Bestanden
Home > Bestanden


Zaldiar Bruis 37,5 mg/325 mg, bruistabletten

RegistratienummerRVG 107777//101592
Farmaceutische vormBruistablet
ToedieningswegOraal gebruik
ATCN02AX52 - Tramadol, Combinations
Land van herkomstVerenigd Koninkrijk
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum23 september 2010
RegistratiehouderEuro Registratie Collectief B.V.
Van der Giessenweg 5
2921 LP KRIMPEN A/D IJSSEL
Omdat een parallelimportproduct geen eigen SmPC heeft, wordt de SmPC van
het referentieproduct getoond. Bepaalde productkenmerken (o.a. hulpstoffen) van het
referentieproduct kunnen echter verschillen van die van het parallelproduct, zie
ook de disclaimer in het zoekscherm. Voor de productkenmerken van het parallelproduct
zie de patientenbijsluiter hieronder.
Werkzame stof(fen)PARACETAMOL
TRAMADOLHYDROCHLORIDE
Hulpstof(fen)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
1/11













1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Zaldiar Bruis, 37,5 mg/325 mg, bruistabletten


2. KWALITATIEVE
EN
KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Eťn bruistablet bevat 37,5 mg tramadolhydrochloride en 325 mg paracetamol.

Hulpstoffen: elke bruistablet bevat 7,8 mmol (of 179,4 mg) natrium (als mononatriumcitraat,
natriumwaterstofcarbonaat en saccharinenatrium).

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM
Bruistablet
CrŤme-wit tot licht rose van kleur met enkele gekleurde spikkels, rond gevormd, plat met afgeschuinde
kanten.


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Zaldiar Bruis is bestemd voor de symptomatische behandeling van matige tot ernstige pijn.

Zaldiar Bruis mag uitsluitend worden toegepast bij patiŽnten met matige tot ernstige pijn waarvoor
behandeling met een combinatie van tramadol en paracetamol nodig is (zie ook rubriek 5.1).


4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering:
Volwassenen en adolescenten (12 jaar en ouder)
Zaldiar Bruis mag uitsluitend worden toegepast bij patiŽnten met matige tot ernstige pijn waarvoor
behandeling met een combinatie van tramadol en paracetamol nodig is.

De dosis moet individueel worden aangepast op geleide van de intensiteit van de pijn en de reactie
van de patiŽnt.

Het wordt aanbevolen de behandeling te starten met twee bruistabletten Zaldiar Bruis
(overeenkomend met 75 mg tramadolhydrochloride en 650 mg paracetamol). Aanvullende doses
kunnen zo nodig worden ingenomen maar het totale aantal bruistabletten per dag mag niet meer dan 8
bedragen (overeenkomend met 300 mg tramadol en 2600 mg paracetamol).
Het interval tussen twee doseringen mag niet minder dan 6 uur bedragen.

Zaldiar Bruis mag in geen geval langer dan absoluut noodzakelijk worden toegediend (zie ook rubriek
4.4). Indien, gezien de aard en ernst van de aandoening, herhaald gebruik of een langdurige
behandeling met Zaldiar Bruis nodig is, dient zorgvuldig en regelmatig te worden nagegaan (indien
mogelijk door onderbrekingen in de behandeling) of verdere behandeling noodzakelijk is.

Kinderen
De werkzaamheid en het veilige gebruik van Zaldiar Bruis zijn niet onderzocht bij kinderen jonger dan
12 jaar en gebruik wordt daarom niet aanbevolen in deze populatie.

Bejaarden
De gebruikelijke doses kunnen worden toegepast, ofschoon bij vrijwilligers ouder dan 75 jaar de
eliminatiehalfwaardetijd van tramadol na orale toediening met 17% was gestegen. Bij patiŽnten ouder
dan 75 jaar is het raadzaam om een minimum interval van 6 uur tussen de doses in acht te nemen
vanwege de aanwezigheid van tramadol.

Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
2/11


NierinsufficiŽntie
Wegens de aanwezigheid van tramadol wordt het gebruik van Zaldiar Bruis niet aanbevolen bij
patiŽnten met ernstige nierinsufficiŽntie (creatinineklaring <10 ml/min). In gevallen van matige
nierinsufficiŽntie (creatinineklaring tussen 10 en 30 ml/min) moet het interval tussen twee
opeenvolgende toedieningen verhoogd worden tot 12 uur. Aangezien tramadol bij hemodialyse of bij
hemofiltratie slechts zeer traag wordt verwijderd, is voor behoud van het pijnstillende effect toediening
na dialyse gewoonlijk niet nodig.

LeverinsufficiŽntie
Zaldiar Bruis mag niet worden gebruikt bij patiŽnten met ernstige leverfunctiestoornissen (zie rubriek
4.3 ). In minder ernstige geval en moet verlenging van het doseringsinterval zorgvuldig in overweging
worden genomen (zie rubriek 4.4 ).

Wijze van toediening:
Oraal gebruik.
De bruistabletten oplossen in een glas water en daarna de oplossing opdrinken.


4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor tramadol, paracetamol of voor ťťn van de hulpstoffen van het geneesmiddel
(zie rubriek 6.1);
- acute intoxicatie met alcohol, hypnotica, centraal werkende analgetica, opioÔden of psychotrope
middelen;
- patiŽnten die monoamino-oxidase-remmers krijgen toegediend, of deze de afgelopen 14 dagen
hebben gebruikt (zie rubriek 4.5);
- ernstige
leverfunctiestoornissen;
- epilepsie die niet voldoende onder controle is door middel van behandeling (zie rubriek 4.4.).


4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Waarschuwingen
- Bij volwassenen en adolescenten vanaf 12 jaar en ouder mag de maximale dosis van 8 tabletten
Zaldiar Bruis per dag niet worden overschreden. Om ongewilde overdosering te voorkomen, moet
aan patiŽnten worden aangeraden om de aanbevolen dosis niet te overschrijden en geen andere
paracetamol- (ook welke zonder voorschrift verkrijgbaar zijn) of tramadolhydrochloride-bevattende
producten gelijktijdig in te nemen zonder een arts te raadplegen.
- In ernstige gevallen van nierinsufficiŽntie (creatinineklaring <10 ml/mm) wordt Zaldiar Bruis niet
aanbevolen.
- Bij patiŽnten met ernstige leverfunctiestoornissen mag Zaldiar Bruis niet worden gebruikt (zie
rubriek). De risico's van een paracetamol-overdosis zijn groter bij patiŽnten met een niet-
cirrhotische alcoholische leveraandoening. Bij minder ernstige leverfunctiestoornissen moet een
verlenging van het doseringsinterval zorgvuldig worden overwogen.
- Bij ernstige ademhalingsinsufficiŽntie wordt het gebruik van Zaldiar Bruis niet aanbevolen.
- Tramadolhydrochloride is niet geschikt als substituut voor opioÔd-afhankelijke patiŽnten. Hoewel het
een opioÔd-agonist is, kan tramadolhydrochloride de ontwenningsverschijnselen van morfine niet
onderdrukken.
- Convulsies zijn waargenomen bij patiŽnten die worden behandeld met tramadolhydrochloride en
gevoelig zijn voor aanval en of andere geneesmiddelen nemen die de aanvalsdrempel kunnen
verlagen, in het bijzonder selectieve serotonine-heropnameremmers, tricyclische antidepressiva,
antipsychotica, centraal-werkende analgetica of lokale anesthetica. EpilepsiepatiŽnten die met
behandeling onder controle zijn of patiŽnten die ontvankelijk zijn voor aanvallen, mogen al een met
Zaldiar Bruis worden behandeld als dat absoluut noodzakelijk is. Bij patiŽnten die behandeld
werden met tramadolhydrochloride in de aanbevolen dosis zijn convulsies gemeld. Het risico kan
toenemen wanneer de dosis tramadolhydrochloride de hoogst geadviseerde dosis overschrijdt.
- Gelijktijdig gebruik van opioÔd-agonisten-antagonisten (nalbufine, buprenorfine, pentazocine) wordt
niet aangeraden (zie rubriek 4.5).


Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
3/11

Voorzorgen bij gebruik
Zaldiar Bruis moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij opioÔd-afhankelijke patiŽnten of bij patiŽnten
met een craniaal trauma, met een aanleg voor convulsieve aandoeningen, galwegaandoeningen, in
een toestand van shock, in een toestand van veranderd bewustzijn van onbekende oorzaak, met
problemen van het ademhalingscentrum of de ademhalingsfunctie, of met een verhoogde intracraniale
druk.

Bij sommige patiŽnten kan paracetamol bij overdosering leiden tot levertoxiciteit.

Bij therapeutische doses kan tramadolhydrochloride onthoudingsverschijnselen veroorzaken. Gevallen
van afhankelijkheid en misbruik zijn zelden gemeld (zie rubriek 4.8).

Symptomen van onthoudingsreacties, vergelijkbaar met de onthoudingsverschijnselen bij opiaten,
kunnen optreden (zie rubriek 4.8).

In ťťn studie bleek het gebruik van tramadolhydrochloride gedurende algemene anesthesie met
enfluraan en stikstofoxide intraoperatieve herinneringen te bevorderen. Tot verdere informatie
beschikbaar is, moet het gebruik van tramadol gedurende lichte anesthesie vermeden worden.

De kleurstof zonnegeel E110 kan allergische reacties veroorzaken.
Dit geneesmiddel bevat 7,8 mmol (of 179,4 mg) natrium per dosis. Voorzichtigheid is geboden bij
patiŽnten met een gecontroleerd natriumdieet.


4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Gelijktijdig gebruik met de volgende middelen is gecontra-indiceerd:


Niet-selectieve
MAO-remmers

Risico op een serotonine syndroom: diarree, tachycardie, zweten, beven, verwardheid en zelfs
coma.


Selectieve
MAO-A-remmers

Op basis van extrapolatie van niet-selectieve MAO-remmers bestaat ook hierbij het risico op een
serotonine syndroom: diarree, tachycardie, zweten, beven, verwardheid en zelfs coma.


Selectieve
MAO-B-remmers

Symptomen van centrale excitatie vergelijkbaar met een serotonine syndroom: diarree,
tachycardie, zweten, beven, verwardheid en zelfs coma.

In geval van een recente behandeling met MAO-remmers moet 2 weken worden gewacht vůůr
aanvang van de behandeling met tramadolhydrochloride.

Gelijktijdig gebruik met de volgende middelen wordt niet aanbevolen:

∑ Alcohol
Alcohol versterkt het sedatieve effect van opioÔd-analgetica. De invloed op de waakzaamheid kan
gevaarlijk zijn bij het besturen van voertuigen en het bedienen van machines.
Vermijd het gebruik van alcoholische dranken en van geneesmiddelen met alcohol.

∑ Carbamazepine en andere enzyminductoren
Risico van verminderde werkzaamheid en kortere werkingsduur door lagere
tramadolplasmaconcentraties.

∑ OpioÔd-agonisten-antagonisten (buprenorfine, nalbufine, pentazocine)
Verminderd analgetisch effect door competitieve blokkering van de receptoren met kans op het
optreden van onthoudingsverschijnselen.


Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
4/11

Met gelijktijdig gebruik van de volgende middelen moet rekening worden gehouden:

∑ Er zijn incidentele gevallen van het serotonine syndroom gerapporteerd in tijdelijk verband met het
therapeutisch gebruik van tramadolhydrochloride in combinatie met andere serotonerge
geneesmiddelen zoals selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) en triptanen. Symptomen
van dit serotonine syndroom zijn bijvoorbeeld verwardheid, agitatie, koorts, zweten, ataxie,
hyperreflexie, myoclonus en diarree.

∑ Andere opioÔdderivaten (waaronder antitussiva en substitutiebehandelingen), benzodiazepinen en
barbituraten.
Verhoogd risico voor ademhalingsdepressie die fataal kan zijn in gevallen van overdosering.

∑ Andere middelen die het centraal zenuwstelsel onderdrukken, zoals andere opioÔdderivaten
(waaronder antitussiva en substitutiebehandelingen), barbituraten, benzodiazepinen, andere
anxiolytica, hypnotica, sedatieve antidepressiva, sedatieve antihistaminica, neuroleptica, centraal
werkende antihypertensieve middelen, thalidomide en baclofen.
Deze geneesmiddelen kunnen de onderdrukking van het centrale zenuwstelsel versterken. De
invloed op de waakzaamheid kan gevaarlijk zijn bij het besturen van voertuigen en het bedienen
van machines.

∑ Indien medisch noodzakelijk, moet de protrombinetijd periodiek worden gecontroleerd als Zaldiar
Bruis en warfarine-achtige stoffen gelijktijdig worden toegediend. Dit gelet op meldingen van een
verhoogde INR.

∑ Andere geneesmiddelen waarvan bekend is dat deze het CYP3A4 remmen, zoals ketoconazol en
erytromycine, kunnen mogelijk het metabolisme van tramadol (N-demethylering) en waarschijnlijk
ook het metabolisme van de actieve O-gedemethyleerde metaboliet remmen. De klinische
relevantie van deze interactie is niet onderzocht.

∑ Geneesmiddelen die de aanvalsdrempel verlagen, zoals bupropion, serotonine-
heropnameremmende antidepressiva, tricyclische antidepressiva en neuroleptica.
Gelijktijdig gebruik van tramadolhydrochloride met deze geneesmiddelen kan het risico op
convulsies verhogen. Metoclopramide of domperidone kan de absorptie van paracetamol
versnellen; colestyramine kan de absorptie van paracetamol verminderen.

∑ In een beperkt aantal studies was te zien dat pre- of post-operatieve toediening van de anti-
emetisch 5-HT3 antagonist ondansetron de behoefte aan tramadolhydrochloride verhoogde in
patiŽnten met post-operatieve pijn.


4.6 Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap
Zaldiar Bruis is een vaste combinatie van werkzame stoffen waaronder tramadolhydrochloride en dient
daarom niet te worden gebruikt tijdens de zwangerschap.

* Gegevens in verband met paracetamol
Epidemiologische studies bij zwangerschap tonen geen schadelijke effecten aan bij gebruik van
paracetamol in de aanbevolen doseringen.

* Gegevens in verband met tramadolhydrochloride
Tramadolhydrochloride dient niet te worden gebruikt tijdens de zwangerschap omdat er onvoldoende
gegevens beschikbaar zijn om de veiligheid van tramadol bij zwangere vrouwen te beoordelen.
Tramadolhydrochloride toegediend vůůr of tijdens de bevalling heeft geen invloed op de contractiliteit
van de uterus. Bij neonaten kan het veranderingen in de ademhalingsfrequentie veroorzaken die
doorgaans niet klinisch relevant zijn. Langdurig gebruik tijdens de zwangerschap kan leiden tot
onthoudingsverschijnselen in de pasgeborene na de bevalling, als een gevolg van gewenning.


Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
5/11

Borstvoeding
Zaldiar Bruis is een vaste combinatie van werkzame stoffen waaronder tramadolhydrochloride en mag
daarom niet worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding geven.

* Gegevens in verband met paracetamol
Paracetamol wordt uitgescheiden in de moedermelk, maar niet in klinisch significante hoeveelheden.
Op basis van beschikbare publicaties is borstvoeding niet gecontra-indiceerd bij vrouwen die
geneesmiddelen gebruiken die alleen paracetamol bevatten.

* Gegevens in verband met tramadolhydrochloride
Tramadol en zijn metabolieten worden in kleine hoeveelheden teruggevonden in moedermelk. Een
kind zou 0,1% van de dosis die aan de moeder gegeven wordt binnen kunnen krijgen.
Tramadolhydrochloride mag niet worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding geven.


4.7 BeÔnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen
Tramadolhydrochloride kan slaperigheid en duizeligheid veroorzaken, hetgeen versterkt kan worden
door het gebruik van alcohol en andere middelen die het centraal zenuwstelsel kunnen onderdrukken.
Indien dit het geval is, mag de patiŽnt geen voertuig besturen of machines bedienen.


4.8 Bijwerkingen

De meest frequent gerapporteerde bijwerkingen in klinische studies met de combinatie
paracetamol/tramadolhydrochloride die bij meer dan 10% van de patiŽnten in klinische studies werden
waargenomen waren misselijkheid, duizeligheid en slaperigheid.

Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

Psychische stoornissen:
∑ Vaak ( 1/100, < 1/10): verwardheid, stemmingswisselingen, angst, nervositeit, euforie,
slaapstoornissen.
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): depressie, hallucinaties, nachtmerries, amnesie.
∑ Zelden
( 1/10.000, < 1/1.000): geneesmiddelafhankelijkheid.

Post-marketing surveillance
Zeer zelden (< 1/10.000): misbruik.

Zenuwstelselaandoeningen:
∑ Zeer
vaak
( 1/10): duizeligheid, slaperigheid.
∑ Vaak
( 1/100, < 1/10): hoofdpijn, beven.
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): onvrijwillige spiercontracties, paresthesie.
∑ Zelden
( 1/10.000, < 1/1.000): convulsies, ataxie.

Oogaandoeningen:
∑ Zelden
( 1/10.000, < 1/1.000): wazig zien.

Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen:
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): tinnitus.

Hartaandoeningen:
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): aritmie, tachycardie, hartkloppingen.

Bloedvataandoeningen:

∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): hypertensie, opvliegers.

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen:
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): dyspnoe.


Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
6/11

Maagdarmstelselaandoeningen:
∑ Zeer
vaak
( 1/10): misselijkheid.
∑ Vaak ( 1/100, < 1/10): braken, constipatie, droge mond, diarree, abdominale pijn, dyspepsie,
flatulentie.
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): dysfagie, melaena.

Huid- en onderhuidaandoeningen:
∑ Vaak
( 1/100, < 1/10): zweten, pruritus.
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): huidreacties (bijv. huiduitslag, urticaria).

Nier- en urinewegaandoeningen:
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): mictiestoornissen (dysurie en urineretentie), albuminurie.

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): rillingen, thoracale pijn

Onderzoeken:
∑ Soms
( 1/1.000, < 1/100): verhoogde transaminases

Hoewel niet waargenomen in klinische studies, kan het optreden van de volgende bijwerkingen
waarvan bekend is dat zij verband houden met de toediening van tramadolhydrochloride of
paracetamol, niet worden uitgesloten:

Tramadolhydrochloride
∑ Orthostatische hypotensie, bradycardie, collaps.
∑ Uit post-marketinggegevens van tramadol zijn zeldzame veranderingen van het warfarine-effect
naar voren gekomen, waaronder stijging van de protrombinetijd.
∑ Zeldzame
gevallen
( 1/10.000, < 1/1.000): allergische reacties met ademhalingssymptomen (bijv.
dyspnoe, bronchospasmen, piepende ademhaling, angioneurotisch oedeem) en anafylaxie.
∑ Zeldzame gevallen ( 1/10.000, < 1/1.000): veranderingen in de eetlust, motorische zwakte en
ademhalingsdepressie.
∑ Na toediening van tramadolhydrochloride kunnen psychische bijwerkingen optreden die individueel
kunnen variŽren in intensiteit en aard (afhankelijk van persoonlijkheid en duur van de medicatie),
waaronder stemmingswisselingen (meestal opgetogenheid, incidenteel dysforie), veranderingen in
de activiteit (meestal vermindering, incidenteel toename) en veranderingen in de cognitieve en
sensorische vermogens (bijv. beslisgedrag, perceptiestoornissen).
∑ Verslechtering van astma is gerapporteerd ofschoon een causaal verband niet kon worden
vastgesteld.
∑ Symptomen
van
onthoudingsreacties,
vergelijkbaar
met de onthoudingsverschijnselen bij opiaten,
kunnen optreden: agitatie, angst, nervositeit, slapeloosheid, hyperkinesie, tremor en gastro-
intestinale verschijnselen. Andere symptomen, welke zeer zelden zijn waargenomen wanneer
tramadolhydrochloride abrupt gestopt wordt, omvatten: paniekaanvallen, ernstige angst,
hallucinaties, paresthesie, tinnitus en ongebruikelijke symptomen van het centrale zenuwstelsel.

Paracetamol
∑ Bijwerkingen van paracetamol zijn zeldzaam, maar overgevoeligheid - waaronder huiduitslag - kan
optreden. Er zijn meldingen geweest van bloeddyscrasie waaronder trombocytopenie en
agranulocytose, maar deze staan niet noodzakelijkerwijs in causaal verband met paracetamol.
∑ Er zijn verschillende meldingen die suggereren dat paracetamol hypoprotrombinemie kan
veroorzaken wanneer het wordt toegediend met warfarine-achtige stoffen. In andere studies
veranderde de protrombinetijd echter niet.

4.9 Overdosering
Zaldiar Bruis is een vaste combinatie van werkzame stoffen. De symptomen bij overdosering kunnen
de verschijnselen en symptomen van toxiciteit van tramadolhydrochloride, van paracetamol of van
deze beide actieve bestanddelen omvatten.


Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
7/11

Symptomen van overdosering met tramadolhydrochloride
In principe zijn de symptomen die men kan verwachten bij intoxicatie met tramadolhydrochloride gelijk
aan die van andere centraal werkende analgetica (opioÔden). Dit zijn voornamelijk miosis, braken,
cardiovasculaire collaps, bewustzijnsstoornissen tot zelfs coma, convulsies en ademhalingsdepressie
die tot ademhalingsstilstand kan leiden.

Symptomen van overdosering met paracetamol
Een overdosering is vooral bijzonder ernstig bij jonge kinderen. Symptomen van
paracetamoloverdosering in de eerste 24 uur zijn: bleekheid, misselijkheid, braken, anorexie en
abdominale pijn. Leverbeschadiging kan 12 tot 48 uur na inname duidelijk worden. Abnormaliteiten in
het glucosemetabolisme en metabole acidose kunnen optreden. Bij ernstige vergiftiging kan leverfalen
leiden tot encefalopathie, coma en dood. Acuut nierfalen met acute tubulaire necrose kan zich
ontwikkelen, zelfs in afwezigheid van ernstige leverbeschadiging. HartaritmieŽn en pancreatitis zijn
eveneens gemeld.

Leverbeschadiging is mogelijk bij volwassenen die 7,5≠10 g paracetamol of meer hebben ingenomen.
Men gaat ervan uit dat excessieve hoeveelheden van een toxische metaboliet (gewoonlijk voldoende
gedetoxificeerd door glutathion wanneer normale doses paracetamol worden ingenomen) irreversibel
aan het leverweefsel worden gebonden.

Spoedbehandeling:
- Onmiddellijk overbrengen naar een gespecialiseerde afdeling van een ziekenhuis.
- Ondersteun de ademhaling en de circulatie.
- Voorafgaand aan de behandeling moet zo snel mogelijk na de overdosering een bloedmonster
worden afgenomen om de plasmaconcentratie van paracetamol en tramadol te bepalen en
leverfuncties te testen.
- Voer leverfunctietesten zo snel mogelijk na de overdosering uit en herhaal deze elke 24 uur. Een
toename in de leverenzymen (ASAT, ALAT) wordt doorgaans waargenomen. Deze leverenzymen
normaliseren zich weer na 1 tot 2 weken..
- De maag ledigen door braken op te wekken door stimulatie (als de patiŽnt bij bewustzijn is) of door
maagspoeling.
- Ondersteunende maatregelen zoals het vrijhouden van de luchtwegen en het onderhouden van de
cardiovasculaire functie moeten worden ingesteld; naloxon kan worden gebruikt om de
ademhalingsdepressie tegen te gaan; stuipen kunnen onder controle worden gebracht met
diazepam.
- Tramadolhydrochloride wordt door hemodialyse of hemofiltratie slechts minimaal uit het serum
geŽlimineerd. Daarom is de behandeling van acute intoxicaties met Zaldiar Bruis door uitsluitend
hemodialyse of hemofiltratie niet geschikt als detoxificatie.

Onmiddellijke behandeling is essentieel bij een overdosering met paracetamol. Ondanks afwezigheid
van belangrijke vroege symptomen, moeten patiŽnten met spoed worden doorgestuurd naar een
ziekenhuis voor onmiddellijke medische zorg. Iedere volwassene of adolescent die ongeveer 7,5 g of
meer paracetamol heeft ingenomen in de 4 voorafgaande uren of ieder kind dat 150 mg/kg
paracetamol of meer heeft ingenomen in de 4 voorafgaande uren, moet een maagspoeling ondergaan.
De paracetamolconcentraties in het bloed moeten meer dan 4 uur na de overdosering worden
gemeten teneinde het risico van het ontwikkelen van leverbeschadiging te kunnen beoordelen (via het
paracetamol overdoseringsnomogram). Orale toediening van methionine of intraveneuze toediening
van N-acetylcysteÔne (NAC) - dat een gunstig effect kan hebben tot ten minste 48 uur na de
overdosering - kan vereist zijn. De toediening van intraveneus NAC geeft het beste resultaat wanneer
dit binnen 8 uur na inname van de overdosis wordt gestart. Desondanks moet NAC ook nog worden
toegediend als de tijd van aanmelding meer dan 8 uur na de overdosering is en deze toediening dient
gedurende de gehele behandeling te worden voortgezet. NAC-behandeling moet onmiddellijk worden
opgestart wanneer een zware overdosis wordt vermoed. Algemeen ondersteunende maatregelen
moeten ter beschikking zijn.

Ongeacht de gemelde ingenomen hoeveelheid paracetamol, moet het antidotum van paracetamol,
NAC, zo snel mogelijk oraal of intraveneus, indien mogelijk binnen 8 uur na de overdosering, worden
toegediend.



Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
8/11

5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische groep: andere opioÔden; Tramadol, combinatieproducten.
ATC-code: N02A X 52

ANALGETICA
Tramadol is een opioÔdanalgeticum dat op het centraal zenuwstelsel werkt. Tramadol is een zuivere
niet-selectieve agonist van de Ķ-, - en -opioÔdreceptoren met een hogere affiniteit voor de Ķ-
receptoren. Andere mechanismen die bijdragen tot het analgetische effect, zijn remming van de
neuronale heropname van noradrenaline en bevordering van serotonineafgifte. Tramadol heeft een
antitussief effect. In tegenstelling tot morfine heeft tramadol in een brede range van analgetische
doses geen onderdrukkende werking op de ademhaling. Ook de gastro-intestinale motiliteit wordt niet
beÔnvloed. De cardiovasculaire effecten zijn doorgaans gering. De potentie van tramadol wordt op ťťn
tiende tot ťťn zesde van die van morfine geraamd.
Het precieze werkingsmechanisme van de analgetische eigenschappen van paracetamol is niet
bekend en berust mogelijk op centrale en perifere effecten.

Zaldiar Bruis is gepositioneerd als een stap II analgeticum volgens de WHO pijnladder en moet als
zodanig worden gebruikt door de arts.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Tramadolhydrochloride wordt toegediend als racemisch mengsel en de (-) en de (+) vormen van
tramadol alsmede zijn metaboliet M1, zijn in het bloed aantoonbaar. Hoewel tramadol na toediening
snel geabsorbeerd wordt, verloopt de absorptie langzamer (en is de halfwaardetijd langer) dan die van
paracetamol.

Na ťťn enkele orale toediening van een tramadolhydrochloride/paracetamol (37,5 mg /325 mg)
bruistablet worden maximale plasmaconcentraties van 94,1 ng/ml voor racemisch tramadol en 4,0
g/ml voor paracetamol bereikt na respectievelijk 1,1 uur (racemisch tramadol) en 0,5 uur
(paracetamol). De gemiddelde eliminatiehalfwaardetijden (t1/2) zijn 5,7 uur voor racemisch tramadol en
2,8 uur voor paracetamol.

Tijdens farmacokinetische studies met enkelvoudige en herhaalde orale toediening van Zaldiar Bruis
aan gezonde vrijwil igers werd geen klinisch significante verandering waargenomen in de
farmacokinetische parameters van elk van de actieve bestanddelen ten opzichte van de parameters bij
gebruik van de actieve bestanddelen afzonderlijk.

Absorptie
Racemisch tramadol wordt na orale toediening snel en vrijwel geheel geabsorbeerd. De gemiddelde
absolute biologische beschikbaarheid van ťťn enkele dosis van 100 mg is ongeveer 75%. Na
herhaalde toediening is de biologische beschikbaarheid groter en wordt ongeveer 90%.
Na orale toediening van Zaldiar Bruis wordt paracetamol snel en vrijwel volledig geabsorbeerd,
hoofdzakelijk in de dunne darm. Maximale plasmaconcentraties van paracetamol worden na ťťn uur
bereikt en worden niet veranderd door een gelijktijdige toediening van tramadolhydrochloride.

De orale toediening van Zaldiar Bruis met voedsel heeft geen significant effect op de maximale plasma
concentratie of de absorptiegraad, noch van tramadol, noch van paracetamol, zodat Zaldiar Bruis
onafhankelijk van de maaltijden mag worden ingenomen.

Distributie
Tramadol heeft een hoge weefselaffiniteit (Vd,Ŗ= 203 + 40 l). Het heeft een plasma-eiwitbinding van
ongeveer 20%.

Paracetamol blijkt breed verspreid te worden over de meeste lichaamsweefsels behalve het vet. Het
schijnbaar verdelingsvolume is ongeveer 0,9 l/kg. Een relatief klein deel (~20%) van paracetamol is
gebonden aan de plasma-eiwitten.


Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
9/11

Metabolisme
Na orale toediening wordt tramadol uitgebreid gemetaboliseerd. Ongeveer 30% van de dosis wordt in
onveranderde vorm in de urine uitgescheiden terwijl 60% van de dosis als metabolieten wordt
uitgescheiden.

Tramadol wordt via O-demethylering (gekatalyseerd door het enzym CYP2D6) gemetaboliseerd tot de
metaboliet M1, en door N-demethylering (gekatalyseerd door het enzym CYP3A) tot metaboliet M2.
M1 wordt verder gemetaboliseerd door N-demethylering en door conjugatie met glucuronzuur. De
plasma-eliminatiehalfwaardetijd van M1 is 7 uur. De metaboliet M1 heeft analgetische eigenschappen
en is krachtiger dan het oorspronkelijke product. De plasmaconcentraties van M1 zijn verscheidene
malen lager dan die van tramadol en de bijdrage aan het klinische effect verandert waarschijnlijk niet
bij meervoudige dosering.

Paracetamol wordt voornamelijk in de lever gemetaboliseerd via twee belangrijke wegen:
glucuronidatie en sulfatie. Deze laatste weg kan bij doses boven de therapeutische doses snel
verzadigd raken. Een kleine fractie (<4%) wordt door het cytochroom P450 gemetaboliseerd tot een
actief intermediair product (het N-acetyl benzoquinon-imine) dat onder normale
gebruiksomstandigheden snel gedetoxificeerd wordt door gereduceerd glutathion en dat na binding
met cysteÔne en mercapturinezuur in de urine wordt uitgescheiden. Bij ruime overdosering neemt de
hoeveelheid van die metaboliet echter toe.

Eliminatie
Tramadol en zijn metabolieten worden voornamelijk door de nieren geŽlimineerd. De halfwaardetijd
van paracetamol bedraagt bij volwassenen ongeveer 2 tot 3 uur en is korter bij kinderen en iets langer
bij pasgeborenen en patiŽnten met cirrose. Paracetamol wordt voornamelijk geŽlimineerd door de
dosisafhankelijke vorming van glucuron- en sulfonconjugaatderivaten. Minder dan 9% van de
paracetamol wordt onveranderd in de urine uitgescheiden. Bij nierinsufficiŽntie is de halfwaardetijd van
beide bestanddelen verlengd.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Er zijn geen preklinische studies uitgevoerd met de vaste combinatie (tramadolhydrochloride en
paracetamol) met het doel om carcinogene of mutagene effecten of effecten op de vruchtbaarheid te
beoordelen.
Bij nakomelingen van ratten die oraal waren behandeld met de combinatie
tramadolhydrochloride/paracetamol zijn geen teratogene effecten waargenomen die aan het
geneesmiddel kunnen worden toegeschreven.

De combinatie tramadolhydrochloride /paracetamol bleek embryotoxisch en foetotoxisch te zijn bij
ratten bij een dosis die toxisch was voor het moederdier (50/434 mg/kg
tramadolhydrochloride/paracetamol), d.w.z. 8,3 maal de maximale therapeutische dosis bij de mens.
Bij deze dosis werden geen teratogene effecten waargenomen. De toxiciteit voor het embryo en de
foetus leidde tot een verminderd foetaal gewicht en een verhoogd aantal boventallige ribben. Lagere
doses, die minder toxisch zijn voor het moederdier (10/87 en 25/217 mg/kg
tramadolhydrochloride/paracetamol), hadden geen toxische effecten bij het embryo of de foetus.

De resultaten van standaard-mutageniteitstesten wezen niet op een potentieel genotoxisch risico van
tramadolhydrochloride bij de mens.

De resultaten van het carcinogeniteitsonderzoek wezen niet op een potentieel risico van
tramadolhydrochloride bij de mens.

Dierstudies met tramadolhydrochloride lieten - bij zeer hoge doses - effecten op de
orgaanontwikkeling, ossificatie en neonatale mortaliteitzien, geassocieerd met toxiciteit voor het
moederdier. Er zijn geen effecten op de vruchtbaarheid, de reproductie en de ontwikkeling van de
nakomelingen. Tramadol passeert de placenta. Er is geen effect op de vruchtbaarheid waargenomen
na orale toediening van tramadolhydrochloride tot doses van 50 mg/kg aan mannelijke ratten en 75
mg/kg aan vrouwelijke ratten.

Uitgebreid onderzoek heeft geen aanwijzingen gegeven dat therapeutische (dat wil zeggen niet-
toxische) doses van paracetamol een relevant genotoxisch risico opleveren.

Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
10/11


Lange termijnstudies bij ratten en muizen gaven geen bewijs voor relevante tumor verwekkende
effecten bij niet-hepatotoxische doses van paracetamol.

Dierstudies en uitgebreide ervaring bij patiŽnten hebben tot op heden geen bewijs voor
reproductietoxiciteit gegeven.


6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Mononatriumcitraat (watervrij)
Citroenzuur (watervrij)
Povidone K30
Natriumwaterstofcarbonaat
Macrogol 6000
ColloÔdaal watervrij silica
Magnesiumstearaat
Sinaasappel smaakstof (maltodextrine (maÔs), gemodificeerd zetmeel (E1450), natuurlijke en
kunstmatige smaakstoffen)
Acesulfaamkalium
Saccharinenatrium
Zonnegeel (E110).

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid
Verpakt in gecoate aluminium strips:
24 maanden

Verpakt in polypropeen tablettencontainers:
24 maanden

Na eerste opening:
Tablettencontainer (polypropyleen): 1 jaar

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Strip (aluminium): Bewaren beneden 25į C.

Tablettencontainer (polypropyleen): Bewaren beneden 30į C.
Na eerste opening: Houd de container goed gesloten ter bescherming tegen vocht.
Bewaren beneden 30į C.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Kinderveilige strips van thermo-geseald aluminiumfolie, aan de buitenzijde gecoat met polyethyleen
terephthalaat, aan de binnenzijde gecoat met polyethyleen.
Polypropyleen tablettencontainers met droogmiddel (moleculaire zeef) en kinderveilige polypropyleen
sluiting.

Verpakkingsgrootten van 2, 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90 en 100 bruistabletten verpakt in gecoate
aluminium strips
of 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90 en 100 bruistabletten verpakt in polypropyleen tablettencontainers.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.


Zaldiar Bruis

RVG 101592

Module 1.3.1 SPC
Pagina:
11/11


7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
GrŁnenthal B.V.
Kosterijland 70-78
3981 AJ Bunnik


8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 101592


9. DATUM VAN EERSTE VERLENING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
17 februari 2009


10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke herziening: betreft rubriek 6.3 19 maart 2010






« Vorige
[Zafen 400 Tablet, filmomhulde tabletten 400 mg]
Volgende »
[Zaldiar Bruis 37,5 mg/325 mg, bruistabletten]