Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Zantac 75 Bruis, bruistabletten 75 mg

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 24636
Registratiehouder: GlaxoSmithKline


SmPC 
Zantac 75 Bruis 
Mei 2010 
Pagina 1/6 RVG 
24636 
 
NL 
 
 
 
 
 
SAMENVATTING VAN DE KENMERKEN VAN HET PRODUCT 
 
ZANTAC 75 BRUIS, BRUISTABLETTEN 75 MG 
 
 
1.   

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
 
ZANTAC 75 Bruis, bruistabletten 75 mg. 
 
 
2.   
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
Elke tablet bevat als actieve stof ranitidinehydrochloride, overeenkomend met 75 mg ranitidine
 
Voor hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
 
3.   
FARMACEUTISCHE VORM 
 
Zantac 75 Bruis: 
bruistabletten 
 
Wit tot lichtgele, ronde, platte tablet met schuine rand, aan een zijde de inscriptie ‘GX EK1’. 
 
 
4.   
KLINISCHE GEGEVENS 
 
4.1    Therapeutische indicaties 
 
Symptomatische behandeling van zuurbranden of zure oprispingen ten gevolge van hyperaciditeit. 
 
4.2   Dosering en wijze van toediening 
 
Volwassenen:  
Vóór inname één Zantac 75 bruistablet laten oplossen in een glas met minimaal 75 ml water. De tablet 
moet volledig zijn opgelost alvorens te worden ingenomen, eventueel het glas zachtjes ronddraaien. De 
bruistablet dient te worden ingenomen als de symptomen zich voordoen, overdag of ‘s nachts. De 
meeste patiënten hebben voldoende aan 1 of 2 tabletten per 24 uur. In 24 uur mogen maximaal 4 
tabletten worden ingenomen. 
 
Het is niet noodzakelijk de tabletten in te nemen bij de maaltijden. 
 
Indien de klachten na 14 dagen blijven aanhouden, niet zijn verbeterd of zelfs zijn verslechterd, wordt 
geadviseerd een arts of apotheker te raadplegen.  
 
Verminderde nierfunctie: 
Bij patiënten met significante nierinsufficiëntie (creatinineklaring< 50 ml/min) kan accumulatie van 
ranitidine optreden. Dit heeft een stijging van de plasmaconcentratie tot gevolg. Het wordt aanbevolen 
dat de patiënt in overleg met zijn arts (zie rubriek 4.4) niet meer dan 2 tabletten per 24 uur inneemt. 
 
Kinderen: Het gebruik van Zantac tabletten bij kinderen jonger dan 16 jaar wordt niet aanbevolen. 
 
4.3   Contra-indicaties 

SmPC 
Zantac 75 Bruis 
Mei 2010 
Pagina 2/6 RVG 
24636 
 
NL 
 
 
 
 
 
Bekende overgevoeligheid voor ranitidine of één van de andere bestanddelen van Zantac 75 Bruis. 
Zwangere vrouwen met een fenylketonurie moeten geen Zantac 75 Bruis gebruiken omdat deze 
formulering aspartaam bevat. 
 
4.4   Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
 
Behandeling met een histamine H2-receptorantagonist kan symptomen die gepaard gaan met een 
maagcarcinoom maskeren en kan hierdoor de diagnose vertragen. 
 
Omdat ranitidine renaal wordt uitgescheiden stijgen de plasmaspiegels bij patiënten met ernstige 
nierinsufficiëntie (creatinineklaring <10 ml/min). Daarom is Zantac 75 niet geschikt voor deze 
patiënten. 
 
Zantac 75 bruistabletten bevatten 15 mg aspartaam per bruistablet, overeenkomend met 8,4 mg 
fenylalanine. Daarom moet zorg worden betracht bij gebruik door patiënten met een 
hyperfenylalaninemie of met fenylketonurie. Bij deze patiënten moet de hoeveelheid fenylalanine die 
door aspartaam in dit product wordt geleverd, worden doorberekend in het voedingsvoorschrift. 
 
Zeer incidentele meldingen duiden er op, dat ranitidine acute aanvallen van porfyrie kan uitlokken. 
Daarom moet ranitidine niet worden gegeven aan patiënten met een historie van acute porfyrie. 
 
Zantac 75 bruistabletten bevatten 164,1 mg natrium per tablet. Zorg moet worden betracht bij de 
behandeling van patiënten voor wie een restrictie in de natrium inname van toepassing is.  
 
De volgende patiënten worden geadviseerd eerst hun arts te raadplegen voordat ze Zantac 75 Bruis gaan 
gebruiken: 
•  patiënten met significante nier- en/of lever insufficiëntie; 
•  patiënten, die onder regelmatige medische controle staan; 
•  patiënten, die medicijnen gebruiken die zijn voorgeschreven door een arts; 
•  patiënten van middelbare leeftijd of ouder, die voor het eerst of sterk veranderde dyspeptische 
klachten hebben; 
•  patiënten met dyspeptische klachten, die tevens vanzelf gewicht verliezen; 
•  patiënten met een neiging tot hyperfenylalaninemie of met fenylketonurie 
•  patiënten, die een risico dragen voor het ontwikkelen van ulcera of patiënten die al eerder een ulcus 
pepticum hebben gehad (bijv. patiënten die NSAID’s gebruiken).  
 
4.5    Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Ranitidine, in plasmaspiegels zoals die optreden na gebruik van de standaard aanbevolen doseringen, 
remt het lever cytochroom-P450-oxygenase systeem niet. Daarom versterkt ranitidine in de gebruikelijke 
therapeutische doseringen de werking van geneesmiddelen, die door dit enzymsysteem worden 
geïnactiveerd niet. Hieronder vallen: diazepam, lidocaïne, phenytoïne, propranolol, theofylline en 
warfarine. 
 
Als hoge doses (2 gram) sucralfaat tegelijkertijd met ranitidine worden toegediend, kan de absorptie van 
ranitidine verminderd zijn. Dit effect treedt niet op als beide geneesmiddelen 2 uur na elkaar worden 
ingenomen. 
 
Gelijktijdige behandeling met ranitidine kan effect hebben op de absorptie van ketoconazol of andere 
geneesmiddelen waarvan de absorptie pH afhankelijk is. Hierdoor kan monitoren en dosis aanpassing 
noodzakelijk zijn.  

SmPC 
Zantac 75 Bruis 
Mei 2010 
Pagina 3/6 RVG 
24636 
 
NL 
 
 
 
 
 
4.6    Zwangerschap en borstvoeding 
 
Ranitidine passeert de placenta en wordt in de moedermelk uitgescheiden. De beperkte hoeveelheid 
gegevens die beschikbaar zijn over zwangere patiënten (>1000) wijzen niet op malformatie noch 
foetale/ neonatale toxiciteit.  
Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding 
geven.  
 
4.7    Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen 
 
Over de invloed van Zantac op de rijvaardigheid bestaan onvoldoende gegevens.  
 
4.8   Bijwerkingen 
 
 De volgende conventie is gebruikt voor de classificatie van bijwerkingen: zeer vaak (>1/10), vaak 
(>1/100, < 1/10), soms (>1/1.000, < 1/100), zelden (>1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (<1/10.000). 
 
De frequentie van het vóórkomen van bijwerkingen is bepaald aan de hand van spontane meldingen van 
post-marketing data. 
 
Bloed- en lymfestelselaandoeningen: 
Zeer zelden: veranderingen in het bloedbeeld (leukopenie, trombocytopenie). Dit is gewoonlijk 
reversibel. Agranulocytose en pancytopenie, soms gepaard gaande met beenmerghypoplasie of -aplasie. 
 
 
Immuunsysteemaandoeningen: 
Zelden: overgevoeligheidsreacties (urticaria, angioneurotisch oedeem, koorts, bronchospasmen, 
hypotensie en pijn op de borst). 
Zeer zelden: anafylactische shock. 
Deze reacties werden waargenomen na een enkele dosis. 
 
Psychische stoornissen: 
Zeer zelden: reversibele geestelijke verwardheid, depressie en hallucinaties. Deze bijwerkingen zijn 
voornamelijk gemeld bij ernstig zieke en oudere patiënten. 
 
Zenuwstelselaandoeningen: 
Zeer zelden: hoofdpijn (soms ernstig), duizeligheid en reversibele onwillekeurige 
bewegingsstoornissen. 
 
Oogaandoeningen: 
Zeer zelden: wazig zien (reversibel). 
Er zijn meldingen gemaakt van verschijnselen van wazig zien die suggestief zijn voor 
accomodatieveranderingen. 
 
Hartaandoeningen: 
Zeer zelden: bradycardie en AV-block. 
 
Bloedvataandoeningen: 
Zeer zelden: vasculitis. 
 
Maagdarmstelselaandoeningen: 
Zeer zelden: acute pancreatitis, diarree. 

SmPC 
Zantac 75 Bruis 
Mei 2010 
Pagina 4/6 RVG 
24636 
 
NL 
 
 
 
 
 
Lever- en galaandoeningen: 
Zelden: tijdelijke en reversibele veranderingen in leverfunctie-tests. 
Zeer zelden: gewoonlijk reversibele hepatitis (hepatocellulair, cholestatisch of gemengd) met of zonder 
geelzucht. 
 
Huid- en onderhuidaandoeningen: 
Zelden: huiduitslag, pruritis. 
Zeer zelden: erythema multiforme, alopecia. 
 
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: 
Zeer zelden: musculoskeletale symptomen zoals arthralgie en myalgie. 
 
Nier- en urinewegaandoeningen: 
Zeer zelden: acute interstitiële nefritis. 
 
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen: 
Zeer zelden: reversibele impotentie, gynaecomastie bij mannen. 
 
 
4.9   Overdosering 
 
Er is beperkte ervaring met overdosering. Gerapporteerde acute ingestie tot 18 g oraal is geassocieerd 
met tijdelijke bijwerkingen gelijkend aan degene waargenomen bij normale klinische blootstelling. 
Bovendien zijn het braken, prikkelbaarheid en slapeloosheid gemeld bij kinderen en slaperigheid en 
misselijkheid bij volwassenen. 
In geval van overdosering wordt een symptomatische en ondersteunende behandeling aanbevolen.  
 
5.   
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN 
 
5.1 
Farmacodynamische eigenschappen 
 
ATC-code: A02B A02 (H2-receptor antagonist)
 
 
Ranitidine is een specifieke snelwerkende histamine H2-receptor antagonist die zowel de basale als de 
gestimuleerde maagzuursecretie remt. Ranitidine vermindert zowel het volume van de maagsecretie als 
de waterstofion- en pepsineconcentratie. Ranitidine heeft een langdurig effect. Eén dosering van 75 mg 
geeft tot 12 uur een effectieve remming van de maagzuursecretie. Uit klinische studies blijkt, dat Zantac 
75 verlichting van de klachten geeft gedurende maximaal 12 uur. 
 
5.2   Farmacokinetische eigenschappen 
 
De biologische beschikbaarheid van ranitidine na orale toediening is ca. 50%. Gemiddelde piek 
plasmaconcentraties vallen in de range van 329 - 110  ng/ml (gemiddelde ± SD) en worden 2 tot 3 uur 
na orale toediening van een 75 mg dosis bereikt. Plasmaconcentraties van ranitidine zijn proportioneel 
met de gebruikte dosis tot doses van 300 mg. 
 
Ranitidine wordt niet in grote hoeveelheden gemetaboliseerd. Eliminatie van het geneesmiddel vindt 
vooral plaats via tubulaire secretie. De eliminatie halfwaardetijd is 2 tot 3 uur. 
 
In studies waarin werd gekeken naar de excretiebalans na toediening van 150 mg 3H-ranitidine werd 
93% van een intraveneuze toediening uitgescheiden in de urine en 5% in de feces; na orale toediening 
werd 60-70% van de dosis uitgescheiden in de urine en 26% in de feces. Uit analyse van de 24-uurs 

SmPC 
Zantac 75 Bruis 
Mei 2010 
Pagina 5/6 RVG 
24636 
 
NL 
 
 
 
 
urine blijkt dat 70% van de intraveneuze dosis en 35% van de orale dosis onveranderd wordt 
uitgescheiden. Ranitidine wordt gelijk gemetaboliseerd na orale en intraveneuze toediening: ca. 6 % van 
de dosis wordt uitgescheiden in de urine als het N-oxide, 2% als het S-oxide, 2% als 
desmethylranitidine en 1-2% als het furaanzuur analoog.  
 
5.3    Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek 
 
Geen bijzonderheden. 
 
 
6.   
FARMACEUTISCHE GEGEVENS 
 
6.1    Lijst van hulpstoffen 
 
watervrij natriumcitraat 
natriumbicarbonaat 
aspartaam 
povidon K30 
natriumbenzoaat 
sinaasappelsmaakstof 'IFF no 6' (sinaasappelolie 20%, plantaardige gom, maltodextrine, sorbitol 80%) 
grapefruitsmaakstof 'IFF 18 C 222' (grapefruitolie 20%, Arabische gom, maltodextrine, sorbitol 80%) 
 
6.2    Gevallen van onverenigbaarheid 
 
Niet van toepassing. 
 
6.3    
Houdbaarheid 
 
2 jaar 
 
6.4    Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
 
Niet bewaren boven 30°C. 
 
6.5    Aard en inhoud van de verpakking 
 
Verpakking met 2, 6, 12 of 24 tabletten in doordrukstrip (Al/PE). 
 
6.6    Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen (en andere instructies) 
 
Geen bijzonderheden. 
 
 
7.  HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
GlaxoSmithKline Consumer Healthcare B.V. 
Huis ter Heideweg 62, 3705 LZ Zeist 
 
 
 
8.   
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
Zantac 75 Bruis is in het register ingeschreven onder RVG 24636. 

SmPC 
Zantac 75 Bruis 
Mei 2010 
Pagina 6/6 RVG 
24636 
 
NL 
 
 
 
 
 
 
9.   
DATUM VAN EERSTE VERGUNNING/ HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING  
 
Datum eerste vergunning; 21 maart 2000. 
Hernieuwing van de vergunning; 29 juni 2006. 
 
 
10. 
 DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 
 
Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 7: 6 oktober 2010. 
 





« Vorige

[Zantac 150, tabletten 150 mg]

Volgende »

[Zantac 75 Bruis, bruistabletten 75 mg]