Semap tabletten 20 mg, tabletten
Registratienummer: RVG 06603
1. NAAM
GENEESMIDDEL
Semap tabletten 20 mg.
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Semap bevat 20 mg
penfluridol per tablet.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
Tabletten.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Onderhoudsbehandeling van chronische of recidiverende psychosen.
opmerking Semap alleen is niet aangewezen wanneer in het ziektebeeld psychomotorische agitatie
overheerst.
4.2
Dosering en wijze van toediening Semap wordt eenmaal per week ingenomen.
De begindosis bedraagt 10 tot 20 mg (½ à 1 tablet) per week. Bij patiënten die al behandeld
worden met neuroleptica, wordt een geleidelijke vermindering van de bestaande therapie
geadviseerd, terwijl de begindosis van Semap van 20 mg geleidelijk verhoogd wordt op geleide
van het resultaat.
Bij patiënten die nog niet met neuroleptica behandeld worden, is de begindosis van Semap 20
tot 40 mg. Eventueel wordt dit gecombineerd met andere, meer sederende psychofarmaca,
voor de behandeling van psychomotorische agitatie, angst en slapeloosheid. De dosis van de
additionele psychofarmaca kan daarna geleidelijk verlaagd worden of worden weggelaten.
De wekelijkse onderhoudsdosis van Semap die een optimale antipsychotische werking heeft
met een minimum aan bijwerkingen, bedraagt 20 tot 60 mg (1 à 3 tabletten). Indien nodig
mogen ook hogere doses worden toegediend.
Een wekelijkse dosis van 100 mg en meer wordt zelden voorgeschreven, en mag alleen onder
strenge medische controle worden gegeven. Bij milde chronische en goed gedefinieerde
psychosen bleken doses van 5-10 mg soms afdoende. Het kan een enkele keer voorkomen
dat patiënten aanvullende sedatie (b.v. 's nachts) nodig hebben.
Er zijn geen meldingen dat penfluridol onverenigbaar is met andere psychofarmaca.
4.3 Contra-indicaties
-
Overgevoeligheid voor Semap of aanverwante difenylbutylpiperidine-derivaten.
-
Depressie van het centrale zenuwstelsel.
- Comateuze
toestand.
- Depressie.
- Ziekte
van
Parkinson.
4.4
Speciale waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik -
Bij geagiteerde of agressieve patiënten moet Semap, omdat het nauwelijks sedeert,
gecombineerd worden met meer sederende psychofarmaca.
-
Bij patiënten met leverfunctiestoornissen dient voorzichtig gedoseerd te worden.
-
Bij patiënten met epilepsie is oplettendheid vereist, omdat antipsychotica, in het bijzonder
fenothiazinen e.d., de prikkeldrempel kunnen verlagen.
-
Oudere patiënten kunnen gevoeliger zijn, met name voor de extrapiramidale effecten. Bij
ouderen dient de startdosis derhalve gehalveerd te worden.
-
Van kinderen onder de leeftijd van 12 jaar zijn onvoldoende gegevens bekend.
-
Bij langdurige behandeling met antipsychotica (vooral met hoge doseringen) kan tardieve
dyskinesie voorkomen. Deze symptomen kunnen tijdelijk verergeren of zelfs nog ontstaan,
na het staken van de behandeling. Het risico van irreversibiliteit is groter bij oudere
patiënten en bij patiënten met een organische hersenbeschadiging. Het verdient
aanbeveling de patiënten hierop periodiek te controleren vanaf 3-6 maanden na de start
van de therapie en hen tevens vooraf over dit risico te informeren.
-
Evenals met andere neuroleptica dient men bij Semap bedacht te zijn op het optreden van
het zogenaamde maligne neurolepticumsyndroom, waarin centraal staan: hyperthermie,
extreme spierrigiditeit en een autonome instabiliteit. Verder kunnen zich voordoen:
verhoging van het serumcreatinefosfokinasegehalte en leukocytose, tachypnoe,
bewustzijnsveranderingen en profuus zweten. Levensbedreigend is meestal de
rabdomyolyse en de daarmee samenhangende nierinsufficiëntie.
Behalve algemeen ondersteunende maatregelen (externe afkoeling en rehydratie) worden
vaak eerst anticholinergica en benzodiazepinen gegeven. In ernstige gevallen zijn deze
farmaca onvoldoende effectief en dienen dantroleen en/of dopamine-agonisten te worden
gegeven. Als deze therapie niet aanslaat of in een uiterst levensbedreigende situatie kan
elektroconvulsietherapie levensreddend zijn.
-
Bij patiënten met psycho-organische stoornissen dient men rekening te houden met het
grotere risico van bijwerkingen.
-
Bij patiënten met cardiovasculaire stoornissen (o.a. prikkelgeleidingsstoornissen,
decompensatio cordis en recent myocardinfarct) dienen antipsychotica met
voorzichtigheid te worden toegepast; een anti-1-adrenerge werking kan aanleiding geven
tot orthostatische hypotensie. Penfluridol heeft deze werking echter nauwelijks.
-
Bij spastische verlammingen moet voorzichtig worden gedoseerd.
-
Neuroleptica kunnen vitale depressies luxeren en bepaalde symptomen kunnen als gevolg
van het gebruik van neuroleptica ten onrechte als depressieve symptomen worden gezien.
-
Er zijn bij gebruik van antipsychotica gevallen van veneuze trombo-embolie gemeld.
Aangezien patiënten onder behandeling met antipsychotica zich vaak presenteren met
verworven risicofactoren voor veneuze trombo-embolie, dienen alle mogelijke
risicofactoren hiervoor voorafgaand aan en tijdens de behandeling met Semap onderkend
te worden en voorzorgsmaatregelen getroffen te worden.
Toegenomen mortaliteit bij ouderen met dementie
Uit gegevens uit twee grote observationele onderzoeken is gebleken dat bij ouderen met
dementie die met antipsychotica worden behandeld een licht verhoogd risico op overlijden
bestaat in vergelijking tot ouderen die niet worden behandeld. Er zijn onvoldoende gegevens
beschikbaar om een goed onderbouwde schatting te geven van de precieze omvang van het
risico; de oorzaak van dit toegenomen risico is niet bekend.
Semap is niet goedgekeurd voor de behandeling van gedragsstoornissen bij dementie.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie -
Zoals alle neuroleptica, kan penfluridol de werking van middelen versterken die
depressies van het centrale zenuwstelsel veroorzaken, zoals alcohol, sedativa, hypnotica
of potente analgetica. Hoewel penfluridol geen ademhalingsdepressies veroorzaakt, kan
het de ademhalingsdepressie wel versterken die wordt veroorzaakt door morfinomimetica.
-
Bij gelijktijdig gebruik met antihypertensiva bestaat de kans op (verergering van)
orthostatische hypotensie.
-
Middelen die verhoging van de leverenzymactiviteit induceren (barbituraten, fenytoïne en
carbamazepine), versnellen de afbraak van antipsychotica. Combinatie van enkele
antipsychotica
met diuretica, zoals
furosemide en
chloorthiazide, kan de uitscheiding van
water,
natrium en soms ook chloride sterk vergroten. Indien nodig moet de dosering van
Semap worden verhoogd.
-
Antacida verminderen de orale opname van de antipsychotica.
- De
anti-1-adrenerge werking (vooral bij fenothiazinen) kan een versterking geven van het
bloeddrukverlagende effect van fenoxybezamine,
labetalol en andere -blokkerende
sympaticolytica, alsmede van
methyldopa, reserpine, en andere centraalwerkende
antihypertensiva. Daarentegen wordt het bloeddrukverlagende effect van guathidine
geblokkeerd.
-
Penfluridol remt de werking van dopamine-agonisten zoals bromocriptine en L-dopa.
-
Het gelijktijdig gebruik van andere neuroleptica,
lithium, antidepressiva,
anti-parkinsonmiddelen en farmaca met een centrale anticholinerge werking verhoogt het
risico op het ontstaan van tardieve dyskinesie.
4.6
Gebruik bij zwangerschap en bij het geven van borstvoeding
Gebruik bij zwangerschap Over het gebruik van Semap tijdens de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende
gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot dusver geen aanwijzingen
voor schadelijkheid bij dierproeven.
Gebruik bij borstvoeding Bij gebruik van Semap mag geen borstvoeding worden gegeven, omdat penfluridol
uitgescheiden kan worden in de moedermelk.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken Patiënten die voertuigen besturen of met machines werken, moeten worden gewaarschuwd
voor de mogelijkheid van sufheid en een verminderd reactievermogen.
4.8 Bijwerkingen
-
Evenals bij andere neuroleptica kunnen tijdens de behandeling met penfluridol, in het
begin van de behandeling en/of bij het verhogen van de dosis, afzonderlijk of gelijktijdig,
de volgende extrapiramidale stoornissen optreden:
* dosisafhankelijke
Parkinson-achtige verschijnselen (hypokinetisch of
hypokinetisch-rigide syndroom);
*
acute dyskinetisch-dystone verschijnselen;
* dosisafhankelijke acathisie.
Bovendien treden incidenteel andere onwillekeurige motorische verschijnselen op.
Na langdurig gebruik (na maanden tot jaren) kunnen bewegingsstoornissen (in het
bijzonder tardieve dyskinesie) ontstaan, zowel tijdens als na de behandeling (zie ook
rubrieken waarschuwingen en voorzorgen, en interacties).
-
Autonome bijwerkingen zoals visusstoornissen en hypotensie, bovenbuiksklachten,
waaronder misselijkheid en braken, kunnen optreden.
-
Vermoeidheid, hypersalivatie of toegenomen transpiratie kunnen optreden.
-
Andere meldingen betreffen duizeligheid, sufheid, hoofdpijn, huidreacties en
gewichtstoename.
-
Nu en dan is depressie gerapporteerd: een causaal verband met penfluridol was in de
meeste gevallen onduidelijk.
-
Antipsychotica (dopamine-antagonisten) veroorzaken als regel een dosisafhankelijke
stijging van de prolactineconcentratie. Deze stijging kan, naast andere factoren, (in
uitzonderlijke gevallen) aanleiding geven tot galactorroe, tot cyclusstoornissen bij vrouwen
en tot impotentie bij mannen die voorheen geen seksuele stoornissen hadden.
-
Bij mannen kunnen zich erectie- en ejaculatiestoornissen voordoen (o.a. priapisme en
retrograde ejaculatie).
-
Er zijn zeldzame meldingen van het maligne neurolepticumsyndroom (zie ook de rubriek
waarschuwingen en voorzorgen)
-
Er zijn enkele meldingen van verandering in leverfunctie en benigne tachycardie na de
toediening van neuroleptica.
-
Ten gevolge van de anti-1-adrenerge werking kan orthostatische hypotensie optreden; bij
hogere doseringen: algemene hypotensie en reflectoire tachycardie.
-
Er zijn bij gebruik van antipsychotica gevallen van veneuze trombo-embolie gemeld,
waaronder gevallen van longembolie en diepe veneuze trombose. Frequentie niet bekend.
4.9 Overdosering
De symptomen zijn een verergering van de bekende farmacologische effecten en bijwerkingen.
Er zijn echter patiënten beschreven die een goede tolerantie vertoonden bij een wekelijkse
dosis van 160-200 mg, en zelfs bij een dagelijkse dosis van 120 mg.
De meest voorkomende bijwerkingen in geval van overdosering zijn: ernstige extrapiramidale
bijwerkingen, milde hypotensie, sedatie.
Er is geen specifiek antidotum. De behandeling moet ondersteunend zijn. Er moet rekening
worden gehouden met de langdurige werking van penfluridol.
Als behandeling dient men de maag te spoelen en geactiveerde kool en een osmotisch
werkend laxans (natriumsulfaat) toe te dienen.
Opname op een intensive care-afdeling is noodzakelijk.
Bij comateuze patiënten dient men voor beademing te zorgen. Bij ademhalingsdepressie kan
kunstmatige ademhaling nodig zijn. Het ECG dient gevolgd te worden tot het weer normaal is.
Bloeddrukdaling behandelen door aanvulling van het circulerend volume met plasma of een
plasmavervangingsmiddel. Bij onvoldoende effect kan o.a. dopamine worden toegediend.
Ernstige aritmieën dienen met de gebruikelijke anti-aritmica behandeld te worden.
Kinidine en procaïnamide zijn gecontraïndiceerd.
Extrapiramidale stoornissen kunnen het best behandeld worden met een
anti-parkinsonpreparaat met een anticholinerge werking. In ernstige gevallen dient men
parenteraal te behandelen.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Penfluridol is een oraal werkzaam neurolepticum met een lange werkingsduur (één week bij
therapeutische dosis) uit de difenylbutylpiperidine-groep. Minimale antiserotonerge (5-HT2-
receptoren) en adrenolytische (1-receptor) activiteit is beschreven. Penfluridol werkt tegen
waanbeelden en hallucinaties, waarschijnlijk door een interactie in de mesocortiale en
limbische weefsels en een activiteit op de basale ganglia (nigrostriatale banen). De laatste
activiteit is waarschijnlijk de oorzaak van de extrapiramidale bijwerkingen (dystonie, acathisie
en parkinsonisme). De perifere antidopaminerge effecten zijn, onder andere, verantwoordelijk
voor het tegengaan van misselijkheid en braken (via de chemoreceptor-trigger zone), de
relaxatie van maag-darmsfincters en de toename van de prolactine-afgifte.
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Na orale toediening wordt penfluridol bijna volledig geabsorbeerd. Piekplasmaspiegels worden
4 tot 8 uur na inname bereikt. Er wordt een plasma-eiwitbinding van ongeveer 98% bereikt.
Penfluridol wordt uitgebreid gemetaboliseerd, voornamelijk door oxidatieve N-dealkylatie.
Ongeveer 30% van de wekelijkse dosis wordt onveranderd via de feces uitgescheiden en
minder dan 0,25% via de urine. De metabolieten leveren geen bijdrage aan de neuroleptische
werking van penfluridol. De eliminatie halfwaarde tijd (t½ß) is 4-7 dagen, bij een éénwekelijkse
dosering.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek Geen bijzonderheden.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen Lactose, maïszetmeel, gepregelatiniseerd maïszetmeel,
saccharose, crospovidon, talk,
magnesiumstearaat, indigotine (E 132) en chinolinegeel (E 104).
6.2 Gevallen
van
onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
Semap-tabletten zijn 5 jaar houdbaar. De uiterste gebruiksdatum staat vermeld op de
verpakking. De afkorting "EXP.:" betekent: niet te gebruiken na:.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij opslag Bewaren bij een temperatuur tussen 15 en 30 °C op een droge en donkere plaats.
Buiten bereik van kinderen houden.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking Doordrukstrip met 12 tabletten à 20 mg penfluridol.
6.6 Gebruiksaanwijzing/verwerkingsinstructies
Niet van toepassing.
7.
Naam en permanent adres of officiële vestigingsplaats van de houder van de
vergunning voor het in de handel brengen Janssen-Cilag B.V.
Dr. Paul Janssenweg 150
Postbus 90240
5000 LT Tilburg
8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN RVG 06603.
9.
DATUM VAN EERSTE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
7 februari 1973
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke herziening: betreft rubriek 4.4 en 4.8 22 december 2009