Exmedica
 




Delen via:




Bestanden

    Home > Bestanden

Zomacton 10 mg/ml, poeder en oplosmiddel voor injectie in voorgevulde spuit

Download: IB-tekst PDF
Registratienummer: RVG 107110//102990
Registratiehouder: Medcor Pharmaceuticals


1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Zomacton 10 mg/ml, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in voorgevulde spuit.


2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Somatropine*









10 mg
(10 mg/ml na reconstitutie van 1 injectieflacon)
*Geproduceerd door middel van recombinant DNA-technologie in Escherichia Coli cellen.

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in voorgevulde spuit.

Zomacton is een wit tot gebroken wit gevriesdroogd poeder. Het oplosmiddel in de voorgevulde spuit is
helder en kleurloos.


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

Zomacton is bestemd voor:
-
de langetermijnbehandeling van kinderen met groeiachterstand als gevolg van onvoldoende
groeihormoonsecretie
-
de langetermijnbehandeling van groeiachterstand als gevolg van het syndroom van Turner,
bevestigd door middel van chromosoom-analyse.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Behandeling met Zomacton mag alleen plaatsvinden onder toezicht van een arts die bekend is met de
behandeling van patiënten met groeihormoon-deficiëntie.

De dosis en het doseringsschema dient per patiënt individueel te worden vastgesteld.

De duur van de behandeling, doorgaans een periode van enige jaren, is afhankelijk van het maximaal
bereikbare therapeutische effect.

De subcutane toediening van groeihormoon kan aanleiding geven tot een verlies of een toename van
vetweefsel ter hoogte van de injectieplaats. Daarom dienen de injectieplaatsen te alterneren.

Groeihormoondeficiëntie

In het algemeen wordt een dosis van 0,17 - 0,23 mg/kg lichaamsgewicht (ongeveer 4,9 mg/m2 ­
6,9 mg/m2 lichaamsoppervlak) per week aanbevolen, verdeeld over 6-7 subcutane toedieningen
(overeenkomend met een dagelijkse injectie van 0,02 - 0,03 mg/kg lichaamsgewicht, of 0,7 ­ 1,0 mg/m2
lichaamsoppervlak). De totale wekelijkse dosis van 0,27 mg/kg lichaamsgewicht of 8 mg/m2
lichaamsoppervlak, mag niet worden overschreden (overeenkomend met dagelijkse injecties tot ongeveer
0,04 mg/kg.

Syndroom van Turner

SPC 08119

In het algemeen wordt een dosis van 0,33 mg/kg lichaamsgewicht (of ongeveer 9,86 mg/m2
lichaamsoppervlak) per week aanbevolen, verdeeld over 6-7 subcutane toedieningen (overeenkomend
met een dagelijkse injectie van 0,05 mg/kg lichaamsgewicht of 1,40 ­ 1,63 mg/m2 lichaamsoppervlak).

Instructies voor bereiding, zie rubriek 6.6.

Toediening
De benodigde dosis Zomacton 10 mg/ml wordt toegediend via het naaldloze ZOMAJET VISION X
systeem of met een gewone spuit.

Specifieke instructies voor het gebruik van de ZOMAJET VISION X zijn in een aparte brochure
beschreven die meegeleverd wordt met het systeem.

4.3 Contra-indicaties

Zomacton moet niet worden gebruikt bij kinderen bij wie de epifysaire schijven reeds zijn gesloten.

Patiënten met een bewezen progressie van een onderliggende intracraniale laesie of andere actieve
neoplasma moeten niet met Zomacton behandeld worden, aangezien stimulatie van de tumorgroei niet
kan worden uitgesloten. Deze patiënten mogen pas met Zomacton worden behandeld als de tumor niet
meer actief is en de anti-tumortherapie is beëindigd.

Zwangerschap en borstvoeding (zie rubriek 4.6)

Overgevoeligheid voor somatropine of voor één van de hulpstoffen.

Patiënten met acute kritische aandoeningen, die leiden aan complicaties als gevolg van open-hart-
chirurgie, abdomen-chirurgie, meervoudige ongevals-trauma, acuut respiratoir falen, of vergelijkbare
aandoeningen dienen niet te worden behandeld met Zomacton (zie rubriek 4.4)

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Er zijn zeer zelden gevallen waargenomen van myositis wat veroorzaakt kan zijn door het als
conserveermiddel gebruikte metacresol. Indien myalgie optreedt of onevenredige pijn op de plaats van
injectie, dan moet myositis worden overwogen en ­indien dit is bevestigd- moet er een Zomacton-
formulering worden gebruikt die geen metacresol bevat.

Patiënten dienen gecontroleerd te worden op het optreden van glucose-intolerantie aangezien
groeihormoon een staat van insulineresistentie kan opwekken. Zomacton dient met voorzichtigheid te
worden toegepast bij patiënten met diabetes mellitus, of bij wie deze aandoening in de familie voorkomt.
Strikte controle op urine- en bloedglucose is in deze situaties noodzakelijk. Bij kinderen met diabetes kan
het noodzakelijk zijn tijdens de behandeling met Zomacton de insulinedosis te verhogen.

Patiënten met een groeihormoon-deficiëntie ten gevolge van een intracraniale laesie dienen regelmatig te
worden onderzocht op voortschrijden of terugkeren van het primaire ziekteproces. Bij progressie of
terugkeren van de aandoening moet de therapie met Zomacton worden gestopt.
Bij patiënten met een voorgeschiedenis van kwaadaardige aandoeningen, moet bijzondere aandacht
besteed worden aan tekenen en symptomen van terugkeer.

Zomacton is niet bestemd voor de langdurige behandeling van paediatrische patiënten die een
groeiachterstand hebben door een genetisch bevestigd Prader-Willi syndroom, tenzij ook de diagnose
groeihormoon-deficiëntie is gesteld. Er zijn meldingen bekend van slaap-apnoe en plotselinge dood
die geassocieerd worden met het gebruik van groeihormoon bij paediatrische patienten met Prader-
Willi syndroom waarbij ook een of meer van de volgende risicofactoren aanwezig waren: ernstige
obesitas, voorgeschiedenis van ademhalingsstoorrnissen of een ongeïdentificeerde respiratoire infectie.

SPC 08119

Scoliose kan bij ieder kind verergeren tijdens snelle groei. Gedurende de behandeling met somatropine
dienen tekenen van scoliose te worden gecontroleerd.

Bij niertransplantatie dient de behandeling met Zomacton te worden afgebroken.

Zeldzame gevallen van benigne intracraniale hypertensie werden beschreven. In het geval van ernstige
of terugkerende hoofdpijn, visuele problemen en misselijkheid/braken, wordt een funduscopisch
onderzoek voor papiloedeem aanbevolen. Indien papiloedeem bevestigd wordt, moet de dianose van
benigne intracraniale hypertensie worden overwogen en in voorkomend geval moet de behandeling met
groeihormoon gestaakt worden (zie rubriek 4.8 Bijwerkingen).

Tijdens behandeling met somatropine is een verbeterde omzetting van T4 naar T3 gevonden wat kan
resulteren in een verminderde serum T4- en een verhoogde serum T3 concentratie. In het algemeen
blijven de perifere schildklierhormoonspiegels binnen de normaalwaarden van gezonde personen. De
effecten van somatropine op de schildklier hormoonspiegels kan van klinisch belang zijn bij patiënten
met een centraal subklinisch hypothyreïodisme bij wie zich theoretisch gezien een hypothyreoïdie kan
ontwikkelen. Anderzijds, bij patienten met thyroxine substitutietherapie kan een milde hyperthyreiodie
optreden. Het wordt daarom in het bijzonder aanbevolen de schildklierfunctie te testen na start van de
behandeling met somatropine en na doseringswijzigingen.

Leukemie is gerapporteerd in een klein aantal groeihormoon deficiënte patiënten, zowel in met
groeihormoon behandelde, als in niet-behandelde patiënten. Gebaseerd op de klinische ervaring van meer
dan 10 jaar, is de incidentie van leukemie in met groeihormoon behandelde patiënten zonder
risicofactoren niet groter dan in de gewone bevolking.

Bij patiënten met endocriene afwijkingen wordt vaker een epifysiolyse van het caput ossis femoris
gezien. Een patiënt die met Zomacton behandeld wordt en mank gaat lopen, of klaagt over pijn in heupen
of knieën dient door een arts onderzocht te worden.

De effecten van behandeling met groeihormoon op herstel zijn bestudeerd in twee placebo-
gecontroleerde studies, waarin 522 kritisch zieke volwassen patiënten waren betrokken, die leden aan
complicaties als gevolg van open-hart-chirurgie, abdomen-chirurgie, meervoudige ongevals-trauma of
acuut respiratoir falen. De mortaliteit was hoger (42% vs 19%) bij patiënten die behandeld werden met
groeihormoon (doses van 5,3 tot 8 mg/dag) in vergelijking met patiënten die placebo kregen. Gebaseerd
op deze gegevens, dienen dergelijke patiënten niet te worden behandeld met groeihormoon. Omdat er
geen informatie beschikbaar is over de veiligheid van groeihormoon substitutietherapie in acuut-kritisch
zieke patiënten, moeten de voordelen van een voortgezette behandeling worden afgewogen tegen de
mogelijke risico's.

Bij alle patiënten die andere of vergelijkbare acute kritische aandoeningen ontwikkelen moet het
mogelijke voordeel van de behandeling met groeihormoon afgewogen worden tegen het mogelijke risico
ervan.

Voordat de registratie vergunning is verkregen is de lokale tolerantie na toediening van Zomacton
10mg/ml via het ZomaJet Vision X naaldloos systeem onderzocht in een 12-weken durende studie
waarbij alleen kinderen zijn meegenomen van Kaukasische afkomst.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Gelijktijdige behandeling met glucocorticosteroïden kan de groeibevorderende werking van Zomacton
tenietdoen. Daarom moet bij patiënten die tevens aan een tekort aan ACTH lijden de dosis
glucocorticosteroïden zorgvuldig worden bijgesteld om vermindering van het groeibevorderend effect
van Zomacton te voorkomen.

Hoge doses androgenen, oestrogenen of anabole steroïden kunnen een versnelde rijping van het bot
bewerkstelligen. Hierdoor kan de eindlengte worden verminderd.

SPC 08119

Aangezien somatropine een vorm van insulineresistentie kan opwekken, kan het noodzakelijk zijn om de
insulinedosis van diabetes-patiënten, die tevens met Zomacton behandeld worden, aan te passen.

Gegevens afkomstig van een interactiestudie uitgevoerd bij volwassenen met een
groeihormoondeficiëntie suggereren dat een behandeling met somatropine aanleiding kan geven tot een
stijging van de klaring van bestanddelen die gemetaboliseerd worden door de cytochroom P450 iso-
enzymen. De klaring van bestanddelen gemetaboliseerd door het cytochroom P450 3A4 (bijvoorbeeld
geslachtshormonen, corticosteroïden, anti-epileptica en cyclosporine) kan uitzonderlijk verhoogd zijn
resulterend in lagere plasmaconcentraties van deze bestanddelen. De klinische significantie ervan is niet
bekend.

4.6 Zwangerschap en borstvoeding

Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar van Zomacton over blootstelling tijdens zwangerschap.
Daarom is het risico bij de mens onbekend. Hoewel dierstudies geen aanwijzing geven voor een
potentieel risico van somatropine wanneer dit is toegediend tijdens zwangerschap, dient een behandeling
met Zomacton gestaakt te worden als zich een zwangerschap voordoet. Tijdens de zwangerschap zal de
somatropine van de moeder grotendeels worden vervangen door de somatropine van de placenta.
Het is onbekend of somatropine in de moedermelk wordt uitgescheiden. Echter, het is onwaarschijnlijk
dat een intact eiwit vanuit het maagdarmstelsel van de zuigeling wordt geabsorbeerd.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Zomacton heeft geen effect op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen
Subcutane toediening van groeihormoon kan lijden tot een verlies of vermeerdering van het vetweefsel
alsmede tot puntbloedingen en blauwe plekken op de plaats van toediening. In zeldzame gevallen kan op
de plaats van toediening pijn en een jeukende uitslag voorkomen.

Bij ongeveer 1% van de patiënten geeft somatropine aanleiding tot de vorming van antilichamen. De
bindingscapaciteit van deze antilichamen was laag en deze vorming werd niet geassocieerd met klinische
veranderingen.

Zeldzame gevallen van benigne intra-craniale hypertensie zijn beschreven met somatropine (zie rubriek
4.4).

Zeer zeldzame gevallen van leukemie werden gemeld bij kinderen met groeihormoondeficiëntie
behandeld met somatropine, maar de incidentie lijkt gelijk te zijn aan de incidentie bij kinderen zonder
groeihormoondeficiëntie

orgaansysteem Vaak
Soms
Zelden
Zeer zelden
>1/100,
>1/1000,
>1/10 000,
< 1/10 000
< 1/10
< 1/100
< 1/1000
Nieuwvormingen,
Leukemie
goedaardig en
kwaadaardig (inclusief
cysten en poliepen)
Aandoeningen van het Vorming van



immuunsysteem
antilichamen
Endocriene
Hypoglycaemie
Diabetes
mellitus
aandoeningen
type II
Aandoeningen van het Paraesthesie
Goedaardige

zenuwstelsel
intracraniale
hypertensie,
Voorbijgaande
SPC 08119

hoofdpijn
Aandoeningen van
Voorbijgaande



huid of onderhuid
lokale huidreacties
Aandoeningen van het
Stijfheid in


skeletspierweefsel,
extremiteiten,
bindweefsel en botten
arthralgie,
myalgie
Algemene
Perifeer
oedeem

aandoeningen en
stoornissen op de
plaats van toediening


4.9 Overdosering

De aanbevolen dosering van Zomacton moet niet overschreden worden.

Hoewel er geen gevallen van overdosering zijn gemeld, kan worden verwacht dat een acute overdosering
eerst een hypoglycaemie zal veroorzaken, gevolgd door een hyperglycaemie.

De effecten op lange termijn van herhaald gebruik van hogere dan aanbevolen doses Zomacton is niet
bekend. Het is echter mogelijk dat bij dergelijk overmatig gebruik tekenen en symptomen zullen optreden
die bekend zijn van een overmaat humaan groeihormoon (bijvoorbeeld acromegalie).


5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Somatropine en somatropine agonisten
ATC-code: H 01 AC 01

Farmacodynamische eigenschappen:
Het via DNA-recombinant-techniek vervaardigd polypeptide, is wat betreft aminozuurvolgorde,
ketenlengte (191 aminozuren) en farmacokinetisch profiel identiek aan natuurlijk humaan hypofysair
groeihormoon. Het mag worden verwacht dat Zomacton dezelfde farmacologische eigenschappen bezit
als het endogene hormoon.

Skelet:
Groeihormoon heeft bij de mens een algehele proportionele groei van het skelet tot gevolg. Na toediening
van somatropine per injectie aan kinderen met een bewezen groeihormoon-deficiëntie kon een toename
van de lineaire groei worden aangetoond. De toegenomen groei na toediening van somatropine per
injectie is het gevolg van de werking op de epifysairschijven van de lange beenderen. Bij kinderen met
een gebrek aan groeihormoon veroorzaakt toediening van somatropine per injectie een stijging van het
groeipercentage en verhoogde IGF-1-concentraties (op insuline lijkende groeifactor/somatomedine-C),
vergelijkbaar met de waarden die bereikt worden na behandeling met hypofysair groeihormoon. Tevens
treedt er een stijging op van de alkalische fosfatasewaarden.

Andere organen en weefsels:
Somatropine doet ook andere weefsels dan bot in omvang toenemen. Deze toename is evenredig met de
totale toename van het lichaamsgewicht. Dit houdt onder meer een versterkte groei van bindweefsel, huid
en andere weefsels in (groter worden van bijvoorbeeld oren en neus), groei van de skeletspieren met een
toename van het aantal en de omvang van de cellen, groei van de thymus, leververgroting met een
toename van de cellulaire proliferatie en een lichte vergroting van de gonaden, de bijnieren en de
schildklier.
Disproportionele groei van de huid en de platte beenderen, alsmede versnelde geslachtsrijping zijn bij een
substitutietherapie met groeihormoon niet waargenomen.
SPC 08119


Eiwit-, koolhydraat- en vetstofwisseling:
Groeihormoon heeft een stikstof-retinerend effect en verhoogt het transport van aminozuren naar de
weefsels.
Deze twee processen hebben een toename van de eiwitsynthese tot gevolg. Het koolhydraatverbruik en
lipogenese worden door groeihormoon onderdrukt. In hoge doses of bij afwezigheid van insuline
gedraagt groeihormoon zich als een diabetogene stof, die effecten veroorzaakt zoals die worden gezien
tijdens perioden van vasten (bijv. koolhydraatintolerantie, remming van de lipogenese, vetmobilisatie en
ketose).

Minerale stofwisseling:
Na een behandeling met groeihormoon treedt retentie op van natrium, kalium en fosfaat. Een verhoogd
calciumverlies via de nieren wordt gecompenseerd door een verhoogde absorptie via de darm. Bij
patiënten die behandeld worden met Zomacton of met hypofysair groeihormoon treden geen significante
afwijkingen op van de serumcalciumwaarden.
Verhoogde serumconcentraties van anorganische fosfaten zijn zowel waargenomen na behandeling met
Zomacton als na behandeling met hypofysair groeihormoon. De stijging van deze mineralen wijst op een
verhoogde behoefte tijdens de weefselgroei.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Vierentwintig (24) gezonde volwassen vrijwilligers kregen 1,67 mg somatropine toegediend hetzij via
conventionele s.c. injectie hetzij via het naaldloze ZomaJet Vision X systeem. Piek plasma waarden
van ongeveer 20 ng/ml werden waargenomen 3,5 tot 4 uur na toediening van het geneesmiddel.
Een terminale halfwaardetijd van 2,6 uur werd waargenomen indien het geneesmiddel werd
toegediend via het naaldloze ZomaJet Vision X systeem hetgeen waarschijnlijk te wijten is aan een
snelheidsbeperkend absorptie proces.
Gegevens van andere somatropine bevattende producten suggereren dat de biobeschikbaarheid van
subcutaan toegediend somatropine ongeveer 80% bedraagt bij gezonde volwassenen en dat zowel de
lever als de nieren belangrijke eiwitkataboliserende organen blijken te zijn die de substantie
elimineren.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig
van conventioneel onderzoek op het gebied van toxiciteit bij herhaalde dosering en genotoxiciteit.

Genetisch vervaardigd somatropine is identiek aan het endogene humane hypofysair groeihormoon. Het
heeft dezelfde biologische eigenschappen en het wordt gewoonlijk toegediend in fysiologische doses.
Daarom zijn er geen studies uitgevoerd op het gebied van veiligheidsfarmacologie, reproductietoxiciteit
en carcinogeniteit aangezien er geen effecten hierop worden verwacht.


6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Poeder
Mannitol
Dinatriumfosfaat dodecahydraat
Natriumdiwaterstoffosfaat dihydraat

Oplosmiddel
Metacresol
Water voor injectie

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
SPC 08119


In verband met het ontbreken van onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met
andere geneesmiddelen gemengd worden.

6.3 Houdbaarheid

2 jaar

Na oplossen maximaal 28 dagen bewaren in de koelkast (2°C ­ 8°C).
Na oplossen de injectieflacons rechtop bewaren.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2°C ­ 8°C). Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen
licht.

Voor de bewaarcondities van het opgeloste geneesmiddel, zie rubriek 6.3.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Zomacton wordt geleverd in verschillende verpakkingen, afhankelijk van de nationale goedkeuringen:

a)
Set voor gebruik van injectie met een naald:
Poeder: Injectieflacon (type I glas), voorzien van een stopje (rubber, halobutyl polymeer), met een
aluminium zegel en een aftrekbare dop (plastic)
Oplosmiddel: Voorgevulde spuit (type I glas) met beschermdop (rubber, halobutyl polymeer),
zuigerdop (rubber, halobutyl polymeer) en een verbindingsstuk voor het overbrengen van het
oplosmiddel (polycarbonaat).
Verpakkingen van 1, 3 en 5.

b)
Set voor gebruik met het naaldloze ZomaJet Vision X systeem:
Poeder: Injectieflacon (type I glas), voorzien van een stopje (rubber, halobutyl polymeer), met een
aluminium zegel en een aftrekbare dop (plastic)
Oplosmiddel: Voorgevulde spuit (type I glas) met beschermdop (rubber, halobutyl polymeer),
zuigerdop (rubber, halobutyl polymeer) en een adapter (polycarbonaat en siliconenrubber)
Verpakkingen van 1, 3 en 5.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Het oplossen
Het poeder dient uitsluitend opgelost te worden door het bijgeleverde oplosmiddel uit de voorgevulde
spuit in de injectieflacon te brengen.

Zie de bijsluiter voor gedetailleerde instructies voor het oplossen.

Hieronder volgt een algemene beschrijving van de procedure voor het oplossen en toedienen. Oplossen
dient te geschieden in overeenstemming met goede praktijk regels, in het bijzonder met betrekking tot
asepsis.

1. Was de handen.
2. Verwijder de gele beschermdop van de injectieflacon.
3. De bovenkant van de injectieflacon moet worden schoongeveegd met een antiseptische vloeistof om
contaminatie van de inhoud te voorkomen.
SPC 08119

4. Plaats de flaconadapter of het verbindingsstuk voor het overbrengen van het oplosmiddel over het
midden van de injectieflacon, met de punt omlaag en duw deze vervolgens stevig naar beneden tot
deze op zijn plaats klikt. Verwijder de dop van de adapter/het verbindingsstuk.
5. Neem de voorgevulde spuit. Verwijder de grijze dop. Plaats de injectiespuit in de adapter/het
verbindingsstuk van de injectieflacon en injecteer het oplosmiddel langzaam in de injectieflacon
waarbij u de vloeistof stroom zoveel mogelijk tegen glaswand van de flacon richt om schuimvorming
te voorkomen.
6. Doe de dop van de adapter/het verbindingsstuk weer terug op de adapter/het verbindingsstuk.
7. Beweeg de injectieflacon enkele malen voorzichtig heen en weer tot het poeder volledig is
opgelost. Niet schudden, dit kan denaturatie van het werkzame bestanddeel veroorzaken.
8. Als de oplossing troebel is of deeltjes bevat mag de oplossing niet worden gebruikt. Als de
oplossing na koeling troebel is, moet deze eerst op kamertemperatuur komen. Als de oplossing nog
troebel blijft, gooi dan de injectieflacon met inhoud weg.
Na oplossen dient de inhoud helder en kleurloos te zijn.

Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften

7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Ferring B.V.
Postbus 184
2130 AD HOOFDDORP


8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 102990


9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING


4 december 2008.


10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST





SPC 08119





« Vorige

[Zolzyn 1 mg, filmomhulde tabletten]

Volgende »

[Zomacton 10 mg/ml, poeder en oplosmiddel voor injectie in voorgevulde spuit]