Tramadol HCL ESP Pharma 50 mg, capsules, hard
Registratienummer: RVG 104528
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003
Pag. 1 van 10
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Tramadol HCl ESP Pharma 50 mg, capsules, hard.
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke harde capsule bevat 50 mg
tramadolhydrochloride.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE
VORM
Harde capsule.
Harde gelatinecapsules van 14,3 mm lang met een donkergroene dop en gele romp met de opdruk
`TK' aan één kant.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Behandeling van matige tot ernstige pijn.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De dosering dient te worden aangepast aan de intensiteit van de pijn en de klinische respons van
de individuele patiënt.
Tenzij anders voorgeschreven moet
Tramadol HCl ESP Pharma als volgt worden toegediend:
Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar
Orale toediening
Acute pijn: de aanvangsdosis is 50-100 mg, afhankelijk van de intensiteit van de pijn. Deze kan
4-6 uur later gevolgd worden door doses van 50 of 100 mg, en de behandelduur moet worden
afgestemd op de klinische behoefte. Een totale dagelijkse dosis van 400 mg mag niet worden
overschreden, behalve in speciale klinische omstandigheden.
Pijn als gevolg van chronische aandoeningen: gebruik een aanvangsdosis van 50 mg en titreer
daarna de dosis op basis van de ernst van de pijn. Na de aanvangsdosis kan zonodig elke 4-6 uur
50-100 mg worden toegediend. De aanbevolen doseringen zijn bedoeld als richtlijn. Patiënten
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003
Pag. 2 van 10
moeten altijd de laagste dosering krijgen die de pijn effectief onder controle brengt. Een totale
dagelijkse dosis van 400 mg mag niet worden overschreden, behalve in speciale klinische
omstandigheden. De behoefte aan een voortgezette behandeling dient regelmatig te worden
beoordeeld, aangezien er ontwenningsverschijnselen en afhankelijkheid zijn gemeld (zie rubriek
4.4).
De capsules dienen in hun geheel met voldoende vloeistof en onafhankelijk van de maaltijd te
worden ingenomen, zonder ze in stukken te delen of te kauwen.
Tramadol HCl ESP Pharma mag onder geen enkele omstandigheid langer dan absoluut
noodzakelijk worden toegediend. Als een langdurige pijnbehandeling met tramadol noodzakelijk
is vanwege de aard en ernst van de ziekte, moet de patiënt zorgvuldig en regelmatig gecontroleerd
worden (zonodig met onderbreking van de behandeling) om vast te stellen of, en in welke mate,
een verdere behandeling noodzakelijk is.
Kinderen Tramadol HCl ESP Pharma capsules zijn niet geschikt voor kinderen jonger dan 12 jaar.
Ouderen Bij ouderen kunnen de gebruikelijke doseringen worden gebruikt, hoewel rekening moet worden
gehouden met het feit dat bij vrijwilligers ouder dan 75 jaar de eliminatiehalfwaardetijd van
tramadol na orale toediening met 17% was toegenomen. Overwogen moet worden om de
dosering aan te passen of het doseringsinterval te verlengen.
Nierinsufficiëntie/dialyse De eliminatie van tramadol kan verlengd zijn. De gebruikelijke aanvangsdosering dient te worden
gebruikt. Bij patiënten met een creatinineklaring <30 ml/min dient het doseringsinterval te
worden verlengd tot 12 uur. Tramadol wordt niet aanbevolen voor patiënten met een ernstige
nierfunctiestoornis (creatinineklaring <10 ml/min). Aangezien tramadol slechts zeer langzaam
door hemodialyse of hemofiltratie wordt verwijderd, is toediening na de dialyse meestal niet
nodig om de analgesie in stand te houden.
Leverfunctiestoornis De eliminatie van tramadol kan verlengd zijn. De gebruikelijke aanvangsdosering kan worden
toegepast, maar bij een ernstige leverfunctiestoornis moet het doseringsinterval verlengd worden
tot 12 uur en de dosis zonodig worden verlaagd.
4.3 Contra-indicaties Tramadol HCl ESP Pharma is gecontra-indiceerd:
·
bij overgevoeligheid voor
tramadolhydrochloride of voor een van de hulpstoffen (zie
rubriek 6.1),
·
bij acute intoxicatie met alcohol, hypnotica, analgetica, opioïden of psychotrope
geneesmiddelen,
·
bij patiënten die MAO-remmers gebruiken of de laatste 14 dagen hebben gebruikt (zie
rubriek 4.5),
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003
Pag. 3 van 10
·
bij patiënten met epilepsie die onvoldoende onder controle is gebracht,
·
bij behandeling van ontwenningsverschijnselen van narcotica.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Tramadol HCl ESP Pharma mag alleen met extra voorzichtigheid worden gebruikt bij van
opioïden afhankelijke patiënten, patiënten met hoofdletsel, shock, een verlaagd bewustzijn van
onbekende oorsprong, stoornissen van het ademhalingscentrum of de ademhalingsfunctie,
verhoogde intracraniale druk.
Bij patiënten die gevoelig zijn voor opiaten, mag dit geneesmiddel alleen met voorzichtigheid
worden gebruikt.
Voorzichtigheid is geboden bij de behandeling van patiënten met ademhalingsdepressie, of als
tegelijk geneesmiddelen worden toegediend die het CZS onderdrukken (zie rubriek 4.5), of als de
aanbevolen dosering aanzienlijk wordt overschreden (zie rubriek 4.9), aangezien in deze situaties
een mogelijke ademhalingsdepressie niet kan worden uitgesloten.
Bij patiënten die tramadol kregen in de aanbevolen doseringen, zijn convulsies gemeld. De kans
hierop kan verhoogd zijn als de doses van tramadol hoger zijn dan de aanbevolen maximale
dagelijkse dosis (400 mg). Bovendien kan tramadol de kans op convulsies vergroten bij patiënten
die andere geneesmiddelen gebruiken die de convulsiedrempel verlagen (zie rubriek 4.5).
Patiënten met epilepsie of een gevoeligheid voor convulsies mogen alleen met tramadol worden
behandeld als er dwingende redenen voor zijn.
Tramadol heeft een laag afhankelijkheidspotentieel. Langdurig gebruik kan leiden tot gewenning,
en psychische en fysieke afhankelijkheid. Bij patiënten met een neiging tot geneesmiddelmisbruik
of -afhankelijkheid mag de behandeling met Tramadol HCl ESP Pharma alleen gedurende korte
tijd worden toegepast onder strikt medisch toezicht.
Tramadol is niet geschikt als vervanging bij opioïdafhankelijke patiënten. Hoewel tramadol een
opioïdagonist is, kan het de ontwenningsverschijnselen van
morfine niet onderdrukken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Tramadol HCl ESP Pharma mag niet worden gecombineerd met MAO-remmers (zie rubriek 4.3).
Bij patiënten die MAO-remmers hebben gekregen in de 14 dagen voorafgaand aan het gebruik
van het opioïd pethidine, zijn levensbedreigende interacties op het centrale zenuwstelsel, de
ademhalingsfunctie en de cardiovasculaire functie waargenomen. Tijdens de behandeling met
tramadol kunnen dezelfde interacties met MAO-remmers niet worden uitgesloten.
Gelijktijdige toediening van tramadol en andere centraal werkende middelen, inclusief alcohol,
kan de remmende werking op het czs versterken (zie rubriek 4.8).
De uitkomsten van farmacokinetische onderzoeken hebben tot nu toe aangetoond dat klinisch-
relevante interacties bij gelijktijdige of eerdere toediening van
cimetidine (enzymremmer)
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003
Pag. 4 van 10
vermoedelijk niet voorkomen. Gelijktijdige of eerdere toediening van
carbamazepine (enzyminductor) kan het analgetische effect verminderen en de werkingsduur verkorten.
De combinatie met gemengde agonisten/antagonisten (bijv.
buprenorfine,
nalbufine, pentazocine)
en tramadol wordt niet aanbevolen, aangezien in deze omstandigheden het analgetische effect van
een zuivere agonist theoretisch verminderd kan zijn.
Tramadol kan convulsies veroorzaken en de kans op convulsies vergroten bij gebruik van
selectieve serotonineheropnameremmers, tricyclische antidepressiva, antipsychotica en andere
middelen die de drempelwaarde voor convulsies verlagen.
In geïsoleerde gevallen is melding gemaakt van het serotoninesyndroom dat tijdsgerelateerd was
aan het therapeutisch gebruik van tramadol in combinatie met andere serotonerge middelen zoals
selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) of met MAO-remmers. Verschijnselen van het
serotoninesyndroom kunnen zijn: verwardheid, agitatie, koorts, zweten, ataxie, hyperreflexie,
myoclonus en diarree. Staken van het gebruik van serotonerge middelen heeft meestal een snelle
verbetering tot gevolg. De behandeling hangt af van de aard en ernst van de symptomen.
Voorzichtigheid is nodig bij gelijktijdige behandeling met tramadol en cumarinederivaten (bijv.
warfarine), omdat bij sommige patiënten melding is gemaakt van een verhoogde INR met
omvangrijke bloedingen en ecchymosen.
Andere actieve stoffen waarvan bekend is dat ze CYP3A4 remmen, zoals
ketoconazol en
erytromycine, kunnen de tramadolmetabolisering (N-demethylering) remmen, en waarschijnlijk
ook de metabolisering van de actieve O-demethylmetaboliet. Het klinische belang van een
dergelijke interactie is niet onderzocht (zie rubriek 4.8).
In een beperkt aantal onderzoeken verhoogde de pre- of postoperatieve toepassing van de anti-
emetische 5-HT3-antagonist
ondansetron de behoefte aan tramadol bij patiënten met
postoperatieve pijn.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding Dieronderzoek met tramadol toonde aan dat bij zeer hoge doseringen effecten op de
orgaanontwikkeling, ossificatie en neonatale mortaliteit optraden. Er werden geen teratogene
effecten waargenomen. Tramadol passeert de placenta. Er is onvoldoende bewijs beschikbaar
over de veiligheid van tramadol tijdens de zwangerschap bij de mens. Daarom mag tramadol niet
worden gebruikt bij zwangere vrouwen.
Tramadol toegediend vóór of tijdens de bevalling heeft geen effect op de uteruscontractiliteit.
Bij pasgeborenen kan het veranderingen in de ademhalingsfrequentie veroorzaken die meestal
niet klinisch relevant zijn. Chronisch gebruik tijdens de zwangerschap kan leiden tot neonatale
ontwenningsverschijnselen. Tijdens borstvoeding wordt circa 0,1% van de maternale dosis in de
melk uitgescheiden. Tramadol wordt niet aanbevolen tijdens borstvoeding. Na een enkelvoudige
toediening van tramadol is het meestal niet nodig het geven van borstvoeding te onderbreken.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003
Pag. 5 van 10
Zelfs als Tramadol HCl ESP Pharma volgens de voorschriften wordt gebruikt, kan het effecten
zoals slaperigheid en duizeligheid veroorzaken, en daardoor het reactievermogen verminderen bij
het besturen van voertuigen en het bedienen van machines. Dit geldt vooral als het samen met
alcohol en ander psychotrope middelen wordt gebruikt.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen zijn onderverdeeld per systeem/orgaanklasse, en hun frequentie is als volgt
ingedeeld: zeer vaak ( 1/10), vaak ( 1/100 tot <1/10), soms ( 1/1.000 tot <1/100), zelden (
1/10.000 tot <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000), en niet bekend (kan met de beschikbare
gegevens niet worden bepaald).
De meest voorkomende bijwerkingen zijn misselijkheid en duizeligheid, die beide bij meer dan
10% van de patiënten optreden.
Psychische stoornissen
Zelden: hallucinaties, verwardheid, slaapstoornissen, angst en nachtmerries. Er kunnen
psychische bijwerkingen optreden na toediening van tramadol, die per individu variëren in
intensiteit en aard (afhankelijk van de persoonlijkheid en de behandelduur). Deze zijn o.a.
stemmingswisselingen (meestal opwinding, soms dysforie), veranderingen in activiteit (meestal
verminderd, soms verhoogd) en veranderingen in cognitieve en sensorische vermogens (bijv. het
vermogen om beslissingen te nemen, waarnemingsstoornissen).
Er kan afhankelijkheid ontstaan.
Zenuwstelselaandoeningen
Zeer vaak: duizeligheid.
Vaak: hoofdpijn, slaperigheid.
Zelden: veranderingen in eetlust, paresthesie, tremor, ademhalingsdepressie, epileptiforme
convulsies, abnormale coördinatie, onwillekeurige spiercontracties, syncope.
Als de aanbevolen doses aanzienlijk overschreden worden en tegelijk andere centraal werkende
middelen worden toegediend (zie rubriek 4.5) kan ademhalingsdepressie ontstaan.
Epileptiforme convulsies traden voornamelijk op na toediening van hoge doses tramadol of na
gelijktijdige behandeling met geneesmiddelen die de convulsiedrempel kunnen verlagen (zie
rubrieken 4.4 en 4.5).
Niet bekend: spraakstoornissen
Oogaandoeningen
Zelden: wazig zien.
Hartaandoeningen
Soms: stoornissen in de cardiovasculaire regulatie (palpitaties, tachycardie, posturale hypotensie
of cardiovasculaire collaps). Deze bijwerkingen kunnen vooral optreden in verband met
intraveneuze toediening en als de patiënt fysieke stress ervaart.
Zelden: bradycardie, verhoogde bloeddruk.
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003
Pag. 6 van 10
Zelden: dyspneu
Frequentie niet bekend: er is verergering van astma gemeld, hoewel er geen causaal verband is
aangetoond.
Maagdarmstelselaandoeningen
Zeer vaak: misselijkheid.
Vaak: braken, obstipatie, droge mond
Soms: kokhalzen, gastro-intestinale irritatie (een gevoel van druk op de maag, opgeblazen
gevoel), diarree.
Lever- en galaandoeningen
Frequentie niet bekend: in enkele geïsoleerde gevallen is een verhoging van de
leverenzymwaarden gemeld dat tijdsgerelateerd was aan het therapeutisch gebruik van tramadol.
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: zweten.
Soms: huidreacties (bijv. pruritus, huiduitslag, urticaria).
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Zelden: motorische zwakte.
Nier- en urinewegaandoeningen
Zelden: mictiestoornissen (moeite met plassen en urineretentie).
Algemene aandoeningen Vaak: vermoeidheid.
Zelden: allergische reacties (bijv. dyspneu, bronchospasme, piepende ademhaling,
angioneurotisch oedeem) en anafylaxie; er kunnen ontwenningsverschijnselen optreden die lijken
op de ontwenningsverschijnselen van opiaten: agitatie, angst, nervositeit, slapeloosheid,
hyperkinesie, tremor en gastro-intestinale symptomen. Andere symptomen die zeer zelden zijn
waargenomen bij het staken van tramadol zijn o.a. paniekaanvallen, hevige angst, hallucinaties,
paresthesie, tinnitus en ongebruikelijke symptomen van het czs (bijv. verwardheid, illusies,
depersonalisatie, derealisatie, paranoia).
4.9 Overdosering
Symptomen In principe zijn bij intoxicatie met tramadol symptomen te verwachten die lijken op de
symptomen van andere centraal werkende analgetica (opioïden). Deze zijn vooral miosis, braken,
cardiovasculaire collaps, bewustzijnsstoornissen tot zelfs coma, convulsies en
ademhalingsdepressie tot zelfs ademstilstand.
Behandeling Hier gelden de gebruikelijke noodmaatregelen. Houd de luchtweg open (aspiratie), handhaaf de
respiratie en circulatie, afhankelijk van de symptomen. De maag moet geledigd worden door
braken (als de patiënt bij bewustzijn is) of maagspoeling moet worden toegepast. Het antidotum
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003
Pag. 7 van 10
voor ademhalingsdepressie is
naloxon. Bij dierproeven had naloxon geen effect op convulsies. In
dergelijke gevallen dient intraveneus
diazepam gegeven te worden.
Tramadol wordt in zeer geringe mate geëlimineerd uit het serum door hemodialyse of
hemofiltratie. Daarom is behandeling van acute intoxicatie met tramadol door alleen hemodialyse
of hemofiltratie niet geschikt voor detoxificatie.
5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: analgetica, andere opioïden, ATC-code: N02AX02.
Tramadol is een centraal werkend opioïd analgeticum. Het is een niet-selectieve zuivere agonist
van de -, - en - opioïdreceptoren met een hogere affiniteit voor de -receptoren. Andere
mechanismen die kunnen bijdragen aan het analgetische effect zijn remming van de neuronale
heropname van
noradrenaline en bevordering van de serotonineafgifte.
Tramadol heeft een antitussief effect. In tegenstelling tot morfine heeft tramadol bij zeer
uiteenlopende analgetische doses geen ademhalingsdepressie tot gevolg. Ook de gastro-intestinale
motiliteit wordt minder beïnvloed. De effecten op het cardiovasculaire systeem zijn meestal
gering. De potentie van tramadol blijkt 1/10 (een tiende) tot 1/6 (een zesde) van die van morfine
te zijn.
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Meer dan 90% van tramadol wordt na orale toediening geabsorbeerd. De gemiddelde absolute
biologische beschikbaarheid bedraagt ongeveer 70%, met of zonder voedsel. Het verschil tussen
geabsorbeerde en niet-gemetaboliseerde beschikbare tramadol is waarschijnlijk het gevolg van
het geringe first-pass-effect. Het first-pass-effect na orale toediening is maximaal 30%.
Tramadol heeft een hoge weefselaffiniteit (V d, = 203 + 40 l). De binding aan plasma-eiwit is
ongeveer 20%.
Na een enkele orale toediening van tramadol 100 mg als capsule of tablet aan jonge, gezonde
vrijwilligers werden plasmaconcentraties aangetroffen binnen ongeveer 15 tot 45 minuten binnen
een gemiddelde Cmax van 280 tot 208 mcg/l en een Tmax van 1,6 tot 2 uur.
Tramadol passeert de bloed-hersenbarrière en de placenta. Zeer kleine hoeveelheden van
tramadol en zijn O-desmethylderivaat worden aangetroffen in de moedermelk (resp. 0,1% en
0,02%, afhankelijk van de toegediende dosis).
De eliminatiehalfwaardetijd t½, is ongeveer 6 uur, onafhankelijk van de wijze van toediening.
Bij patiënten ouder dan 75 jaar kan deze met een factor van circa 1,4 zijn verlengd.
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003
Pag. 8 van 10
Bij de mens wordt tramadol voornamelijk gemetaboliseerd door N- en O-demethylering en
conjugatie van de O-demethyleringsproducten met glucuronzuur. Alleen O-desmethyltramadol is
farmacologisch actief. Er zijn aanzienlijke interindividuele, kwantitatieve verschillen tussen de
andere metabolieten. Tot op heden zijn elf metabolieten in de urine aangetroffen. Dierproeven
hebben aangetoond dat O-desmethyltramadol een factor 2-4 krachtiger is dan de moederstof. De
halfwaardetijd t½, (6 gezonde proefpersonen) is 7,9 uur (range 5,4 - 9,6 uur) en ongeveer gelijk
aan die van tramadol.
De remming van een of beide typen iso-enzymen CYP3A4 en CYP2D6 die bij de
biotransformatie van tramadol betrokken zijn, kan de plasmaconcentratie van tramadol of zijn
actieve metaboliet beïnvloeden. Tot op heden zijn geen klinisch-relevante interacties gemeld.
Tramadol en zijn metabolieten worden bijna volledig via de nieren uitgescheiden. De cumulatieve
uitscheiding in urine bedraagt 90% van de totale radioactiviteit van de toegediende dosis. Bij een
verminderde lever- en nierfunctie kan de halfwaardetijd iets verlengd zijn. Bij patiënten met
levercirrose zijn eliminatiehalfwaardetijden van 13,3 + 4,9 uur (tramadol) en 18,5 + 9,4 uur (O-
desmethyltramadol) vastgesteld, en in een extreem geval resp. 22,3 uur en 36 uur. Bij patiënten
met een nierfunctiestoornis (creatinineklaring <5 ml/min) waren de waarden resp. 11 + 3,2 uur en
16,9 + 3 uur, en in een extreem geval resp.19,5 uur en 43,2 uur.
Tramadol heeft een lineair farmacokinetisch profiel binnen het therapeutische doseringsbereik.
Het verband tussen serumconcentraties en het analgetische effect is dosisafhankelijk, maar
varieert aanzienlijk in geïsoleerde gevallen. Een serumconcentratie van 100 - 300 ng/ml is
meestal effectief.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Bij herhaalde orale en parenterale toediening van tramadol gedurende 6 - 26 weken bij ratten en
honden, en orale toediening gedurende 12 maanden bij honden, vertoonden hematologische,
klinisch-chemische en histologische onderzoeken geen aanwijzingen van met het middel verband
houdende veranderingen. Effecten op het centrale zenuwstelsel traden alleen op na doseringen die
aanzienlijk hoger waren dan het therapeutische bereik: rusteloosheid, salivatie, convulsies en
verminderde gewichtstoename. Ratten en honden die orale doses kregen van resp. 20 mg/kg en 10
mg/kg lichaamsgewicht, en honden die rectale doses kregen van 20 mg/kg lichaamsgewicht,
verdroegen deze zonder dat er reacties optraden.
Bij ratten veroorzaakten doseringen vanaf 50 mg/kg lichaamsgewicht/dag toxische effecten bij
het moederdier en verhoogden ze de neonatale mortaliteit. Bij de nakomelingen ontstond
ontwikkelingsachterstand in de vorm van ossificatiestoornissen en vertraagde opening van de
vagina en ogen. De mannelijke fertiliteit was niet verminderd. Na hogere doseringen (vanaf 50
mg/kg/dag) werden de wijfjes minder snel zwanger. Bij konijnen traden toxische effecten op bij
de moederdieren vanaf 125 mg/kg met skeletafwijkingen bij de nakomelingen.
In een aantal in-vitrotestsystemen werden aanwijzingen gevonden van mutagene effecten. Bij in-
vivo-onderzoek werden deze effecten niet waargenomen. Volgens de huidige inzichten kan
tramadol geclassificeerd worden als niet-mutageen.
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003
Pag. 9 van 10
Onderzoek naar het tumorigene potentieel van tramadolhydrochloride is uitgevoerd bij ratten en
muizen. Het onderzoek bij ratten vertoonde geen aanwijzingen van enige toename in de incidentie
van tumoren in verband met dit middel. In het onderzoek bij muizen was er een toegenomen
incidentie van leverceladenomen bij mannelijke dieren (een dosisafhankelijke, niet-significante
toename vanaf 15 mg/kg) en een toename van pulmonale tumoren bij de wijfjes bij alle
doseringsgroepen (significant, maar niet dosisafhankelijk).
6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Inhoud van de capsule
Gepregelatiniseerd maïszetmeel
Microkristallijne cellulose
Magnesiumstearaat
Omhulling van de capsule:
Gelatine
Indigokarmijn (E132)
Titaniumdioxide (E171)
Geel ijzeroxide (E172)
Drukinkt (Opacode Black S-1-27794 / TekPrint SW-9007 black):
Schellak
IJzeroxide zwart (E172)
Propyleenglycol
Kaliumhydroxide (alleen in TekPrint SW-9007 black)
Ammonia (alleen in TekPrint SW-9007 black)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid 2 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
PVC/Al blisterverpakkingen:
Bewaren beneden 25 °C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Tramadl HCL ESP Pharma Limited 50 mg, harde capsules RVG 104528
Module 1 Administrative information and prescribing information
1.3.1 samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1003 Pag. 10 van 10
Fles
(PE) met kindveilige dop (PP).
Doordrukstrip (PVC/
aluminium).
Verpakkingsgrootten:
blisterverpakking: 10, 20, 30, 50 en 100 capsules
Inhoud van de fles: 100 en 250 capsules (alleen voor gebruik in het ziekenhuis)
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
ESP Pharma
5, Bourlet Close
W1W 7BL Londen
Verenigd Koninkrijk
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Tramadol HCl ESP Pharma 50 mg, harde capsules is ingeschreven in het register onder RVG 104528.
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING
VAN DE VERGUNNING
19 juli 2010
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST