Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Sertraline Arrow 50 mg, filmomhulde tabletten

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 35314
Registratiehouder: Arrow Generics


Samenvatting van de kenmerken van het product


1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Sertraline Arrow 50 mg, filmomhulde tabletten.


2.

KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Iedere filmomhulde tablet bevat 50 mg sertraline (als sertralinehydrochloride).

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE

VORM

Filmomhulde tablet.

Langwerpige, biconvexe witte tablet met "SR50" aan een zijde en "" aan de andere zijde.
De tablet kan verdeeld worden in gelijke helften.


4. KLINISCHE

GEGEVENS

4.1 Therapeutische

indicaties

Behandeling van ernstige depressieve episodes.

4.2

Dosering en wijze van toediening

Volwassenen

Ernstige depressieve episodes.

De gebruikelijke dagelijkse dosis is 50 mg sertraline.
Indien nodig kan de dosis worden verhoogd tot 100 mg sertraline per dag. De maximum dagelijkse dosis
is 200 mg sertraline.
Wanneer het nodig is om de dosis te verhogen, moet dit worden gedaan met stappen van 50 mg met een
interval van minimaal 1 week. Vanwege de eliminatiehalfwaardetijd van sertraline van meer dan 24 uur
mogen dosisaanpassingen niet vaker dan één maal per week worden uitgevoerd.

Gedurende langdurige behandeling is het doel om de laagst mogelijke dosis die genoeg therapeutisch
effect geeft, toe te dienen.

Methode en duur van toediening:
Sertraline moet eenmaal per dag worden ingenomen, in de ochtend of in de avond, met voldoende
vloeistof. De tabletten kunnen tijdens de maaltijd, of zonder voedsel worden ingenomen. Voor doses die
niet haalbaar/praktisch zijn met deze sterkte, zijn andere sterkten/farmaceutische vormen beschikbaar.

De aanvang van de antidepressieve werking kan binnen 7 dagen optreden. Het maximale effect wordt
echter over het algemeen na 2 tot 4 weken behandeling bereikt. Het wordt geadviseerd de patiënten
hierover te informeren.
De duur van de behandeling is afhankelijk van de aard en ernst van de aandoening. Na remissie van de
depressieve verschijnselen kan langdurige behandeling (minstens 6 maanden) voor de beheersing van de
remissie nodig zijn.


Gebruik bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar
Sertraline filmomhulde tabletten dienen niet te worden gebruikt voor de behandeling van kinderen en
adolescenten jonger dan 18 jaar (zie rubriek 4.4).

Ouderen
Aangezien de eliminatiehalfwaardetijd verlengd kan zijn bij oudere patiënten, wordt geadviseerd om de
dosering bij ouderen zo laag mogelijk te houden.

Patiënten met leverfunctiestoornissen
Sertraline dient met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met leverfunctiestoornissen.
Ofschoon het onduidelijk is of dosisaanpassing in geval van leverfunctiestoornissen nodig zijn, wordt
aanbevolen dat de dosis wordt verlaagd of dat het interval tussen de doses wordt verlengd. Sertraline
dient niet te worden gebruikt in geval van ernstige leverfunctiestoornissen omdat hiervan geen klinische
gegevens bekend zijn.

Patiënten met nierfunctiestoornissen
Nierfunctiestoornissen zijn geen aanleiding om de dosis aan te passen (zie tevens rubriek 4.4). Patiënten
met ernstige nierfunctiestoornissen moeten tijdens langdurige behandeling wel nauwgezet worden
gecontroleerd.

Onthoudingsverschijnselen bij het staken van de behandeling
Abrupte stopzetting van gebruik moet worden vermeden. Bij het stoppen van de behandeling met
sertraline filmomhulde tabletten moet de dosis geleidelijk, gedurende een periode van minstens één tot
twee weken, worden verlaagd om het risico op onttrekkingsverschijnselen te verminderen (zie rubriek
4.4 en rubriek 4.8). Wanneer zich na een dosisverlaging of na stopzetting van de behandeling
onverdraagbare symptomen voordoen, kan overwogen worden om door te gaan met de eerder
voorgeschreven dosis. Vervolgens kan de arts doorgaan met het afbouwen van de voorgeschreven dosis
maar dan meer geleidelijk.

4.3

Contra-indicaties

· Overgevoeligheid voor sertraline of één van de hulpstoffen
· Sertraline dient niet gelijktijdig met monoamino-oxidase remmers (MAO-remmers) te worden
gebruikt, inclusief de selectieve MAO-remmer selegiline en de reversibele MAO-remmer
moclobemide (zie rubriek 4.4 en rubriek 4.5).
· Sertraline dient niet gelijktijdig met pimozide te worden gebruikt (zie rubriek 4.3).

4.4

Speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Gebruik bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar:
Sertraline filmomhulde tabletten dienen niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en
adolescenten jonger dan 18 jaar. In klinische studies werden suïcidaal gedrag (zelfmoordpogingen en
zelfmoordgedachten) en vijandigheid (voornamelijk agressie, oppositioneel gedrag en woede) vaker
waargenomen bij kinderen en adolescenten die behandeld werden met antidepressiva dan bij degenen die
behandeld werden met placebo. Indien, op grond van een klinische noodzaak, een besluit wordt genomen
om te behandelen, dan dient de patiënt zorgvuldig gecontroleerd te worden op het optreden van suïcidale
symptomen. Daarnaast ontbreken lange-termijn veiligheidsgegevens bij kinderen en adolescenten over
groei, maturatie en cognitieve en gedragsontwikkeling.

Serotonine syndroom: In zeldzame gevallen kan in verband met de behandeling met sertraline, vooral bij
toediening in combinatie met MAO-remmers of andere serotonerge geneesmiddelen, het serotonine
syndroom optreden (gekenmerkt door verschijnselen als hypertermie, rigiditeit, myoclonus, autonome
instabiliteit met mogelijke snelle fluctuaties van de vitale functies, veranderingen van de mentale status
inclusief verwarring, irritatie, extreme agitatie, die zich ontwikkelen tot delirium en coma). Omdat dit
syndroom kan leiden tot een mogelijk levensbedreigende toestand moet het gebruik van sertraline
worden stopgezet als deze verschijnselen optreden en moet worden gestart met ondersteunende
symptomatische behandeling.


MAO-remmers:
Gelijktijdige behandeling met serotonine heropnameremmers en MAO-remmers
inclusief de irreversibele MAO-remmer selegiline en de reversibele MAO-remmer moclobemide is
gecontra-indiceerd omdat fatale reacties zijn gemeld bij patiënten die sertraline in combinatie met een
MAO-remmer hebben gebruikt.

Behandeling met sertraline kan op zijn vroegst twee weken na stopzetting van de behandeling met een
irreversibele MAO-remmer (bijv. selegiline), of ten minste 24 uur na stopzetting van de behandeling met
een reversibele MAO-remmer met een korte halfwaardetijd (bijv moclobemide) worden gestart. Tussen
stopzetting van de behandeling met sertraline en begin van de behandeling met een MAO-remmer moet
een periode van minstens twee weken zitten. De dosis sertraline moet geleidelijk worden verhoogd totdat
een optimaal effect is bereikt.

Serotonerge geneesmiddelen: Gelijktijdige toediening van sertraline met andere geneesmiddelen die de
serotonerge neurotransmissie versterken, bijvoorbeeld tryptofaan, fenfluramine, dextromethorfan,
pethidine, tramadol, serotonine-agonisten en andere SSRIs mag uitsluitend met grote voorzichtigheid
plaatsvinden en moet indien mogelijk worden vermeden (zie rubriek 4.5).

Een wijziging in het gebruik van selectieve serotonineheropnameremmers of andere antidepressiva moet
met voorzichtigheid wordt toegepast om mogelijke farmacodynamische interacties te vermijden (zie
rubriek 4.5). Nauwkeurige klinische controle is van speciaal belang wanneer met sertraline wordt
begonnen na stopzetting van een behandeling met een antidepressivum met een lange halfwaardetijd,
zoals bijv. fluoxetine. Er is geen goed onderbouwd bewijs over de duur van het behandelingsvrije
interval die nodig is bij het overstappen van het ene antidepressivum naar het andere (zie tevens rubriek
4.5).

Suïcide/suïcidale gedachten of verergering van de aandoening
Depressie wordt geassocieerd met een verhoogd risico op suïcidale gedachten, zelfverwonding en
suïcide (gebeurtenissen die met suïcide samenhangen). Dit risico blijft bestaan tot een significante
afname van de depressie optreedt. Aangezien er mogelijk geen verbetering optreedt gedurende de eerste
weken van de behandeling, dienen patiënten zorgvuldig begeleid te worden tot verbetering optreedt.
Algemene klinische ervaring leert dat het risico op zelfbeschadiging het grootst is na presentatie en het
risico van suïcide toeneemt in het beginstadium van herstel.
Van patiënten met een voorgeschiedenis van aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen, of patiënten die
voorafgaand aan het begin van de behandeling een significante mate van suïcidale ideeën vertonen, is
bekend dat ze een groter risico lopen op het ontwikkelen van suïcidale gedachten of suïcidepogingen en
deze patiënten moeten tijdens de behandeling zeer goed gevolgd worden.
Een meta-analyse van placebo-gecontroleerde klinische studies met antidepressiva bij volwassen
patiënten met psychiatrische aandoeningen liet met antidepressiva bij patiënten jonger dan 25 jaar een
verhoogd risico van suïcidaal gedrag zien in vergelijking met placebo.
Patiënten, in het bijzonder hoog-risico patiënten, dienen nauwkeurig gevolgd te worden tijdens
behandeling met deze geneesmiddelen, in het bijzonder in het begin van de behandeling en na
dosisaanpassingen. Patiënten (en zorgverleners van patiënten) moeten op de hoogte worden gebracht van
de noodzaak om te letten op elke klinische verergering, suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten en
ongewone gedragsveranderingen en de noodzaak om onmiddellijk medisch advies in te winnen als deze
symptomen zich voordoen.

Activering van manie/hypomanie:
Bij klinisch onderzoek kwam manie of hypomanie voor bij ongeveer 0,4 % van de met sertraline
behandelde patiënten. Daarom moet sertraline met voorzichtigheid worden gebruikt door patiënten met
een verleden van manie/hypomanie. Nauwgezette controle door een arts is noodzakelijk. Het gebruik van
sertraline moet worden stopgezet bij iedere patiënt die in een manische fase raakt.

Schizofrenie:
Psychotische verschijnselen bij schizofrene patiënten kunnen worden versterkt.

Onthoudingsverschijnselen bij het staken van de behandeling

Onthoudingsverschijnselen als de behandeling wordt gestaakt komen vaak voor, met name als het staken
plotseling gebeurt (zie rubriek 4.8).

Het risico van onthoudingsverschijnselen kan afhankelijk zijn van een aantal factoren, zoals de duur van
de behandeling, de gebruikte dosis en de snelheid van de dosisverlaging. Duizeligheid, sensorische
stoornissen (inclusief paresthesieën en het gevoel van een elektrische shock), slaapstoornissen (zoals
slapeloosheid en heftige dromen), angst of agitatie, misselijkheid en/of braken, tremoren, verwarring,
zweten, hoofdpijn, diarree, palpitaties, emotionele instabiliteit, irritatie en zichtstoornissen zijn gemeld
na stopzetting van gebruik van SSRIs/SNRIs. Meestal zijn de verschijnselen licht tot matig van
intensiteit, maar bij sommige patiënten kunnen zij ernstig zijn. De verschijnselen treden meestal op in de
eerste dagen na het staken van de behandeling, maar er zijn zeer zeldzame gevallen gerapporteerd van
patiënten die onthoudingsverschijnselen kregen nadat ze onbedoeld een dosis hadden overgeslagen.
Meestal betreft het hier zelfbeperkende verschijnselen die doorgaans binnen 2 weken verdwijnen,
hoewel ze bij sommige mensen lang kunnen aanhouden (2 tot 3 maanden of meer). Daarom wordt
aanbevolen om het stopzetten van gebruik van sertraline geleidelijk af te bouwen, over een periode van
enkele weken tot maanden, op geleide van de behoeften van de patiënt (zie rubriek 4.2;
Onthoudingsverschijnselen bij het staken van de behandeling).

Washout periode van SSRIs
Bij het overgaan van de ene SSRI naar de andere moet de duur van de washout periode worden bepaald
aan de hand van de eliminatiehalfwaardetijd van het vorige middel.

Bloedingen
Er zijn meldingen van abnormale cutane bloedingen met SSRIs zoals ecchymose en purpura.

Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die SSRIs gebruiken, vooral bij gelijktijdig gebruik van
anticoagulantia, geneesmiddelen waarvan bekend is dat zijn de functie van bloedplaatjes beïnvloeden
(bijv. atypische antipsychotica en fenothiazinen, de meeste tricyclische antidepressiva, acetylsalicylzuur
en niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAIDs)) en bij patiënten met een verleden van
bloedingsaandoeningen (zie tevens rubriek 4.5).

Electroconvulsieve therapie (ECT)
Aangezien er weinig ervaring is met gelijktijdige toediening van sertraline tabletten en ECT is
voorzichtigheid geboden.

Diabetes
Bij patiënten met diabetes kan behandeling met een SSRI de glykemische controle veranderen.
Bloedglucosespiegels moeten regelmatig worden gecontroleerd. Insuline en/of orale hypoglykemische
doseringen moeten mogelijk worden aangepast.

Hartaandoeningen
Bij patiënten die recent een hartaanval hebben gehad of bij patiënten met een instabiele hartaandoening
is de veiligheid van sertraline is niet vastgesteld. Patiënten met deze aandoeningen waren uitgesloten van
klinisch onderzoek. De elektrocardiogrammen van patiënten die sertraline kregen in dubbelblinde
klinische studies duiden er op dat sertraline niet is geassocieerd met significante ECG afwijkingen.

Ouderen
Het patroon en de incidentie van bijwerkingen bij ouderen zijn vergelijkbaar bij de effecten in jongere
patiënten. Ouderen kunnen echter vaker meer gevoelig zijn voor de bijwerkingen van antidepressiva.

Leverinsufficiëntie
Sertraline wordt grotendeels door de lever gemetaboliseerd. In een farmacokinetische studie met
herhaalde doses sertraline bij patiënten met een lichte en stabiele cirrose werd een, in vergelijking met
patiënten met een normale leverfunctie, verlengde halfwaardetijd en een gemiddeld drie keer zo grote
AUC en Cmax gezien. Er werden geen significante verschillen in de plasmaproteïnebinding tussen de
twee groepen waargenomen. Sertraline dient niet te worden gebruikt door patiënten met ernstige
leverfunctiestoornissen (voor sertraline bij patiënten met leverfunctiestoornissen zie rubriek 4.2).


Nierinsufficiëntie
Vanwege het uitgebreide hepatische metabolisme wordt slechts een verwaarloosbaar deel van sertraline
onveranderd via de nieren geëlimineerd. Bij patiënten met een lichte tot matige (creatinineklaring 30 tot
60 ml/min) of matige tot ernstige (creatinineklaring 10 tot 29 ml/min) nierfunctiestoornis bleken de
farmacokinetische parameters (AUC0-24 en Cmax) na herhaalde doses niet significant verschillend in
vergelijking met patiënten met een normale nierfunctie. De halfwaardetijden kwamen met elkaar overeen
en er kon tussen de onderzochte groepen geen verschil in plasmaproteïnebinding worden vastgesteld.
Zoals op basis van de geringe renale eliminatie verwacht zou worden laat deze studie laat zien dat de
dosering sertraline niet hoeft te worden aangepast in geval van nierfunctiestoornissen.

Convulsies
De ervaring met de behandeling van patiënten met epilepsie is beperkt. Daarom moet behandeling
worden vermeden bij patiënten met instabiele epilepsie en patiënten met controleerbare epilepsie moeten
nauwgezet worden gevolgd and de behandeling moet worden gestopt bij als convulsies optreden.

Akathisie / psychomotore rusteloosheid
`
Het gebruik van sertraline filmomhulde tabletten is in verband gebracht de ontwikkeling van akathisie,
gekenmerkt door een subjectieve onplezierige of stressvolle rusteloosheid en noodzaak tot beweging, en
gaat vaak gepaard met het onvermogen om stil te zitten of te staan. De kans dat dit optreedt is het grootst
in de eerste weken van de behandeling. Bij patiënten die deze verschijnselen ontwikkelen, kan het
schadelijk zijn om de dosis te verhogen.

4.5

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Contraindicaties:

MAO-remmers:
Sertraline mag niet gelijktijdig met MAO-remmers worden gebruikt, inclusief de irreversibele MAO-
remmer selegiline en de reversibele MAO-remmer moclobemide, zie rubrieken 4.3 en 4.4.

Pimozide

In een studie met een lage (2 mg) enkelvoudige dosis pimozide en gelijktijdig sertraline zijn verhoogde
pimozidespiegels aangetoond. Deze verhoogde spiegels waren niet geassocieerd met ECG
veranderingen. Het mechanisme van deze interactie is onbekend. Gelijktijdig gebruik van pimozide en
sertraline is gecontra-indiceerd, omdat gelijktijdige toediening resulteert in verhoogde
pimozideplasmaspiegels, en als gevolg daarvan het risico van arritmiën en verlenging van het QT-
interval in verband met de behandeling met pimozide kan zijn verhoogd (zie tevens rubriek 4.3).

Gelijktijdige toediening met sertraline niet aanbevolen:

Serotonerge stoffen:
Vanwege de beschikbaarheid van onvoldoende gegevens mogen serotonerge stoffen zoals tryptofaan,
fenfluramine, dextromethrofan, pethidine, tramadol en serotonine-agonisten niet gelijktijdig met
sertraline worden gebruikt (zie rubriek 4.4).

Hypericum perforatum:
Gelijktijdig gebruik van het kruidenmiddel St Janskruid (Hypericum perforatum) bij patiënten die
worden behandeld met SSRIs dient te worden vermeden, aangezien de mogelijkheid van serotonerge
versterking bestaat.

Voorzorgmaatregelen:

Andere geneesmiddelen:

Werkzame stoffen gebonden aan plasmaproteïnen
Vanwege de hoge mate van eiwitbinding van sertraline zijn interacties met andere stoffen die sterk aan
plasmaproteïnen binden mogelijk. In drie interactiestudies had sertraline echter geen significant effect op
de plasmaproteïnebinding van diazepam, tolbutamide en warfarine.


Andere interacties die zijn waargenomen in studies
:
Gelijktijdige toediening van sertraline en diazepam of tolbutamide resulteerde in lichte maar statistisch
significante veranderingen in verscheidene farmacokinetische parameters. Cimetidine verminderde de
eliminatiesnelheid van gelijktijdig toegediend sertraline. De klinische relevantie van deze effecten is
onduidelijk. Sertraline had geen invloed op de effectiviteit van atenolol; er waren geen interacties met
glibenclamide of digoxine.

Lithium:
Uit placebo-gecontroleerd onderzoek bij gezonde personen bleek dat gelijktijdige toediening van lithium
en sertraline geen significante verandering van de farmacokinetiek van lithium gaf, ofschoon er een
toegenomen incidentie van tremor was in vergelijking met patiënten die placebo ontvingen. Dit duidt op
een mogelijke farmacodynamische interactie. Patiënten die tegelijk lithium en sertraline of andere
middelen met een serotonerg werkingsmechanisme ontvangen moeten op passende wijze worden
gecontroleerd.

Sumatriptan:
In zeldzame gevallen zijn zwakte, hyperreflexie, gebrek aan coördinatie, verwarring, onrust en agitatie
gemeld in verband met gelijktijdig gebruik van sertraline en sumatriptan. Patiënten bij wie het klinisch
noodzakelijk is om sertraline en sumatriptan gelijktijdig toe te dienen moet op passende wijze worden
gecontroleerd.

CZS middelen en alcohol:
Gelijktijdige behandeling met 200 mg sertraline per dag versterkte het effect van alcohol,
carbamazepine, haloperidol of fenytoïne op de psychomotore en cognitieve functies bij gezonde
vrijwilligers niet. Alcoholconsumptie tijdens behandeling met sertraline wordt echter niet aanbevolen.

Hypoglykemische stoffen
:
Sertraline kan de glykemische controle veranderen. Daarom wordt geadviseerd om bij het begin van de
behandeling met sertraline bij diabetici de bloedsuikerspiegels te controleren. Zie rubriek 4.4.

Orale anticoagulantia, salicyliczuur-derivaten en NSAID:
Bij gelijktijdige toediening van sertraline en warfarine nam de protrombinetijd licht, maar statistisch
significant toe; nauwgezette controle van de protrombinetijd wordt daarom geadviseerd bij aanvang of
beëindiging van de behandeling met sertraline tabletten (zie "Werkzame stoffen gebonden aan
plasmaproteïnen" en "Cytochroom P450 interacties / 2C9). Er bestaat een mogelijk toegenomen risico
van bloedingen wanneer SSRIs worden gecombineerd met andere orale anticoagulantia, salicyliczuur-
derivaten, NSAID, atypische antipsychotica, fenothiazinen en de meeste tricyclische antidepressiva (zie
rubriek 4.4).

Diuretica:
Diuretica die gelijktijdig worden gebruikt met sertraline kunnen aanleiding geven (ouderen patiënten)
voor hyponatriëmie en SIADH.

Geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd door cytochroom P450-enzymen:
· CYP 2D6: Tijdens langdurig gebruik van 50 mg/dag sertraline namen in interactiestudies de steady-
state plasmaconcentraties desipramine slechts minimaal toe (gemiddeld 23 ­ 37 %). Desipramine is
een marker voor cytochroom P450 (CYP) 2D6 isoenzym activiteit.
· CYP 3A3/4: In vivo interactiestudies hebben laten zien dat langdurige toediening van 200 mg per
dag sertraline niet leidt tot remming van CYP 3A3/4-gemedieerde 6--hydroxylatie van endogeen
cortisol of carbamazepine- en terfenadinemetabolisme. Er was geen remming van het CYP 3A3/4-
gemedieerde metabolisme van alprazolam gedurende langdurig gebruik van 50 mg/dag sertraline. De
resultaten van deze studies wijzen er op dat er geen klinisch relevante remming optreedt van CYP
3A3/4 activiteit door sertraline.
· CYP 2C9: Het gebrek aan klinisch significante effecten van langdurige toediening van 200 mg
sertraline/dag op de plasmaconcentraties van tolbutamide, fenytoïne en warfarine laat zien dat
sertraline CYP 2C9 niet in enige klinische relevante mate remt.

· CYP 2C19: Vanwege het gebrek aan klinisch significante effecten van langdurige toediening van
200 mg sertraline/dag op de plasmaconcentraties van diazepam kan worden geconcludeerd dat
sertraline CYP 2C19 niet in enige klinische relevante mate remt.
· CYP 1A2: In vitro onderzoek heeft aangetoond dat sertraline CYP 1A2 weinig of niet kan remmen.

Fenytoïne:
Ofschoon in een placebo-gecontroleerd onderzoek met gezonde personen geen klinisch significante
remming van het fenytoïnemetabolisme is waargenomen, word geadviseerd om de
fenytoïneplasmaconcentraties bij het begin van de behandeling met sertraline te controleren en de
fenytoïne dosis eventueel aan te passen. Gelijktijdige toediening van fenytoïne kan de
sertralineplasmaspiegels verlagen.

Overstappen van het gebruik van selectieve serotonineheropnameremmers of andere antidepressiva: zie
rubriek 4.4

Antipyrine:
De halfwaardetijd van antipyrine neemt af door gelijktijdige toediening van sertraline, wat wijst op een
klinisch niet-significante inductie van leverenzymen.

4.6
Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap
Gegevens van een beperkt aantal (n = 147) blootgestelde zwangere vrouwen wijzen niet op ongewenste
effecten van sertraline op de zwangerschap of op de gezondheid van de foetus. Proefdieronderzoek
leverde geen bewijs voor teratogene effecten van sertraline, hoewel embryotoxiciteit is waargenomen
(zie rubriek 5.3). Pasgeboren baby's moeten worden gecontroleerd wanneer gebruik van sertraline door
de moeder is doorgegaan in de latere fasen van de zwangerschap, vooral het derde trimester. Abrupt
stopzetten van gebruik moet tijdens de zwangerschap worden vermeden.

De volgende verschijnselen kunnen in pasgeboren baby's optreden na gebruik van SSRIs/SNRIs tijdens
de latere fasen van de zwangerschap: ademhalingsmoeilijkheden, cyanose, apnoe, convulsies, instabiele
temperatuur, moeilijkheden met voeden, braken, hypoglykemie, hypertonie, hypotonie, hyperreflexie,
tremor, onrust, irritatie, lethargie, voortdurend huilen, slaperigheid en moeite met slapen. Deze
verschijnselen kunnen te wijten zijn aan de serotonerge effecten of onttrekkingsverschijnselen. De
meerderheid van de gevallen beginnen de complicaties meteen of snel (<24 uur) na de bevalling.

Sertraline mag uitsluitend worden gebruikt tijdens de zwangerschap wanneer de mogelijke voordelen
voor de moeder opwegen tegen de mogelijke risico's voor de zich ontwikkelende foetus.

Vrouwen van vruchtbare leeftijd moeten een anticonceptiemiddel gebruiken wanneer zij sertraline
gebruiken.

Borstvoeding
Het is bekend dat sertraline via de moedermelk wordt uitgescheiden (melk/plasma-ratio ongeveer 1,8).
In baby's die borstvoeding kregen zijn heel lage of niet-aantoonbare plasmaconcentraties sertraline
gevonden. Sertraline mag tijdens het geven van borstvoeding uitsluitend worden toegediend als het
verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico voor het kind.

4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Bij gebruik volgens voorschrift, kan sertraline in geïsoleerde gevallen de reacties zodanig veranderen dat
het vermogen om auto te rijden en machines te bedienen, of in mogelijk gevaarlijke situaties te werken,
verminderd is. Dit is met name van toepassing bij het begin van de behandeling, verandering van
medicatie en bij gelijktijdig gebruik van alcohol of geneesmiddelen die de werking van het centraal
zenuwstelsel beïnvloeden. Totdat de individuele effecten van sertraline bekend zijn, moet de patiënt
worden gewaarschuwd om geen auto te rijden en niet te werken in mogelijk gevaarlijke situaties.

4.8 Bijwerkingen





Orgaan
Zeer vaak
Vaak
Soms
Zelden
Frequentie
Systeem
(1/10)
(1/100 en <1/10)
(1/1000 en
(1/10000 en <1/1000)
onbekend
Aandoening
<1/100)
Bloed- en

purpura, leukopenie, thrombocytopenie
lymfestelsel-
veranderde functie
aandoeningen
bloedplaatjes,
veranderde
haemorrhagische
diathese (met bijv.
epistaxis,
gastrointestinale
haemorrhage of
haematurie)
Endocriene


gynecomastie,

aandoeningen
hyperprolactinaemie,
galactorrhoe,
hypothyroidisme, syn-droom
van onvoldoende ADH
secretie
Voedings- en



hyponatriëmie: dit verdwijnt

stofwisselings
na stopzetting behandeling.
stoornissen
Geïsoleerde gevallen kunnen

worden toegeschreven aan het
syndroom van onvoldoende
ADH secretie. Deze
bijwerkingen zijn
voornamelijk opgetreden bij
oudere patiënten en bij
patiënten die diuretica of
andere geneesmiddelen
gebruikten. Verhoogde serum
cholesterolspiegels.
Psychische
Slapeloos-
Geeuwen, agitatie,
euforie, depressieve Verlies van libido (bij
suïcidale
stoornissen
heid, slape-
onrust
symptomen,
vrouwen en mannen),
gedachten
righeid,

hallucinaties,
nachtmerries, agressieve
en suïcidaal
anorexie
manie, hypomanie
reacties, psychose.
gedrag (zie
rubriek
4.4)*
Zenuwstelsel
tremor,
hoofdpijn,
migraine
Onvrijwillige spiercontracties,
aandoeningen duizelig-
motorische stoor-

coma, convulsies,
heid, droge nissen (inclusief
psychomotore rusteloosheid
mond
extrapyramidale
/akathisie (zie rubriek 4.4),

verschijnselen zoals
verschijnselen geassocieerd
hyperkinesie,
met het serotoninesyndroom:
toegenomen
agitatie, verwarring, diaforese,
spiertonus,
diarree, koorts, hypertensie,
tandenknarsen en
rigiditeit en tachycardie. In
verstoorde gang),
sommige gevallen traden deze
paresthesie,
verschijnselen op bij
hypesthesie,
gelijktijdig gebruik van
toegenomen zweten
serotonerge middelen
Oog-
Verminderd
zicht
mydriasis


aandoeningen
Evenwichtsor
tinnitus


gaan- en oor-
aandoeningen

Hart-

Pijn op de borst,
hypertensie, syn-


aandoeningen
palpitaties
cope, tachycardie
Bloedvat-

perifeer
oedeem,


aandoeningen
peri-orbitaal
oedeem,


Orgaan
Zeer vaak
Vaak
Soms
Zelden
Systeem
(1/10)
(1/100 en <1/10)
(1/1000 en <1/100)
(1/10000 en <1/1000)
Aandoening
Ademhalings




bronchospasme

stelsel-,

borstkas- en
mediastinum
aandoeningen
Maagdarm-

misselijk-
dyspepsie,
toegenomen eetlust,


stelsel-
heid,
obstipatie,
pancreatitis
aandoeningen diarree /
buikpijn, braken

dunne ont-
lasting
Lever- en gal-
Ernstige


aandoeningen
leveraandoening
(inclusief hepatitis,
geelzucht en leverfalen),
asymptomatische
verhoging van serum
trans-aminases (SGOT
en SGPT). Verander-
ingen van transaminase-
spiegels traden vooral
op in de eerste 9 weken
van de behandeling en
verdwenen snel na
stopzetting van de
behandeling.
Huid- en
huiduitslag

pruritus, alopecia,
Fotosensitiviteit van de

onderhuid-
erythema multiforme
huid, urticaria, Quincke's
aandoeningen
oedeem, ernstige dermale
exfoliatie bijv. Stevens-
Johnson-syndroom en
epidermale necrolyse
Skeletspier-


Arthralgie


stelsel- en
bindweefsel-
aandoeningen
Nier- en



urineincontinentie
gezichtsoedeem,

urineweg-
urineretentie
aandoeningen
Voortplan-

Sexuale
Menstruatie-

priapisme
tingsstelsel-
stoornissen stoornissen
en borst-
(vooral
aandoeningen vertraagde
ejaculatie
bij mannen)
Algemene

asthenie,
indispositie, toename
anaphylactoïde reactie,

aandoeningen
vermoeidheid,
lichaamsgewicht,
allergische reacties,
en
opvliegers
afname
allergie
toedienings-
lichaamsgewicht, koorts
plaatsstoor-
nissen
Onderzoeken


Abnormale


laboratoriumwaarden

* Gevallen van suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag zijn gemeld tijdens behandeling met sertraline of kort na
stopzetting van de behandeling (zie rubriek 4.4).

Onttrekkingsverschijnselen die worden waargenomen bij stopzetting van gebruik:
Stopzetting van het gebruik van SSRIs/SNRIs (in het bijzonder wanneer dit abrupt gebeurt) leidt vaak tot
onttrekkingsverschijnselen. Duizeligheid, sensorische stoornissen (inclusief paresthesieën en het gevoel
van een elektrische shock), slaapstoornissen (zoals slapeloosheid en heftige dromen), angst of agitatie,
misselijkheid en/of braken, tremoren, verwarring, zweten, hoofdpijn, diarree, palpitaties, emotionele
instabiliteit, irritatie en zichtstoornissen zijn gemeld. Over het algemeen zijn deze bijwerkingen licht tot
matig en zelflimiterend. In sommige patiënten kunnen ze echter ernstig zijn en/of langer duren. Daarom
wordt geadviseerd om de dosis geleidelijk af te bouwen wanneer de behandeling met sertraline tabletten
niet meer noodzakelijk is (zie rubriek 4.2 en rubriek 4.4).

Meer dan 700 oudere patiënten (leeftijd > 65 jaar) hebben deelgenomen aan een klinische studie om de
effectiviteit van sertraline bij deze patiëntengroep aan te tonen. De soort en frequentie van bijwerkingen
bij de oudere patiënten kwam overeen met die bij jongere patiënten.

4.9 Overdosering

Verschijnselen van overdosering
Symptomen van een overdosis omvatten serotonine-gemedieerde bijwerkingen zoals slaperigheid,
gastro-intestinale stoornissen (zoals misselijkheid en braken), tachycardie, tremor, agitatie en
duizeligheid. Coma werd in zeldzame gevallen gemeld.

Toxiciteit
De beschikbare gegevens laten zien dat sertraline een brede veiligheidsindex heeft na overdosering. Er
zijn meldingen van inname van maximaal 13,5 g sertraline alleen. Fatale gevallen na sertraline
intoxicatie traden alleen wanneer andere geneesmiddelen en/of alcohol gelijktijdig waren gebruikt. Het
wordt dan geadviseerd om een agressieve aanpak te kiezen voor de behandeling van de overdosering.

Behandeling
Er is geen specifiek antidotum tegen sertraline bekend. De volgende maatregelen worden aanbevolen:
zorg voor een open luchtweg en houd deze open, zorg voor adequate zuurstoftoediening en ventilatie.
Actieve kool, dat samen met sorbitol-oplossing of een ander purgerend middel kan worden gebruikt, kan
even goed of beter werken dan een maagspoeling. Aanzetten tot braken wordt niet aanbevolen.
Algemene controle van de cardiovasculaire functie wordt aanbevolen en algemene ondersteunende
maatregelen dienen te worden toegepast. Door het grote distributievolume van sertraline, is het
onwaarschijnlijk dat geforceerde diurese, dialyse, hemoperfusie en uitwisselingstranfusie effectief zijn.


5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1

Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische groep: Antidepressiva, selectieve serotonineheropnameremmers
ATC : N06A B06

Aangenomen wordt dat depressieve aandoeningen geassocieerd zijn met een verstoring van het
metabolisme van 5-hydroxytryptamine (serotonine) in de hersenen. Het is aangetoond dat sertraline een
krachtige en selectieve remmers is van de neuronale heropname van serotonine: dit resulteerde in
versterking van de fysiologische effecten van de stof in diermodellen. Sertraline heeft slechts een zeer
zwak effect op de neuronale heropname van norepinefrine en dopamine. Bij klinisch effectieve doses
remt sertraline de opname van serotonine door humane bloedplaatjes.

In dierstudies heeft sertraline geen stimulerende, sedatieve of anticholinerge / cardiotoxische effecten. In
experimentele onderzoeken uitgevoerd met gezonde personen had sertraline geen sedatieve potentie en
werden psychomotore functies niet aangetast.


Als resultaat van de selectieve remming van de serotonine heropname, beïnvloedt sertraline de werking
van de catecholaminen niet. Bovendien heeft sertraline geen affiniteit voor de muscarine-, serotonine-,
dopamine-, histamine-, benzodiazepine-, GABA- of adrenerge receptoren. Zoals bij andere klinisch
effectieve antidepressiva, werd bij langdurig gebruik van sertraline de responsiviteit van de cerebrale
nerepinefrine receptoren verminderd.

Uit humaan- en dieronderzoek zijn geen meldingen gekomen van mogelijk misbruik van sertraline.

5.2 Farmacokinetische

eigenschappen

Absorptie:
Het farmacokinetische profiel van sertraline is dosis-proportioneel in het gebied 50 ­ 200 mg. Na
enkelvoudige orale toediening van 50 ­ 200 mg sertraline gedurende 14 dagen, werden na 4,5 ­ 8,4 uur
piekplasmaconcentraties bereikt. Op basis van de recovery in de urine en faeces, kan worden geschat dat
de absorptie na orale toediening minstens 70% is. De biologische beschikbaarheid wordt verminderd
door het first-pass effect. Gelijktijdige inname van voedsel beïnvloedt de biologische beschikbaarheid
van sertraline tabletten niet significant.

Distributie:
De plasmaproteïnebinding van sertraline is ongeveer 98%. Gegevens uit dieronderzoek duiden er op dat
sertraline een groot distributievolume heeft. Steady-state concentraties worden dientengevolge bereikt na
ongeveer 1 week en de sertralineconcentraties zijn verdubbeld in vergelijking met de plasmaspiegels na
de eerste dosis met een eenmaaldaagse toediening.

Metabolisme:
Sertraline en de belangrijkste metaboliet, N-desmethylsertraline ondergaan beiden een uitgebreid
hepatisch metabolisme. In vitro N-desmethylsertraline heeft aanzienlijk minder activiteit (ongeveer een
factor 20) dan de moedersubstantie. De metaboliet heeft geen effect in in vivo modellen voor depressie.

Het is aangetoond in in vitro onderzoek dat het metabolisme van sertraline voornamelijk gemedieerd
wordt door het CYP 3A4 enzym, met slechts beperkte betrokkenheid van CYP 2D6. Bij de
standaarddosis van 50 mg heeft sertraline slechts beperkte effecten op het door CYP 2D6- en CYP 3A4-
gemedieerde metabolisme van andere stoffen.

Excretie:
De gemiddelde terminale eliminatiehalfwaardetijd van sertraline is ongeveer 26 uur. De halfwaardetijd
van N-desmethylsertraline is 62 ­ 104 uur, zodat de plasmaconcentraties van de metaboliet het zelfde
niveau bereiken als van de moedersubstantie.

De metabolieten van sertraline en N-desmethylsertraline worden in gelijke fracties met de faeces en de
urine uitgescheiden. Slechts een klein percentage (minder dan 0,2 %) onveranderd sertraline wordt in de
urine teruggevonden.

Ouderen:
Het farmacokinetische profiel van sertraline bij oudere patiënten komt overeen met dat van jongere
patiënten.

Leverinsufficiëntie:
Voor farmacokinetiek van sertraline bij patiënten met cirrose zie rubrieken 4.2 en 4.4.

5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Conventionele preklinische studies met sertraline lieten geen mutageniciteit of carcinogeniciteit zien. In
reproductietoxiciteitsstudies bij ratten en konijnen zijn geen teratogene effecten waargenomen. Bij doses
die 2,5 tot 10 maal hoger waren dan de maximale therapeutische dosis bij mensen trad bij foetussen van
ratten en konijnen echter een vertraging van de ossificatie op. Toediening van sertraline aan ratten tijdens
het laatste derde deel van de dracht tot het einde van de lactatie in een dosis 5 maal hoger dan de
maximale therapeutische dosis bij mensen resulteerde in een toegenomen aantal doodgeborenen en een
verminderde overleving en lichaamsgewicht van het nageslacht. Het kom worden aangetoond dat de

verminderde overleving van het nageslacht het gevolg is van intra-uterine blootstelling.

6 FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1

Lijst van hulpstoffen

In de kern van de tablet:


Microkristallijne cellulose
Dibasisch calciumfosfaat dihydraat
Hydroxypropylcellulose
Natriumzetmeelglycollaat (Type A)
Magnesiumstearaat

In de filmomhulling van de tablet:

Opadry wit YS-1R-7003
Bevat:
Hypromellose
Macrogol
Titaandioxide (E171)
Polysorbaat 80

Opadry helder YS-1R-7006
Bevat:
Hypromellose
Macrogol

6.2
Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing

6.3
Houdbaarheid

3 jaar

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

6.5
Aard en inhoud van de verpakking

PVC/PVdC aluminium folie blisterverpakking.

Verpakkingsgrootten van 7, 14, 15, 20, 28, 30, 35, 49, 50, 50 x 1 (EAV), 98, 100, 250 en 294
filmomhulde tabletten.

Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten


7
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Arrow Generics Limited
Unit 2, Eastman Way, Stevenage, Hertfordshire SG1 4SZ, Verenigd Koninkrijk


8

NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN


RVG nummer: 35314


9

DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING


27 augustus 2008

10

DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST





« Vorige

[Sertraline 100 mg PCH, filmomhulde tabletten]

Volgende »

[Sertraline Arrow 50 mg, filmomhulde tabletten]