dieren met relevantie voor klinisch gebruik waren de
effecten geassocieerd met overmatige farmacologische activiteit.
Bij reproductie- en ontwikkelingstoxiciteitonderzoeken met salmeterolxinafoaat waren er geen effecten bij
ratten. Bij konijnen kwam typische bèta-2-agonist embryofoetale toxiciteit (gespleten gehemelte, vroegtijdig
openen van de oogleden, sternale fusie en een afgenomen ossificatiesnelheid bij de frontale craniale botten)
voor bij hoge blootstellingsniveau's (ongeveer 20 keer de maximale aanbevolen dagelijkse dosering bij
mensen op basis van de vergelijking van AUC's).
Salmeterolxinafoaat was negatief bij verschillende standaardonderzoeken naar genotoxiciteit.


6. FARMACEUTISCHE

GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Lactose (dat melkeiwitten bevat)

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing

6.3 Houdbaarheid

2 jaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij het bewaren

Bewaren beneden 30°C.
Bewaren op een droge plaats.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking

De Serevent Diskus bevat een blisterstrip (een voorgevormde PVC-gecoate basis met afstripbaar aluminium)
met 60 afzonderlijk verpakte doses van inhalatiepoedermix van salmeterolxinafoat en lactose. De strip zit in
een speciaal ontworpen plastic inhalatieapparaat (Diskus).
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

De Diskus bevat een poeder dat via inhalatie in de longen terechtkomt.

Het cijfer op de teller van de Diskus geeft aan hoeveel doses er nog over zijn.

Lees voor gebruik de patiëntenbijsluiter.





QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
10

Serevent 50 Diskus ( versie 1.0) dd 6-7-2010


7.

HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

GlaxoSmithKline BV
Huis ter Heideweg 62
3705 LZ Zeist
Nederland
030-6938100
nlinfo@gsk.com


8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Serevent 50 Diskus RVG 18150


9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING


Serevent 50 Diskus: goedgekeurd 17 juli 1996.


10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 4.5: 19 juli 2010

Gedetailleerde informatie over dit product is beschikbaar op de website van het College ter Beoordeling van
Geneesmiddelen: www.cbg-meb.nl.
QRD versie 1.2, 10/2006
Rev.1 07/2008
11





« Vorige

[Seretide 50/250 Diskus, inhalatiepoeder 50/250 microgram per dosis]

Volgende »

[Serevent 50 Diskus, inhalatiepoeder 50 microgram/dosis]