Bestanden
Home > Bestanden


Venlafaxine Apotex XR 150 mg, capsules met verlengde afgifte, hard

RegistratienummerRVG 101428
ProcedurenummerDK/H/1253/003
Farmaceutische vormCapsule met verlengde afgifte, hard
ToedieningswegOraal gebruik
ATCN06AX16 - Venlafaxine
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum21 oktober 2008
RegistratiehouderApotex Europe BV
Darwinweg 20
2333 CR LEIDEN
Werkzame stof(fen)VENLAFAXINEHYDROCHLORIDE
SAMENSTELLING
overeenkomend met
VENLAFAXINE
Hulpstof(fen)AMMONIOMETHACRYLAATCOPOLYMEER TYPE B
BASISCH GEBUTYLEERD METHACRYLAAT COPOLYMEER
ERYTHROSINE (E 127)
GELATINE (E 441)
HYPROMELLOSE (E 464)
INDIGOKARMIJN (E 132)
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
NATRIUMLAURILSULFAAT (E 487)
TITAANDIOXIDE (E 171)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 1 of 17





1.3.1.1 SUMMARY OF PRODUCT CHARACTERISTICS

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN


1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Venlafaxine Apotex XR 37,5 mg, harde capsules met verlengde afgifte
Venlafaxine Apotex XR 75 mg, harde capsules met verlengde afgifte
Venlafaxine Apotex XR 150 mg, harde capsules met verlengde afgifte

2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Eťn capsule met verlengde afgifte bevat venlafaxine hydrochloride overeenkomend met 37,5 mg, 75
mg of 150 mg venlafaxine.

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE
VORM

Harde capsule met verlengde afgifte.
Venlafaxine Apotex XR 37,5 mg: witte opake gelatinecapsules (grootte 0) die ťťn ronde, biconvexe
filmomhulde tablet bevatten met indruk VEN op de dop en 37,5 op het capsulelichaam.
Venlafaxine Apotex XR 75 mg: vleeskleurige opake gelatinecapsules (grootte 0) die twee ronde,
biconvexe filmomhulde tabletten bevatten met indruk VEN op de dop en 75 op het capsulelichaam.
Venlafaxine Apotex XR 150 mg: scharlakenrode opake gelatinecapsules (grootte 00) die drie ronde,
biconvexe filmomhulde tabletten omvatten met indruk VEN op de dop en 150 op het capsulelichaam.

4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

Behandeling van episoden van depressie in engere zin.

Preventie van het opnieuw optreden van episodes van depressie in engere zin.

Behandeling van sociale angststoornis.


4.2
Dosering en wijze van toediening

Episode van depressie in engere zin
De aanbevolen startdosering voor venlafaxine capsules met verlengde afgifte bedraagt 75 mg
eenmaal daags. PatiŽnten die niet reageren op de startdosis van 75 mg/dag kunnen gebaat zijn bij
een dosisverhoging tot maximaal 375 mg/dag. Dosisverhogingen kunnen plaatsvinden met intervallen
van twee weken of meer. Indien klinisch gerechtvaardigd wegens de ernst van de symptomen,
kunnen dosisverhogingen met kortere intervallen plaatsvinden; echter het interval mag niet minder
dan 4 dagen zijn.

Vanwege het risico op dosisgerelateerde bijwerkingen dient de dosis alleen verhoogd te worden na
klinische evaluatie (zie rubriek 4.4) De laagste effectieve dosis dient te worden gehandhaafd.

PatiŽnten dienen gedurende een adequate periode behandeld te worden, gewoonlijk enkele maanden
of langer. De behandeling dient van geval tot geval regelmatig opnieuw beoordeeld te worden.




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 2 of 17





Langdurige behandeling kan ook geschikt zijn voor de preventie van het opnieuw optreden van
episodes van depressie in engere zin. In de meeste gevallen is de aanbevolen dosis voor de
preventie van het opnieuw optreden van depressie in engere zin gelijk aan de dosis die gedurende de
episode gebruikt werd.

Na remissie dient antidepressieve medicatie nog minstens 6 maanden te worden gehandhaafd.

Sociale angststoornis
De aanbevolen dosis voor venlafaxine capsules met verlengde afgifte bedraagt 75 mg eenmaal
daags.

Het is niet aangetoond dat hogere doses van toegevoegde waarde zijn.
Echter, bij individuele patiŽnten die geen respons vertonen op de initiŽle dosis van 75 mg/dag,
kunnen dosisverhogingen tot maximaal 225 mg/dag overwogen worden. Dosisverhogingen kunnen
plaatsvinden met intervallen van twee weken of meer.

Vanwege het risico op dosisgerelateerde bijwerkingen dient de dosis alleen verhoogd te worden na
klinische evaluatie (zie rubriek 4.4). De laagste effectieve dosis dient te worden gehandhaafd.

PatiŽnten dienen gedurende een adequate periode behandeld te worden, gewoonlijk enkele maanden
of langer. De behandeling dient van geval tot geval regelmatig opnieuw beoordeeld te worden.

Gebruik bij ouderen
Er wordt geen speciale venlafaxine-dosisaanpassing noodzakelijk geacht gebaseerd op alleen de
leeftijd van de patiŽnt. Echter, er dient voorzichtigheid in acht te worden genomen bij de behandeling
van ouderen (bijvoorbeeld vanwege mogelijke nierinsufficiŽntie, de mogelijkheid van veranderingen
in de neurotransmittergevoeligheid en affiniteit die met het ouder worden optreden). De laagst
werkzame dosis dient altijd gebruikt te worden en patiŽnten dienen zorgvuldig gecontroleerd te
worden als dosisverhoging vereist is.

Gebruik bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar
Het gebruik van venlafaxine wordt niet aanbevolen bij kinderen en adolescenten.

Gecontroleerde klinische studies met kinderen en adolescenten met depressie in engere zin hebben
geen werkzaamheid kunnen aantonen en ondersteunen het gebruik van venlafaxine bij deze
patiŽnten niet (zie rubrieken 4.4 en 4.8).

De werkzaamheid en veiligheid van venlafaxine voor andere indicaties bij kinderen en adolescenten
jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld.

Gebruik bij patiŽnten met leverinsufficiŽntie
Bij patiŽnten met milde tot matige leverinsufficiŽntie dient over het algemeen een dosisverlaging van
50% overwogen te worden. Echter, vanwege inter-individuele variabiliteit in de klaring van deze
patiŽnten, kan individualisering van de dosering gewenst zijn.

Er zijn beperkte gegevens van patiŽnten met ernstige leverinsufficiŽntie. Voorzichtigheid moet
worden betracht en een dosisvermindering van meer dan 50% dient in overweging genomen te
worden. Het potentiŽle voordeel dient te worden afgewogen tegen het risico van de behandeling voor
patiŽnten met ernstige leverinsufficiŽntie.

Gebruik bij patiŽnten met nierinsufficiŽntie
Hoewel dosisaanpassing niet noodzakelijk is voor patiŽnten met een glomerulaire filtratiesnelheid
(GFR) van 30-70 ml/minuut wordt voorzichtigheid geadviseerd. Bij hemodialysepatiŽnten en
patiŽnten met ernstige nierinsufficiŽntie (GFR < 30 ml/min) dient de totale dagelijkse dosis




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 3 of 17





venlafaxine met 50% verlaagd te worden. Vanwege inter-individuele variabiliteit in de klaring van deze
patiŽnten, kan individualisering van de dosering gewenst zijn.

Onttrekkingsverschijnselen waargenomen bij het stoppen met venlafaxine
Plotseling stoppen dient te worden vermeden. Als de behandeling met venlafaxine wordt gestopt,
dient de dosis geleidelijk verminderd te worden over een periode van tenminste ťťn tot twee weken
om het risico op onttrekkingsverschijnselen te verkleinen (zie rubriek 4.4 en rubriek 4.8). Als, na
dosisverlaging of het stoppen van de behandeling, onverdraaglijke verschijnselen optreden, kan
overwogen worden de daarvoor voorgeschreven dosis te hervatten. Vervolgens kan de arts doorgaan
met dosisverlaging, maar dient de dosis meer geleidelijk verlaagd te worden.

Voor oraal gebruik.

Het wordt aanbevolen venlafaxine capsules met verlengde afgifte tijdens de maaltijd in te nemen,
iedere dag op ongeveer hetzelfde tijdstip. Capsules moeten heel en met vloeistof worden ingenomen
en mogen niet worden gedeeld, fijngestampt, gekauwd of opgelost.

PatiŽnten die worden behandeld met venlafaxine tabletten met onmiddellijke afgifte kunnen worden
overgezet naar venlafaxine capsules met verlengde afgifte met de dichtstbijzijnde equivalente dosis
(mg/dag). Bijvoorbeeld, venlafaxine 37.5 mg tabletten met onmiddellijke afgifte tweemaal daags kan
overgezet worden naar venlafaxine 75 mg capsules met verlengde afgifte eenmaal daags. Individuele
aanpassing van de dosering kan noodzakelijk zijn.

4.3 Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor ťťn van de andere bestanddelen.

Gelijktijdige behandeling met irreversibele monoamine oxidaseremmers (MAOIs) is
gecontraÔndiceerd vanwege het risico op het ontstaan van het serotoninesyndroom met symptomen
als agitatie, tremor en hyperthermie. Behandeling met venlafaxine dient niet te worden geÔnitieerd
binnen ten minste 14 dagen nadat met een irreversibele MAOI-behandeling is gestopt.

Voor het starten met een irreversibele MAOI, dient de behandeling met venlafaxine ten minste 7
dagen gestopt te zijn (zie rubrieken 4.4 en 4.5).

4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

SuÔcide/suÔcidale ideeŽn of klinische verergering
Depressie wordt geassocieerd met een verhoogd risico op suÔcidale gedachten, zelfverwonding en
suÔcide (aan suÔcide gerelateerde gebeurtenissen). Dit risico blijft bestaan tot een significante
remissie optreedt. Omdat het mogelijk is dat gedurende de eerste paar weken of langer geen
verbetering optreedt, moeten patiŽnten zeer goed gevolgd worden tot een dergelijke verbetering wel
optreedt. Het is algemene klinische ervaring dat het risico op suÔcide in de vroege stadia van het
herstel kan toenemen.

Andere psychiatrische aandoeningen waarvoor venlafaxine wordt voorgeschreven kunnen ook
geassocieerd worden met een toegenomen risico op suÔcidaal gerelateerde gebeurtenissen.
Bovendien kunnen deze condities comorbide zijn met episodes van depressie in engere zin. Dezelfde
voorzorgsmaatregelen die in acht worden genomen bij de behandeling van patiŽnten met depressie in
engere zin moeten daarom in acht worden genomen bij de behandeling van patiŽnten met andere
psychiatrische aandoeningen.

Van patiŽnten met een voorgeschiedenis van aan suÔcide gerelateerde gebeurtenissen, of patiŽnten
die voorafgaand aan het begin van de behandeling een significante mate van suÔcidale ideeŽn




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 4 of 17





vertonen, is bekend dat ze een groter risico lopen op het ontwikkelen van suÔcidale gedachten of
suÔcidepogingen en deze patiŽnten moeten tijdens de behandeling zeer goed gevolgd worden.
Een meta-analyse van placebogecontroleerde klinische studies met antidepressiva bij volwassen
patiŽnten met psychiatrische stoornissen, toonde een toegenomen risico op suÔcidaal gedrag bij het
gebruik van antidepressiva aan vergeleken met placebo bij patiŽnten jonger dan 25 jaar oud.

PatiŽnten, in het bijzonder hoog-risico patiŽnten, dienen nauwkeurig gevolgd te worden tijdens
behandeling met deze geneesmiddelen, in het bijzonder in het begin van de behandeling en na
dosisaanpassingen. PatiŽnten (en hun zorgverleners) moeten op de hoogte worden gebracht van de
noodzaak om te letten op elke klinische verergering, suÔcidaal gedrag of gedachten en ongewone
gedragsveranderingen en dienen onmiddellijk medisch advies in te winnen als deze symptomen zich
voordoen.

Gebruik bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar
Venlafaxine Apotex XR dient niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en
adolescenten jonger dan 18 jaar. In klinische studies werden suÔcidaal gedrag (zelfmoordpogingen en
zelfmoordgedachten) en vijandigheid (voornamelijk agressie, oppositioneel gedrag en woede) vaker
waargenomen bij kinderen en adolescenten die behandeld werden met antidepressiva dan bij
degenen die behandeld werden met placebo. Indien, op grond van een klinische noodzaak, toch een
besluit wordt genomen om te behandelen, dan dient de patiŽnt zorgvuldig gecontroleerd te worden op
het optreden van suÔcidale symptomen. Daarnaast ontbreken lange-termijn veiligheidsgegevens bij
kinderen en adolescenten over groei, maturatie en cognitieve en gedragsontwikkeling.

Serotoninesyndroom
Zoals met andere serotonerge middelen, kan het serotoninesyndroom, een potentieel
levensbedreigende toestand, optreden tijdens behandeling met venlafaxine, vooral bij gelijktijdig
gebruik van andere middelen, zoals MAO-remmers, die de serotonine-neurotransmitter-systemen
beÔnvloeden (zie rubrieken 4.3 en 4.5).

Symptomen van het serotoninesyndroom kunnen bestaan uit veranderingen van de mentale status
(bijv. agitatie, hallucinaties, coma), autonome instabiliteit (bijv. tachycardie, labiele bloeddruk,
hyperthermie), neuromusculaire stoornissen (bijv. hyperreflexie, incoŲrdinatie) en/of gastrointestinale
symptomen (bijv. misselijkheid, braken, diarree).

Nauwekamerhoekglaucoom
Mydriasis kan optreden in samenhang met venlafaxine. Het wordt aanbevolen om patiŽnten met
verhoging van de intra-oculaire druk of die met een verhoogd risico op acute
nauwekamerhoekglaucoom (geslotenkamerhoekglaucoom) zorgvuldig te controleren.

Bloeddruk
Dosisgerelateerde bloeddrukverhogingen zijn vaak gemeld met venlafaxine. Post-marketing zijn
gevallen gemeld van verhoogde bloeddruk die onmiddellijke behandeling vereisten. Voordat een
behandeling wordt gestart dienen alle patiŽnten nauwkeurig te worden gecontroleerd op verhoogde
bloeddruk en reeds bestaande hypertensie dient behandeld te worden. De bloeddruk dient periodiek
gecontroleerd te worden nadat met de behandeling is gestart en na dosisverhogingen.
Voorzichtigheid dient te worden betracht bij patiŽnten waarbij onderliggende ziekten kunnen
verergeren door verhogingen in de bloeddruk, bijv. bij patiŽnten met verminderde hartfunctie.

Hartslag
Verhoogde hartslag kan optreden, met name bij hogere doses. Voorzichtigheid dient betracht te
worden bij patiŽnten wiens onderliggende ziekten kunnen verergeren door toename van de hartslag.

Hartaandoeningen en kans op aritmie
Venlafaxine is niet bestudeerd bij patiŽnten met een recent doorgemaakt hartinfarct of een onstabiele




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 5 of 17





hartaandoening. Daarom dient het met voorzichtigheid te worden gebruikt bij deze patiŽnten.

Postmarketing zijn gevallen van fatale cardiale aritmieŽn gemeld met het gebruik van venlafaxine,
met name bij overdosering. De risico's dienen tegen de voordelen te worden afgewogen voordat
venlafaxine wordt voorgeschreven aan patiŽnten met een verhoogde kans op ernstige cardiale
aritmieŽn.

Convulsies
Convulsies kunnen voorkomen bij behandeling met venlafaxine. Zoals met alle antidepressiva, dient
behandeling met venlafaxine met voorzichtigheid te worden gestart bij patiŽnten met een
voorgeschiedenis van convulsies en dienen de betreffende patiŽnten nauwgezet in de gaten
gehouden te worden. De behandeling dient te worden gestaakt bij elke patiŽnt die aanvallen krijgt.

HyponatriŽmie
Gevallen van hyponatriŽmie en/of het Syndroom van Onvoldoende Secretie van Antidiuretisch
Hormoon (SIADH≠ syndrome of inappropriate antidiuretic hormone secretion) kunnen optreden met
venlafaxine. Dit is het meest frequent gemeld bij patiŽnten met volume-depletie of gedehydrateerde
patiŽnten. Ouderen, patiŽnten die behandeld worden met diuretica en patiŽnten die om een of andere
reden last hebben van volumedepletie, kunnen een groter risico hierop hebben.

Abnormale bloeding
Geneesmiddelen die de opname van serotonine remmen, kunnen een verminderde plaatjesfunctie
veroorzaken. Het risico op het ontstaan van huid- en slijmvliesbloedingen kan verhoogd zijn bij
patiŽnten die venlafaxine innemen. Zoals met andere serotonine-heropnameremmers, dient
venlafaxine met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiŽnten met verhoogde bloedingsneiging,
inclusief patiŽnten die anticoagulantia en plaatjesremmers gebruiken.

Serumcholesterol
Klinisch relevante verhogingen van serumcholesterol werden gemeld bij 5,3% van de met venlafaxine
behandelde patiŽnten en bij 0,0% van de met placebo behandelde patiŽnten die gedurende ten
minste 3 maanden werden behandeld in placebogecontroleerde klinische studies. Meting van de
serumcholesterolspiegels dient te worden overwogen bij lange-termijn behandeling.

Gelijktijdige toediening met gewichtsreducerende middelen
De veiligheid en werkzaamheid van behandeling met venlafaxine in combinatie met
gewichtsreducerende middelen, inclusief fentermine, is niet vastgesteld. Gelijktijdige toediening van
venlafaxine en gewichtsreducerende middelen wordt niet aanbevolen. Venlafaxine is niet geÔndiceerd
voor gewichtsverlies alleen of in combinatie met andere producten.

Manie/hypomanie
Bij een klein deel van de patiŽnten met stemmingsstoornissen die antidepressiva, inclusief
venlafaxine, krijgen, kan manie/hypomanie optreden. Zoals met andere antidepressiva, dient
venlafaxine met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiŽnten met een voorgeschiedenis van
bipolaire stoornis of een familiegeschiedenis hiervan.

Agressie
Agressie kan optreden bij een klein aantal patiŽnten die antidepressiva krijgt, inclusief venlafaxine.
Dit is gemeld bij het initiŽren of veranderen van de dosis, en bij stoppen van de behandeling.
Zoals met andere antidepressiva, dient venlafaxine met voorzichtigheid te worden gebruikt bij
patiŽnten met een voorgeschiedenis van agressie.

Stoppen van de behandeling
Onttrekkingsverschijnselen treden vaak op als de behandeling wordt gestopt, in het bijzonder bij
abrupt stoppen (zie rubriek 4.8). In klinische onderzoeken traden bij 31% van de patiŽnten




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 6 of 17





bijwerkingen op bij het stoppen van de behandeling met venlafaxine (na geleidelijke dosisverlaging
en daarna) en bij 17% van de patiŽnten die placebo innamen.

De kans op onttrekkingsverschijnselen kan afhankelijk zijn van verschillende factoren, inclusief de
duur en dosis van de behandeling en de snelheid van dosisverlaging. Duizeligheid,
gevoelsstoornissen (inclusief paresthesieŽn), slaapstoornissen (inclusief slapeloosheid en intense
dromen), agitatie of angst, misselijkheid en/of braken, tremor en hoofdpijn zijn de meest
gerapporteerde reacties. In het algemeen zijn deze verschijnselen licht tot matig van aard; echter, bij
enkele patiŽnten kunnen deze ernstig zijn. Gewoonlijk treden deze symptomen binnen de eerste paar
dagen na het stoppen van de behandeling op, maar er zijn zeer zeldzame meldingen van dergelijke
symptomen bij patiŽnten die onbedoeld een dosis vergeten zijn. In het algemeen verminderen deze
verschijnselen vanzelf en gewoonlijk verdwijnen ze binnen 2 weken, hoewel deze bij sommige
personen kunnen aanhouden (2-3 maanden of langer). Daarom wordt aanbevolen bij het stoppen van
de behandeling venlafaxine de dosering geleidelijk te verlagen over een periode van een aantal
weken of maanden, volgens de behoefte van de patiŽnt (zie rubriek 4.2).

Akathisie/psychomotore rusteloosheid
Het gebruik van venlafaxine is in verband gebracht met het ontstaan van akathisie, gekenmerkt door
een subjectieve onaangename of ondraaglijke rusteloosheid en behoefte om te bewegen vaak
vergezeld door het onvermogen om te zitten of stil te staan. Dit treedt waarschijnlijk het meest op
gedurende de eerste paar weken van behandeling. Bij patiŽnten die deze verschijnselen krijgen, kan
dosisverhoging schadelijk zijn.

Droge mond
Droge mond is gemeld bij 10% van de patiŽnten die met venlafaxine behandeld worden. Dit kan het
risico op cariŽs verhogen en de patiŽnten dienen te worden gewezen op het belang van
mondhygiŽne.

4.5

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Monoamine-oxidase-remmers (MAOI)
Irreversibele niet-selectieve MAOIs
Venlafaxine dient niet in combinatie met irreversibele MAOIs gebruikt te worden.
Behandeling met venlafaxine dient niet te worden gestart binnen ten minste 14 dagen na het stoppen
van behandeling met een irreversibele, niet-selectieve MAOI. Voordat behandeling met een
irreversibele, niet-selectieve MAOI gestart kan worden, moet venlafaxine ten minste 7 dagen gestopt
zijn (zie rubrieken 4.3 en 4.4).

Reversibele, selectieve MAO-A-remmer (moclobemide)
Vanwege het risico op serotoninesyndroom, wordt de combinatie van venlafaxine met een reversibele
en selectieve MAOI zoals moclobemide, niet aanbevolen. Na behandeling met een reversibele
MAOremmer, kan een kortere onttrekkingsperiode dan 14 dagen worden gehanteerd voordat met
venlafaxinebehandeling wordt gestart. Het wordt aanbevolen dat venlafaxine gedurende ten minste 7
dagen gestopt moet zijn voordat behandeling met een reversibele MAOI gestart kan worden (zie
rubriek 4.4).

Reversibele, niet-selectieve MAOI (linezolide)
Het antibioticum linezolide is een zwakke reversibele en niet-selectieve MAOI en dient niet te worden
gegeven aan patiŽnten die met venlafaxine worden behandeld (zie rubriek 4.4).

Er zijn ernstige bijwerkingen gemeld bij patiŽnten die recentelijk met een MAOI zijn gestopt en met
venlafaxine gestart zijn, of die recentelijk met venlafaxine gestopt zijn voorafgaand aan het starten
met een MAOI. Deze bijwerkingen bestonden uit tremor, myoclonus, diaforese, misselijkheid, braken,
blozen, duizeligheid en hyperthermie met kenmerken vergelijkbaar met het maligne




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 7 of 17





neurolepticasyndroom, stuipen en overlijden.

Serotoninesyndroom
Zoals met andere serotonerge middelen kan het serotoninesyndroom optreden tijdens behandeling
met venlafaxine. Dit is met name het geval bij gelijktijdig gebruik van andere middelen die het
serotonineneurotransmittersysteem beÔnvloeden (inclusief tryptanen, SSRI's, SNRI's, lithium,
sibutramine, tramadol of Sint Janskruid [Hypericum perforatum]), met geneesmiddelen die het
serotoninemetabolisme remmen (inclusief MAOI's) of met serotonine precursors (zoals
tryptofaansupplementen).

Indien gelijktijdige behandeling van venlafaxine met een SSRI, een SNRI of een
serotoninereceptoragonist (tryptaan) klinisch noodzakelijk is, wordt nauwgezette observatie van de
patiŽnt geadviseerd, in het bijzonder tijdens het instellen van de behandeling en bij verhogingen van
de dosis. Het gelijktijdig gebruik van venlafaxine met serotonine precursors (zoals
tryptofaansupplementen) wordt niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).

Middelen met een werking op het Centrale Zenuwstelsel (CZS)
Het risico van het gebruik van venlafaxine in combinatie met andere op het CZS werkende middelen
is niet systematisch geŽvalueerd. Derhalve is voorzichtigheid geboden als venlafaxine wordt
ingenomen in combinatie met andere op het CZS-werkende middelen.

Ethanol
Het is aangetoond dat venlafaxine de door alcohol veroorzaakte verslechtering van verstandelijke en
motorische vaardigheden, niet verhoogt. Echter, zoals met alle op het CZS werkende middelen, dient
patiŽnten geadviseerd te worden om alcoholconsumptie te vermijden tijdens het gebruik van
venlafaxine.

Invloed van andere geneesmiddelen op venlafaxine
Ketoconazol (CYP3A4-remmer)
Een farmacokinetische studie met ketoconazol bij snelle- (EM) en langzame (PM) CYP2D6-
metaboliseerders resulteerde in een hogere AUC van venlafaxine (70% en 21% bij respectievelijk
CYP2D6 PM en EM personen) en O-desmethylvenlafaxine (33% en 23% bij respectievelijk CYP2D6
PM en EM personen) na toediening van ketoconazol. Gelijktijdig gebruik van CYP3A4-remmers
(zoals atazanavir, clarithromycine, indinavir, itraconazol, voriconazol, posaconazol, ketoconazol,
nelfinavir, ritonavir, saquinavir, telithromycine) en venlafaxine kan de spiegels van venlafaxine en O-
desmethylvenlafaxine verhogen. Daarom wordt voorzichtigheid geadviseerd als de behandeling van
een patiŽnt gelijktijdig een CYP3A4-remmer en venlafaxine bevat.

Invloed van venlafaxine op andere geneesmiddelen
Lithium
Bij gelijktijdig gebruik van venlafaxine met lithium kan het serotoninesyndroom optreden (zie
Serotoninesyndroom).

Diazepam
Venlafaxine heeft geen effect op de farmacokinetiek en farmacodynamiek van diazepam en zijn
actieve metaboliet, desmethyldiazepam. Diazepam lijkt geen effect te hebben op de farmacokinetiek
van zowel venlafaxine als O-desmethylvenlafaxine. Het is niet bekend of er een farmacokinetische
en/of farmacodynamische interactie met andere benzodiazepinen bestaat.

Imipramine
Venlafaxine had geen effect op de farmacokinetiek van imipramine en 2-OH-imipramine. Er was een
dosisafhankelijke 2,5- tot 4,5-voudige verhoging van de 2-OH-desipramine AUC wanneer dagelijks
75 mg tot 150 mg venlafaxine werd toegediend. Imipramine had geen effect op de farmacokinetiek
van venlafaxine en O-desmethylvenlafaxine. De klinische significantie van deze interactie is niet




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 8 of 17





bekend. Voorzichtigheid dient in acht genomen te worden bij gelijktijdige toediening van venlafaxine
en imipramine.

Haloperidol
Een farmacokinetische studie met haloperidol heeft voor haloperidol een afname van 42% van de
totale orale klaring aangetoond: een toename van 70% in de AUC, een toename van 88% van Cmax,
maar geen verandering in de halfwaardetijd van haloperidol. Hiermee dient rekening te worden
gehouden bij patiŽnten die tegelijkertijd met haloperidol en venlafaxine behandeld worden. De
klinische relevantie van deze interactie is niet bekend.

Risperidon
Venlafaxine verhoogde de AUC van risperidon met 50% maar het veranderde het
farmacokinetische profiel van het totale werkzame gedeelte niet significant (risperidon en 9-
hydroxyrisperidon). De klinische betekenis van deze interactie is niet bekend.

Metoprolol
Gelijktijdige toediening van venlafaxine en metoprolol aan gezonde vrijwilligers in een
farmacokinetische interactiestudie voor beide geneesmiddelen resulteerde in een verhoging van de
metoprolol-plasmaconcentraties met ongeveer 30-40% zonder de plasmaconcentraties van zijn
actieve metaboliet, -hydroxymetoprolol, te veranderen. De klinische relevantie van deze bevinding
bij hypertensieve patiŽnten is niet bekend. Metoprolol veranderde het farmacokinetisch profiel van
venlafaxine of van zijn actieve metaboliet O-desmethylvenlafaxine niet. Voorzichtigheid moet worden
betracht bij gelijktijdige toediening van venlafaxine en metoprolol.

Indinavir
Een farmacokinetisch onderzoek met indinavir heeft een afname van 28% in de AUC en een afname
van 36% in de Cmax van indinavir aangetoond. Indinavir had geen invloed op de farmacokinetiek van
venlafaxine en O-desmethylvenlafaxine. De klinische significantie van deze interactie is niet bekend.

4.6
Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap
Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van venlafaxine bij zwangere vrouwen.

Dierstudies hebben reproductietoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). Het potentiŽle risico voor de
mens is onbekend. Venlafaxine dient alleen aan zwangere vrouwen te worden toegediend als de te
verwachten voordelen opwegen tegen de mogelijke risico's.

Zoals met andere serotonine-heropnameremmers (SSRI's/SNRI's) kunnen onttrekkingsverschijnselen
bij de pasgeborenen optreden als venlafaxine tot aan, of tot kort voor de bevalling wordt gebruikt.
Enkele pasgeborenen die in de late fase van het derde trimester aan venlafaxine waren blootgesteld,
ontwikkelden complicaties die sondevoeding, ondersteuning van de ademhaling, of verlengde
ziekenhuisopname noodzakelijk maakten. Dergelijke complicaties kunnen direct na de geboorte
optreden.

De volgende symptomen kunnen worden waargenomen bij neonaten als de moeder laat in de
zwangerschap een SSRI/SNRI heeft gebruikt: prikkelbaarheid, tremor, hypotonie, aanhoudend huilen
en moeilijkheden bij het zuigen of slapen. Deze symptomen kunnen optreden vanwege serotonerge
effecten of blootstellingssymptomen. In het grootste deel van de gevallen worden deze complicaties
onmiddellijk of binnen 24 uur na de bevalling waargenomen.

Borstvoeding
Venlafaxine en zijn werkzame metaboliet, O-desmethylvenlafaxine, worden in de moedermelk
uitgescheiden. Een risico voor de zuigeling kan niet worden uitgesloten. Daarom dient een beslissing




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 9 of 17





te worden gemaakt om de borstvoeding voort te zetten of te discontinueren of om de behandeling met
Venlafaxine Apotex XR voort te zetten of te discontinueren met inachtneming van de voordelen van
borstvoeding voor de zuigeling en het voordeel van behandeling met Venlafaxine Apotex XR voor de
vrouw.

4.7
BeÔnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Elk psychofarmacon kan het beoordelings- of denkvermogen aantasten of de motorische
vaardigheden verminderen. Daarom dient elke patiŽnt die venlafaxine krijgt, gewaarschuwd te worden
over hun rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen



In klinisch onderzoek werden misselijkheid, droge mond, hoofdpijn en zweten (inclusief nachtelijk
zweten) het vaakst gemeld (>1/10).

Bijwerkingen worden hieronder weergegeven naar orgaansysteem en frequentie.

Frequenties worden als volgt gedefinieerd: zeer vaak (1/10), vaak (1/100 tot <1/10), soms
(1/1.000 tot <1/100), zelden (1/10.000 tot <1/1.000), niet bekend (kan niet met de beschikbare
gegevens worden bepaald).





VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 10 of 17






Orgaansysteem Zeer
Vaak
Soms
Zelden
Frequentie
vaak
onbekend
Bloed- en

Ecchymose,
Slijmvliesbloeding,
lymfestelsel-
Gastro-
Verlengde
aandoeningen
intestinale
bloedingstijd,
hemorragie
Trombocytopenie,
BloeddyscrasieŽn
(inclusief
agranulocytose,
aplastische
anemie,
neutropenie en
pancytopenie)
Voedings- en
Serum Gewichts-
Abnormale
stofwisselings
cholesterol
toename
leverfunctietesten,
aandoeningen
verhoogd,
HyponatriŽmie,
Gewichts
Hepatitis,
verlies
Syndroom van
onvoldoende
afscheiding van
Anti-Diuretisch
Hormoon (SIADH),
Prolactine
verhoogd
Zenuwstelsel
Droge
Abnormale
Apathie,
Akathisie,
Maligne
aandoeningen
mond
dromen, Libido
Hallucinaties, Psychomo- neuroleptica
(10,0%),
afname,
Myoclonus,
torische
syndroom (NMS),
Hoofdpijn Duizelig-
Agitatie,
rusteloos-
Serotoninesyn-
(30,3%)* heid, Verhoogde Verminderde heid,
droom, Delirium,
spiertonus
coŲrdinatie
Convulsie, Extrapyramidale
(hypertonie),
en
Manische
reacties (inclusief
Slapeloos-
balans
reactie
dystonie en
heid, Nervositeit,
dyskinesie),
Paresthesie,
Tardieve
Sedatie, Tremor,
dyskinesie,
Verwardheid,
suÔcidale ideeŽn
Depersonalisatie
en suÔcidaal

gedrag**

Speciale
Abnormale
Veranderde
Nauwe
kamerhoek
zintuigen
accommodatie,
smaak,
glaucoom
Mydriasis,
Tinnitus
Gezichtsstoornis





VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 11 of 17






Orgaansysteem
Zeer vaak
Vaak
Soms
Zelden Frequentie
onbekend
Hartaandoeningen
Hypertensie,
Orthostatische
Hypotensie,
QT
Vasodilatatie hypotensie,
verlenging,
(meestal
Syncope,
Ventrikelfibrilleren,
opvliegers/
Tachycardie
Ventrikeltachy-
blozen),
cardie (inclusief
palpitaties
torsade de
pointes)
Ademhalingsstelsel-,
Geeuwen


Pulmonale
borstkas en mediastinum-
eosinofilie
aandoeningen
Maagdarmstelselaan-
Misselijkheid
Verminder-
Bruxisme,
Pancreatitis

doeningen
(20,0 %)
de eetlust
Diarree
(anorexie),
Obstipatie,
Braken
Huid- en onderhuid-
Zweten (inclusief
Uitslag,

Erythema
aandoeningen
nachtelijk zweten
Alopecia
multiforme,
[12,2%]
Toxische
epidermale
necrolyse,
Stevens-
Johnsonsyndroom,
Pruritus, Urticaria
Skeletspierstelsel en



Rhabdomyolyse
bindweefselaandoeningen
Urogenitale aandoeningen
Abnormale
Abnormaal



ejaculatie/
orgasme
Orgasme
(vrouwen),
(mannen),
Urineretentie
Anorgasmie
Erectiele dys-
functie(impotentie)
onvermogen om
te plassen
(meestal retentie),
Menstruele
aandoeningen
geassocieerd met
hevigere bloeding
of meer onregel-
matige bloeding
(bijv. menorragie,
metrorragie),
Pollakisurie
Algemene aandoeningen en
Asthenie

Fotosensitieve

Anafylaxie
toedieningsplaatsstoornissen
(moeheid),
Reactie
Rillingen





VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 12 of 17





*In samengevoegde klinische studies was de incidentie hoofdpijn 30,3% met venlafaxine vs. 31,3%
met placebo.
**Gevallen van suÔcidale ideeŽn en suÔcidaal gedrag zijn gemeld gedurende behandeling met
venlafaxine of snel na het discontinueren van de behandeling (zie rubriek 4.4).

Gewoonlijk leidt het stoppen van de behandeling met venlafaxine (in het bijzonder als dit abrupt
gebeurt) tot onttrekkingsverschijnselen. De meest gerapporteerde bijwerkingen zijn: duizeligheid,
gevoelsstoornissen (inclusief paresthesie), slaapstoornissen (inclusief slapeloosheid en intense
dromen), agitatie of angst, misselijkheid en/of braken, tremor, hoofdpijn en influenzasyndroom. In het
algemeen zijn deze verschijnselen licht tot matig van ernst en verdwijnen vanzelf. Echter, bij
sommige patiŽnten kunnen de verschijnselen ernstig zijn en/of langer duren. Het wordt daarom
aanbevolen geleidelijk te stoppen door de dosis stapsgewijs te verlagen wanneer behandeling met
venlafaxine niet langer vereist is (zie rubrieken 4.2 en 4.4).

Kinderen
In het algemeen is het bijwerkingenprofiel van venalafaxine (in placebogecontroleerde klinische
studies) bij kinderen en adolescenten (leeftijd van 6-17) gelijk aan dat van volwassenen. Zoals bij
volwassenen werden verminderde eetlust, gewichtsverlies, hypertensie en verhoogd
serumcholesterol waargenomen (zie rubriek 4.4).

In klinische studies bij kinderen werd suÔcidale gedachtenvorming waargenomen. Er waren ook
toegenomen meldingen van vijandigheid, en vooral bij depressie in engere zin, zelfverminking.

In het bijzonder zijn de volgende bijwerkingen waargenomen bij kinderen: buikpijn, agitatie,
dyspepsie, ecchymosis, epistaxis en myalgie.

4.9 Overdosering

In postmarketing onderzoek werd overdosering met venlafaxine voornamelijk in combinatie met
alcohol en/of andere geneesmiddelen gemeld. De meest voorkomende symptomen na overdosering
bestaan uit tachycardie, veranderingen in het bewustzijnsniveau (variŽrend van slaperigheid tot
coma), mydriasis, convulsie en braken. Andere gemelde bijwerkingen zijn veranderingen in het
elektrocardiogram (zoals verlenging van het QT-interval, bundeltak-blokkade, QRS verlenging),
ventriculaire tachycardie, bradycardie, hypotensie, vertigo en overlijden.

Gepubliceerde retrospectieve studies melden dat venlafaxine-overdosering gepaard kan gaan met
een verhoogde kans op fatale gevolgen in vergelijking tot wat werd waargenomen met SSRI
antidepressiva, maar lager dan voor tricyclische antidepressiva. Epidemiologische studies hebben
aangetoond dat met venlafaxine behandelde patiŽnten meer belast zijn met risicofactoren voor
zelfmoord dan SSRI-patiŽnten. De mate waarmee de bevinding van een verhoogd risico op fatale
gevolgen kan worden toegeschreven aan de toxiciteit van venlafaxine-overdosering, in tegenstelling
tot sommige kenmerken van met venlafaxine behandelde patiŽnten, is niet bekend. Venlafaxine dient
in de laagste mogelijke hoeveelheid te worden voorgeschreven, in overeenstemming met goede
patiŽntzorg, om de kans op een overdosering te verkleinen.

Aanbevolen behandeling
Algemeen ondersteunende en symptomatische maatregelen worden aanbevolen; hartritme en vitale
levenstekenen moeten gecontroleerd worden. Indien er een risico is op aspiratie, wordt het opwekken
van braken niet aanbevolen. Maagspoelen kan nuttig zijn als het snel na inname wordt uitgevoerd, of
bij patiŽnten die symptomen vertonen. Toediening van geactiveerde kool kan de absorptie van het
werkzame bestanddeel ook beperken. Geforceerde diurese, dialyse, hemoperfusie en
wisseltransfusie hebben waarschijnlijk geen effect. Er zijn geen specifieke antidota voor venlafaxine
bekend.





VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 13 of 17





5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische

eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Andere antidepressiva - ATC code: N06A X16.
Het wordt verondersteld dat het antidepressie-werkingsmechanisme van venlafaxine in verband staat
met de versterking van neurotransmitteractiviteit in het centrale zenuwstelsel. Preklinische
onderzoeken hebben aangetoond dat venlafaxine en zijn voornaamste metaboliet,
O-desmethylvenlafaxine (ODV), remmers zijn van de heropname van serotonine en noradrenaline.
Venlafaxine is ook een zwakke remmer van de dopamine-opname. Venlafaxine en zijn actieve
metaboliet verminderen de -adrenerge reactiviteit na zowel acute (enkelvoudige dosis) als
chronische toediening. Venlafaxine en ODV zijn zeer vergelijkbaar met betrekking tot hun totale
werking op de neurotransmitterheropname en receptorbinding.
Bij de rat heeft venlafaxine in vitro praktisch geen affiniteit voor de muscarine-, cholinerge-, H1-
histaminerge of 1-adrenerge receptoren in de hersenen. Farmacologische activiteit op deze
receptoren kan gerelateerd zijn aan diverse bijwerkingen die worden waargenomen met andere
antidepressieve geneesmiddelen, zoals anticholinerge-, sedatieve- en cardiovasculaire bijwerkingen.

Venlafaxine bezit geen mono-amine-oxidase (MAO)-remmende werking.
In vitro onderzoeken hebben aangetoond dat venlafaxine praktisch geen affiniteit heeft voor opiaat- of
benzodiazepinegevoelige receptoren.

Episoden van depressie in engere zin
De werkzaamheid van venlafaxine met directe afgifte bij de behandeling van episoden van depressie
in engere zin, werd in vijf gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde, kortdurende
studies die 4 tot 6-weken duurden in doses tot 375 mg/dag, onderzocht. De werkzaamheid van
venlafaxine met verlengde afgifte als een behandeling voor episoden van depressie in engere zin
werd vastgesteld in twee placebogecontroleerde, kortdurende studies die 8 en 12 weken duurden,
met een doseringsbereik van 75 tot 225 mg/dag.

In een lange-termijnstudie werden volwassen poliklinische patiŽnten die hadden gereageerd
gedurende een 8-weken durende open trial met venlafaxine verlengde afgifte (75, 150 of 225 mg)
gerandomiseerd om ofwel door te gaan met dezelfde venlafaxine verlengde afgiftedosis, ofwel over te
stappen op placebo om gedurende 26 weken de kans op relaps te bestuderen.

In een tweede lange-termijnstudie werd de werkzaamheid van venlafaxine bij de preventie van het
opnieuw optreden van depressieve periodes, over een periode van 12 maanden beoordeeld in een
placebogecontroleerde dubbelblinde studie bij volwassen poliklinische patiŽnten met recidieven van
perioden van depressie in engere zin en die, bij de laatste depressieve episode gereageerd hadden
op behandeling met venlafaxine (100 tot 200 mg/dag, volgens een b.i.d.schema).

Sociale angststoornis
De werkzaamheid van venlafaxine capsules met verlengde afgifte voor de behandeling van sociale
angststoornis werd vastgesteld in vier dubbelblinde, parallelgroep, 12-weken durende, multi-center,
placebogecontroleerde, flexibele-dosisonderzoeken en een dubbelblinde, parallelgroep, 6-maanden
durende, placebogecontroleerde, vaste/flexibele-dosisonderzoek bij volwassen poliklinische
patiŽnten. PatiŽnten kregen doses die varieerden van 75 tot 225 mg/dag. Er was geen aanwijzing
voor een hogere werkzaamheid van de 150 tot 225 mg/dag-groep in vergelijking tot de 75 mg/dag-
groep in het 6-maanden durende onderzoek.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Venlafaxine wordt uitgebreid gemetaboliseerd, voornamelijk tot de werkzame metaboliet
O-desmethylvenlafaxine (ODV). Gemiddelde Ī SD plasmahalfwaardetijden van venlafaxine en ODV




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 14 of 17





zijn respectievelijk 5Ī2 uur en 11Ī2 uur. Steady-state concentraties van venlafaxine en ODV worden
bereikt binnen 3 dagen na behandeling met meervoudige orale dosis. Venlafaxine en ODV vertonen
lineaire kinetiek over het doseringsbereik van 75 mg tot 450 mg/dag.

Absorptie
Na een enkele orale dosis van venlafaxine directe afgifte, wordt ten minste 92% geabsorbeerd. De
absolute biologische beschikbaarheid is 40% tot 45% als gevolg van presystemisch metabolisme. Na
toediening van venlafaxine directe afgifte, treden piekplasmaconcentraties van venlafaxine en ODV
binnen respectievelijk 2 tot 3 uur op. Na toediening van venlafaxine capsules met verlengde afgifte,
worden piekplasmaconcentraties van venlafaxine en ODV binnen respectievelijk 5,5 en 9 uur bereikt.
Als gelijke dagelijkse doses van venlafaxine ofwel als tablet met directe afgifte of als capsule met
verlengde afgifte wordt toegediend, geeft de capsule met verlengde afgifte een langzamere
absorptiesnelheid, maar dezelfde mate van absorptie in vergelijking met de tablet met directe afgifte.
Voedsel heeft geen invloed op de biologische beschikbaarheid van venlafaxine en ODV.

Distributie
Venlafaxine en ODV worden in therapeutische concentraties minimaal aan humane plasma-eiwitten
gebonden (27% en 30%, respectievelijk). Het verdelingsvolume van venlafaxine op steady-state is
4,4Ī1,6 l/kg na intraveneuze toediening.

Metabolisme
Na absorptie ondergaat venlafaxine een uitgebreide metabolisatie in de lever. In vitro en in vivo
onderzoek wijst uit dat venlafaxine tot zijn belangrijkste werkzame metaboliet ODV wordt
gebiotransformeerd door CYP2D6. In vitro en in vivo onderzoek wijst uit dat venlafaxine tot een
minder werkzame metaboliet, N-desmethylvenlafaxine, wordt gemetaboliseerd door CYP3A4. In vitro
en in vivo onderzoek heeft uitgewezen dat venlafaxine een zwakke remmer is van CYP2D6.
Venlafaxine remt CYP1A2, CYP2C9 of CYP3A4 niet.

Eliminatie
Venlafaxine en zijn metabolieten worden hoofdzakelijk uitgescheiden via de nieren. Circa 87% van
een dosis venlafaxine komt binnen 48 uur in de urine terecht als onveranderd venlafaxine (5%),
ongeconjugeerd ODV (29%), geconjugeerd ODV (26%) of andere ondergeschikte niet-werkzame
metabolieten (27%). De gemiddelde Ī SD steady-state plasmaklaring van venlafaxine en ODV zijn
respectievelijk 1,3Ī0,6 l/u/kg en 0,4Ī0,2 l/u/kg.

Speciale patiŽntengroepen
Leeftijd en geslacht
De farmacokinetiek van venlafaxine en ODV wordt niet significant beÔnvloed door leeftijd en
geslacht van de persoon.

CYP2D6 snelle/langzame metaboliseerders
Bij de langzame CYP2D6 metaboliseerders zijn de venlafaxine-plasmaconcentraties hoger dan bij
snelle metaboliseerders. Aangezien de totale blootstelling (AUC) van venlafaxine en ODV
vergelijkbaar is bij zowel de langzame als de snelle metaboliseerders, is er geen reden voor
verschillende venlafaxine doseringsschema's bij deze twee groepen.

PatiŽnten met leverinsufficiŽntie
Bij personen met Child-Pugh A (lichte leverinsufficiŽntie) en Child-Pugh B (matige
leverinsufficiŽntie) werden, in vergelijking tot normale personen, de venlafaxine- en
ODV-halfwaardetijden verlengd. Zowel de orale klaring van venlafaxine als die van ODV werden
verminderd. Er werd een grote mate van interpersoonlijke variabiliteit waargenomen. Er zijn beperkte
gegevens beschikbaar van patiŽnten met ernstige leverinsufficiŽntie (zie rubriek 4.2).






VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 15 of 17





PatiŽnten met nierinsufficiŽntie
Bij dialysepatiŽnten werd de eliminatiehalfwaardetijd van venlafaxine verlengd met ongeveer 180%
en de klaring verminderd met ongeveer 57% in vergelijking tot normale personen, terwijl de
ODV-eliminatiehalfwaardetijd verlengd werd met ongeveer 142% en de klaring met ongeveer 56%.
Dosisaanpassing is nodig bij patiŽnten met ernstige nierinsufficiŽntie en bij patiŽnten die hemodialyse
nodig hebben (zie rubriek 4.2).

5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Onderzoek naar venlafaxine bij ratten en muizen, leverde geen bewijs voor carcinogeniteit.
Venlafaxine was niet mutageen in een breed bereik van in vitro en in vivo testen.

Dierstudies naar reproductietoxiciteit hebben bij ratten een verlaagd puppygewicht aangetoond, een
toename in het aantal doodgeboren pups en een toename in overlijden van de pups tijdens de eerste
5 dagen van lactatie. De oorzaak van deze doden is niet bekend. Deze effecten traden op bij
30 mg/kg/dag, 4 keer de humane dagelijkse dosis van 375 mg venlafaxine (op een mg/kg basis). De
dosis die geen effect had op deze bevindingen was 1,3 keer de humane dosis. Het potentiŽle risico
voor de mens is niet bekend.
In een studie waarbij zowel mannelijke als vrouwelijke ratten werden blootgesteld aan ODV werd
verminderde fertiliteit waargenomen. Deze blootstelling was ongeveer 1 tot 2 keer die van een
humane venlafaxinedosis van 375 mg/dag. De relevantie hiervan voor de mens is niet bekend.

6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1 Lijst

van
hulpstoffen

37,5 mg harde capsules met verlengde afgifte:
Inhoud van de capsule:
Hypromellose
Copolymeer van ammoniummethacrylaat (type B)
Natriumlaurylsulfaat
Magnesiumstearaat

Omhulling:
Basiscopolymeer van butylmethacrylaat 12.5%

Capsulehuls:
Gelatine
Titaniumdioxide (E 171)

Druk inkt:
Shellac
zwart ijzeroxide (E172)
Propyleenglycol (E1520)

75 mg harde capsules met verlengde afgifte:
Inhoud van de capsule:
Hypromellose
Copolymeer van ammoniummethacrylaat (type B)
Natriumlaurylsulfaat
Magnesiumstearaat

Omhulling:
Basiscopolymeer van butylmethacrylaat 12.5%




VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 16 of 17






Capsulehuls:
Gelatine
Titaniumdioxide (E 171)
Rood ijzeroxide (E172)

Druk inkt:
Shellac
zwart ijzeroxide (E172)
Propyleenglycol (E1520)

150 mg harde capsules met verlengde afgifte:
Inhoud van de capsule:
Hypromellose
Copolymeer van ammoniummethacrylaat (type B)

Natriumlaurylsulfaat
Magnesiumstearaat

Omhulling:
Basiscopolymeer van butylmethacrylaat 12.5%

Capsulehuls:
Gelatine
Titaniumdioxide (E 171)
Erythrosine (E127)
Indigotine I (E 132)

Druk inkt:
Shellac
zwart ijzeroxide (E172)
Propyleenglycol (E1520)

6.2 Gevallen
van
onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar.

6.4

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden de 30ļC.

6.5
Aard en inhoud van de verpakking

PVC/PE/PVDC/Al blister:

37,5 mg: 10, 20, 28, 30, 98 en 100 harde capsules met verlengde afgifte
75 mg: 14, 28, 30, 56, 98 en 100 harde capsules met verlengde afgifte
150 mg: 10, 28, 30, 56, 98 en 100 harde capsules met verlengde afgifte
Niet alle verpakkingsgroottes zijn in de handel.





VENLAFAXINE APOTEX XR
Module 1.3.1.1


RVG 101426/101427/101428
SPC


Version 2009_05
Page 17 of 17





6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Geen bijzondere vereisten

7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Apotex Europe BV
Darwinweg 20
2333CR Leiden

8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 101426 - Venlafaxine Apotex XR 37,5 mg, harde capsules met verlengde afgifte;
RVG 101427 - Venlafaxine Apotex XR 75 mg, harde capsules met verlengde afgifte;
RVG 101428 - Venlafaxine Apotex XR 150 mg, harde capsules met verlengde afgifte.

9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING


21 oktober 2008

10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste volledige herziening: 30 juni 2009






« Vorige
[Venlafaxine Apotex XR 75 mg, capsules met verlengde afgifte, hard]
Volgende »
[Venlafaxine Apotex XR 150 mg, capsules met verlengde afgifte, hard]