|  |
 |
 |
|
|
|
Meisjesbesnijdenis in Nederland: een nationaal dilemma met internationale uitstraling
Nieuws van: Persbericht Nederlandse Vereniging Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg
Standpunt van de NVTG inzake meisjesbesnijdenis. Reactie op het voorstel van de commissie Bestrijding Vrouwelijke Genitale Verminking dat op 23 maart is aangeboden aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Meisjesbesnijdenis is een inbreuk op de rechten van het kind zoals die zijn vastgelegd in het Verdrag inzake Rechten van het Kind. De NVTG beschouwt vrouwelijke genitale verminking als een ernstige schending van het recht op gezondheid en bescherming tegen traditionele praktijken die schadelijk zijn voor de gezondheid van meisjes (artikel 24, VRK) en het recht op bescherming tegen mishandeling (artikel 19, VRK). Ze verwerpt deze praktijken dan ook ten zeerste en bepleit in het bijzonder een intensivering van de inzet van de 'Meldcode voor medici inzake kindermishandeling', en uitbreiding van preventie, voorlichting en begeleiding van de risicogroep. Daarnaast bepleit de NVTG, als organisatie die zich inzet voor een verbetering van de gezondheid voor mensen wereldwijd, voor een intensivering van een internationale aanpak.
De afgelopen vijftien jaar heeft de NVTG zich intensief ingezet om dit probleem onder de aandacht van de Nederlandse overheid te brengen. De commissie adviseert de minister een strafrechterlijk verbod op genitale verminking en het uitbreiden van lichamelijk onderzoek onder álle kinderen. Beide manieren zijn naar inzicht van de NVTG niet de juiste benaderingswijzen om deze vorm van kindermishandeling op te sporen en te voorkómen, ook om dat harde gegevens omtrent het voorkomen in Nederland niet aanwezig zijn. De NVTG sluit zich hiermee aan bij de standpunten van Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN) en de KNMG. Bij de bestrijding van meisjesbesnijdenis dient haar inziens het accent niet te liggen op strafvervolging. Middelen als meldplicht voor kindermishandeling en strafvervolging zijn reactief en hebben doorgaans een geringe preventieve uitstraling. Bovendien kan het verplicht stellen van een intensief lichamelijk onderzoek ernstige negatieve gevolgen hebben voor de laagdrempelige zorg en het hoge bereik (95%) van de jeugdgezondheidszorg.
De NVTG kan zich wel vinden in het advies als het gaat om de onderdelen preventie en hulpverlening. Vroegtijdige signalering van (een op handen zijnde) genitale verminking en een bredere implementatie van de Meldcode voor een ieder die met kinderen werkt, zijn daarvoor essentieel. Preventie dient verbeterd te worden door gerichte voorlichting met respect voor cultuur en religie en extra aandacht voor meisjes die specifiek risico lopen om besneden te worden en ondersteuning voor ouders om sociale druk te weerstaan.
Vrouwelijke genitale verminking treft wereldwijd circa 100 tot 140 miljoen vrouwen, hoofdzakelijk in Afrika. Nationale en internationale aanpak dient daarom op een samenhangende wijze te worden aangepakt. De NVTG sluit zich aan bij het standpunt van de commissie voor een internationale benadering in het bestrijden van genitale verminking. Ze onderstreept de voorstellen in het advies waaronder de opname van reproductieve gezondheidszorg en rechten in relevante internationale documenten en het gebruik van mensenrechten instrumenten in het verbieden van vrouwelijke genitale verminking. Het advies spreekt over het instellen van voorlichtingsprogramma's voor doelgroepen en relevante beroepsgroepen in landen waar dit speelt. NVTG onderstreept deze aanpak en sluit zich aan het intensiveren van specifieke nationale programma's, vooral in Afrika, ter bestrijding van meisjesbesnijdenis en het schenden van hun rechten. 3 Apr 2005
|
|
|
|