Sulfasalazine Mylan 500 mg, maagsapresistente tabletten
Registratienummer: RVG 15007
SPC - RVG 15007 versie augustus 2008
blz. 1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Sulfasalazine Mylan 500 mg, maagsapresistente tabletten
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke maagsapresistente tablet bevat 500 mg
sulfasalazine.
Voor hulpstoffen, zie 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
Maagsapresistente tablet
Beschrijving
Oranjegeel gekleurde, ovaalvormige tabletten, zonder markering.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Sulfasalazine Mylan, maagsapresistente tabletten zijn geïndiceerd voor de
behandeling van:
· colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn;
· actieve progressieve reumatoïde artritis die niet reageert op een behandeling met
niet-steroïde antiflogistica.
4.2
Dosering en wijze van toediening
De sulfasalazinedosering dient individueel te worden aangepast aan het bereikte
effect en de tolerantie van de patient voor het geneesmiddel. Het verdient
aanbeveling de tabletten regelmatig, gespreid over de dag, bij voorkeur na de
maaltijd in te nemen. Bij patiënten die niet eerder met Sulfasalazine Mylan tablet zijn
behandeld, verdient het aanbeveling de dosering geleidelijk te verhogen.
De acetylatorstatus van de patient speelt een belangrijke rol. Langzame
acetyleerders hebben hogere sulfapyridinespiegels en daardoor meer kans op
bijwerkingen. De maagsapresistente tablet moet in zijn geheel worden ingenomen en
mag niet worden gebroken of gekauwd.
Bij colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn:
Begindosering: 2-6 gram (4-12 tabletten) per dag, kinderen onder 8 jaar 50 mg
per kg lichaamsgewicht per dag.
Onderhoudsdosering: 1-2 gram (2-4 tabletten) per dag gedurende 3 tot 6 maanden.
Bij reumatoïde artritis:
Twee gram per dag; tweemaal daags 2 tabletten. Bij onvoldoende resultaat na 2
maanden kan de dosis worden verhoogd tot 3 gram (6 tabletten) per dag; hierbij
dient echter de patiënt nauwkeurig te worden gecontroleerd (zie 4.4) Het verdient
aanbeveling volgens onderstaand insluipschema de medicatie te starten:
1e week
2e week
3e week
4e week
's morgens
1 tablet
1 tablet
2 tabletten
's middags
1 tablet
1 tablet
2 tabletten
2 tabletten
SPC - RVG 15007 versie augustus 2008
blz. 2
Doseringen van meer dan 4 gram (8 tabletten) per dag dienen zoveel mogelijk
vermeden te worden, gezien de verhoogde kans op bijwerkingen. Dit geldt voor alle
indicaties.
4.3 Contra-indicaties
· Overgevoeligheid voor sulfasalazine, zijn metabolieten, één van de hulpstoffen
(zie 6.1) of voor sulfonamiden of salicylaten;
· acute intermitterende porfyrie;
· ernstige lever- en nierfunctiestoornissen;
· glucose-6-fosfaat-dehydrogenase (G-6-PD) deficiëntie;
· kinderen jonger dan 2 jaar.
4.4
Speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
De behandeling met sulfasalazine dient te geschieden onder deskundig medisch
toezicht. In verband met het risico op veranderingen in het bloedbeeld, dient controle
van het Hb en een differentiële leukocytentelling uitgevoerd te worden alvorens men
de medicatie start en regelmatig gedurende ten minste de eerste 3 maanden van de
behandeling. Daarna dient de patiënt bij klachten altijd medisch gecontroleerd te
worden. De aanwezigheid van klinische symptomen zoals een zere keel, koorts,
bleekheid, purpura of geelzucht tijdens de behandeling met sulfasalazine kan een
indicatie zijn voor myelosuppressie, hemolyse of levertoxiciteit. Stop met de
behandeling met sulfasalazine in afwachting van de bloeduitslagen.
Sulfasalazine dient met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met
ernstige allergie of astma. Bij ernstige toxische of overgevoeligheidsreacties dient de
behandelinge onmiddellijk te worden gestaakt. Bij overgevoeligheid kan soms na
enkele weken de sulfasalazine therapie evenwel hervat worden, mits er met een
geleidelijke insluipdosering wordt begonnen.
Sulfasalazine dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met
verminderde nier- of leverfunctie. Leverfunctietesten en nierfunctieonderzoek
(inclusief urineonderzoek) dienen voor en regelmatig tijdens de eerste 3 maanden
van de behandeling uitgevoerd te worden.
Kruisovergevoeligheid met sulfonamiden en geneesmiddelen met een para-
aminogroep (zoals sommige diuretica en orale antidiabetica) kan voorkomen. Tevens
bestaat de mogelijkheid van een gele verkleuring van de huid en (alkalische) urine.
Orale sulfasalazine remt de absorptie en het metabolisme van
foliumzuur en kan
foliumzuurdeficiëntie veroorzaken waardoor het mogelijk ernstige
bloedbeeldafwijkingen kan veroorzaken (bijvoorbeeld macrocytose en pancytopenie)
(zie ook 4.5).
Omdat sulfasalazine kristalurie en de vorming van nierstenen kan veroorzaken, dient
voldoende vloeistof te worden ingenomen.
Het gebruik van sulfasalazine bij kinderen met systemische juveniele reumatoïde
artritis kan resulteren in serumziekte-achtige reacties. Daarom wordt het gebruik van
sulfasalazine in deze patiënten niet aangeraden.
Oligospermie en infertiliteit kunnen optreden bij mannen die met sulfasalazine
worden behandeld. Dit effect blijkt reversibel binnen 2 tot 3 maanden na
discontinuering van de medicatie.
SPC - RVG 15007 versie augustus 2008
blz. 3
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Antibiotica, die de darmflora beïnvloeden, remmen de omzetting van sulfasalazine.
Salicylaten, ijzer en cholestyramine kunnen de absorptie van het werkzame
bestanddeel beïnvloeden.
In vitro studies hebben aangetoond dat sulfasalazine thiopurine methyltransferase
(TPMT) inhibeert. Hoewel het mechanisme
in vivo onduidelijk is, kunnen
beenmergdepressie en leukopenie optreden wanneer thiopurine 6-mercaptopurine of
zijn prodrug (
azathioprine) samen met sulfasalazine worden toegediend.
Gelijktijdig gebruik van oraal sulfasalazine en
methotrexaat door patiënten met
reumatoïde artritis verandert de kinetiek van beide middelen niet. Er is echter wel
sprake van een toename van de gastro-intestinale bijwerkingen, met name een
toename van misselijkheid.
Bij gelijktijdig gebruik van oraal sulfasalazine met
foliumzuur of
digoxine kan een
verminderde absorptie van deze laatste optreden, wat kan resulteren in
subtherapeutische doseringen.
Een versterking van het effect van orale anticoagulantia en orale antidiabetica kan
optreden. Diverse mechanismen kunnen hiervoor verantwoordelijk zijn.
4.6
Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Tot nu toe bestaan er geen aanwijzingen dat sulfasalazine in klinische doseringen
een schadelijke werking bezit bij het ongeboren kind gedurende de zwangerschap.
Oraal sulfasalazine remt de absorptie van foliumzuur en foliumzuurdeficiëntie
veroorzaken (zie 4.5). Dit geneesmiddel kan, voor zover bekend zonder gevaar voor
de vrucht, overeenkomstig het voorschrift, worden gebruikt tijdens de zwangerschap.
Lactatie
Sulfasalazine en sulfapyridine worden in lage hoeveelheden in de moedermelk
aangetoond. Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen voor schadelijke effecten voor de
zuigeling bij gebruik in klinische doseringen. Sulfasalazine Mylan kan tijdens de
lactatieperiode worden toegepast in doseringen tot 2 gram per dag. Oplettendheid is
echter geboden, in verband met het risico van verhoging van vrij bilirubine, met name
bij premature kinderen en bij kinderen met G-6-PD deficiëntie.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te
bedienen
Er zijn geen gegevens bekend over het effect van dit product op de rijvaardigheid. Bij
het besturen van voertuigen en het bedienen van machines dient rekening te worden
gehouden met het mogelijke optreden van duizeligheid, welke bijwerking zich
incidenteel kan voordoen.
4.8 Bijwerkingen
Sommige bijwerkingen zijn dosisafhankelijk en deze symptomen verminderen dan
ook indien de dosering verlaagd wordt. De volgende bijwerkingen zijn gemeld:
Infecties en parasitaire aandoeningen
Aseptische meningits, pseudomembraneuze colitis.
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
SPC - RVG 15007 versie augustus 2008
blz. 4
Hemolytische anemie, leukopenie, macrocytose, thrombocytopenie, agranulocytose,
aplastische anemie, megaloblastische anemie, pancytopenie.
Immuunsysteemaandoeningen
Serumziekte, auto-antilichaamvorming.
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Pancreatitis, anorexie, foliumzuurdeficiëntie.
Psychische stoornissen
Depressie, irritatie, nervositeit.
Zenuwstelselaandoeningen
Duizeligheid, hoofdpijn, perifere neuropathie, convulsies, ataxie, encefalopathie,
smaakstoornissen, reukstoornissen.
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Tinnitus.
Hartaandoeningen
Cyanose, pericarditis.
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Hoest, pulmonale eosinofilie en fibroserende alveolitis, dyspnoe.
Maagdarmstelselaandoeningen
Mucositis (mondulcera, stomatitis), (boven)buikklachten, misselijkheid, verminderde
eetlust, verergering van colitis ulcerosa.
Lever- en galaandoeningen
Hepatitis, gele verkleuring van de huid en lichaamsvloeistoffen.
Huid- en onderhuidaandoeningen
Epidermale necrolyse (Lyell's syndroom), erytheem, exantheem, exfoliatieve
dermatitis, syndroom van Stevens-Johnson, periorbitaal oedeem, urticaria, alopecia,
lichen planus, fotosensibiliteit, pruritis, toxische pustulosis.
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Artralgie, systemische lupus erythematosus, Sjögren syndroom.
Nier- en urinewegaandoeningen
Kristalurie, hematurie, nefrotisch syndroom, proteïnurie, interstitiële nefritis.
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Reversible infertiliteit (oligospermie).
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Koorts.
Onderzoeken
Temperatuurverhoging, verhoogde leverenzymen.
4.9 Overdosering
Na het innemen van een overdosering zullen gastro-intestinale klachten bestaande
uit misselijkheid, braken en diarree op de voorgrond staan. Daarnaast kunnen
SPC - RVG 15007 versie augustus 2008
blz. 5
hoofdpijn en duizeligheid optreden. Soms wordt methemoglobinemie of
sulfhemoglobinemie waargenomen. Bij grotere hoeveelheden kan nierbeschadiging
optreden door kristalvorming van het slecht oplosbare sulfapyridine en zijn
acetylderivaten. Hoge doses sulfonamiden hebben een hypoglykemisch effect.
De behandeling bestaat uit het ledigen van de maag (door de patiënt te laten braken
of de maag te spoelen), toedienen van geactiveerde kool en een osmotisch werkend
laxans (natriumsulfaat) en de patiënt laten drinken. Ruime vochttoevoer is van
belang om nierbeschadiging te beperken. Door extra vocht intraveneus toe te dienen
kan men de eliminatie versnellen. De oplosbaarheid van sulfapyridine en zijn
derivaten wordt nauwelijks verhoogd door alkaliseren van de urine. Verdere
symptomen dienen symptomatisch te worden behandeld.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: aminosalicylzuur en soortgelijke middelen (ATC-code:
A07EC01)
Sulfasalazine wordt gebruikt bij de behandeling van inflammatoire darmziekten en
reumatoïde artritis. Sulfasalazine is een azo-verbinding van 5-aminosalicylzuur en
sulfapyridine. Na orale inname van sulfasalazine wordt slechts een beperkt gedeelte
in de dunne darm geabsorbeerd. Het grootste gedeelte wordt naar het colon
getransporteerd, alwaar de azobinding onder invloed van bacteriële enzymen
gesplitst wordt in sulfapyridine en 5-aminosalicylzuur.
Naar alle waarschijnlijkheid is 5-aminosalicylzuur bij inflammatoire darmziekten het
werkzame bestanddeel dat lokaal door direct contact met de darmmucosa zijn
werking uitoefent, waarbij slechts lage plasmaconcentraties worden bereikt. Het
sulfapyridine fungeert met name als drager en is verantwoordelijk voor een deel van
de bijwerkingen. Het werkingsmechanisme bij reumatoïde artritis is niet bekend.
Waarschijnlijk is sulfapyridine en/of sulfasalazine verantwoordelijk voor de werking,
maar zeker niet 5-aminosalicylzuur.
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Sulfapyridine wordt geabsorbeerd en in de lever geacetyleerd. Hierbij speelt de
acetylatorstatus van de patiënt een belangrijke rol. Langzame acetyleerders hebben
hogere sulfapyridine spiegels en daardoor meer kans op bijwerkingen.
Drie dagen na het stopzetten van de medicatie is geen sulfapyridine in het serum
meer aantoonbaar. Het merendeel van 5-aminosalicylzuur wordt onveranderd met de
faeces uitgescheiden. De rest wordt geabsorbeerd en wordt in de geacetyleerde
vorm met de urine uitgescheiden.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen bijzonderheden.
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
maïszetmeel
povidon K30
natriumzetmeelglycollaat
microkristallijne cellulose
colloidaal siliciumdioxide
magnesiumstearaat
SPC - RVG 15007 versie augustus 2008
blz. 6
maagsapresistente coating
cellulose-acetaatftalaat,
chinolinegeel (E104),
sunset yellow (E110)
diethylftalaat,
methylhydroxypropylcellulose,
hydroxypropylcellulose
titaandioxide (E171).
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
De tabletten zijn 3 jaar houdbaar.
De uiterste gebruiksdatum (maand/jaar) staat vermeld achter de aanduiding "Niet te
gebruiken na:".
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Droog en bij kamertemperatuur (15-25°C) bewaren in de goed gesloten originele
verpakking.
Geneesmiddelen buiten bereik van kinderen bewaren.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
90, 100 of 500 tabletten in kunststof pot met bijsluiter(s).
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere
instructies
Niet van toepassing.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Mylan B.V.
Dieselweg 25
3752 LB Bunschoten
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL
BRENGEN
RVG 15007, Sulfasalazine Mylan 500 mg, maagsapresistente tabletten
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE
VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
07 februari 1994
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
volledige herziening: 31 oktober 2008