Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Vasexten 20, 20 mg capsules met gereguleerde afgifte

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 25286
Registratiehouder: Astellas Pharma



1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Vasexten® 20, 20 mg capsules met gereguleerde afgifte


2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Vasexten bevat barnidipine hydrochloride.
Vasexten® 20, harde capsules met gereguleerde afgifte bevatten 20 mg barnidipine hydrochloride
overeenkomend met 18.6 mg barnidipine per capsule.

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Capsules met gereguleerde afgifte, hard.
Vasexten® 20, capsules met gereguleerde afgifte zijn geel en gemerkt: 155 20.


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Lichte tot matige essentiële hypertensie.

4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De aanbevolen aanvangsdosis is 10 mg éénmaal daags. De dosis dient iedere dag, in de morgen, te worden
ingenomen. Indien nodig kan de dosis worden verhoogd tot 20 mg éénmaal daags. De beslissing om op te
hogen dient genomen te worden na volledige stabilisatie op de vorige dosis. Dit duurt over het algemeen
ten minste 3 - 6 weken.

Kinderen
Omdat er geen gegevens zijn bij kinderen (jonger dan 18 jaar) dient barnidipine niet aan kinderen te
worden toegediend.

Oudere patiënten
Bij oudere patiënten is geen aanpassing van de dosering noodzakelijk. Extra aandacht in het begin van de
behandeling is gewenst.

Patiënten met nierfunctiestoornissen
Bij patiënten met lichte tot matige nierfunctiestoornissen dient voorzichtigheid te worden betracht bij
verhoging van de dosis van 10 naar 20 mg éénmaal daags. Zie de rubriek "Contra-indicaties" en de
rubriek "Speciale waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik".

Patiënten met leverinsufficiëntie
Zie de rubriek "Contra-indicaties".


1 of 7








Wijze van toediening
De capsules bij voorkeur met een glaasje water innemen. Vasexten kan zowel vóór, tijdens als na de
maaltijd worden ingenomen.

4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het actieve bestanddeel (of voor dihydropyridines) of voor één van de hulpstoffen.
Leverinsufficiëntie.
Ernstige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 10 ml/min).
Onstabiele angina pectoris en acuut myocardinfarct (in de eerste 4 weken).
Onbehandeld hartfalen.
Bloedspiegels van barnidipine kunnen verhoogd zijn bij gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A4 remmers
(resultaten in vitro interactiestudies). Daarom mogen proteaseremmers, ketoconazol, itraconazol,
erytromycine en claritromycine niet gelijktijdig gebruikt worden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Voorzichtigheid dient te worden betracht bij de toepassing van Vasexten bij patiënten met lichte tot
matige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring tussen de 10 en 80 ml/min) (zie rubriek 4.2 "Dosering en
wijze van toediening"
).
Bij patiënten met een verhoogd risico (bijvoorbeeld na een myocardinfarct) kan de combinatie van een
calciumantagonist met een middel met een negatief inotroop effect aanleiding geven tot een
decompensatio cordis, tot hypotensie of tot een nieuw myocardinfarct.
Evenals bij alle andere dihydropyridines dient voorzichtigheid te worden betracht bij de toepassing van
Vasexten bij patiënten met gestoorde linker-ventrikelfunctie, patiënten met een obstructie in het
outflowkanaal van de linker-ventrikel en bij patiënten met alleen een rechter decompensatio cordis zoals
een cor pulmonale. Barnidipine is niet onderzocht in NYHA klasse III of IV patiënten. Voorzichtigheid
wordt ook aanbevolen als barnidipine wordt toegediend aan patiënten met 'sick sinus syndrome' (zonder
'pacemaker').
In vitro studies geven aan dat barnidipine gemetaboliseerd wordt door cytochroom P450 3A4 (CYP3A4).
Het effect van geneesmiddelen, die het enzym CYP3A4 remmen of induceren op de farmacokinetiek van
barnidipine is niet in in vivo interactiestudies onderzocht. Op basis van in vitro interactiestudies is
voorzichtigheid geboden indien barnidipine wordt voorgeschreven met milde CYP3A4 remmers of
induceerders (zie de rubriek "Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van
interactie"
).
De capsules bevatten sucrose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie,
glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te
gebruiken.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Wanneer Vasexten gelijktijdig met andere antihypertensieve geneesmiddelen wordt toegediend, kan een
additief antihypertensief effect optreden.

Vasexten kan gecombineerd worden met bètablokkers of ACE-remmers.

Het farmacokinetisch interactieprofiel van barnidipine is niet volledig onderzocht. In vitro studies geven
aan dat barnidipine gemetaboliseerd wordt door cytochroom P450 3A4 (CYP3A4). Het effect van
geneesmiddelen, die het enzym CYP3A4 remmen of induceren, op de farmacokinetiek van barnidipine is
niet in een in vivo interactiestudie onderzocht.


2 of 7







Uit in vitro gegevens blijkt dat ciclosporine het metabolisme van barnidipine kan remmen. Totdat in vivo
informatie beschikbaar is, dient barnidipine niet te worden voorgeschreven met de sterke CYP3A4
remmers: proteaseremmers, ketoconazol, itraconazol, erytromycine en claritromycine (zie rubriek 4.3
"Contra-indicaties"). Voorzichtigheid dient betracht te worden bij gelijktijdig gebruik van milde
CYP3A4 remmers of induceerders. Bij gelijktijdig gebruik van CYP3A4 remmers wordt afgeraden de
dosering van barnidipine te verhogen naar 20 mg.
In een specifieke interactiestudie leidde gelijktijdige toediening van cimetidine tot gemiddeld 2 maal
hogere plasmaspiegels van barnidipine. Voorzichtigheid dient derhalve in acht te worden genomen als
barnidipine gelijktijdig met cimetidine gebruikt wordt.
Indien barnidipine wordt gegeven met enzyminduceerders, bijvoorbeeld fenytoïne, carbamazepine en
rifampicine, kan een hogere barnidipine dosis nodig zijn. Indien een patiënt stopt met het gebruik van een
enzyminduceerder, dient verlaging van de barnidipine dosering overwogen te worden.
Op grond van in vitro interactiestudies met onder andere simvastatine, metoprolol, diazepam en
terfenadine wordt een effect van barnidipine op de farmacokinetiek van andere geneesmiddelen, die
worden gemetaboliseerd door cytochroom P450 isoenzymen, onwaarschijnlijk geacht.
Uit een in vivo interactiestudie bleek dat barnidipine de farmacokinetiek van digoxine niet beïnvloedt.
In een specifieke interactiestudie deed alcohol de barnidipine plasmaspiegels met 40% toenemen, welke
toename als klinisch niet relevant beschouwd kan worden. Zoals met alle vaatverwijdende en
antihypertensieve middelen dient voorzichtigheid in acht te worden genomen als tegelijkertijd alcohol
wordt ingenomen, daar dit hun effect kan potentiëren.
Hoewel de farmacokinetiek van barnidipine niet significant wordt beïnvloed door toediening met
grapefruit sap, werd er een licht effect waargenomen.

4.6 Zwangerschap en Borstvoeding

Zwangerschap
Er is geen klinische ervaring met barnidipine in de zwangerschap of tijdens borstvoeding. Dierproeven
geven geen aanwijzingen voor directe schadelijke effecten voor de zwangerschap, embryonale/foetale of
postnatale ontwikkeling. Alleen indirecte effecten zijn waargenomen (zie 5.3). De klasse van
dihydropyridines kan de bevalling en geboorte verlengen, hetgeen niet met barnidipine werd
waargenomen. Als gevolg hiervan mag barnidipine alleen tijdens de zwangerschap worden gebruikt
wanneer de voordelen opwegen tegen het mogelijke risico voor de vrucht.
Borstvoeding
Uit dierexperimenteel onderzoek is komen vast te staan dat barnidipine (of metabolieten) wordt
uitgescheiden in de moedermelk. Het geven van borstvoeding wordt daarom ontraden tijdens het gebruik
van barnidipine.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen.
Voorzichtigheid dient echter in acht genomen te worden omdat tijdens behandeling met antihypertensiva
duizeligheid/vertigo kan optreden.



3 of 7







4.8 Bijwerkingen
Systeem orgaanklassen
10 mg dosis
20 mg dosis
Zenuwstelselaandoeningen


· Hoofdpijn
Vaak (1/100 to <1/10)
Zeer vaak (1/10)
· Duizeligheid/vertigo
Vaak (1/100 to <1/10)
Vaak (1/100 to <1/10)
Hartaandoeningen


· Palpitaties
Vaak (1/100 to <1/10)
Vaak (1/100 to <1/10)
Bloedvataandoeningen


· Flushes
Vaak (1/100 to <1/10)
Zeer vaak (1/10)
Algemene aandoeningen en


stoornissen op de plaats van


toediening


· Perifeer oedeem
Vaak (1/100 to <1/10)
Zeer vaak (1/10)

De symptomen hebben de neiging tijdens de behandeling af te nemen of te verdwijnen (binnen een maand
voor perifeer oedeem en 2 weken voor flushes, hoofdpijn en palpitaties).
Huiduitslag en (reversibele) verhoging van alkalische fosfatase en serum transaminase zijn bekende
bijwerkingen van andere dihydropyridines. Hoewel zelden voorbijgaande en reversibele verhogingen van
leverenzymwaarden werden gerapporteerd, werden deze als klinisch niet relevant beschouwd.
Hoewel niet waargenomen is de volgende bijwerking, conform het gebruik van andere dihydropyridines,
mogelijk van belang: gingiva hyperplasie.
Sommige dihydropyridines kunnen in zeldzame gevallen leiden tot precordiale pijn of angina pectoris.
Zeer zelden kunnen patiënten met een eerder bestaande angina pectoris een toegenomen frequentie, duur
of ernst van deze aanvallen ondervinden. Geïsoleerde gevallen van myocardinfarct kunnen mogelijk
optreden.

4.9 Overdosering

Er zijn geen gevallen van overdosering bekend.
Symptomen van intoxicatie
Klinische symptomen van een overdosis van calciumantagonisten ontwikkelen zich over het algemeen
binnen 30 tot 60 minuten na inname van een dosis die vijf tot tien maal hoger is dan de therapeutische
dosis. Hypotensie, elektrofysiologische effecten (sinusbradycardie, verlengde AV-geleidingstijd, tweede
en derde graads AV-block), effecten op het centraal zenuwstelsel (sufheid, verwardheid en zelden
convulsies), gastro-intestinale symptomen (misselijkheid en braken) en metabole effecten
(hyperglycemie) kunnen op theoretische gronden worden verwacht.
Behandeling van intoxicatie
Bij intoxicatie is opname in een ziekenhuis geïndiceerd. Symptomatische behandeling en continue ECG-
bewaking zijn aangewezen.
In geval van een overdosis dient zo snel mogelijk een maagspoeling te worden verricht.
Calcium (bij voorkeur 10 ml van een calcium chloride oplossing van 10%) dient intraveneus (dosis 0.2
ml/kg lichaamsgewicht) te worden toegediend over een periode van vijf minuten, tot een totale dosis van
10 ml 10%. Dit ter bevordering van de contractiliteit van het myocard, verbetering van het sinusritme en
de atrioventriculaire geleiding. Deze behandeling kan iedere 15 tot 20 minuten worden herhaald (tot
maximaal 4 doses) op geleide van de reactie van de patiënt. Calciumspiegels dienen te worden
gecontroleerd.

5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN


4 of 7








5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Antihypertensiva, ATC-code: C08CA12


Werkingsmechanisme:
Barnidipine (zuivere S,S isomeer) is een lipofiele 1,4-dihydropyridine calciumantagonist, met een hoge
affiniteit voor de calciumkanalen van gladde spiercellen in de vaatwand. De receptorkinetiek van
barnidipine kenmerkt zich door een gelijkmatig intredende werking en een sterke en langdurige binding.
De afname in de perifere vaatweerstand bewerkstelligd door barnidipine leidt tot bloeddrukdaling. Dit
antihypertensieve effect houdt bij gebruik van Vasexten gedurende het gehele 24 uurs dosisinterval aan.
Bij chronische toediening leidt het gebruik van Vasexten niet tot verhoging van de basale hartfrequentie.
De invloed van barnidipine op cardiovasculaire morbiditeit of mortaliteit is niet onderzocht. Recent
voltooide, gecontroleerde studies van andere langwerkende dihydropyridines geven echter bij hypertensie
van ouderen dezelfde heilzame effecten op morbiditeit en mortaliteit aan als andere antihypertensiva.

Metabole effecten:
Barnidipine heeft geen negatief effect op het serumlipidenprofiel, noch op de glucosespiegel, noch op de
elektrolieten in het bloed.

5.2 Farmacokinetische gegevens
Absorptie:
De gelijktijdige inname van voedsel heeft geen statistisch significant effect op de AUC, Cmax, Tmax of t½,
na herhaalde toediening van Vasexten® 20 aan gezonde individuen.
Na orale toediening van Vasexten® 20 worden maximale plasmaspiegels verkregen na 5 tot 6 uur.
Vasexten heeft een absolute biologische beschikbaarheid van 1.1%. Plasmaconcentraties van barnidipine
kunnen tussen personen aanzienlijk variëren.

Distributie:
In vitro studies tonen aan dat barnidipine voor 26-32% wordt gebonden aan humane erythrocyten en in
hoge mate (89-95%) wordt gebonden aan plasma-eiwitten. In vitro analyse van de eiwitcomponenten wijst
erop dat barnidipine voornamelijk wordt gebonden aan serum-albumine, gevolgd door 1-zure
glycoproteïne en 'high density' lipoproteïnen. Binding aan -globuline gebeurt in veel mindere mate.
In in vitro studies werden geen geneesmiddeleninteracties op basis van verdringing van plasma-
eiwitbinding waargenomen.

Metabolisme:
Barnidipine wordt in hoge mate gemetaboliseerd tot niet-actieve metabolieten. Er vindt in vivo geen
chirale inversie plaats van de zuivere S,S isomeer. Belangrijke reacties zijn de N-debenzylering van de
zijketen, hydrolyse van de N-benzylpyrrolidine-ester, oxidatie van de 1,4-dihydropyridine ring, hydrolyse
van de methylester en reductie van de nitrogroep. Het metabolisme van barnidipine lijkt voornamelijk
gemedieerd te worden door de groep van CYP3A iso-enzymen.

Eliminatie:
Na herhaalde toediening van Vasexten bedroeg de mediane terminale eliminatie plasmahalfwaardetijd 20
uur, volgens een twee-compartimenten analytisch model.


5 of 7







Eliminatie geschiedt voornamelijk door metabolisme. Barnidipine en/of zijn metabolieten worden
uitgescheiden in de faeces (60%), in de urine (40%) en in de adem (minder dan 1%). Er wordt geen
barnidipine in onveranderde vorm via de urine uitgescheiden.

Speciale patiëntengroepen:
In patiënten met een lichte tot matige leverinsufficiëntie zijn de plasmaspiegels van barnidipine na een
enkelvoudige dosering 3 tot 4 maal hoger dan in gezonde vrijwilligers. De variabiliteit in plasmaspiegels
neemt toe.
In patiënten met nierfunctiestoornissen die geen dialyse behoeven, zijn de plasmaspiegels van barnidipine
gemiddeld 2 maal hoger dan in gezonde vrijwilligers. In patiënten die dialyse behoeven, is de gemiddelde
plasmaspiegel ruim 3 maal hoger dan in gezonde vrijwilligers, terwijl de variabiliteit sterk is toegenomen.

5.3 Gegevens uit het preklinische veiligheidsonderzoek
Preklinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor de mens. Deze gegevens zijn afkomstig van
conventionele studies op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering,
genotoxiciteit, carcinogeniteit en reproductietoxiciteit.


6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Vasexten capsules bevatten als hulpstoffen:
capsule-inhoud:
carboxymethylethylcellulose, polysorbaat 80, sucrose, ethylcellulose en talk.
capsulewand:
titanium dioxide (E171), geel ijzeroxide (E172) en gelatine.
drukinkt:
schellak, industrieel-gemethyleerde alcohol, propyleenglycol (E1520), gezuiverd water, n-butanol,
isopropylalcohol en zwart ijzeroxide (E172).

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid
2 jaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Vasexten capsules met gereguleerde afgifte zijn verpakt in dozen met 10, 14, 20, 28, 30, 50, 56, 98 of 100
capsules in aluminium-aluminium (met PVC en polyamide coating) doordrukstrips. Een doordrukstrip
bevat 7, 10 of 14 capsules.
Niet alle verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Haal de granules niet uit de capsule.




6 of 7







7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Astellas Pharma Europe B.V.
Elisabethhof 19
2353 EW Leiderdorp


8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Vasexten® 20, 20 mg capsules met gereguleerde afgifte is geregistreerd onder RVG nummer 25286.


9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING


29 februari 2000/ 28 februari 2009


10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste volledige herziening: 9 september 2009.


7 of 7






« Vorige

[Vasexten 10, 10 mg capsules met gereguleerde afgifte]

Volgende »

[Vasexten 20, 20 mg capsules met gereguleerde afgifte]