|  |
 |
 |
|
|
|
 Apotheken gaan voor goedkoop generiek
Nieuws van: Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK)
Het aandeel van generieke, merkloze, geneesmiddelen is de laatste 5 jaar sterk gestegen. Was begin 2000 41% van de door apotheken verstrekte receptgeneesmiddelen (WTG) een generiek middel, in de eerste helft van dit jaar is dat opgelopen tot 51% (figuur 1), zo blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK).
In aansluiting op het convenant dat de minister van Volksgezondheid voor 2004 met de sector gesloten heeft, zijn de prijzen van generieke geneesmiddelen sterk gedaald (-35%). Door deze prijsdalingen geeft een blik op de omzetcijfers een ander beeld. Voor 2005 is binnen het convenant een besparing van € 685 miljoen als doel gesteld. Deze besparing zal zeker worden gehaald. Van alle uitgaven aan receptgeneesmiddelen heeft nu een kleine 20% betrekking op een generiek geneesmiddel. Sommige zorgverzekeraars voeren een felle strijd om labelpreferentie binnen het generieke segment. Uit de cijfers blijkt dat hiermee weinig te winnen valt.
Top 10 generieke middelen
De top 10 van de generieke middelen op ATC5-niveau (=werkzame stof) met de hoogste omzet wordt aangevoerd door de cholesterolverlager simvastatine (tabel 1). Van alle recepten waarbij simvastatine wordt voorgeschreven, wordt in 94% van de gevallen een generieke variant afgeleverd. In 6% van de gevallen wordt het corresponderende merkgeneesmiddel verstrekt. Het omzetaandeel van dit merkgeneesmiddel is 12%.
Het geneesmiddel diclofenac, dat al enige decennia beschikbaar is als generiek product, is koploper in deze lijst met 99% generieke verstrekkingen en 98% generieke omzet.
Omeprazol en metoprolol zijn niet in de top 10 vermeld, terwijl de generieke omzet daar wel aanleiding toe zou geven. Van beide middelen zijn verschillende toedieningsvormen met andere farmaceutische eigenschappen beschikbaar. Dit is van invloed op de onderlinge vervangbaarheid. Van omeprazol wordt slechts 60% van de omzet in de vorm van een generiek product versterkt (88% van de voorschriften). Voor metoprolol is 63% van de omzet en 64% van de voorschriften merkloos.
Ruzie om niets
In het convenant is overeengekomen dat apothekers zich inspannen om het gebruik van de goedkopere merkloze geneesmiddelen te bevorderen. Wat komt daar nu van terecht? De SFK steunt de aangesloten apotheken met een zogenaamde convenantmonitor. Met behulp van deze monitor krijgt de apotheker inzicht in de mate waarin er goedkoop wordt afgeleverd. De laagste prijsratio is een van de gegevens die aan de apothekers wordt teruggekoppeld. Dit getal geeft aan hoeveel procent de apotheek afwijkt van het theoretisch laagste prijsniveau; dat wil zeggen het prijsniveau waarbij de apotheek steeds het goedkoopste generieke geneesmiddel aflevert dat op dat moment op de markt is. Gemeten over het 1e halfjaar van 2005 bedraagt de landelijke laagste prijsratio 1,8%.
Gedurende deze periode verstrekten de openbare apotheken voor € 301 miljoen aan generieke receptgeneesmiddelen. In theorie had men hierop dus € 5 miljoen kunnen besparen, nauwelijks 0,3% van de totale uitgaven aan receptgeneesmiddelen in de betreffende periode.
Zoals uit deze cijfers blijkt, valt er nauwelijks winst te behalen met een discussie over labelpreferentie binnen het generieke assortiment. Saillant genoeg lopen de spanningen tussen sommige zorgverzekeraars en apotheken hierover wel (onnodig) hoog op. Van de totale kosten aan receptgeneesmiddelen heeft 77% betrekking op single source geneesmiddelen (unieke geneesmiddelen die beschermd worden door een patent).
De sleutel tot structurele kostenbeheersing ligt bij het doelmatig gebruik van deze middelen. www.sfk.nl/publicaties/farmacie_in_cijfers/2005/2005/2005-43.html - 27 Oct 2005
|
|
|
|